Zondag 42 – Het is beter te geven, dan te nemen, want dan ontvang je!

september 25, 2022

Preek Heemse, 25 september 2022

Tekst: Luc 16:1-15 / Zondag 42

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Het is beter te geven, dan te nemen, want dan ontvang je!

1. Ontslagen om wat je ‘neemt’

2. Maak vrienden door te geven

3. Dien de Heer van wie je zult ontvangen. 

1. Ontslagen om wat je ‘neemt’

[#2] ‘Waarom zou dat nu zijn?’, 

vraagt hij zich af, terwijl hij in de haast zijn stropdas staat te strikken.

Net bekeek hij even zijn email op zijn iphone en er was maar één mailtje.

Ah, een mailtje van de manager van het bedrijf waar hij bij werkt,

zou er nog nieuws zijn?

Maar toen hij het mailtje opende, schrok hij.

Zijn manager wilde hem onmiddellijk spreken over zijn werk.

Dat klonk niet goed,  …. Hij werkte nu zestien jaar bij deze groothandel en was hoofd van de financiën. Wat is er aan de hand?

Even later is hij onderweg, om vervolgens aan te schuiven aan de directietafel. Hij moet verantwoording afleggen van zijn beleid.

Hij kan op deze manier niet langer in dienst blijven, zegt zijn manager. Nee, ze beschuldigen hem niet van diefstal, dan was hij wel op staande voet ontslagen. Maar toch … zijn beleid was niet goed. Het geld werd verkwist. Hij was niet goed met het geld omgegaan. Daarom mag hij vertrekken.

[#3] Straks komt het moment, en eigenlijk is dat er al elke dag, dat jij, u en ik ons moeten verantwoorden tegenover God. Wat heb jij met je geld en je bezit gedaan. Hoe heb jij alles gekregen wat je nu hebt? Hoe ben jij daar op een goede manier mee omgegaan? We lazen net in de catechismus, en daarin zie je duidelijk dat God het niet alleen zegt dat je niets mag stelen, jatten of gappen. God wil dat we ons werk op een goede manier doen, zodat we arme kunnen helpen. God wil dat we zo met ons geld omgaan, dat het kan bestaan in zijn ogen.

Laten we aan het begin van deze preek maar gelijk eerlijk zijn.

Als je voor God moet verschijnen om je te verantwoorden over je geld,

je bezit dan zal niemand vrijheid kunnen gaan.

Met dit gebod worden echt niet alleen zij aangesproken die openlijk boeven zijn: voor wie jij stevige sloten op de deur en op je fiets doet en voor wie jij op de auto het berichtje zet dat deze elektronisch beveiligd is.

Het gaat om jezelf, of je nu rijk of arm bent. Wie omgaat met geld maakt fouten. Jezus kan het geld zelfs noemen ‘onrechtvaardig’, de oneerlijke afgod van de mammon. [#4] De zonde zit zo in ons bloed, dat we maar al te makkelijk laten leiden door hebzucht of juist door gierigheid. Dat je maar al te makkelijk een brief voor een goede doel wegdoet, omdat we nog een mobieltje, een tijdschrift of een nieuw fototoestel willen kopen.

We zijn ook onderdeel van een samenleving, waarin we kapitalistisch met  geld omgaan, of we nu willen of niet. En laten we dan ook onder ogen zien dat veel rijkdom hier alleen mogelijk is, omdat we leven ten koste van de derde wereld. Veel van de rijkdom die we in Nederland opgebouwd hebben, is ten koste gegaan van de koloniën. God zou ons, als het gaat om onze omgang met liefdeloze omgang met geld zomaar de laan uit kunnen sturen.

[#5] Maar wat wij niet geven, heeft Hij gegeven. Zijn liefde is zo groot, dat Hij zijn eigen Zoon gegeven heeft. Hij gaf zijn mooie plekje in de hemel op. Hij heeft het wonen in de hemel niet voor zichzelf geroofd, maar heeft het opgegeven. Hij heeft zich overgegeven, zodat wij vrijuit gaan. Hij betaalde ook voor onze zonden, als het gaat over je geld en je bezit. Deze Jezus maakt het mogelijk dat we nu op aarde mogen leven. Hij neemt je aan in liefde. Hij zorgt ervoor dat je straks in de eeuwige tenten mag wonen. Maar … Hij vraagt wel van je dat je dan ook vanuit dank voor hem zo goed mogelijk met je geld om gaat en je voorneemt om ook met wat je hebt het goede voor je naaste en God te zoeken. Met name Lukas vertelt in zijn boek heel duidelijk hoe de Here Jezus dan wil dat we met ons geld omgaan.

2. Maak vrienden door te geven

Wat moet die man die ontslagen wordt nu gaan doen?

Laten we daarvoor eens kijken wat de Here Jezus vertelt over de rijke man met zijn rentmeester. Die rentmeester die kan dus vertrekken. Voor zo’n rentmeester is dat wel erg moeilijk. Stel je voor dat hij geen werk meer heeft als rentmeester. Als hij ontslagen is vanwege slecht beleid, komt hij vast ook nergens anders meer aan de bak, om daar met geld om te gaan.

Hij is slecht in spitten, hij kan niet werken op het land, dus daar heeft hij geen zin in.

Hij heeft ook geen zin om te bedelen, want daar schaamt hij zich voor.

Dus wat doet hij? Hij zorgt ervoor dat hij vriendjes wordt met andere rijke mensen.

Er is een die 100 vaten olijfolie schuldig is aan zijn baas. Hij zoekt hem nog snel op en zegt: schrijf vijftig! Zomaar de helft minder. En dan dus niet 50 flessen, maar 50 vaten, waar tientallen liters olijfolie in kunnen.

Hij gaat ook naar de man die zijn meester 100 balen graan schuldig is. Hij zegt: maak er snel 80 van. Het lijkt minder, maar iemand heeft het eens nagerekend: als het gaat om geld is het ongeveer evenveel. Dus 50 vaten olie is in waarde net zoveel als 20 balen graan. Zo krijgt hij onderling geen scheve gezichten.

Beide mannen zullen niet vergeten wat hij voor hen gedaan heeft. Hij zal vast erg welkom zijn bij hen, dan krijgt hij straks geen pijn in zijn rug van het spitten en hoeft hij ook niet aan de bedelstaf.

De Here Jezus neemt die rentmeester als voorbeeld.

Niet omdat hij oneerlijk was.

Dat was natuurlijk niet goed. Maar wel omdat hij slim had gedaan.

Hij wist dat het niet goed af zou lopen, daarom stelde hij zijn toekomst zeker. Kinderen van de wereld gaan slim met geld om: zij zorgen dat ze hier in de wereld geld hebben om van te leven en zorgen dat ze ook hun toekomst veilig hebben. Maar hoe zit dat met kinderen van het licht?

Jij leeft niet voor deze wereld, niet voor huizen die straks vergaan zijn, niet voor auto’s die straks niets meer waard zijn, niet voor bezit en rijkdom.

Jij bent een kind van het licht, van Jezus Christus zelf, het licht van de wereld.

 Jij leeft voor het koninkrijk van God, waar alles eeuwig duurt.

Stel jij je toekomst zeker voor die wereld?

Jij bent niet zoals die man die schatten verzamelde in schuren, waarvan hij dan na zijn pensioen hoopte te genieten, maar wat niet lukt, omdat hij kort daarvoor overleed.

Jij bent iemand waarvan de schat in de hemel is, waar roest en mot het niet kunnen bereiken. Hoe stel je die toekomst zeker?

Jezus zegt: ook jullie moeten vrienden maken met de onrechtvaardige mammon. Jezus bedoelt niet dat je dan maar oneerlijk met geld om moet gaan, maar dat je met geld (dat vaak zo oneerlijk verkregen is) goed om moet gaan.

Vrienden moet maken. Gebruik je geld dus niet om hier iets op te bouwen, maar gebruik het zo, dat God je straks daarom prijst als je in de hemel, in de eeuwige tenten komt.

Maak vrienden … door giften te geven.

Maak vrienden … door mensen met nood te helpen.

Maak vrienden … door zo met je geld om te gaan dat je laat zien dat je het niet van je geld verwacht, maar van God!

Paulus zegt ook: werk, zodat je de armen kan helpen. Dus niet: werk zodat je rond kan komen en nog iets aan de armen kan geven. Nee werk hard, zodat je anderen helpen kunt!

Als je in je ziet hoeveel er op de rekening staat:

kijk je dan, hoe kan ik daarmee nog vrienden maken of kijk je hoe je daar zelf nog lekker van kan profiteren? Als je een keer een meevaller hebt, gebruik je die dan voor je zelf of zie je nood van anderen? Hoe gastvrij is jouw keukentafel? En ben je bereid om ook iets van je tijd te geven voor anderen? In onze tijd is voor sommigen iets van hun tijd weggeven nog wel moeilijker dan een gift van 100 euro doen. Tijd is geld!

Leer ook je kinderen al jong om iets te geven aan anderen. Wat dat betreft is het mooi dat jongeren leren om iets in de maatschappij te doen!

3. Dien de Heer van wie je zult ontvangen. 

Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert.

Die uitdrukking leer je als jongens en meisjes al jong.

Als je zomaar een koekje neemt uit de snoeptrommel, kan je moeder of vader dat je zeggen. Je doet nu iets kleins wat niet mag, maar straks wordt het een euro uit de portemonnee, dan een blikje uit de winkel, dan een greep uit de kassa waar je werkt … het lijkt erop of Jezus ons dat nu ook wel leren: wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat.

Maar met veel en weinig bedoelt Jezus niet: het verschil tussen een snoepje en een miljoenenfraude op het bedrijf. De Here Jezus heeft het net over de eeuwige tenten gehad. Alles wat hier op aarde is, is weinig en klein, tijdelijk en kort, in vergelijking met het geweldige leven dat Jezus wil geven. Die enorme schat die straks krijgt. Als alles nieuw is.

Als je hier niet goed om met je geld weet om te gaan, hoe ga je dan om met het koninkrijk van God. Vind je dat dan wel echt belangrijk? Of leef je stiekem toch vooral voor het hier en nu?

Jezus stelt er nog twee vragen bij in vers 11 en 12: Als jullie onbetrouwbaar zijn als het gaat om het geld, wie zal jullie werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen?

En als jullie onbetrouwbaar zijn in wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat je zelf toekomt?

Lastige vragen, maar Jezus bedoelt: hier heb je te maken met geld, hier op aarde heb je te maken met dingen die een ander toe behoren. Alles wat hier op aarde is, is van God. De aarde is met al wat leeft, het wettig eigendom des HEREN.

Aan Hem moeten we uitleggen hoe we met alles wat hij geeft om zijn gegaan. Want het is puur genade, dat Hij ons de gezondheid, de energie, het leven geeft om hier op aarde te leven. Straks wil God jou werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen: het eeuwige leven. Straks wil God je geven wat je zelf toekomt, omdat Christus dat voor je verdiend heeft! Alleen als je nu echt zo met je geld omgaat dat je straks vrienden hebt in de hemel, zul je dat eeuwige leven kunnen ontvangen.

Moet je dan helemaal perfect zijn? We kunnen dat toch nooit, zei ik in het eerste punt?

Nee. Niet perfect. Maar, en daar sluit Jezus mee af: wel toegewijd aan de HEER en dankbaar dat je een eeuwig leven krijgt. Dus daarom zijn bevel: dien niet het geld, maar dien de HEER. Je kunt niet en God en de mammon dienen. De rentmeester diende niet langer zijn heer, maar hij stelde wel zijn toekomst zeker. Wij hoeven niet langer het geld te dienen, maar stel je toekomst zeker door nu goed met je geld om te gaan.

Daarom is zelfbeheersing nog. Ook bij geld en bezit kunnen er allerlei slecht neigingen en begeertes zijn. Timoteüs noemt de hebzucht zelfs de wortel van alle kwaad. Ook dan is beheersing nodig. Je weet drommels goed als sommige dingen niet door de beugel kunnen: maar de vraag is, kun je die neiging ook onderdrukken. Dan is de belangrijkste vraag, zoals iemand eens in een artikel zei: van wie verwacht jij je zegen. De zegen op je leven, op je bedrijf, op je belastingaangifte, op de hoogte van het bedrag dat jij aan de kerk, de leprastichting of de voedselbank geeft?

[dia krant] jaren terug las ik in het ND een stukje dat ik bewaard heb bij mijn materiaal over deze zondag: Gereformeerden en zwart zakendoen Henri van Schaik heeft een timmerfabriek in Kockengen. mijn ervaringen met gereformeerde klanten van ons voormalig aannemingsbedrijf zijn niet positief.

Mijn ouders kwamen in ons bedrijf op een gegeven moment tot het besef dat in God geloven ook inhoudt dat je probeert zijn geboden te houden. Dat betekende

dus ook dat zwart of grijs zakendoen voorbij was. Dat heeft met name onder de kerkelijke klanten en medewerkers tot onbegrip geleid, zelfs zo dat broeders vroegen of het zwart kon, anders gingen ze wel naar de collega.

Overuren werden niet meer zwart afgerekend, waardoor er dus nauwelijks meer bereidheid was dit te doen. (..) Ik ben heel dankbaar dat we maar één boekhouding hebben en ik weet zeker dat dit al die jaren een zegen is geweest voor ons bedrijf. Als je geen zaken met je geloofsgenoten kunt doen om deze reden, doet dat zeer. Zeker als je erachter komt dat het kerkenraadslid, dat je tijdens een huisbezoek wijst op allerlei zaken die je fout doet, zelf op dit gebied een blinde vlek heeft. (..) ik vraag me nog steeds af waarom dit gedrag onder ‘ons’ nog steeds aanwezig is.

[dia zoon] Laten we eerlijk op zoek gaan naar blinde vlekken, als het gaat over het naleven van de geboden. Net voordat Jezus dit verhaal vertelde, vertelde Hij over de verloren Zoon. Die zoon werd niet ontslagen, maar raakte wel het vaderhuis kwijt. Die verloren zoon verkwiste misschien niet andermans geld, maar hij verkwistte wel het geld dat hij had. De verloren zoon had net als de rentmeester een moment nodig waarop hij tot inkeer kwam. De rentmeester maakte vrienden met zijn geld, de verloren zoon hoopte dat zijn vader hem als knecht aan wilde nemen. U, jij en ik: we zijn nog niet thuis. De ‘eeuwige tenten’ zijn we nog niet in gegaan. Maar de vraag is: waar ben je? Ben je tot het inzicht gekomen dat God je thuis nodigt? Ik hoop dat je die uitnodiging van het harte aanneemt. Dat je niet langer leeft voor de onrechtvaardige mammon, maar met heel je hart de genade van de HEER aanneemt en daarom leeft voor zin eeuwige heerlijkheid! Amen


Bijdrage Interactieve dienst – argumenten voor

september 4, 2022

Waarom geloven mensen wel in God?

Net zo als er argumenten aangevoerd worden, waarom het moeilijk is om te geloven, zijn er ook argumenten om juist wel in God te geloven.

Dat wil niet zeggen dat iemand per se tot geloof komt, omdat jij zulke goede argumenten gebruikt.

