Johannes 6 – Lopen over water (aangepaste dienst)

februari 21, 2021

Preek gehouden Heemse, aangepaste dienst

Johannes 6:15-25

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Het was allemaal zo fijn en goed.

Jezus had gezorgd voor brood.

Veel brood, er was zelfs over.

Wat waren ze blij. Wat was dit een wonder!

Vijf broden en twee vissen, werd opeens heel veel eten.

De mensen willen dat Jezus nu koning wordt:

Zo’n koning die alles goed maakt, die altijd bij hen is.

Die zorgt dat niets meer mis gaat en alles lukt.

Dat je nooit meer bang, alleen of verdrietig bent.

Niet meer ziek, verlaten of eenzaam. Geen tranen meer.

Ze willen Jezus meenemen naar de hoofdstad: Nu komt alles goed!

                Misschien heb je dat zelf ook wel eens: dat je het goed hebt.

Dat je wilt dat alles blijft zoals het is. Bij een gezellige maaltijd.

Na een Picknick. Als je mooie liederen zingt en heel bij wordt.

Je voelt dat Jezus er is en je helpt en je wilt hem nooit meer loslaten!

[#2] Maar dan staat er: Jezus weet dat Hem koning willen maken.

Daarom loopt Hij weg, de berg op, alleen. En Hij blijft weg.

Het wordt later en later, het wordt bijna donker.

Al die mensen zoeken hun eigen weg naar huis.

En de leerlingen stappen uiteindelijk maar in de boot.

Naar Kafarnaüm, de zee over. Lopend zou het ongeveer 1,5 uur zijn.

Waar is Jezus nu. Het was zo fijn! Maar nu laat Hij hen alleen.

De leerlingen waren vissers: al zo vaak waren ze het meer op gegaan.

Ze kenden het water, wisten hoe je moest roeien, de netten lagen er.

Het rook er naar vis, die ze al zo vaak met zo’n bootje gevangen hadden. 

Zo kan het bij jou soms ook zo zijn: dat je je hobby doet.

Dat je naar de dagbesteding gaat. Dat je de afwas doet.

En dan denk je misschien niet zoveel aan Jezus.

Dan is Jezus niet meer zo dichtbij. Maar goed, je doet wat je altijd doet.

En je denkt misschien wel aan Hem. En je weet: Hij is op de berg.

Hij bidt voor mij. Hij denkt aan mij.

[#3] Maar dan gaat het helemaal mis. De leerlingen worden bang!

Ja, die ervaren vissers worden bang, midden op het meer.

Want het begint opeens hard te waaien.

Als ze dicht zijn bij het punt waar de Jordaan het meer in stroomt.

De wind valt hard binnen en trekt aan hun kleine bootje.

Alles gaat heen en weer en schudt door elkaar.

En als ze denken: het wordt wel minder, wordt het nog erger.

En kijk die golven eens! Wat gaan ze tekeer.

Ze slaan tegen het bootje aan. Ze maken het bootje bijna kapot.

Zelfs deze mannen die al zo vaak op zee zijn geweest, zijn angstig.

Straks verdrinken is. Wat kan de zee en het water dan eng zijn.

Ik vond het vorige week al spannend om over een meer te schaatsen.

Straks zak ik nog door het ijs! Deze mannen hebben heel wat meer kans om te verdrinken.

En dan is het ook nog donker. Het water spat langs de boot en over de boot. Ze zien niks. Ze denken dat ze gaan vergaan!

Zouden ze dan voor niets met Jezus meegegaan zijn. Zou het avontuur hier stoppen?

Heeft Jezus hun nu zo alleen gelaten?      Soms kun je zelf dat idee hebben.

Zeker als je het moeilijk hebt: als je ziek bent, of er komt een operatie aan.

Als je bang bent of het wel zal lukken op je werk.

Als je het lastig vindt dat je iets moet doen wat lastig is, in de winkel of bij een kennis. Lampje aan in de badkamer (Marijke) Grote honden (Gert jan)  

Soms kun je best wel bang zijn. Voor harde knallen, of als het stormt of onweert. En waar is Jezus dan: dan wil je helemaal graag dat Hij bij je komt!

[#4] En weet je wet het mooie is? Dan is Jezus ook bij hen. Ze weten het niet, maar Hij is vlak bij hen gekomen, gelopen over het water.

Hij heeft hen gezien. Hij ziet hen in hun angst, nood, moeite, worstelen.

Hij laat hen niet alleen, maar zoekt hen juist op. Maar niet voor het tijd is.

Hij test hun geloof. Hij wil weten of ze het echt van Hem verwachten.

De leerlingen zien Jezus niet, ze denken dat het een spook is.

Maar Jezus roept snel: wees niet bang! Je hoeft niet bang te zijn!

Ik ben bij je. Ik ga mee. Ik laat je niet alleen, ook niet als het moeilijk is.

Juist dan is Jezus erbij. Dan gaat Hij met je mee.

Ook als je Hem zelf nog niet ziet, als je niet voelt dat Hij er is.

Toch is Hij dan al bij je. Geloof je dat? Vertrouw je daarop? Het is echt waar! En als je het moeilijk vindt: dan mag je bidden. Je mag het vragen.

Je mag ook gaan zingen: dat Jezus erbij is. Je mag je bijbel pakken en gaan lezen over Hem.

