Hebreeën 10:32-11:1 – Houd vol!

november 26, 2018

Preek gehouden Heemse

Tekst: Hebreeën 10:32-11:1

Geliefde gemeente van Jezus Christus,
[#1] Vandaag staan we extra stil bij de vervolgde kerk.
Een onderwerp waar je je misschien niet direct wat bij voor kan stellen.
Zeker niet als je vanmorgen geen seconde hebt hoeven denken of het wel veilig was om naar de kerk te gaan.
Voor mij kwam het afgelopen mei heel dichtbij, toen ik in Engeland was.
Naast bij zat een deelnemer aan het congres die uit Turkije kwam.
Hij vertelde dat hij als dominee, voordat hij wegging, voor verhoor mee moest.
De Turkse overheid had moeite met zijn kerk.
Zijn collega-predikant zat in de gevangenis. Hij vroeg ons om voor hem te bidden.
We hebben gebeden dat hij, bij aankomst in Turkije, niet gearresteerd zou worden.
Dat hij nog mogelijkheid zou krijgen om te preken en bij zijn gezin te zijn.
Ik keek nog eens naast me, en was onder de indruk van wat die man vertelde.
We hebben van harte voor deze man gebeden en hem bemoedigd.
Maar zou jij, zou ik, ook weer op het vliegtuig gestapt zijn?

[#2] Wanneer we vandaag lezen in deze brief aan de Hebreeën dan kom je daar eigenlijk ook die twee verschillende werelden tegen.
Aan de éne kant zegt de schrijver: wat hebben jullie veel doorgemaakt. Toen jullie als Joden pas tot geloof kwamen, had je het heel moeilijk. Sommigen van jullie zijn in de gevangenis gegooid. Dat weten we ook van de eerste apostelen. Petrus zat gevangen, Jakobus en ook Stefanus zat gevangen. Hij werd zelfs gestenigd en daarna was er een periode van zware vervolging van de christenen: Paulus ging op zoek in Damascus naar volgelingen van Jezus om ze te vervolgen!
Zo was het voor jullie ook geen gemakkelijke tijd, zegt de Hebreeenschrijver. Het was een zware strijd en worsteling die je moest doormaken. Jullie werden gepest, uitgelachen, getreiterd. Je spullen werden van de afgepakt. Misschien wel uit je huis gezet, of je eten werd afgepakt, of je kon niets kopen, omdat je Christen geworden was. Dus jullie waren niet bezig met aanbiedingen op Black Friday, of met een decembermaand op komst, jullie hadden helemaal niets … een moeilijke tijd.
[#3] Want ik zei al: eigenlijk kom je hier in de brief beide situaties tegen. Niet alleen dat ze vervolgd worden, maar ook dat het juist makkelijk is om te geloven. Als deze brief geschreven wordt is het nodig om de gemeenteleden aan te sporen om trouw te blijven, om te blijven geloven. Sommigen komen niet trouw naar de samenkomsten, anderen hebben een lakse en gemakkelijke houding, ze staan niet meer stevig op hun belijdenis, maar ze dreigen te wankelen en Jezus uit het oog te verliezen. Als ze niet uitkijken hebben ze hun hart vol van andere zaken en niet van oprecht geloof in Jezus. Juist nu het makkelijk is, en er geen spanning is, krijgen ze deze brief. Vergeet je niet waar het om gaat? Verlies je God niet uit het oog? Houd je nu ook vol?

[#4] Maar is de tijd van verdrukking en de moeilijkheden een tijd waar ze liever niet aan terugdachten? Een tijd waar ze slecht op terugkijken? Nee, het is een tijd die de schrijver hen voorhoudt, juist in de situatie waar ze nu in zitten, om ze te bemoedigen.
Juist daarom grijpt de schrijver terug op de tijd. Weten jullie nog wat je hebt doorgemaakt? Hij houdt het hun voor ter bemoediging.
Toen het moeilijk was en je om je geloof verdrukt werd, toen heb je ook stand gehouden. Misschien was je toen nog juist wel meer aan elkaar verbonden als gemeente.
Je bezocht de mensen in de gevangenis,
je deelde van je eten met de mensen die het niet zo goed hadden,
je gaf van je bezit weg als anderen hun bezit kwijt waren.
Jullie waren een hechte gemeenschap.
Er is niets dat zo samen kan binden als wanneer je samen een moeilijke tijd doormaakt. Wanneer je elkaar dan vast kan houden, elkaar dan niet kwijt raakt, dan raak je als gemeente extra op elkaar betrokken en extra met elkaar begaan.
Dan weet je samen waar je voor staat en gaat.

En u, jij en ik? Denk zelf maar eens terug aan die eerste tijd, dat je net bij Christus hoorde. Je hebt toen misschien geen moeilijke tijd gehad: maar denk er eens aan. Hoe je vol was van zijn liefde, duidelijke keuzes maakte, er helemaal voor ging. Maar misschien heb je het wel mee gemaakt: dat je echt tegen de stroom in moest gaan om in je leven bewust voor de kerk van Christus te kiezen.

Bovendien: wanneer je dat samen doormaakt, raak je ook verbonden met Christus. Hij was degene die toen hij zelf op aarde was, geleden heeft. Hij is de weg gegaan van uitgejoeld worden door de mensen, gearresteerd worden, niet aangenomen worden, weggedaan worden, gewond en gemarteld worden en gekruisigd worden, en daardoor zelfs gedood. Hij dacht aan de vreugde die voor hem lag en liet zich niet afschrikken door de schande van het kruis (Hebr 12:2).

Jezus zei: neem je kruis op je en volg mij. Een dienaar is niet meer dan zijn meester. Je zult ook als dienaren van Jezus te maken krijgen met lijden en vervolging. Het is bijzonder om te lezen bij Open Doors hoe mensen ook ervaren dat ze van God kracht ontvangen en door God voort geholpen worden. Hoe ze samen een gemeente vormen. Zelf heb ik een paar keer iemand uit de gesloten gebieden mogen ontvangen die we vanuit Drenthe ondersteunden. Ze waren nauw op elkaar betrokken. Mochten niet openlijk hun geloof belijden. Als ze in een huis bij elkaar waren met zeven mensen voor een zondagse kerkdienst, was het maar afwachten of ze er de week daarna allemaal nog waren en of er niet één van hen gearresteerd zou zijn.

[#5] Wat een verschil met hoe we hier leven. Niemand legt je een strobreed in de weg om God te dienen. Om naar de kerk te gaan. De politie houd je niet tegen als je naar de kerk wil, niemand zet je in de gevangenis als je een bijbel verkoopt, je mag openlijk met anderen over het geloof praten. En doen je dat dan ook? Of het lukt de verleiding van een vrije zondag en een lekker bed wel om ons bij de kerkdienst vandaag te halen, wat de politie niet Noord-Korea niet voor elkaar krijgt? Of lukt het tolerantie in Nederland: iedereen mag toch zelf weten of en wat hij gelooft, wel wat de staat in Somalië niet voor elkaar krijgt: dat de christenen zwijgen over hun geloof. Juist de vrijheid en openheid kan een enorme bedreiging vormen voor ons geloof. Net als het bij de Hebreeën de vraag was of ze wel staande zouden blijven, of ze niet zouden verzwakken en achterblijven.

[#6] Is het dan hier altijd makkelijk om te geloven? Nee, want ook als er geen openlijke vijand is, kun je het zomaar moeilijk vinden om te geloven. Wat mij de laatste tijd vooral opvalt is dat jongeren vertellen dat er raar over hen gedaan wordt als ze geloven. Als je de enige bent uit de klas die zegt dat je zondag naar de kerk gaat. Als je een mooi gedicht opschrijft waarin je zegt dat jij je hulp van God verwacht. Er wordt om gelachen, er wordt naar elkaar gekeken, het is niet stoer. Als er al geen veilige sfeer is in de klas, voel je je dan wel onveilig. En een volgende keer … zeg je dan nog dat je christen bent en wat jouw houvast is en steun geeft? Zo kan het ook hier in Nederland soms lastig genoeg zijn om je geloof vast te houden.

In wat voor situatie je ook zit: een situatie van in alle rust je geloof belijden, van uitgelachen worden om je geloof, van vervolgd worden of van dreigen of te dwalen en Jezus uit het oog verliezen. De schrijver grijpt hier die moeilijke situatie aan om zijn lezers te bemoedigen.

[#6] Het eerste waar hij op wijst is, dat je iets beters bezit. Het kan gebeuren dat je hier op aarde je bezittingen kwijt raakt omdat je gelooft. Zaken worden je afgenomen. Maar je hebt een bezit in de hemel dat niemand van je af kan pakken. Een eeuwige schat, waarvan Jezus ook spreekt: die kan niet roesten, gestolen worden, kapot gaan, kwijt raken. Wat ze ook van je afpakken: hier kan niet aankomen, dit kan niemand je ontnemen. Die geweldige schat die je in de hemel hebt.

[#7] Het tweede waartoe we hier worden aangespoord is: leg de vrijmoedigheid niet af. Het is belangrijk dat je open en eerlijk over je geloof blijft praten. Je moet natuurlijk niet onnodig je leven in gevaar brengen. Maar als de gelegenheid zich voor doet, gebruik hem dan ook, om iets te delen van je geloof. Ook als anderen er lacherig op reageren, maar juist ook als het voor anderen vreemd en onbekend is. Wat geweldig is het dat hier staat: je zult er ruim voor worden beloond.

[#8] Het derde wat er beloofd wordt is: Jezus zal doen wat hij beloofd heeft. Dat is bestemd voor degenen die volharden, die Gods wil blijven doen.
Een duidelijke aansporing om God niet los te laten. Wat kan dat moeilijk zijn als je er vervolgd wordt om je geloof. Ik denk aan die vrouw die elke dat zes uur verhoord werd door de politie en daarna nog acht uur moest werken. Ze moest boven haar kracht cement tillen en anderen vroegen hoe kan ze dat doen. Maar ze volhardde. 19 jaar lang zat haar man in de cel. En toen kwam hij vrij: ze was toen 65 jaar. Samen mochten ze zien op God belofte: wie volhardt, die zal delen in wat God beloofd heeft.

[#9] Het vierde wat hier beloofd wordt is dat Jezus spoedig weer zal komen. Het is nog een korte tijd, zegt de schrijver hier met veel nadruk. Wie niet volhoudt, die zal omkomen. Wie terugdeinst, juist nu de verdrukking voorbij is, wordt niet gered. Maar de rechtvaardige zal door het geloof leven. Je zult gered worden! Je zult eeuwige leven krijgen. Juist door het geloof: het bewijs van de dingen die je nu nog niet ziet. In het volgende hoofdstuk volgt een lijst van vele gelovigen die daar ook aan vast gehouden hebben. Door het geloof, houd je je vast aan de belofte van Jezus.

En dat het dan nog langer duurt? Noach, Abraham en Mozes moesten ook wachten. Hebben het hier op aarde niet meegemaakt. Maar deze gelovigen onder het oude verbond wilden er geen deel aan krijgen, zonder ons. De gelovigen van het nieuwe verbond. Pas als het getal vol is komt Jezus terug. Dan zullen we eeuwig leven met Hem.

