Psalm 37 – Leg je leven in de handen van de HEER!

september 2, 2019

Preek gehouden Heemse, 18 augustus 2019

Tekst: Psalm 37

Bij de schriftlezing vermelden: dit is een psalm aan de hand van de letters van het Hebreeuwse Alfabet. Elke twee verzen zijn een letter, we lezen de eerste letters, maar misschien mooi om thuis de hele psalm nog eens te lezen.

Geliefde gemeente van onze Heer,

[#1] Met welke houding sta je in het leven?

Dat is de belangrijkste vraag die Psalm 37 vanmorgen aan je stelt.

Het kan zomaar gebeuren dat je je gaat ergeren.

Dat je iemand heel irritant vindt en je er vervolgens over opwindt.

Over de manier waarop ze reageren, wat ze tegen je zeggen.

Misschien erger je aan mensen hier tijdens de kerkdienst.

Of je ergerde je deze week aan iemand thuis, op school of op je werk.

Dat je iets aan hen uitgeleend hebt, maar het nooit terugkrijgt.

Dat ze vertellen wat ze allemaal konden doen, terwijl door je ziekte bijna niets kan doen.

Dat je aan alles kan zien dat ze het goed hebben, maar God er nooit voor bedanken.

Soms lijkt het mensen die nergens aan doen en nergens omgeven, juist goed te gaan.

Toen Maarten Luther schreef: ‘Hoe groter de schurk, hoe groter zijn voorspoed’.

Dus mensen die gemeen, oneerlijk, met listen, als een schurk te werk gaan.

Die mensen gaat het soms juist ook voor de wind.

Dan kun je je soms zomaar ergeren en gaan mopperen.

[#2] Letter ‘A’, het begin van Psalm 37, zegt gelijk: erger je niet!

Jongens en meisjes, kennen jullie dat spelletje? Mens, erger je niet!
Ik denk dat iedereen het wel kent! En wat is het moeilijk om je niet te ergeren.

Als de ander steeds een zes gooit, en jij op je plaats blijft staan. Als de anderen vervelend doen.

Of niet helemaal eerlijk! Het spel kan, bij mensen die zich wel ergeren, zomaar erin eindigen dat er ruzie komt en het bord omgedraaid wordt en pionnetjes op de grond belanden.  

De psalm zegt: Wind je niet op! Niet over slechte mensen, niet over mensen die kwaad doen. (vs 1)

Erger je niet aan wie slaagt in het leven, wie met listig is: oneerlijk steeds rijker wordt (vs 7)

Wind je niet op, laat je woede varen, erger je niet, dat brengt alleen maar onheil! (vs 8)

Kennelijk is dat de boodschap die je vandaag meekrijgt van de psalm.

Oké, er gebeurt van alles. Er is veel onrecht. Er lijkt veel oneerlijk. Maar maak je niet druk.

Ga je niet ergeren. Blijf rustig en wind je niet op!

[#3] Maar is er dan geen reden om je op te winden? Daarmee komen we bij de kernvraag van de Psalm.

Een Psalm over Gods leiding, zijn zorg en wat het voor zin heeft om te geloven.

Want merk je nou echt verschil tussen mensen die geloven en niet geloven?

Heb je er nu wat aan dat jij naar de kerk gaat, bidt, dankt en met God wil leven?

Of heb je er eigenlijk maar niets aan.

Soms lijkt het zo: word je er nu gezonder van dat je gelooft?

Word je er rijker van? Word je er gelukkiger van?

Wat geeft het geloof je?

[#4] De psalm is wel duidelijk dat er na dit leven verschil is.

Nu, in dit leven, zie je misschien nog niet wat het verschil is.

Maar uiteindelijk, op de dag van het oordeel zal het duidelijk worden.

Dat de ongelovige wel bloeit, en groeit, maar dat hij is als gras.

Het gras verdort. Zo’n gele vlakte wordt het. En de bloem valt af.

Hij is als een woekerende laurier (vs. 35): eerst is hij overal, maar dan is hij nergens meer te vinden.

Hij is als rook (vs. 20): het lijkt eerst heel veel, maar het duurt maar even het is helemaal verdwenen.

Na dit leven zal de mens die zonder God leeft niet meer bloeien.

Dan heeft hij geen toekomst, dan hoort hij niet bij God.

De psalm zegt heel duidelijk: voor straks maakt het wel degelijk wat uit of je gelooft.

Nu is er onrecht, gaat het mensen die niet geloven soms beter. Maar uiteindelijk komt er verschil.

Op het dag van het oordeel, zal God hij zich bij God moeten verantwoorden.

En wie het dan niet van God verwacht heeft geen toekomst.

Zal niet eeuwig leven, zal de nieuwe hemel en aarde niet bewonen.

[#5] Maar dat lost je vragen nog niet gelijk op. Het is fijn om te weten dat God redt.

Maar je gelooft toch niet alleen om in de hemel te komen?

Dat je gelooft om maar niet veroordeeld te worden en straks niet in de hel te komen?

Daarom is het goed om te kijken wat de psalm nog meer zegt.

Wat voor verschil maakt het nu al of je in God gelooft of niet?

Daarvoor letten we op de letter B (vers 3,4), C (vers 5,6) en D (vers 7,8) van de psalm

[#6] De Psalm wil niet dat je je opwindt, maar juist rust vindt.

De psalm zegt bij letter B: vertrouw op de HEER.

Vertrouwen houden is heel belangrijk. Dat je gelooft in God.

En let op dat er dan staat: Vertrouw de HEER!

Er staat niet: God. Niet God, als een soort lot.

Dat je van alles wat gebeurt zegt: dat is God.

Dat God een soort samenvatting is van alles wat je in het leven overkomt.

Er gebeuren mooie dingen, gewone en lastige dingen en je zegt dan: ‘dat is God!’

Dan is er weinig verschil tussen jou en iemand die in het noodlot gelooft.

Er staat: vertrouw op de HEER.

Jongens en meisjes, zie je dat dat woord met vier hoofdletters is geschreven?

Dat wil zeggen: er staat eigenlijk Jahwe. Ik ben die ik ben.

Vertrouw maar op de HEER, de God van het verbond, de God die er zal zijn.

Die juist in deze wereld binnengaat en de dingen op zijn kop kan zetten.

Die in Christus het lijden en de nood op zich genomen heeft.

Die de gang van de geschiedenis heeft doorbroken en de dood heeft overwonnen.

Dat je vertrouwt dat Hij je bij je is, er was, er is en er zal zijn.

Dat Hij in Christus Jezus het goede voor je zoekt en je leven leidt.

Dat, ook als het moeilijk is, Hij bij je is.

[#7] Daarvoor zegt de Psalm ook bij letter C: leg je leven in de handen van de Heer.

Die tekst kun je lezen als er een baby’tje is geboren.

Als ouders weet je nog niet wat er gaat gebeuren, maar zijn leven mag in Gods handen zijn.

Je kunt die tekst lezen als er moeite is, of juist als je dankbaar bent.

Je leven in de handen van de Heer leggen: met je vragen, met je ziekte, met je zorgen.

Ook bij een overlijden mag het een troost zijn, als je weet dat iemand zijn of haar leven in de handen van de Heer heeft gelegd.

Dat hij of zij zich afhankelijk wist van de HEER en van zijn zorg.

Zo mogen we heel het leven in Gods handen leggen.

Eigenlijk staat er: wentel je levensweg op de Heer.

Je komt het nog wel eens tegen als een wandspreuk.

Het is niet iets dat vanzelf gaat. Het is alsof je een grote steen moet duwen.

Alsof je die steen moet wentelen met kracht.

Met alles wat er gebeurt steeds weer naar God toegaan.

Niet krampachtig zelf eruit zien te komen.

Dan loop je vast in je vragen. Dan snap je niet hoe dingen soms lopen.

Dan wordt die steen een zware last die je amper kan dragen en waar je bijna onder bezwijkt.

Maar bij alles wat op je weg komt: op je werk, je gezondheid, je school en opleiding.

Als je er een nieuw seizoen begint: Wentel het op de Heer.

Leg het in de handen van de Heer en vertrouw op Hem.

Vertrouw erop dat Hij meegaat en dat Hij het zal maken.

Dat Hij geeft wat nodig is.

Dat Hij in ieder geval recht zal doen en zijn licht zal laten schijnen.

Het is het tegenovergestelde van je ergeren en je opwinden.

Het is je in vertrouwen overgeven aan God en het in zijn handen leggen.

Dat is sowieso beter voor je gezondheid: wind je niet op,

maar beveel je wegen aan wie het al bestuurt, zoals we straks zullen zingen.

Bij alle vragen die je bezig houden, geloven dat God wegen zal vinden waarlangs je voet kan gaan.

[#8] En dan de letter D: Wees kalm. In de oude vertaling staat: wees stil voor de HEER en verbeid hem (breng je tijd door bij de HEER)

De psalm spreekt dus niet alleen over later, maar ook al over het nu.

Je mag nu leren vertrouwen op de Heer, je mag nu je leven zijn handen leggen.

Ja, nog meer: je mag nu je geluk bij de Heer zoeken (vers 4).

Daarmee wordt bedoelt: je mag bij Hem zijn. Tijd voor hem maken.

Je mag ervan genieten om tot Hem te zingen,

alleen of samen met anderen en zijn naam groot te maken.

Je mag ervan genieten om te bidden en alles wat je bezig houdt bij hem neer te leggen.

Je mag gewoon stil voor Hem zijn en tijd met Hem doorbrengen.

Je mag de bijbel lezen en hem steeds beter leren kennen, ook in Jezus Christus.

Ik hoop dat je die liefde van God mag leren kennen:

misschien als je bij een hele groep mensen bent, misschien als je alleen bent.

Dat je diep in je hart de liefde van God voelt.

Wat je boven alle verdriet, leed, rouw uittilt, boven alle aardse vreugde.

Dat je je handen uitstrekt naar God. Dat je hem lief hebt met een onuitsprekelijke liefde.

Dat zijn vrede die alle verstand te boven gaat je hart mag vervullen.

Zo mag je stil zijn voor God: stil, mijn ziel, wees stil

en wees niet bang voor de onzekerheid van morgen.

Dat is het verschil tussen met de slechte mensen in deze psalm.

Het is geen psalm je leert: als je goed doet, zal het je goed gaan.

En als je pijn en moeite overkomt zul je wel wat verkeerd hebben gedaan.

Met zulke simpele redeneringen kwets je anderen.

Werd Job gekwetst door zijn vrienden, toen hij alles kwijt was.

God is niet in zulke simpele redeneringen te vinden.

Maar wat deze psalm wel zegt is:

Het verschil is of je in je leven leert vertrouwen. Of je los kunt laten en over kunt geven.

Geloof je dat God er is, en met je meegaat. Dat Hij, ook door kwaad heen, je wil leiden?

Wie zijn leven in Gods handen legt, wie in hem gelooft: mag zich geborgen weten.

Wie zich ergert, wie zich afzet, wie niet van God wil weten, draagt uiteindelijk geen vrucht.

[#9] En juist door dan zo op God te vertrouwen, mag je in je daden het goede laten zien.

De psalm roept op om het goede te doen. Te leven met oog voor God en je naaste.

De rechtvaardige heeft misschien niet veel, maar wat hij heeft houdt hij niet voor zichzelf.

Hij helpt anderen: nodigt ze aan tafel of leent het geld uit. Zo is hij in een kleine kring tot zegen.

Daarom zegt de Psalm: beter het weinige dat een rechtvaardige heeft, dan de rijkdom van talloze zondaren.