We kunnen uiteindelijk niet bewijzen dat God bestaat, zoals je kunt bewijzen dat twee en twee vier is.

Als iemand tot geloof komt, komt dat vaak door meerdere gesprekken, gedachten, ervaringen.

Een verlangen, een groei, als gelovigen noemen we dat de werking van de Geest.

Iemand zei: ik heb Jezus leren kennen, wil niet vastzitten in wat ik altijd deed.

Ik wil Hem volgen en een bevrijd leven leven.

We lazen net over Elia op de Karmel. De mensen hebben hun ideeën over wat helpt.

Ze geloven in de god Baal, zeker nu het zo lang droog is moet die regengod hen toch helpen!

Maar God laat zien dat Hij alleen bepaalt wanneer het regent.

Door een wonder, een bijzondere ervaring. En de mensen roepen de Heer is God!

Geloof kun je niet bewijzen, maar je kunt ook niet bewijzen dat het niet klopt.

Er zijn belangrijke bewijzen in te brengen tegen mensen die niet geloven.

Het eerste is: we leven hier allemaal op de aarde, maar hoe is dit begonnen?

Als wat bestaat is begonnen? En niets begint zonder oorzaak? Wat is de oorzaak van de wereld?

Het kan toch niet anders dan dat die oorzaak God is!

Want het moet meer dan materie zijn, meer dan tijd, meer dan ruimte:

Iemand die heel machtig is en de wil heeft om iets voort te brengen.

Ik kreeg een mooi filmpje toegestuurd: https://youtu.be/w6AHcv19NIc

Een geweldig antwoord op de een kritische vraag: ‘In het begin schiep God hemel en aarde’

Het tweede argument is een argument op basis van de wonderen.

Dan bedoel ik niet dat je je kunt verwonderen over de zonsopgang of geboorte van een kind.

Maar echt de bijzondere dingen die gebeuren: de plagen in Egypte, de opstanding van Jezus.

Dat er bliksem op het altaar van Elia komt en het daarna gaat regenen.

Maar ook nu: dat iemand plotseling geneest van kanker.

Er gebeuren soms dingen waar geen verklaring voor is.

Waar de wetenschap niet bij kan. Wat niet te bewijzen is, ook omdat het niet herhaalt wordt.

Een wonder is niet wetenschappelijk, maar hoe kan het dan toch gebeuren.

Het is een sterk argument dat er wel een God moet zijn.

Dan is opeens wel te verklaren waarom iets soms gebeurt.

Een derde argument is dat alles op aarde zo precies op elkaar is afgestemd,

dat het niet toevallig ontstaan kan zijn. Iemand zei: we leven op de rand van een scheermes.

Er hoeft maar iets naar links of recht bewogen te zijn, of leven was helemaal niet mogelijk.

Met de huidige wetenschappelijke technieken ontdek je (al kun je het niet precies uitrekenen)

Het is maar een kleine kans dat de wereld zo ontstaan is.

Je kunt natuurlijk denken dat alles toevallig zo samenhangt, een kans van 1 op zoveel miljard.

Maar het is veel redelijker om te geloven dat dit door God zo bedacht is.

Door God, die een plan daarvoor gemaakt heeft en met een wil de wereld heeft voortgebracht.

Tenslotte: zonder God zou iedereen er maar op los leven (geen moraal).

Waarom geloven in het westen minder mensen in God?

Omdat zo’n twee jaar geleden, in de tijd van de verlichting, men zei:

Alleen wat je met je verstand kan bewijzen is waar.

Maar als reactie daarop zei: Immanuel Kant. Toch moet er wel een God zijn,

Want anders zou iedereen maar doen wat hij zelf wil.

Een puur wetenschappelijke samenleving, daar zou iedereen alleen kiezen voor zichzelf.

We zien het gebeuren: in de westerse wereld. Het draait om je eigen genieten en welvaart.

Juist als je God leert kennen, zie je dat we gemaakt zijn voor anderen.

Dat er liefde, geest en bewogenheid bestaat: dat het leven zin heeft voor de ander en een doel.

Ook daarmee kun je laten zien dat er wel een God moet zijn.

Zo zijn er meer argumenten te noemen. Er zijn geweldige bewijzen.

Maar uiteindelijk blijft het geloof het bewijs van de dingen die je niet ziet.

Het is goed om een discussie aan te kunnen, om te weten: geloof is niet tegen het verstand.

Je bent dom, ouderwets, onwetenschappelijk als je gelovig bent.

Je kan net zo goed aan iemand die niet gelooft, vragen stellen waar die geen antwoord op heeft.


Zondag 40 – Heb elkaar lief vanuit de liefde van Jezus

augustus 28, 2022

Preek gehouden Heemse, 28 augustus 2022

‘Liefhebben door en vanuit Jezus’ (Zondag 40, Heidelbergse Catechismus) / 1 Johannes 3:11-18

Geliefden,

[#1] Misverstanden zijn er overal. Veel en vaak.

Mensen vatten iets verkeerd op, voelen zich gekwetst en reageren vanuit hun gekwetstheid.

Als reactie daarop wordt iemand weer bozer. Over en weer wordt gekwetst.

Iemand wordt afgesneden, iemand schrikt op de fiets of in de auto.

En al weet je: ik kan beter niet reageren. Soms is er opeens een conflict.

Zo is het ook binnen de familie, in relaties, in je werk:

Want iemand liefhebben, die veel voor jou doet, is niet zo moeilijk.

Dat kan iedereen. Iemand die jouw taal spreekt, jouw dingen belangrijk vindt.

Voor iemand die een stap extra voor jou zet, wil jij ook wel een stap extra doen.

Als je baas jou wat gunt en wat extra toeschuift, wil je als hij het moeilijk heeft hem wel helpen.

Dat je een paar uur overwerkt, omdat het dak nog dicht moest bij een klant.

Iemand die jou wat geld kan lenen als het moeilijk is, wil jij ook wel een keer geld lenen je het hebt.

Maar echte liefde kost best wel wat:

Misschien wil je ook wel een ander helpen, met geld,

maar de meest van ons hebben niet eindeloos veel geld om een ander te helpen.

Misschien wil je er ook wel graag voor een ander zijn,

maar niemand van ons heeft eindeloos veel tijd om er voor de ander te zijn.

En hoe zit het dan met liefde: waar haal je die vandaan? 

De opdracht om elkaar lief te hebben, ook als de roze wolk weg is,

ook als het wat stroever gaat met je collega of baas, als het niet soepel loopt in de familie.

ook als je heel verschillende bent, maar samen wel het lichaam, de kerk van Jezus vormt.

Ja, liefde is een mooi woord, het is geweldig als het er is,

maar wie heeft een eindeloze bron van liefde waar je altijd weer liefde uit kan putten?

[#2] Johannes schrijft in de eerste zin: dit is wat u vanaf het begin gehoord hebt.

Dat we elkaar moeten liefhebben. Dat is het grote gebod: heb elkaar lief!

Gelijk daarna draait hij het om, en geeft het tegenovergestelde weer.

Kain en Abel: die hadden elkaar niet lief. Kain was niet verbonden met de liefde.

Hij sloot zich af voor God, voor de bron van liefde, Kain was verbonden met de boze.

Met de duivel met het kwaad. En dat was niet alleen in zijn woorden, maar juist in wat hij deed.

Als je niet het goede doet, lezen we in Genesis 4: dan ligt het kwade op de loer.

Op een afgrijselijke manier maakte hij een einde aan het leven van Abel.

Ze waren broers, maar eigenlijk ook weer niet: ze leefden niet als goede broers.

Als God later vraagt: waar is je broer, dan zegt hij ook: ben ik mijn broeders hoeder?

Met andere woorden: ik geef niet om hem, ik voel met niet met hem verbonden.

Het omgekeerde van liefde tonen is dus kwaad doen, haten en uiteindelijk doden.

Het begint bij woorden, maar wat kan het je leven kapot maken als je gehaat en gepest wordt.

Je vindt een naar briefje, je tas wordt afgepakt, ze laten je struikelen, je vertrouwen raakt kwijt.

Wat kun je daardoor een trauma en moeite ontwikkelen.

Johannes schrijft deze brief niet voor niets: er zijn misverstanden, mensen die ruzie maken.

Een paar keer geeft Johannes in deze brief aan: er is geen nieuw gebod.

Dit zijn de regels, de geboden, die u vanaf het begin gehoord heeft.

De samenvatting van de wet is: heb God en je naast lief.

Johannes gaat uitleggen wat liefde is, en keert het even om door te laten zien wat het niet is.

Wij staan stil bij ‘Pleeg geen moord’ en draaien het weer terug om: wat is het om lief te hebben.

Wat liefde is, leer je dan in dit meesterstuk over de liefde, zoals Calvijn dit stuk noemt.

Steeds weer schrijft Johannes over de liefde.

Ook al worden de christenen in zijn tijd vervolgd en haten de mensen hen.

Ook al hebben ze het moeilijk en begrijpt de wereld hen niet.

Johannes wil dat ze blijven liefhebben:

Het schijnt dat het Johannes, oud en grijs geworden, bijna niet meer kon praten,

Maar alleen nog maar mompelde: heb elkaar lief!

Dus als het gaat om de vraag: waar vinden we een onuitputtelijke bron van liefde?

dan zijn we hier op het goede adres. Johannes legt uit wat liefde niet is (Kain die haat en doodt),

en hij wil hier uitleggen wat liefde wel is. Wat deze opdracht betekent en hoe je dat kan doen.

[#3] Wat Johannes dan vooral zegt (vers 15-16) is dat echte liefde écht anders is dan normaal.

Het is een overgang van dood, naar leven, van donker naar licht, van haat naar liefde.

Wat is het mooi dat Mila net het teken van de doop mocht ontvangen.

Zo wordt zichtbaar: ze gaat over van het donker naar het licht, van de dood naar het leven.

Iedereen die met God verbonden is, is opgenomen in zijn licht, zijn liefde, zijn leven.

Bij Jorik en Mila mag dat zichtbaar worden in het teken van de doop,

Bij Sara en Ilse geloven we vast dat ze ook van het donker naar het licht zijn gegaan.

De doop laat zien dat die liefde niet bij ons begint maar bij God en zijn beloften.

Jezus die alleen liefde is, ging ten onder, Hij werd begraven, maar Hij stond op.

Door zijn liefde, door zijn opstanding, delen we in het eeuwige leven.

Dus als je maar bij Jezus hoort, als je gedoopt bent, dan is er liefde?

Dan kun je in je huwelijk, in je familie, op je werk, in de samenleving liefde tonen?

Ik ben wel onder de indruk van mensen die dicht bij Jezus leven.

Die zich door zijn liefde, door de bijbel, door de kerkdiensten laten vormen.

Onder de indruk van wat Jezus in de levens van mensen kan doen.

Maar ik hoorde iemand ook zeggen:

Bij sommige christenen zou ik nog niet dood gevonden willen worden.

Die gaan wel naar de kerk, maar wat zijn ze schijnheilig, hypocriet, liefdeloos.

Zo schrijft Augustinus er ook over:

In de kerk zingen we allemaal dat onze hulp van God komt.

We zeggen allemaal amen aan het eind van de dienst.

We belijden ons geloof en horen de woorden van God.

We worden gedoopt, we mogen delen in de liefde van God.

Maar hoe weet je nu of iemand echt christen is?

Dat kun je alleen maar zien aan zijn daden.

Doet iemand kwaad, haat hij, liegt hij, scheldt hij, dan is hij van het kwaad.

Maar hierdoor weten we dat we bij God horen: dat je echte liefde toont voor elkaar.

Oeps … als we hier de meetlat van de liefde langs ons als mensen leggen.

Als ik die langs mijn eigen leven leg …

Ik wil gelovig zijn, leven met het licht maar soms doe ik toch verkeerde dingen.

Johannes zegt: wie zegt dat hij geen zonde doet liegt.

Maar: kijk eens naar het water van de doop. Dat reinigt van de zonden.

Dat neemt jij haat, frustratie, woede, schelden weg.

Als je zo steeds naar Christus toe gaat, je laat vergeven en vormen door zijn liefde,

Dan kun je echt liefhebben, dan mag je leven van liefde en genade.

[#4] Want dan geeft Johannes ook een voorbeeld van wat wel liefde is.

Jezus heeft zijn leven voor ons gegeven.

Hij woonde in de hemel, maar gaf alles op.

Hij had alles voor zijn kinderen.

Hij genas het oor van Malchus, die kwam om hem te arresteren.

Hij bad voor zijn vijanden, die hem aan het kruis sloegen.

Hij kwam voor jou, u en mij: niet omdat ze zijn vrienden waren,

maar toen we nog vijanden van Hem waren. Mensen die Hem niet zochten.

Hij gaf zijn lichaam en bloed, zijn hele leven, zodat wij eeuwig leven mogen hebben.

Wie eet van het brood en drinkt van de wijn, mag vervuld worden van zijn liefde.

Kijk en dat is een eindeloze bron van liefde, waar je steeds weer uit mag putten.

Als die collega zo lastig doet, als dat familielid onbetrouwbaar is,

Als je misschien opgefokt wordt door die ander in het verkeer,

Als je niets begrijpt van de regering of het beleid van de ministers.

Als je zo weinig liefde terug krijgt in je relatie, als je gepest wordt:

De liefde van Christus gaat alles te boven: Hij heeft jou helemaal lief.

Je bent kostbaar in zijn ogen. Durf dan een ander te vergeven.

Petrus dacht dat zeven keer dan al heel stoer was, maar Jezus zegt:

Zeven maal zeventig maal. Steeds weer opnieuw je laten lijden door zijn vergeving.

Het werd vandaag zichtbaar in de doop: God zal zijn waarheid niet krenken.

Hij wil met jou door, Hij wil je vergeven, ook als het je niet lukte liefde te tonen.

Als je een zware last met je mee moet dragen, als het leven zwaar is.

Gods belofte blijft staan, zijn liefde is onmetelijk, omdat Christus jou zocht aan het kruis.

[#5] Wat liefde is, hebben we geleerd van Jezus.

Hij toonde zijn liefde, door het leven te geven voor ons.

Het kostte hem dus heel wat: nu wordt van ons niet zo’n offer gevraagd.

Al keek ik van de week een film waarin iemand in de oorlog 1600 soldaten moest waarschuwen, hij spaarde hun leven, maar moest het met zijn leven bekopen.

Wat hebben sommige mensen in de zorg, hun liefde laten zien toen ze mensen met corona moesten verplegen, en daardoor zelf besmet raakten en sommigen er nog steeds last van hebben.

Echte liefde kost soms niet je leven, maar nee zeggen tegen wat je zelf kan, kost soms wel geld of tijd.

Dat wordt dan ook heel concreet en praktisch.

Deze preek bestaat uit woorden, maar Johannes zegt: heb niet lief met woorden.

Je moet liefhebben in je daden, waarachtig.

Als iemand honger heeft, en alleen liefde krijgt, en geen eten.

Als iemand ziek is, en alleen liefde krijgt, maar geen medicijnen.

Als iemand geen dak heeft, en alleen liefde krijgt, maar geen dak

Als iemand geen kleren heeft, en alleen liefde krijgt, maar het koud blijft houden.

