Matteus 5:9,10: Je zult God zien !

juni 13, 2021

Preek Heemse 13 juni 2021

Tekst: Gewone Catechismus 98-100 / Matteüs 5:10, 9

“Gelukkig de vredestichters want zij zullen kinderen van God genoemd worden.”

Geliefde gemeente van onze Heer,

Door Jezus gaat er een andere wind door je leven waaien, zegt de Gewone Catechismus.

Doordat ik met Jezus verzoend bent ‘zoek ik vrede met alle mensen’.

Het avondmaal is vol van vreugde en vergeving.

Want wat is de kern van het avondmaal:

De liefde van God in Christus was zo groot, dat Hij niet vast hield aan zijn eigen gelijk.

Hij zocht de wereld die in pijn, nood, zonde en gebrokenheid gedompeld is op.

Hij offerde zichzelf aan het kruis voor onze zonde; Hij ging heel die weg.

Doordoor kwam er vrede, vergeving en verzoening.

De gewone catechismus is, net als wij hier in de dienst, begonnen met de doop.

De doop is het symbool, het teken dat je deel krijgt aan het leven met God.

Voor Lise en Lois mag dat vandaag zichtbaar worden, Sharony mocht er vorige week voor kiezen.

Je raakt verbonden met Jezus op weg naar de nieuwe wereld, door de doop.

En de kern van de doop is verzoening, vrede: zoals je schoon gewassen wordt door water.

Zo wil Jezus je innerlijk rein, puur en zuiver maken. Hij zorgt dat er vrede is.

En het avondmaal, zorgt ervoor dat je verbonden blijft: steeds opnieuw deel krijgt.

De vrede van Jezus komt door brood, zijn gebroken en gekruisigd lichaam, en door wijn,

zijn vergoten bloed om zich met ons te verzoenen, die vrede komt steeds opnieuw weer in je hart. 

Wie zo met Jezus verbonden is, zegt Jezus: is een zoon, is een dochter van God.

Tot zover deze uitleg, dit plaatje, ik hoop dat je begrijpt hoe alles draait om vrede.

Maar nu jij, u en ik persoonlijk: wat zegt Jezus in zijn eerste onderwijs?

Als zijn leerlingen alles achter gelaten hebben, en Jezus achterna gekomen.

Dan klinkt bij de berg de oproep van Jezus: gelukkig de vredestichters.

Een radicale oproep: juist in tijden van omkeer heeft deze tekst een belangrijke rol gespeeld.

Aan het begin van de reformatie, bij Bonhoeffer in zijn verzet tegen Hitler.

Steeds als mensen begrepen: die vrede van Jezus is maar niet iets wat ik hoor en zie.

Maar die moet ik in praktijk brengen. Dat geldt op wereldschaal:

Dat we opkomen tegen oneerlijke verdeling van vaccins, tegen achterstelling van groepen.

Ons inzetten waar we kunnen om oorlogen wereldwijd te bestrijden, vredesmissies steunen.

Maar het begint dichtbij: dat je niet vasthoudt aan je eigen gelijk, maar de minste wilt zijn.

Als je kwaad en onrecht ziet, dan zwijg je niet.

Dat je liever zelf lijdt, dan dat je anderen doet lijden.

Als een ander het contact verbreekt, dat je zelf probeert de ander te zoeken.

Door Jezus leer je heel anders te kijken naar anderen.

Hij geeft als basiswet: heb je vijanden lief en bid voor wie je vervolgen.

Pas dan kan een nieuwe wereld groeien als we zo met elkaar omgaan.

Niet kwaad met kwaad vergelden, niet elkaar roddelend zwart maken.

Niet met ons eigen vriendenclubje het goed hebben en praten over die rare anderen.

Nee, we zijn kerk, we vieren hier het avondmaal: niet met mensen die je zelf hebt uitgekozen.

Maar met heel verschillende mensen.

Die misschien wel slecht over je praatte, je niet zeg staan, je benadeelde.

Wanneer de verzoening van Christus in je komt ben je bereid om vrede te zoeken.

En laat ik helder zijn: als er misstanden zijn, als je leest over studentes die verkracht worden.

Dan is het niet christelijk om te zwijgen of toe te dekken en hoef je als studente de schuld niet bij jezelf te zoeken.

Laten we als zulk soort dingen gebeuren het kwaad aanpakken, strijden tegen onrecht.

Aangifte doen. Alleen dan kun je kwaad bestrijden en vrede stichten.

Christen zijn is maar niet lievig zijn en over je heen laten lopen.

Christus zelf streed tegen het kwaad, en was boos over het kwaad.

Dat wil niet zeggen dat het makkelijk is:

bij programma’s als de rijdende rechter of het familiediner zie je hoe dingen kunnen scheefgroeien.

Je kunt enorm in de hoek gedreven worden, maar zegt Jezus:

Wanneer jij die vredestichter bent, mensen bij elkaar brengt, over fouten heen wil stappen.

Dan sta ik voor je te klappen, dan ben ik blij met je, kostbaar is dat, als er zulke mensen zijn.

Wie zo Jezus na wil volgen, moet soms het kruis dragen.

Bonhoeffer zegt: vredestichters zullen met hun Heer het kruis dragen, want aan het kruis werd vrede bereid. Omdat je geroepen wordt tot het werk van de zoon van God, zul je zelf zoon van God genoemd worden.

Dat is de belofte die God geeft: je zult kinderen van God genoemd worden.

Lise en Lois mogen kind van God zijn, vandaag zichtbaar in de doop.

Maar ieder die achter Jezus aan zijn kruis leert dragen wordt kind van God genoemd.

Een vredestichter, iemand die steeds opnieuw de genade en vrede van Jezus zichtbaar maakt!
 

De tweede uitspraak van Jezus gaat niet over vredestichters, maar wie zuiver is van hart.

Heb jij een zuiver, schoon, eerlijk hart?

Van de buitenkant kan alles behoorlijk wat lijken, kun je goed voor de dag komen.

Maar wat speelt er in je hart, in je binnenste.

Dat is waar het werkelijk om draait.

Het hart is de plek van je overwegingen, je neigingen, je gevoelens.

Je kunt voor de buitenkant je goed voordoen, maar hoe zit het met je hart?

De doop is een uiterlijk teken, voor de buitenkant.

Dat kleine beetje water maakt niet heel veel schoon.

En zelfs als je een douche neemt maakt dat alleen de buitenkant schoon.

Maar Jezus zegt: ik ben gekomen om mijn kinderen te zuiveren, schoon te maken.

Hij wil je van binnenuit vernieuwen.

Zoals je door het eten van het brood en drinken van de wijn Jezus werkelijk in je hart ontvangt.

Door de kracht van de Geest, door het geloof.

Wat komt er uit het hart van de mens een hoop ellende voort.

Je hart lijkt soms op een vieze stal die schoongespoeld moet worden.

Schoon van alle egoïstische, individualistische, zelf goed pratende troep.

Kijk hoe mensen hun mond vol hebben over anderen, voor miljoenen winst de boel beduvelen.

Of beter: kijk naar je eigen hart. Is dat vol van liefde, goedheid en zuiverheid.

Probleem is vaak dat er zoveel dingen aan ons trekken, ons hart vol is van alles.

Dat we zomaar allerlei eigen belang zoeken in genot, macht en geld.

Dat je hart niet één is, maar uit elkaar wordt getrokken.

Je aandacht zo verspreid is dat je achter jezelf aanrent en God geen ruimte geeft.

Wanneer heb je nu werkelijk een zuiver hart?

Dat is als je vrij bent van goed en kwaad.

Van kwaad is helder: wie Jezus roepstem gehoord heeft wil een leven leiden van liefde.

Maar ook vrij van goed. In de zin van: uiterlijke vroomheid en zelf verdienste.

Het probleem van de Farizeeën uit Jezus tijd is dat ze aan de buitenkant vroom zijn.

Ze zijn als witgelakte graven: ze zijn van buiten mooi onderhouden, maar van binnen rot.

Maar wie gedoopt wordt, wie het avondmaal viert, wie Jezus ontvangt in zijn leven wordt nieuw van binnen.

Die krijgt een nieuw hart, het hart van een kind, het hart van adam en eva in het paradijs.

Hoe dat kan? Omdat Jezus zelf zijn goedheid uitgiet in jou.

We zingen straks: Jezus vervul ons hart. En als je drinkt, bidt dan: Jezus vul mij helemaal.

Stroom met uw Geest in mijn binnenste zodat ik van binnenuit vernieuwd wordt.

Zodat je de vrucht van de Geest: liefde, blijdschap en vreugde steeds meer kan voelen en uiten.

Juist de sacramenten van doop en avondmaal willen ons helpen om dan God te zien.

Wanneer je Jezus Christus ontvangt door de Geest blijft het maar niet een weten.

Dan ga je ervaren, op een bijzondere en wonderlijke manier, dat zijn liefde in je hart wil komen.

Dan ga je God zien, juist rondom het avondmaal, en wordt je weer gesterkt.

Dan wil je het avondmaal steeds weer opnieuw vieren.

Dat zien van God, gebeurt hier nog wazig en in een spiegel.

Maar voor wie zo leeft mag ook de belofte zijn van de wederkomst.

Juist het avondmaal richt ons op die dag dat we bij God zullen zijn en Hem zullen zien.

Dat je voor eeuwig met hem verbonden bent. Het is het feest van verwachting en uitzien.

Maar we vieren het avondmaal totdat hij komt en om werkelijk op zijn komst gericht te blijven.

Amen


Filippenzen 1:27-30 – Strijd mee!

juni 6, 2021

Preek Heemse, bevestiging Ambtsdragers

Tekst: Filippenzen 1:27-30

Geliefde gemeente,

[#1] Stel je loopt over vijf jaar de gemeente binnen en spreekt over de Kandelaarkerk.  

Hoe zal de gemeente er dan uit zien?

Wat zal je inzet als ambtsdrager, bezoeker en gemeentelid dan hebben opgeleverd?

Hoe ben je dan christen, hoe ben je gemeente?

Sta je in de kracht van de Geest, ben je verbonden met Jezus.

Hoe werkt het geloof in je hart? Lees je bijbel, bid je, geloof je?

Maar ook: hoe ziet het samen gemeente eruit, ook als corona dan hopelijk al lang voorbij is.

Weet je je verbonden met elkaar, bemoedig je elkaar, leef je mee met elkaar?

Doe je mee, zet je je in voor elkaar. Ga je er echt helemaal voor?

Ik heb vertrouwen in dat we het gemeenteleven weer op pakken.

Dat we het gemist hebben, dat de Geest blijft werken en dat thuis en onderling het zichtbaar is.

Dat we als Kandelaarkerk, de Kandelaar zullen laten schijnen door de kracht van Geest.  

Gestimuleerd en aangespoord door de Geest, ieder op zijn eigen plek in de gemeente.

[#2] Paulus zit in de gevangenis in Rome. Hij schrijft een brief aan Filippi.

Daar maakt de duivel het christenzijn niet moeilijk door corona.

De duivel die alles over hoopt gooit werkt daar door mensen, door vervolging.

De Romeinen hebben hem meegevoerd, maken hem het leven moeilijk, vervolgen hem.

Ik heb niet zo lang geleden erover gepreekt toen het ging over eeuwig leven (GC 82).

Paulus loopt de kans dat hij moet sterven. Dan zal hij naar zijn Heer gaan.

Een uitzicht waar hij naar verlangt. Maar moet hij nu al naar de Heer gaan?

Voor de mensen in Filippi wil hij graag blijven leven.

Hij kan hen helpen dat hun geloof groter en vreugdevoller wordt.

Het betekent voor hem wel lijden, vervolging, smaad en moeite.

Maar hij wil graag de goede boodschap van Jezus vertellen.

Hij hoopt dat hij hen straks zal zien, of anders over hen zal horen.

Hij hoopt dan, als hij een tijd weg geweest is dat ze dan één van Geest zijn.

Zoals ik net zei: ik heb er vertrouwen in dat we levende gemeente van Christus zullen zijn.

Zo zegt Paulus dat ook: ik heb er vertrouwen in. Uw geloof groeit, uw vreugde groeit,

Ik en u zullen des te meer met Christus verbonden zijn.

[#3] Waarom kan Paulus dat zo vol vertrouwen zeggen: met vertrouwen de toekomst ingaan?

Nou, Paulus zegt dat wel vol vertrouwen, maar hij zegt ook. Een ding is nodig.

Het valt hier weg in vertaling, maar hij zegt: ‘alleen’.

‘Alleen, wandel dan wel waardig aan het evangelie van Christus’. Als burger van het rijk!

Tegen veteranen uit het leger wijst hen wel op de orde en trouw die nodig is.

Een strijdvechter moest er niet bij gaan liggen, maar met volle inzet ervoor gaan.

Zoals je alleen samen met een volleybalteam of voetbalteam ergens komt als één bent.

Onderling je aan de afspraken houdt, een eenheid naar elkaar en naar de tegenstander vormt.

Zo is het ook je opgave, de plicht, je taak om je te gedragen zoals past bij Jezus.

Het gaat erom dat je samen één bent in Christus en met Hem verbonden bent.

Tegenover het rijk van de duivel die alles door elkaar gooit.

Die soms van buitenaf de kerk het moeilijk maakt door geloofsvervolging of corona.

Die soms van binnenuit de gemeente door elkaar gooit door tegenstellingen en strijd.

Die soms bij jezelf alles in de war brengt en je het zicht op Jezus ontneemt.

Soms voel je je eigen zwakheid, ontbreekt je de moed en kracht.

Wat dan nodig is, is om niet ontrouw te zijn, maar zijn je eenheid in Jezus te zoeken.

Hij kan die tegenstand van de duivel aan, Hij heeft hem overwonnen!

[#4] Wat betekent dat nu? Het betekent dat je als gelovige een verhaal hebt.

Een verhaal waar je in kan wonen: God heeft de wereld lief in Jezus.

Jezus is gestorven voor de zonden. Door de Geest mogen we vol zijn van hoop!

In het gedeelte hierna legt Paulus die weg van Jezus ook uit.

Hij kwam uit de hoge, vernederde zich diep voor de zonde, maar zal komen in heerlijkheid.

Ik hoop dat je als diaken, bezoeker, ouderling ook in dat verhaal mag wonen.

Dat de houding, de gezindheid van Christus in je mag wonen.

Zelf er kracht door mag krijgen om moeite een plek te geven, met verdriet om te gaan.

Om hoopvol in het leven te staan, en met liefde andere te helpen. Te leven van genade.

Want alleen als je zo zelf verbonden bent met Jezus, kun je ook andere helpen.

Dan kun je luisteren, en anderen laten wonen in dat verhaal van Jezus.