De mond van de rechtvaardige spreekt wijze woorden.

Zijn tong spreekt gerechtigheid. Hij draagt de wet van God in zijn hart.

Zo mag je tot zegen zijn. Ben je niet jaloers op anderen, hoop je niet dat de vijand ten val komt.

Ben je niet blij als die man die jou het leven zuur maakt bijna onder de auto komt.

Zo leer je hier al iets van de liefde voor vijanden, die Jezus ons leert.

De Here Jezus zelf sluit ook sterk aan bij deze psalm als Hij zijn onderwijs begint.

Deze psalm benadrukt steeds opnieuw dat je uiteindelijk het land zal bewonen.

Jezus zegt ook dat je de aarde zult beërven, bezitten. Als je zachtmoedig bent van hart.

Als je die houding leert door de omgang met Hem. Als je de minste weet te zijn en je leven in Gods handen legt.

Dat je nederig bent, en je niet opwindt en ergert.

Misschien vraag je je af: kan ik dat? Ik met mijn karakter?

Dat vraagt oefening. Ik weet niet of het helpt om vaker ‘mens, erger je niet te spelen’.

Misschien is dat iets om deze zondag eens met elkaar te doen.

Maar het belangrijkste is om het te oefenen in je dagelijks leven.

Om elke dag weer God daarom te bidden. Op je knieën gaan. Je klein maken. Je zegeningen tellen.

Dat delen met anderen en zo je geloof en vertrouwen uitdragen.

Soms struikel je, maar mag je bij God komen en vragen om vergeving.

Soms is er veel verdriet en moeite, bid om kracht dat je het bij God neer mag leggen.

Zo mag je een licht zijn op de kandelaar en iets van de vrede van God laten zien.

En dan mogen we eindigen, zoals de psalm eindigt, met een vaste belofte.

De Heer heeft altijd geholpen en bevrijd, dat is de conclusie van de psalm.

Hij bevrijdt van de zondaars.

Hij redt hen. Want … de rechtvaardigen schuilen bij Hem! Amen

Advertenties

Zondag 46 – Bid Abba, Vader

september 2, 2019

Preek gehouden in Heemse, 1 september 2019
Tekst: Zondag 46

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[#1] Hoe moet je bidden? Die vraag is niet één, twee, drie te beantwoorden.
Bidden gaat niet vanzelf. Bidden kan sleur worden, bidden kan een gewoonte worden.
Soms zoek je naar woorden, of bid je zomaar hetzelfde.
Je vraagt je af of het wel zin heeft; of God naar jou wel wil luisteren.
Of je niet tegen de lucht praat.
Komende tijd willen we in de middagdiensten luisteren naar Gods boodschap over het gebed.
Hoe wil Hij dat je je het gebed begint.
Wat zeg je tegen God, hoe spreek je Hem aan?
Juist vanuit de vraag hoe je je gebed begint, leer je veel van wat bidden is.
Of het praten is tegen een afstandelijke verre God, of dat Jezus juist je vriend is.

In Lucas 11 vinden we een korte vraag van de leerlingen: Heer, leer ons bidden.
Ze zien dat de Here Jezus zelf aan het bidden is.
Vooral Lucas noemt regelmatig dat Jezus bidt: Jezus bidt bij zijn doop.
Na zijn optreden, trekt Hij zich regelmatig terug op eenzame plaatsen.
Soms bidt Hij een hele nacht.
Ze zijn benieuwd hoe je dan goed bidt. Leer het ons, Jezus!
Iemand zei: eigenlijk is dit ook al een gebed. Je mag Jezus alles vragen.
Wat de leerlingen hier doen is eigenlijk zeggen: Heer, leer mij wat ik moet zeggen.
Leer mij wat ik, als ik mijn handen vouw, kan vragen.
Heer, geef mij de woorden in mond om de juiste dingen te vragen.

[#2] Wanneer Jezus dan antwoord geeft, dan zegt Hij. Als je bidt, zeg dan: ‘Vader’
In het leesrooster stelde ik al de vraag: wat past het beste als we God aanspreken?
Danielle en Herman zijn net vader en moeder voor Thomas geworden.
God komt in de bijbel voor een als Vader, die liefdevol voor zijn kinderen zorgt.
God is als een moeder die haar kind zal troosten.
God is tegelijk ook machtig, hoog verheven: een strijder!
Wanneer je Joodse gebeden ziet dan klinkt daar vaak lof op de grote God in door.
De heiliging van Gods naam. Loven en prijzen!
Dat is mooi en goed, en je kan daar veel van leren voor je gebed.
Dat komt ook in het Onze Vader naar voren: uw naam worde geheiligd.
Maar de leerlingen, die een Joodse opvoeding hadden bij de Rabbijnen.
De leerlingen die Johannes hadden meegemaakt: leren van Jezus iets nieuws.
Jezus is de zoon van de Vader, en daardoor mag jij een kind van God zijn.
Hij stierf voor onze zonden, hing aan het kruis.
Daardoor ben je kind van God zijn. Mag je altijd tot Hem komen en praten.
Als een kind tot een Vader. En juist daasrom mag je vragen wat je nodig hebt.
Heer geef ons ons dagelijks brood. Geef mij eten, drinken, een dak boven mijn hoofd.
Zorg voor de kleine Thomas en geef dat hij in gezondheid op mag groeien.
Zorg voor degenen die ziek zijn en een operatie moeten ondergaan.
Geef eten, drinken, gezondheid. Geef kracht aan ons lichaam.
Maar zorg ook voor onze ziel en ons hart. Dat we geestelijk brood krijgen.
Brood waar je geen honger meer van krijgt. Dat u ons hart vervuld.
Dat we rust vinden bij U als er pijn is van een overlijden.
Dat onze kleine kinderen leren bidden en de bijbelverhalen horen.
Zo leren hoe God een goede vader is.
Dat onze oudere kinderen geloven en uw waarheid en liefde hun leven lang meenemen.
Dat U ons beschermt tijdens ons komen en gaan, tijdens ons reizen.
Je mag praten als een kind tot Vader! Je mag alles vragen wat je nodig hebt.

[#3] Maar vraag God dan ook! Vergeet niet om het te vragen.
Als er problemen zijn op je werk. Als er spanning is in je relatie.
Als je de nood van vluchtelingen ziet, de financiële moeiten bij vrienden.
Als je je zorgen maakt over de natuur, als je dieren een vreemde ziekte krijgen.
Jezus vertelt er gelijk een voorbeeld bij, over hoe je God alles mag vragen.
Over hoe dat zin heeft. Ook vroeger hiep men elkaar:
Net als wanneer je een cake aan het bakken bent en je hebt een ei nodig …
Stel je voor er komt midden in de nacht iemand bij je.
Hij heeft niet geappt, niet gebeld, hij staat gewoon voor je deur.
Dat gebeurde toen, toen er nog geen telefoons waren, wat vaker dan nu.
Stel je voor, je hebt geen brood, niets te eten in huis.
Wat zou je doen als je buurman of buurvrouw opeens midden in de nacht je wakker belt?
Hier lezen we dat die buurman het helemaal niet leuk vond. Val me niet lastig, midden in de nacht!
Ik slaap al, mijn kinderen slapen al. Je maakt iedereen wakker en morgen moet ik er weer vroeg uit.
Maar zijn vriend blijft aandringen: kom op, help me nou.
Jezus zegt: zeker weten dat die vriend het dan zal geven,
als was het alleen al omdat hij zich schaamt dat hij eerst zo reageerde.
Dan zal God je helpen, niet uit ergernis, of schaamte, maar uit liefde.
Het heeft zin om te vragen. Het heeft zin om aan te dringen.

Daarom zegt Jezus vraag, zoek en klop.
Eerst vragen: vragen staat vrij. Er is een God die hoort. Hij kan helpen.
Bidden is niet: wat meedelen, voor jezelf ordenen, therapeutisch over dingen nadenken.
Nee, je vertelt het tegen Iemand. Tegen God in de hemel. Je mag een antwoord verwachten.
Nog wat sterker zegt Jezus: zoek. Als je zoekt, dan vraag je niet alleen om iets.
Je vraagt niet waar je sleutels liggen. Je gaat ook zoeken en actief bezig.
Je gaat God opzoeken: je opent je bijbel, je ontdekt wie God is en wil zijn.
Je komt naar de kerkdiensten om van Hem te leren. En het belangrijkste:
Je zoekt een manier van leven, zoals past bij God.
Tenslotte ga je ook kloppen: aandringen. Vragen.
God belooft: Ik zal de deur open doen.
Ook al is het soms later dan gedacht. Is het anders dan gedacht.
Ik hoor je gebed en zal naar je luisteren. Ik ben je hemelse Vader.
Keer op keer verzekert Jezus in dit gedeelte dat God je hoort en zijn belofte na zal komen!
Vergeet dan niet te bidden!

[#4] Waar kun je dan overal voor bidden?
Je mag alles vragen, maar let er wel op dat er staat ‘Onze Vader’.
Je bidt tot God niet puur voor jezelf. Je bidt samen met je familie, kerkgezin en anderen.
Je bidt voor dingen die niet alleen goed voor jou zijn, maar ook voor de wereld.
Het is niet eigen wensen, eigen sportclub, eigen volk eerst.
God is niet een God die er puur is voor jou. God is een God voor heel de wereld.
God is verheven in de hemel. En dat is het tweede punt dat je gebed richting mag geven.
Het Onze Vader leert ons om los te komen van te veel ik-gerichte gebeden.
Daarom is het goed om dit regelmatig te bidden. Het verrijkt je gebed.
Probeer dan ook maar eens zo’n gebed te bidden en te herhalen in eigen woorden of toegepast op je eigen situatie. Door concreet een keer je zonden te noemen, te noemen waar je God voor prijst en zijn naam voor heiligt of te zeggen welk brood jij nodig hebt.
Wanneer je zo door het onze Vader gericht bent op de hemel zie je steeds de grootheid van God.
Uiteindelijk is het doel, dat de hemel op aarde komt.
Dat de verheven Heer, die alles kan, en troont in de hoogste hemel, hier onder ons woont.
Laten we steeds de komst van zijn rijk voor ogen hebben.
Toets daar je gebeden maar op: als ik iets vraag,
is dat dan ook goed voor mijn naaste en draagt het bij aan de komst van Gods nieuwe rijk?

[#5] Ik merk dat jongeren het soms wel lastig vinden om te bidden.
Als je thuis christelijk bent opgevoed, hebben je ouders meestal gebeden.
Een kind kan soms heel vrij en open bidden: soms als voorbeeld.
Voor een konijn, maar ook voor een zieke opa.
Wat een kinderlijk vertrouwen soms.
Soms kunnen kinderwoorden zo bemoedigen.
Dat vast vertrouwen: Oma is nu toch in de hemel.
Wat is het mooi als kinderen het Onze Vader geleerd hebben en bidden.
Als je ouder wordt kan het soms lastig zijn om te bidden.
Praten met God als Vader. Maar wat als jouw eigen vader of moeder amper tijd voor je maken?
Wat als je beeld van een vader, door je eigen vader en moeder, heel negatief is.
In het beste geval zijn aardse vaders een zwakke afspiegeling van de vader in de hemel.
Wat mooi dat Jezus daarbij aansluit: Vaders zijn onvolmaakt, zijn niet perfect.
Maar het gaat helemaal tegen het vadergevoel in om je kind een slang, steen of schorpioen te geven.
Dan zal zeker God ons geven wat goed voor ons is.