[#5] Met Jezus kun je dan alles aan! Hij wil je leiden, helpen en veilig thuis brengen.

Matteüs vertelt dat Petrus zelfs over het water kan lopen. Er gebeurt een wonder!

Zolang Hij maar naar Jezus blijft kijken en op God vertrouwt.

En hier: zodra Jezus er is, is de boot opeens aan de kant van het meer.

Ze worden niet door de golven omgegooid, niet door de storm omgeblazen.

Nee …. Opeens zijn ze veilig aan de overkant. Zijn ze bij de haven. Kun je ze van boort.

Zonder het te weten, hebben ze de overkant al bereikt.

Zo helpt Jezus je, zo gaat Hij met je mee. Het is een wonder: opeens is het gevaar weg.

En zijn ze veilig thuis. En dan: dan gaat Jezus verder waar Hij gebleven is.

Weet je nog dat jullie zoveel brood kregen. Dat brood is mijn lichaam.

Ik kan wonderen doen. Ik kan brood geven en met mijn lichaam over het water lopen.

Als je gelooft in mij, als je eet van mijn brood, krijg je een eeuwig leven.

Krijg je een leven dat niet meer stopt, maar dat altijd door gaat.

Als je sterft mag je bij mij zijn, en nu ondertussen: wil ik je wonderlijke kracht geven.

Ik ben bij je, alle dagen, in het teken van brood en wijn, door mijn Geest.

En als je het moeilijk hebt? Dan zie ik je, dan kom ik naar je toe.

Ik wil je bij de hand nemen en zonder dat je erg in had, zul je opeens veilig thuis zijn!

Amen.


Handeling 2:44-46 – Geef om elkaar!

februari 7, 2021

Preek Heemse, 7 februari 2021 [Omzien naar elkaar. Gemeente-zijn 2.0]

Tekst: Handelingen 2:42b, 44-46

Geliefde gemeente,

[#1] Vorig jaar in een tuin, in de zon, hebben we het jaarthema bedacht.

Gemeente-zijn 2.0, dat staat onder het logo van het jaarthema.

Waarom ‘2.0’? Heb je je misschien afgevraagd.

Het idee erachter is, dat we in deze tijd veel dingen opnieuw moeten doordenken.

Het idee van gemeente-zijn moet doorontwikkeld worden.

Hoe ben je gemeente in deze tijd? Hoe zie je dat je bij elkaar hoort? Hoe geef je om elkaar?

Als je niet meer samen in zaaltjes en gebouwen zit, als je niet meer samen kan zingen en luisteren.

Dan kun je heel veel gaan bedenken: grote plannen maken, zeggen: alles moet anders.

Maar we kunnen ook even afstand nemen. Teruggaan naar de basis. Terug naar hoe het begon.

Daar zijn we dit jaar mee bezig, zodat we leren hoe we nu en ook straks gemeente kunnen zijn.

Welke exit-strategie hebben we. Hoe ga je straks de boel weer oppakken na corona.

Daarvoor lezen we Handelingen 2: het fundament onder de gemeente is gelegd.

Je blijft bij het goede nieuws. Je zoekt God op in gebed, je blijft met God verbonden.

Het betekent ook en dat zien we vandaag, dat je naar elkaar omziet.

[#2] Hoe doe je dat in deze tijd? Ik heb er de diakenen naar gevraagd.

Veel kan niet. Je mist dat je zomaar op bezoek kan, als je net diaken bent geworden,

ben je misschien nog niet eens overal thuis geweest.

Je hebt minder goed en minder snel in de gaten wat er speelt er waar nood is.

Een diaken zegt: ik merk dat nu het langer speelt mijn motivatie wel wat weg zakt.

Veel gebruikelijke manieren kunnen niet. Maar wat kun je wel doen?

Als diaken, als bezoeker, als wijkcoördinator, als gemeentelid?

Daar willen we op letten, daar willen elkaar toe uitdagen.

Van elkaar leren: wat doe jij als jongere in deze tijd, om moed te houden?

Hoe kun je er zijn voor een ondernemer, die vaste lasten moet betalen, maar niets verdient.

Hoe ondersteun je een ouder die combineert met het lesgeven van de kinderen?

Hoe zorg je dat een oudere niet eenzaam wegkwijnt in een tijd van weinig bezoek?

[#3] Laten we eerst terug gaan naar vroeger, toen Jezus net opgestaan en naar de hemel gegaan was.

Veel Joden waren tot inkeer gekomen in Jeruzalem.

Ze hadden ontdekt: het was niet goed dat we Jezus gedood hadden, want Hij was de Messias.

Ze laten zich dopen en ontvangen de Geest in hun harten. Ze leren Jezus kennen.

Wat een blijdschap, wat een liefde, wat een vergeving, wat een troost!

Er kwam een nieuwe hoop in hun leven: ze verlangen naar het koninkrijk.

Die goede woorden willen ze steeds weer horen, samen bidden ze tot God.

[#4] En dus ook: ze geven om elkaar, zijn op elkaar betrokken en zijn een gemeenschap.

Je leest dat ze trouw en eensgezind samen komen in de tempel.

Ze komen dus echt, samen op dezelfde plek bij elkaar. Ze ontmoeten elkaar.