Het belangrijkste is dan ook het gebed. Laten we bidden dat we zelf vol mogen houden. Als het goed met het gaat, maar ook als je veel te dragen hebt. Als je in een zorgelijke of moeilijke situatie zit. Laten we elkaar opdragen aan God. Maar laten we ook bidden voor en meeleven met de vervolgde kerk. We bidden voor wat de Open Doors doet. We bidden voor al die mensen in Pakistan, Noord-Korea, Iran, Somalië en Turkije. Dat God hen de kracht mag geven die ze nodig hebben en hun leven mag beschermen. Dat een ieder vervuld van Gods zegen zijn weg mag gaan. Amen

Advertenties

Ezechiël 4 – Wat mensen niet meer willen luisteren naar God?

november 12, 2018

Preek Heemse, 11-11-18
Tekst: Ezechiel 4:1-17

Geliefde gemeente van Jezus Christus,
Wat als mensen niet willen luisteren naar God?
[#1] Afgelopen weken hebben twee keer eerder naar de boodschap van Ezechiël geluisterd. Deze priester is door de Babyloniërs naar Babel meegevoerd, samen met de prinsen en belangrijke mensen, elf jaar voordat de Babyloniërs Jeruzalem en de tempel verwoesten. Met een groep ballingen woont hij nu aan het Kebarkanaal bij Teil Abib.
Over 11 jaar gaat het dus helemaal mis zal met Jeruzalem: de stad zal straks in puin liggen, er zal strijd en oorlog zijn. De maat zal vol zijn, dat moet Ezechiël zeggen.
Maar die ballingen: ze maken zich niet veel zorgen. God zal zijn stad toch wel sparen? Als God aan Abraham heeft gedacht, terwijl Abraham alleen was, zal Hij nu toch ook zoveel kinderen van Abraham wel sparen. Ze zeggen: Jeruzalem gaat verwoest worden? Kom nou dat meen je niet! Dat is de stad van God!

[#2] Ezechiël heeft met zijn preken gewaarschuwd: God oordeel komt! Hij is degene die op de stadsmuur staat en op de hoorn moet blazen om de mensen wakker te schudden. Om te zeggen: straks gaat het echt helemaal mis! Zijn waarschuwende boodschap vinden we in zijn boek. De sirenes klinken!
We hebben ook gezien dat hij apocalyptische taal gebruikt. Taal waarmee hij spreekt over Gog uit Magog, de grootmachten uit het Noorden. Ook daarin komt de boodschap naar de mensen toe. Maar ze willen het niet horen.

Een probleem van die tijd, maar ook een probleem van deze tijd. Gods boodschap klinkt in de bijbel. Gods woorden worden gebracht. Maar hoe vaak het lijkt het niet of mensen watjes in de oren hebben zitten? Hoe vaak zijn er geen koude harten, mensen die niet geraakt worden door de boodschap van de Geest. Hoe makkelijk sluit je je oren voor wat God wil zeggen. Dat de bijbel dicht blijft. Dat je de goede leer niet meer wilt verdragen. Hoe bereik je in deze samenleving mensen met het nieuws dat Jezus Christus gekomen is tot redding, zodat een ieder die in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben. Soms merk je het heel dichtbij: je zoon of dochter, broer of zus, buurman of buurvrouw wil, kan niet meer geloven. Wil geen rekening meer houden met de levende God die hemel en aarde gemaakt heeft. Hoe moet je hem, haar dan bereiken?
[#3] Ezechiel, de priester die ver bij de tempel vandaan is, heeft het steeds weer gehad over dat de mensen weer naar God moeten luisteren. Maar in hoofdstuk 3 kun je lezen dat hem door God het zwijgen wordt opgelegd. De mensen luisteren toch niet. Hij moet zich opsluiten in zijn huis, hij wordt met touwen gebonden en kan niet meer spreken. De mensen denken: van die profeet hebben we ook geen last meer. Zijn woorden hoeven we ook niet meer aan te horen. Die sirenes en alarmroepen hoeven niet meer te klinken. Ze gaan door met hun eigen leventje, een leven zonder de God. Een leven met de afgoden. Een leven midden in hun tijd, in de luxe van Babel en het nieuwe land.

Maar als de profeet niet meer mag spreken, geeft God hem een andere opdracht. God laat hem een toneelstukje opvoeren, een mimespel. Dat moesten profeten vaker doen. Jeremia kreeg de opdracht een gordel te kopen, en die vervolgens in een rotsholte te leggen en te laten verrotten, zo zouden Israël en Juda waardeloos worden (Jer 13).
Zoals God ook Jesaja opdracht had gegeven om naakt rond te gaan lopen, als teken dat de ballingen naakt zouden worden weggevoerd (Jesaja 20).
Hosea kreeg zelfs de opdracht om met een prostituee te gaan trouwen, als beeld van de ontrouw van het volk.
Als het volk niet wil horen gebruikt God onorthodoxe, aanstootgevende maatregelen, waar iedereen schande over spreekt om het volk wakker te schudden. Hij is zelfs bereid om zijn dienaar, zijn knecht te laten lijden en te vernederen, als het volk maar bereikt kan worden en wakker geschud kan worden.

Wat moet Jeremia doen. Hij krijgt de opdracht om een klein Madurodam te bouwen. Hij pakt een kleitablet, die nog zacht is (er zijn duizenden van die tabletten gevonden) en hij gaat daar met een hard voorwerp de plattegrond van Jeruzalem in tekenen (er zijn meer kleitabletten met plattegronden gevonden). Hij maakt er een belegeringswal omheen. Zodat niemand meer de stad in of uit kan. Zodat de stad aangevallen kan worden. Hij moet stormrammen en wapens bouwen die laten zien dat de stad aangevallen wordt. Vervolgens moet hij een grote ijzeren plaat pakken, een bakplaat en moet hij achter die bakplaat gaan zitten. Hij kan die stad niet meer zien. Maar hij moet wel zijn arm omhoog heffen als een waarschuwing voor de stad. Zo zit hij daar in zijn huisje, in Babel, terwijl hij niet mag praten.

Kijk en daar komen de mensen aan. Zie je hoe ze zijn huisje binnenlopen.
Hoor je wat ze zeggen: hoe zou het met Ezechiel zijn? Hij houdt zich eindelijk stil.
Tjonge, wat is hij nu weer aan het doen? Wat een rare man is het toch.
Wat maakt nu dat hij daar zo achter die plaat gaat zitten. O kijk eens, hij heeft Jeruzalem getekend. Heb je hem weer: dan wil hij zo duidelijk maken dat de stad eraan gaat. Dat God niet meer zal luisteren. Dat God boos is en toornt over onze zonden. Dat God het niet meer aan kan zien. Dat het echt helemaal mis zal gaan.

[#4] Zouden ze hierdoor wel tot inkeer zijn gekomen? Gestopt met het dienen van de afgoden? Weer teruggekeerd zijn naar de levende God en berouw getoond hebben? Uit het vervolg begrijpen we dat het niet gebeurd is.
Maar … ze kunnen niet zeggen: we wisten niet dat het mis kon gaan.
God heeft het voor hen uitgetekend. Ze hadden het kunnen zien.
Ezechiël heeft het hen getoond. Als ze dan niet luisteren dan keert God zich van hen af. Dan straft Hij hen nog harder dan de volken rondom, want zij hadden Gods liefde kunnen kennen. Hij had hen juist uitgekozen, maar ze willen het niet weten.

[#5] Wat kunnen wij doen om in deze tijd Gods boodschap dan over te brengen. Kennelijk werkt God niet alleen in de weg van liefde en geduld. Kan de maat ook vol zijn. Is het soms ook goed om eerlijk de waarheid te vertellen, in plaats van er omheen te draaien. Moeten we dan ook toneelstukjes gaan doen? Misschien wel ja: kan iemand door een handeling aan het denken gezet worden dat het zo echt de verkeerde kant opgaat. Ik denk aan de hoorn die ik een paar weken terug meenam, of aan een mimeteam dat zonder iets te zeggen iets van God uit kan beelden. Tegelijk zijn er zoveel stille getuigen en tekenen in Nederland die ons eenzelfde boodschap tonen: kerken worden gesloten, diensten worden afgeschaft, kerkgebouwen gesloopt, omgebouwd tot bibliotheek, moskee of appartementen. Duidelijke tekenen dat mensen het woord van God niet meer nodig denken te hebben. Hoe zal het gaan het met een volk dat zich afsluit voor het woord van de levende God? In hoeverre wil jij Gods goede woorden horen en aannemen?

[#6] Vervolgens krijgt Ezechiël nog een tweede opdracht. Hij moet op zijn zij gaan liggen. 390 dagen op zijn linker zij, en dan nog veertig dagen op zijn rechterzij. Een hele tijd, onvoorstelbaar lang. Probeer maar eens één dag op één zij te liggen. Je krijgt pijn, het is niet prettig. Je krijgt misschien doorligwonden. Hoe kun je dat ooit volhouden? Ezechiël moet het doen. God legt uit waarom: hij moet dat doen voor de schuld van het volk. 390 jaar heeft Israel zich tegen God gekeerd vanaf de scheuring van het rijk. Veertig jaar zal Juda dan nog in Ballingschpa moeten. Ezechiel draagt eerst de schuld van Israël en vervolgens de schuld van Juda. De mensen die gekomen zijn die zullen gezegd hebben: kom op Ezechiël, sta op! Dit kan toch zo niet langer. Je gaat er helemaal kapot aan. Je bloed. Het is niet om aan te zien. Ik was een keer in het ziekenhuis bij een patiënt, vastgebonden in een bed, dat ik echt dacht: wat een verschrikkelijk lijden met deze man toch doormaken. En hier gebeurt dat met een dienaar van God, een profeet. Laat God een mens zelf zo lijden, vanwege de zonden van het volk. Zouden ze daardoor wakker geschud worden. Zouden ze zo ontdekken dat de maat van God vol is?

[#7] Jeruzalem, Jeruzalem, dat zijn profeten veracht en doodt, zegt de Here Jezus later. Dat is gebeurd met verschillende profeten, maar uiteindelijk ook met de Here Jezus zelf. Ze hebben Hem ook laten lijden en zijn boodschap niet aan willen horen. God stuurde zijn profeten en was zelfs bereid hen te laten lijden, in het laatst van de dagen stuurde Hij zijn zoon. Wij zijn er misschien aan gewend, maar als het brood omhoog geheven wordt, als de je de wijn ziet van het avondmaal dan zijn dat net zulke ellendige bewijzen van hoe God zijn toorn liet neerkomen op de laatste van de profeten, op zijn Zoon. Hij leed aan het kruis voor de zonden van de wereld. Hij heeft de straf van al God kinderen willen dragen. Hij stierf daarvoor. Een confronterende boodschap: dat het God niet koud laat als wij Hem pijn doen met de zonden. Dat Hij liever dan ze ongestraft te laten, zijn eigen zoon ervoor gestraft heeft aan het kruis. De mensen van Jeruzalem hadden zich kunnen bekeren en de straf zo kunnen ontgaan. Wij kunnen ook die keuze maken. Want wie niet schuilt achter het bloed van Christus, die zal het vergaan als de stad van Jeruzalem. Dan schermt God zich af in de dag van het oordeel. Dan heb je de weg van redding afgewezen. Hoor je die indringende woorden van God? Leef je daarnaar?

[#8] Tenslotte moet de arme profeet nog één ding doen. Hij moet zes verschillende soorten graan en bonen pakken die bij elkaar in één pot doen. Hij moet er brood van bakken. Ezechiël zal de tarwe, gerst, bonen, linzen, gierst en spelt bij elkaar hebben gezocht. Waarom nu deze opdracht. Er zijn mensen die zeggen: het is onrein, omdat je nooit twee soorten graan door elkaar mag zaaien, dus dat ook niet in een brood mag doen. Dat staat echter nergens. Waar het vooral op wijst is dat het brood van de armoede is. Geen lekker brood, maar het is een teken dat hij de restjes bij elkaar heeft moeten zoeken om zo nog een laatste beetje brood te hebben. Het is brood dat je eet als er bijna niets is, zeker als je er nog bonen en linzen door gaat mengen. Hij krijgt maar een klein beetje per dag. Daarbij komt dat Ezechiël ook nog eens maar heel weinig mag drinken. Er komt een hongersnood over de stad. De stad zal het zwaar te verduren krijgen tijdens de belegering. De mensen zullen het zwaar hebben. En dan moet die profeet dat eten vervolgens ook nog eens op uitwerpselen van mensen gaan bakken.