Nee, dan krijg je niet precies wat je vraagt. Je mag alles vragen: bidt maar wat je nodig hebt.
Bid maar voor wat je graag wil. Maar als jij aan je vader iets vraagt, krijg je het ook niet altijd.
Je krijgt niet altijd die legoauto, spelcomputer, wandelwagen die je vroeg.
Maar je ouders willen je wel iets goeds geven.
Jezus zegt hier: God geeft zijn Heilige Geest.
In Matteüs staat: God zal het goede geven.
Ik heb mij vaak afgevraagd wat je dan precies aan de Heilige Geest hebt, als je allerlei vragen stelt aan God. Maar als je dit naast elkaar ziet staan, wordt het wel duidelijker.
De Vader geeft het goede, de Vader geeft de Heilige Geest.
De Heilige Geest is het goede, is het beste wat je kan overkomen.
Dat is de vrede van God in je hart en in je leven krijgen. Waardoor je rust krijgt en vertrouwen.
Waardoor je Christus in je hart laat wonen. Bij alle verdriet en tegenspoed, maar ook bij alle voorspoed.
Dan houd je eraan vast dan dingen geen toeval, noodlot, geluk of pech zijn, maar dat je leven geborgen ligt in de hand van God, jouw hemelse vader.
Die zoekt wat goed voor je is. Zoals van de week iemand zijn: hoe het ook komt, het komt goed!
Dat je het vertrouwen dat je mag hebben als je de hemelse vader kent. Amen


Romeinen 12 – Ik geef mijzelf voor U!

september 2, 2019

Preek Heemse, 2 juni 2019
Tekst: Romeinen 12:1-8

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[#1] Ik weet niet of je wel eens naar ‘The Voice’ kijkt of naar het Eurovisiesongfestival. Als je daarnaar kijkt dan is dat een soort talentenjacht. Sommigen mogen zingen en meedoen, sommigen bakken er niets van en druipen teleurgesteld af. Anders schitteren op het podium en worden gekozen. Ze gaan op tournee en worden beroemd. Zou je kunnen zeggen: degenen die hier voorin de kerk zitten zijn zulke sterren: zij mogen nu deze plek innemen en straks op het podium zitten?
[#2] Of is het meer zoals van de week op de app van de voetbal. Het seizoen is weer voorbij, de kleren moeten worden ingeleverd, maar ze moeten dan ook schoon zijn. Wie regelt dan dat die kleren gewassen worden. Gelukkig is er iemand zo lief is om aan te bieden de kleren wel te wassen zodat ze makkelijk in één keer ingeleverd kunnen worden. Degene is niet zozeer uitgekozen, maar staat straks wel de vieze kleren in de wasmachine te stoppen en de shirtjes op te hangen. Zou je daar de ambtsdragers mee kunnen vergelijken: als er niemand is, dan willen zij het wel doen?
Je snapt dat beide voorbeelden mank gaan, al zit in beiden een kern van waarheid. Maar wat betekent het dan om samen een kerk te vormen, waarin taken gedaan worden, waarin iedereen verschillende dingen goed kan? Waarbij sommigen een ‘grote ik’ hebben, anderen zich niet gezien voelen, een derde heel enthousiast is, maar een vierde teleurgesteld zich terugtrekt. Wat is het verschil tussen de gemeente, en de muziek, sport of hobbyclub? Hoe kun je als gemeente voorkomen dat je wegzakt, maar dat je het juist volhoudt en tot bloei komt en een levende, stralende gemeente bent?

[#3] U gaf uzelf voor mij, ik geef mijzelf voor U
1. Als offer
2. Binnen het lichaam
3. Met mijn gaven
[#4] Het eerste wat Paulus ons hier leert, is dat je plek innemen in Gods kerk te vergelijken is met een offer. Wat is een offer? Dan zou je een bokje, bijvoorbeeld uit het dierenpark hier, meenemen en dan gingen we dat hier bij de kerk slachten en offeren, bijvoorbeeld daar bij de Kelder.
In Israël deden ze dat bij de samenkomst.
De Romeinen deden dat ook: je gaf iets van jezelf en je hoopte dan dat God jou zou helpen. Hier in Nederland zijn ook nog wel altaren gevonden, bijvoorbeeld dat ze dan een goede overtocht naar Engeland zouden hebben.
[#5] Paulus vraagt nu dat je ook een offer gaat brengen.
Maar daar hoef je niets voor mee te nemen, behalve dat je jezelf meeneemt.
Dus je armen, je voeten, je hoofd, heel je lichaam.
En dan niet alleen je huid en lichaamsdelen die je aan kan raken, maar ook je gedachten, je verstand, je wil: jij, zoals je bent, met wat je kunt.
Zo lazen we dat net: broers en zussen, stel u als een levend, heilig en een god welgevallig offer in zijn dienst.
Dat je dus zegt: Neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan U eer.

Dat is dan niet iets wat God vraagt van sommigen:
ieder die bij God wil horen, wordt gevraagd en opgeroepen om zichzelf helemaal te geven tot eer van God.
En dan geen offer waar je je neus voor dichtknijpt vanwege de stank en viezigheid, maar dat echt lekker ruikt. Een term die gebruikt werd voor de heerlijke wierookoffers in de tempel. Een heilig offer: zoals een Israëliet vroeger niet dat lammetje met een gebroken poot mocht geven, maar het beste moest geven, zo vraagt God om iets moois aan hem te geven. En dan ook nog levend: je geeft niet iets, je geeft jezelf aan God.

[#6] En ja … dat voelt soms wel eens echt als een offer. Het vraagt iets van jezelf. Wat kies je liever: lekker een middag gamen, of iets doen voor die buurvrouw die de hele dag alleen is? Een avond lekker niets doen en op de bank hangen, of op bezoek gaan bij diegene die net zijn moeder verloren heeft? Geef je je geldt uit aan een nog mooiere tuin of een betere vakantie, offer je je geld voor de vluchtelingen? Ga je gezellig bij je vertrouwde familie en vrienden op bezoek, of ga je na kerktijd een keer naar diegene die je niet gezien hebt?

[#7] Maar … zo kom je toch zomaar in de sfeer van ‘moeten’?
Dan is geloven toch vooral veel geven en hopen dat je iets terugkrijgt?
Dan ben ik op een gegeven moment toch gekke henkie die alles kan doen?

Zo praat Paulus er helemaal niet over. Hij zegt juist: Pas je niet aan aan de manier van denken van deze wereld. Je neemt heel makkelijk over van je vrienden, buren, mensen, ook kerkmensen wat leuk, lekker en belangrijk is. Dat je aan jezelf moet denken en jezelf moet ontwikkelen en tot je doel moet komen. Je doet zomaar mee met de laatste hypes, trends, modes, muziek, manier van denken. De manier van denken van mensen die alles van deze wereld verwachten en niet weten dat ze een nieuwe wereld krijgen. Je kunt zelf gebaren, vuile woorden, vloeken, opvattingen over seks, macht en bezit overnemen. Dat je je helemaal aanpast en zelfgericht bent. Dat je niet wil offeren.
Paulus start heel ergens anders. Hij heeft gezien dat we geliefd zijn. Niet om onze offers, niet om wat we doen, maar puur uit genade. Je hoeft het niet te verdienen met de wet. Jij mag, met alles wat je meegemaakt en gedaan hebt, voor God leven! Hij heeft gezien wat Jezus voor ons over had. Echte liefde: Hij gaf zijn leven aan het kruis, als het volmaakt offer, om voor je zonden te betalen. Hij had dorst, leed pijn, werd verlaten, had het moeilijk, om jou gelukkig te maken. Hij is zo enthousiast: hij zingt wat een wijsheid, wat een rijkdom, wat een liefde, tot in eeuwigheid. Als je zo aangeraakt bent: verander dan van binnen en ontdekt wat Gods wil is. Heer U gaf uzelf voor mij, ik geef mijzelf aan U!

[#8] 2. Binnen het lichaam
Om goed duidelijk te maken hoe je met elkaar aan elkaar verbonden bent in de kerk, vraagt Paulus om over de gemeente als een lichaam te denken. Wat is het nu het verschil tussen de buurt waar je in woont, de muziekvereniging, het land aan de éne kant en de kerk aan de andere kant? Dat is dat de kerk een lichaam is. Wanneer je dat gaat zien ontdek je een paar dingen:
– Wat maakt ons één, wat bindt ons samen?
Dat ieder verbonden is aan de Here Jezus.
Hij is zeg maar het hoofd van het lichaam.
Wanneer je dat vergeet, wordt de gemeente los zand. Dan heb je niet die verbinding. Maar als je zelf verbonden bent met Jezus, door gebed, door Bijbellezen, door zijn Geest, dan bindt dat je samen.
Hier in Heemse, maar ook wereldwijd. Dat voel je als je in het buitenland komt of als buitenlandse christenen hier zijn. Door de doop zijn we gedoopt tot één lichaam en wat mooi dat die doop vorige week en vanmiddag ook bediend mag worden: je hoort er echt helemaal bij! Je bent gezien door Jezus Christus, je mag er helemaal zijn.
– Je bent elkaars ledematen: voor elkaar gegeven! Niet alleen een lijntje met God, niet zondag de preek horen en snel naar huis rennen. Maar ook die band met elkaar en inzet voor elkaar!
– Paulus zegt erbij: niet elk lichaamsdeel heeft dezelfde functie. Iedereen is anders. Een hand is geen voet, en een hart is geen hoofd. Ze hebben ook allemaal een ander doel. Zonder ogen struikelen de voeten zomaar, zonder hart kan een arm niets pakken, zonder zenuwen krijg je geen waarschuwingen. Ieder deel heeft zijn eigen functie. En dan kan een neus misschien heel klein lijken, maar wat is het lastig als je niet kan ruiken. Als je niet gewaarschuwd wordt tegen bedorven voedsel of tegen een gaslucht. Paulus zegt dit, dat elk lichaamsdeel anders is, omdat mensen zich zomaar met elkaar gingen vergelijken. Dat ze zichzelf belangrijk vonden en groot gingen denken. Ze hadden een ‘dikke ik’ en waren ‘Mr. Big’, ze zetten zichzelf vooraan. Maar je moet niet zelf een meetlat maken en dan kijken hoe goed je bent. God vraagt dat je jezelf afmeet aan zijn genade. Je moet jezelf niet hoger inschatten dan je bent zegt Paulus: Ik hoop ook dat je dat leert zien. Je kunt niet alles. Als gemeentelid niet. Als ouderling niet. Als diaken niet. Jij kunt een ander niet bij de kerk houden. Jij kunt misschien niet makkelijk bidden met een ander. Jij kunt misschien niet zo goed tijd vrijmaken. Jij ziet misschien slecht wat iemand nodig heeft. Jij bent misschien beschadigd of gekwetst en denkt min over jezelf. Of je denk misschien makkelijk slecht over anderen. Maar leg de lat, de meetlat dan niet te hoog. Denk niet: ik moet dit en dat allemaal kunnen. Wij zijn er zo goed in om anderen als voorbeeld te nemen. Dan brandt je af. Dan stop je. Denk volgens de genade: Jezus vraagt van mij te doen, wat hij mee eerst gegeven heeft. Wat ik kan. Op mijn plaats met mijn talenten. [U gaf uzelf voor mij, van daaruit wil ik mijzelf aan U geven.] Als ieder deel van het lichaam zijn eigen ding doet: dan komt het lichaam tot zijn doel, dan zit je lekker in je vel en dan kan de gemeente groeien en bloeien.