Als we mooie woorden spreken over liefde, maar geen Oekrainers of vluchtelingen opvangen.

Liefhebben, het klinkt mooi, maar het is een opgave, een gebod, een uitdaging.

Maar wel één waarbij we een voorbeeld hebben, hoe het kan.

Een persoon, Jezus, de levende Heer, die het niet alleen voor deed,

Maar ook zegt: ik geef mijn kracht en Geest. Vraag en ik zal je geven.

Om die liefde vanuit mij, een bron die nooit ophoudt, te laten stromen in je leven.


Rom 9:16 – Wie verhardde het hart van Farao?

augustus 21, 2022

Preek gehouden Heemse, 19-8-2022

Tekst: Exodus 9:1-12; Romeinen 9:17 en 18

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Hoe zou je het hart van Farao kunnen typeren?

Een harde steen of een zacht sponsje? Wilde hij luisteren of stopt hij zijn oren dicht?

Het is duidelijk dat zijn hart hard was als een steen!

Maar hoe kwam dat? Iemand stelde die vraag: doet Farao dat of God?

Ze had de geschiedenis van de plagen nog eens goed doorgelezen.

En ze kwam er niet uit: de éne keer wordt het aan Farao zelf toegeschreven.

Farao is zelf koppig, ongehoorzaam, wil het volk niet laten gaan (7:13; 8:15; 9:7 etc).

De andere keer staat er: God verhardt het hart van Farao.

Het komt door Gods goddelijke werking dat Farao niet luistert (7:3; 9:12; etc).

Een lastige vraag! Een vraag die veel te maken heeft met de uitverkiezing.

God heeft zijn plan, God kiest uit of verhardt,

Tegelijk hebben wij onze verantwoordelijkheid.

Zoiets appte ik haar: wij hebben het idee dat we zelf kiezen en onze keuzes maken.

Tegelijk zit God daarachter. Best wel lastige vragen.

Maandagmorgen dacht ik: zal ik zondag hier over preken. We hebben een middagdienst.

Een leerdienst, in vakantietijd, nog geen catechismus. Dan is dit mooi verdiepend.

Maar tegelijk dacht ik: heb ik hier wel zin in de vakantie. We kunnen het ook wat luchtig houden.

Ik heb nog een mooi boek staan over de vreugde van God: dat klinkt een stuk luchtiger!

Zoals je in de vakantie misschien wat makkelijker gaat snacken, dan dat je een stevige maaltijd op tafel zet.

[#2] Dus ik deed dit boek open en begon erin te lezen. Een boek dat echt gaat over God.

Wie Hij is, en hoe we er vreugde in krijgen om Hem helemaal te leren kennen.

De drie volgende hoofdstukken gaan over onze antwoorden op God.

Waarin we rust vinden door op deze God te hopen, tot Hem te bidden en met hem te leven.

Maar wat schetste mijn verbazing: wat wordt juist in dit boek beschreven?

Als het gaat over God leren kennen? Dat we hebben kennen juist ook in de uitverkiezing!

We worden echt blij, gelukkig, vol van vreugde, als we God kennen, helemaal zo als Hij is.

Niet alleen in de onderwerpen die ons makkelijk in het gehoor liggen.

Als het gaat over liefde, zorg, toewijding, redding, maar ook als het gaat over de moeilijke dingen.

Want we krijgen de vreugde en blijdschap niet als we alleen kiezen wat ons past.

Dan krijg je een beeld van een feel-good God, wat voor veel mensen nog wel mag bestaan.

Dan kies je ervoor om wel te geloven, maar alleen de mooie dingen eruit te kiezen.

Zeg maar om te leven bij fastfood en snacks, alles wat je lekker vindt en niet de degelijke kost.

Als we God echt willen kennen dan kennen we hem volgens Piper als de machtige,

De drieenige, die alles gemaakt heeft, die het gaat om zijn eer en zijn zoon gaf voor onze zonden.

Maar die ook de God is van de verkiezing. Die niet maar afwacht wat er gebeurt,

Maar die alles maakte, de wereld wilde redden en zelf zijn kinderen uitkoos.

Via de belofte aan Eva, via Abraham, Isaak en Jakob, zijn eigen zoon naar jou en mij vandaag.

Wat geeft er grotere vreugde dan deze God te helemaal te leren kennen?

Door nauw met hem verbonden te zijn en zijn vreugde en welbehagen in je hart toe te laten.

Door te beseffen dat zijn zorg en liefde, maar niet iets is dat uit jezelf komt.

Maar dat zich aan je opgedrongen, geopenbaard heeft, dat het niet anders kan dan door God,

Dat je op een gegeven moment ontdekt: ik geloof, ik belijd Jezus, ik ben gered, door zijn kracht!

[#3] Dus daarom toch een preek over deze pittige vragen.

Laten we nog even goed kijken wat de vraag precies is.

Vorige week zagen we de vierde plaag: al het ongedierte.

Ik weet niet hoe het u verging, maar ik moest er nog regelmatig aan terugdenken,

Als er weer een wesp was die mijn appelmoes ook lekker vond, of door wantsen op mijn arm.

En dan komt er de vijfde plaag: de heilige koe van Egypte wordt aangetast door veepest.

Niet vanwege de stikstof moeten er een percentage koeien weg, nee al het vee wordt ziek!

Alle dieren sterven, maar de dieren van Israël worden gespaard.

Waarom? Omdat Farao hardnekkig blijft weigeren om het volk te laten gaan.

Zijn hart is hard! Hij wil niet dat het volk vertrekt.

Maar dan komt de volgende plaag: Mozes moet as in de lucht gooien.

Ze krijgen allemaal zweren. Ontstekingen en puisten. Alle mensen. Zelfs de magiërs.

Alle rituele wassingen en verwachtingen van hun goden hielpen niet.

De Egyptenaren die zoveel hygiëne hadden, ze werden verschrikkelijk ziek.

Maar dan staat er: De HEER zorgde er ervoor dat Farao niet naar Mozes luisterde.

Wat? Dus de Heer probeert aan de éne kant door zijn plagen Farao te bekeren.

Aan de andere kant zorgt Hij er zelf voor dat Farao niet luistert, maakt Hij zijn hart hard.

Hoe kan dat hoe valt dat te rijmen?

[#4] Een paar dingen hierover:

allereerst valt op dat de schrijven van het boek er geen moeite mee heeft.

Kennelijk kan hij het naast elkaar laten staan.

Er is zelfs een tekst waar beiden tegelijk wordt genoemd: Farao deed het en God deed het.

Waar wij een probleem zien, voelde dat voor de schrijver en lezers uit die tijd dus minder.

Kennelijk zien ze wat mensen doen en wat God doet veel meer in elkaars verlengde.

Een tweede wat opvalt is dat pas na verloop van tijd staat dat God het hart verhardde.

Eerst was het Farao zelf die zich verzette, die het volk niet wilde laten gaan.

Maar als hij die weg in geslagen is, als hij vasthoudt aan dat standpunt.

Als hij steeds niet geluisterd heeft, dan wordt die weg als het ware bevestigd.

God sluit aan bij waar Faro zelf al voor gekozen heeft, zegt iemand.

Toch vraag ik me af of je dit kan zeggen: al eerder staat er dat God dit zou gaan doen.

Het blijft wel een lastige vraag: stel nu dat God toch al dit gekozen had voor Farao.

Had Farao dan zelf wel een keus? Als God zo gekozen had voor hem, kon hij niet anders.

Ik luisterde naar een podcast over reformatorische kerken, door christelijke journalisten van het AD.

In die kerken ligt veel nadruk op de uitverkiezing. Ze beschreven veel van die kerken, veel moois.

Maar ook wel het beklemmende gevoel dat dit op kan leveren: als alles al zo vast ligt.

Als God je wel of niet uitkiest, als je maar moet wachten of het jou gegeven wordt.

Wat heeft je leven dan voor zin, waarom zou je dan je best doen, waarom geloven en liefhebben.

Als je toch niet zelf kan kiezen, en God degene is die kiest. Het maakte het heel beklemmend.

[#5] Laten we om goed met deze vragen om te gaan kijken naar wat Paulus schrijft in Romeinen.

Hij heeft in dit boek ook veel pijn. Hij snapt het niet.

Zijn volksgenoten, de Israëlieten zijn toch Gods uitgekozen volk.

Maar nu nemen ze Jezus niet aan, verwerpen ze hem, missen ze de redding, de Messias.

Hij zou wel alles op willen geven dat zij er toch deel aan krijgen.

Zij zijn toch kinderen van Abraham: zij hebben toch de tempel, de wetten.

Zij hebben toch Gods belofte, zijn aanwezigheid: dat Hij zegt ik zal er zijn, voor jullie, altijd.

Hoe kan het zijn dat ze nu dan toch niet meer zijn volk zijn, en anderen wel.

Dat met Pinksteren iedereen die gelooft in de genade, gered zal worden.

Paulus worstelt ermee, maar hij komt ook tot een antwoord.

Er zijn kinderen van Abraham, die gelijk van hem afstammen.

Maar niet al die kinderen worden ook gered. Ismael van Hagar was zijn zoon,

Maar God ging verder met Sara’s zoon: Isaak. Die was een kind van zijn roeping.

En bij Isaak? Er waren twee kinderen, ze hadden dezelfde vader en moeder.

Je zou zeggen: dan delen ze automatisch in het heil, maar al voor de geboorte wordt gezegd.

De oudste zal de jongste dienen. Jakob heb ik lief, maar Esau heb ik gehaat.

Ook al geeft God zijn belofte, komt de roeping af om in Hem te geloven.

Hij is vrij om te kiezen wie Hij wil,

het hangt niet van de mens af, maar God schenkt de genade aan wie hij wil.  

Ik denk dat het behulpzaam is om hier te werken met een verschil.

God heeft zijn wil, een geopenbaarde, bekende wil, maar ook een verborgen, onbekende wil.

De éne wil kunnen we kennen, de andere niet: die blijft voor ons onbekend.

In de Dordtse Leerregels komen ze ook beiden naar voren:

God heeft alles in zijn hand. Hij kiest uit, al voor de wereld bestond, wie gelooft en wie niet.

Heel duidelijk staat dat in Efeze 1 en DL 1,7: God heeft voor de grondlegging een groot aantal mensen tot het heil uitgekozen.

Maar tegelijk staat er in: Op iedereen komt de roeping af om in God te geloven. DL I,3 God zendt boodschappers om mensen op te roepen tot geloof en redding.

Om Jezus lief te hebben, om het van zijn genade te verwachten, om te bidden om redding.

Wie Jezus dan liefheeft wordt gered!

Maar als dat nu niet Gods plan was, volgens die verborgen wil? Hoor je de tegenstelling?

Je vraagt naar Gods verborgen wil. Daar kunnen we hier niets mee! Die is verborgen!

Daar moet je niet op varen. God zegt tegen jou: geloof in mij, deel in mijn liefde, wordt gered.

En ja, dan achteraf, mag je zeggen: dat ik deze weg ga, dat is niet uit eigen kracht.

Ik geloof dat God het was die mij gekozen heeft en met mij verder gaat.

[#6] Plotseling komt Paulus nu ook terecht bij de Farao.

Wat God van hem vroeg was duidelijk: Hij had het volk moeten laten gaan.

Hij was ongehoorzaam, dat was niet goed.

Maar tegelijk voerde God zo zijn plan uit. Iedereen hoorde van zijn machtige werken.

Van de plagen en wonderen in Egypte, tientalen keren komt die wonderwerk terug in de bijbel.

Tot eer van zijn naam, tot zijn faam, deed God die wonderen en kwam men onder de indruk.

Zo kon God de ongehoorzaamheid gebruiken in zijn verborgen plan om zijn werk te doen.

Eigenlijk is het vergelijkbaar met wat er later met Jezus gebeurde.

Jezus moest sterven voor onze zonden, God zou zijn zoon overgeven aan de dood.

God koos een weg die wij niet begrepen, maar het was wel de weg om het kwaad te overwinnen.

Herodus, Pilatus, de romeinse soldaten, Judas, ze kregen een plek in Gods plan.

‘Jezus is overeenkomstig Gods wil overgeleverd, hebt U door heidenen laten doden’ Hand 2:23

Wat hadden zij moeten doen, wat was de bekende wil van God?

De hadden Jezus nooit mogen doden, mogen verraden, de hadden voor hem moeten knielen.

Maar ze waren ongehoorzaam, ze luisterden niet. Tegelijk kun je zeggen:

Gods plan werd zo vervuld. Hij verharde Herodus en Judas. Tot eer van zijn naam.

Om zo zijn verborgen plan uit te voeren. Voor wijzen was het verborgen:

Maar aan zijn kinderen heeft Hij het bekend gemaakt. Door Jezus dood vind je het leven!

[#7] Ik denk niet alle vragen hiermee beantwoord zijn. Laat het duidelijk zijn:

Wij kunnen die vragen nooit helemaal beantwoord krijgen.

Ook in je eigen leven kunnen er duizend vragen zijn, begrijp je het niet.

Maar door die onbegrepen vragen volvoert God wel zijn plan.

Soms lijken dingen voor ons tegenstrijdig maar God doet je als het ware met twee lenzen kijken.

Werkt Hij toe naar een volmaakte wereld, waar we God niet meer in raadsels zien.

Dan zullen we hem zien zoals Hij is, en de complete vreugde ervaren van het zijn met God.

En ondertussen: een gezonde leer, die niet alleen gaat over snacks, maar uitgebalanceerd is.

Die strijkt niet alle vragen toe met goed klinkende antwoorden. Die maakt ook niet passief.

Zo van: we zien wel wat er in Gods verborgen wil gebeurt. Nee, wie de bijbel leest,

Die wordt geraakt door die boodschap van God, die roeping niet alleen voor Joden,

Maar ook voor andere volken. Paulus beseft Hand 18:9: ik heb veel volk in deze stad, dus zwijg niet.

Jezus zegt: ik heb schapen die niet van deze stal zijn, iedereen moet mijn woord horen.

Uiteindelijk zal iedereen van elk volk, natie, taal en land Gods stem moeten horen.

Als het zo belangrijk is dat velen dat horen: laten we er dan op uittrekken, anderen helpen,

George Muller kwam zo onder de indruk van de heerlijkheid van God en had zoveel vreugde, dat hij die liefde wilde doorgeven. Hij ging weeshuizen bouwen, en wilde dat nog veel mensen van Gods liefde zouden horen. Laten we geloven dat God zorgt en zijn liefde gehoord moet worden! Amen.


Exodus 8:16-28 – God zegt: ‘Ik ben aanwezig’

augustus 14, 2022

Preek gehouden Heemse 14-8-2022

Thema: Al hebben we onze vragen, God zegt: Ik ben aanwezig bij vreugde en verdriet.

Geliefde gemeente,

[#1] Een van de moeilijkste dingen in het leven is de vraag waarom er ellende gebeurt.

We leven ons leven van elke dag, je geniet van de mooie momenten.

Je bent dankbaar voor elke dag dat de zon weer opkomt.

God geeft een nieuwe dag: met vrienden, familie, mensen om je heen.