[#9] Maar nu protesteert de profeet, en dat is ook het enige lichtpuntje in onze tekst. Hij wil niet onrein eten eten dat daarop gebakken is. Rundermest was een goede brandstof, dat kon ook en Ezechiël krijgt dan ook toestemming om het daar wel op te bakken. God hoort zijn klacht. God hoort dat Ezechiël die als priester nooit onrein mocht zijn, nu ook niet onrein wil zijn. Hij hoort zo de vraag van zijn knecht. En hij gaat erop in. Het zijn verzen waarvan je misschien denkt: waarom staat het erin. Als God dan toch het andere ook goed vindt, waarom had Hij dat niet gelijk toegestaan. Maar hiermee wordt duidelijk. God sluit zijn oor niet af voor de profeet. Voor wie tot Hem roept. Verderop mag Ezechiël het ook zeggen: er zal een rest behouden blijven. Zo laat God zien dat hij er toch nog redding mogelijk is.

Aan de éne kant de boodschap hard is: God zal straffen. Het volk zal niet meer leven onder de zegen van de Here: hij doet zijn aangezicht niet meer schijnen over het volk. God zal straffen en zich afwenden.
Aan de andere kant is toch ook Gods genade zichtbaar. Hij wil graag aangeroepen worden. Hij wil de gebeden verhoren. Er zal een rest behouden blijven. Ezechiël mag later profeteren over een dal waarin de botten liggen, toch door Gods Geest weer tot leven gewekt zal worden. God zal een nieuw begin maken.

[#10] Aan het begin vroeg ik: hoe kun je anderen toch bereiken? Mensen die doof geworden zijn voor Gods boodschap. 1) God zelf geeft de moed nooit op en blijft zijn volk roepen en waarschuwen. Soms is de tijd gekomen dat spreken niet meer gaat. Dan kan het nog door je houding en gedrag duidelijk zijn dat jij wel naar God luistert. 2) God gaat ver in het roepen van zijn volk: zijn eigen dienaar lijdt eronder. Het kan ons soms pijn en verdriet kosten om te volharden. Het is niet altijd de leukste weg, maar God vraagt wel hem trouw te zijn. 3) Tenslotte: In Jezus Christus heeft God een dienaar gestuurd die wel heel de weg kon lopen. Uiteindelijk heeft God daarin zijn liefde en genade laten zien. Niet de toorn en boosheid overheerst, maar wij mogen vertellen: luister, er is genade. Er is door Christus geleden aan het kruis. Hij is heel de weg gegaan. Kom, tot Hem, allen die vermoeid en belast zijn en hij zal je rust geven! Ik bid dat je die woorden van Jezus hoort en aanneemt, dat je werkelijk komt! Amen


Psalm 51 – Gedoopt: door Christus schoongewassen van de zonde

oktober 18, 2018

Preek Heemse 23-9-2018

Tekst: Psalm 51

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Wanneer een kindje wordt geboren dan zijn we onder de indruk van hoe mooi het door God geschapen is. Psalm 139 bezingt het wonder van hoe God al in de moederschoot zo’n kindje heeft geweven. Vanaf het eerste begin is het omringd door Gods zorg en liefde. Zoals je onder de indruk komt van Gods grote scheppingswerk: de zon, de maan, de wolken, de luchten, de sterren, zo kun je ook onder de indruk komen van hoe God uit de liefde van man en vrouw een kindje doet groeien. Waar wetenschappers tegenwoordig veel kunnen en steeds meer ontdekken van het bijzondere van de schepping, blijft het een wonder hoe God ‘leven’ kan geven. Een uniek, kostbaar leven, waarvan de dagen in zijn boek staan. Om met Psalm 19 te zeggen: een verhaal zonder woorden over de almacht van God.

[#2] Toch vraag je bij de doop: ‘Erkent u dat Nick zondig en schuldig ter wereld is gekomen en uit zichzelf niet goeds kan doen en dat hij van nature blootstaat aan Gods toorn?’ Waarom wordt zo’n vraag gesteld? Als kerklid zit je misschien al te denken: nou, zoveel verkeerds zie ik nog niet bij zo’n klein baby’tje. Zo zondig is dit kindje toch nog niet. En zeker als er buren of vrienden zijn die niet naar de kerk gaan, kunnen zij ook vragen krijgen: is dit een kerk waar je somber wordt gemaakt, waar ze alles wat zwart zien, waar steeds weer over zonde wordt gepraat?

Ik begreep dat er dominees zijn die dan de vraag maar wat aanpassen. Het minder over dit kind laten gaan, maar meer in het algemeen houden. Dat ze zelf ook niet zo goed met die vragen uit de voeten kunnen. Zou dat een goede weg zijn? Of is dit iets waar je juist meer nadruk op zou moeten leggen? Iemand ging een keer weg hier bij de kerk en zei: er wordt te weinig over zonde gepreekt. Je hoort bijna niets meer over wat verkeerd is. Iedereen krijgt vooral een aai over de bol en te horen dat we een parel zijn in Gods hand, maar volgens mij klopt dat niet.

 

[#3] Gedoopt: door Christus schoongewassen van de zonde

  1. De zonde in beeld
  2. In zonde ontvangen
  3. Schoongewassen!

[#4] Om een goed beeld te krijgen wat het formulier bedoeld met ‘zondig en schuldig ter wereld gekomen’, moeten we eerst ontdekken wat zonde precies is. Als je op straat vraagt wat ‘zonde’ is, dan volgen er heel verschillende antwoorden. Zonde, dat is dat die mooi bloem geknakt is. Zonde dat we die wedstrijd verloren hebben. Zonde dat dat die mooie vaas kapot gevallen. Iets wat heel is, is kapot gegaan. Je kunt niet het doel bereiken wat je graag had willen bereiken. [#5]  Bij schuldig denken we aan iets wat je verkeerd hebt gedaan: jij hebt een nota nog niet betaald, dus je staat in de schuld. Je hebt een misdaad begaan: een overval, een inbraak, dus de rechter zegt dat je schuldig bent. ‘Zonde doet zich voor als een kwaad dat niet recht doet aan wat we ons bij het leven voorstellen’ (Brink/Kooi).

[#6] Als we in de kerk over zonde en schuld praten komt er nog wat bij. We geloven dat God ons gemaakt heeft en dus ook zijn regels en wetten geeft over hoe het goed is om te leven. Op zondag horen we de wet: niet vloeken, niet stelen, niet verlangen dat wat van de ander is. Regels die God geeft om ons leven goed te maken. Op het moment dat we zonde doen, missen we dus niet alleen ons doel, we doen dan ook zonde tegen God. We doen Hem pijn wanneer we geen liefde aan Hem of de naaste hebben getoond, wanneer we zijn regels overtreden.

[#7] Dat is ook wat in deze Psalm 51 opvalt: David had zijn buurman Uria gedood, hij had gekeken hoe mooi Batseba was en overspel gepleegd. Maar dan zegt hij: tegen U heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat kwaad was in uw ogen. Daar ontdek je de diepte van de zonde: hij had bloedschuld op zich geladen door Uria te laten doden, zijn nabestaanden zouden zich op hem willen wreken. Hij had zijn vrouw afgepakt. Hij had in een machtspositie Batseba verleid en meegenomen. Hij heeft de naaste pijn en gedaan en daarmee God pijn gedaan.

Wanneer David hier zijn schuld belijdt dan spreekt hij eerlijk tegenover God uit wat hij verkeerd heeft gedaan. Dat is wel het knappe en indrukwekkende van deze boetedoening. Als je bidt, zul je misschien vaak vragen: Here, vergeef mijn zonden. Maar denk je dan ook aan wat verkeerd is? Heb je dan ook werkelijk iets voor ogen, of denk je meer: als ik dat maar zeg dan is alles wat tussen God en mij instaat weer opgeruimd. Je merkt bij David dat hij echt spijt heeft van zijn zonden, dat hij er niet omheen draait en het niet goed praat, dat hij zich ook voorneemt om het goede te gaan doen: hij wil graag een nieuw hart, hij vraagt Gods Geest. Daarvoor moet je eerst weten wat je verkeerd hebt gedaan: dan kun je God vragen of hij wil helpen om het beter te gaan doen.

[#8] Moet je dan altijd alles precies kunnen benoemen? We lazen ook Psalm 19. Daar bidt de dichter of God hem ook van zijn verborgen zonden vrij wil spreken.

Hoe goed je ook je best kunt doen om zonde te ontdekken, soms ben je blind voor wat verkeerd is. Daarom is het goed als iemand je uit liefde wijst op dingen waar je ander mee kwetst, waarmee je de ander pijn doet, waarmee je niet aan de bedoeling van God beantwoord. Als iemand je aanspoort om met God te leven. Maar soms kunnen we ook als samenleving verborgen zonden hebben: eeuwenlang werd slavernij geaccepteerd, maar hoeveel onrecht is daar niet geleden. Hadden de mensen hun ogen op slot? En tegenwoordig: kun je schoenen en kleren kopen, die bijna niets kosten. Maar ben je je bewust van hoe daarvoor soms mensen uitgebuit worden en als slaven moeten werken. We mogen bidden dat God onze ogen opent: voor kwaad dat we anderen aandoen, voor pijn die we anderen bezorgen, voor verdriet dat wereldwijd pijn veroorzaakt.

 

[#9] 2. In zonde ontvangen?

We hebben zo helder wat zonde is, maar dan die vraag over zo’n babytje. Dat heeft nog geen zonde gedaan, maakt nog geen plannen om iets verkeerds te doen, en moet je dan op zoek gaan naar iets verkeerds. Het is toch vooral heel lief, kwetsbaar, snoezig?

Een belangrijke tekst in dit verband is Psalm 51,7. Ik heb die tekst al heel vaak gelezen maar nooit geweten dat het eigenlijk zo’n moeilijke tekst is. Als je de Hebreeuwse woorden gaat lezen, is het heel moeilijk te vertalen. David zegt: ik was schuldig toen ik (en dan wordt er meestal vertaald) werd geboren, anders is het niet te begrijpen. En dan gaat hij nog een stapje terug: naar hoe zijn bestaan begon. Sommigen zeggen dat dat moment dan al ‘zondig’ was, alsof seksualiteit iets zondigs is, maar David wil vooral zeggen: ik ben vanaf het eerst begin al zondig. Hij wil niet de schuld aan zijn moeder, aan zijn ouders geven. Hij zegt juist in vers 6: ik heb gezondigd. Hij vindt zichzelf schuldig en hij zegt: er deugd niets aan mij. Daarmee gaat hij terug naar het eerste begin, niet om een excuus aan te voeren, zo van: we zijn nu eenmaal zondig, dus ik kan er ook niet zoveel aan doen. Nee, juist om open en eerlijk tegen God te zeggen. Ik was niet goed, en dat zit heel diep in mij. Ik wil het niet goed praten, ik wil geen uitvluchten verzinnen, ik ben zelf de schuldige in deze situatie.

[#10] Hoe komt het dat David zondig is? Dat wij zondig zijn? Wanneer we dan bij de doop van een kindje zeggen: zondig en schuldig ter wereld gekomen bedoelen we niet dat zo’n kindje nu al zonde doet. Maar, eens, lang geleden hebben Adam en Eva in het paradijs tegen God gezondigd. Daarmee werd het leven gevangen in de dood: er is ziekte, handicap, pijn en verdriet gekomen. Uiteindelijk is het leven hier op aarde sterfelijk geworden. Zonder dat we het willen, weten we dat we hier op aarde het paradijs niet zullen vinden. Het koninkrijk van God, het eeuwige leven, het paradijs kunnen we niet meer binnengaan, met dit lichaam. We leven in een gebroken wereld. En wanneer dan een kindje geboren wordt dan kunnen we niet anders dan dat beamen: het is pril, het is kwetsbaar, want deze wereld is niet volmaakt. We delen allemaal in de gevolgen van de zonde. Dit leven op aarde is eindig. Het is niet mee de hemel op aarde.