Ze zijn daarbij eensgezind: vol van dezelfde Heer, vergeving, liefde en Geest.

Dat doen ze in de tempel. Of iets beter gezegd: de tempelgebouwen.

Het grote tempelcomplex had veel ruimte om bij elkaar te komen.

Ze laten zien: wij scheiden ons niet af van de anderen, we keuren de tempel niet af.

We houden vast aan Gods heilige Woord, aan zijn beloften, aan wat Hij vraagt.

De God die ons geleerd heeft om aan de armen te geven, is de Vader van Jezus.

En juist in de tempel was Jezus ook vaak. Nu hoeven er geen offers meer gebracht.

Jezus zelf had zijn liefde laten zien door zichzelf als offer te geven.

Hij was als een lam gestorven voor onze zonden.

Ook Paulus gaat nog naar de tempel als hij later in Jeruzalem komt.

Christenen vormen geen nieuwe religie of overtuiging: ze hebben dezelfde basis, dezelfde God.

En juist als ze zo zichtbaar in de tempel samenkomen, kunnen anderen hen zien en horen.

Raken anderen geïnteresseerd en zien hoe goed het is om zo verbonden te zijn.

Dat is dus het eerste: je blijft niet met een boekje in een hoekje, je sluit je niet af.

Nee, gemeente zijn wordt zichtbaar rondom het kerkgebouw,

Op de andere plekken waar je elkaar ontmoet. Je leeft me met elkaar:

Door de diensten te volgen, te bellen of zoomen met wijkgenoten, iets te delen in de wijkapp.

[#5] Vervolgens staat er: ze hebben alles gemeenschappelijk. Wat betekent dat?

Er staat: iedereen die iets bezit, verkoopt al zijn bezittingen en deelt het uit.

Als er iemand was die het moeilijk had, kon je je akker verkopen.

Of je verkocht dure bezittingen. Dan hoefde de ander geen honger te lijden.  

Tijdens het voorbereiden werd ik het meest getroffen door het idee van de familie.

Als familie heb je ook niet alles samen. Maar als het goed is, sta je wel voor elkaar klaar.

Help je elkaar als er verbouwd moet worden, doe je niet moeilijk als iemand iets wil lenen.

Ondersteun je elkaar als er noden en moeiten zijn. Leef je met elkaar mee.

In deze omgeving kennen we ook burenplicht en noaberschap. Je bent er voor elkaar.

Je hebt elkaar. Vroeger als de ander de oogst niet op tijd binnen kon halen dan sprong je bij.

In hoofdstuk 4 lezen we dat we dan het geld voor de voeten van de apostelen leggen.

De apostelen delen het uit. En als ze daar geen tijd meer voor hebben wijzen ze diakenen aan.

Zo werken de diakenen nog steeds van het geld dat verzameld wordt door giften en collecten.

Ze helpen mensen: via een broodfonds. Als iemand geen geld heeft om eten te kopen. Heel direct.

Als je anders uit je woning gezet wordt. Of als je een basisvoorziening niet kan betalen.

Maar soms helpen ze ook meer structureel. Door vaker ondersteuning te geven.

Door te helpen je financiën op orde te brengen of je te helpen uitzoeken van welke gemeentelijke

regeling je gebruik kan maken. Ook kan er maatschappelijke of psychische hulp vergoed worden.

[#6] Was die eerste gemeente een soort communistische vorm van samen leven?

Er is niets van jezelf, maar alles is van iedereen samen.

Je hebt geen eigen bezit, maar je deelt het met iedereen.

Geen eigen auto, maar een deelauto. Geen eigen huis, maar de huizen zijn van iedereen.

Geen eigen computer, speelgoed, spullen: maar je deelt alles met elkaar.

Je kunt zo bij elkaar binnen lopen om de fiets, de koffie, een lampje, de boor of noem maar wat te lenen. Er zijn mensen die het zo neerzetten.

Als je je afvraagt hoe we gemeente zijn, dan betekent het niet we geen bezit meer mogen hebben.

Het was niet zoals wanneer je een klooster binnentreedt dat je helemaal niets meer mag hebben.

Je hoefde geen afstand te doen van je bezit en eerst alles te verkopen.

Het was geen voorwaarde vooraf. Niet de armoede, maar de liefde brengt je in de hemel.

Het woord alles en iedereen kun je ook zo vertalen dat er staat: een groot aantal, een grote menigte.

En werd gegeven geven: naar gelang iemand iets nodig had.  

Steeds wanneer het nodig was en er nood gezien werd, dan werd er om elkaar gegeven.

Er was liefde, betrokkenheid, bewogenheid, en men deelde uit.

De hoogst haalbare manier van gemeente zijn is daar werkelijkheid geweest.

Laten we het niet te makkelijk weg zetten:

Zo van: dit kan toch niet de bedoeling zijn. Het alleen maar iets van het eerste enthousiasme.

We zijn nu verder gekomen en we weten wel dat dit niet houdbaar is.

Moest er niet later een collecte voor het arme Jeruzalem gehouden worden? [economie Jeruzalem]

In Deuteronomium stond dat er geen arme in je midden mag zijn,

Jezus wijst op het gevaar van rijkdom en hoe vast je aan je geld kan zitten.