3. Met mijn gaven
Vandaag krijgen we nieuwe ambtsdragers. Niet als uitblinkende sterren, niet als mensen omdat niemand anders wil: nee, ambtsdragers, bij wie gaven zijn gezien om zich in te zetten in de gemeente. Gaven, charismata, zoals Jezus die door de Geest uitdeelt. Daarbij denken we niet aan natuurlijke gaven: zoals hard rennen, goed schilderen, technisch inzicht, goed autorijden, mooi handwerken. We denken aan de extra gaven van de Geest: wat je in geloof en door gebed van God ontvangt om in te zetten voor anderen binnen en buiten de gemeente. En dat sluit waarschijnlijk wel aan bij wat je goed kan. En het mooie is dat Paulus dan in zijn lijstje van zeven gaven niet alleen kijkt naar de ambtsdragers. Iedereen heeft gaven. Mannen en vrouwen, of je nu 5, 35 of 75 bent. Of je nu lang of kort op school hebt gezeten. Of je nu veel verdiend of weinig. Of je het druk hebt of tijd over. Of je nu gebukt onder lasten gaat of juist opgewekt. Of je nu gezond bent of ziek. God schakelt iedereen in. En daarbij mogen de ambtsdragers vragen, stimuleren en soms bijzondere taken op zich nemen.
Kijk maar eens waar jij je in herkent: Paulus noemt drie helpende gaven. Weggeven, bijstand verlenen en barmhartig zijn. Echt gaven voor diakenen, maar eigenlijk voor iedereen. Het bijstand verlenen: dat is misschien iets meer voor wie echt een diaken is, dat gebeurd in georganiseerd verband. Maar dat kan ook de wijkcoördinator doen of iemand anders die een rijrooster maakt, een bezoekrooster, die coördineert dat naar elkaar om wordt gezien. Wat mooi als er kleding, voedsel of geld wordt ingezameld. Maar allemaal mogen we weggeven en anderen helpen. Je geeft aan een collecte, je helpt iemand die niet rond komt: God geniet ervan, als je dat doet uit dank. Niet om er wat voor terug te krijgen, en niet omdat het moet. Ook al is iemand helemaal niet gelovig, gaat niet naar kerk, heeft zichzelf in de nesten gewerkt, kan iemand het nooit teruggeven. Wie geraakt is door de liefde van Christus. Wie ziet wat hij deed, die mag blij en vrolijk uitdelen van wat hij heeft of van wat anderen gegeven heeft.
Daarnaast noemt Paulus ook drie meer lerende taken: profeteren, onderwijzen en leiding geven. Als je uit de kinderbijbel voorleest, als je vereniging leidt, als je praat over het geloof dan ben je aan het onderwijzen. Ook hier hoef je echt niet gelijk naar de ouderling of dominee te kijken. Ja zij mogen zich verdiepen in de bijbel, mogen de woorden van God naar vandaag vertalen, afgelopen maandag zaten we met elkaar te zoeken hoe we leiding geven als het gaat om richten we het werk in en ook hoe we bijbels en liefdevol met homofiele broeders en zusters omgaan. Kijken we hoe we mensen kunnen bereiken die zich niet gezien voelen. Juist het leiding geven, vraagt dat je verantwoordelijkheid neemt, dat kan een last zijn en kun je op bevraagd worden: doe het met volle inzet.
Zo mag iedereen zijn plek innemen in de gemeente. Geloven is niet alleen verbonden zijn met Jezus, het is in actie komen en het is met elkaar verbonden zijn. Je gaat jezelf geven en offeren en neemt je plek in in het lichaam. Daarbij is het centrale wat het werk binnen de gemeente mag typeren dat je troost. Daarmee kan de Heilige Geest ook aangeduid worden: Hij is de trooster. Letterlijk iemand die je erbij roept. Hij wordt ons door God gegeven om je te helpen. Het is door zijn kracht, en niet uit eigen kracht dat je je plek mag innemen. Dat je zelf erbij geroepen kan worden: om te troosten, te helpen, te leren, te corrigeren. Ik hoop dat je zo zelf, steeds biddend je openstelt voor de Geest. Als ambtsdrager, als jongere, als oudere. Dat Hij door je heen mag werken en dat je zo mag merken hoe Jezus zich gaf voor jou. Dan gaat de gemeente steeds meer groeien en bloeien tot eer van God en als licht in de wereld! Amen


Galaten 3 – Hoe lees je het Oude Testament?

september 2, 2019

Preek gehouden Heemse, 14 juli 2019
Tekst: Galaten 3:1-5,15-22

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[#1] Een meisje kreeg verkering met een jongen die niet naar de kerk ging en thuis aan tafel lazen ze uit de bijbel teksten over overspel. ‘als iemand overspel pleegt moet ze voor de deur van het huis gestenigd worden’, staat er in Deuteronomium. Haar vriend vroeg: geloven jullie dat echt?
Op de televisie worden er bij Pauw citaten uit het OT gelezen over ‘de hele stad moet worden uitgeroeid’. Kijk maar, zeggen ze dan, niet alleen moslims, maar ook christenen hebben geweldsteksten. Als christen zeg je dan misschien: ja maar dat is het Oude Testament. Dat doen we zo niet meer …

Je kunt je afvragen of we het O.T. nog wel nodig hebben.
Het wordt toch niet voor niets ‘oud’ genoemd. We hebben nu toch het Nieuwe?
Jezus is toch gekomen als onze redder?
Het Oude Testament is toch de wet, nu hebben we toch genade?
Het Oude Testament gaat toch over toorn en boosheid, het NT toch over liefde?

En al die aanwijzingen in het Oude Testament…
Als je leest over hoe de offers gebracht moeten worden en de tempel gemaakt.
Hoe de priesterkleren gemaakt worden en welke dieren er geofferd moeten worden.
Als je leest over dat je geen rund en ezel samen voor een ploeg mag spannen, dat je de moedervogel niet van het nest mag halen, dat je als je een huis bouwt een balustrade er omheen moet bouwen, dat je de wijngaard niet met twee soorten zaad in mag zaaien.
Kunnen we dat deel niet beter dicht laten en ons concentreren op Jezus?

[#2] Het is altijd een spannende vraag, en daarom gaat de Geloofsbelijdenis daar in art. 25 ook op in. Want ook al ben ik zelf zeer geboeid door het Oude Testament (ik schreef een boekje over Deuteronomium en Jeremia, studeerde een paar maanden in Engeland alleen op het OT), toch kun je het OT ook te belangrijk maken.
* Dat je inderdaad teveel bij de wetten en regels blijft staan (Paulus waarschuwt de Galaten ervoor),
* dat je teveel letterlijk leest en dingen verwacht van de aardse staat Israël of het aardse Jeruzalem,
* of dat je nu nog gaat werken met offers, priesters enz. Ik was in Italië in een Katholieke Kerk. Het draait veel minder om Jezus, maar veel meer om het offers, reinigingen, liturgische handelingen en vaste formules.
Art. 25 helpt ons om op een juiste manier het evenwicht te houden tussen OT en NT. We letten op de volgende punten.
Lees het Oude Testament gericht op Christus
1) Je ontdekt zo hoe God verlossing wil geven
2) Je krijgt zo bevestiging van je geloof
3) Het helpt je om je leven goed in te vullen
1) ontdek hoe God verlossing wil geven
We lezen het Oude Testament omdat we daarin God beter leren kennen.
Je leert hoe de aarde gemaakt is. Hoe de zonde in de wereld kwam.
Je leert hoe God zijn genade toont en Abraham opzoekt.
Dat Abraham door geloof in Gods belofte gered kan worden.
Niet door de wet, maar door de genade. Dat is de basis. De wet komt 430 jaar later.
Het is niet door zijn werken, door zijn daden dat hij gered kan worden.
Net als jij niet door zo goed mogelijk te leven gered kan worden.
Je ziet hoe God met Abraham meegaat en dat gevraagd wordt dat hij vertrouwt op wat Hij beloofd heeft.
Vraag je dan maar af: verwacht ik het in mijn leven ook van Gods genade?
Dat ik weet dat God van me houdt, niet om wat ik presteer, maar omdat ik zijn kind ben?

Ook in de offers in de tempel zie je iets van Christus.
God wil, wanneer het verkeerd gaat tussen hem en de mens, dat het goed gemaakt wordt. Dat er vrede komt.
Dan moet er betaald worden. Zo erg vindt God de zonde.
Er moet bloed vloeien. Een bokje moet geslacht worden.
Een dier moet sterven. God vindt de zonde erg.
En tegelijk … zo’n dier kan niet betalen. Het wijst vooruit naar Jezus die voor ons betaalde aan het kruis. Hij werd het volmaakt offer. Zijn bloed stroomt door de straten van Jeruzalem.
Vraag je dan maar af als je dat leest: besef ik voldoende hoe erg God de zonde vindt. Hoeveel Jezus geleden heeft aan het kruis, om mijn straf te dragen. Zie ik die liefde van Jezus?

Ook in de Psalmen zie je hoe de gelovige met God worstelt.
Hij gaat gebukt onder de zonde en straf. Je ziet er iets van Jezus in.
Maar je leest ook vaak iets van verlangen. Daar heb ik de psalmen van vandaag ook op uitgekozen. Een verlangen van het weer goed hebben bij God.
Een verlangen naar Gods heiligdom: de plaats waar God woont.
Zo was de tempel een beeld van hoe God bij de mensen wil wonen.
Dus aan de ene kant: een gebukt gaan onder je zonde en schuld.
En tegelijk een zien op dat er toch verlossing mogelijk is. Dat God genade kent.
Die omgang met God mag steeds door de psalmen gevoed worden.
Wat hou ik van uw huis! Ik zie uit naar U! Ik verlang naar U!
Als je zo de psalmen leest: ontdek je dan dat dit de God is met wie je elke dag mag praten. Die al eeuwen met zijn volk meegaat. Psalmen die je op alle momenten van je leven mag bidden en die met je meegaan?

Zo noemt de NGB het OT een schaduw van de Christus. Zoals je wanneer je de schaduw van een boom ziet, je veel kan ontdekken en zien over hoe die boom eruit zal zien, maar het in het niet valt bij de echte boom. Dan weet je pas echt je die er uit ziet.
Of wanneer je verkering hebt en je hebt een foto van je vriend of vriendin hangen dan kijk je misschien naar die foto. En je denkt aan hem of haar en je verlangt om samen te zijn. Maar wanneer je bij elkaar bent dan is het anders. Dan blijf je niet naar de foto kijken, dan zie je elkaar echt. Zo is het ook wanneer Christus gekomen is. Je gooit de foto niet weg, maar het belangrijkste is dat je nu Jezus zelf hebt leren kennen.

2) Je krijgt zo bevestiging van je geloof
Wanneer je leest in de bijbel en ook het Oude Testament erbij leest, zie je steeds beter dat de bijbel echt betrouwbaar is. De koran kent maar één schrijver, maar de bijbel kent er velen. De eeuwen door hebben mensen met God geleefd, hebben woorden die ze door de Geest ontvangen hebben opgeschreven. Samen vormen die boeken een eenheid: het gaat over dezelfde God die al de eeuwen met zijn volk meetrekt. Die te vertrouwen is, ook als het soms moeilijk is of tegenzit. Daarom gebruiken we de getuigenissen om, zoals art 25 zegt, ons geloof te bevestigen. Dat wil zeggen: stevig te maken, van een fundament te voorzien.
Daarbij kun je met name denken aan alle beloften die gedaan zijn over de komst van de Messias.
God beloofde aan Adam en Eva dat er een strijd zou komen, maar ook dat de overwinning er zou zijn.
God beloofde aan Abraham dat door zijn nakomeling alle volken gered zouden worden. Van David zou altijd een zoon op de troon zitten.
De profeten spreken over de maagd die zwanger zou worden. De bijbel staat vol met beloften die hun vervulling vinden in Jezus.
Zelf begint Jezus aan de Emmaüsgangers ook te spreken over de wet en de profeten hoe die van Hem spreken. En Hij wijst erop dat het oude testament op Hem gericht is (Joh 5:39): de Farizeeën bestuderen de schriften, maar ze zien niet waar het om gaat. De schriften getuigen over Jezus.