Kunnen we het daartoe dan beperken? Bedoelen we alleen maar dat we allemaal sterfelijk mensen zijn? Nee, het gaat wel een stapje dieper. Want hoe komt dat, hoe is de dood in de wereld gekomen? Doordat Adam God verliet. Adam en Eva hadden de mogelijkheid om het goede te doen en ze kozen tegen God. Daarmee is elk kind dat de geboren wordt de mogelijkheid ontnomen om een volmaakt leven te leiden. Bij elk mens komen vroeger of later zonden naar voren. Pas dan zijn ze persoonlijk schuldig, nu deelt een babytje in de schuld van Adam. Daar is als het ware de wortel van de plant verrot en grijpt die verrotting om zich heen.

Ook al is het al Gods genade, dat Hij ook nog veel goeds in de mens heeft laten bestaan. Ook als je niet gedoopt wordt, groeit er nog veel moois in je leven, hebben we verstand, kun je van alles doen, kunnen we in liefde leven. Maar dat is dan wel beperkt tot het leven hier en nu. Duikt ook steeds weer de zonde de kop op.

 

[#11] 3. Schoongewassen!

Vaak wijs ik er bij de doopvont op dat de doop het teken is van schoonwassen. Zoals je onder de douche gaat en het vuil van je afspoelt. Zoals je je handen wast nadat je slijm hebt gemaakt. Zo wil de doop ons schoonwassen. David gebruikt in Psalm 51 ook heel duidelijk dat beeld: hij vraagt God om schoon gewassen te worden. Daarbij gebruikt hij een beeld uit de tempeldienst: met hysoop of majoraan, een plant die gebruikt werd om bloed te sprenkelen in de tempel wil hij schoongewassen worden. Hij wil graag weer witter worden dan sneeuw. Hij vraagt of God zijn ogen wil sluiten voor de zonden: of hij ze wil vergeven en wegdoen. Heel zijn schuld wil vernietigen.

[#12] Vandaag hebben we wat meer gelet op wat God dan weg wil wassen. Het is geen vrolijk en makkelijk onderwerp, maar wel goed om te weten en te beseffen wat Christus van ons weg wil nemen. Hoe beter je dat beseft, hoe meer je onder de indruk komt van Christus liefde. Hij wil ons schoonwassen van alle zonden, van de gevolgen van dat de zonden in de wereld gekomen zijn. Je bent zo schoon dat de weg naar het paradijs weer geopend is. Dat je voor God zelfs heilig bent, zonder zonde. Omdat Christus voor onze zonden gestorven is. Omdat hij ontvangen is uit de maagd Maria, zonder zonde. Omdat hij heel de weg gelopen heeft. Omdat hij aan het kruis met zijn bloed de schuld gedragen. Zo kan er vergeving zijn en vernieuwing.

Laten we tegelijk op onze hoede zijn. God wil niet dat je te makkelijk over vergeving praat. Dat zonde toegedekt wordt. Kwaad moet kwaad genoemd worden. David zegt: mijn zonden staan mij voor ogen. De pijn van wat hij heeft aangericht, iemand gedood, het huwelijk van Batseba kapot gemaakt, is bijna niet weg te doen. Hebben we in de kerk voldoende aandacht voor mensen die het slachtoffer geworden zijn van kwaad en zonden? Iemand die dat zijn leven lang mee moet dragen. Is daar oog en hulp voor? Of spreken we te snel over vergeving? We leven, helaas!, in een gebroken wereld. Ook met de doop wil het niet zeggen dat de wereld nu heel is. Ons leven lijdt ons de gevolgen van de zonden en is kent vaak pijn en verdriet. Ook ons blijft dat niet bespaard.

En toch … het is vandaag feest. Er klinkt een goede boodschap, het evangelie. God heeft zijn Zoon gegeven. Hij heeft voor ons de weg naar het paradijs geopend. Hij heeft gezegd wie gelooft en zich laat dopen zal gered worden. Juist waar Hij verschijnt, ontdekken mensen hun eigen zonde: denk aan de belastingbeambte Zacheüs die opeens zag hoe fout hij was geweest; denk aan Petrus die zich naast Jezus opeens heel klein en zondig voelt en uitroept: Ik zondig mens! Soms is het moeilijk om je zonde concreet te zien: maar hoe dichter je bij Jezus leeft, hoe meer je zonde in beeld komt en je concreet dingen kunt benoemen. Maar juist rondom Jezus komt dan ook de verandering op gang: de ziekte wordt genezen, de boze geesten uitgedreven, Zacheüs gebruikt zijn geld weer goed en Petrus vertelt over de goedheid van Jezus.

Waar David om bidt is gebeurd: God heeft zijn heilige Geest uitgestort. Zullen we bidden om die Geest, zodat er ook werkelijk bevrijding en vernieuwing in ons leven mag zijn. Dat je niet alleen bidt om vergeving, maar ook bidt om een nieuw hart. Dat de vrucht van de Geest in je leven mag gaan groeien. Zo mag je van geslacht op geslacht het feest van de bevrijding vieren en gaan op de weg dit God je wijst. Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Zondag 31 – blaas op de ramshoorn!

oktober 18, 2018

Preek gehouden Heemse

Tekst: Zondag 31

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Gelukkig zijn er mensen die ons land bewaken! Er mochten moslims opgepakt worden die een aanslag wilden plegen. Misschien waren er wel tientallen mensen om het leven gekomen op een station of bij een voetbalwedstrijd als er niet iemand heel wakker en oplettend was geweest en gezegd had: deze mannen moeten gearresteerd! En gelukkig zat de AIVD ook niet te slapen toen een paar Russische spionnen achter de geheimen van het atoomagentschap probeerden te komen. De mannen werden opgepakt en het land uitgezet. Als inwoner van Nederland ben je blij dat zo rampen voorkomen worden!

 

Maar wat als ze daar wel hadden zitten slapen? Dan was er misschien wel een aanslag gepleegd. Dan waren er misschien wel doden gevallen. En dan: je mag hopen dat ze het zelf overleven, maar daarna zullen ze wel moeten uitleggen waarom ze het niet in de gaten hadden. Moet de verantwoordelijk minister misschien wel aftreden. Wordt het “hoofd” geëist van de minister, omdat hij niet goed opgelet heeft.

 

Niet alleen ons land kan in gevaar zijn. Ook je leven kan in gevaar zijn. We lazen in de catechismus dat God een boodschap van redding heeft, voor wie het gelovig aanneemt. Maar eens komt de grote dag, Ezechiël spreekt over Gog en Magog, een dag van oordeel waarop degene die zich niet bekeert, niet in God gelooft verloren zal gaan. Wanneer jij niet in Jezus gelooft, wanneer je niet je afkeert van de zonden en je keert tot Hem, dan komt er een enorme ramp: dan zul je Gods toorn voelen over je leven. God zal het kwaad niet laten bestaan, maar Hij zal het straffen.

 

Het is dus maar goed dat God ook voor dat oordeel waarschuwt. Dat Hij wachters en wakers aangesteld heeft die moeten waarschuwen als dat oordeel komt. Over die mensen hebben we het vandaag als we het hebben over de twee sleutels van het koninkrijk: de verkondiging van het woord en de kerkelijke tucht, zeg maar: de preken en de momenten dat je persoonlijk aangesproken wordt. We zijn geroepen om elkaar te waarschuwen tegen de zonden, maar met name de ouderlingen en predikanten zullen ook in de bezoeken thuis moeten troosten, onderwijzen, maar ook waarschuwen.

 

Is het dan zo erg? In de tijd van Ezechiël hoorde men hem ook wel praten. Hij was een profeet, door God aangewezen om te waarschuwen tegen het gevaar. Toch gingen de mensen naar hem toe en zeiden: wat kan hij mooi praten, wat kan hij mooi spelen. Bijzonder zo’n man met van die mooie verhalen. Hij kan het goed brengen. Maar ondertussen gaan ze gewoon door met hun zonden, hun afgoden, hebben ze hun mond vol van liefde, maar denken ondertussen vooral aan hun eigen voordeel. De mensen nemen Ezechiël niet serieus.

 

Maar ondertussen bereikt wel verschrikkelijk bericht Ezechiël. Hij was zelf al 11 jaar geleden uit Jeruzalem weggevoerd. Hij woonde al in Babel. Samen met veel belangrijke mensen, met de notabelen, was hij al weg uit het land. Maar nu hoort hij dat Jeruzalem helemaal in puin ligt. Dat God zijn volk gestraft heeft. Dat de muren van Jeruzalem omver gehaald zijn en de tempel verwoest is. God is gekomen met zijn straf. God heeft niet eindeloos geduld gehad. In Jeruzalem is duidelijk geworden: God kan komen om zijn oordeel te geven.

 

Juist daarom wordt hier in dit hoofdstuk nog één keer de opdracht van Ezechiël herhaald. Ezechiël: je bent aangesteld om bovenop de stadmuur te staan. Als de stad in rust is en de mensen slapen, als de mensen bezig zijn met hun eigen dingen, moet jij op de uitkijk staan. Als het zwaard dan komt, als er gevaar dreigt: dan moet jij op de hoorn blazen. Dan moeten de sirenes afgaan. Dan moet er gewaarschuwd worden. Zodat de wapens gepakt kunnen worden, de poorten gesloten worden, zodat de stad voor een ramp wordt bewaard en niet wordt ingenomen.

 

Maar wat als Ezechiël wel slaapt? Als hij net een spelletje zit te doen of gezellig met zijn vrienden zit te kletsten. Dan komt de vijand wel de stad binnen. Dan worden er mensen gedood. En mocht Ezechiël het er levend afbrengen: dan zal hij voor de krijgsraad verschijnen en zal hij gestraft worden voor zijn fouten.

 

Wat een verantwoordelijkheid draagt Ezechiël. Wat een verantwoordelijkheid dragen dus ook de ouderlingen en met name de predikanten om te waarschuwen. Om het kwaad ook kwaad te noemen, zonde zonde te noemen, om op te roepen tot bekering als mensen op een verkeerde weg zijn. Zoals het ook staat in het formulier van ouderling; ze gaan op bezoek om de mensen te waarschuwen. Ook de Hebreeenschrijver zegt: uw voorgangers zijn het die waken over uw zielen. Zij houden de wacht!

Doe je dat ook als ouderling? Doe ik dat als dominee? Wanneer heb je dat voor het laatst gedaan? Wanneer heb je verteld dat het uitmaakt hoe je leeft en wat je gelooft en wat je kiest, en dat het een keus is tussen eeuwig leven en eeuwig straf. Vroeger werd wel gezegd: neem de tekst van Ezechiël maar niet al te zwaar. Dan kun je als ouderling of dominee toch bijna niet meer slapen. Als jij verantwoordelijkheid hebt. Dat het jou aangerekend wordt als je iemand niet gewaarschuwd hebt. Maar zijn we de laatste jaren niet erg makkelijk gaan denken over de taak van de ouderling?

Misschien voel jij, als ouderling, dat wel als een verantwoordelijkheid. Maar laten we eerlijk zijn, kun je in deze tijd nog wel iets met de tucht. Dat iemand jou gaat zeggen dat je niet teveel moet drinken, dat je beter voor je huwelijk moet zorgen, dat je meer oog moet hebben voor je naasten, dat je beter met de schepping om moet gaan. Je leeft toch je eigen leven? Je bepaalt toch zelf wat je doet? Die tijd zijn we toch wel voorbij dat iemand jou ga zeggen wat wel niet kan. Tucht: elkaar aanspreken is toch van vroeger. Dan krijg je toch zo’n benauwde wereld waarin iedereen elkaar in de gaten houdt?

 

Waarom laten we niet gewoon iedereen toe tot het avondmaal? Waarom kan niet gewoon iedereen zijn kinderen laten dopen? Past het niet meer bij deze tijd om gewoon een soort ‘volkskerk’ te zijn, zonder dat je elkaar gaat zeggen wat wel of niet past bij het evangelie? Waarom moet een kerkenraad toezien op leer en leven?

 

Als antwoord zou ik willen geven: omdat je zo laat zien dat je om elkaar geeft. Dat het je niet koud laat wat de ander doet. En dan is het niet alleen iets van de kerkenraad. Ieder in de gemeente wordt opgeroepen om elkaar aan te spreken. Dat kan alleen als je er bent voor elkaar, op de goede momenten, maar ook op de moeilijke momenten. Om elkaar aan te sporen.