Jongeren helpen dat verhaal te ontdekken, gezinnen sterken in de geloofsopvoeding.

Mensen die met tekort of moeite te maken hebben diakonaal ondersteunen.

Degenen die ziekte of verdriet hebben troosten met dat ze eigendom van Jezus zijn.

[#5] En als de duivel, de tegenstander dan wel rond gaat.

Zal het dan hier over vijf jaar dan een dooie, levenloze boel zijn?

Paulus zegt: niet als je woont in het rijk van Christus, in zijn verhaal, in Hemzelf.

En daarvoor heeft hij drie motieven, drie redenen om dat te denken:

1) Wees niet bezorgd, wees niet bang. God houdt je vast.

Dat is een duidelijk teken voor de mensen die tegen je op staan.

Ook al gooien ze je in de cel, ook al vervolgen ze je.

Paulus was zelf in Filippi nageroepen en in de gevangenis gegooid.

Maar als ze aan hem merken dat hij trouw is aan het geloof,

Dan is dat een duidelijk teken. Dan zullen anderen denken: hier kunnen we niets tegen beginnen.

Al hebben ze misschien meer macht en praal,

Uiteindelijk zal Christus overwinnen. Denk ook aan de martelaren die stierven voor het geloof.

Een duidelijk teken dat God kracht geeft om trouw te blijven.

2) Een tweede motief is dat als ze misschien moeten lijden, er is soms angst, twijfel, onrust.

dit vooral laat zien dat ze deel krijgen aan het lijden van Jezus.

Niet alleen geloof is nodig, maar ook dat het zichtbaar is in het leven.

3) En het derde is, dat deze strijd niet alleen door hen wordt gevoerd.

Ook Paulus voert nog steeds deze strijd.

In Efeze had hij het over je wapens.  

Een wapenuitrusting om de vijand en de duivel aan te kunnen.

Deze strijd tegen het kwaad moet gevoerd.

En steeds worden we er in de Smidse weer aan herinnerd.  

Denk daar maar aan als je volgende keer langs die tekst loopt.

Niet alles gaat vanzelf, maar juist als er weerstand is, als er moeite is,

dan mag je denken aan de strijd die gevoerd moet worden.

De inzet, het geloof, het gebed, het woord, allemaal wapens tegen het kwaad. In Gods kracht!

[#6] Wanneer Jezus ons inschakelt in de gemeente dan betekent dat nog niet dat je een held bent.

Je kunt misschien een keer wakker liggen, want wat wordt er nu van je verwacht bij dat overlijden.

Je kunt misschien een tijdje net zelf het hoofd boven water houden bij de energie die je werk kost.

Er zijn zorgen in je gezin, die je al genoeg bezig houden, dat je er lastig voor anderen kunt zijn.

Je bent misschien meer van het doen, dan van het praten, of meer van het praten dan van het doen.

Er wordt geestelijke leiding verwacht, maar wat vraagt God nu precies van je?

En constant draag je op je schouder degenen die aan jou zorg zijn toevertrouwd:

Wat kan ik voor ze doen, wanneer kan ik gaan, doe ik niet te weinig. Wie wil dan naar voren stappen?

[#7] Maar het feit dat je hier staat, maakt zichtbaar dat je naar voren wil stappen.

Nu in deze functie, met deze verantwoordelijkheden. Dat je zegt: God roept me hier nu.

Ik wil de strijd aangaan, ik wil me inzetten, ik neem de wapenrusting op.

Dat betekent dat je niet alleen je eigen belangen, maar ook die van een ander voor ogen hebt.

En spoort Paulus dan aan: laat die nederige houding van Jezus dan in je wonen.

Ik hoop dat dat vooral alle moed mag geven, en kracht mag geven.

Dat je iets mag belichamen van Jezus Christus, van zijn goed boodschap.

Dan zullen mensen dat op een gegeven moment aan je merken.

Laat ik wat voorbeelden gebruiken:

[#8] Je spreekt af om met iemand te wandelen, je klets over van alles en nog wat.

Je voelt je verbonden, bent onderweg, geniet van buiten. Gaat soms nergens over.

En toch: je wandelt daar als christen, soms deel je iets diepers.

Merkt dat ander dat je steun hebt aan het geloof. Dat het je kracht geeft.

Spiegelt een ander zijn eigen leven met jouw leven en wordt nieuwsgierig gemaakt.

Onderschat nooit de kracht van de woorden die je deelt.  

Een tweede voorbeeld: een jongere is behoorlijk in paniek. Wat moet je nu?

Zolang veel alleen op de kamer. En nu opeens weer in een volle klas.

Ze mist het overzicht en weet niet wat te kiezen. Je praat erover door.

Je helpt als bezoeker om daar wat orde en rust in te krijgen. Een luisterend oor.

Je geeft een bijbeltekst mee op een papiertje, dat een plekje krijgt boven haar bed.

Er is discussie in de kerk. De een denkt zo, de ander denkt anders.

Waarom willen ze alles anders? Of: waarom willen ze het juist hetzelfde laten?

Welke kant moeten we op: naar links of naar rechts. Wat wordt er gevraagd van ons?

Je luistert, je bidt, je overlegt en uiteindelijk laat je je leiden door de Geest.

Je maakt een keuze. Je bidt of jouw stem een instrument mag zijn in Gods hand.

Als diaken voel je je betrokken. Er gebeurt iets in een gezin waar je laatst geweest bent.

Je denkt na over hoe je hulp kan organiseren of wat je kan betekenen.

Maar eerst breng je een pan eten met een briefje erbij voor die eerste momenten.

Natuurlijk gaat het om motiveren en organiseren, maar zo laat je in je houding iets van Jezus zien.

Ik maak het expres klein: het geldt voor iedereen in de gemeente.

En laat je taak geen hoge lat zijn, een ver ideaal, maar wel dat je de stap naar voren zet.

Contact maakt, de strijd strijdt, zichtbaar en hoorbaar maakt wat de boodschap van Jezus is.

[#9] Hoe zal de kerk eruit zien? Hoe treffen we de gemeente over vijf jaar aan?

Aan de ene kant: een toekomst vol van hoop en gerust in Gods bescherming.

We mogen op God vertrouwen. Hij gaat mee: Hij houdt zijn kerk in leven.

Aan de andere kant: een aansporing. Het gaat niet vanzelf.

Voer de strijd, die Paulus strijdt, die de gemeente streed, die van ons verwacht wordt.

Wees verbonden met Jezus Christus en sta sterk. Doe die stap naar voren!

Verslap niet, geef niet op: spoor elkaar aan om vol te houden.

In tijden van pandemie, van vervolging, van welvaart: er is maar één naam die kan redden.

Voer die strijd, om straks als Jezus weerkomt, als overwinnaar binnen te gaan!

Amen.


Gewone Catechismus 94-97 – Avondmaalsbrood en dagelijks brood

mei 30, 2021

Preek Heemse, 30 mei 2021

Tekst: Johannes 6:51-59

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Eerste punt: Heilig Avondmaal en dagelijks brood

[#1] Wat doet het avondmaal met de manier waarop je met je eten en drinken omgaat?

Voor ons misschien een rare vraag, maar ik las een boek en daar zei iemand:

‘wie het avondmaal gevierd heeft, kijkt anders tegen brood en drinken aan.

Die zal niet zomaar de helft van zijn zondagse maaltijd in de prullenbak gooien.’

Voedselverspilling is een groot probleem in de westerse wereld:

600 miljoen kilo voedsel verdwijnt per jaar in de prullenbak.

Kennelijk ga je anders naar je kom soep, het broodje op je bord en je wijn of biertje kijken.

Het zijn gedachten uit een andere traditie, de Oosters Orthodoxe.

In Gewone Catechismus 94 wordt het avondmaal ‘eucharistie’ of ‘communie’ genoemd.

En in de toelichting worden we opgeroepen om niet alleen op de verschillen te letten.

Laten we ook van elkaar leren en de geestelijke werkelijkheid ontdekken.

[#2] Misschien denk je: ‘wat wordt die Heilige Maaltijd omlaag gehaald!’

Wat heeft mijn eigen brood, mijn pastamaaltijd of mijn bier te maken met het Avondmaal.

Daarom lazen we net het gedeelte uit Johannes 6, de toespraak van Jezus over het brood.

Daar is de reactie van de mensen ook ‘wat wordt de Heilige God omlaag gehaald’.

Jezus wil uitleggen hoe je eeuwig kan leven. Hoe je leeft voorbij het sterven.

En dan benadrukt Hij het punt waar de leerlingen de meeste moeite mee hebben.

Dat Hij echt helemaal mens is. Dat Hij mens is van vlees en bloed.

Dat bloed heeft Hij gekregen bij zijn geboorte uit Maria in Nazaret.

Dat bloed zal stromen van zijn hoofd door de stekels van de doornenkroon.

Hij is heeft een lichaam dat slaapt, dat dorst heeft, dat moet eten.

Een lichaam dat gegroeid is van zijn geboorte in Nazaret en dat aan het kruis zal hangen.

Nee, iedereen begrijpt dat je niet je tanden in Jezus hoeft te zetten.

Niet Hem hoeft te bijten, of tot bloedens toe hoeft te verwonden om zijn bloed te drinken.

Maar Jezus benadrukt: als je gered wilt worden, is dat juist omdat ik echt mens ben geweest.

Ik ben mens geworden als jullie en daarom kan Ik als echt mens voor jullie sterven.

Waar de leerlingen en Farizeeën de meeste vragen bij hadden, aanstoot aan nemen,

‘moet deze mens ons redden?’ Dat benadrukt Jezus juist: mijn vlees en bloed geeft redding.

[#3] Hoe was de Here Jezus hier op gekomen? Hoe was deze broodrede begonnen?

Dat was omdat Hij met vijf broden en twee vissen, de mensen gevoed had.

Hij wilde dat de leerlingen de mensen te eten gaven, maar dat konden ze niet.

Er was veel te weinig voor de grote menigte mensen. De magen begonnen te knorren.

Maar dan zorgt Jezus door dat wonder dat er wel eten komt. De magen worden gevuld.

Het eerste wonder van Jezus was dat Hij ervoor zorgde dat er wijn was in Kana.

Waar Hij verschijnt is er eten en drinken, wordt er gezorgd voor de mens van vlees en bloed.

In Efeze spreekt Paulus er ook van dat een man voor zijn vrouw moet zorgen als zijn eigen lichaam.

Je eigen lichaam dat voedt je en verzorg je. Je ontbijt, je haalt een kam door je haren, je wast je.

Zo zorg je voor jezelf. Zo zorg je voor je man of vrouw, vriend of vriendin.

Jezus kan de manier waarop hij de kerk voedt vergelijken met een man die zorgt voor zijn vrouw.

Misschien heb je in deze tijd ook het Avondmaal wel thuis gevierd, over twee weken kan dat ook.

Al kan een aantal dan gelukkig ook weer in de kerk vieren.

Maar juist als je het thuis viert zie jij, dat dit geen heilig brood uit de hemel is.

Dit is gewoon een stukje van het brood of het bolletje bij de Spar of Jumbo vandaan.

Dit is gewoon een beetje wijn of druivensap uit de fles of het pak dat wij later verder opdrinken.

Tweede punt: De hoogte en diepte van het Avondmaalsbrood 

[#4] Op een paar manieren hebben we nu gezien het gaat letterlijk om brood en wijn.

Het laatste wat ik zou willen is daarbij stil blijven staan.

Alsof we met avondmaal een feest hebben om het eten en drinken, om het hier en nu.

Die feesten zijn er al genoeg, of zullen er na corona wel weer komen.

Wat Jezus doet, wanneer Hij de mensen gevoed heeft, is de geestelijke betekenis laten zien.

Blijf niet staan bij aards brood en wijn. De Joden deden dat.

In de tijd van Mozes was er Manna. God zorgde voor eten, maar uiteindelijk moesten ze sterven.

Manna gaf geen eeuwig leven. Niemand zal het eeuwige leven vinden door gewoon brood.

Jezus geeft aan: Ik ben het brood uit de hemel dat wel eeuwig leven geeft.

Ik ben het levende brood, het levende water, het geestelijke voedsel.

Wie gelooft dat Ik gekomen ben om te redden: zal in zijn ziel gevoed worden.

Die kan niet meer buiten mijn rijk komen te staan en zal leven, voorbij de dood.

[#5] Een van de mooiste verwoordingen van de Gewone Catechismus is antwoord 95.

Er wordt een verband gelegd met Efeze 3:18 en 19.

We hebben niet genoeg aan drie dimensies, maar er worden vier kanten beschreven.

Samen met alle heiligen, van vroeger en nu, van hier en ver weg mogen we steeds meer ontdekken.

Zien we de hoogte, breedte, diepte en lengte van wat Christus gedaan heeft.

De hoogte: Aan het Avondmaal is Jezus de gastheer die ons voedt.

We worden met Hem, die in de hemel is, verbonden.

We richten de harten omhoog tot Jezus, die in de hemel voor ons pleit.

Geestelijk leven. Een verborgen eenheid. Hij in mij en ik in Hem.

Bid maar bij het slokje wijn: Here Jezus, Zoon van God, woon in mij.

Bid maar bij het hapje brood: Here Jezus, Zoon van God, vul zelf mijn hart.

Maar ook de diepte: dat Jezus zijn lichaam en bloed moest geven doet pijn.

Hij werd mens voor mijn gebroken, onvolmaakte, zondige leven.

Hij droeg in Getsemane de toorn van God, die Hem het bloedige zweet uitperste.

Aan het kruis stierf Hij, leed Hij, gaf Hij zichzelf voor mij.

We denken terug aan hoe Hij voor mij in de plaats de zonden droeg.

Hij werd zelfs door God verlaten, zodat wij nooit meer door God verlaten zullen worden!

Tegelijk is er in het Avondmaal ook de lengte: we zien uit de naar de wederkomst.

We gaan straks de wijn nieuw drinken met Jezus, er is het grote bruiloftsfeest.

Als Jezus met zijn bruid, de gemeente, het grote feest zal vieren.

Denk aan Efeze 5: hoe Hij het hoofd is en wij de leden.

Een feestmaal! In de toekomst, met de wederkomst.

Wat kun je daar soms naar verlangen als je hier onrecht, honger, gebrokenheid ziet.  

En tegelijk is er aan de communie ook het element van breedte:

Met elkaar eten we van dat ene brood en drinken we van de wijn.

We zijn met elkaar verbonden en hebben elkaar lief.

Je wordt gestimuleerd om elkaar te blijven liefhebben!

We eten samen en het is een afbeelding van hoe we in de gemeente zorg voor elkaar hebben.

We willen zorgen dat we liefde delen, en dat er in de gemeente geen gebrek hoeft te zijn.

Niet voor niets collecteren we aan het avondmaal voor de diaconie.