Waarop je vakantie kan vieren, kan werken, je taken kan doen.

Je beseft het niet elk moment, maar je weet: God is erbij. Hij zal er zijn.

Dank U voor elke nieuwe dag, voor gezondheid, voor mensen om me heen.

Maar wat zeg je tegen God, als het allemaal niet zo mooi gaat?

Je dacht te genieten van een mooie avond, maar je wordt lek gestoken door muggen.

Je zou gaan fietsen, maar je wordt gestoken door een wesp.

Je wilde van alles gaan doen, maar de besmettelijk corona maakt het onmogelijk.

Je gezondheid laat je in de steek, iemand overlijdt heel plotseling.

Het is gewoon te warm, er komt geen regen, en alles verdort op het land.

Of door de regen en hagel spoelt alles weg.

Er komt oorlog, inflatie, je hebt geen geld meer om spullen te kopen.

Ik sprak een jongere die zei: mijn opa werd ziek.

Ik heb gebeden, maar ik kreeg geen antwoord. Waarom gebeurde dat?

[#2] Ik denk dat het helpt om eens wat langer stil te staan bij de plagen in Egypte.

Hoofdstukken waar niet vaak over gepreekt wordt.

Op school of in de kinderbijbel zijn het wel mooie verhalen.

Ik mocht er altijd graag naar luisteren en zag de kikkers, de muggen en steekvliegen voor me.

Eindelijk wordt die strenge, wrede Farao gestraft.

Maar als je wat door gaat denken: is dit niet heel wreed? Heel moeilijk?

Kennelijk kan de machtige God achter deze rampen en plagen zitten.

Opeens is er geen goed water meer, alles is bloed geworden.

Niet alleen de Egyptenaren, ook de Israëlieten lijden onder de eerste drie plagen.

Het bloed, de kikkers en de muggen: iedereen had er last van.

Dan komt deze plaag: God stuurt ongedierte (vroeger: steekvliegen) op de mensen af.

Daarmee wordt bedoeld: steekvliegen, die zo gemeen tot bloedens toe kunnen prikken.

Waar je enorme plekken van krijgt. Maar ook muizen, ratten, vlooien.

Overal dringen ze door, er staat expres een hele lijst met plekken waar ze komen:

In de huizen van jou en je verwanten, onder het volk, in hun huizen.

Waar je straks je voet ook maar neerzet: je trapt op die dieren.

Wat zorgt God door zijn almachtig ingrijpen, dat de mensen moeten lijden!
En dan heb ik het er nog niet over wat er straks zal gebeuren.

De oudste kinderen van de Egyptenaren worden gedood! Wat een ellende!

[#dia] Doet God dat? Als iemand ziek wordt, heeft God dan daarmee te maken?

Er zijn mensen die proberen de macht van God wat kleiner te maken.

Ze zeggen: die plagen komen gewoon door de natuur.

Zoals we nu ook een plaag van vliegen, muggen, kikkers, rode algen kunnen hebben.

Net zoals ze zeggen: dat Mozes straks door het water van de zee kan, komt door de wind.

Natuurlijk is het niet helemaal uit te sluiten, speelt de natuur misschien een rol.

Maar: Mozes kondigt precies aan wanneer het begint en wanneer het eindigt.

Hij moet van Farao God vragen of het stopt.

Al die wonderen: het kan niet anders dan dat God ze doet.

Een God die maar niet op afstand staat, maar actief ingrijpt in de geschiedenis.

Die, en dat valt ook op, het ongedierte tot in alle plaatsen kan laten komen.

Er is niet een kamer, een stukje tuin, een plekje, waar je ontkomt aan zijn straf.

Alles en iedereen krijgt te maken met deze straffen en plagen van God.

Ik denk dat dat, hoe lastig ook, een eerste antwoord is in dit gebeuren:

Zoals zondag 10 het ook formuleert. We leven onder Gods voorzienigheid.

God voorziet ons, van regen en droogte, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede.

Iemand die jaren in Senegal werkte vertelde deze week:

wij denken alles wel aardig op regel te hebben hier.

Dat wij in Nederland het leven wel naar onze hand kunnen zetten.

Door ons waterbeheer en de dijken, door goede landbouwtechniek en wetenschap.

Daarom vergeten zoveel mensen God en denken dat ze zelf god zijn.

Maar wie werkelijk ziet wat er gebeurt, beseft steeds meer: wat zijn we maar een stofje.

Een stipje in het heelal, wat zijn we afhankelijk van de machtige God

[#3] Maar dat wil niet zeggen dat we een soort noodlot geloof hebben.

Zo van: het is maar net of je geluk of pech hebt. Net wat de voorzienigheid je toedeelt.

Dat wordt hier in de plagen ook duidelijk: die plagen zijn maar niet willekeurig.

Dingen gebeuren maar niet toevallig: God heeft er zijn hand in.

Hij geeft de opdracht voor de dingen die gebeuren.

Hij wil dat zijn plan doorgaat: dat zijn volk, dat bewaard is in de tijd van Jozef,

gered door de voorraadschuren van Egypte, nu ook in het beloofde land komt.

Wanneer de Farao niet wil luisteren, wanneer hij zich verhardt tegen deze God.

Wanneer Hij ongehoorzaam is, en de waarschuwingen in de wind slaat.

Wanneer Hij belooft dat ze mogen gaan, en ze toch niet laat gaan.

Dan krijgt hij te maken met Gods straffende hand.

God kan door zijn oordelen en straffen, mensen wakker roepen.

Wat moet Hij hard roepen, wat wil Farao slecht luisteren!

Hij denkt eerst met zijn magiers wel weerstand te kunnen bieden tegen God.

Zij kunnen ook wel wonderlijke dingen doen. Boze geesten, kwade machten.

Ze zijn niet onschuldig, dat zien we ook in de tijd van Jezus.

Wanneer Jezus de demonen uit iemand drijft en ze met de varkens in het meer storten.

Vervolgens, en dat is opvallend bij deze plagen, denkt hij ook dat zijn goden kunnen helpen.

De God van de Nijl, de God van de Zon, de God van de stieren,

Maar door de plagen worden de goden een voor een omvergekegeld.

Bij het ongedierte kun je denken aan de kevers. Vaak wordt de godheid uitgebeeld als een kever. Die zorgde op wonderlijke manier voor nieuw leven.

Maar nu wordt deze kever zelfs een vijand van het volk.

Zo kan God afnemen waar jij je vertrouwen op stelt. Waar jij alles van verwacht.

Kan God je waarschuwen als je tegen zijn plannen ingaat. Kan God je wakker schudden.

Maak ik mijn eigen leven, probeer ik het zelf in de hand te houden en te regelen.

Maak ik mijn eigen goden van gezondheidszorg, ondersteuning, wetenschap.

Corona heeft laten zien: met de wetenschap kun je niet alles oplossen.

De droogte laat zien dat we afhankelijk zijn van Gods zegen.

Besef je voldoende dat je echt van God afhankelijk bent?

Dat Hij alles in de hand heeft, soms ook om jou bij de les te roepen?

Want niet alleen Gods vijanden, ook de Israëlieten leden onder de eerste drie plagen: het bloed, de kikkers en muggen.

Er wordt ook uitgelegd waarom: omdat ze beïnvloed waren, mee waren gaan doen.

Omdat ze ook de Egyptische goden waren gaan nalopen. Daarvan hun heil hadden verwacht.

God is overal, Hij werkt overal, zie jij, ontdek jij ook dat Hij soms kan zeggen:

Deze weg is niet goed, deze keuze moet je niet maken, vergeet mij niet?

[#4] Let op! Hier moet je even goed opletten wat ik wel zeg en wat ik niet zeg.

God kan ons aan het denken zetten, wakker roepen door wat er gebeurt.

Een weg wijzen, positief, maar ook laten zien welke weg je niet in moet gaan.

Maar ik wil absoluut het niet omdraaien: als er moeite is in je leven,

Als je vragen hebt of ziekte, dan kun je daar de straf van God in zien.

Jezus wordt ook boos, als zijn leerlingen zoiets zeggen bij de jongen die blind geboren was.

In deze gebeurtenissen zien we juist iets heel anders van God.

Ja, er gebeuren moeiten. De wereld is niet volmaakt. We krijgen er allemaal mee te maken.

Hier zie je hoe God de strijd aanbindt met het kwaad en zijn volk gaat redden.

Wat lijkt dit ook vaak op Openbaring als de plagen, schalen, weeën over de aarde worden uitgegoten. Deze wereld is nog niet volmaakt: er is een bittere strijd gaande.

Maar in die strijd: laat God zijn naam en zijn belofte klinken.

We hebben onze vragen: je krijgt niet altijd een antwoord.

Maar soms mag je wel iets van een antwoord ontdekken.

Zoals die jongere die gebeden had voor haar opa, en zei ik kreeg geen antwoord.

Soms kun je toch door een wonderlijke ontmoeting, een gesprek, een tekst iets horen.

God is overal, Hij spreekt op veel manieren: ik hoop dat je vol verlangen bidt en dan soms iets mag ontdekken, leren, ervaren.

Zoals dat hier in de tekst ook gebeurt, want God zegt:

Ik maak een uitzondering, die kevers, vlooien, muizen en vliegen.

Ze komen echt overal, in elk huis, maar niet in het land waar mijn volk woont.

Daar zal ik doen beseffen dat Ik, Jahwe, Ik ben die Ik ben, aanwezig ben in het land.

Wat een mooie verbinding: Gods naam betekent: ik zal er zijn.

En nu zegt Hij, eigenlijk dubbelop, ik zal aanwezig zijn in het land.

Ik zal mijn volk vrijwaren van de plaag die dit land te wachten staat!

Ik ben die Ik ben, is zijn naam! Hij deelt ons bestaan. Hij zegt: Ik ben bij jou.

Het volk hoeft deze straf niet te ondergaan, omdat ze mogen schuilen achter het bloed.

Omdat Jezus voor onze zonden is gestorven. Omdat Hij de oudste zoon is, voor ons allemaal.

Al ga je dan door een nacht van strijd en zorgen, is dat ongedierte overal aanwezig,  

God laat je niet alleen, de uittocht wacht, de toekomst vol van hoop.

Het is niet dat ze pas na afloop, als ze door de zee gegaan zijn dat kunnen zien.

Nu wil God al tekenen en wonderen geven, waarin Hij met een knipoog zegt: Ik ben erbij.

In de moeite wil Ik met mijn eeuwige armen onder je zijn, wil Ik je dragen en beschermen.

Je kracht geven voor vandaag, en blijde hoop voor de toekomst.

Letterlijk staat er: Ik koop je vrij. Zoals Jezus ons vrijgekocht heeft, van de zonden.

Uit genade, door mijn Geest. Ik hoop en bid dat je de kracht ook steeds mag ontvangen en ervaren. 

[#5] Aan het begin van deze plaag zag je Farao naar de rivier gaan.

Hij ging zijn ochtendritueel doen, de zonnegod aanbidden, die elke dag nieuw leven geeft.

Maar aan het eind, als de wespen, kevers, mieren, motten, luizen en steekvliegen er zijn,

dan gaat hij niet naar de zonnegod, maar naar Mozes toe.

Zelfs hij beseft: er is maar een uitweg, dat is dat Mozes bidt tot zijn God.

Bij alle nood, bij alles wat er gebeurt, krijg je geen antwoorden op een briefje.

Maar je mag wel leren waar je met je vragen en moeite naar toe kan gaan.

Er is er maar een die alles kan, die je werkelijk zal helpen, die er zal zijn.

Farao wil zich niet aan hem overgeven, maar Mozes en Aaron mogen het ervaren.

God zal er zijn, voor zijn volk, voor zijn kinderen: Hij heeft alle macht.

Het volk van Egypte snapt er niets van, gelooft er niets van, blijft vast zitten in het ongeloof.

Farao verhardt zijn hart en doet niet wat hij beloofde.

Wat doe jij? Breng jij je vragen naar God? Leg je je leven in zijn handen?

Ik hoop dat je mag leren, ook in moeite, tegenslag en zorgen:

God wil voor mij zorgen, elke morgen ga ik naar Hem.

Ik vraag of Hij mij de goede weg wil wijzen en dank Hem dat Hij aanwezig wil zijn.

Of Hij mij wil bevrijden van nood en zorgen, of Hij ook in de nood nabij wil zijn.

Heer, wilt U mij leren, om in voor en tegenspoed achter U aan te gaan?

Om werkelijk door uw Geest met hart en ogen te openen en U te volgen?

Amen


Exodus 2:1-10 – Jouw werk krijgt een plek in Gods plan!

juni 25, 2022

Preek Heemse + Heemse-Marslanden, 26 juni 2022

Tekst: Exodus 2:1-10

Geliefden in de Heer, Jezus Christus,

[#1] Moeders van kleine jongens werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat.

Die spreuk hing bij ons in de keuken. Mijn vrouw die kreeg die een keer van haar schoonmoeder:

Toen ze dag en nacht druk was met drie kleine mannetjes, allemaal nog in de luiers.

Ik kon onze niet op internet vinden, wel een Engelse versie: vanaf dat een zoon wakker wordt totdat hij weer gaat slapen..

Kennelijk een bekende spreuk, en ik dacht altijd:

Volgens mij ben je als moeder ook druk tussen zonsondergang en zonsopkomst.

Die slapeloze nachten, die zorgen, het huilen, de krampjes, weer drinken.

Maar misschien is dit verborgen hint voor vaders:

dat die juist maar van zonsondergang tot opkomst actief moeten zijn 😊.

En als de kinderen groter worden? Kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen.

Als je denkt: ik ben geen moeder of vader, wat moet ik met deze inleiding.

Denk maar aan de kleine zorgen, en grote zorgen die je zelf kan hebben.

Even over die grote kinderen. Moeders van grote kinderen, die ….

Hoe zou je die spreuk aanvullen?

Als je ze niet meer met een schone luier in bed legt of na het wiegen laat slapen.

Als de wereld groter wordt dan de wieg, de slaapkamer, het huis.

Als ze spelen op straat, naar school fietsen, gaan studeren, andere vrienden krijgen.

Wat is het gaaf jongens en meisjes als je van alles kan ontdekken: als je steeds wat meer doet.

Steeds wat verder weg gaat, alleen naar de speeltuin, naar het bos, alleen op vakantie.

Maar wat kunnen er ook gevaren zijn: die grote vrachtauto’s, verkeerde vrienden, seks en drank.

En dan heb ik het nog niet eens over zo’n verknipte man die Gino ontvoerde en doodde. Vreselijk!

Hoe kun je toch vertrouwen blijven houden, als het soms spannend en gevaarlijk is?

In het water van de doop, zien we wat God belooft. Mozes dobberde rond op het water.

Hoe houd je moed als al bijna niet geslapen hebt, en de baby weer ligt te huilen?

Heeft je werk zin als moeder, als vader, als kraamhulp, als werker in de jeugdzorg?

Of je nu getrouwd bent met of zonder kinderen, of niet getrouwd.

Als je veel liefde geeft aan je pleegkind of kind dat je geadopteerd hebt.

Al die momenten dat je je werk doet, je best doet, je taken doet.