Je waarschuwt je kinderen voor het verkeer, en hoopt dat veilig thuis komen.

Alcohol: nix onder 18; Niet roken-dodelijk;

ouderen: niet mopperen; oog voor je kinderen of druk met werk en schermpjes

Voor het geloof ook waarschuwen?

Want zegt God: ik ben vind het niet fijn als een zondaar omkomt. Ik heb er geen plezier in als de spotter verloren gaat. Ik vind het niet fijn als iemand zonder mij leeft en zich niet bekeert. Waarom stel Ik een wachter aan? Om te zorgen dat iemand tot inkeer kan komen, dat je gered kan worden. Waarom heb ik mijn zoon gezonden als de grootste profeet: omdat Hij zo door zijn sterven kon laten zien dat Hij wil dat een ieder die in Hem geloofd niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. De wereld ligt als onder het oordeel, dat komt hij niet vertellen. Uit onszelf zouden we al verloren gaan: maar de goede boodschap van de wachter is juist dat je gered kan worden. Dat je eeuwig leven kan krijgen. Dat God deze wereld liefheeft.

 

Je kunt je voorstellen dat de mensen het niet altijd fijn vinden als je wijst op iets wat niet goed is. Als je iemand ontdekt aan zonden. Op dat moment is Jeruzalem al een keer geplunderd en de stad van God wordt helemaal verwoest. Juist op dit moment zien sommigen dat de waarschuwing niet voor niets was. Ze zeggen: Onze misdaden en onze zonden, ze worden ons aangerekend. Al die momenten dat we niet luisterden en deden wat God van ons vroeg. Al die jaren dat we God zijn vergeten. Hoe kan er nu redding zijn. Kennelijk kun je zo in de put raken van je zonden: je hebt een verkeerde keus gemaakt. Jij bent degene die is gaan rijden met zoveel drank op, jij hebt een zonde gedaan waar een ander bijna aan onderdoor gaat. Kun je dan gered worden?

 

Juist dan mag Ezechiël zeggen: God wil dat je gered wordt. Hij wordt blij als je tot inkeer komt. En Hij noemt ook voorbeelden van wat er dan gebeurt. Diegene die iets in onderpand had genomen, en het niet teruggegeven had, geeft het weer terug. Diegene die gestolen heeft die geeft het weer terug. Denk aan hoe Zacheüs weer orde op zaken bracht. Bekering wil zeggen dat je met je hart voelt, met je mond zegt, maar ook in je daden laat zien dat je anders wil. Wat geweldig als de mensen zo weer tot inkeer komen.

 

De catechismus wijst aan dat er twee sleutels zijn. Aan de éne kant de preken. God laat op de preekstoel horen dat het rijk open kan gaan en dicht kan. Dat wordt gezegd tegen ieder gezamenlijk, maar ook tegen jou persoonlijk. En dan is het niet: ik ben binnen, dus er dreigt geen gevaar. Nee: steeds weer moet je wakker geschud worden. Elke keer als je het met een geloof hart aanneemt dat Christus voor je gestorven is, dan wordt je gered. Mag je zeker zijn van je redding. Maar als je je niet bekeert, als je een huichelaar bent en doet alsof, dan blijft Gods toorn op je, zolang je je niet bekeert. Wat is het belangrijk dat de preken ook zo klinken: dat het aankomt op een keus. En dat je zelf de preken ook zo hoort!

 

De tweede sleutel is de meer persoonlijke sleutel. Dan komt er iemand op je af, en spreekt je ergens op aan. En als het niet landt, neemt hij een ander mee. Hij probeert je te overtuigen om te stoppen met dat wat niet goed is. Wat geweldig als je dan tot inkeer komt. Voor niemand gaat de deur dicht, als je tot inkeer komt en je redding bij Jezus zoekt. Maar als je volhardt. Als je de boodschap niet aan wil nemen, dan kan de ouderling komen met de boodschap: ‘als het klopt dat je zo in het leven staat, dan is het koninkrijk van God voor jou gesloten.’ Hij blaast op de hoorn en waarschuwt je voor gevaar. De catechismus zegt: dan word je dus uit het rijk van Christus gesloten. Het is niet een ouderling of kerkenraad die iets beslist: het is een kerkenraad die na wil zeggen wat we in de bijbel lezen, wat de wachter vertelt: laat je redden door de enige naar die er is, laat je redden door Jezus Christus.

 

Ezechiël is weer op zijn post gaan staan. Ook toen het land verwoest was. De mensen dachten nog: als God aan Abraham gedacht heeft, zal hij ook wel aan zijn kinderen denken. Maar, Ezechiël, moet helaas zeggen het onheil komt! En pas daarna zal God, als de straf betaald is, zich ontfermen over zijn kinderen.

 

Wij weten het: eens mogen we binnengaan in de lichtstad met de paarlen poorten. De stad van God. Het is een tehuis voor moede pelgrims. We bidden voor iedereen, we sporen elkaar aan om mee te gaan, we bidden voor onszelf, om niet achter te blijven, maar met elkaar straks juichend te staan in het nieuw Jeruzalem. Dat God u, jou en mij dat in zijn genade mag schenken. Amen

 

 

 

 

 


Ezechiel 38 en 39, Op. 20 – Gog en Magog

oktober 1, 2018

Preek Heemse/Lemelerveld

Tekst: Ezechiël 38/39; Openbaring 20:8

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Wanneer je op internet kijkt dan kom je soms filmpjes tegen waarin gezegd wordt: de laatste oorlog, de beslissende slag komt eraan! We leven in de eindtijd en nog even dan gaat het gebeuren. Ik zag bijvoorbeeld een filmpje waarin gezegd werd: nu er een top geweest is waar Putin van Rusland, Erdogan van Turkije en Rouhani van Iran elkaar ontmoet hebben: nu gaat het gebeuren. Nu komt er een grote aanval uit het noorden. Nu hebben de machten die noordelijk van Israël liggen de handen in elkaar geslagen en zullen optrekken naar Jeruzalem. Nog even en dan is het einde! [Groeit Ester wel op in een veilige wereld?]

 

[#2] Ongeveer 200 jaar geleden komen we deze manier van bijbellezen al tegen. Profetieën uit de bijbel worden heel direct betrokken op de machten die het nu voor het zeggen hebben. In Nederland heb je al heel lang ‘het zoeklicht’, dat ook steeds op zoek gaat naar hoe profetieën nu in vervulling gaan. In de jaren zeventig had je Hal Lindsey. Van zijn boek zijn miljoenen exemplaren verkocht: het is één van de best verkochte boeken uit die tijd. De staat Israël, die sinds 1948 bestond, was voor hem het teruggekeerde volk van God, een vervulling van de profetie. Maar ook hij besteedt zijn vijfde hoofdstuk een strijd die nog zal komen. Niet de Arabieren, maar uiteindelijk de Russen, met bondgenoten, zullen uiteindelijk een grote aanval op Israël inzetten.

 

[#3] Nu heb ik niet het idee dat je heel snel met deze discussie en voorspelling in aanraking komt. Maar toch zijn het wel vragen die op kunnen komen als je je afvraagt hoe de eindtijd zal gaan. Ds. Heij heeft al gepreekt over de duizendjarige periode, Ds. Dunnewind over de plaats van Israël, vandaag willen we het hebben over Gog en Magog. We lazen net dat als de periode van duizend jaar voorbij is, Satan Gog en Magog zal verleiden en de volken uit de vier hoeken van de aarde bijeenbrengt. Wat wordt hier bedoeld? Over wie gaat het hier? In welke tijd gaat dit in vervulling?

 

[#4] Vertrouw op God die een eind maakt aan alle kwaad

  1. Hij heeft de volken in zijn macht
  2. Volken die staan voor het kwaad
  3. De eindoverwinning komt van God
  4. Hij heeft de volken in zijn macht

Wanneer openbaring spreekt over Gog en Magog zijn dat termen uit het boek Ezechiël. Ezechiël was een profeet die sprak voor de ballingen in Babel. De mensen die ver van hun eigen huis leefden, in een vreemd land, ver bij Jeruzalem vandaan. Ezechiël lijkt op andere profeten, wanneer hij het volk waarschuwt tegen zonden, wanneer hij het heeft over de straf van God. Maar het bijzondere is dat Ezechiël niet alleen profeteert, maar ook de toekomst onthult, openbaart. Net zoals Johannes een openbaring krijgt. Hij heeft apocalyptische, eschatologische gedeeltes. [#5] In de eerste drie hoofdstukken als hij een groot apparaat ziet, met wezens eromheen. Aan het eind ook als hij van hoofdstuk 40-48 de nieuwe tempel beschrijft. Een geweldige droom van de Israelieten: dat er weer een tempel zou zijn.

[#6] Dat is de verre toekomst: de Messias komt terug en zit op de troon. Maar in hoofdstuk 36 en 37 heeft hij al mogen vertellen dat het volk weer terug mag gaan naar het land. God zal herstel geven. Israel en Juda worden verenigd. Het dal met doodsbeenderen komt tot leven. God geeft zijn Geest en ze zullen leven onder het nieuwe verbond. Israel keert terug en het heil gaat gloren!

In hoofdstuk 38 lezen we dan hoe Israel in vrede leeft. Ze zijn net van de oorlog hersteld. Ze zijn wonen weer op de bergen die lang onbewoond waren. Ze leven daar zonder zorgen. Ze hebben geen muren om de steden. Ze hebben geen grendels en poorten. Een kwetsbaar volk, dat geloofde dat ze eindelijk iets van de vrede hadden die God beloofd had.

[#7] Het is alsof de vlaggen uitgestoken zijn op bevrijdingsdag, maar plotseling beginnen de sirenes te loeien. Maar dan grijpt God Gog uit Magog. Wie dat is? Men heeft dat op veel manieren willen verklaren en opzoeken. Het land Gaga in Noord-Syrie, Gyges in Lydie, of men dacht het gaat om GUG dat duisternis en kwaad betekent. En Magog dan: waar ligt dat. We komen het wel tegen in Genesis. Het zou kunnen gaan om gebieden in de Kaukasus. In ieder geval in het noorden: uit het noorden kwam altijd het kwaad voor Israel. Anderen spelen met de letters en maken er Babel van of Moskou. Ik denk dat we in ieder geval hier niet precies moeten gaan invullen. Het is openbaring, toekomstprofetie: Gog uit Magog is de onbekende vorst van de duistenis, die van ver komt om ons met zijn kwaad en onheil te treffen.

Als een gevangen wild dier grijpt God hem bij de kaken en sleurt hem mee. Hij laat hem en zijn gevaarlijke legermacht optrekken naar Gods volk. Vele andere volken sluiten zich erbij aan. Dat doet denken aan openbaring: talrijk zijn ze als de zandkorrels van de zee. God schakelt hem in: zo was het met de Farao uit Egypte, zo was het met Nebukadnessar uit Assur, en later in de geschiedenis met Egyptische en Romeinse machthebbers. Zo is het eeuw in eeuw uit. De groten van de aarde: ook de Amerikanen, Russen, Chinezen, Moslims. Ze zijn in de handen van de almachtige God. Hij houdt de teugels van het wereldbestuur vast. Hij regeert.

[#8] Wat dat betreft mag dit stuk enorm bemoedigend zijn. Als je zelf het overzicht verliest en net snapt wat er met de volken gebeurt. Als je hoort van een grote Moskee in Duitsland die Erdogan opent, een aanslag die verijdeld wordt, als je de vluchtelingen stromen ziet, als je een president ziet in Amerika die anders is dan alle anderen. Dan hoef je niet krampachtig die terug te zoeken in de bijbel. De bijbel is geen puzzelboek. Maar je mag wel weten, wat Psalm 2 al zingt, wat je hier ook ziet. Al die volken zijn uiteindelijk een werktuig in Gods hand. Hij regeert, zijn koninkrijk staat vast. God heeft zijn plan vastgesteld en zal dat uitvoeren. Soms herken je misschien iets van de tekenen van de tijden. Je hoeft niet verbaasd te zijn dat er oorlog, verdrukking en hongersnood komt. Je mag geloven: ondanks al die dingen voert God zijn plan uit. Hoe raadselachtig Gods leiding soms ook is, Hij is de almachtige. Niet alles wat gebeurt is zijn wil, maar wat Hij wil dat zal altijd gebeuren.