Heel mijn leven toegewijd aan zijn eer!

[#6] En als we zo de beweging omhoog gemaakt hebben, maken we ook de beweging weer omlaag.

Dat begint al met het omzien naar elkaar. Dat is heel praktisch en concreet.

Als je elkaar een pan soep brengt, een envelop met geld overhandigt, een klusje doet.

Maar het heeft ook alles te maken met je lunch op zondagmiddag.

Vanuit de liefde van Christus, dat Hij ons voedt en vervult, ga je anders met je eten en leven om.  

We zingen aan het eind van de dienst: Heer neem mijn stem, neem mijn uren, neem mijn goud.

Ik wil alles aan U geven. Niet voor niets wordt avondmaal ‘eucharistie’ genoemd.

Dankzegging en lofprijzing. De liefde van Jezus, zijn offer voor onze zonde roept dankzegging op.

Je wordt opgeroepen om zijn liefde te beantwoorden. Bij het avondmaal gebeurt dat met Psalm 103:

Loof de Heer mijn ziel, en al wat in mij is zijn heilige naam!

Loof Hem en vergeet niet één van zijn weldaden.

Wij helemaal: met hart, ziel, mond, handen en voeten. Met heel je leven.

Heel het heelal: de engelen, Gods boden. Hemel en aarde. Loof de Heer.

Ook alle schepselen de bomen, de planten, de bloemen: ieder prijst de Heer om zijn reddende liefde.

Juist doordat Gods liefde voor de schepping aan het avondmaal gevierd wordt,

kan heel de schepping Hem ook prijzen. Heeft ons dagelijks leven glans, krijgt de schepping glans.

[#7] Eucharistie, lofprijzingen, God grootmaken is een wezenlijke betekenis van het avondmaal.

Er zijn kerken waar mensen zelf brood, bloemen, drinken meenemen naar de kerk.

Ze laten zien: we offeren God onze gaven. We geven dankend weer wat hij ons geeft.

Daar gebeurt wat bij ons soms op dankdag gebeurt, dan is er ook wel eens een tafel in de kerk.

Dan wordt er mais, een zonnebloem, graan, een brood, appels, peren, druiven, van alles neergelegd.

Moeten we dat ook bij het avondmaal gaan doen. Op die manier onze producten dankend brengen.

Was niet het Pesachfeest dat Jezus vierde met zijn leerlingen, het laaste avondmaal eigenlijk een oogstfeest? Het feest van de eerste oogst. Waar Jezus met dankzegging de wijnbeker heft?

[#8] Zoekend in hoe in de eerste eeuwen het avondmaal gevierd werd, kwam ik dit ook tegen.

Maar het komt maar bij weinig kerken naar voren. En we lezen dit ook niet in de bijbel.

Als we dit gaan doen met avondmaal lopen we gevaar! Hoe ontstond dit gebruik?

Men ziet aan de ene kant heidense invloeden: afgoden moet je gunstig stemmen met je cadeaus.

Je moet er wat voor over hebben. Ik doe dit voor jou, ik geef jou dit, zorg jij dan voor mij?

Dat staat recht tegenover de genade en het offer van Jezus Christus voor onze zonden.

Tegelijk merk je dat er ook een Oudtestamentische invloed in naar voren komt.

Graan, wijn, dieren worden daar aan God gebracht. Naar de tempel als een offer.

De priester brengt dat offer. Soms een offer voor de zonden, soms een dankoffer.

In de kerk is soms die offercultus weer naar binnengebracht. Door weer een priester aan te wijzen.

Door te spreken over het offer dat gebracht wordt. Doordat mensen iets voor God doen of brengen.

Pas op om zo het avondmaal in te vullen. Christus offer is éénmaal voor ons gebracht op Golgota.

Eenmaal stierf hij voor onze zonden. Op grond van dat offer pleit Hij in de hemel voor ons.

Krijgen wij genade door zijn lichaam en bloed dat voor ons geofferd is. Daar denken we aan terug.

[#9] Vanaf onze kant kunnen we nog geen zucht aan onze genade toevoegen.

Wij kunnen niets offeren, niets betalen, niets bijdragen aan de redding.

Daarvan wil Jezus de Farizeeën overtuigen: alleen door zijn lichaam en bloed heb je eeuwig leven.

Maar als je dan met Hem verbonden bent, dan is dat maar niet een mystieke, geestelijke band.

Te lang en te vaak hebben christenen hun geloof beperkt tot hun zielenheil.

Een scheiding gemaakt tussen geestelijk leven en het dagelijks leven.

Tussen de zondag en de maandag, tussen het brood van het avondmaal en het dagelijks brood.

Wie God met hart en mond en handen dank-zingt na het avondmaal;  

Wie God prijst met zijn ziel, maar ook samen met de engelen en alle schepselen,

die ziet dat Jezus deze aarde wil vernieuwen.

Die zegt: er is geen deel van mijn leven waarvan Jezus niet zegt ‘het is van mij’.

Die buit deze aarde niet uit, wil geen voedsel verspillen, maar zorgt voor de schepping.

Waar ging het mis? Adam ging in het Paradijs gericht op zichzelf leven voor die vrucht

in plaats van dat hij leefde van de zorg van God.

Dat betekent dat wanneer Gods Geest mij vult met liefde, ik werkelijk de breedte ga zien.

Ik wil graag dat er een eerlijke verdeling komt van eten en drinken, tussen arm en rijk, noord en zuid.

Mijn geluk ga ik niet zoeken in eten en drinken, meer en meer gebruiken en consumeren.

Jezus vult mijn hart. Hem breng ik de dank. Met heel de schepping.

De vogels, de bloemen, de mais, de aardappels, de regen, de zon, de sneeuw (Psalm 147).

Hem moet ieder prijzen en grootmaken! Dan gooi ik mijn eten niet weg.

Maar geef God de dank voor het eten, voor wie het verkoopt, wie het vervoert.

Dan bidden en danken we voor de agrariërs die het voedsel produceren.

Juist het aardse leven, komt door de dank aan Jezus, in de glans te staan van het eeuwige leven.

Gods pinkstergeest, die de aarde vernieuwt, vernieuwt niet alleen mijn hart, maar heel mijn leven.

Amen.


Matteus 28 – Ga op weg!

mei 16, 2021

Preek Heemse, 16 mei 2021

Tekst: Matteüs 28:16-20

Geliefde gemeente van de opgevaren Heer,

[#1] Hoe ging het deze week? Heb je iets van je geloof gedeeld?

Vorige week starten we deze themamaand over ‘kijk om je heen!’

Nou ja, iets brengen voor de voedselbank: dat zie ik wel zitten.  

Ik voel me soms ongemakkelijk. Misschien heb jij dat ook wel. Ben ik zelf wel zo enthousiast?

Wat deel ik? Zit je niet teveel in je christelijke bubbel?

[#2] Na de opstanding gaan elf leerlingen naar de berg in Galilea. Dat moest van Hem.

Daar komen ze hun opgestane Heer weer tegen.

Hij gaat straks naar de hemel, maar … hoe laat Hij de leerlingen achter?

Ze staan daar en zijn maar met een paar.

Zouden zij ooit hebben kunnen weten en bedenken dat wereldwijd mensen Jezus zouden volgen?

Dat er een kerk zou komen die door de eeuwen heen zou vertellen over Jezus?

Ze hebben hun vragen, is Hij echt de opgestane Heer? Kan ik in Hem geloven?

Matteüs vertelt, kort en snel, maar uit Lukas en Johannes weten we meer:

Sommige andere leerlingen twijfelen en hebben hun vragen.

[#3] Is het erg dat je soms een aarzeling hebt? Dat je soms je vragen hebt?

Matteüs heeft er geen moeite mee om dat eerlijk op te schrijven dat het zo ging.

Twijfel hoeft ook niet verkeerd te zijn. Het laat zien dat de leerlingen ook nadachten.

Het geloof in de opstanding en dat Jezus wil dat ze voor Hem blijven gaan en vol zijn van Hem:

dat komt niet allemaal in een keer.

Dat kost tijd, daar denken ze over na. Dat willen ze begrijpen.

Het laat zien dat het geloof maar niet een enthousiaste bevlieging is van een kort moment.

Dat ze gelijk, zonder nadenken ermee weglopen. Ze stellen hun vragen, gebruiken hun verstand.

[#4] Er is tegenwoordig meer ruimte voor vragen bij het geloof.

We leven in een samenleving waarin meer nadruk komt te liggen op de eigen keus.

Dat merk ik in gesprekken met jongeren. Je wilt zelf kiezen.

Je ziet wat er te koop is. In de wereld, maar ook in de verschillende kerken.

Je merkt het daaraan dat in Europa veel gevestigde kerken het moeilijk hebben.

Je bent niet meer automatisch lid van de kerk waar je ouders ook lid van waren.

Nee, je denkt zelf na. Sommigen blijven twijfelen, of haken af.

Tegelijk kun je het ook omdraaien: wie wel kiest om belijdenis te doen, om zich te laten dopen,

die maakt een bewuste keus. Die wil er echt voor gaan, daar kun je wat van verwachten.

Dat is zo als je in een christelijk gezin bent opgegroeid, maar ook als het gaat om zending.

Ook mensen van buiten de kerk zitten minder vast in hun niet christen zijn.

Wat een kansen biedt dat om het gesprek aan te gaan. Om je bij de kerk te voegen, te laten dopen!

[#5] Maar goed, je hebt ook die andere kant. Die twijfel. Misschien ook wel de vraag:

Heb ik zelf wel zo bewust ‘ja’ tegen Jezus gezegd en laat ik mij leiden door zijn Geest.

Kan ik wel vertellen over hem, kan de kerk wel groeien, gaat Jezus echt mee, ook na hemelvaart?

Het eerste wat Jezus doet is een stapje dichterbij komen. Hij voelt met ze mee, Hij helpt hen.

Hij zegt: Mij is alle macht gegeven. In de hemel en op de aarde.

Misschien twijfel we wel. Denk je klein van Jezus en het geloof.

Maar Jezus staat op en staat in zijn volheid voor hen. Ik heb alle macht!

De macht is mij gegeven door de Vader, Ik ben opgestaan.

En al ga ik naar de hemel, van daaruit het ik alle macht in hemel en op aarde.

Alles staat onder mijn bevel. Dat mag de eerste bemoediging zijn.

De zekerheid die de leerlingen in hun leven mogen kennen.

Wat je steeds mag belijden.

Je voelt je misschien zwak, ze waren maar met elf, het is een kleine groep:

Maar Jezus is in de hemel. Hij laat je nooit alleen. Geen stukje van je leven, van deze wereld,

van de dingen die gebeuren, waarvan Jezus zegt: het is buiten mijn macht. Ik wil je helpen en leiden.

[#6] Vanuit die bemoediging geeft Jezus een opdracht aan de leerlingen. GA OP WEG!

Nu Hij naar de hemel gaat, mogen zij zijn koninkrijk gaan bouwen hier op aarde.

Door zijn kracht. Niet alleen in Israël, maar heel de wereld wordt hun werkterrein.

Tot aan de uiterste van de aarde. Aan iedereen mag het goede nieuws van Jezus verteld worden.

Dat is de opdracht die in Handelingen bij de hemelvaart herhaald wordt.

Waarvan in de handelingen van de apostelen: zeg maar het dagboek van de apostelen verteld wordt.

Paulus gaat steeds verder. Hij was in Athene, maar ook in de grote stad Korinthe gaat hij aan de slag.

Weer eerst naar de Joden om te vertellen over wie de Messias is. En vervolgens ook aan de anderen.

Zo moeten de leerlingen zich niet opsluiten in hun eigen huis, maar open staan en op weg gaan!

Op weg gaan allereerst om leerlingen te maken.

[#7] Ga jij op weg? Ga ik op weg? Gaan wij op weg? Of houd je het evangelie voor jezelf.

Als we lezen in Efeze heeft God binnen de kerk verschillende functies gegeven.

Vrij gezegd: er zijn mensen die zending doen, die evangeliseren, die onderwijzen.

Sommigen worden uitgezonden en wij zenden als gemeente mensen uit naar Indonesië.

Er zijn speciale projecten en evangelisten die proberen actief in gesprek te komen.

Er zijn mensen die zich binnen de kerk vooral toeleggen op onderwijs en leren.

Maar of het nu ver weg is, of dichtbij, aan anderen of aan een volgende generatie.

Hoe kan Jezus zeggen: maak mensen tot mijn leerlingen?

[#8] Wij ervaren vaak allerlei obstakels. Mensen hebben moeite om het geloof aan te nemen.

Ja, op andere continenten groeit de kerk. Maar hier in de westerse wereld?

Ik zei net al dat mensen vooral vrij willen zijn om zelf te kiezen. En dan ervaren ze soms obstakels.

[#9] Keller wijst erop dat vroeger die obstakels en moeite vooral waren bij de theologie.  

– Hoe kan het dat er lijden in de wereld is, als Jezus alle macht heeft vanuit de hemel?

– Waarom zou je de bijbel geloven als het boek van God, is dat niet verouderd?  

– Hoe kan er een hel bestaan?

Voor sommigen zijn dat nog steeds de prangende vragen. Waar ze moeite mee hebben.

[#10] Maar veel anderen rekenen de tijd af op andere zaken:

– Is de kerk voldoende open voor homo’s en transgenders?

– Neemt de kerk wel voldoende afstand van racisme?

– Worden mannen en vrouwen wel gelijk behandeld in de kerk?

– Is er vanuit de kerk wel voldoende aandacht voor het milieu en de natuur?

Laatste publiceerde de kranten een hele lijst van kerken hoe die omgingen met homofilie.

Toen ik laatste op Twitter iets zette dat de kerk verwelkomend moest zijn,

kwam er een hele discussie over of homo’s dan ook welkom waren.

[#11] Wanneer Jezus je erop uitstuurt om leerlingen te maken is het belangrijk om die vragen te zien.

Je kunt deze vragen niet beantwoorden wanneer je op een eilandje blijft zitten.

Belangrijk is dat je contact hebt met mensen. Dat je anderen ontmoet en spreekt.

Dan kun je persoonlijk uitleggen hoe belangrijk het is dat de kerk hier ook goed mee omgaat.

Dat homo’s en hetero’s in Gods ogen even kostbaar zijn.

Dat God niet let op de kleur, maar racisme botst met het evangelie.

Dat je als gemeente dat ook graag uit wil dragen en vorm wil geven in je leven.

Ook in jouw zorg voor een duurzame wereld en voor ieder persoonlijk, man of vrouw.

En is dat niet wat Jezus bedoeld met leerlingen maken:

Een discipel van Jezus neemt niet alleen aan wat hij zegt, kan niet alleen de leer uitleggen.