Hoe ga jij om met je bezit? Is je bezit alles voor je? Ben je beïnvloed door het liberale denken?

‘Laat iedereen vooral goed voor zichzelf zorgen, iedereen heeft recht op wat hij zelf verdiend heeft.’

Wat we hier lezen is zeker geen kapitalisme, waar mensen zelf grote sommen geld gaan verdienen.

Waar het draait om geld, bezit, kapitaal. Zelf je schaapjes op het droge krijgen.

En vervolgens zeggen dat anderen er ook maar hard voor moeten werken.

[#7] Zo wil de diaconie binnen de gemeente ondersteunen en stimuleren.

Ook in deze coronatijd: wat fijn dat er meer geld binnenkwam voor de kerst en zomeractie.

Zo kon er meer uitgedeeld worden aan minima, en ook op meer adressen.

Zijn er mensen en financiële middelen om mensen te helpen.

Sommige ondernemers worden hard getroffen, gelukkig zijn er veel steunpakketten.

Het aantal faillissementen ligt historisch laag, maar wat zal er straks gebeuren?

Daarom opnieuw een oproep van de diakenen. Schroom niet, trek aan de bel als er nood is.

Een diaken kan niet ruiken dat er nood is, en juist nu is dat soms extra moeilijk.

Het is ook een vorm van vertrouwen dat je aangeeft als er wat is.

Daarbij zullen diakenen dat natuurlijk verantwoord moeten doen en niet zomaar uitdelen.

Er mag best gevraagd worden dat je wat cijfers overlegd.

Maar schaam je niet, er wordt geen tegenprestatie verwacht. Ik wist het niet: het is geen lening.

En als er weer betere tijden komen, mag je het altijd terugstorten of kun jij weer anderen helpen

[#8] De CGO heeft geholpen door een tasje te geven. Wat mooi als je daar iets in stopt voor de ander.

Ik hoorde van de diakenen veel mooie dingen die gebeurden in de wijken: Als het gaat om eten. 

Een stapel pannenkoeken bij een gezin, een maaltijd bij een oudere.

Een cake voor de bewoners van Sprank in quarantaine, cakes voor de mensen in de wijk.

Maar ik hoorde ook van mensen die boodschappen deden voor iemand in quarantaine.

Iemand die een klusje deed of hielp bij een technisch probleem. Een puzzel die doorgegeven wordt.

Hoe mooi kan het zijn als je een kaartje krijgt of een mooie tekening.

Je weet vaak niet half hoe iemand door zo’n gebaar geraakt kan worden.

Iemand vertelde: een paar jaar terug werd er zomaar een bos bloemen gebracht.

Het heeft me toen zo goed gedaan!

Soms is het ook alleen de belangstelling: hoe is met je?

Mooi als je als oudere er voor jongere wil zijn, of als jongere voor oudere.

Een keer terugkomen op een moeilijke situatie, met elkaar meeleven.

Zeker nu we minder contacten hebben, kan het heerlijk zijn om even je hart te luchten.

Ik hoop dat je iets kan bedenken om in het tasje te stoppen.

Jongens en meisjes, misschien weet je zelf wel iets. En in ieder geval kun je het tasje kleuren!

Voor wie maak jij een mooie tekening? Of je stop de tekening in het tasje!  

Opvallend is dat het samen eten steeds weer terugkomt in Handelingen.

Helaas, was het geen volmaakte gemeente. Zijn Ananias en Zafira niet eerlijk.

Is er conflict tijdens het eten. Kunnen ze niet eens op elkaar wachten en blijft er weinig over.

Ook nu kun je teleurgesteld zijn, eenzaam, slecht behandeld, ook door kerkmensen.

Maar … laat je vullen met de liefde van Christus. Ontvang vergeving en vooral zijn Geest!

Volgende week vieren we het avondmaal: stel je zelf in de voorbereiding eens een vraag.

Ben ik bereid om mijn brood te delen met mijn broer of zus? Voel ik dat ik één lichaam ben?

Juist bij het avondmaal collecteren we voor de diaconie, verzorgen de diakenen de tafel.

Bij maaltijden merk je de verbondenheid.

Gemeente zijn 2.0 > niet alleen samen aan tafel en in de kerk, maar werkelijk met elkaar verbonden.

Wat een geweldig teken is het avondmaal als het gaat om samen delen en om elkaar geven.

Laten we binnen de mogelijkheden die er zijn ook samen die verbondenheid in Christus mogen ervaren! Amen


Johannes 5:1-18 – Verwacht je redding van Jezus, Gods Zoon!

januari 24, 2021

Preek Heemse, 24 januari 2021

Tekst: Johannes 5:1-18

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] In Spanje heb je te maken met vaccinatie voordringers: mensen die proberen door hun geld of macht eerder aan de beurt te komen Wil jij ook graag snel gevaccineerd worden? Snel een prik zodat je weer meer kan doen, zodat je minder kans loopt op ziek te worden?

Er is discussie wie er eerst moeten: Eerst de ouderen en kwetsbaren? Want die lopen gevaar eraan te overlijden. Eerst de acute zorg? Want zonder hen kunnen we geen zorg bieden.

Maar de politieagenten zeiden: en wij dan, wij kunnen niet altijd afstand houden worden bespuugd.