 

[#9] 2. De volken die staan voor de macht van het kwaad.

Wat je ziet gebeuren als Gog optrekt, is dat de volken met hem meegaan. Opvallend is dat ze denken dat ze zelf dit bepalen. Ze weten niet dat ze door God ingeschakeld zijn. Ze hebben hun eigen plannen. Ze willen er zelf beter van worden. Ze denken: zo’n volk zonder muren en verdediging dat gaan we aanvallen en dan kunnen we er zelf rijk van worden. Ze gaan er heen om het te plunderen, te beroven en er buit te halen. Eindelijk denkt Israël rust te hebben, maar toch komt de vijand er dan aan. En anderen die ervan horen gaan mee: zij willen ook wel delen in de buit. Wat dat betreft is er maar weinig veranderd: wie de macht heeft plundert en rooft om er zelf beter van te worden en zwakken leiden er onder. Zo was het, zo is het en zo zal het zijn.

[#10] Maar dan volgt het opvallende vers 17: Ben jij de man die ik zou sturen? Waarvan ik al bij monde van de profeten gezegd heb dat hij zou komen? Een heel bijzondere uitspraak. God heeft op veel plaatsen de komst van de Messias versteld. Dat Jezus zou komen klinkt steeds weer door in de bijbel. We staan er vaak genoeg bij stil als het weer kerst wordt: “ik zal vijandschap zetten”; “Sterkte vorst, Zoon van God”; “Zie de maagd wordt zwanger”: “En jij, Bethlehem Efrata”. Maar er is ook een andere lijn in de profetie. Er zal een macht komen om Israel aan te vallen. Hier wordt die macht Gog genoemd en op andere plaatsen de Satan, de mens van de wetteloosheid of de heerser van de duisternis. Dat is ten diepste de lijn die we hier zien.

[#11] Er zijn mensen die ervoor kiezen om dit historisch te lezen. Dan is het geen profetie over de eindtijd, maar dan gaat het in vervulling op het moment dat Israël uit de ballingschap is teruggekeerd. Dan zou dit allemaal al gebeurd zijn, nadat Haggai en Zacharia met het volk waren teruggekeerd. Dan hoef je vandaag niets met deze profetie, want het is toen al gebeurd tegenover de teruggekeerde Israëlieten, voordat Jezus terugkwam. Nu kan het best zo zijn dat een gedeelte al in vervulling is gegaan. Maar laten we vooral ook op het unieke van deze profetie te letten. Hier komt nergens naar voren dat Israël gestraft wordt om de zonden. Dit is geen nieuwe ballingschap. In het boek Ezechiël, dat vertelt over herstel, over een nieuw verbond past dit heel duidelijk in een finale eindtijd. God geeft herstel. God zal eens een nieuwe volmaakte tempel geven. Hij zal zitten op zijn troon. En voor die tijd komt nog één keer de hele volkerenmacht in opstand.

Dan is het niet aan ons om dat precies in te gaan vullen, zoals Hal Lindsey deed. Het bijzondere is ook dat het boek nu bijna 50 jaar oud is en je ook ziet hoe gedateerd het is. Toen met de spanning van de koude oorlog, een prille staat Israël lijkt het allemaal precies aan te wijzen. Maar je ziet nu dat sommige dingen toch echt niet kloppen. Dat hij te snel lijnen getrokken heeft. Wij hebben niet het inzicht dat de profeten hadden, om heel precies alles in te vullen.

Maar wat we hier wel van leren, wat we ook beschreven zien in Openbaring 20, is dat er als Christus terugkomt alle volken bijeen zullen komen. Dat ze denken dat ze alle macht kunnen pakken. Dat ze in hun eigen ogen het goede zullen doen. Dat zal, wanneer de vredetijd aanbreekt, dan even lijken alsof het nog mis dreigt te gaan. De satan is machtig, volken staan op, het is voorzegd, maar uiteindelijk zal hij het onderspit delven. Is zijn macht gebonden door de macht van Jezus Christus.

 

[#12] 3. De eindoverwinning komt van God

Wat gebeurt er als al die volken samen optrekken? Dan zijn het niet de kinderen van God die in hun vrederijk toch nog wat wapens bij elkaar moeten zoeken. Dan houdt Gods volk niet stand omdat ze toch nog sterk zijn. Nee, dan laat God zien hoe Hij toornt tegen het kwaad, tegen Gog en de volken, tegen die duivelse machten. Er zal een enorme aardbeving komen waardoor muren en bergen instorten. Dat zal hun aanval verijdelen. Bovendien zal God paniek zaaien (net als Gideon bij de midjanieten) en ze zullen tegen elkaar het zwaard opnemen. God zal besmettelijke ziektes sturen. Hij zal hagelstenen sturen en vuur op hen laten neerkomen. Het is niet door de kracht van mensen, maar door de kracht van God dat de overwinning komt. Hij zegt: Ik zal laten zien dat Ik heilig ben!

Vervolgens beschrijft hoofdstuk 39 hoe de wapens van de vijanden gepakt worden en verbrand worden. Hoe de lijken verzameld moeten worden en voorgoed begraven worden. Het land moet weer heilig worden. De vogels: de aasgieren zullen komen om ervan te eten. Die vijand wordt vernederd en vernietigd.

Dan legt God ook uit waarom Hij dit deed: Hij heeft zelf zijn volk gestraft, maar nu wil Hij hen ook weer in vrede laten wonen. Hij wil laten zien dat Hij heilig is. Dat Hij groot is en geen kwaad verdraagt. Hij wil met zijn Geest een nieuw begin maken. Een geweldige beschrijving die laat zien dat God troont boven de geschiedenis en dat je je bij die God veilig mag weten.

[#13] Waarom doet God dit zo op deze manier? Waarom komen eerst die volken samen? God wil als de duizendjarige periode voorbij is, de tijd waarin we nu leven, een eind maken aan de macht van de volken. Nog één keer komt heel duidelijk hun kwaad naar voren. Dit zijn de mensen die slecht willen. Die willen plunderen en leven ten koste van anderen. Maar juist als die dan verzameld zijn. Zullen alle volken door God gestraft worden, zal God hen van de aarde weghalen en ook de landen waar ze vandaan komen. Elk oog zal hem zien als hij komt! Eens zal de hele wereld nieuw worden. God is heilig en dan zal zijn heilige tempel kunnen komen. Dan kan Hij op de troon zitten. Dan is het voorgoed gedaan met het kwaad.

Daarmee komt de vraag terug bij u, jou en mij. Die vraag is niet: kun je vandaag precies aanwijzen in welke periode we zitten. Ezechiël en Openbaring zijn geen boeken die je leest als een zo’n boek dat door een draaiorgel heen draait en dat stap voor stap uitkomt. Er zijn allemaal lijntjes. Soms herken je iets, zie je iets van de geestelijke strijd en de macht van God. Merk je zelf die macht van het kwaad om je heen. Maar de vraag is: waar wil je wonen? Waar wil je schuilen? Leef je je leven tegenover God, los van God? Of wil je wonen in Gods huis, vertrouw je op Jezus Christus die eens de macht van het kwaad verslagen heeft en eeuwig zal heersen op de troon. Kies daarom vandaag wie je dienen wilt en leg je leven vol vertrouwen in de handen van de machtige God. Amen.


Efeze 1:13,14 – Bij God mag je je veilig voelen

september 17, 2018

Preek Heemse, 16 september 2018

Tekst: Efeze 1:13-14

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#0!] Het is alsof je een enorme kathedraal inloopt als je deze brief van Paulus begint te lezen. Wat een grote woorden spreekt Paulus in dit gedeelte. Hij is wel heel zeker van Gods liefde voor ons. Hij brengt lof aan God in de hemelse heerlijkheid. Hij mag iets van Gods grote plannen zien. Wat geweldig als je zo onder de indruk kunt zijn van God, de drieenige. Zijn uitverkiezende werk als Vader, het verlossende werk van de Zoon, het werk in ons van de Heilige Geest.

Wat geweldig als je vanmorgen bij doop hoort:

God de Vader is degene die het kwaad bij me vandaan houdt of hij laat het bijdragen aan het goede;

God de Zoon neemt al je zonden weg en garandeert je een nieuw leven.

God de Geest: garandeert dat hij in je komt. Dat je één bent met Jezus.

Wat God vooral wil met zijn boodschap is een enorme zekerheid, troost en bemoediging geven. Je mag je veilig voelen bij God.

 

[#1] Maar voel je je ook veilig. Voel je zekerheid en troost? Zijn dit niet te grote woorden? Kun je je niet eerder vaak heel angstig en onzeker voelen. Gaat het je allemaal lukken, komt het goed? Dat je je zorgen maakt over je opleiding of baan. Wat er allemaal gebeurt in de samenleving (ongelukken, drank, vereenzaming), wat er allemaal gebeurt in de wereld (orkanen, raketten, handelsconflicten). Zorgen over een relatie, over je gezondheid, psychische moeite. Lijkt de weg die we moeten gaan niet eerder op een bergpad langs de rand van een afgrond, waarbij je moet zoeken waar je je nog af aan vast kan houden, dan op een brede, stevige, nieuw geasfalteerde N34 waarbij je bijna niet afvraagt of je de witte paal wel zult bereiken.

Vanmorgen mogen we leren hoe we toch, ondanks alle dingen die gebeuren, ons veilig mogen voelen bij God. Hoe God ons wil helpen om dat vertrouwen in ons leven te krijgen, omdat hij zelf betrouwbaar is. Daarom de volgende boodschap:

[#2] Bij God mag je je veilig voelen

  1. Vertrouw op de redding door Jezus
  2. Hij merkt je met het stempel van de Heilige Geest
  3. Hij geeft een voorschot op de erfenis

 

[#3] 1. Paulus verwijst naar de boodschap van de waarheid. Hij spreekt grote woorden, maar tegelijk weet hij dat het voor de mensen in Efeze ook niet allemaal zo makkelijk liep. Hij wist van de spanningen die ze hadden. Spanningen tussen de joden, die het teken van de besnijdenis hadden, en niet joden zich af en toe af vroegen of ze er wel helemaal bij hoorden: lukt het om samen op te trekken?

In de tweede helft van de brief proef je ook verdriet. Jullie manier van leven botst met de boodschap die Jezus geeft. Hij spoort hen aan toch totaal anders te leven. Om te letten op hun woorden, hun gedrag, hun keuzes. Hij zegt zelfs: pas op dat je de heilige Geest niet bedroeft. Als hij zo spreekt dan krijg je het idee dat hij het juist onzeker maakt voor de mensen in Efeze. Mogen ze wel zo zeker zijn van hun redding? Kunnen ze er wel op vertrouwen dat ze door God uitgekozen zijn? Zullen ze wel in het licht blijven. Vragen die ons ook zomaar kunnen overvallen: mag ik me wel veilig weten bij God, als ik mijn zonden zie, mijn laksheid, mijn taalgebruik, mijn fouten?

Zeker als Paulus dan aan het eind nog spreekt over een geestelijke strijd. Niet tegen de heersers van de aarde, maar tegen de machten en krachten in hemelse gewesten. Hoe lukt het je om staande te blijven als er zoveel op je afkomt. Paulus heeft toch zelf ook meegemaakt dat hij niet altijd veilig was? Als je zijn zendingsreizen leest dan kom je onder de indruk van de gevaren die hij liep. Hij werd gearresteerd en in de gevangenis gegooid, hij kwam bijna om omdat het schip waarop hij zat in de storm terecht kwam, hij leed honger en had dorst, allemaal moeilijke omstandigheden. Allemaal zaken die meer lijken op dat smalle bergpad. Waar je dan maar moet zoeken waar je je houvast moet vinden.