Die wil ook werkelijk Jezus volgen. In zijn doen en laten, in zijn keuzes, in heel zijn bestaan.

Als je zegt: Heer ik wil u volgen, maak mijn leven nieuw, dan mogen anderen dat aan je merken.

80% van de mensen die tot geloof komen, komt tot geloof via collega’s, vrienden of familie.

Juist als je in deze tijd bid om de Geest en Jezus in je laat werken, leerlingen wilt zijn:

Mag je ook anderen tot Jezus gaan leiden. [voorbeeld concentratiekamp: voor jezelf of voor de ander?]

[#12] En dan staat erbij: doopt hen!

De doop is het ultieme teken van Gods genade.

God wil de zonden en fouten afwassen en je een nieuw begin geven.

Wat typeert de westerse samenleving? Mensen willen helemaal vrij zijn.

Vrij om te kiezen wat ze willen, zelf hun leven te maken.

Toch werkt die manier van leven voor veel mensen zolang het goed gaat.

als ze te maken krijgen met stress, met fouten, met tegenslag, met lijden en teleurstelling,

Komen er scheuren in de manier waarop ze hun houvast hebben in het leven.

Dat komt omdat, net als de Farizeeën in de tijd van Jezus, we heel vaak het van onszelf verwachten.

Jij moet het maken, jij moet het doen, jij moet het presteren.

Dat betekent ook dat je zomaar aan anderen hoge eisen gaat stellen.

Dat je niet makkelijk bent voor jezelf en voor anderen.

[#13] Voor deze tijd heeft Jezus dan een moeilijke boodschap, het slechte nieuws:

Je kunt op allerlei manier proberen het zelf te redden en te maken, maar het gaat je niet lukken.

En het is ook slecht nieuws dat als iemand zegt: je moet gewoon een goed mens zijn, dat niet lukt.

Je kunt het proberen op allerlei manieren, maar steeds raak je weer teleurgesteld in jezelf en anderen.

Zeker als je motieven of je gedachten let, zoals Jezus die blootlegt in de bergrede.

Maar er is ook goed nieuws!

Waar je jezelf niet kan redden, kan Christus dat wel. Hij wil je door de doop met Hem verbinden.

Hij wil vergeven. Al je zonden heeft hij aan het kruis gedragen. Hij wil helpen opnieuw te beginnen.

Wat is het dan rijk als je gedoopt wordt in de naam van de vader, de zoon en de Heilige Geest.

De Vader die voor je wil zorgen op alle momenten van je leven.

De Zoon die zelf zijn genade wil geven en voor je pleit, wie je ook bent.

De Heilige Geest die dit in je hart wil werken en geven.

[#14] Daarbij blijft de opdracht om te blijven onderwijzen.

Steeds weer naar binnen brengen wat Christus van ons vroeg.

Wanneer de leerlingen het voor zichzelf gehouden hadden, was het in Israël gebleven.

Laten we zo ook steeds weer overdragen wat Jezus geleerd heeft.

Vroeger kon dat alleen mondeling, maar nu ook via papier en via internet.

Ik daag je uit, ik daar u uit om nu het einde van covid in zicht is je verlangen kenbaar te maken.

Hoe ga jij samen weer bijbelstudie doen, elkaar opzoeken en verstreken, het geloof overdragen.

Hoe ga jij je kinderen onderwijzen en laten onderwijzen wat het betekent gedoopt te zijn.

[alles was er voor het eerst / wereldwijd / samenwerking kerken]

[#15] Dan gaan ze op weg. Dan gaan jij en u en ik op weg. Niet alleen, maar met de steun van Jezus.

Als Paulus het moeilijk krijgt, krijgt hij een visioen. God laat zien: ik ben bij je. Je bent niet alleen.

Waar we samen komen in Jezus naam, of het er nu 2 of 3, elf, zestig of 800 zijn.

Jezus is in ons midden. Zo gaat Hij mee, alle dagen.

Matteüs sluit niet af met hemelvaart, dat is zeker, maar met zijn aanwezigheid in onze nood (zonde en dood). Hij is de levensbron en kracht. Waarom kunnen we op weg gaan en vertellen: omdat Hij erbij is! Mooie en sombere, zomer en winter, niet zo nu en dan, maar alle dagen.

Hij is er niet pas als de wereld voltooid is, als Hij terugkomt. Nee, tot aan de voltooiing, zal Hij er zelf zijn. Elke dag! Amen.


Handelingen 2:47 – Kijk om je heen!

mei 9, 2021

Preek Bergentheim/Heemse 8/9 mei 2021

Tekst: Hand 17:16-34 en Hand 2:47

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Hoe ben je aantrekkelijke gemeente, zoals die gemeente in Jeruzalem?  

Deze week werd bekent dat zo’n 2200 mensen de GKv hebben verlaten afgelopen jaar. We weten niet precies waarheen, maar wat een tegenstelling met die eerste gemeente: De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.

Hoe dat kwam? De Heer deed dat,

maar ook: ‘ze staan in gunst bij het hele volk’.

Hoe kun je in deze tijd, in tijden van corona en na corona aantrekkelijke gemeente zijn?

Daarvoor is het heel belangrijk om te weten hoe mensen vandaag in het leven staan, want alleen als je dat weet kun je met mensen een open en eerlijk gesprek voeren! Kun je op het juiste moment iets vertellen over wie Jezus is, wat Hij gedaan heeft en wat Hij zal doen. Kun je op een goede manier je kinderen opvoeden.

Jongeren groeien op, midden in de cultuur. Dagelijks worden ze zo’n vier uur beïnvloed door wat ze horen en zien op internet en social media. Soms christelijk, maar heel vaak ook niet. Ze krijgen een wereldbeeld waarin vaak negatief over de kerk wordt gesproken, waar God en geloven meestal afwezig zijn, en het dan ook lastig is om bij aan te sluiten.  

[#2] Vanmorgen maken we een paar stappen verder dan alleen de eerste gemeente.

Als je wil weten hoe je in onze westerse samenleving toch het geloof kan delen, hoe je aantrekkelijke gemeente kan zijn en kan groeien: kun je vooral leren van Paulus.

Paulus komt aan bij de stad van de slimme mens: Athene.

Je kunt daar studeren, hier wonen de mensen die weten hoe het zit, hier woont de moderne mens!

Daar moet hij even wachten op Silas en Timoteüs.

Paulus maakt dan ook van die gelegenheid gebruik om eens rond te kijken in deze stad. Hij ziet dan dat er ontzettend veel goden zijn.

Athene heeft meer feesten voor goden, dan heel Griekenland samen.

Wat doe je als op citytrip bent in Athene, Barcelona of Parijs, als het weer mag, als corona voorbij is? Maak je alleen wat foto’s en ben je onder de indruk van de geweldige bouwwerken die er al eeuwen staan? Paulus is een man met een missie. Hij gaat naar de Joden in de synagoge, maar hij praat ook met de mensen op de markt. Hij knoopt gesprekjes aan, dagelijks heeft hij discussies. Daardoor worden de mensen nieuwsgierig gemaakt.

De gewone mensen denken dat hij misschien met nieuwe goden komt: Jezus en opstanding. Dan moeten ze die gaan vereren!

De filosofen willen ook wel Paulus’ ideeën horen. Atheners doen niets liever dan praten en discussiëren.

[#3] Zo krijgt Paulus een uitnodiging. Ze komen zelf met de vraag: vertel er eens meer over!? Ik herinner we een paar jaar terug een citytrip deden en in een jeugdhotel sliepen. ’s Avonds raakten we in gesprek met jongeren uit Argentinië en Japan. Je hoorde van hen, maar zij luisterden ook naar ons. Juist in een andere omgeving heb je soms tijd voor mooie gesprekken. Daarom is het ook zo mooi dat Beerze en Dabar zich weer voorbereiden op zomerwerk: gesprekken op de camping over het geloof.

Maar dat hoeft niet alleen ergens anders. Het begint bij het dagelijks leven: dat je gewoon praat over wat je doet, dat je gesprekjes aanknoopt, dat je laat vallen wat je gelooft, dat mensen merken dat je gelovige bent. Als anderen aan je merken dat je rondom tegenslag kracht put uit je geloof. Dat je uitlegt waarom jij je kind laat dopen. Dat je vertelt hoe jij in coronatijd toch vorm geeft aan je geloof. Raak in gesprek! Nodig anderen uit om vragen te stellen!

[#4] De Grieken nemen Paulus dan mee naar de Areopagus.

Er is daar een soort markt waar veel mensen komen luisteren.

Ze staan in een kring op Paulus heen.  

Het eerste wat Paulus doet is de mensen voor zich winnen.

Hij begint, als een goed redenaar, met een compliment:

Wat zijn jullie ontzettend godsdienstig!

Toen Paulus de stad rondliep had hij tempels gezien, hij had godenbeelden gezien, altaren voor verschillende goden. Hij had ook een altaar gezien voor de onbekende god.

Wie zet er nu een altaar neer voor een onbekende god? Nou, het kwam vaker voor in de oudheid dat de onbekende god een altaar kreeg. Soms was dat omdat er iets bijzonders was gebeurd (een wonder, een genezing, een overwinning) en de mensen niet wisten welke god ze moesten danken. Maar het gebeurde ook wel uit angst en onzekerheid. Zoals ik wel van mensen hoor dat ze als het echt moeilijk wordt in hun leven, ze toch een keer gaan bidden, een schietgebedje doen: baat het niet dan schaadt het niet.

Paulus haakt aan bij dat gevoel: die onbekende God kom ik jullie nu verkondigen. Hij begint ermee te zeggen dat God de schepper is van hemel en aarde. Hij is de eeuwige God die alles gemaakt heeft. Hij heeft het niet nodig dat mensen Hem dienen, want Hij heeft ze zelf gemaakt. Paulus laat zo Gods grootheid zien.

Paulus heeft zijn ogen goed de kost gegeven. Hij ziet wat de mensen vereren.

Paulus zoekt aanknopingspunten om echt met de mensen in contact te treden.

[#5] Met de gewone mensen uit het volk, die hun bijgeloof hebben en denken dat er veel goden bestaan. Maar hij sluit ook aan bij de filosofen, en spreekt op hun niveau.

De boodschap van God is maar niet een tijdloze boodschap, die je overal op elk moment hetzelfde vertelt: Paulus spreekt hier heel anders dan tegen de mensen in de synagoge. Daar komt hij met bijbelteksten, hier sluit hij aan bij ideeën die mensen hebben.

Zo begint ook vandaag het vertellen van het evangelie met :

vriendelijk zijn, oprechte belangstelling hebben, je inleven in de ander.

Wat voor opvoeding en achtergrond heeft de ander? Wat zijn zijn vragen aan God?

Wat zijn zijn teleurstellingen in christenen of positieve ervaringen met de kerk?

Pas als er contact en aansluiting is, is er een echt gesprek mogelijk!

[#6] Geloof in de Schepper! Eerst maakt Paulus contact, maar daarna probeert hij probeert de mensen ervan te overtuigen dat het niet goed is om verschillende goden te vereren.

Daarmee staat hij op één lijn met de filosofen van die tijd.

Ook zij geloofden niet dat god of goden door mensen gemaakt konden worden

 en dat zij mensen nodig zouden hebben die beelden gingen dienen.

Paulus neemt hun grote lijn over: wij bestaan in God, we zijn zonen van God!

Als er dan zo’n machtige God is, die zo dichtbij is,

Moeten we niet ons verlagen tot godenbeelden?

Paulus wijst erop dat vanaf de schepping God de wereld regeert.

Toch gaat Paulus verder dan de filosofen.

Paulus gelooft dat die grote God, een persoonlijke God is.

God wil dat we Hem vinden.                      Paulus noemt dat  ‘tastend’.

Hij weet dus hoe moeilijk dat is.                               Dat het nu donker is.

Anders hoef je niet te tasten.                    Maar uit zichzelf vinden ze Hem niet zo.

Juist vandaag is er veel ietsisme. Mag je weer zeggen er is meer tussen hemel en aarde. Wat zou het mooi zijn als mensen die weer iets open staan ook gaan ontdekken dat er dan niet van alles is, maar dat er één God is, die alles gemaakt heeft. Neem mensen maar bij de hand en wijs ze op de schepping, op hoe mooi alles is  … en wat zou het mooi zijn … om als mensen zo weinig weten over de Schepper van hemel en aarde, als je ze dan een weg mag wijzen en mag wijzen op die persoonlijke God! De vader van Jezus Christus. Dat Gerben/Yade geboren mocht worden, dat er nieuw leven is: het is God die dat geeft en wat mooi dat je dat ook laat zien door dit kindje te laten dopen. Er is een persoonlijke God, een Schepper die met zijn liefde naar je toekomt!

[#7] Tot nu toe heeft Paulus nog niet veel gezegd waar mensen zich aan kunnen ergeren. Hij heeft ze echt mee willen nemen. Maar dat verandert in vs. 30. Want nu gaat het erom dat hij wil dat mensen een keus gaan maken.

Dat ze gaan kiezen voor de weg van het leven.

Dat ze ‘een nieuw leven gaan beginnen’.

Hij blijft vriendelijk: Hij wijst erop dat ze tot nu toe nog maar moeilijk van God konden weten. Dat het een tasten was. God zal voorbij gaan aan die tijd van onwetendheid.

Dat is iets wat ook rust mag geven als je zelf later tot geloof komt.

Als ik gered wordt, betekent het dan dat mijn familie, degenen die niet geloven automatisch niet gered worden?  

God vraagt een duidelijke keus, dat zie je ook hier bij Paulus. Hij zegt: Kies voor het leven.

Dan wordt duidelijk dat Jezus Christus degene zal zijn die zal gaan oordelen.

Paulus noemt zijn naam niet, maar ze zullen allen begrepen hebben dat het daar nu over ging! Deze Christus, hij zal het oordeel vellen.

Het bewijs daarvan heeft God geleverd door hem uit de dood op te wekken.

Paulus weet dat ze dat niet kunnen geloven.

Maar hij draait er niet omheen. Hij getuigt in alle eerlijkheid en vrijmoedigheid.

Christus is opgestaan uit de dood.

Laten we zelf die boodschap ook steeds vertellen.

Mensen daarbij bepalen!             Het zal steeds gaan om Jezus Christus en die gekruisigd.

Hij die voor onze zonden gestorven is.

Hij is die ons voorgegaan is in het nieuwe leven.

Wat een kracht mag dat zijn. Die blijde boodschap bracht de mensen in Jeruzalem samen en bij die boodschap wilden ze blijven.

Wanneer het in gesprek, in ontmoeting niet meer daarover gaat, dan is de kern vergeten. Dan is het geen Christus-boodschap meer, maar een algemeen religieus verhaal. Laten we ons daarin oefenen: aansluiten bij de ander, zonder Christus uit het oog te verliezen. De vraag is: welke weg sla je dan in op dit kruispunt? Als Christus dood en opstanding verkondigd wordt?