Denk bijvoorbeeld ook aan het verbond dat God met Abraham sluit. God geeft zijn belofte. Hij verbindt zich aan zijn volk. Hij laat zien dat hij met zijn volk om wil gaan. Op dat verbond mag Abraham steeds steunen. God geeft de wet op de Sinaï. De woorden van het verbond. Niet om daarmee een andere weg tot redding te wijzen, maar om het volk juist erop te wijzen dat het de genade nodig heeft. Mozes treedt op als een middellaar tussen God en zijn volk. Zo helpt God zijn volk. Later komt er de grote middelaar Jezus Christus dan is de wet helemaal vervuld.
In verschillende personen zie je zo dan al iets van Jezus. Maar nooit zo volmaakt als Jezus zelf zou zijn. In die zin is er het verlangen naar de volmaakte redder: Jezus Christus. Door de doop wordt je in het verbond met hem opgenomen. Een nieuw verbond, waarin duidelijk wordt dat je een kind van God mag zijn.

Een beeld dat hier mooi bij past is het beeld van een bloem. In het OT zie je dat de bloem nog in knop staat, maar in het NT loopt die bloem uit. Je ziet alle pracht en kleuren in wanneer Jezus is gekomen, maar dat wil niet zeggen dat die knop niet mooi was. Het is dezelfde knop van dezelfde bloem. Juist wanneer je weet wat een mooie bloem eruit gekomen is, mag je ook het verlangen zien wanneer je die knop bestudeert.

3) Het helpt je om je leven goed in te vullen
Veel van de regels en inzettingen van het OT hoeven wij niet meer te houden.
Als het gaat om de wetten van hoe er offers gebracht worden en over de inrichting van de tempel, dan denk ik bijvoorbeeld aan hoe het voorhangsel door midden scheurde. God maakte de weg open naar hem, door het offer van Jezus. Je mag naderen tot de vader, door de zoon, in verbondenheid met de geest. De offerdienst is voorbij en daarom moeten we niet allemaal nieuwe voorhangsels op hangen door van de liturgie weer offers te maken, reinigingen te doen, bedevaarten en speciale feestdagen. Het gaat nu alleen nog maar om het horen van het woord van Jezus de redder.
Ook als het gaat om het eten van dieren laat God via een visioen aan Petrus zien dat dat niet meer hoeft. In die droom mag hij onreine dieren eten.
Paulus gaat duidelijk in op de vraag of je je nog moet laten besnijden of de speciale feestdagen moet vieren. In die zin heeft veel van het OT afgedaan en mag je daar ook op wijzen als mensen teksten uit het OT letterlijk nemen. Inderdaad staan er soms doodstraffen in het OT, gruwelijke teksten, maar tegelijk mogen we weten dat Christus nu aan het kruis is gestorven en die straf voor ons heeft gedragen.
Het Oude Testament is vaak veel aardser, veel concreter, veel meer in het hier en nu. Men verwachtte vrede onder de eigen wijnstok en vijgenboom, wij mogen het meer geestelijk lezen. God gaat alles nieuw maken, er komt een hemelse vrede, we ontvangen vergeving van zonde en de Geest van God in ons hart.
Toch kan het OT helpen om te zien hoe je je leven moet inrichten. Heel praktisch. Daarom spreekt het mij ook aan, omdat het vaak verhalen zijn die midden uit het leven komen. Die ook de rauwe werkelijkheid laten zien waarin we als mensen staan. Als je ziet hoe Job worstelt met de vragen rondom verlies en gemis, als je hoort hoe Jeremia moeite heeft om Gods woorden over te brengen, wanneer je de psalmist hoort klagen: waar is nu mijn God? Maar ook als mensen vol zijn van God en hem prijzen met heel hun hart.
Ook de praktische aanwijzingen helpen je om concreet je leven met God in te vullen. Zo’n hekje om je dak zetten, zodat niemand eraf valt is een slim idee. Niet de moedervogel doden leert je respectvol omgaan met de natuur en schepping. Het in acht nemen van de sabbat leert je om op tijd je rust te nemen. Zo is het goed om God te leren kennen en om niet alleen geestelijk, maar ook praktisch heel je leven in te richten tot zijn eer.
Een laatste voorbeeld helpt dan misschien:
wanneer je een bouwtekening maakt, dan kun je die bestuderen en bekijken.
Je gaat je een beeld vormen van hoe het huis eruit komt te zien. Totdat het huis gebouwd is. Dan heb je het huis zelf, is de bouwtekening uitgevoerd. Maar de bouwtekening kun je nog wel eens erbij pakken om precies te zien hoe het bedacht was.

Laten we zo het Oude Testament niet afdoen als achterhaald, als een wettisch boek of als niet kloppend. We mogen er juist veel van leren, maar wel als een boek vol van verwachting, een boek dat heen werkte naar de komst van de Messias. En juist daarin ook weer een voorbeeld voor ons: want zoals het OT een boek van verwachting was naar de eerste komt van de Messias, mogen wij nu vol verlangen uit zien naar zijn tweede komst. Als de hemel op aarde zal neerdalen. Amen.


Preek 1 Joh 1 – Blijf na Pasen verbonden met Jezus, het levende Woord!

mei 1, 2019

Preek gehouden Heemse, 29 april 2019
Tekst: 1 Johannes 1:1-4

Geliefde gemeente van de opgestane Heer Jezus Christus,
[#1] Wat was het geweldig om het paasfeest te vieren!
Jezus is opgestaan, heeft dood en graf overwonnen.
We hebben Paasliederen gezongen, zijn overwinning gevierd.
Terwijl het schitterend weer was, klonken de blijde tonen.
We hebben feest gevierd. U zij de Glorie, opgestane Heer!

Maar na Pasen gaan we verder.
Het paasfeest wordt afgesloten. De Paasweek wordt afgerond.
De feestelijkheden, de hoge tonen zijn weer achter ons (het mooie weer trouwens ook 😉).

[#2] Dan de spannende vraag: wat houden we nu toch vast van het Paasfeest?
Hoe gaan we verder in het leven van elke dag?
Als je gewoon weer met elkaar gemeente bent.
Als je samenkomt, maar de kerk minder vol is en je mensen mist.
Als je afvraagt wat je als gemeente voor elkaar betekent en hoe je elkaar vasthoudt.
Hoe kun je toch op elke ‘gewone’ zondag de opstanding blijven vieren?
Hoe houd je Jezus precies vast en blijf je met Hem verbonden?
Was Hij vooral mens of vooral God?

[#3] Laten we vandaag naar de boodschap luisteren vanuit wat Jezus leerling Johannes schrijft.
Met als boodschap: Blijf verbonden met Jezus, het levende woord
1) Verbonden met de eeuwige zoon van God
2) Verbonden met Hem die echt mens werd
3) In Hem verbonden met elkaar

[#4] 1) Verbonden met de eeuwige zoon van God
Wanneer we de feestvreugde achter ons laten, dan zie je pijn van het dagelijks leven weer.
We leven in een wereld waarin in pijn en verdriet zijn plek hebben.
Je eenzaamheid komt weer naar voren, de gebrokenheid, de misverstanden.
Het gemis, het ziek zijn, je worsteling.
En eigenlijk zeg ik het verkeerd: want die pijn die is met Pasen natuurlijk niet weggenomen.
De stilte van de Paasmorgen, de vreugde werd in Sri Lanka zelfs heel wreed verbroken.
Mensen werden van het leven beroofd op het moment dat ze in de kerk waren.
Toeristen verloren het leven in hun hotel.
En misschien verliep Pasen dit jaar ook voor jou misschien wel helemaal niet zo mooi.
Dat je niet kan zeggen: we hebben dit jaar een ‘vrolijk Pasen’ gehad.
We kunnen niet anders zeggen dan dat we in een gebroken wereld leven.

[#5] Het bijzondere is dat Johannes met zijn inleiding ons even uittilt boven die gebroken wereld.
Of beter gezegd: hij neemt ons mee terug naar voor die wereld.
Hij begint te spreken over Hem die vanaf het begin er was.
Hij is het eeuwige leven. Hij was voor de Vader, bij de Vader in alle eeuwigheid.
Omgeven door Gods licht en majesteit. Jezus zelf deelde in Gods heerlijkheid.
Hij is echt en eeuwig God. Voor de menselijke geschiedenis met al z’n beslommeringen begon staat God, die alles schept door het levende woord.
Hij heeft door zijn woord de aarde tot stand gebracht en geordend.
Hij heeft alle macht om alles te doen en staat boven de geschiedenis.
God is zelf niet gemaakt. Hij maakt ons. Hij is van eeuwigheid werkzaam.
Wanneer je terug gaat naar God, je aan hem vastklampt, dan mag je een stevige basis hebben.
Wanneer we het over Jezus, de opgestane hebben, hebben we het over dat Levende Woord van God aan wie we ons voor altijd mogen vastklampen.

Als je Pasen gevierd hebt,
dan mag je geloven dat Jezus ook het begin is van de nieuwe schepping.
Dat Hij werkelijk de kracht heeft om levend te maken.
Dat Hij dus ook ons boven aardse leven, dat aan gebrokenheid en dood is onderworpen uit te tillen.
Hij was het woord van Leven en heeft de verzoeking van de duivel, de last van de zonde en de dood aan het kruis weerstaan. Hij heeft het nieuwe leven gebracht.
Door Hem mag je het nieuwe leven krijgen, door met hem de eeuwige verbonden te zijn.
De mooiste cadeaus, de geweldigste ervaringen, de heerlijkste bezittingen, ze blijven uiteindelijk waardeloos als het onderworpen blijft aan de dood.
Geld, goederen en geluk blijft uiteindelijk maar van korte duur als het beperkt is tot deze wereld.
Maar wie het woord van het leven, wie Jezus Christus leert kennen mag het eeuwige leven kennen. Jezus zegt: blijft in Mij, dan blijf ik in U. Ik ben de opstanding en leven, wie in mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven.

[#6] Op de vraag: wie is Jezus? Wordt tegenwoordig wel geantwoord: Hij was die man uit Nazaret, een bijzonder mens, een voorbeeld. Maar laten we nooit vergeten dat Hij echt God was, zoals Johannes hier benadrukt. Die was vanaf het begin. En die sterker is dan de dood. Dan mag je werkelijk met Hem verbonden zijn. Dan mag je rust vinden, ook bij de moeite, ziekte, teleurstelling hier. Dan mag je weten dat Hij uiteindelijk ook het kwaad van de terreur en aanslagen zal overwinnen. Zoals Hij tijdens zijn leven hier om zich heen al liet zien: zieken genas Hij, boze geesten dreef Hij uit, doden stonden op, blinden liet Hij weer zien, doven weer horen. Maar vooral: Hij overwon zelf de dood, Hij wil ons voor eeuwig laten delen in zijn heerlijkheid.