De mensen vechten erom, de westerse landen staan voorop en betalen geld.

En wie krijgen als laatsten … de derde wereld, de vluchtelingen, de zwakken in deze wereld.

Wanneer zullen in Gambia bij Aad en Anneke Twigt voor de mensen de vaccins aankomen?

[#2] Wachten is lastig. Als je kiespijn hebt dan duurt een nacht al lang.

Je kunt balen als je twee weken in quarantaine moet en niets kan doen.

Hier is een man die al 38 jaar lang niet kan doen wat hij wil …  

Vanmorgen stelt Jezus zich voor als degene die geneest, die echt kan helpen!

Ik moet zeggen dat het mij nu nog meer raakt: veel meer mensen zijn ziek.

Veel meer mensen overlijden. Heel de wereld heeft te maken met de pandemie.

Wat hebben we dan aan Jezus, wat hebben je dan aan het geloof?

Kijk je vooral naar de wetenschap, of geloven je ook dat er één is die regeert?

Wat kan Jezus vandaag voor U, jou en mij betekenen? Hoe word je echt gezond?

[#3] Verwacht je redding van Jezus, de zoon van God!

(1) De diagnose: wat is jouw probleem?

(2) de genezing: Hoe word je genezen?

(3) de reactie: Hoe sta je tegenover Jezus?

[#4] Als je met je Schaap door de Schaapspoort gaat en naar de tempel gaat om een offer te brengen, kom je langs een bad. Dat is Bethesda, of zoals beter is Betzata. Aan elke kant is een overdekte zuilengalerij, en er is ook één in het midden, die twee baden van elkaar scheidt.

Ze hebben dat bad teruggevonden, tegenwoordig staat er de St Anna kerk: en in die kerk vonden ze ook een schilderij met een engel bij het water. Een bijzondere plaats, zo’n plaats van genezing dat veel ziekenhuizen (ook in Hoogeveen) ernaar genoemd zijn: Bethesda!

Johannes vertelt zeven wonderen in zijn boek. Hij neemt je mee naar dit bad om er één te laten zien:

De mensen hier in Betzata kunnen wel een wonder gebruiken. Ze zijn hier allemaal verzameld: blinde mensen, mensen die goed konden lopen, mensen met vergroeide armen of benen.

Je weet misschien dat er veel verschillende kuuroorden bestaan.

Plekken waar mensen heen gingen vanwege geneeskrachtig water.

Ook hier mengde zich het water van een ondergrondse bron met het badwater.

Zo zijn er baden met water met bepaalde mineralen, die goed zijn voor je huid of longen.

In de Romeinse tijd, maar ook in de vorige eeuw nog kon een dokter dat voorschrijven.

[#5] Toch lijkt hier meer aan de hand dan gewoon geneeskrachtig water.

Het water is bijzonder, en tegelijk zegt de aantekening die erbij staat, die niet in elke tekst staat, maar wel zo vaak voorkomt dat het wel geloofwaardig is:  

Het was een engel die het water in beweging bracht. En dan kon één iemand genezen worden.

God was aanwezig door een engel, en sommige mensen werden genezen. Waarom het er maar één was? Was er niet meer water? Was het bad niet groter? Was het water niet sterker?

Eigenlijk maakt het het des te pijnlijker voor deze patient die al 38 jaar op zijn matje ligt.

De redding is zo dichtbij. De hoop is zo dichtbij. Maar hij kan het niet bereiken.

Wat een marteling: dorst hebben in de hitte, maar dan vast op een stoel zitten.

En dan zet iemand water dichtbij of iemand drinkt een flesje water op.

[#6] Jezus vraagt: Wil je beter gemaakt worden?

Misschien een wat rare vraag. Wie zou dat nu niet willen?

Sommige wijzen erop dat je gewend en gehecht kan raken aan je ziek-zijn.

Maar dat is niet wat Jezus hier wil weten. Hij wil de man zelf horen en aan het denken zetten.

En de man reageert gelijk enthousiast natuurlijk wil hij dat! Dat zou heel fijn zijn.

Er is alleen één probleem: er is niemand die hem naar het water kan brengen. Hij is alleen.

En als hij zelf gaat kruipen, is hij natuurlijk veel te laat.

Deze woorden … ik heb niemand … blijven bij mij hangen.

Die man is niet alleen ziek, hij is ook alleen. Intens verdrietig klinken deze woorden.

Hij is volstrekt eenzaam, niemand die zich om hem bekommert.

Het is een geluid dat je vandaag ook veel kunt horen. Door onze samenleving.

Door het individualisme. Eigen doelen zijn belangrijker dan de gemeenschap.

Maar ook door de corona: er kan geen bezoek komen, je ziet bijna niemand.

De jeugd kan elkaar niet meer ontmoeten, je zit niet bij elkaar op school.

Ik voel me zo alleen. Je kunt je verhaal niet kwijt. Je verdriet van jaren.

Wie wil er dan niet gezien zijn: een gezond lichaam, mensen om plezier mee te hebben.

En ook geestelijk je dicht bij God en gedragen voelen. Wat kun je dat missen!

[#7] 2. Maar dan komt dus Jezus. Hij weet dat deze man al 38 jaar ziek is.

Misschien weet Hij het als de zoon van God, misschien is het Hem ingefluisterd.