[#8] Dan komt de reactie van de mensen.

De filosofen, die altijd nieuwe dingen willen horen, hebben aandachtig geluisterd maar geloven niet in een opstanding. Beleeft zeggen ze: ‘Daarover moet u ons een andere keer nog maar eens  vertellen’.

De gewone mensen uit het volk, die hun goden hebben: zij drijven de spot. Hoe kan dat nu … iemand die gestorven is komt toch niet meer tot leven.

Paulus gaat dan ook gelijk weg uit hun midden.  Hun reactie is duidelijk!

Toch is het bijzonder dat er toch mensen zijn die zich bij hem aansluiten.

Dionysus, de areopagiet. Later wordt hij genoemd als de eerste bisschop van Athene.

Ook Damaris, over wie we verder niets weten, aanvaart het geloof.

De reacties zijn verschillend. Net als vandaag. Afwijzend, spottend, belangstellend en … gelovend! Het zijn allemaal reacties, op wat Paulus gezegd heeft.

Maar reactie komt er niet zonder actie.

Als Paulus op zijn hotelkamer was gaan wachten tot Silas en Timoteüs er waren hadden de mensen op de markt nooit van Hem gehoord.

Laten wij ons dan ook niet opsluiten in onze huizen, kerken en instituten.

Laten we van Paulus leren om te luisteren.

Om dingen ter sprake te brengen. Het gesprek aan te gaan thuis, in je omgeving, op de camping. Om mensen te vragen hoe het ervoor staat met hun tasten en of ze aan het tasten zijn!

Daarvoor zullen u, jij en ik zelfs steeds ons open mogen stellen voor God.

Hij wil ons leiden, een weg wijzen. Laat jij je leiden? Lees je uit je Bijbel?

Dan alleen kunnen we ook andere helpen bij het tasten. Vertellen over Jezus Christus.

Uitnodigen om mee op weg te gaan naar het grote feest!

Daarbij kun je teleurgesteld zijn over mensen die afhaken van de GKv, al weten we niet waar iedereen heen gaat. Het doet pijn als je afscheid moet nemen of als gemeenten sluiten. Maar laten we vooral zien op Jezus en op zijn beloften: Hij houdt zijn kerk in leven, zijn liefde mag stralen in de wereld. Ik bid dat dat in en door jouw leven mag gebeuren!

Amen


Gewone Catechismus 91-93 – God belooft een eeuwig leven na de dood. Onvoorstelbaar mooi!

april 18, 2021

Preek Heemse, 16-4-2021 (Foto’s mogen naar: +31 6 53310564)

Tekst Gewone Catechismus 91-93

Geliefden van de opgestane Heer Jezus Christus,

Waar zijn degenen die al gestorven zijn? Wat geloof je over het leven na de dood?

Afgelopen jaar zijn er meer begrafenissen geweest dan er meestal zijn.

Je weet dan dat het lichaam van de overledene in de kist ligt.

Maar wat gebeurt er dan precies met je ziel? Het is een lastig onderwerp. Wie kan het zeggen?

Een vrouw die ik sprak was helemaal niet gelovig, maar wel religieus:

Ze zei: we worden één met de eeuwigheid en keren terug in dit leven.

Een moslim zal zeggen: als je goed geleefd hebt, krijg je in het graf een voorproefje van het  paradijs.

Daarna ga je naar het paradijs waar het goed is met heerlijke rustbedden, het lekkerste fruit.

En allerlei ander genot. Een beetje als een vakantie op Rhodos.

                Ik sprak een man en die was vooral bezig met de vraag:

Zou mijn kleinkind wel gered zijn, als hij helemaal niets met God of geloof had?

En zal ik mijn vrouw, die al overleden is, ook kunnen herkennen in de hemel?

En ik hoorde van een kind dat een tekening maakte en zei: er is water en zand,

Maar ook een stukje gras. En een ander kind vroeg zich af hoe opa toch naar de hemel kon gaan.

Terwijl de kamer waarin hij was helemaal dicht was en er niets open stond.

                Al die antwoorden laten wel zien: er is moeilijk wat over te zeggen.

Zoveel dat we nog niet weten. Je weet wat je vandaag gedaan hebt.

Je weet in wat voor huis je woont en wat voor situatie je zit. Je weet wat je hebt.

Nu kun je er voor kiezen om het daarbij te houden.

Maar vanmiddag willen we toch iets meer zeggen. We weten iets meer.

Niet via mensen die gestorven zijn,

maar door Jezus Christus die zelf uit de dood is opgestaan.

En door Paulus die dat van Hem gehoord heeft en aan de Filippenzen schrijft.  

God belooft een leven na de dood: het wordt onvoorstelbaar mooi!

1. God belooft dat je altijd bij Hem zult zijn (GC 92)

2. God belooft de opstanding van het lichaam (GC 91)

3. God belooft dat gelovigen eeuwig zullen leven (GC 93)

1. God belooft dat je altijd bij Hem zult zijn (GC 92)

Wat betreft het sterven is er nog één ding dat vaststaat:

Ieder mens krijgt er, vroeg of laat mee te maken.

De dood is een vijand waar alle wereldbewoners mee te doen hebben.

Als je dat op je laat inwerken dan betekent dat

dat over 120 jaar niemand van de mensen die hier op aarde leeft, nog in leven is.

Ik las over Brazilie waar een tekort komt aan narcose middelen

en al eerder een tekort aan zuurstof was.

Artsen zien mensen voor hun ogen sterven.

Ik hoorde van een verpleegafdeling waar tijdens de coronacrisis

meer dan de helft van de patienten in korte tijd overleed.

Wat is het moeilijk om daar mee geconfronteerd te worden.

Wat geeft het een moeite en een verdriet wanneer je weet dat je zult sterven.

Het kost strijd: de dood staat haaks op het leven zoals God dat bedoeld had.

Met je ogen kun je zien wat er met het lichaam gebeurt op het moment van het sterven, met je oren kun je de laatste woorden horen die gezegd worden. Misschien sterft iemand heel rustig, misschien heel onrustig.

Maar je kunt niet zien wat er gebeurt met de ziel van degene die sterft. Met de ziel bedoelen we: niet het lichaam, niet je gedachten, je gevoel: maar het meest wezenlijke van de mens zelf. Dat wat hij of zij is. Jij als persoon.

Een eerste antwoord dat we daarop lezen komt van Paulus. Hij zit in de gevangenis.

Hij is geen verdrietige, sombere gevangene. Ook al is zijn toekomst onzeker.

Misschien gaan ze hem wel doden, en komt hij er niet meer levend uit.

Toch zegt Hij: ik verlang ernaar te sterven en bij Christus te zijn.

Want dat is het allerbeste!

Dat is het eerste dat je mag weten. Na het sterven ga je naar Jezus Christus.

Hij die ons is voorgegaan naar de hemel en straks in heerlijkheid weerkomt.

Je zult voor altijd bij Hem zijn. Je zult God zien zoals Hij is.

Dat wordt dus bedoeld met eeuwig leven!

Wanneer de Gewone Catechismus uitlegt wat dat is, staat er vooral dat je bij God zult zijn.

Het is dus maar niet een luilekkerland, maar een leven zoals God dat bedoeld heeft.

Geen grote leegte. Zo van: wat moet je nu eeuwig gaan doen?

Alsof er geen tijd meer is of dat de tijd eindeloos duurt. Is het eeuwig lijden?

Nee. Het is: God kennen.

Het is dat Hij bij ons woont en wij bij Hem. Volkomen Hem liefhebben.

Een leven zonder pijn, zonder tranen, zonder ziekte, zonder gebrek.

En waarom noemt Paulus dat dan het allerbeste?

Hier leven we in een kwetsbare tent, daar in een eeuwig huis.

Hier is er lijden met soms vreugde, daar is er vreugde zonder lijden.

Hier zijn we ver weg van de Heer, daar zullen we met Hem leven.

Hier leven we omgeven door zonde, daar is alleen maar goedheid en volmaaktheid.

Hier is het leven een strijd, daar is het leven een feest.

Wat een troost mag dat zijn! Dat betekent dat je in het verdriet dat er is, in de tranen die over de wangen stromen toch elkaar daarop ook mag wijzen. ‘Vader heeft het nu al goed’, ‘Oma is bij de Here Jezus, haar verlosser’. Dan hoef je ook voor dit moment niet ongerust te zijn. Want wij geloven dat er meer is, dan we nu kunnen zien. Voordat het aardse lichaam wordt verzorgd, wordt afgelegd, zijn Gods engelen al gekomen. Hebben de overledene meegenomen naar de hemelse heerlijkheid. Nooit meer lijden, nooit meer pijn, maar voor altijd met Hem leven!

2. God belooft de opstanding van het lichaam (GC 91)

Wanneer de gewone catechismus schrijft over het leven na de dood, begint de catechismus met het leven hier en nu. Niet alleen straks, maar nu al ben je met je lichaam en ziel gericht op je schepper. Het eeuwige leven begint nu al: op het moment dat je met Christus verbonden bent. En daarbij is je lichaam ook van belang.

Daarbij denk ik ook aan het tweede gedeelte wat we lazen van Paulus.

Paulus kwam mensen tegen die heel krampachtig leefden. Met allemaal wetjes en regels. Ze konden niet genieten, ze vonden geen rust. Ze waren verkrampt. Bang dat ze misschien niet goed genoeg zouden zijn en niet in de hemel zouden komen.

Maar Paulus kwam ook mensen tegen die het helemaal van het leven hier verwachten. Hun buik is hun God. Het zijn de levensgenieters, die alles verwachten van een gezond lichaam, een mooi huis, een goede vakantie. Haal uit leven wat erin zit. Je leeft immers maar één keer. Zorg dat je lichaam in goede staat verkeerd en geniet van alles wat je hier hebt.

Daar tegenover zet Paulus de aansporing om hem na te volgen.

Om te leven zoals hij leeft, en zoals de andere christenen leven.

We leven niet voor het hier en nu. We zijn burgers van de hemel.

De mensen aan wie Paulus schrijft voelen zich burgers van hun streek, ze weten dat de keizer macht heeft, ze kleden zich zoals past bij hun buurt, ze spreken het dialect van hun streek, ze zijn trots op hun producten, ze volgen hun wetten.

Zoals je kunt zeggen: ik ben een Nederlander, kom uit Heemse, spreek de taal van mijn geboortegrond.

Maar dan zegt Paulus: je bent opnieuw geboren! Geboren uit de hemel, nu al met heel je leven, lichaam en ziel. Je staat in de burgerlijke stand van de hemel ingeschreven. Je naam is in de hemel bekend. Je gebed gaat naar de hemel. Veel bekenden zijn misschien al in de hemel. God stuurt jouw leven vanuit de hemel. En toch hier op aarde: niet als doel, maar op doorreis, onderweg, je mag met je hoofd in de hemel leven, gericht op de hemel. Blijf hier niet stilstaan: maak van je buik geen God, maar wees gericht op Gods nieuwe wereld.

En dan komt het belangrijkste: Hij zal ons armzalig lichaam, gelijk maken aan zijn verheerlijkt lichaam. Hoe je lichaam ook is, God zal het veranderen. Zoals eens Jezus opstond uit de dood, zo zul jij ook een verheerlijkt lichaam krijgen. Als de hemel opengaat en Christus weerkomt. Leef dus gericht op de hemel. Je mag best goed zorgen voor je lichaam hier, zodat je je taken kan doen. Maar weet: ook nu al gebruik ik dat lichaam met een hemels doel. God zal met zin goddelijk kracht uiteindelijk mijn lichaam vernieuwen, zodat ik kan wonen op de nieuwe hemel en nieuwe aarde.

3. God belooft dat gelovigen eeuwig zullen leven (GC 93)

De Gewone Catechismus stelt de vraag: gaat iedereen dan het rijk van God binnen. Een vraag die goed te begrijpen is. Waar men in de tijd van de Reformatie misschien niet zoveel vragen bij had. Maar nu: wie gelooft er nog in een hemel? En dan helemaal: wie gelooft er nog in een hel? En bovendien: God is toch liefde, dat is toch het allerbelangrijkste. Hoe zou je dan in een kerk kunnen horen dat sommige mensen niet gered zullen worden. Een terecht vraag dus van de gewone catechismus.

Paulus zegt hier: mensen die voor het hier en nu leven, voor wie hun buik hun God is, die leven hun ondergang tegemoet. Ze zijn een vijand van het kruis van Christus. Want, bedoelt hij, dan zou Christus voor niets gestorven zijn aan het kruis.

Het antwoord dat klinkt, klinkt ook heel voorzichtig. Wij zijn niet aangewezen om daar over te oordelen. Christus is voor ons gestorven toen wij nog zondaren waren. Wij waren zelf vijanden van God en toch toonde God ons zijn liefde! Hoe zal God dan met zijn huidige vijanden omgaan? Laten wij niet oordelen en hopen en bidden om Gods liefde. Zijn barmhartigheid is groter dan wij ons voor kunnen stellen.

En toch: Paulus zegt wel: ze leven hun ondergang tegemoet. Steeds weer wordt in de bijbel over het oordeel gesproken. God neemt mensen serieus ook in hun afwijzing van het evangelie. Iemand die heel bewust zegt: ik wil niets met Jezus te maken hebben. Ik leef mijn eigen leven. Ik heb een hekel aan het geloof, het is allemaal verzonnen. Die vrome christenen, laat zij maar dromen van een hemel, maar ik hoef daar niet te komen. Zeker een beetje zingen met allemaal vrome mensen. Mij niet gezien! Zou God dat niet serieus nemen en zo iemand ook niet buiten sluiten? Zoals de meisjes die hun lampjes niet orde hadden ook niet meer het feest binnen konden gaan. God dringt aan op een keus: waar leef je voor? Voor je aards plezier, voor je buikt, voor jezelf, of leef je voor God en zijn liefde. Geloof je dat Christus voor je stierf aan het kruis?

Er wordt wel eens gevraagd: zal er dan herkenning zijn in de hemel.

Zul je dan ook mensen missen? Kan het dan wel echt goed zijn?

Je mag wel weten dat je jezelf zult herkennen.

Daarom zul je waarschijnlijk ook de naaste wel kennen.

Maar tegelijk zal dat kennen heel anders zijn dan nu.

Want er zal geen herinnering zijn aan pijn en aan verdriet.

Als wij nu kennen, dan zien wij mensen en weten misschien iets.

Maar straks zullen we in Christus kennen: dat is een volkomen en volmaakt kennen.

Zo zul je dan iedereen kennen. Ook degene van wie je hield, je overleden kindje, je man of je vrouw.