Bezig bent van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Of is het allemaal uiteindelijk voor niets?

Is het vooral tobben en inspannen, en moet je maar hopen en bidden dat het goed komt?

[#2] Vanmorgen staan we stil bij een gebeurtenis, waarin drie vrouwen ook werken!  

Een moeder, Jochebed, die getrouwd is met Amram, en moeder is geworden van een jongetje.

Een mooi, knap jongetje staat erbij. Ze is er ontzettend trots op en blij mee. Ze zorgt voor hem.

We horen van de Egyptische prinses die een jongetje adopteert dat anders gedood zou worden.

Een prinses die met liefde en medelijden kijkt naar zo’n zielig huilend jongetje.

Kijk, daar is ook een grote zus die blij is met haar broertje en er voor wil zorgen.

Maar dat allemaal tegen de achtergrond van dreiging, van de onzekerheid van morgen.

Zoals kinderen in Oekraïne nu in een schuilkelder gevoed moesten worden, door Poetin.

Zoals kinderen in de tweede wereld weg gevoerd werden als beesten, door Hitler.

Zo is dat al veel vaker in de geschiedenis gebeurd. Farao was bang voor de Israëlieten.

Het waren volgens hem vieze schaapherders, hadden een andere God, werden gezegend.

Straks werden ze nog sterker dan hij, dus de mannen moeten aangepakt!

Eerst probeerde hij hen door slavernij en dwangarbeid eronder te krijgen.

Daarna wil hij dat de verloskundigen alle jongetjes doden. Als dat niet genoeg helpt:

Dan geeft hij de opdracht dat alle jongetjes in de Nijl gegooid moeten worden.

Jochebed geeft haar kind dan wel de borst, maar wat is er een spanning.

Ze moeten doodstil blijven, niemand mag het kindje horen.

Straks hoort een Egyptische soldaat het kindje huilen. Wordt het kindje uit huis gesleurd.

Het lijkt niet anders te kunnen of dit kind wacht een zekere dood.

Zeker als dit kind na een tijdje met sterke longen harder gaat krijsen

Jochebed moet kiezen uit twee kwaden: Of blijven verstoppen met angst dat het opgepakt wordt,

Of in de Nijl te vondeling leggen en laten drijven in de onzekere hoop dat het gered wordt.

Wat moet ze kiezen? Wat een spanning! Ze kiest voor de Nijl. Mirjam gaat bij het mandje staan, verstopt!

Angstig wat er gaat gebeuren. Als ze prinses ziet komen: angstig erheen lopend!

Ze doet het maar! Zou jij dat kunnen? Zomaar een volwassene, een prinses nog wel aanspreken?

Zou jij als er wat is een brandweerman of politieagent aan durven spreken, of zelfs de prinses?

Mirjam doet het! Zo maakt ze als jong meisje het verschil.

Maar ook de prinses neemt een dappere beslissing: ze gaat tegen haar vader in.

Ze wordt zo geraakt, heeft medelijden met dit kind en ze wil dit kind redden.

Wat zal er gebeuren als ze het aan haar vader vertelt, of als die het ontdekt?

Het lijkt goed te komen. Mirjam rent naar huis. Mama! U krijgt het kindje, en krijgt er geld voor!

Maar tegelijk wat moet er door mama Jochebed heen zijn gegaan: nu heel fijn, maar straks ben ik mijn kind kwijt.

Drie vrouwen zorgen, maar wat is er een onzekerheid voor de toekomst.

[#3] Maar het mooie van deze geschiedenis is, is dat het maar niet een spannend verhaal is.

Een verhaal dat goed of slecht af kan lopen, maar dat het in de bijbel staat.

Dat het een onderdeel is van Gods plan. Genesis had beschreven hoe God de wereld maakte.

Hoe God, toen de wereld vol zonde kwam, door het water heen in een ark Noach en zijn gezin redde.

Het woord voor ark is hetzelfde woord als het woord voor het mandje dat hier gebruikt wordt: arkje

Hoe Hij zorgde dat Jozef in Egypte kwam. Vader Jakob huilde vele nachten om zijn zoon.

Maar God had een plan om hen in tijden van hongersnood in leven te houden.

Zo was het volk in leven gehouden. Wanneer we dan Exodus beginnen te lezen,

begint het met de namen van dit volk: dit volk dat in het beloofde land hoorde, en niet in Egypte.

Wat Hij beloofde aan Abraham, dat wil Hij waar maken van kind op kind. Zijn verbondsbelofte.

Wat we hier dan lezen over drie vrouwen die werken van vroeg tot laat,

is dus tegelijk tegen de achtergrond van God die aan het werk is. Die zijn volk wil gaan bevrijden.

Dat is de naam van het boek Exodus dat we nu zijn gaan lezen!

God gaat een verlosser geven, een middelaar, een redder van de ellende.

Iemand die zo groot wordt dat we er al iets van Jezus in zien.

Wanneer we hier lezen over het begin van het leven, is het een soort kerstfeest.

Bij Jezus was er ook een wrede koning die kinderen wilde doden!

Herodes, doodde de kinderen van Bethlehem, maar Jezus ontkwam naar Egypte.

Zo zien we hier dat God op wonderlijke wijze aan het werk is!

Het is niet Mozes die zelf opstaat en krachtig is. Die uit eigen macht het volk kan bevrijden.

Die zo’n goede opvoeding had ontvangen had van zulke geweldige mensen.

God laat zien: Ik leid de geschiedenis.

Ik zorg dat er net een prinses bij het water komt, die in haar hart geraakt wordt.

Ik geef iemand die door de prinses genoemd wordt: ‘uit het water getrokken!’

Zo zal deze man Mozes door God geleid worden om het volk door het water heen,

Door het diepe water van de Schelfzee heen te leiden. Al voordat Hij bestond kende God zijn naam:

Hij moest degene worden die het volk zou bevrijden. De vrouwen zien er niets van.

Ze kennen spanning, onzekerheid, Jochebed moet haar kind afstaan aan het Egyptische hof. 

De prinses raakt haar adoptie zoon kwijt, als Mozes hierna wegvlucht uit het land.

Je doet vaak kleine stapjes, zorgt voor een ander, bent aan het werk, met welk doel?  

We kunnen niet in Gods plannen zien, en begrijpen niet waarom dingen gebeuren.

Maar ontdek je hier ook hoe God zelf verleden geleid heeft en de toekomst in zijn handen heeft.  

Die momenten dat jij zorgde dat die ander eten, drinken, liefde, aandacht had.

Dat jij van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat aan het werk bent.

Dat jij je zorgen maakt over je eigen leven, toekomst en wat er allemaal gebeurt.

Dat jij je zorgen maakt over je zoon of dochter, broer of zus, neef of nicht.

Omdat je ze zo graag een goed leven gunt, een leven van genieten en rust,

maar er tegelijk hier op aarde zo weinig van terecht komt door ziekte, zorgen.

Door geweld, slechte mensen, schade, beperking, psychische nood.

Vergeet niet: God omgeeft je steeds, hij heeft een plan met je leven. Hij ziet het grote plaatje.

Hij kent je verleden en kende je naam voordat je bestond, al in de moederschoot.

Hij draagt je nu en wil momenten van licht geven, maar je vooral steeds weer vertrouwen geven.

Hij zegt: ik trek ook jou uit het diepe water van de dood.

Ik wil je redden, ik wil je last dragen, ik laat je niet alleen, kom ga mee en laat je leiden naar het licht!

[#4] Toch is er nog niet veel van te merken dat God hier de redder op wonderlijke wijze in leven laat.

De redder verdwijnt naar het Egyptische hof, met de Farao, hiërogliefen, zijn godenbeelden.

Het vaders van het volk zwoegen van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat onder de slavendrijvers.

Ze bouwen de steden en misschien ook wel mee aan de Piramides die nog steeds staan.

Die Joodse jongen wordt als een Egyptische prins geschoold en in de watten gelegd.

Wij weten: Mozes gaat voor Exodus zorgen, hij wordt de grote redder.

Maar zul je zeggen: mijn zoon is Mozes niet,

Mijn dochter is Mirjam niet, die later na de doortocht door de schelfzee staat te dansen.

Is dit zo niet een goedkope troost? Loopt het met sommige kinderen niet verkeerd af?

Als ik de was sta op te hangen, mijn geld verdien, de luiers sta te verschonen of de schooltas inpak.

Als ik van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat werk, of misschien juist ’s nachts.

Hoe weet ìk dan dat het niet voor niets is? Of: Waarom is nu zo gegaan en zo gelopen?

We weten niet wat Gods plan is, maar weet dat Paulus schrijft: je werk is niet tevergeefs in de Heer.

Jochebed deed haar kleine taak, haar werk. God zegende het en voerde zijn plan uit.

Laat het een aansporing zijn om op jouw plaats trouw te zijn. In de zorg, in het werk.

In de geloofsopvoeding, lezen uit de bijbel, een gespreksmoment aangaan met je puber.

Als moeder, als oma, als jeugdleider, als gemeentelid.

Voor jou als jongen of meisje: Mirjam lette op haar broertje, sprak de prinses aan.  

Kijk hoe jij op je eigen plekje iets van liefde kan laten zien, voor God en voor de ander.

Je vragen stellen, je schoolwerk doen, spelen met je vrienden, je handen vouwen en lezen.

Bedenk dan maar: je hoeft niet zelf een geweldige toekomst te maken.

Richt je niet op het resultaat, maar op de kleine stappen die God van je vraagt.

Een lied zegt: De kalme gang, de kleine taak is groot genoeg voor de zaak van de Heer.

Genoeg voor Gods plan. Daarom deze die: wij kunnen niet laten groeien, maar

wij mogen zaaien, God zal de groei geven en zijn zegen geven.

[#5] Ik hoop dat je in dat vaste vertrouwen van hier mag gaan, dat dat weer versterkt is.

God geef zijn belofte aan een ieder die gedoopt is, of de doop verlangt.

Een belofte als de God van Abraham, Isaak en Jakob: de drie-enige.

Het water van de doop staat ook voor de diepte, voor de ondergang.

Maar God steekt zijn hand uit, Hij wil, en kan en zal je redden en leiden.

God trekt zijn belofte nooit in, die beloften zijn vast en zeker. Zijn plan staat vast!

En waarom? Omdat er eens een moeder was die ook haar kind af moest staan.

Een moeder die dit kind ook verschoonde, eten en drinken gaf en opvoedde.

Die haar kind toen hij 12 jaar oud was al kwijt was, omdat hij bezig moest met de dingen van zijn vader.

Haar kind maakte zijn eigen plan, en ging zijn eigen weg, waar zij zich zorgen over maakte.

Bij het kruis moest zijn Hem afstaan. Hij werd niet gered en van het kruis gehaald.

Hij werd niet uit het water getrokken.

Hij ging als het ware ten onder, verdronk, stierf. Werd door God verlaten.

Een zwaard ging door de ziel van Maria, ze stond vol smarten aan het kruis:

[#6] Maar omdat Jezus daar aan het kruis ‘ten onder’ ging, gebroken werd in de diepste nacht.

Kon hij ook weer boven komen, zelf de dood achter zich laten.

Hij had de duivel, de dood verslagen.

Zo is Hij de grote redder, degene die uit eigen kracht op kon staan en sterker was dan de dood!

Hem zij de glorie: zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,

Die mij heeft genezen, die mij vrede geeft.

Ik hoop dat als je van hier gaat je vooral zijn uitnodigende arm voor ogen mag houden,

zoals jet ziet op de beamer.

Hij staat klaar, voor ieder die zwoegt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en zegt:

Kom bij mij als je vermoeid en belast bent en ik wil je rust geven!

Ik wil je dragen, redden uit de duisternis en leiden naar het licht. Vertrouw maar op Mij! 

Amen  


Handelingen 2:17,18 – Laat je leiden door Gods Geest!

juni 5, 2022

Preek gehouden Heemse, Pinksteren 5 juni 2022

Tekst: Handelingen 2:14-21

Geliefde gemeente van de Heer Jezus Christus,

[#1] Het kwam precies op het goede moment.

Hij had het al een paar dagen best wel moeilijk, wist niet hoe het verder moest.

En toen kwam dat kaartje binnen met die mooie tekst:

‘Jij bent kostbaar in Gods ogen’. Van die jongere op de bijbelstudie die hem wel kende.

Wat was dat goed getimed, wat was hij daar gelukkig mee. Hij kreeg er kippenvel van.

Wat een mooi teken van God, een knipoog dat Hij niet alleen gelaten werd.

Antoine kreeg een droom. Hij woonde in een gebied in Frankijk waar bijna geen christenen waren.

Hij kwam tot geloof en ontdekte Gods genade. God riep Hem door een droom!

God riep hem om zijn naam te belijden: ze begonnen een huiskerk en bereikten steeds meer mensen.

Een meisje kwam in een vriendinnengroep terecht die haar helemaal meenamen.

Ze was niet meer zichzelf, had constant ruzie, kwam helemaal in de problemen.

Met name toen een vriend haar met cadeautjes in zijn macht kreeg.

Een gevaarlijk, en verdrietig moment: de leider van de vereniging zocht haar op.

Ze gaf aan: ik had het gevoel, het gaat niet goed met jou. Ik wil met je praten.

Denk goed na over waar je mee bezig bent. Is dit echt wat je wil? Kom je zo verder?

[#2] Drie voorbeelden van bijzondere manieren waarop God spreekt en mensen inschakelt.

Drie voorbeelden van profetie, dromen, werk van de Geest.

Vandaag vieren we het Pinksterfeest: het feest dat iedereen deel krijgt aan de Geest.

Dat had de profeet Joel als voorzegt, geprofeteerd: eens zal de Geest komen.

Dan gebeuren er grote tekenen, bloed en vuur en rook, boven in de hemel en beneden op aarde.

Hij was profeet geweest: Hij was heel nauw met God verbonden geweest.

Hij mocht de tekenen van de tijden zien en interpreteren. HEEL BIJZONDER: EEN MAN GODS!

In zijn tijd was er een enorme sprinkhanenplaag geweest, al het eten was weg gegeten.

Daarna was er een enorme droogte gekomen. Hij had van God begrepen waarom dit was.

Hij was een profeet, Hij hoorde stem van God. Hij riep het volk op: kom terug naar God!

Bekeer je! De maat van de zonden is vol! Luister weer naar de Heer die jullie geschapen heeft.

En dan mag hij nog verder kijken: eens zal God omkijken naar jullie als volk.

Dan komen er die tekenen: van bloed, rook en vuur, boven en beneden.

En dan zal de Geest van God komen, niet maar op één iemand die spreekt in de kerk.

EEN MAN GODS, die een speciale taak heeft, EEN PROFEET.

Nee: dan zal dat komen op iedereen van het volk.

Mannen en vrouwen, ze zullen profeteren.

Jongeren en ouderen, ze zullen gezichten hebben en dromen dromen.

Arme mensen en rijke mensen, directeuren en werknemers: iedereen zal vol worden van de Geest.

Dat is iets waar Joel alleen nog maar kan dromen. Hij moest het als profeet alleen doen.

Maar hij mocht al iets zien van wat zou komen: Iedereen, heel het volk zou de Geest ontvangen.