Hij kent hem wèl. Hij ziet naar hem om. Is dat al niet het eerste grote nieuws!

Als je het idee hebt dat niemand je ziet, als je niemand kent, is er één die er wel is.

Die altijd naar je luistert en altijd voor je zorgt. Jezus ziet deze man en spreekt hem aan.

Misschien zeg je: ja, mooi voor die man. Maar die zuilengangen lagen vol met zieken.

Die ziekenhuizen liggen vandaag de dag vol. In Engeland is het bijna niet te houden.

Mooi dat Jezus er is voor die man. Maar waar was hij toen mijn vader ziek werd?

Waar is hij in het verdriet dat ik heb om zijn zieke moeder? Om mijn kind?

Jezus staat niet meer op de stoep, hij komt niet lichamelijk naar je toe.

Toch weten we dat Jezus dit gedaan heeft: Hij ziet de enkeling, de eenzame.

Hij is nu in de hemel, en juist daardoor kan hij er voor iedereen zijn.

Wil Hij met zijn Geest in ons hart aanwezig zijn. Wil Hij naar iedereen luisteren.

Soms gebeuren er wonderen, word je genezen, merk je zijn kracht.

Je mag er naar verlangen, je mag er om bidden, je mag er om danken.

Soms gebeurt het ook niet … wat moeilijk kan dat zijn.

Maar in ieder geval mag je weten. Hij laat je niet alleen!

[#8] Bij die man gaat het anders, Jezus ziet en kent hem, maar Hij wil hem ook helpen.

Die man denkt misschien: Jezus zal me zo wel richting het water dragen.

Maar Jezus is nog machtiger dan die engel. Hij zegt: pak je matras op en loop

Hij geneest hem gelijk.

Hij geneest hem ter plekke. En het duurt geen seconde, onmiddellijk geneest hij.

Hij voelt de kracht in zijn benen komen en hij wandelt weg. Wat een wonder!

Wat een kracht van Jezus Christus. Hij geneest!

Vlakbij de tempel, waar het feest gevierd wordt van bevrijding uit Egypte.

Vlakbij de bron waar water geput wordt, om dat te herdenken.

Bij het genezende water van Batzata, komt hij die het levende water zelf is.

Hij schenkt deze man genezing. Hij is de redder en verlosser.

Zo lief had God de wereld: en tegelijk kijkt Jezus verder.

[#9] Als Hij hem weer tegenkomt, fluistert hij hem in: zondig niet weer! ‘mèketi amartane’

Je bent nu genezen, zondig niet weer, opdat U niet iets ergers overkomt.

Nee, die man is niet ziek geworden als straf op de zonde (zie bijv. Joh 9:3).

Maar het de ziekte is een gevolg van de zonde, als die zonde tussen God en hem in blijft staan:

dan is hij wel voor even genezen, maar heeft niet het eeuwige leven.

Zoals hij Jezus liet zien bij de man die door het dak gezakt was: hij kan zonden vergeven.

Dat is het belangrijkste. Want daardoor krijg je niet wat ergers, maar krijg je het eeuwige leven.

Het draait er uiteindelijk om dat we met God verbonden zijn.

Vanmiddag zal dat in de dienst ook heel mooi naar voren komen. Nee, niet iedereen wordt genezen.

Ook Marco Welink werd niet genezen, het geeft verdriet en pijn. Maar tegelijk mag je ervaren:

Jezus geeft het levende water. Hij is erbij, en we geloven dat we uiteindelijk bij hem mogen zijn.

[#10] 3. Toch willen we nog een stap dieper en verder gaan. Hoe sta je tegenover Jezus?

Want waarom vertelt Johannes dit wonder,  als één van de zeven wonderen, al aanvulling op wat we al weten.

In de eerste preek over Johannes vertelde ik al: Johannes wil vooral het goddelijk paspoort van Jezus laten zien. Niet dat hij mens was, maar dat hij ook echt God was.

Tertullianus vertelt dat er iemand was die beweerde dat Jezus eigenlijk maar tijdelijk God was.

Dat met de duif hij goddelijke kracht gekregen had, maar dat dat na zijn dood ook weer verdween.

Hij gaf aan: met zo iemand wil ik geen contact hebben, want zo stort heel ons geloof in!

Johannes wil laten zien dat Jezus het Levend water is, de eeuwig zoon van God.

En juist hier komt dat naar voren, niet alleen in zijn daden, maar ook in zijn woorden.

In de discussie die Hij met de Joden heeft. Want die worden boos!

Ze zien de man een matje dragen. Hé, je draagt een bed, dat mag niet op sabbat.

Je mag het niet tillen en zeker niet vervoeren. Ze hebben geen oog voor de mens.

Ze hebben van het geloof regeltjes gemaakt en wetjes. De menselijke maat verdwijnt.

Jezus overtreedt de regels van God, en als ze hem erop bevragen?

Dan zegt Hij dat hij zelf God is, dat Hij net als zijn Vader ook op de sabbat werkt.

Vanaf dat moment proberen ze hem te doden. Hij ondermijnt de sabbat.

Hij noemt zichzelf God. Jezus, als Zoon van God? Dat roept weerstand op.

Maar dat is juist hoe we Jezus mogen leren kennen. Gods eigen zoon.