Het is een geestelijk kennen, waar je niet veel over kunt zeggen.

Misschien verlangt u daarnaar, en lijkt u dat het heerlijkste om weer verenigd te zijn.

Maar dan zegt God: wat je precies zult zien is verborgen, maar hoe het zal zijn: het zal mooier zijn dan wij kunnen bedenken: onvoorstelbaar mooi.

Wat geen oog gezien heeft, geen oor gehoord heeft, in geen mensenhart is opgekomen … dat heeft God bereid voor wie in Hem geloven!  Amen


Johannes 20:8c – Kom, zie en geloof dat Jezus is opgestaan!

april 4, 2021

Preek Pasen, 4 april 2021

Tekst: Johannes 20:8c ‘Hij zag het en geloofde’

Geliefde gemeente van de opgestane Heer,

[#1] Waarom zou je geloven dat Jezus is opgestaan uit de dood?

Afgelopen maanden zagen we steeds weer: Johannes wil graag dat je zegt: Jezus is echt de Heer.

Net na de kruisiging, onderbreekt hij zijn verslag en zegt: dit is waarheid spreekt en geloof het!

Daarom vertelt Hij over het lege graf en Jezus die verschijnt als de opgestane Heer.

Maar lukt het Johannes om de mensen in zijn tijd te overtuigen?

Lukt het om u en jou te overtuigen: dat Jezus echt Heer is en opgestaan is uit de dood?

Waar veertig jaar geleden er grote discussies waren: kan Jezus echt opstaan?

Heeft in deze tijd iedereen zijn eigen waarheid: geloof iemand dat?

Prima joh, ik hoop dat je er gelukkig mee wordt. Mensen geloven zoveel dingen.

[#2] Vanmorgen staan we stil bij het zinnetje: ‘Hij zag het en geloofde’

Johannes zelf heeft bijzondere herinneringen aan dat moment.

Zijn leven werd voorgoed veranderd: Hij geloofde dat Jezus werkelijk was opgestaan.

Toen op de Paasmorgen, gealarmeerd door de vrouwen, bij een open graf.

Waar hij eerder aankwam dan Petrus, maar later binnenging.

Daar zag Johannes iets en dat was zo overtuigend dat hij zegt: ‘Ik kwam tot geloof’.

[#3] Lukt het jou om dit te geloven? Misschien worstel je met vragen.

Zeg je als jongere: wat heb ik met Jezus? Met de kerk? Kan een lichaam weer levend worden?

Vragen over waarom deze moeite in je leven of snak je naar meer vrijheid.  

Waarom dit alleen-zijn en deze tegenslag, begrijp je God niet en heb je duizend vragen.

Ik hoop dat een goed luisteren naar deze tekst je mag helpen.

Vooral dat de Geest je hart wil openen en licht en geloof wil geven.

En dat mag gebeuren wat bij miljarden anderen al gebeurd is,

Er kwam een moment, een ogenblik in hun leven dat ze zeiden:

Ik kwam tot geloof, dat ook mijn zonden vergeven zijn en mijn leven vernieuwd mag worden.

Ik kwam tot geloof dat Jezus de dood overwonnen heeft: eens zal mijn lichaam ook zo veranderen!

Daarom vier ik feest, voel ik me ook in de moeite gedragen, zing ik het uit, het is Pasen: Jezus leeft!  

[#4] Kom, zie en geloof dat Jezus is opgestaan!

Want:  1. Johannes is sneller dan Petrus

2. de gezichtsdoek is apart opgerold

3. zo gaan Gods woorden in vervulling

[#5] 1. Johannes is sneller dan Petrus

Het is ’s morgens heel vroeg en de vrouwen zijn onderweg naar het graf.

Wanneer ze dichtbij het graf komen, zien ze, als ze de bocht omkomen: de steen is weg!

De andere vrouwen lopen door, ontmoeten de engel, maar Maria van Magdala?

Zij rent snel naar Jeruzalem ze waarschuwt Simon Petrus en Johannes!

We weten niet of ze in hetzelfde huis waren, maar ze krijgen dezelfde boodschap:

Het graf is open! En zij kan niet anders zeggen dan: Ze zullen de Heer gestolen hebben.

Kom en help zoeken.

Eerst wat verward, half wakker, komen Johannes en Petrus in beweging.

He, wat zijn dat een vreemde verhalen. Ze hebben al zulke rare dagen achter de rug.

Maar goed, ze gaan toch maar op pad. Licht gealarmeerd. Ze starten samen.

Ze gaan steeds iets sneller lopen, en op een gegeven moment rent Johannes vooruit.

Hij is waarschijnlijk ook veel jonger. Petrus is altijd van het snelle en directe,

maar nu moet hij Johannes toch voor zich dulden.

Waarom vertelt Johannes deze details? Het gaat hier om een wereldomvattend gebeuren.

Iets wat de geschiedenis verandert. Een wonder van ongekende omvang.

En dan spreekt hij over twee mannen, en zegt hij ook nog dat hij sneller was.

Zoals dat meestal gaat als twee mannen rennen en dat is misschien typisch voor mannen:

Je wilt altijd de snelste of de eerste zijn. Moet hij zich nu bezighouden met zulke details?

[#6] In deze tijd horen en zien we dingen via scherm

Krijg je ophef als je een raar filmpje op youtube zet.

Komt er geen commotie en ophef over een interview van de premier,

een livestream via instagram of een opdringerige journalist.

God kiest ervoor vier verslagen te geven, op papier, die al eeuwen meegaan.

Marcus schrijft wat Petrus heeft meegemaakt,

Lucas heeft het zelf als wetenschapper onderzocht en mensen geinterviewd,

Johannes schrijft zijn woorden als ooggetuige op.  

Waarom? Dat we gaan geloven in Hem. Dat je ziet dat dit niet verzonnen is, maar echt waar.

Maar laten we niet vergeten waarom Johannes dit opschrijft en waarom zo.

Misschien heb je op school ook wel eens een tekst moeten lezen.

Vroeger gingen wij uitgebreid bezig met gedichten en boeken, bij Nederlands en Engels.

Waarom schrijft de schrijver het nu zo? Waarom vertelt hij dit?

En als je een werkstuk maakt of zoals ik een preek dan weet je dat je zuinig moet zijn met woorden.

Ik kan wel drie uur preken, maar dat doe ik niet, ik wil alleen het belangrijkste vertellen.

Op school vond ik het wel eens saai, die teksten.

Maar toch, het leerde wel dat een schrijver zijn woorden niet zomaar kiest.

Johannes kiest voor deze woorden. Wat zegt het dat hij hierover schrijft?

[#7] Dat was nodig in dit tijd: want de Joden verwachten niet dat Jezus op zou staan.

Zij geloofden alleen in de opstanding aan het eind van de tijden.

Het paste echt niet in hun beeld dat een mens zomaar weer zou gaan leven.

En ook nu is het niet gewoon en normaal dat je gelooft in de opstanding.

Iedereen die wel eens bij een sterfbed heeft gestaan, een geliefde moest begraven,

weet dat de dood een vijand is, onherroepelijk, dat je lichaam sterft en er een lege plaats komt.

Maar juist door het zo op te schrijven wil God je helpen te geloven dat het echt waar is.

Want Johannes schrijft hier wat hij zich herinnert van die dag. Hij schrijft geen verzonnen verhaal.

Hij vertelt hoe het bericht bij hem kwam, hoe hij onderweg was, hoe hij er eerder was.

Dat bleef hem bij. Er zat altijd wat strijd tussen hem en Petrus. Ze waren beiden belangrijk.

Later ook voor de kerk. Hij weet nog goed dat hij eerder was dan Petrus.

Juist die verslaglegging laat het zien: Dit verhaal is niet verzonnen. Nee, zo is het gegaan.

Even onverwachts, onvoorstelbaar, en ondenkbaar als het is. En toch ging het zo.

Een stukje betrouwbare weergave van wat er die eerste paasmorgen gebeurde.

Ik hoop dat het je helpt om het ook werkelijk te geloven. Het gaat het verstand te boven.

Ook voor Petrus en Johannes, maar ze waren erbij, ze gingen, ze renden, ze zagen het lege graf!

2. De gezichtsdoek opgerold apart

[#8] Ook op een andere manier kun je zien dat dit geen verzonnen verhaal is.

Als ze dan bij het graf zijn wacht Johannes. Johannes bukt alleen en kijkt naar binnen.

Dan zal het eerst nog wat donker zijn, maar Hij ziet de doeken liggen.

Petrus gaat wel het graf binnen, hij zal de lucht geroken hebben.

Vooral de zoete mirre waarmee de doeken doordrenkt waren.  

Hij ziet de gezichtsdoek opgerold apart.

Ook dit zijn van die details die laten zien dat Johannes hier verteld hoe het gegaan is.

Hij herinnert zich sommige dingen heel goed en geeft die dan ook weer.

Zoals je soms thuis kunt komen en iets heel bijzonders hebt meegemaakt.

Er was een brand. Ik was er samen met mijn vriend. Hij kwam net op de fiets aan.

Ik zag de vlammen uit de ramen slaan en de lamp in de kamer viel op een gegeven moment om.

Johannes en Petrus zijn echt bij het graf geweest.

Jezus heeft er echt gelegen. Hij was gestorven. Zijn lichaam was in doeken ingebonden.

Maar … hij is ook echt opgestaan. Nee, hij is niet gestolen.

Geen boef zou de tijd nemen om die doeken eerst van hem af te wikkelen.

En om vervolgens de gezichtsdoek apart te leggen, netjes opgevouwen.

Je kunt ervan op aan dat dit echt zo gebeurd is!

[#9] En bovendien past het helemaal in die tijd. In mijn preek over Lazarus wees ik er al op.

Veel woorden die daar gebruikt worden voor het graf en het begraven komen hier terug.

Ook Lazarus werd begraven in een rotsgraf en had  een steen voor het graf. 

Ook Lazarus is in linnen doeken gewikkeld.

Daar is ook sprake van een gezichtsdoek of zweetdoek die op het hoofd hoorde.

Tegelijk is er een verschil. Dat helpt ons te begrijpen waarom die gezichtsdoek apart ligt.

Wat maakt dat we nu na al die eeuwen wel de opstanding van Jezus en niet die van Lazarus vieren.

Als Lazarus uit het graf komt en Jezus hem roept, dan is hij nog in doeken gewikkeld.

Zijn armen en benen zitten vast en hij heeft die doek nog voor zijn gezicht.

Jezus roept hem zo wakker uit de dood en de mensen moeten hem helpen.

Helpen om de doeken van hem af te halen.

Het is een wonder dat Lazarus opstaat, maar eigenlijk zit hij nog vast in de banden van de dood.

Hij staat wel op, komt wel tot leven, maar krijgt gewoon weer een menselijk lichaam.

Eens zal hij weer moeten sterven. Voor en na zijn dood is hij mens als u en jou.

Die gebonden is aan de tijd, de gezondheid, de natuurwetten en het leven hier.

Later is hij opnieuw het graf ingedragen, toen het zijn tijd was, en is er weer om hem geweend.

[#10] Maar Jezus staat op uit de dood. Hij legt de linnen doeken af.

De banden van de dood kunnen hem niet meer vast houden. Hij doet het gezichtsdoek aan de kant.

Hij is de eerste mens die opstaat uit de dood tot het nieuwe leven.

Maar ze stonden op en zouden weer een keer sterven. Maar Jezus is anders.

Hij heeft de dood verslagen. Hij legt de doeken naast zich neer.

Hij krijgt als eerste mens een verheerlijkt lichaam. Hij zal niet meer sterven.

Hij verlaat het graf, dat is overwonnen, de dood is verslagen. Hij zal naar zijn vader gaan.

Dat is het goede nieuws van Pasen. Dat is de boodschap die uitgaat van de doeken apart.

Jezus leeft en heeft de dood overwonnen! Zodat U, jij en ik ook eens vernieuwd mogen opstaan.

Als je gelooft in Jezus: zullen eens, nee, zijn nu al, de banden van de dood doorbroken.

Je wordt in geloof één met Hem. Je ziet het in brood en wijn. En je heb nu al eeuwig leven.

Dood waar is je overwinning? Jezus overwon de dood, zodat we eeuwig met Jezus zullen leven.

In een nieuw en verheerlijkt lichaam.

[#11] 3. Zo gaan Gods woorden in vervulling.  

Laten we teruggaan naar de beginvraag. Geloof je dat Jezus is opgestaan?

Soms kun je met iemand een heel gesprek hebben, kan iemand allemaal argumenten geven.

Maar neem je aan wat hij zegt? Heeft hij ook gelijk? Geloof je hem?

Johannes wil graag dat je gaat geloven. Geloof je dat om het verslag, het rennen, de doeken?

Het is zo groot en overweldigend. Velen zullen niet direct overtuigd worden.

En toch deelt Johannes zijn moment dat hij wel overtuigd werd: toen zag hij het en geloofde.

Hij schrijft erbij: ‘ze hadden nog niet uit de schrift begrepen dat hij op moest staan uit de dood’.

Tot geloof komen vraagt tijd: een leven dichtbij de almachtige God, bij zijn woord.

Een overdenken van zijn beloften en woorden. Voor Johannes valt alles nu op zijn plaats.

En bovendien Jezus had het zelf drie keer gezegd: Hij moest uit de dood opstaan.

Steeds weer opnieuw: Ik zal sterven en op de derde dag opstaan.

Ik zal sterven en op de derde dag opstaan. Ik zal sterven en op de derde dag opstaan.

[#12] Maar op die derde dag stond er niemand bij het graf te kijken. De vrouwen gingen heen.

Maar zij gingen met specerijen om een dode te verzorgen.

Petrus en Johannes hadden niet bedacht: laten we eens gaan kijken in de tuin van Jozef.

Maar ergens hadden de woorden uit de bijbel en de woorden van Jezus wel een plek gekregen.

En als ze dan bij het graf gekomen zijn en ze zien ook deze doeken en het lege graf.

Dan opeens valt alles op zijn plaats voor Johannes.

Hij wordt er misschien nog warm van als hij het vertelt.

Dat was het moment dat Hij geloofde dat Jezus de Messias was de Heer, naar de schriften.

Dat Hij zag dat de dood niet het laatste woord heeft, maar dat Jezus opstond uit de dood.

De eerstgeborene. Dit veranderde heel zijn visie op het kruis, het leven, op Jezus, op zijn liefde.

[#13] Ik hoop en bid dat dat bij U en jou ook gebeurd mag zijn en mag gebeuren.

Een moment in je leven waarin de puzzelstukjes samenvallen. Je het opeens begrijpt.

Ook al zijn er duizend vragen en begrijp je het leven hier niet.

Dat er toch hoop is en uitzicht. Jezus is Heer. Hij heeft de dood overwonnen.