[#7] 2. Verbonden met Hem die echt mens werd
Nu zou je je voor kunnen stellen dat je als gelovige probeert om deze Jezus te bereiken.
Dat je na de opstanding in contact probeert te komen met deze eeuwige Jezus.
Dat je gaat mediteren en opklimt tot Jezus. Uitstijgt boven het leven hier.
Je krijgt een soort mystieke ervaring die je op doet klimmen tot in de hemel.
Dat is dan misschien niet aan iedereen gegeven, maar hij komt los van het leven hier.
Door concentratie, meditatie: naderen tot die geestelijke Jezus.
Je staat helemaal stalend, verbonden met Jezus te zingen en springen en juichen.
Je raakt helemaal verstild, met een liefde glimlach in jezelf gekeerd.
Ik hoop dat je begrijpt wat ik bedoel. Je raakt een beetje los van deze wereld van het lijden en gebrokenheid. Je stijgt erbovenuit. Is dat hoe je na Pasen verder moet gaan?
Johannes loopt tegen zulk soort mensen in de gemeente aan.

[#8] Daarom begint hij niet alleen met het eeuwige woord. Hij zegt:
Dit is wat we gezien hebben met onze ogen: zijn eigen ogen.
Niet geestelijke, maar gewoon zijn ogen die hij in zijn hoofd heeft zitten.
En tegelijk zegt hij: het is wat wij gehoord hebben. Met onze oren.
Wat was vanaf het begin: hebben wij met mensenoren horen praten.
Jezus is echt mens geworden. Heeft hier op aarde rondgelopen.
Laten na Pasen niet vergeten dat het kerst is geweest.
Jezus heeft onder ons gewoond. Hij heeft deel gekregen aan dit gebroken menselijke bestaan.
Als je het nog niet geloofd, als je iets niet helemaal vertrouwd met je ogen en oren,
Dan gebruik je je handen om het ook echt te voelen: het is wat onze handen getast hebben. We konden Jezus aanraken.
Ze hebben hem misschien wel eens een hand gegeven, of een omhelzing.
Ze konden hem echt aanraken. Hij was helemaal aards.

[#9] Dat is ook wat Thomas na de opstanding van Jezus mag doen.
Als Hij er de eerste keer niet bij is geweest en niet kan geloven dat Jezus leeft.
Als Hij nog vasthoudt aan zijn nuchtere levenshouding.
Als Hij zegt: als ik niet in zijn handen het litteken van de spijkers zie.
Mijn vinger niet steek in het litteken van zijn spijker.
Als ik mijn hand niet leg op zijn zij … dan zal ik niet geloven.
Dan zegt Jezus kom maar hier met uw vinger, kom maar hier met uw handen, en leg je hand maar op zij. Jezus laat hem heel precies doen waar hij zelf om vroeg.
En wees dan niet ongelovig, maar gelovig.
Kijk dat is wat Johannes hier zegt: wat onze handen getast hebben dat verkondigen wij.
Het is volledig betrouwbaar, duidelijk, hij weet het stellig, het was niet vluchtig, maar heel bewust hebben ze Jezus leren kennen voor maar ook na zijn opstanding. Als echt mens. Niet los van deze wereld, maar midden in deze wereld.

[#10] De dwaalleraars ontkennen dat Jezus echt een persoon is geweest in deze tijd.
Maar het woord is vlees geworden, het is kerst geweest, Jezus is ingegaan in deze wereld. Dus door met Jezus zelf verbonden te zijn word je niet uit deze wereld weggehaald, maar mag het leven hier tot bloei komen, mag je vreugde vinden, komt er vrede in je hart en vrede met elkaar: kortom wordt het licht en staat alles in het teken van de liefde.
Die dwaalleraars maakten het geloof tot een eenzaam, mystiek avontuur (op zich misschien wel mooi om Jezus te ervaren), maar Johannes zet de gelovigen met beide voeten op de grond: zoals Jezus echt mens was geweest. Dit betekent ook dat je zelf in je menselijke leven nu de vrucht van de Geest gaat tonen, dat je oog op hebt voor elkaar en ontdekt wat je voor elkaar kunt doen en betekenen.
Verbonden zijn met Jezus, legt Jezus uit bij de wijnstok is: in zijn liefde blijven. Dat betekent mijn geboden houden. Dan breng je veel vruchten voort. Ik heb mijn liefde getoond door mijn leven te geven voor mijn vrienden; jullie zijn mijn vrienden, wanneer je doet wat ik zeg. Wat je mijn Vader vraagt zal Hij geven, dit draag ik jullie op: heb elkaar lief. Wanneer Jezus echt mens is geweest, betekent dat ook: als mensen aan elkaar verbonden zijn en zijn liefde leven.

[#11] 3) In Hem verbonden met elkaar
Zo vormt zich na Pasen een gemeente die met elkaar verbonden is.
Hele gewone mensen … die zich zorgen maken om geweld, die op keizersdag genieten van een pilsje, die gezorgd hebben voor een zieke, die net een zakelijke tegenslag hebben of die balen dat hun gereedschap kapot is gegaan, zoals je nu kunt balen als je telefoon kapot ging.
Deze gewone mensen zijn gelovigen die Jezus hebben leren kennen en nu in liefde willen samen leven. Ze hebben oog en oor voor elkaar, en helpen met hun handen.
Ze willen bij ruzies elkaar vergeven.
Daarvoor is Jezus gekomen. Nu mag je ook zo elkaar leren wat goed is.
Johannes zegt: wij schrijven deze brief om onze vreugde volkomen te maken.
Die vreugde is volkomen als ze werkelijk aan elkaar op de goede manier verbonden zijn.

[#12] Heel centraal staat dan Jezus Christus als het levende woord.
Hij was vanaf het begin bij de Vader en de Vader in hem.
Hij was er voor zijn leerlingen en zijn leerlingen zagen, hoorden en voelden hem.
Wat een verbondenheid.
Maar nu komt er een nieuwe groep: nu komt er de kerk.
Allemaal verschillende gemeentes. Maar die kunnen niet letterlijk zien.
Jij, u en ik moeten geloven, zonder te zien.
Hoe dat kan? Niet door los te komen van de werkelijkheid, maar door het levende woord. Wat wij gezien hebben, wat wij gehoord hebben en gevoeld hebben: dat verkondigen wij u: wij zijn er getuigen van geworden, boodschappers.
Op die manier worden wij aan de ketting toegevoegd en delen wij in Gods genade.

[#13] Ontvang dus dat woord steeds opnieuw als levendmakend woord in je leven.
Door elke week in de kerk dat woord in je hart te laten komen: het levend makende woord. Zorg dat je er bent als dat woord klinkt, voor zover dat mogelijk is. Dat je echt hier met God verbonden raakt als gemeente en spoor elkaar om dat woord te horen. Om elke week de opstanding te vieren: Jezus die als het leven woord hier verkondigd mag worden.
Laat dat woord ook in je dagelijks leven een plek krijgen: ga ’s morgens de deur niet uit voordat je een paar woorden van God tot je genomen hebt. En als je deur achter je dicht slaat, zonder dat: doe hem weer open zoek Gods woord op. Of open de app op je telefoon. Ik word er ontzettend blij van als ik merk dat je de bijbel belangrijk vindt en dat de bijbel je een weg vind. Zo zegt ook Johannes dat: Wij schrijven u deze brief om onze vreugde compleet te maken.

Laten we zo als gemeente met elkaar verbondenheid hebben: doordat we deel hebben aan Jezus Christus. Laten we dan samen mogen zeggen: u bent mijn Heer en mijn God, u bent de opstanding en het leven. Niet alleen voor straks: maar ook nu al. Als er terreur, verdriet of moeite is. Ik zoek bij u de kracht om daar mee om te gaan, om verder te gaan. Om zo midden in dit leven staande te blijven door u kracht en straks voor eeuwig in uw heerlijkheid te delen en met elkaar met de vader verbonden te zijn. Amen.


Preek – Matteus 28:11-15

april 23, 2019

Preek Tweede Paasdag Heemse (21 april)
Tekst: Matteüs 28:11-15

Geliefde gemeente van onze opgestane Heer Jezus Christus,
[#1] Op de eerste paasmorgen snellen er twee groepen mensen weg van het graf.
De vrouwen, die Jezus wilden verzorgen, maar die bij een leeg graf de engel tegenkwamen.
Ze zijn op weg naar de leerlingen om het goede nieuws te vertellen: Hij is opgestaan!
Maar terwijl zij weggaan, is er ook die andere groep die wegtrekt.
De ‘verslagen’ romeinse soldaten die nu toch niets meer te doen hebben.
Die hier niet blijven staan om een leeg graf te bewaken.
Zij moeten met terugkeren naar hun opdrachtgevers: de hogepriesters.
Met knikkende knieën want ze hadden het lichaam niet kunnen bewaken.
Twee groepen die eigenlijk een soort tegenovergestelde zijn: licht en donker.
De nieuwe kerk wordt in het licht gesteld door het goede nieuws.
Het oude Israël gaat heel duidelijk de Messias afwijzen en wil niet geloven.

[#2] Zo zie je dat er meerdere reacties mogelijk zijn op paasmorgen.
Je hoort wat er gebeurd is bij het graf: maar hoe reageer jij erop?
Wil je dit geloven? Kun je dit geloven? Vertel jij dit door?
De verschillende verslagen van het paasgebeuren zijn zo verschillend.
Het is zo onwerkelijk en moeilijk te begrijpen: het is echt een wonder.
Is dit wel mogelijk: dit breekt toch door alle natuurwetten heen?
Het is iets waar je ontzettend naar kunt verlangen dat het waar is:
De dood overwonnen, leven na de dood.
Het is tegelijk iets waar mensen niet aan willen en van zich wegduwen:
Jezus van Nazaret, waar christenen in geloven, Hij leeft toch niet meer?
Het zal toch niet zo zijn dat christenen uiteindelijk gelijk hebben?
Laten we daar vanmorgen bij stil staan, door te zien op de opgestane Heer.
Wat het goede nieuws van de opstanding uitwerkt bij de mensen die het horen.

[#3] Wie waren die soldaten?
De hogepriesters hadden al dankbaar gebruik gemaakt van de macht van de Romeinse bezetter. Ze hadden Jezus overgeleverd aan de stadhouder, Pilatus.
Jezus was door de Romeinen terecht gesteld.
De soldaten hadden Jezus bespot en geslagen.
De soldaten hadden Jezus naar het kruis geleid.
Zij hadden zijn kleren verdeeld.
Wanneer Christus dan gestorven is en in het graf gelegd worden de Joden angstig.
Had Hij niet gezegd: na drie dagen zal Ik opstaan?
Stel je voor dat de leerlingen zijn lichaam komen stelen.
Opnieuw maken de hogepriesters gebruik van de Romeinse bezetter.
Nog op de sabbat, de dag dat ze zouden moeten rusten, regelen ze dat het graf bewaakt wordt. Er komen opnieuw romeinse soldaten: bewakers.
Er komt een zegel op het graf. Waarschijnlijk een touw om de grafsteen dat verzegeld wordt. Niemand kan meer ongemerkt in het graf komen. Niemand kan bij het lichaam van Jezus komen. Dit hoofdstuk van oproer, onrust, mensen die niet naar hen luisteren moet afgesloten worden. Het boek moet dicht.