Hij is de machtige, Hij is voor jou gekomen, om je te redden.

Dat roept weerstand op: de Joden willen er niet aan.

Nog steeds roept dat vragen op: was die mens Jezus echt God?

Sommigen willen vandaag de dag Jezus wat kleiner maken. Een bijzonder mens.

Een voorbeeld. Een historisch figuur. Een inspiratiebron.

[#11] Maar, ook dan wil je er niet aan: je zult moeten kiezen.

Geloof jij dat hij de zoon van God was. Dan begrijp je dat Hij kan genezen en zich Gods zoon kan noemen. Geloof je dat niet: dan erger je eraan, pas je zijn beeld aan, roept hij weerstand op.

Juist omdat Hij zegt wie Hij is, Gods zoon, zal hij gedood en gekruisigd worden.

Juist omdat Hij zegt wie Hij is, omdat Hij Gods Zoon is en het levende water: kan hij eeuwig leven geven.

Ik hoop dat Jezus nog veel wonderen mag doen en dat zieken mogen genezen.

Ik hoop dat er spoedig voor veel mensen vaccins beschikbaar zijn.

Ik hoop dat we Jezus’ liefde laten zien en opkomen voor een eerlijke verdeling van de wereld.

Ik geloof dat God nog steeds wonderen kan doen. Maar soms is Gods weg anders.

Kunnen ook dokters niet alles, en kan niet iedereen gelijk geholpen worden.

[#12]Maar één ding is zeker: voor je echte geluk en eeuwige vreugde hoef je niet in de rij te staan.

Die bereik je zelfs niet door voor jezelf op te komen en met je ellebogen te werken.

Ook niet door veel te betalen of jezelf te bewijzen.

Jezus zegt: ik zie je staan, ik hoor je stem. Kom bij mij. Vind het levende water.

Zodat je nooit meer dorst of honger krijgt, maar voor eeuwig met mij verbonden bent.

Volg je mijn voorbeeld?

Hoe toon jij vandaag liefde aan degenen die zelf niet kunnen?

Amen


Gewone Catechismus 77 – Houd vol!

januari 17, 2021

Preek Heemse, 17 januari 2021

Tekst: Gewone Catechismus 77

Geliefde gemeente van Onze Heer Jezus Christus,

Hoe houd je vol? Dat is de vraag die vanmiddag gesteld wordt.

Hoe houd je vol, om zo’n stuk te gaan wandelen? Om te stoppen met roken?

Hoe houd je vol, om op je lijn te letten? Om trouw je schoolwerk te doen?

Hoe houd je vol, als je veel verdriet, pijn en moeite kent?

Wat zal er gezegd worden? Ik denk dat mensen wijzen op zichzelf.

Je moet sterk zijn, moedig zijn, je niet af laten leiden, jezelf overwinnen.

Het kan ook zijn dat je vooral gericht bent op het resultaat, de beloning.

Een gezond lichaam, een mooie medaille, een diploma, een leuke baan.

Maar misschien heb je ook wel iemand die je motiveert: een coach, een trainer.

Laten we maar snel de vraag iets verder lezen …

Want wat wordt er met name gevraagd? Waar is men in de leer van de kerk nieuwsgierig naar?

Hoe houd je het vol om Christus te volgen? We hebben tien geboden gehoord.

Stuk voor stuk is uitgelegd wat het betekent om liefde te tonen voor God en voor je naaste.

Hoe ga je dat nu echt doen? Hoe blijf je Jezus volgen? Hoe voorkom je dat je terugvalt?

Want, zegt het antwoord, we dwalen zomaar af. Verliezen hoop, moed en inspiratie.

Ik heb de oproep vanuit Gods Woord vanmiddag in drieën verdeeld.

Eerst letten we op de basis: Gods licht, genade en Geest vormen de basis.

Daarna komt ons eigen hart: wie oprecht handelt zoekt het licht op.

Tenslotte letten we op het doel: Je mag gericht zijn op de komst van het licht.

Het is geen verrassing, wanneer ik zeg dat het niet altijd gemakkelijk is om vol te houden.

Misschien stelt deze tijd ons geloof wel meer op de proef dan andere tijden.

We hebben niet momenten waarop we elkaar opbouwen en aansporen om vol te houden.

We hebben niet de ontmoetingen: het is lastiger om elkaar te zien.

Je raakt misschien teleurgesteld als de lockdown zo lang duurt.

Maar ook in de geschiedenis wordt duidelijk dat er vaak achterblijvers en afhakers zijn.

Denk ook aan het volk van God in de woestijn.

Soms blijven ze achter. Soms willen ze terug. Soms gaan ze met tegenzin. Soms gaan ze eigen wegen.

Zo is het met ons ook soms: je wilt niet, je wilt niet dit, je wilt niet dat.

Soms ga je een tijdje fanatiek van start, maar zak je weer in.

Soms is het tegen heug en meug dat we dingen, waarvan je kan zeggen: 

Als je het niet met blijdschap, vanuit je hart, oprecht kan doen, doe het dan niet.

Daarom is het belangrijk dat het begin goed is. Dat de basis goed is.

Vorige week zijn we gestart met het leven Jezus, zoals Johannes dat vertelt.

Johannes wil vooral zijn goddelijke oorsprong, zijn goddelijke paspoort laten zien.