Hij is onschuldig voor mij aan het kruis gestorven om voor mijn zonden te betalen.

Hij spoort me aan om in beweging te komen en hem te ontmoeten.

Om de bijbel te lezen en zijn woorden te overdenken. Om Hem na te volgen in mijn leven.

Ik hoop dat dat je deze Pasen een warm gevoel van binnen mag geven.

Wat de wereldleiders ook doen, hoe de politiek ook tolt, hoe covid ook tekeer gaat:

God laat deze wereld niet los. Hij heeft het beloofd. Hij zal eeuwig voor ons zorgen.

Want Jezus is opgestaan: Hij is de Levende Heer, die eens alles nieuw zal maken! Amen.


Johannes 11 – Geloof in Jezus, de opstanding en het leven!

maart 14, 2021

Preek Heemse, 14 maart 2021

Tekst: Johannes 11

Geliefde gemeente van de Heer Jezus Christus,

[#1] Soms begrijp je niet waarom bepaalde dingen gebeuren.

Dan kun je allerlei vragen krijgen. Je snapt het niet, het valt niet te rijmen.

Vragen die in dit elfde hoofdstuk van Johannes ook naar voren komen:

‘Waarom gaat U naar Jeruzalem, Jezus, terwijl de Joden U willen stenigen?’ (vers 8)

Eerst loopt Marta Jezus tegemoet, daarna Maria, maar ze zeggen hetzelfde:

‘Als U hier geweest was, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn’ (vers 21 en 32)

En als de mensen zien dat Jezus ook verdriet heeft, zeggen ze:

‘Had Hij de dood van Lazarus niet kunnen voorkomen?

Hij heeft toch ook een blinde de ogen geopend?’ (Vers 37)

En misschien je zelf ook wel die vraag: Waarom moest Lazarus sterven in die tijd?

Of groter nog, als je let op Jezus: Waarom moest Hij die weg gaan naar het kruis?

[#2] Als je te maken krijgt met pijn, tegenslag, dingen die je niet begrijpt kun je verschillend reageren.

Vandaag zien we die verschillende reacties ook rondom Jezus.

Zelf kun je dat ook doormaken: dat je vragen stelt aan God, worstelt met het ‘waarom’?

Waarom deze weg, dit verdriet, deze psychische nood, dit overlijden, dementie, deze handicap.

Je probeert het op een rijtje te krijgen, antwoorden te vinden, maar je worstelt ermee.

Maar het kan ook zijn dat het verdriet diep binnenkomt. Dat je niet meer weet wat te zeggen.

Dat je tranen huilt: tranen van verdriet, van onmacht, van gemis, tranen van gebrokenheid.

Je wordt lam geslagen door de pijn die er in je leven komt.

Zeker als het raakt aan de grens van dood en leven. Wat kun je je onmachtig voelen!

[#3] Vanmorgen willen we ons laten leiden door Jezus.

Wat kunnen we leren van Hem als het gaat over dit leven, en over het sterven.

Hoe komt Hij naar voren hier bij Betanië en wat vraagt Hij van ons?

Jezus: de opstanding en het leven!

1. Hij toont zijn tranen en bewogenheid

2. Hij toont zijn goddelijke macht

3. Hij wil graag dat je gelooft in Hem

[#4] 1. Jezus toont zijn tranen en bewogenheid

In Betanië is een zieke. Het is Lazarus. Het is de vriend van Jezus.

Of hij bij een arts is geweest, of een arts bij hem, we weten het niet.

In ieder geval heeft hij een moeilijk boodschap te horen gekregen en viel de uitslag niet mee.

‘Nog maar even te leven!’ Was hij bij kennis, of niet? We weten het niet.

Een boodschapper komt bij Jezus toegekomen: Lazarus is ziek!

Maar Jezus gaat niet naar Judea, Hij blijft in het veilige gebied over de Jordaan.

Des te groter is de verbazing als Jezus twee dagen later opeens wel de Jordaan oversteekt.

Waarom gaat Hij nu wel naar dat gevaarlijke gebied?

Hij zegt dat Lazarus is ingeslapen. Maar waarom moet Hij hem dan wakker gaan maken.

Dan zegt Jezus het hardop: Hij maakt het duidelijk. Lazarus is gestorven.

Om hem het leven te geven, om hem weer op te wekken, gaat Jezus richting Betanië.

Naar de plek waar Hij gezocht wordt, waar Hij een paar dagen later gaat sterven.

Zijn weg naar de dood, betekent straks voor Lazarus de weg naar het leven.

Laten we dat grote plaatje niet uit het oog verliezen: Jezus ging zelf op zijn tijd richting Jeruzalem.

Hij ging zijn dood tegemoet, om eerst Lazarus en later u, jou en mij het eeuwige leven te geven.

[#5] Waarom wil Hij dat? Omdat Hij begaan is met onze nood.

Als Maria naar Hem toekomt, dan is ze in tranen. Ook de Joden om haar heen weeklagen.

Oprecht verdriet over haar broer, en de gebruikelijke klaagzangen zoals past in die cultuur.

Er zijn mensen om haar heen, om haar te troosten. Wat mooi om dat te lezen.

Eerst was Martha al geweest. Jezus heeft haar met heel mooie woorden toegesproken.

Hij heeft uitgelegd dat Hij de opstanding en het leven is.

Dat wie in Hem gelooft niet zal sterven, maar eeuwig zal leven.

Maar als Maria komt is dat geloof niet doorgedrongen, al zal Martha het verteld hebben.

Dan zien we dat Jezus ook huilt. Wat voor tranen zijn dat? Er zijn pagina’s over vol geschreven.

– Aan de éne kant zijn het tranen van verontwaardiging over de mensen.

Het doet Jezus pijn dat ze zo wanhopig zijn, terwijl Hij net uitgelegd heeft wat Hij gaat doen.

Jezus is verdrietig dat ze Hem niet aannemen. Dat ze Hem niet geloven.

Er zit dan ook iets van boosheid in de tranen van Jezus.

Onze vertaling geeft het ook zo weer: er staat ‘Jezus ergerde zich aan hen’.

Zo kun je het begrijpen, maar ‘ergeren’ is wel een keus.

Er staat eigenlijk alleen dat Jezus van binnen geraakt is. 

– Zijn tranen zijn ook tranen van verdriet over de mensen.

Zoals hij later huilt over Jeruzalem. Hij wordt geraakt dat Hij afgewezen wordt.

Dat ze zijn reddingswerk niet aannemen. Hij is bewogen.

Zoals Hij bewogen is met Jeruzalem dat straks te gronde zal gaan.

– Maar met name in vers 33 zijn zijn tranen ook tranen van puur verdriet.

Hij ziet hoe ziekte en dood om zich heengrijpt. Hoe de wereld gebroken is.

Juist zijn bewogenheid met een wereld in nood, maakt dat Hij hier heen komt.

Dat Hij mens werd en zijn leven wil geven. Hij ziet de nood en wil daar antwoord op geven.

[#6] In Hebreeën 5:7: staat ook Christus heeft tijdens zijn leven op aarde onder tranen en met luide

stem gesmeekt en gebeden tot Hem die Hem kon redden van de dood.

Dat je stil bent van verdriet en je tranen in de ogen komen.

Dat je huilt en klaagt en niet begrijpt waarom dingen gebeuren.

Dat je geraakt wordt in je pijn en de gebrokenheid, dat begrijpt Hij Jezus.

Hij heeft het zelf doorgemaakt. Het is hemzelf overkomen. Hij was echt mens.

En als echt mens voelt hij mee in onze pijn.

Denk nooit: ik mag niet huilen.

Of: tranen zijn een teken van zwakte, ik moet sterk zijn.

Krop je verdriet niet op, houdt de pijn niet in je hart gesloten. Dat deed Jezus ook niet.

Hij huilde tranen, van verdriet. Verschillende tranen, net als onze tranen zo verschillend kunnen zijn.

Maar waarom de tranen ook vloeien, waarom je ook huilt, weet dat God er nooit één zal vergeten.

Hij verzamelt de tranen in zijn kruik, al onze wegen en gedachten kent hij.

Hij zegt ik sta naast je. Nooit zal ik je verdriet vergeten of eraan voorbij gaan.

[#7] 2. Hij toont zijn goddelijke macht

Terwijl Jezus de tranen in de ogen heeft staan loopt Hij richting het graf.

Het is opvallend hoeveel dit allemaal lijkt op het graf van Jezus.

Zo zagen graven er in die tijd uit.

En toch: waarschijnlijk wil Johannes je ook al bewust aan Jezus dood en opstanding laten denken.

Want ook hier ligt een steen voor het graf.

Ze moeten die steen weghalen en het graf openen.

Marta zegt: maar wat zal het dan stinken. De lucht van een lijk in ontbinding is echt verschrikkelijk.

In die tijd wikkelde men wel doeken om de dode heen, en gaf men heerlijke geuren mee.

Maar dat was niet om de ontbinding tegen te gaan. Dat was alleen om in zo’n warm land waar

Ook geen koelapparaten waren de geur en stank tegen te gaan.

En het graf was nu niet voor niets gesloten. Op de derde dag ging dat meestal dicht.

Het is nu al de vierde dag.

[#8] Maar dan zegt Jezus: Ik heb je beloofd dat je God grootheid gaat zien als je gelooft.

Wanneer je op het aardse blijft letten. Op de ontbinding. Op het sterven dan wordt het moeilijk.

Dan wordt je uiteindelijk murw geslagen, en blijft je staan bij het verdriet.

Jezus herhaalt hier zijn woorden aan Marta: je mag verder kijken dan het graf.

Geloof mij, neem mijn woorden aan, dan zul je meer zien. Dan zie je de grootheid van God.

Dat is ook hoe wij mogen leren kijken: God vraagt om je steeds te richten op Hem.

Om te luisteren naar de woorden van Jezus, om te geloven in zijn beloften.

Om te zien hoe Hij je, ook in de nood, nabij wil zijn.

Uiteindelijk zul je dan, in dit of in het komende leven Gods grootheid zien.  

[#9] Martha mag het in dit leven al zien.

Jezus roept met luide stem tot Lazarus.

Hardop, niet dat het nodig is voor Lazarus, maar zodat iedereen het hoort.

Daarom heeft Hij net ook gebeden: niet dat Hij niet zeker weet of het wonder gebeurt.

Hij gelooft dat zijn Vader Hem verhoort. Daarom kan hij de steen ook al weg laten halen.

Maar hij wil dat iedereen Hem hoort en begrijpt dat Hij dit doet omdat Hij Gods zoon is.

Kort klinkt die stem tot Lazarus: “Lazarus, hierheen, eruit!”

Zoals Hij de macht heeft de storm, de wind, de natuur te gebieden.

Zo moet zelfs de dood luisteren naar het machtwoord van zijn stem.

En dan, wat een wonder, onbeschrijfelijk!, komt Lazarus naar buiten:

De dode komt tevoorschijn, dat wil zeggen: Hij die dood geweest is, maar nu leeft.

Hij wordt wat belemmerd in zijn lopen door de doeken, maar is zeker geen mummie.

En ook geen Geest of spook: Handen en voeten zijn gebonden. Een doek voor zijn gezicht.

Ze kunnen hem losmaken, hij mag zijn aardse, menselijke leven weer voortzetten.

Jezus heeft zijn goddelijke macht getoond: ook in dit laatste teken.

Hij is werkelijk de zoon van God, die macht heeft over dood en leven.

[#10] 3. Hij wil graag dat je gelooft in Hem

Het is bijzonder dat Johannes hier zo abrupt stopt met vertellen.

Wat zullen er een psalmen en lofliederen geklonken hebben.

Wat zal men elkaar met vreugde om de hals gevallen zijn, een feest hebben gebouwd.

Wat een verbazing, wat een verwondering, wat een mooi moment.

Maar er wordt niet uitgebreid op ingegaan. Er worden geen vragen gesteld:

Hoe was het om dood te zijn? Hoe voel je je nu? Wat is er gebeurd? Hoe kon dit?

Het was een wonder van Jezus en het gaat alle natuurwetten te boven.

Het is niet te begrijpen. Maar Johannes wil snel verder vertellen. Het gaat nu vooral om Jezus.

Hij laat wel weten dat er over gepraat wordt, dat het doorverteld wordt.

En als het doorverteld wordt bereikt het bericht de Farizeeën en leiders. 

Duidelijk is dat dit een extra reden wordt om deze éne man voor heel het volk te laten sterven.

Johannes heeft als doel van zijn boek:

dat je gelooft dat Jezus de Messias is en dat je door te geloven zelf ook leven hebt in zijn naam.

Zo heeft Hij door uitgebreid in te gaan op het verdriet en de vragen willen helpen.

Wij hebben soms ook onze vragen. We begrijpen dingen niet.

Wat is het moeilijk om Gods weg met deze wereld te begrijpen

Als je ziet hoeveel nood, armoede, vluchtelingen er zijn.

Als ziekte en dood dichtbij komt in je leven. Als je tranen hebt.

[#11] Maar Jezus laat zien dat Lazarus stierf, zodat hij uiteindelijk zijn heerlijkheid zou laten zien.

Dat er meer mensen in Hem zouden gaan geloven en deel krijgen en het eeuwige leven.

Wat in onze ogen niet te begrijpen is, zal God uiteindelijk doen meewerken in zijn plan.

Hij laat je niet los. En Hij doet dat ook niet onbewogen op een afstand.

Hij kent je tranen en verdriet, maar wil daar doorheen een nieuwe wereld brengen.

Hoe reageer jij? De Joden wezen Jezus af. Het ging hun om hun eigen plek, rust en belang.

De machthebbers willen op hun plek blijven en zijn bang voor de Romeinen.

Jezus laat zien dat Hij een koning wordt die uiteindelijk gaat voor wat echt telt.

Een leven dat eeuwig duurt, troost in verdriet, zijn nabijheid in leven en sterven.

Wat voor toekomst wil jij? Voor jezelf, voor je naaste, voor dit land met verkiezingen.

[#12] Johannes wil dat door Geest er geloof komt in Jezus.

Dat zijn liefde, zijn liefde voor de wereld in nood, de aarde gaat vullen.

Hij hielp de leerlingen, Maria en Martha, de Joden … niet door direct hun wensen te vervullen.

Niet door alle antwoorden te geven en hen van het verdriet weg te houden.

Hij hielp hen door mens te worden, mee te voelen en te laten zien:

Vertrouw op God, richt je op Hem, en geloof in Mij: de opstanding en het leven.

Dan zul je uiteindelijk nooit teleurgesteld worden, maar grote dingen gaan zien.

Amen


Gewone Catechismus 80-82: Laat de Heilige Geest in je werken!

maart 7, 2021

Geliefde gemeente van onze Heer,

Alles staat weer op het punt om uit te lopen.