[#4] Maar dan … terwijl die soldaten bij het graf staan, gebeurt er iets.
De vrouwen zijn nog onderweg en horen en voelen de aarde beven.
Maar de soldaten zijn vlakbij. Zij zien wat er gebeurt.
Jezus staat op: dat vieren we vandaag!
Een man in witte kleren, een engel van God rolt de steen weg.
Hij gaat erop zitten. Zijn kleren zijn wit als sneeuw.
Ze lichten als de bliksem. De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer.
Dat is wat er gebeurt.
Als deze bewakers dus naar de hogepriesters gaan hebben ze wel wat te vertellen.
Zij weten nog preciezer dan de vrouwen wat er gebeurd is.
Misschien hebben ze zelfs het gesprek van de vrouwen met de engel wel gehoord.
Ook uit ongedachte hoek, uit de hoek van de Romeinse bezetter komt ook bericht.
Zij brengen heel precies verslag uit en vertellen wat er gebeurd is.

[#5] Dat is dus de manier waarop God wil dat de oudsten bereikt worden.
Er komt een officieel verslag, van Romeinse soldaten. Dit moeten ze toch wel geloven.
Ze hadden geprobeerd de Messias uit de weg te ruimen. Maar als het zo afloopt?
Kunnen ze dan nog volhouden dat dit alleen een oproerkraaier was?
Als zelfs de soldaten vertellen wat er gebeurd is? Als de legerhoofdman al zei: werkelijk dit was een zoon van God?
Wat hier eigenlijk gebeurt is dat Christus zelf opeens weer in hun midden staat.
Door wat de soldaten vertellen is duidelijk: Hij is niet dood, Hij leeft.
Hij is niet in het graf gebleven. Hij heeft de dood overwonnen.
De leiders van de Oudtestamentische kerk krijgen een laatste kans om hun knieën te buigen. Om te zeggen: we hadden het mis. Jezus is overwinnaar.

[#6] Maar wat is hun reactie? Hoe reageert iemand die een dwaalweg is ingeslagen?
Ze hebben al zoveel fouten gemaakt, nu gaan ze door op hun verkeerde weg.
Iemand vertelde eens over een jongen die werkte bij een tankstation. Hij had één keer vijftig euro uit de kas gepakt vanwege gokschulden. Maar toen hij dat ook verloor, pakte hij 100 euro en daarna 200 euro. De eerste keer had hij toch ook gewonnen, het zou toch wel een keer goed komen. Zo draaide hij zich steeds verder vast in de problemen, in plaats van er gelijk mee te stoppen en hulp te vragen.
Zoals iemand die iets verkeerds doet, een leugentje maakt en vervolgens weer meer leugens nodig heeft om zijn leugen de verbloemen, maar zich uiteindelijk verder in de nesten werkt.
Ze overleggen met de ouderlingen. Weer een vergadering. Weer een officieel besluit. Van het goede nieuws maken ze ‘Fake News’. Deze ‘betrouwbare’ mannen, bewakers van de waarheid, gaan de leugen de wereld in helpen.
Ze doen weer een greep uit de tempelkist. Eerst hadden ze dertig zilverstukken nodig om Jezus te kunnen arresteren.
Nu hebben ze een flinke som geld nodig om te voorkomen dat dit verhaal de wereld in gaat. Ze worden bedriegers, stelen zo uit de tempelkas en kiezen voor het duister.
Bovendien zullen zij de stadhouder wel even omkopen, mochten de soldaten met dit verhaal in de problemen komen.

[#7] Terwijl het nieuws over Jezus voor hen klinkt, verharden ze in hun slechtheid.
Een les voor leiders, ouderlingen, politici hoe het dus niet moet.
Ze menen dat ze het geld zomaar op een verkeerde manier mogen uitgeven.
Ze denken dat een leugen om bestwil wel mag. Ze zijn bang voor hun positie en om hun macht te verliezen. Ook de soldaten laten zich door geld omkopen, in plaats van dat ze opkomen voor de waarheid. Geld is een lokaas: daardoor zijn mensen tot vreselijke dingen in staat. Denk aan huurmoordenaars, pooiers en diefstal.
Het werk van Jezus leidt altijd tot reactie: hier dus tot verharding en ongeloof.
Hoe reageer jij? Ik hoop dat je juist als je ziet dat Jezus voor je gestorven is, ook met hem wilt opstaan in een nieuw leven. Dat je wilt breken met de zonde en de zonde niet langer laat heersen. Dat je niet langer vol bent van de leugen, maar van de waarheid! Dat niet langer het kwaad, pesten, roddelen, stelen, ellenbogenwerk, maar de liefde je leven bepaalt: wie ga je helpen? Luister je naar mooie muziek?

[#8] Kijk daar lopen de soldaten weg. En op straat spreekt iemand ze aan.
Was jij er niet bij, bij het graf. Wat is er gebeurd?
Uh, ja nou we waren in slaap gevallen en toen hadden zijn leerlingen het lichaam gestolen.
Wat? In slaap gevallen, allemaal? Daar staat toch een zware straf op! Dat overkomt Romeinse soldaten toch niet. Er blijft toch altijd iemand wakker? Onbegrijpelijk! En dat je niet wakker geworden bent van het geluid van die steen en het tillen van het lichaam.
Iets verderop komt hij een ander tegen: wat is er toch allemaal gebeurd vannacht.
Ja, we waren het graf aan het bewaken, maar toen kwamen zijn leerlingen en hebben zijn lichaam meegenomen? Hu, wat? Dat meen je niet: jullie als soldaten konden niet die twaalf vissers tegenhouden? Ehm, jawel, maar we waren in slaap gevallen. Ja maar … hoe weet je dan dat zijn leerlingen gekomen zijn?

[#9] Het verhaal klinkt niet heel geloofwaardig, maar toch wordt het geloofd.
Het wordt verteld onder de Joden, en velen nemen het aan.
In 150 na Christus wordt het ook zo neg eens opgeschreven.
Zo gaat het met een leugen: als het zich eenmaal verspreidt, is het amper meer terug te krijgen. Dan vindt het zijn wegen.
Nog steeds zijn er moderne theologen die liever spreken over het lege graf, dan over de opgestane Heer. Dat zou maar moeilijk te geloven zijn. Maar een leeg graf, dat is een boodschap die er nog wel in wil.

[#10] Maar ondertussen hebben de vrouwen de boodschap naar de leerlingen gebracht.
Verschijnt Jezus aan zijn leerlingen als de opgestane Heer.
Komen door de Geest later velen tot geloof en ontdekken: we hebben de Messias gekruisigd.
Misschien ook wel soldaten die er zelf bij geweest waren.
Ook belangrijke leiders van het Joodse volk.
De satan probeert via leugen en bedrog het evangelie tegen te houden, maar het woord vindt zijn weg. Door de wereld gaat het nieuws van de opgestane Heer.

[#11] Ook Paulus mag van dat geloof getuigen.
Hij noemt de opstanding heel belangrijk.
Wie alleen maar spreekt over een leeg graf, doet Gods werk te kort.
Ja, en dan is het een wonder. Een eenmalige uitzondering op de wetten van de natuur.
Maar wel een wonder dat door velen is verteld. Waar getuigen van zijn.
Waar de leerlingen hun leven voor wilden geven. Dat maakt de leugen ook zo ongeloofwaardig: wie steelt nu het lichaam van zijn Heiland (dan ligt het ergens verstopt en niet meer in een mooi graf)? Bovendien: wie steelt een lichaam en is vervolgens bereid om zijn leven te geven voor een leugen? Nee, wat we hier lezen over de soldaten versterkt juist het getuigenis dat Jezus echt is opgestaan!

[#12] Waarom schrijft Matteüs dit gebeuren op, als enige evangelist?
Hij schrijft juist voor de Joden. Hij heeft aandacht voor de reactie van het volk.
Maar het is ook heel knap hoe hij dit geschreven heeft.
Ik zei als: je ziet twee sporen ontstaan. Twee groepen mensen haasten zich naar de stad.
Het is zwart van de leugen, wordt nog zwarter tegenover het licht van de opstanding.
Dat licht van de opstanding licht nog helderder op: Jezus leeft.
De reactie van de hopepriesters is dat ze zich in hun zonden vastdraaien.
Maar de leerlingen gaan juist de wereld in en brengen het goede nieuws verder.
Laten wij ook met Christus opstaan in een nieuw leven.
Je geld niet gebruiken voor leugen, maar voor de verkondigingen van de waarheid.
Je macht niet misbruiken om de baas te spelen, maar om de ander juist te dienen.
Dat je Jezus niet afwijst in je leven, maar juist op de eerste plaats laat staan.
En dat als er zonde is, je je niet steeds verder vastdraait, eraan verslaafd raakt, erin verstrikt raakt: maar er door de kracht van Christus radicaal mee breekt.
Dat je leeft door de kracht van de opgestane Heer!

[#13] Wat kun je geloven? Je ziet dat zelfs de meest duidelijke tekenen van de opstanding, het betrouwbare verslag van de soldaten, de hogepriesters niet tot geloof brengt. Wanneer de Heilige Geest je hart niet opent, blijft het gesloten.
Laten we bidden dat de Geest je zicht geeft op Hem die gestorven is, maar leeft.
Dat zet niet alleen aan tot goede daden nu. Een zaadje van liefde dat je geeft aan een ander. Dat zich zo verspreid om je heen.
Het geeft ook werkelijke hoop. Want wat maakt uiteindelijk het leven soms zo zwaar. Wat maakt dat de hogepriesters zo angstig zijn en met geld, leugen en omkoping zichzelf willen redden. Wat maakt het lijden en sterven zo zwaar, wat de teleurstellingen en beperkingen? Als je alles op het leven hier en nu zou moeten bouwen. Als je alles verwacht van het leven hier op aarde.
Maar laten we juichen met Paulus. Er is een opstanding! Jezus is opgestaan. Het is een betrouwbaar getuigenis. En daarom mag je hoop hebben. De dood is overwonnen. Christus is ons voorgegaan door de dood heen. Hij stond op om ook jou uitzicht geven op een volmaakt en eeuwig leven. Amen!


Hebreeen 1 – Er zijn engelen om je heen!

april 10, 2019

Preek gehouden Heemse, 31 maart 2019

Tekst: NGB art 12, Hebreeën 1:5-14

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Welke rol spelen engelen in jouw leven?

Ben je je ervan bewust dat ze om je heen zijn: dat ze je beschermen en helpen?

Heb je misschien zelfs wel een keer een engel ervaren of ontmoet?

Of zeggen engelen je helemaal niets en weet je niet zo goed wat je je erbij voor moet stellen.

Vind je het maar vaag en zweverig om over engelen te praten.

[#2] Je ziet dat mensen er ook heel verschillend mee omgaan.

In de Middeleeuwen zie je veel schilderijen waarop engelen werden afgebeeld.

Voor de middeleeuwen werden ze gewoon als mensen getekend. Je kunt soms een engel in een mens ontmoeten.

Maar later als jongetjes met vleugeltjes.

In de tijd van de verlichting kon men niet meer geloven in wat je niet met je verstand kon begrijpen.

Men nam afscheid van geesten, demonen, wonderen … en ook van engelen.

Dat zou maar volksgeloof zijn. Daar geloof je als verstandig mens toch niet in?

[#3] Maar vanuit Amerika is er weer een heel nieuwe belangstelling.

Bijvoorbeeld door de spannende en goedgeschreven christelijke Thriller van Frank Peretti, De Duisternis Aanwezig. Dat gaat over de strijd tussen engelen en demonen.

In het Amerkiaanse Ashton is een occulte beweging die uit is op wereldheerschappij.

Ze werken door middel van indoctrinatie, corruptie en zelfs moord.