[#4] Je kan soms denken: kun je wel zo zeker zijn. Als me zoveel kan overkomen in mijn leven. Als er zoveel gevaren zijn. Als Paulus ook zo waarschuwt om de goede strijd te strijden. Kun je dan juist ook niet makkelijk verliezen, verslagen worden, het onderspit delven. Dan is het toch juist heel spannend. Dan ben je toch niet veilig, maar mag je blij zijn als je de eindstreep haalt. Blij zijn als het schip waarop je zit niet zinkt.

Toch wil Paulus hier ons zekerheid leren. Want waar waarschuwt hij voor? Wat ziet hij als een groot gevaar? Als je op eigen houtje de geestelijke strijd gaat voeren. Als je weg gaat bij Jezus en alleen door het leven wil gaan. Als je je zekerheid gaat zoeken bij allerlei andere zaken. Wanneer je je zekerheid gaat zoeken in je opleiding of baan, dan raak je de veiligheid kwijt. Wanneer je bij je familie of je gezondheid je laatste houvast zoekt, kan je de grond onder je voeten voelen wegglijden. Als je vertrouwt op eigen kracht of krachten van andere zaken, raak je aan het wankelen. Paulus wijst erop dat je juist niet veilig bent, als je je zekerheid in iets anders dan God zoekt. Paulus waarschuwt, wijst op gevaren: maar dat is met name om je te wijzen op wat er gebeurt als je Jezus loslaat. In Jezus hoef je niet bang te zijn. Alleen in Jezus Christus ben je veilig en heb je echt houvast.

[#5] Wat is je enige troost in leven en sterven. Wat is echt een houvast? Waar je je aan vast kan grijpen als je wankelt. Dat is Jezus. Net hiervoor heeft Paulus hem heel vaak genoemd, meestal bij zijn naam, maar ook door te verwijzen naar hem: in hem, door hem. Wanneer het gaat om Gods eeuwige plan, God verkiezende liefde, zijn vergeving en zorg, dan krijgen we daar deel aan door Jezus. Wie in Christus zijn houvast zoekt, die mag de veiligheid en bescherming vinden die God belooft. Die vindt vaste grond. Daarom kan Paulus hier zeggen: dit is het evangelie van de redding. Dit is de boodschap van de waarheid. Die boodschap hebt u aangenomen. Of je nu van geboorte Jood bent of niet, alles draait om Jezus. Zijn weg door aanvechtingen, moeite en pijn. Zijn weg die uiteindelijk een bloedige weg werd aan het kruis, waar Hij zijn leven losliet om het ons te geven. Zijn weg is Hij gegaan: om voor ons een veilige weg te openen. Nu is er niets meer dat ons kan scheiden van de liefde van God in Jezus Christus.

 

[#6] 2. Hij merkt je met het stempel van de Heilige Geest

Om deze zekerheid extra te onderstrepen wil Paulus met name wijze op de Heilige Geest. Hij alleen kan ook dat gevoel van zekerheid in je hart brengen. En dan gebruik hij twee woorden, twee voorbeelden om het werk van Geest duidelijk te maken: het woord stempel en het woord voorschot. Laten we eerst letten op het woord stempel. Dat woord kan verschillende betekenissen hebben. Het wordt ook wel vertaald met zegel.

Je kunt bijvoorbeeld denken aan een handtekening. Wanneer vroeger een koopovereenkomst of een contract getekend moest worden, dan zette je geen handtekening, maar je liet wat zegellak op het document lopen. Dan drukte de koning daar zijn zegelring in: vaak stonden daar de letters van zijn naam in. Dan wist je: het is waar en zeker. De koning heeft zelf dit contract ondertekent.

Het tweede waar zo’n zegel voor gebruikt is, is om iets af te sluiten. Te verzegelen: in openbaring is er een verzegelde boekrol. Die mag niet zomaar geopend worden. De leeuwenkuil van Daniel wordt verzegeld met het zegel van de koning en van de bestuurders. Niemand kan er meer bij komen.

En het derde waar zo’n zegel op kan wijzen, is dat iets van jouw eigendom is. Het is jouw bezit, dus je merkt het met jouw zegel, met jouw stempel. In de boeken van de bibliotheek zit een stempel dat die boeken van de bieb zijn, op de kerkboeken van de kerk staat: eigendom Kandelaarkerk. Ik las dat vroeger slaven soms een teken kregen dat ze van hun heer waren, een soort tatoeage en dat ook vee wel gemerkt werd met een stempel.

Heb jij, heeft u het stempel van de Heilige Geest ontvangen? Tja, wat is dat. Het is niet zo dat we bijvoorbeeld een tatoeage aan kunnen wijzen en dan zeggen: kijk ik hoor ook bij Jezus. Al is het natuurlijk wel mooi als je laat zien dat je bij Jezus hoort, bijv. door een kruisje te dragen. Zou je mogen zeggen: ik ben gedoopt dus ik heb het stempel van de Heilige Geest ontvangen? Is de doop het merkteken van de Geest?

In de bijbel wordt wel vaak verband tussen doop en Geest gelegd. Wanneer Jezus wordt gedoopt ontvangt Hij de Heilige Geest. Petrus roept op om te dopen, en dan zegt hij: dan zal de Heilige Geest u geschonken worden. Paulus zal hier ook aan de doop gedacht hebben: de Joodse mannen hadden het teken van de besnijdenis, je kon zien dat ze bij God hoorden. Nu hadden joden en niet joden, mannen en vrouwen, Jezus aangenomen en geloofden ze in hem. Paulus zegt: u bent, door uw geloof, gestempeld met de Heilige Geest. De doop is een teken en zegel, God garandeert dat Hij zeker voor ons zal zorgen. Dat teken mag Tom, mag ieder die gedoopt is zijn leven lang meedragen. Wat een mooie belofte is dat voor jullie als ouders.

[#7] Zo ben je gemerkt met het stempel van de Geest, door uw geloof! Uiteindelijk kan de doop zelf je niet redden. Je geloof in Christus. Je geloof dat je belijdt, je geloof dat door de doop onderstreept wordt, dat geeft je zekerheid dat je het stempel van God draagt. Je vertrouwen dat je bij God veilig bent, dat Christus ook jou vrijgekocht heeft. We moeten onze zekerheid en rust niet zoeken in het uiterlijke teken van de doop, maar in Christus zelf.

Zoals de koning een contract ondertekent met zijn zegelring: zo zegt God zelf. Ik zet mijn naam onder je leven. Ik zal doen naar mijn belofte!

Zoals een kuil afgesloten en verzegeld kon worden, zo zegt Jezus: Ik verzegel je leven: je bent bij mij veilig tegen alle aanvallen van de duivel.

En door dit zegel weet je het zeker: je bent van mij.

 

[#8] 3. Hij geeft het voorschot op onze erfenis

Paulus heeft uitvoerig beschreven wat we in Christus ontvangen. We krijgen deel aan hemelse gaven. Je krijgt vergeving van de zonden, je mag weten dat God voor je zorgt, dat Hij je bewaart. Je ontvangt door de Geest ook een nieuw vernieuwd leven. Toch noemt hij het ‘een voorschot’. Een onderpand, wordt ook wel vertaalt.

Wat is een voorschot of onderpand. Het is geen term van de Grieken zelf, maar een term die in de internationale handel werd gebruikt. Stel iemand leent wat van jou, hoe weet je dat het terugkrijgt. Iemand geeft je een opdracht, maar hoe weet je dat hij betaalt. Iemand reserveert een plaats op de camping, maar hoe weet je dat hij komt. De camping kan dan een voorschot vragen, dat je vast een gedeelte betaalt. Of toen we in Barcelona een fiets gingen huren wilden ze daar een copy van onze mastercard als onderpand.

Zo is de heilige Geest voor ons ook een onderpand. Nu al krijgen we iets van de geestelijke gaven. Mag je soms iets van de vrede van God ervaren. Mag je geloven in de vergeving van de zonden. Steeds opnieuw heeft Jezus beloofd dat hij zijn Geest zou geven. De Geest kwam met kracht op het pinkersterfeest. Maar daarmee is het doel nog niet behaald, hebben we nog niet deel aan de volmaakte erfenis. Die Geest is een zekerheid voor ons dat Jezus eens weer zal komen. Dat het eens helemaal volmaakt zou zijn. We zijn niet alleen met de Geest gestempeld, de Geest is zelf voor ons een onderpand, een bewijs dat we straks zullen delen in de heerlijkheid.

[#9] Zo wil God je zekerheid geven. Door de verzegeling, maar ook door het onderpand van de Geest. Daar mag je je aan vasthouden, op al de verschillende momenten van je leven. Ook als de weg soms op een gevaarlijk bergpad lijkt. De weg gaat nu nog door strijd en zorgen, maar straks mag je delen in de volmaaktheid: de erfenis, waar jij als kind van God recht op hebt, deel aan krijgt.

Zo rond Paulus dit geweldige gedeelte af. Het is alsof je even in de hemel rondloopt. Iets ziet van zijn geweldige werk, hij vertelt voor wie hij het doet: om ons zekerheid te geven. Opdat allen die hij zich verworven heeft gered zullen worden. Maar uiteindelijk komt alles weer terug bij Hem. Straks zal Hij alles zijn in allen krijgt zijn naam voor eeuwig alle lof. Alles is: tot eer van zijn grootheid. Amen.

 


Zondag 28 – Blijf delen in het lichaam van Christus

september 11, 2018

Preek gehouden in Heemse, 9 sept 2018

Tekst: Zondag 28 / 1 Kor 10

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Wel eens meegemaakt dat iemand tot geloof komt? Indrukwekkend hoe God zo levens leidt dat iemand gedoopt wil worden.

Daar waar sommigen zeggen: ‘het geloof zegt me niets’; ‘ik kan ook wel zonder kerk’, is het bijzonder als iemand juist kiest om gedoopt te worden, door de doop één wil zijn met Jezus. Misschien pink je wel een traantje weg als je zoiets ziet gebeuren. Dat is nu de kracht van het teken, het sacrament van de doop: God laat zien hoe Hij zich met mensen verbindt, opneemt in zijn verbond.

Een teken van God voor volwassenen, en voor onze kinderen.

 

Vandaag gaat het over het avondmaal. Het andere teken, sacrament dat God geeft. Je zou kunnen zeggen: de doop verbindt je met Jezus, door het avondmaal blijf je verbonden. Maar raakt het avondmaal je net zo als de doop? Of kijk je op je horloge en zeg je, deze dienst duurt wel langer. Kijk je maar wat naar de mensen die langskomen en denk je: dat heb ik nu wel vaker gezien?

Ik hoop dat je ontdekt dat het avondmaal eigenlijk net zo’n indrukwekkend teken is. Minder bijzonder: want het gebeurt niet één keer, maar vaker.

Maar aan de andere kant een groter wonder: Gaan geloven is één, maar met Jezus en zijn gemeente verbonden blijven? Wie kan dat?

Verliefd worden en trouwen is één, maar trouw blijven in het huwelijk is twee!

  • Wie van degenen die in al die jaren dat we hier gemeente zijn gedoopt is, als kind of volwassene, is nog verbonden met Jezus?
  • Hoe sterk ben jij verbonden met Hem?

Blijf delen in het lichaam van Christus

1 – Ook al ben je zondaar, Hij laat je zeker delen in zijn lichaam!

2 – Al ben je in de wereld, wordt alleen één met Jezus Christus.

3 – Al ben je verschillend, samen ben je één in Jezus Christus.

Kort gezegd: Blijf delen in het lichaam van Christus!

1 – als zondaar

2 – als mens in de wereld

3 – als gemeente

 

1 – Ook al ben je zondaar, Hij laat je delen in zijn lichaam!

De eerste moeite die de kop op kan steken als het gaat om verbonden blijven met Jezus, is de zonde in ons eigen leven. We zijn verbonden met Jezus, maar hoe snel krijg je niet weer te maken met de zonden?

Je hebt gelezen in de Bijbel, maar even later val je uit naar een ander.