De krokussen en narcissen, de magnolia en forsythia, de takken van de bomen.

Wie de Heilige Geest is en wat je van Hem merkt, is al behandeld.

Maar nu de vraag: wat heeft de Heilige Geest je nog meer te bieden.

Soms kun je de Geest tekort doen, door te weinig van Hem als persoon te verwachten.

We zijn op weg naar het volmaakte rijk van God.

Hoe kan de Geest je helpen? Wat wil Hij voor je doen?

Een eerste voorbeeld dat gebruikt wordt is dat van een magneet.

Als je de Geest in je laat werken, merk je dat je getrokken wordt.

Je wordt getrokken in de richting van het koninkrijk van God.

God wil je zetten op de weg van zijn liefde, vernieuwing, geduld en vrede.

Daarmee merk je dat je losgetrokken wordt van het kwaad. De persoon vd Geest wil je helpen!

Van het verkeerde, het egoïsme, ik gerichte, de haat. Je raakt steeds meer verbonden met Jezus.

Dan gaat je leven opbloeien, om de stap naar het tweede voorbeeld te gebruiken.

We vertrouwt op zijn geld is als een dor blad. Die krijgt geen nieuw en goed leven.

Maar wie zich door de Geest, door de wijsheid laat leren bloeit op.

Mozes zei al: luister naar het onderwijs dat het land in bloei zet.

Jeremia mocht vertellen na de moeilijke tijd, na de ballingschap komt de nieuwe tijd.

Ezechiël noemt het dat er een nieuw hart komt, een nieuwe Geest in hun binnenste.

Ik breng jullie weer tot bloei, Je zult weer dansen in de rei en de tamboerijnen laten klinken

Zo zal God ons door een donkere tijd heen leiden, weer feest geven, en vreugde.

Wanneer de Geest is uitgestort zal dat zeker gebeuren!

Wanneer Paulus terugkomt in Jeruzalem, Jezus is gaan volgen, dan lezen we over de gemeente.

De gemeente komt tot bloei. De gemeenten verdort niet en is niet zonder leven,

maar door de Geest: is er omzien naar elkaar, is er vrede, is er betrokkenheid.

Al de punten van ons jaarthema: ze maken dat je door Geest een levende gemeente wordt.

Die aantrekkelijk is voor buitenstaanders en wervingskracht heeft!

Door de Geest, die je verbindt aan Christus, mag je zo steeds verder tot bloei komen.

Hoe werkt dat dan? Je leven bloeit open waar Christus centraal staat.

Wie voor eigen winst, voor rijkdom gaat is als dat dorre blad.

Maar waar liefde is, dat wil zeggen: gerichtheid op de ander. Waar je de ander ziet staan.

Daar kom je tot bloei, breng je ook de ander tot bloei en bloeit de gemeente op.

Ik bid dat je zo de liefde van Christus door zijn Geest mag ontvangen en steeds meer getrokken wordt in de richting van zijn rijk.

Je gaat zelf bloeien door de Geest als je in de richting van het koninkrijk wordt getrokken

Maar de tweede vraag die hier klinkt is de vraag naar de gemeente.

Soms kan het gemeenteleven tot stilstand komen. Een kerk van tradities kan verstarren.

De vraag is: wie doet dan uiteindelijk het licht uit.

Het is dan als stilstaand water, dat gaat stinken en rotten.

Het ging net al om gericht zijn op de ander en niet op jezelf.

Je kunt voor jezelf heilige huisjes gemaakt hebben.

Vast zitten in bepaalde verkeerde patronen, fouten en vastgeroeste tradities.

Je ziet dat in allerlei gemeentes gebeuren: waar de Geest van Christus verdwijnt.

Juist de Geest kan in een gemeente het water weer laten stromen.

Kan zorgen dat het bewegend, levend water is, dat stroomt.

Kan zorgen dat het gebouw weer opgebouwd wordt, dat er bezieling komt.

Dan komen mensen in beweging en vormen samen een gemeente stap voor stap naar Christus.

Dan worden fouten die in de cultuur zitten doorbroken: zelfgerichte of eigengemaakte richtlijnen.

Onze cultuur met de verheerlijking van de mens en het individu.

Waar, zoals je ziet in sommige partijprogramma’s, het meer draait om de mens dan om God.

Ik moet kunnen bepalen wanneer het leven begint en eindigt.

Dat je zegt: Ik heb het goed, en de ander moet er zelf maar voor vechten.

Wij zijn beter, verder, slimmer dan de rest van wereld als het gaat om ontwikkeling.

Wie vervuld wordt van de Geest, zorgt dat oude patronen worden doorbroken.

Zo komt er nieuwe bezieling.

De schrijvers van de GC wijzen er terecht op dat dit wel ten dienste is van de kerk.

Daarmee sluiten ze aan bij wat Paulus hier schrijft in Korinthe.  

Heilige huisjes kunnen soms afgebroken, maar je moet oppassen dat je niet de tempel van Christus vernietigt. Die moet juist beschermt en opgebouwd, met al die verschillende stenen.

Hoe zorg je ervoor dat er opbouwend jeugdwerk is, waardoor jongeren opgebouwd worden.

Hoe kunnen ouderlingen werkelijk geestelijke, pastorale bezoeken voeren.

Hoe zorg je dat de diensten aansprekend en opbouwend zijn voor het geloof.

Hoe geef je kinderen in deze corona tijd toch voldoend mee, zodat ze Jezus leren kennen.

Hoe zorg je dat diakenen werkelijk vrijmoedigheid hebben om echt het verschil te maken.

Laten we bezield bouwen, de handen in elkaar slaan, steen voor steen.

Niet bang te zijn om nieuwe vormen, structuren, modellen te zoeken.

En zo door de Geest bezield te bouwen op het vaste fundament: het offer van Christus aan het kruis.

Naast dat de Geest zorgt voor bloei door de liefde en opbouw in geloof,

Geeft de Geest ook hoop: zijn naam is ook ruach, pneuma, spiritus, Wind, adem.

De mens kwam tot leven doordat God zijn adem, Geest gaf.

Wanneer de Geest wordt uitgestort horen de leerlingen het geluid van een windvlaag.

Maar ze zien niets bewegen. De Geest zet wel veel in beweging.

Een mens kan alleen herleven, opnieuw geboren als je werkelijk opnieuw geboren bent.  

Jezus gebruikt dit voorbeeld ook in het gesprek met Nicodemus.

Hij komt wonen in de gelovigen en velen komen tot geloof.

Het is nodig opnieuw geboren te worden, om tot geloof te komen.

Maar hoe gebeurt dat? Wanneer ga je geloven?

Het is moeilijk om dat precies aan te wijzen.

Hoe kan iemand die niet met het geloof is opgevoed gaan geloven?

Of geloof je alleen omdat je het zo geleerd hebt.

Maar ook niet iedereen die gelovige is opgevoed neemt het geloof aan.

De Geest waait waarheen Hij wil. We hebben het niet zelf in de hand.

Soms merk je bij anderen openheid voor het geloof. De Geest werkt dan!

Daarom mogen we bidden of de Geest wil werken.

In je eigen hart, in dat van anderen, in dat van mensen die Jezus nog niet kennen.

Waaien tot aan de einde van de aarde, tot aan de einde van de tijd.

Dat vraagt wel dat je zelf een open houding aanneemt.

Er gebeurt steeds weer wat in je leven: soms veel onrust, soms is het saai, soms boeiend.

De wind kan soms enorm stormen, maar soms valt de wind weg voor je idee en kom je tot stilstand.

Maar vergelijk het maar met een zeilboot: als er wind is moet je ervan profiteren.

Dan moet je de wind in de zeilen laten waaien en proberen de zeilen te laten bollen.

Laten we zo steeds opnieuw de zeilen hijsen: tijd maken voor God.

De handen vouwen, de bijbel openen, de kerkdiensten volgen.

Zo kun je groeien in geloof, hoop en liefde.

Zo zal de Geest je leven vernieuwen. Amen


Johannes 6 – Lopen over water (aangepaste dienst)

februari 21, 2021

Preek gehouden Heemse, aangepaste dienst

Johannes 6:15-25

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Het was allemaal zo fijn en goed.

Jezus had gezorgd voor brood.

Veel brood, er was zelfs over.

Wat waren ze blij. Wat was dit een wonder!

Vijf broden en twee vissen, werd opeens heel veel eten.

De mensen willen dat Jezus nu koning wordt:

Zo’n koning die alles goed maakt, die altijd bij hen is.

Die zorgt dat niets meer mis gaat en alles lukt.

Dat je nooit meer bang, alleen of verdrietig bent.

Niet meer ziek, verlaten of eenzaam. Geen tranen meer.

Ze willen Jezus meenemen naar de hoofdstad: Nu komt alles goed!

                Misschien heb je dat zelf ook wel eens: dat je het goed hebt.

Dat je wilt dat alles blijft zoals het is. Bij een gezellige maaltijd.

Na een Picknick. Als je mooie liederen zingt en heel bij wordt.

Je voelt dat Jezus er is en je helpt en je wilt hem nooit meer loslaten!

[#2] Maar dan staat er: Jezus weet dat Hem koning willen maken.

Daarom loopt Hij weg, de berg op, alleen. En Hij blijft weg.

Het wordt later en later, het wordt bijna donker.

Al die mensen zoeken hun eigen weg naar huis.

En de leerlingen stappen uiteindelijk maar in de boot.

Naar Kafarnaüm, de zee over. Lopend zou het ongeveer 1,5 uur zijn.

Waar is Jezus nu. Het was zo fijn! Maar nu laat Hij hen alleen.

De leerlingen waren vissers: al zo vaak waren ze het meer op gegaan.

Ze kenden het water, wisten hoe je moest roeien, de netten lagen er.

Het rook er naar vis, die ze al zo vaak met zo’n bootje gevangen hadden. 

Zo kan het bij jou soms ook zo zijn: dat je je hobby doet.

Dat je naar de dagbesteding gaat. Dat je de afwas doet.

En dan denk je misschien niet zoveel aan Jezus.

Dan is Jezus niet meer zo dichtbij. Maar goed, je doet wat je altijd doet.

En je denkt misschien wel aan Hem. En je weet: Hij is op de berg.

Hij bidt voor mij. Hij denkt aan mij.

[#3] Maar dan gaat het helemaal mis. De leerlingen worden bang!

Ja, die ervaren vissers worden bang, midden op het meer.

Want het begint opeens hard te waaien.

Als ze dicht zijn bij het punt waar de Jordaan het meer in stroomt.

De wind valt hard binnen en trekt aan hun kleine bootje.

Alles gaat heen en weer en schudt door elkaar.

En als ze denken: het wordt wel minder, wordt het nog erger.

En kijk die golven eens! Wat gaan ze tekeer.

Ze slaan tegen het bootje aan. Ze maken het bootje bijna kapot.

Zelfs deze mannen die al zo vaak op zee zijn geweest, zijn angstig.

Straks verdrinken is. Wat kan de zee en het water dan eng zijn.

Ik vond het vorige week al spannend om over een meer te schaatsen.

Straks zak ik nog door het ijs! Deze mannen hebben heel wat meer kans om te verdrinken.

En dan is het ook nog donker. Het water spat langs de boot en over de boot. Ze zien niks. Ze denken dat ze gaan vergaan!

Zouden ze dan voor niets met Jezus meegegaan zijn. Zou het avontuur hier stoppen?

Heeft Jezus hun nu zo alleen gelaten?      Soms kun je zelf dat idee hebben.

Zeker als je het moeilijk hebt: als je ziek bent, of er komt een operatie aan.

Als je bang bent of het wel zal lukken op je werk.

Als je het lastig vindt dat je iets moet doen wat lastig is, in de winkel of bij een kennis. Lampje aan in de badkamer (Marijke) Grote honden (Gert jan)  

Soms kun je best wel bang zijn. Voor harde knallen, of als het stormt of onweert. En waar is Jezus dan: dan wil je helemaal graag dat Hij bij je komt!

[#4] En weet je wet het mooie is? Dan is Jezus ook bij hen. Ze weten het niet, maar Hij is vlak bij hen gekomen, gelopen over het water.

Hij heeft hen gezien. Hij ziet hen in hun angst, nood, moeite, worstelen.

Hij laat hen niet alleen, maar zoekt hen juist op. Maar niet voor het tijd is.

Hij test hun geloof. Hij wil weten of ze het echt van Hem verwachten.

De leerlingen zien Jezus niet, ze denken dat het een spook is.

Maar Jezus roept snel: wees niet bang! Je hoeft niet bang te zijn!

Ik ben bij je. Ik ga mee. Ik laat je niet alleen, ook niet als het moeilijk is.

Juist dan is Jezus erbij. Dan gaat Hij met je mee.

Ook als je Hem zelf nog niet ziet, als je niet voelt dat Hij er is.

Toch is Hij dan al bij je. Geloof je dat? Vertrouw je daarop? Het is echt waar! En als je het moeilijk vindt: dan mag je bidden. Je mag het vragen.

Je mag ook gaan zingen: dat Jezus erbij is. Je mag je bijbel pakken en gaan lezen over Hem.

[#5] Met Jezus kun je dan alles aan! Hij wil je leiden, helpen en veilig thuis brengen.

Matteüs vertelt dat Petrus zelfs over het water kan lopen. Er gebeurt een wonder!

Zolang Hij maar naar Jezus blijft kijken en op God vertrouwt.

En hier: zodra Jezus er is, is de boot opeens aan de kant van het meer.

Ze worden niet door de golven omgegooid, niet door de storm omgeblazen.

Nee …. Opeens zijn ze veilig aan de overkant. Zijn ze bij de haven. Kun je ze van boort.

Zonder het te weten, hebben ze de overkant al bereikt.

Zo helpt Jezus je, zo gaat Hij met je mee. Het is een wonder: opeens is het gevaar weg.

En zijn ze veilig thuis. En dan: dan gaat Jezus verder waar Hij gebleven is.

Weet je nog dat jullie zoveel brood kregen. Dat brood is mijn lichaam.

Ik kan wonderen doen. Ik kan brood geven en met mijn lichaam over het water lopen.

Als je gelooft in mij, als je eet van mijn brood, krijg je een eeuwig leven.

Krijg je een leven dat niet meer stopt, maar dat altijd door gaat.

Als je sterft mag je bij mij zijn, en nu ondertussen: wil ik je wonderlijke kracht geven.

Ik ben bij je, alle dagen, in het teken van brood en wijn, door mijn Geest.

En als je het moeilijk hebt? Dan zie ik je, dan kom ik naar je toe.

Ik wil je bij de hand nemen en zonder dat je erg in had, zul je opeens veilig thuis zijn!

Amen.