[#3] Met het pinksterfeest breekt die volgende fase van Gods reddingswerk zich baan!

Jezus is naar de hemel gegaan, biddend zitten de 120 volgelingen te wachten.

Mannen en vrouwen, oud en jong, ook Maria en de broers van Jezus.

En dan met veel grote tekenen komt de Heilige Geest in hun harten wonen.

Er is het geluid van die enorme windvlaag, er zijn de vuurvlammen die op hun hoofden zijn.

Is de Geest in de tekenen zelf? In vuur en wind? Of zijn die tekenen onbelangrijk?

Het is zoals wanneer er een paard aankomt en je het paard hoort briesen en hoeven trappelen:

Het gevolg is dat je even later het paard ziet verschijnen.

Of wanneer er een schip aankomt en je de golven op en neer ziet gaan, en je de motor hoort:

Even later verschijnt het schip.

Zo gaat de komst van de Heilige Geest gepaard met grote tekenen. Het draait niet om die tekenen.

Maar ze laten wel zien en horen: nu komt de Geest eraan. Hij gaat wonen bij de mensen.

Met een enorme kracht neemt hij bezit van de gelovigen en gaat wonen in hun harten.

Niet zomaar een Geest, maar de Geest die Jezus ontvangen heeft van de Vader in de hemel.

Die Hij nu uitstort over de gelovigen en die ze nu mogen ontvangen (vers 33!).

Jezus zelf komt in hun hart en het gevolg is: ze gaan spreken over Jezus, in de kracht van Geest.

Ze delen zijn woord, spreken van zijn macht, vertellen wat er gebeurt en wat Jezus gedaan heeft.

Ze roepen iedereen op: bekeer je, laat je redden, roep Gods naam aan, laat je dopen!

Ook voor jou is er vergeving van zonde en eeuwig leven, als je je laat redden door Jezus.

Zo wil ook vandaag de Heilige Geest in je hart komen wonen.

Wil Hij je deel geven aan eeuwig leven en met zijn Geest in je werken.

Roept Hij je op tot een keuze: wil ik die Geest ook in mijn hart laten wonen?

Wil ik zijn naam belijden, neem ik Jezus aan als mijn Verlosser.

Wat geweldig dat jongeren dat mochten doen, wat geweldig als je dat belijdt door HA te vieren.

Nee, niet iedereen nam het aan, niet iedereen neemt het aan.

Sommigen zeiden: die verwarde apostelen, die rare woorden zijn woorden van dronkenlappen.

Maar juist dan staat Petrus op en zegt: het is nog maar 9:00 uur ’s morgens.

Dan ben je niet dronken. Cicero, iemand uit die tijd schrijft: de mensen bij dat landhuis,

Begonnen om 9:00 met drinken, leven zicht uit, zijn dronken en geven over, weten niet wat ze doen.

Maar nee … Petrus en elf leerlingen staan duidelijk op en zeggen: dit is geen dronkenschap.

Dit is wat de profeet Joel al voorzegd heeft. Jongeren, ouderen, mannen en vrouwen,

Iedereen zal profeteren, er gebeuren wonderen, want de Geest wordt uitgestort.

[#4] En dan komt vandaag de vraag op je af: laat je die Geest ook in jouw hart komen?

Bij de komst van een boot hoor je het water en de motor, bij een paard trappelen en briezen.

De Geest wil ook in jou komen wonen, stel jij je voor Hem open? Ontvang jij Hem?

Waar merk je dat aan? Wat zijn de tekenen dat de Heilige Geest in je woont?

Laten we voorop stellen: het is de Heilige Geest van Christus.

Dit is manier waarop Hij met zijn volk verbonden wil zijn: als je liefde voor Hem groeit.

Als je door de Geest gevoed wordt met zijn lichaam en bloed, ook bij het Heilig Avondmaal.

Als je je bekeert en met Hem wil leven, dan woont Jezus door zijn Geest in je.

Dan kun je de troost en kracht van Jezus ervaren. Ook als er ziekte is, als er verdriet is.

Maar dan kan het niet stil blijven: het is nodig dat anderen ook horen over Jezus.

Dat je zelf de bijbel open doet, de bijbel door vertelt en dat je bidt. Leeft met God.

God maakt van ons een volk van priesters: die ons leven mooi maken voor God.

Maar belangrijker nog: een volk van profeten. U, jij en ik, we zijn profeet!

Een profeet spreekt over wat God vandaag van ons vraagt en ons wil zeggen.

Die duidt de tijd, de zet de zaken op scherp, die bemoedigt en wijst de weg van redding.

Kun je zeggen dat jij dat doet? Als je merkt dat je in gedachten steeds aan iemand moet denken.

Stuur je dan een kaartje met een bijbeltekst, bel je iemand op, spreek je met iemand af?

Als je merkt dat bij iemand het geloof op een laag pitje komt te staan: spoor je hem of haar dan aan.

Zeg je: waar was je, ik mis je in de kerk, ik wil zo graag samen zingen, avondmaal vieren, God prijzen.

Kom en ga mee, ontdek weer dat het leven met God echte blijdschap en vreugde geeft!

Soms kan het ook zijn dat je een bijzondere ingeving krijgt. We delen dat niet zo makkelijk.

Maar uit de Bijbel, geschiedenis en persoonlijke gesprekken zijn genoeg voorbeelden te noemen.

Dan moet je het toetsen, er eerlijk naar kijken,

maar als de Geest je ergens in leidt: laat je leiden ga Gods weg. Breng elkaar bij Christus!

[#5] Maar … zou je kunnen vragen … ik heb dat zelf niet zo bijzonder, moet ik dan dan niet krijgen.

Het gevaar bij de gaven van de Geest is altijd dat je een soort groeimodel gaat maken.

Mensen die ‘verder’ zijn, mensen die ‘meer in de Geest zijn’. De bijbel doet dit niet.

Wat God vraagt van ons is om te geloven dat Jezus voor jou is gestorven en opgestaan.

Als je een geloof hebt dat zo klein is als een mosterdzaadje, als je daaraan vastgrijpt wordt je gered.

Dat is wat Petrus zegt: Kom tot inkeer, laat je redden in de naam van Jezus door zijn werk.

Maar er volgt dan wel … dan zal de Geest je geschonken worden.

De Geest gaat werken in die eerste gemeente en ze zien naar elkaar om, komen trouw samen,

Breken het brood, volharden in het gebed, prijzen God. En de Geest gaat verder.

Het boek handelingen van de apostelen zou je ook kunnen noemen: het werk van Geest.

De Geest schakelt mensen in om zijn goede nieuws verder te brengen.

Je wordt ingeschakeld, iedereen, God belooft zijn Geest, maar stel je wel open.

Sluit je niet af voor een lied, een bijbelwoord, een gedachte, een bemoediging die in je opkomt.

Wie gelooft dat er niet meer is tussen hemel en aarde zegt: ‘wat een dronkemanspraat’,

Maar wie gelooft in het werk van de Heilige Geest gelooft dat God nog steeds bijzonder kan werken.

Maar is dit wel goed? Ik ken ook iemand die kreeg een profetie, zei: dan en dan komt Jezus terug.

Als je iets hoort, ontdekt, gelooft, droomt, je gedreven voelt door de Geest: moet je dat toetsen!

Klopt dit met de bijbel? Zou dit van God zijn? Profetie, open stellen voor de Geest kan mis gaan.

Maar dat is bij een preken ook zo: Gods woord is heilig, maar ik moet het goed lezen en begrijpen, goed over nadenken en dan ook nog goed vertellen. Soms gaat het mis, want ik ben een beperkt mens. Moeten we dan maar niet meer preken? Zo is het ook met je openstellen voor de Geest: Gods Geest leidt ons leven, om ons te troosten, te helpen en bij Jezus te blijven. Maar ook dat moet je steeds beoordelen vanuit de Bijbel, vanuit Gods Woord.

[#6] Ik hoop en bid dat Gods Geest zo ook deze preek mag gebruiken.

Dat jij zegt: ik ben diegene voor wie deze preek is. Ik voel dat ik wat voor een ander kan doen.

Ik voel dat ik wat tegen een ander moet zeggen. Ik merk dat de Geest me dringt.

Toets het altijd aan het Gods woord, aan zijn bekende weg: maar doof de Geest ook niet.

Bid of God je de weg mag wijzen, en zet vervolgens door de Geest ook de stap op de weg achter Jezus aan. Ben je bereid om die weg te gaan? Amen


Matteüs 14 – U leert mij lopen over water!

mei 29, 2022

Preek belijdenisdienst Heemse

Tekst: Matteüs 14:22-33

[#1] “Ik vind het best bijzonder dat ik mag geloven dat Jezus mijn redder is”.

Dat zegt Hieke als ze uitlegt waarom ze vandaag haar geloof belijdt.

Ze zegt ook: Ik zit namelijk best in een ongelovige wereld.

Wat is het bijzonder, als je dat geloof krijgt en kent.

Als je niet gelovig bent opgevoed: wat kun je dan vreemd tegen het geloof aankijken.

Wat maakt het bijzonder dat je gelooft?

Dat je leefregels volgt die al duizenden jaren oud zijn.

Dat Jezus van vijf broden en twee vissen duizenden mensen te eten geeft.

Dat we hier praten tegen God in de hemel, terwijl je die niet kan zien.

Dat we hier samen lezen over iemand die op het water loopt.

Dat kan toch helemaal niet.

Linda vertelde dat er op college in een zaal vol studenten gezegd wordt:

Als je studeert kun je echt niet meer gelovig zijn, dan ben je wel slimmer.

Je moet toch leren om je verstand te gebruiken.

En als je dan vertelt dat je een christen bent, dan voelt dat toch een beetje raar.

Dat je opeens anders bent dan anderen, in wat je doet en wat je zegt.

Hè, ben jij gelovig!? Dat had ik helemaal bij jou niet gedacht.

Afgelopen jaar hebben we vaak over vragen van het geloof door gepraat.

Sommigen doen belijdenis, anderen groeien er nog verder in.

Juist die vragen die je soms bij het geloof kan hebben, kunnen best lastig zijn.

Toch levert het vaak ook boeiende gesprekken op!

Het laat ook zien dat geloven niet altijd zwart-wit is.

In de bijbel roept iemand: ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp.

En juist in het verhaal dat Petrus op het water loopt, zien we twee kanten.

Een sterk geloof en een klein geloof.

Wat kun je daarvan leren? Wat betekent dat voor ons geloof?

Welke boodschap zit daarin voor vandaag?

[#2] Ook Jezus wilde de mensen laten zien, dat Hij Gods zoon was.

Maar niet een stoere politicus met grote woorden, maar de reder van de wereld.

Hoe heeft hij dat in zijn tijd laten zien?

Het eerst wat we zien in dit verhaal is dat de leerlingen van Jezus in de boot zitten.

Ervaren vissers, midden op het meer, die te maken hebben met een sterke wind.

Ze zijn door Jezus bijna in de boot geduwd. Want Jezus wilde dat ze weg gingen.

Hij had een wonder gedaan, heel veel eten gemaakt van vijf broden en twee vissen.

De menigte komt naar voren om Jezus heen:

Ze zien in Jezus wel een man die hen kan helpen in de strijd tegen de Romeinse overheersers.

Jezus wil zich niet laten gebruiken voor hun plannen en laat zich geen koning maken.

Geloven wil niet zeggen: hier met een groep mensen een politieke partij oprichten.

Het koninkrijk van Jezus is niet van deze wereld. Geloven gaat verder!

Maar ja … dan zitten zij met z’n allen in de boot. En het blijft niet bij een beetje wind.

Het gaat stormen en de golven worden steeds hoger. De golven beuken tegen de boot.

De leerlingen worden angstig. Ze hadden net een wonder van Jezus gezien.

Maar toch … even later is Jezus wel heel ver weg. Ze zijn hem vergeten.

En in hun angst raken ze in paniek. Ze zien dingen die er niet zijn.

Menen een spook te zien, een geest. Misschien een beetje in het maanlicht.

Als het ergens rond half vijf ’s morgens is en ze de hele nacht al gevaren hebben.

Als ze midden op het meer ronddrijven,

in plaats van dat ze langs de kust op de plek van bestemming aankomen.

Jullie gaan nu belijdenis doen, een hoogtepunt in je geloof.

Een moment van vertrouwen, van zekerheid, van mensen die je feliciteren.

Maar hoe gaat het straks? Als het gewone leven weer begint en de golven over je heen slaan?

Doordat je moeilijk dingen meemaakt als ziekte, overlijden, stress, relatieproblemen, zorgen?

Of doordat jongeren zeggen: je hoeft echt niets van Jezus te verwachten. Hij is er niet.

Of jullie noemden ook: doordat je het zo goed hebt hier, zoveel welvaart, en je God vergeet?

Ik hoop dat je van dit verhaal twee dingen mag onthouden:

Vers 23 en 24 zijn geen twee losse plaatjes, maar ze horen bij elkaar.

Terwijl de leerlingen worstelen op de boot, is Jezus aan het bidden.

En we weten dat als Hij bidt, dat Hij dan voor zichzelf bidt, voor de wereld.

Maar juist ook voor de leerlingen. Soms lezen we hun namen, bijv. dat Hij bidt voor Petrus.

Jezus bidt voor hen in de weg die zij moeten gaan.

Zo is Jezus steeds biddend om je heen. Straks krijg je Gods zegen:

God belooft, ik zal er zijn: al slaan de golven om je heen. Zie het niet. Ga je andere dingen zien.

Zie spoken en geesten, leeuwen en beren: ik ben er, ik bid voor je!

En het tweede dat je vast mag houden: Als Hij daarna over het water loopt.

Dan is dat niet maar niet om te laten zien wat Hij kan. Om zijn macht te tonen.

Nee. Hij loopt naar de leerlingen toe. Hij is onderweg naar hen. Hij zoekt hen op!

Jezus komt naar je toe, met zijn liefde, zijn kracht, zijn aanwezigheid.

Al is Hij naar de hemel gegaan: Hij wil je niet alleen laten, maar je opzoeken en helpen.

Gerust stellen: ‘Houd moed, ik ben het, wees niet bang’.

Wat sluit dat nauw aan bij wat het geloof voor jullie betekent: Bijv. de tekst van Isa:

Wees niet bang, want ik ben bij je, ik ben je God, ik zal je sterken!

Bij alle moment die gaan komen in je leven, blijdschap, verdriet. ‘in de storm bent u nabij’.

Zorgen en vreugde. Licht en donker. Alleen en samen. Rijk of arm. Ver of dichtbij.

[#3] Maar wat vraagt dit nu van jezelf. Want dit zijn mooie woorden over God, maar wat doe jij?

Petrus is gegrepen door die geweldig macht van God. Hij vindt het geweldig!

Hij laat zien dat hij zich nu helemaal gezien en gedragen voelt: hij ziet zijn redder.

Hij staat op en hij wil nu niets liever dan bij Jezus zijn. Wat een geloofsbelijdenis!

Bij U is de mooiste en beste plaats. Niets is beter dan bij U te zijn. Heer, kom dichterbij!