Je viert hier het avondmaal en ondertussen denk je misschien: kan dat wel voor mij bestemd zijn, is het niet schijnheilig als ik hier het avondmaal vier.

De zonde kan er zomaar zijn en kan zomaar tussen jou en God in komen te staan. Verwijdering geven tussen God en jou.

Dat is ook wat Paulus de Korintiërs voorhoudt. De Israëlieten waren allemaal opgenomen in het volk, ‘ze lieten zich allemaal in de naam van Mozes dopen, in de wolk en in de zee.’ ‘Ze aten allemaal hetzelfde geestelijke voedsel’. ‘Ze dronken allemaal dezelfde geestelijke drank’. ‘uit de geestelijke rots die hen volgde – en die rots was Christus’.

Toch mopperden later veel mensen op God en op Mozes. Ze werden door de slangen doodgebeten. Het is een voorbeeld voor ons: Iedereen die overeind staat, moet oppassen dat hij niet valt. Dat je niet omkomt in de woestijn, op weg naar het beloofde land. Dat je Jezus kwijtraakt!!

De bevrijding was een groot feest geweest, maar toen het volk eenmaal in de woestijn was, was het niet makkelijk om te blijven vertrouwen. Welke weg moesten ze gaan? Zouden ze wel komen in het beloofde land? Moesten ze nu elke dag weer datzelfde voedsel eten, dat hun neus uitkwam: manna en kwakkels?

Onze doop, onze belijdenis, ons eerste avondmaal was een groot feest. (Of als je niet gedoopt bent: het wordt een groot feest, als je gedoopt wordt!) Maar als je al jaren gelooft? Misschien vind je het maar moeilijk om je aandacht bij de dienst te houden en denk je de hele tijd aan hoe het met je paarden gaat of aan een voetbalwedstrijd. Misschien merk je dat je bezig bent met dat project op je werk of met dat wat nog geregeld moet worden voor de verjaardag. En denk je dan: ben ik wel echt met Christus verbonden? Is het wel voor mij, als ik zo weinig ervaar. Als ik hoor van Jezus liefde, en ondertussen denk aan de manier waarop ik me gisteravond tegenover mijn vrienden gedroeg; de manier waarop ik met je computer omging of als ik denk aan hoe weinig ik deze week bewust gelezen en gebeden heb?

Onze zonde en laksheid, onverschilligheid, traditie kan zomaar een levende relatie met God in de weg staan. Maar wat mocht het volk doen toen ze mopperden in de woestijn? Op het moment dat ze zeiden: ‘Wij hebben gezondigd’, mochten ze zien op de verhoogde, koperen slang. Dat was Gods teken voor zondige mensen. Het is zijn bevel, maar ook zijn belofte dat Hij je dan zal sparen.

Wat mag jij doen? Wanneer je zegt: ik heb gezondigd, mag je zien op Jezus Christus en dan word je echt met hem verbonden: daar hoef je niet aan te twijfelen. Je zonden kunnen dat niet in de weg staan!

Wat hoor je dan als je het brood en de wijn ontvangt: het brood dat wij breken maakt ons één met het bloed van Christus. De wijn maakt ons één met het lichaam van Christus. Als je dat hoort mag dat al je twijfels wegnemen: Christus komt naar je toe. Hij zegt: ‘het is mijn opdracht om het avondmaal te vieren. Doe het! Niet om wat jij gedaan hebt, maar omdat Ik je roep en ik het zeg. Ik beveel het, maar ook: ik beloof het. Je mag er zeker van zijn dat ik je zonden wegdoe! Ook jij: net zo zeker als jij nu met je ogen ziet dat het brood gebroken wordt en de beker je gegeven wordt. Zo zeker is het!

Wat is zeker? Dat dat toen en daar gebeurd is? 33 na Christus, op Golgotha? Nee, zo zeker is het: dat dat toen gebeurd is, voor u, voor jou en voor mij!

Lees Zondag 28 maar goed. Zijn lichaam is ‘voor mij’ aan het kruis geofferd. Zijn bloed is ‘voor mij’ vergoten! Het is zeker dat het voor mij is, om mij weer nieuwe kracht te geven, mijn ziel te verkwikken, om mij te doen delen is zijn genade. Dat is net zo zeker als ik dat stukje brood uit de hand van de dominee krijg en in mijn mond fijnkauw. Net zo zeker als dat ik even een nipje neem van de wijn, proef en doorslik.

Besef dat Christus met jou verbonden wil zijn, als je eet van het brood en drinkt van de wijn en zeg maar: “Jezus, dank U voor wat U deed voor mij”. Als je dat beseft, dan kan het zomaar zijn dat je vanwege die rijke inhoud, zomaar een brok in je keel krijgt en je ogen niet droog houdt!

 

  1. Krijg geen deel aan de wereld

Het tweede wat de eenheid en verbondenheid met Jezus kan verstoren, is de wereld die aan je trekt. Daarmee bedoel ik: er zijn zoveel dingen om ons heen, die ons het idee geven dat je daar je geluk kan vinden. Dat je vooral leeft voor je familie, buren, vrienden of kinderen, en dat die helemaal op de eerste plaats komen. Dat je onbewust steeds maar bezig bent om meer geld om je heen te verzamelen, zodat je altijd druk, druk, druk bent en daardoor … een mooiere auto, een beter huis of duurdere vakantie kan betalen. Word je zo meegesleept in de liefde voor je passie dat andere dingen er onder lijden? Als je je mee laat nemen door de wereld kan dat zomaar je verbondenheid met Jezus in de weg staan: blijf je ook na de viering met Jezus verbonden? Zie je dat het leven in en met de wereld (waar we natuurlijk allemaal mee te maken kunt hebben) je liefde en blijdschap voor het geloof in de weg kan staan? Je enthousiasme kan doen bekoelen. En zo dat je eerst helemaal vol was, een vereniging of bijbelstudie bezocht, je actief inzette in de gemeente, er gewoon twee keer per zondag was, maar dat langzamerhand je denkt ‘het kan ook wel wat minder, er zijn ook andere dingen belangrijk’.

Welke ontwikkeling zie je bij jezelf en bij je kinderen?

Groei je in liefde voor de Here en de tijd die je voor Hem maakt?

Of groei je in liefde voor de wereld en de tijd die je daarvoor maakt?

Reken er maar op dat kinderen feilloos aanvoelen wat je echt belangrijk vindt!

Deze keus is geen keus, die nieuw is voor christenen. Paulus neemt er in zijn brief uitgebreid de tijd voor om op deze moeilijk vraag in te gaan. De mensen van Korinthe vonden zichzelf heel ‘verstandig’. Ze wisten wel dat afgoden niet bestonden, dat vlees offeren aan afgoden bijgeloof is. Zij zeggen ook: doe niet zo moeilijk, alles is toch toegestaan. Ik kan echt wel vlees eten dat in de tempel geofferd is, want afgoden bestaan niet. Zo kun je ook best zeggen: ik doe mee aan allerlei dingen waar de wereld aan meedoet. Juichen voor een sportevenement, uitgaan, leven voor geld en goed. Ik weet wel dat we uiteindelijk leven voor Jezus Christus.

Maar dan wijst Paulus op het volk in de woestijn: We moeten niet uit zijn op het kwade! Dien geen afgoden! Het volk in de woestijn ging zitten om te eten en te drinken, en op stond om te dansen. Ze pleegden ontucht toen ze zich inlieten met Moabitische vrouwen en ontucht met hen pleegden. Daardoor stierven op één dag 23.000 mensen.

De mensen in Korinthe zeggen: maar dat doen we ook niet! Wij weten echt wel wat wij kiezen als we in de wereld zijn of als we bij ongelovigen zijn.

Je ziet dat Paulus het moeilijk vind om heel precies een antwoord te geven op de vraag wat nu wel en niet mag, hoe je verhouding met de wereld moet zijn. Hij zegt het heel genuanceerd. Je mag best met ongelovigen eten. Toch stelt hij je het meest indringend voor de keus of het goed is, door te wijzen op het avondmaal. Bij het avondmaal word je echt één met Jezus Christus, door te eten met anderen kun je zomaar één worden met de afgoden. Ook al ga je zelf er anders mee om, je verbindt je wel met een wereld die God niet dient. Meen dan niet dat je sterker bent dan de Israëlieten, zegt Paulus, laten wij niet denken dat wij sterker zijn dan de Korintiërs. Laat dit bepalend zijn: of je eet of drinkt, doe je het tot eer van God?

Dus als je staat voor een keus: Wel of niet ingaan op de wens van je kinderen om het bijbellezen maar over te slaan. Wel of niet meedrinken op dat feest. Wel of niet naar vereniging gaan. Alles is toegestaan, maar niet alles is goed. Paulus zegt: bepalend is dat je het doet tot eer van God. Je bent immers één met zijn lichaam!

3 – Al ben je verschillend, samen ben je één in Jezus Christus. 

Het is in deze situatie dat Paulus erop wijst dat we één lichaam zijn. Wie verbonden is met Jezus Christus, wordt ook verbonden aan elkaar.

Wanneer op zondag het avondmaal gevierd wordt, dan doen wij dat samen als één gemeente. We komen uit onze huizen en gaan naar de kerk, we komen naar voren en eten samen van het ene brood. Waar het lichaam van Christus voor de leerlingen in het echt te zien was, is het voor ons zichtbaar in de gemeente van Christus. Een worden met Christus betekent één worden met elkaar. Paulus zegt dat in 12 ook: we zijn heel verschillend toch met elkaar één lichaam vormen: elk met onze eigen dingen.

Toch kan ook dat éne lichaam zorgen dat je teleurgesteld raakt. Jezus is wel goed, maar die mensen die bij Hem horen. Kan ik daar ook aan verbonden zijn? Niet alleen in jezelf, ook in elkaar kun je teleurgesteld raken. Als je niet begrijpt waarom de ander zo doet. Als er over elkaar gepraat wordt, in plaats van met elkaar. Als je je gaat ergeren aan bepaalde trekjes van anderen. Hij is altijd zo, zij is altijd is. Toch is dat de gemeente die Jezus samenroept, en tot het eeuwige leven voedt (zondag 21). Ben je niet alleen aan Christus verbonden. Maar ook aan elkaar! (zondag 21).

Hoe blijf je daar enthousiast over? Hoe blijf je als je gedoopt bent, die plek in het midden van de gemeente houden? Want ik geloof dat God juist de gemeente gegeven heeft om elkaar bij het geloven vast te houden. ‘We zijn immers allen gedoopt tot één lichaam.’. Allereerst is het belangrijk om te zien dat God je ergens plaatst. Hij leidt je leven, ook je plek naar de gemeente. Geen gemeente is volmaakt: de ene gemeente is te groot en onpersoonlijk, de andere gemeente is teveel familie, en bij de derde gaat alles zo spontaan. Waarom geeft God jou deze gemeente en op wat voor manier mag jij hier meebouwen aan het lichaam van Christus?

Het tweede is: liefde groeit door daden. Dat geldt in het huwelijk: wie iets liefs doet voor zijn man of vrouw, gaat ook meer liefde voelen. Zo geldt dat voor de stichting present: wie liefde geeft aan anderen, krijgt ook lief. Zo geldt dat in de gemeente: wie gaat, wie  viert, wie geeft, wie meedoet, mag groeien in liefde en meeleven met elkaar.

Tenslotte: Groeien in verbondenheid met elkaar kan alleen door te zien dat we allemaal leven van de genade van Christus. Dan voel ik me niet beter, maar als je ziet dat hij of zij eet of drinkt. Besef dan eens: ook voor hem, ook voor haar heeft Christus zijn leven gegeven. Hij wil één zijn met Christus. Zo ben ik één met hem of haar, omdat ook ik deel mag blijven krijgen aan het lichaam van Christus! Ik hoop dat die verbondenheid met Jezus, en die verbondenheid met elkaar vandaag gezien hebt, gevoeld en ervaren en dat je dan stil wordt vanwege de liefde van Christus voor ons allen! Amen