Het Genootschap is een instrument van de Duivel en een heel demonenleger bevolkt Ashton om alle weerstand bij de bewoners te breken.

Maar er zijn ook engelen – zij helpen dominee Busche en journalist Hogan in hun strijd tegen het Genootschap, die uiteindelijk gewonnen wordt.

Er gaat een appèl uit van de schrijver: Christenen, kijk uit!                            

Wat kunnen we niet met engelen?

[#4] Ontdek hoe God engelen inschakelt voor de redding zijn kinderen

1. Ze zijn door Hem geschapen

2. Ze zijn er om jou bij te staan

3. Ze zijn er om Hem te dienen

[#5] 1. Ze zijn door Hem geschapen

Het eerste wat we over engelen lezen in de NGB is dat God hen geschapen heeft.

Ze zijn goed geschapen door God.

Voor mij was het ontdekking dat ze dus niet altijd al rondom God zijn.

Toen God de hemel en de aarde schiep, schiep Hij de englen om de hemel te volken.

Het moeten enorme aantallen zijn.

God is de Here Sebaoth: God van de hemelse legers.

Tienduizenden duizendtallen.

Maar toch stuk voor stuk apart in staat om Gods opdrachten uit te voeren.

Daarbij kennen de engelen, net als de demonen een rangorde.

We lezen verschillende namen van engelen: serafs en cherubijnen.

Bij de hof van eden staat een cherubijn om te zorgen dat Adam en Eva niet toegaan.

Wanneer Jesaja in de hemel mag kijken, ziet hij serafs. 

Ze omgeven God op de troon van alle kanten.

Sommige engelen kennen we van naam: Michael, Gabriel en Raphael (die wordt in Tobit genoemd).

Zij worden de aanvoerders, de aartsengelen genoemd.

Zij gaan voorop in de strijd tegen de demonen. Engelen zijn dus vooral ook te zien als soldaten.  

Maar zij zijn het ook die persoonlijk de boodschap brengen van God.

Gabriel staat plotseling naar Zacharias bij het altaar.

Hij vertelt dat hij een zoon zal krijgen.

Gabriel komt in het huisje van Maria binnen en vertelt over haar zwangerschap.

Michael en Gabriel komen samen voor in veel van de visioenen die Daniel te zien krijgt.

[#6] In de tekst in Hebreeën lezen we over de engelen, vooral in vergelijking met Gods zoon.

Hoe belangrijk zijn engelen? Draait de schepping om hen? Zijn zij belangrijker dan Jezus?

Hebreeën is een brief die zich helemaal richt op de plek van Jezus.

Juist tegenover de Joden moest duidelijk worden dat Jezus de enige redder is.

Dat Hij als hogepriester door aan het kruis te gaan het volmaakte offer gebracht heeft.

En dan klopt het: Hij is voor korte tijd beneden te engelen gesteld.

Hij is naar de aarde gegaan. God heeft hem vernederd. Hij is een slaaf geworden.

Maar nu heeft God hem zeer verhoogd: Hij regeert over alles.

Alle machten, krachten, overheden, tronen en regeringen zijn uiteindelijk onderworpen aan Hem.

Je mag dus geloven dat je in de hemel Gods troon hebt: waar de drieenige God woont.

Vader, Zoon en Heilige Geest. En pas op een afstand daarvan komt alles wat geschapen is.

Ook al werkt de Geest ook in ons hart, hij is echt God, hij is een persoon.

De engelen voeren alleen uit wat God zegt en gebiedt.

Hoe verhoudt de mens zich dan tegenover de engelen?

Aan het begin schiep God legers van engelen, maar toch maar twee mensen.

Is de mens dan minder belangrijk?

Toch moeten we hier niet op het aantal letten.

Heel de schepping was ingericht voor de mens.

Engelen zijn er om mensen te dienen.

In de mens die toen nog een vrije wil had, ontving God de hoogste eer.

Wel is de mens door de zonde korte tijd onder de engelen gesteld.

Maar uiteindelijk worden we in Christus weer verhoogd.

Vergelijk het maar met de verloren zoon. De Vader heeft genoeg knechten in huis.

Die kun je vergelijken met de engelen: maar hij pas echt blij als zijn zoon terugkeert.

Zo belangrijk zijn wij als mensen in zijn ogen.

[#7] Ook al past het niet in onze tijd, laten we geloven dat God engelen heeft gemaakt.

Wie het Onze Vader bidt die weet dat je engelen als voorbeeld mag gebruiken.

Laat uw wil gedaan worden, door ons op aarde, net als door de engelen in de hemel.

Zij zijn altijd klaar als God hen een opdracht geeft.

Tegelijk weten we ook dat kort na de schepping er een scheiding gekomen is in het engelen leger.

Johannes zegt: de duivel bleef niet staan in de waarheid, maar in de leugen.

De duivel nam vele engelen mee. Deze val beschrijft de NGB ook uitgebreid.

Uiteindelijk werd door die gevallen engelen ook de mens verleid.

De waarheid is leven, maar de leugen doodt. Door de satan werd de mens de dood in getrokken.

Daarom bidden we in het onze Vader ook: ‘Breng ons niet in verzoeking, verlos ons van de Boze’.

De strijd die Peretti schrijft is dus niet verzonnen. Er zijn engelen, maar ook demonen om ons heen.

Pas op dat je door occulte programma’s, waarzeggers, horoscopen, mediums je niet openstelt voor hen en ze niet in je laat komen. De strijd is gaande!

Tegelijk: Peretti gaat wel ver door de engelen zo zelfstandig te maken. Of zij samen overleggen welke wijk ze gaan beschermen, welke demon ze gaan uitschakelen.

God is het die regeert: Hij bepaalt wat er gebeurt. Hij overwint de boze. En daarbij zijn de engelen dienende geesten. Uiteindelijk mag je je veilig voelen bij je hemelse Vader.

[#8] 2. Ze zijn er om jou bij te staan

Maar wat kunnen de engelen dan voor ons betekenen?

Art 12 zegt: God heeft alles gemaakt. Hij heeft elke schepsel zijn eigen gedaante gegeven.

Alle schepselen worden ingeschakeld, om de mens te dienen, zodat die zijn God kan dienen.

In Hebreeën staat dat ze er zijn om de gelovigen bij te staan.

Om ze te dienen, het woord diaken klinkt erin door.

Een engel komt bij Hagar in de woestijn om haar bij te staan.

Psalm 34 benadrukt dat je veilig kunt gaan, omdat Gods legermacht om je heen is.

Psalm 91 dat je je voet niet zult stoten, omdat de engel je beschermt en draagt.

Ze helpen, en zegt Hebreeën dan, met name dat je tot je eeuwige redding komt.

Zo lezen we ook in het evangelie wat er gebeurt als iemand zich bekeert.

Dan is vreugde in de hemel.

Vanuit Ps 104 wordt hier dan verder ingevuld hoe ze werken: ze kunnen snel zijn als een windvlaag, krachtig als het vuur.

[]  Volgens de rooms katholieken heeft iedereen een beschermengel. Wij geloven dat niet zo.

Jezus zegt, in Mat 18:10, dat je geen van de kleinen moet verachten.

Hun engelen zijn constant voor Gods aangezicht.

Dat wil niet zeggen dat iedereen een persoonlijke, eigen engel heeft.

Maar wel dat de engelen om je heen zijn.

Daarbij gaat het boek van Peretti te ver. Ik weet nog dat ik het las en overal engelen en machten ging zien. Ik heb het halverwege weggelegd.

Toch is het goed om je bewust te zijn van hun aanwezigheid.

Maar je moet het ook niet overtrekken. Wij kunnen niet altijd met een geestelijk oog kijken.  

[#9] Dat hoor je ook van mensen zelf.

Hoe vaak ik al wel niet gehoord heb tijdens bezoeken bij gemeenteleden dat ze een engel hebben gezien, vind ik opmerkelijk.

Iemand die zegt: ik voelde gewoon dat er iemand bij was in de kamer toen mijn moeder op sterven lag.

Iemand die zegt: Juist toen ik het zo nodig had, kwam er zomaar iemand op mijn pad en gaf mij iets.

Ik geloof zeker dat God zo op wonderlijke manier kan werken.

Je hoeft het niet te zoeken; niet naar te verlangen.

Maar soms is er bijzondere bijstand en kracht die God je geeft.

Wat geweldig als je dat bescheiden van God mag ontvangen en gesterkt mag worden in je geloof.

[#10] In de voorbespreking vroeg iemand: maar wat als je dan wel een ongeluk gebeurt.

Of als je moeder zegt, als je weggaat, de engelen zijn bij je, maar er gaat toch iets mis.

Bijvoorbeeld in het verkeer.

Dat zijn lastige vragen, waar je mee kunt worstelen.

Dan kun je niet zeggen: de engel heeft gefaald, niet opgelet.

Deze vragen hangen nauw samen met vragen aan God.

Heer: al mijn dagen zijn in uw boek. Waarom gaat u deze weg met mij?

Haast u mij te hulp. Geef bijstand. Stuur uw engelen om mij bij te staan.

Art 12 noemt ook dat alles in stand houdt en regeert overeenkomstig zijn eeuwige kracht en voorzienigheid en eeuwige macht. Dat mag ook rust en vertrouwen geven.

Je mag naar hem toegaan met je vragen en rust vinden voor de onzekerheid van morgen.

 [#11] Hier op aarde is de strijd tussen goed en kwaad gaande.

Dan is je lichamelijke gezondheid en veiligheid belangrijk.

Maar niet het belangrijkst: de engelen willen helpen dat je tot je heil komt.

Zij zijn het ook waarvan we lezen dat ze je naar Gods troon dragen.

Zoals de engelen Lazarus brachten in de schoot van Abraham.

Ze zijn de strijd aangegaan met de satan, onder leiding van Michael.

Ze zullen overwinnen!
En dan komt er straks een dag: als de bauzuinen klinken, als de Heer zijn engelen uitzendt en zelf komt omringt door zijn engelen. Dan wordt alles nieuw.

[#12] 3. Ze zijn er om Hem te dienen.

In onze tekst staat niet alleen dat ze er zijn om op diakonale manier de gelovigen bij te staan.

Er staat ook dat het dienende geesten zijn, en dan wel met het woord ‘liturgie’.

In het allerheiligste van de tempel en tabernakel krijgen ze een plek.

Hun vleugels zijn uitgestrekt over de ark en het verzoendeksel.

Dicht bij Gods heiligste plaats op aarde.

Maar ze zijn er ook in de hemel.

Nooit lovensmoe brengen ze God de lof en de eer.

Roepen ze heilig, heilig, heilig toe aan God. Staan ze voor zijn troon.

We denken dan ook aan wat ze voor Jezus deden.

Een engel stond hem bij, toen hij het moeilijk had.

In Getsemane verschijnt een engel.

Voordat hij dodelijk beangst wordt en druppels bloed zweet.

Niet alleen voor de gewone mens, ook voor Gods zoon waren de engelen helpers.

[#13] Ik hoop dat we dat ook van de engelen mogen leren.

De lofprijs op God gaat eeuwig daar.

Daar mogen wij ook onze stem in voegen.

Steeds opnieuw mag God groot gemaakt worden.

Zoals in Psalm 103: wij maken God groot om zijn trouw en liefde.

Zo staat er ook dat de engelen God loven en prijzen.

Dat zal altijd doorgaan.

Laten we bidden dat we zo God mogen loven en prijzen.

Steeds weer uit mogen roepen: Heilig, heilig, heilig bent U, Here God. Amen