En hij vertrouwt zo op Gods almacht en kunnen, dat hij er niet over twijfelt of hij naar Jezus kan.

En Jezus roept hem: Kom! Jezus vindt het goed. Er zit hier niets stoers van Petrus in.

Hij is gewoon heel direct in zijn liefde voor Jezus.

Petrus pakt de rand van de boot en stapt op de golven. Hij loopt gewoon over het water!

Kijk dat is geloof: dat is een groot geloof, niet zozeer omdat hij zoveel kracht heeft.

Maar omdat hij volledig op Jezus gericht is, Jezus die alle macht heeft, waarbij hij zich veilig weet.

[voorbeeld: hangslotje in Parijs. Je bent met Jezus verbonden = belijdenis doen]

Maar dan plotseling ziet hij de golven: Hij kijkt niet meer naar Jezus.

Hij begint te twijfelen. Hij denkt bij zichzelf: wat ben ik nu voor idioot.

Hoe kan ik dit nu gedaan hebben. Met moeite konden we in de boot blijven drijven.

En nu moeten mijn voeten mij alleen dragen, midden op een meer, tussen de golven.

Straks verdrink ik, straks ben ik er niet meer.

Nu is hij opeens zijn vertrouwen kwijt, zijn geloof, zijn vastigheid.

Jezus noemt hem een kleingelovige. En jullie zeiden: is dat niet heel menselijk?

Het is toch heel begrijpelijk. Zo zijn we toch allemaal. In de inleiding noemde ik het al.

Je zegt nu ja tegen Jezus, maar als je in je hart gaat kijken. Kunnen er zomaar vragen zijn.

Twijfels of het nu wel klopt, of het niet vreemd is, of God echt wel zo machtig is.

Als je problemen krijgt: of God je wel echt kan helpen. Of er echt iets is na de dood.

De grote zee is vol gevaren: en zo kan ook het leven van alle kanten vragen oproepen.

De zonde kan je van alle kanten bedreigen: de duivel zit niet stil.

Maar wat een wonder, wat heerlijk! Petrus is wel kleingelovig, maar niet ongelovig.

Hij heeft nog geloof, en wie het kleinste geloof heeft, als een mosterdzaadje, is nog niet verloren!

Hij roept het uit naar Jezus: help me, ik zink. Heer red mij!

En zo krijgt hij misschien wel natte voeten, maar gaat hij niet kopje onder.

Juist op het juist moment heeft hij weer tot Jezus geroepen en daar zijn kracht gezocht!

In mijn twijfels mijn verdriet, in mijn falen ontbreekt U niet (Linda)

Wat laat dat duidelijk zien hoe belangrijk het gebed is.

Je mag altijd als de vragen je overvallen, als het geloof nog zo vreemd is.

Roepen tot Jezus, zijn naam noemen, Hem om hulp vragen.

Hij wil je nabij zijn en ondersteunen. Hij wil je helpen.

Hij zal je tillen, verder dan je voeten zelf kunnen dragen.

Zo wordt Petrus weer in de boot gezet. En dan gaat de storm liggen.

Dan komen ze samen tot een belijdenis: werkelijk U bent de zoon van God.

Werkelijk U bent Gods zoon!

[#4] Nu begrijp ik wel dat dit niet al je vragen opeens weg neemt.

Het blijft een wonder, het blijft iets ongrijpbaars.

Het is niet altijd makkelijk om uit te leggen dat je geen spoken ziet.

Maar dat je als je geloof in Jezus: dat je dan gelooft in God die alles gemaakt heeft.

Ook de natuurwetten gegeven heeft en zo de wereld leidt.

Opvallend vond ik dat jullie zeiden: wij geloven dit wel, ook al is het vreemd.

Wij kijken er niet zo vreemd van op dat Jezus op het water loopt.

Er zijn meer dingen die kan aannemen, als je gelooft dat God deze wereld gemaakt heeft.

Maar wij vinden het wel lastig hoe je dat dan uitlegt:

Hoe kun je dit nu serieus geloven in de 21e eeuw of vertellen aan iemand die niet gelooft.

Ik denk dat je het antwoord heel dicht bij jezelf mag houden.

Vroeger deed je misschien belijdenis omdat het van je verwacht werd.

Kwam je misschien niet met heel veel andere opvattingen in aanraken.

Maar jullie zijn vijf jongeren die heel goed weten hoe je verschillend tegen de dingen aan kan kijken.

Ook in de groep hebben we heel verschillende vragen, opvattingen en meningen gehad.

Hoe kwamen jullie dan toch tot deze keus? Rosanna zegt: ik wil bewust een keus maken.

Ik wil ja zeggen op mijn doop. Isa zegt: God is bij mij en Hij zal mij helpen.

Ik geloof dat ik altijd mag rekenen op Gods steun en kracht.

Hieke wijst erop dat we een geweldige toekomst tegemoet gaan en daar aan vast mogen houden!

Ik hoop dat jullie zo door het dicht bij jezelf te houden een licht in de wereld mogen zijn.

Niet omdat je zelf altijd op de toppen van je geloof loopt,

Maar omdat je eerlijk en oprecht bent. Soms heel blij en vol moed en vertrouwen.

Soms ook je alleen voelt, maar dan toch ook roept: Heer help me!

Erop vertrouwt dat God zijn belofte heeft gegeven en met je mee zal gaan.

Je altijd zal leiden, stap voor stap, en dag voor dag, verder dan je eigen voeten kunnen dragen. Omdat Hij de grote schepper en redder is, in Jezus Christus. Voor ons bidt en je steeds weer zoekt. Amen


Lukas 13:1-9 – Ben je bekeerd?

mei 15, 2022

Preek Heemse, 15 mei 2022 – Zondag 32/33: Bekering

Geliefde gemeente,

[#1] Ben je bekeerd? Kun je dat over jezelf zeggen?

We hadden het er voor de meivakantie over op catechisatie.

Wie kan nu van zichzelf zeggen: ‘ik ben bekeerd!’

We hadden er best wel discussie over: kan je dat nu van jezelf zeggen?

Sommigen zeggen: ik ben altijd al gelovig, dus hoezo moet ik bekeerd zijn?

En: ik kan niet echt een moment aanwijzen waarop ik bekeerd ben.

Zo’n bijzonder verhaal dat er opeens licht, een engel kwam of dat ik opeens heel erg moest huilen.

Maar anderen zeiden: ja, ik weet het zeker. Ik ben bekeerd, ik hoor bij Jezus.

Ik denk dat het best een actueel onderwerp is.

In deze tijd dat de eigen ontwikkeling en groei, ook de geloofsgroei centraal staat.

Is het wel genoeg als je gedoopt bent en christelijk opgevoed, belijdenis gedaan hebt?

Moet er niet een bijzondere gebeurtenis volgen die dan met bijzondere tekenen gepaard gaat.

Dat je dan nog verder groeit in je geloof en bijzondere uitingen van de Geest mee maakt?

Er zijn de laatste twee jaar minder bezoeken gebracht: maar bevraag je je zelf op je geestelijke groei?

Heb ik de Heer echt lief? Wil ik echt voor Hem leven?

Maak ik tijd voor God, of komt Hij er bekaaid af?

Hoe staat het met je bekering, met je geestelijk leven? Stel je zelf en elkaar maar die vraag!

[#2] Jezus vindt het erg nodig dat je je bekeert!

Dat lazen we net in het gedeelte uit Lucas.

In het slot van hoofdstuk 12 leert Hij ons om de nieuwsberichten te lezen met de bijbel in de hand.

Net zo als wanneer je weet wanneer er wolken uit het westen komt, er regen komt.

En als het in Israël een verzengde wind is uit het zuiden, dat het dan heet wordt.

Zo wijzen de gebeurtenissen in het nieuws erop dat God bezig is te komen.

Zoals er nu berichten zijn over oorlog in Oekraïne, over de houdbaarheid van de aarde,

Berichten over verkeersongelukken, en ernstige ziektes.

Zo weet je: eens zal de aarde door vuur vergaan. Je zult voor de rechter komen!

Zo waren er toen ook nieuwsberichten. In Jeruzalem was een ongeluk gebeurd.

Er werd een toren gebouwd: net als de tempel kon met hoge muren en bouwwerken maken.

Maar er was wat mis gegaan. Deze toren was ingestort. Iedereen sprak erover.

Onschuldige bouwers, en misschien wel onschuldige mensen kwamen om het leven.

18 doden waren er te betreuren. Iedereen sprak erover.

Waarom noemt Jezus dit bericht? Omdat er net ook een ander bericht kwam.

Een aantal Galileeërs is gedood door de wrede Pilatus. Pilatus die Jezus zal veroordelen.

Hij heeft deze mensen, rebellen en opstandelingen, om het leven gebracht.

Hij moest zorgen dat de Pax Romana, de Romeinse Vrede niet in gevaar kwam.

Hij kon geen opstand dulden. Dan werd de Keizer boos.

En wellicht waren de goden boos! Daarom had hij hun bloed vermengd met het bloed van dieren.

Hij had het geofferd aan de Romeinse goden. Wat een wreedaard!

Wat een angst voor de afgoden had hij!

Twee situaties waarin mensen om het leven komen,

Bij die toren waren ze onschuldig, de andere keer omdat ze in opstand kwamen.

Wat zegt de Here Jezus over die twee gebeurtenissen?

Hij houdt ze de mensen voor als waarschuwing.

Denk je dat die Galileeërs grotere zondaars waren dan de andere Galileeërs?

Denk je dat die achttien mensen bij de toren viel schuldiger waren dan de andere mensen?

En de Here Jezus geeft zelf het antwoord: Zeker niet!

Ze waren niet slechter of schuldiger of zondiger. Dus pas op!

Als je niet tot inkeer komt, als je je niet bekeert zul je sterven zoals zij!

Waar wijst de Here Jezus op?

Hij doelt daarmee op het oordeel dat iedereen eens zal moeten ondergaan voor Gods troon.

Dat is waar het in dit gedeelte uiteindelijk om gaat, daar draait het hier om:

Straks zult u voor God verschijnen: als je je niet bekeert, dan zul je de eeuwige dood sterven.

Maar als je wel tot inkeer komt … dan krijg je het eeuwige leven.

Ze waren nu de dans ontsprongen, ze mochten doorleven: maar laat het een waarschuwing zijn!

Daarom, als je in Gods rijk wil komen is bekering noodzakelijk.

In zondag 32 kwam dat nog duidelijk naar voren.

Kunnen mensen die ondankbaar en onbekeerd doorleven gered worden?

Het antwoord was duidelijk: nee, dan kun je niet in het koninkrijk van God komen.

Wanneer leef je dan onbekeerd?

In het catechisatielokaal vergeleek ik het met naar de zon toelopen.

Uit onszelf lopen we het licht weg, sta je met je rug naar de zon toe en ga naar je schaduw toe.

Maar als je je omkeert, straalt je gezicht in de zon. Als je dan gaat lopen, loop je naar het licht toe.

Wie is dus bekeerd? Degenen die naar het licht toeloopt, die met Jezus het licht van de wereld leeft.

Misschien is die omkeer heel plotseling gegaan, misschien ben je langzaam erin gegroeid.

Maar je hoeft dan niet zo zeer op zoek te gaan naar een moment, maar de vraag is wel:

Waar leef je voor? Leef je voor God, leef je voor het licht, straal je en maak je je leven mooi?

Wie niet van God wil weten, of hem alleen met de naam noemt, maar geen echt christen is.

Wie niet bekeerd is, die zal niet gered worden. Daarom moet iedereen die roddelt en kwaadspreekt.

Iedereen die verkeerd met drank omgaat, die verkeerd met seksualiteit omgaat.

Iedereen die leeft voor zijn eigen lusten en begeerten, elke oplichter en dief.

Tot inkeer komen! Zich bekeren! Met God in het reine komen.

Jezus is duidelijk en fel: als je je niet bekeerd, het niet goed maakt met God:

Dan zul je sterven, net als die mensen in Siloam: maar dan een eeuwige dood.

Daarom stel jezelf de vraag: leef ik voor God, maak ik tijd voor Hem, wil ik Hem dienen.

Zoals Noach dat riep bij de ark, Jona bij Nineve, en Jezus in Jeruzalem: bekeer je!  

Geloof ik in Hem, en laat ik de Geest in mijn hart wonen? Of leef ik vooral voor mijzelf?

Bekering is dus echt nodig. Als je zou zeggen: ik ben niet bekeerd, bekeer je dan, vandaag nog!

[#3] Hoe begint bekering dan? Bekering begint bij het werk van Jezus:

Hij is gestorven aan het kruis voor onze zonden!

Wanneer je gelooft in Hem dan komt er een omkeer in je leven.

Maar als Hij toch al onze  zonden vergeeft, waarom moeten we ons dan nog bekeren?

En: Als Jezus toch al onze zonden vergeeft, dan wil dat toch niet zeggen dat we nooit zondigen?

Als ik sommige dingen waar ik erg aan gehecht ben vandaag nog niet stop, maar morgen pas?

Als mijn lievelingszonde nog niet direct stopt? Jezus vergeeft het toch wel?

Je bent toch ook niet perfect, dan is het toch niet zo erg dat ik soms nog door ga met zondigen?

Als je gelooft in Jezus Christus, dat Hij voor je zonden gestorven is, dan word je gered.

Dan worden al je zonden weggedaan.

Maar dat geeft tegelijk veel blijdschap in je hart. Daar begint het mee!

Zoveel blijdschap dat je nu ook met Jezus wil gaan leven,

dat je niet alleen stopt met van God weg te lopen, maar dat je nu ook naar Hem toe gaat lopen.

Want wat is bekering?

Bekering dat begint in je hart, bij je gevoel.

Je voelt in je hart, door de Geest van God, blijdschap en vreugde,

zin en liefde om naar Gods wil te gaan leven.

Maar je voelt ook droefheid en verdriet over je zonden.

Omdat je anderen of God daarmee tekort doet, pijn doet of kwetst.

Soms is plotseling veel groei, soms gaat het geleidelijk.

De bekering is de uiting van wat er in het geloof hart speelt, de verandering van je wil.

De bekering staat niet voor niets in dit hoofdstuk van de dankbaarheid:

vanuit een gelovig hart, wordt de dankbaarheid die je voor God hebt zichtbaar.

Als je dan wel slechte werken doet. Als je toch vooral dingen doet je zelf graag wilt.

Als je dan toch roddelt, toegeeft aan een verslaving,

als je niet eerlijk bent, als je verkeerde dingen doet,

dan komt dat voort uit een ondankbaar hart tegenover God.

Maar als je echt gelooft en blij bent en goede werken doet,

dan komen die voort uit een dankbaar hart.

Komen ze voort vanuit de blijdschap die je door de Geest hebt over wat Christus gedaan heeft.

Paulus gebruikt verschillende beelden voor bekering.

Het is een verandering in je leven die heel je mens-zijn raakt!

Hij gebruikt het beeld van sterven.

De oude mens moet sterven, de nieuwe mens moet opstaan.

Dat is een proces wat nooit klaar is.

Hij noemt het ook wel: je oude, vieze kleren uittrekken en je nieuwe kleren aantrekken.

De komende tijd zullen we via de geboden gestimuleerd worden om die geboden te houden.

Dat zal wel eens confronterend zijn: hoe meer je Gods licht laat schijnen,

hoe sneller je ook dingen ontdekt die je moet laten of die nog beter kunnen.

Maar houd het begin in de gaten: je kunt er mee bezig en wilt er mee bezig

als je het begin in het oog houdt: dat Jezus ook uw Redder wil zijn!

[#4] We lazen net het voorbeeld van de vijgenboom die maar geen vrucht wil dragen.

De Here Jezus vertelt dit gelijk na zijn waarschuwing bij het instorten van de toren.

Hij wijst erop dat er een vijgenboom is die maar geen vruchten draagt.

Eigenlijk wil de eigenaar hem weghalen, maar goed, hij krijgt nog één jaar de kans.

De eigenaar doet er al extra mest bij en verzorgd hem goed.

Maar als er dan nog geen vruchten zijn, zal de boom toch weggehaald moeten worden.

Zo was het ook met de Joden.

Ze hadden lang de kans gehad om zich te bekeren, om vruchten te laten zien, maar ze waren er niet.

Nu kwam Jezus: spoorde Hij hen extra aan.

Maar als ze dan nog geen goede werken laten zien, dan komt het oordeel.

Zo gaat de Here Jezus ook met u en jou om.

Misschien hebt u al vaak gehoord wat God aan u geeft en wat goed is, misschien hoor je het voor het eerst.

God heeft veel geduld. Heel veel! Hij gaf aan die vijgenboom ook een extra jaar.

Maar … er zullen wel vruchten moeten komen.

Er zal bekering moeten zijn. DAT KAN NIET WACHTEN!

Het begint met geloof in Jezus Christus, maar je moet het daarna ook laten zien in je werken!

Kunt u nu zeggen: “ik ben bekeerd?”

De grootste moeite bij het beantwoorden van de vraag: ben ik bekeerd,

is dat er bij ons allemaal nog zonden voorkomen.

Je hebt niet altijd zin om het goede te doen, er niet altijd trek in.

Calvijn kon heel negatief over de zonde spreken,

over die oude mens die steeds weer de kop op steekt.

Hij zei: we moeten steeds weer door de wet opgezweept worden om het goede te doen.

Zelfs de jonge, gelovige dichter van Ps 119 geeft aan hoe hard we de wet nodig hebben,

anders dwalen we af. De wet stelt grenzen en spoort ons aan om Gods geboden te houden.

Wanneer mag je nu zeggen: “ik ben bekeerd”.

Dat mag als je gelooft dat Jezus voor je zonden gestorven is en dat je ook voortaan met Hem wil leven.

Maar tegelijk kun je nooit zeggen: eens bekeerd, altijd bekeerd.

Dagelijkse bekering is nodig:

dat je elke keer weer de strijd aan bindt met de zonde die de kop opsteekt.

Toch hoef je moed niet op te geven.

De bekering begint met de blijdschap over wat Christus gedaan heeft voor jou!

Alleen wanneer die blijdschap bovenaan blijft staan,

kun je steeds meer naar al de geboden van God leven. Door zijn Geest. Door zijn genade.

Wees niet bang om te zeggen: “Ik ben bekeerd”, als je gelooft dat Jezus voor jou gestorven is.

Als je wil gaan leven naar Gods geboden.

Zeg dan maar: “ik ben bekeerd, en juist daarom wil ik mij ook elke dag opnieuw tot God bekeren!”

Amen.


1 Timoteus 6:17-19 – Gods wereld, ons (t)huis  

mei 1, 2022

1 mei 2022: Themazondag Gods wereld – ons (t)huis

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Een eigen huis, een plek onder de zon! Wie wil dat nu niet?

Wat is het fijn als je in een ruim, mooi huis kan wonen!

Wat lastig als je te weinig ruimte hebt.

Of als jij geen huis kan vinden door de krapte op de woningmarkt en de hoge prijzen.

Omdat je daar geen geld voor hebt!

Ik las dat in China één of andere partijprominent groter wilde wonen, en kleine huisjes neerhaalde.

Hij had nog niet genoeg, net als Achab die niet tevreden was met zijn deel en de wijngaard van Nabot wilde hebben.

Maar is dat soms niet de manier waarop wij zelf ook met de wereld omgaan?

Deze wereld is ons gezamenlijke huis, het huis van de schepping.

Ieder heeft zijn plekje: Of dat nu een ruime villa met ene grote tuin is, of een flatje driehoog.

Een rijtjeswoning die je huurt, een studentenkamer of een ruimte in de vluchtelingenopvang.

Wat vind je: ben jij rijk?

Als ik mij vergelijk met mijn familie ben ik niet rijk,

vergeleken mensen in die flat wel en zeker in vergelijking met de mensen in Gambia.

Eigenlijk zou je kunnen zeggen: we zijn hier in Nederland allemaal rijk.

20% van de wereldbevolking heeft 80% van de rijkdom van de wereld in bezit.

Onze voetafdruk/footprint is heel groot.

Wij werken er zelf voor, maar voor elke werkende Nederlander, werken 2 mensen in de arme landen:  

Voor je telefoon is coltan nodig uit Congo, voor je kleding werken mensen in grote fabrieken in China.

Het is niet eerlijk verdeeld: en dat merk je ook aan vluchtelingen stromen.

Mensen zoeken hier meer welvaart, omdat veel mensen van minder dan 7€  per week moeten leven.

Wat een verschil!

Toch heeft 1 op de tien mensen in Nederland maar 50 euro te besteden per week.

Ook binnen Nederland heeft 20% van de mensen 80% van het geld in de bezit.

[#2] Waarom vraag ik of je rijk bent? 

Ik vraag het even, omdat Paulus hier deze twee groepen mensen apart aanspreekt.

Hij spreekt mensen aan die steeds rijker willen worden en meer willen krijgen,

die niet tevreden zijn, maar steeds meer willen hebben.

Wie zich laat verleiden door steeds meer wil hebben, kan zijn geloof verliezen.

Moet jij dat je aantrekken? Dat je ten kost van God en anderen alleen maar bezig bent voor jezelf?

Maar Paulus heeft het ook over mensen die al rijk zijn: bijna als laatste van zijn brief.

’t Is alsof hij het bijna vergeet en opeens bedenkt: o ja, in Efeze zijn hele rijken!

Het is een welvarende havenstad, met mensen die rijk geworden zijn door de handel.

Dan valt op dat er staat: God geeft dit.

Als je mooie kleren kan kopen, een nieuwe TV, een auto, een huis hebt.

Het is een geschenk van God uit de hemel. Een zegening, God geeft het.

Hij zegt: geniet ervan. Van die nieuwe mobiel, van die mooie jurk, dan die loungeset in de tuin.

Wat een mogelijkheden, wat een ontspanning, wat een gave, wat fijn als je dat verdiend hebt.

Tegelijk komt er ook een enorme verantwoordelijkheid op je af.

Want wat doe je ermee? Iemand die motorrijles volgt leert al snel:

Waar je naar kijkt, daar ga je heen. Paulus zegt: Je bent op weg naar de verschijning van Jezus!

De wereld zal vergaan, maar je mag eeuwig leven, omdat Jezus voor Pilatus heeft getuigd.

Omdat Hij is gestorven en opgestaan, ons voor gegaan naar de hemel.

Wat een troost mag dat nu zijn, ook bij het overlijden van Annie Veurink.

Als onze aardse tent wordt afgebroken, hebben we een hemels huis, niet met handen gemaakt.

Paulus zegt: laat je doel niet zijn om op je rijkdom te bouwen.

Als je denkt: mijn leven is wel op orde, want ik heb geld en bezit,

dan denkt Paulus aan wat Jezus zegt: verzamel je geen schatten op aarde.

Die mooie, dure kleren: ze kunnen door mot, door beestjes aangevreten worden.

Je mooie bezittingen: langzaam zullen ze weg roesten.  

Hier kan je bezit opeens weg zijn: als er bommen vallen en je moet vluchten.

Of als God je wegneemt, dan kun je een schuur vol hebben, maar dan heb je er niets aan.

Verwacht daar niet je geluk van. Het is geen stevig fundament voor je levenshuis.

Als je het wel verwacht van je geld, dan word je hoogmoedig, dan houdt je het voor jezelf.

Dan verwacht je veel van jezelf en je eigen kracht, maar dan gaat het mis.

[#3] Wat moet Timoteüs dan wel tegen de rijke mensen zeggen?

Timoteüs moet de mensen opdragen om

‘goed te doen, rijk te zijn aan goede daden, vrijgevig en bereid om te delen’.

Dit huis van de wereld, waar wij zoveel van in bezit hebben, moeten we niet afsluiten.

De aansporing is om de deuren te openen, om geld te gebruiken om goede dingen te doen.

Om te delen met mensen die minder hebben, je echte rijkdom niet te zoeken in geld.

Zorg ervoor dat als je rijk bent je juist rijk bent in goede daden. Veel goeds doet voor anderen.

Hoe kun je dat doen? Je kunt giften geven aan goede doelen, maar het kan ook heel concreet.

Koop je koffie, bananen en chocola die fairtrade zijn of maakt het je niet uit

dat mensen die het verbouwen van een hongerloontje bijna niet kunnen leven?

We bidden ‘geef ons ons dagelijks brood’, niet geef mij: mogen arbeiders ook wat verdienen?

Als je alleen maar let op of iets niet te duur is, dan betekend het nog niet dat het goedkoop is,

het betekent dat iemand anders daar de prijs voor betaalt.

Dat geldt ook in Nederland krijgen pakketbezorgers en schoonmakers ook waar ze recht op hebben?

Of moeten ze leven van een schamel loontje en kunnen ze hun amper hun kinderen zien?  

Betalen we de boeren voldoende zodat ze ervan kunnen leven en voor de dieren kunnen zorgen?

Als rijken kunnen we het land besproeien en hogere dijken bouwen, maar

denk eens aan de mensen die in Kenya wonen en door de droogte niets meer kunnen verbouwen.

Denk eens aan de mensen op de eilanden die overstroomt wordt door de klimaatverandering.

Aan de mensen in de bergen waar je niet meer kan skiën omdat er geen sneeuw meer is.

Wat doe jij als rijke aan goede daden om deze schepping te beschermen?

De overheid zegt: zet de verwarming niet hoger dan 19, douche niet langer dan vijf minuten.

Denk goed na over de vliegreizen die je maakt. Zijn ze echt nodig of is er een alternatief?

Paulus spoort de rijken aan: wees vrijgevig en bereid om te delen.

Wat is het mooi als je zo je rijkdom niet voor jezelf houdt, maar deelt met anderen.

Als je gastvrij bent, echt ziet wat de ander nodig heeft:

En als je niet rijk in geld bent, maar wel in tijd, liefde en aandacht:

Deelt met anderen, oog hebt voor anderen, tijd maakt voor anderen.

[#4] Maar als Jezus terugkomt, waarom zou je je dan zo inzetten voor de wereld?

Zou je als christen niet zeggen: het komt toch allemaal goed.

De wereld moet toch een keer vergaan, en God zal ons dan wel redden?

Dan zou ik willen wijzen op Jezus. Hij vond het niet te min, om deel te krijgen aan deze wereld.

Hij kreeg een aards lichaam, hij werd mens zoals u, jij en ik. Hij at, dronk, sliep en werkte.

God had deze wereld zo lief, waar Jezus zelf op gewoond heeft, zijn eigen Schepping!

Deze wereld, er is geen andere wereld, wil Hij redden. Als God geeft om deze wereld,

Laten we dan ook deze wereld concreet liefhebben en goed verzorgen.

Als goede beheerders, verantwoord, liefdevol, met heel ons hart.

Tot de dag komt dat je er een vernieuwde wereld komt, waar je met een vernieuw lichaam woont.

Maar is dit niet heel moeilijk? Wordt er dan niet heel van je verwacht?

Het zal misschien niet in één keer lukken, maar doe het in kleine stapjes.

Als je een jaar 1 dag per week geen vlees eet scheelt dat 1250 km met de auto en 750 liter water!

Je weet misschien niet welke kleding eerlijk gemaakt wordt, zonder uitbuiting:

maar je kunt je er ook een keer in verdiepen en besluiten bij welke winkel je wel of niet koopt.

Je kunt kiezen vlees, melk en kaas te kopen dat lokaal geproduceerd is.

Het begint dicht bij huis: gooi je de boel zo uit de auto, of help je juist mee de buurt schoon te houden?

Paulus spoort aan om te genieten van wat je hebt. Ik denk dat dat het grootste probleem is.

Kunnen je genieten van je rijkdom en tevreden zijn?

De reclames, folders, loterijen praten ons altijd een gevoel aan dat je meer nodig hebt. 

Het is nooit genoeg, het kan altijd beter.

Juist als gelovige zou je toch tevreden moetne kunnen zijn?

Het geloof brengt grote winst zegt Paulus.

Wees tevreden met wat je hebt: je hebt niets meegebracht en je kunt ook niets meenemen.

We hebben kleren en voedsel: laten we daar tevreden mee zijn!

Heb je die nieuwe kleren echt nodig?

We hebben in ons kledingkasten genoeg kleren hangen voor ons

en voor de volgende zes generaties die komen!

Heb je dat nieuwe apparaat echt nodig?

We doen gemiddeld 3 jaar met een apparaat, terwijl een veel elektrische apparaten 7 jaar mee kunnen. En als iets kapot is koop je dan gelijk een nieuwe, of probeer je het te laten maken? Vaak kunnen stofzuigers, klokken, koffiezetapparaten net zo goed nog gemaakt worden, soms zelfs in een repaircafé.

[#5] Tenslotte: vergeet niet wat Paulus hier zegt over het vertrouwen.

Stel je vertrouwen niet op rijkdom, maar op God!

God heeft deze wereld gemaakt:

Gisteren was ik bij de Lutterberg: de zon kwam op, het gras lag in rijen op het veld, de kievieten vlogen heen en hen weer: ik hoop dat we nog lang van een mooie schepping kunnen genieten!

Als God zo al voor de schepping zorgt, en wij mensen onze plek in mogen nemen.

Wees dan niet bezorgd!

Soms is het moeilijk, is er vervuiling, gaan dingen kapot, is er ziekte, is er pijn, overlijden.

Maar Paulus zegt hier: wie zijn vertrouwen op God stelt legt een stevig fundament.

Die bouwt vast de fundering voor een huis dat nooit vergaat en eeuwig blijft.

Een huis dat je niet zelf kan verdienen, maar dat een geschenk is uit genade.

Laten we zo elk op onze eigen plek onze taak vlekkeloos en onberispelijk uitvoeren:

Totdat Christus komt: eens zal Christus weerkomen, die een ontoegankelijk licht bewoont.

Geen mens heeft hem ooit gezien: maar eens zal Hij komen en dan oordelen.

Aan hem zij de eer een eeuwige kracht: laat zijn kracht in je werken.

Om op jouw plek in dit wereldwijde, gezamenlijke huis God en je naaste lief te hebben.

Om zuinig te zijn op de schepping en je naaste, samen in ons gemeenschappelijk huis! Amen.