In het gesprek met Nikodemus, midden in de nacht, legt Hij uit dat Hij zelf het Licht is.

God had de wereld zo lief, dat Hij zijn eigen Zoon gaf. Hij komt om de wereld te redden.

Daardoor ga je niet verloren, maar krijg je deel aan het eeuwige leven.

Sommigen hadden het idee dat wanneer de Messias de verlosser zou komen hij zou oordelen.

Maar in vers 17 staat: God kwam niet om een oordeel te vellen, maar om de wereld te redden.

De wereld is al duister, is al onder het oordeel, kent al veel zonden.

Toen God in de wereld kwam, toen Jezus kwam wilden de mensen niet in Jezus geloven.

De mensen deden verkeerde dingen, hun daden waren slecht en willen Jezus niet aannemen.

Het is aan Gods liefde te danken dat de wereld gered wordt.

God komt niet om de wereld te verslaan: Hij komt om de wereld te verlossen.

Denk aan de slang in de woestijn. Hij wordt omhoog geheven.

De mensen konden gered worden door er naar te kijken.

Zo komt Jezus in de wereld om de wereld te redden.

Wanneer Jezus komt, komt aan het licht hoe de dingen werkelijk zijn:

De waarheid over God; je ontdekt wie je zelf bent.

Je ziet de manier waarop je gered kan worden; wat goed is en wat mooi is.

Wat kwaad is en wat lelijk is. En daardoor ook: hoe het goed is om te leven.

Wat is goed om te doen, wat is goed om te denken, wat is goed om je te gedragen.

Uiteindelijk komt alles dus alleen van God: wil je Hem horen of wil je niet horen?

En dan zegt het lied ‘Houd vol’ het is een stoet van heiligen en twijfelaars.

Er kunnen vragen zijn. Maar God is met zijn licht gekomen. God die zelf volmaakt is.

Hij komt met zijn liefde naar je toe en zegt: Ik kom je redden. Ik geef je de kracht.

God is met zijn genade en liefde in de wereld gekomen. Het heeft aan het kruis geschenen.

De basis ligt dus bij God, bij zijn liefde. Er was eens een theoloog, Kohlbrugge, die zei:

Eigenlijk kunnen we als mensen maar heel weinig goed doen. Goed leven, heilig leven?

Zodra we een paar stappen doen, struikelen en moeten we weer terug naar het kruis.

Steeds weer zien we dat we Christus nodig hebben. In mijn ogen is dat te negatief,

Maar je kunt er wel van leren: het begin moet goed zijn, en het begin is ook steeds weer nodig.

Heb je werkelijk God leren kennen, begin je werkelijk met zijn genade, elke dag.

Alleen het licht van Jezus, zijn genade en Geest vormen de basis. Alleen zijn licht wijst de juiste weg.

2. Wat vraagt dit van je zelf? Laat het licht schijnen in je hart!

Als we Johannes lezen, dan wordt duidelijk hoe mensen reageren op Gods genade.

Wanneer het licht verschijnt, dan zijn er mensen die voor dat licht wegvluchten.

Zoals nachtdieren teruggaan naar hun holen, als het daglicht verschijnt.

Zo zegt Johannes: wie kwaad doet haat het licht.

Hij schuwt het licht, omdat anders zijn daden bekend worden.

Maar als je een dagdier bent, dan wordt je juist wakker als het licht wordt.

Dan ren je naar het licht toe. Johannes zegt: wie oprecht handelt zoekt het licht op.

Het is opvallend dat Johannes hier zo over het gedrag spreekt:

Hangt het dus toch van jezelf af. Of je zelf goede of kwade dingen doet.

En dat het dan goed komt of niet? Daarvoor is het goed om even terug te lezen.

God had de wereld zo lief, dat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat.

Het draait uiteindelijk om je geloof. Geloof je dat Jezus gekomen is? Geloof je in het licht?

Jezus komt niet om de vijand te verslaan, het oordeel te vellen: nee dat oordeel komt er vanzelf.

Wanneer het licht begint te schijnen, vluchten mensen weg, of komen ze juist.

En dan kun je vooral zeggen: als je daden slecht zijn, dan wil je het licht niet.

Maar als je het licht wel wilt, als je God in je laat werken: dan wil het licht wel.

Het zit hem dus niet zozeer in je daden, het zit hem er vooral in dat je het licht laat werken.

Maar hoe krijg je nou een krachtig hart, een krachtig wil. Hoe blijf je nu volharden.

Het gaat niet zomaar. Niet voor niets is het morgen Blue Monday.

De dag die uitgeroepen is als meest deprimerende dag.

Nu wordt duidelijk dat je sommige goede voornemens niet haalt.

Later legt de Here Jezus het uit aan de hand van de gelijkenis van het zaad.

Als het zaad in goede grond valt, dan lukt het om vol te houden en vrucht te dragen.

Maar er zijn ook mensen die afvallig worden als er moeite komt. Volhouden wil zeggen:

Dat je de kracht hebt om staande te blijven, als het spannend is.

Als de verleiding het grootst is, als iedereen je tot afval probeert te brengen.

De duivel zal juist ook van je vermoeidheid, teleurstelling of tegenslag gebruik maken.

Proberen daarop in te spelen en je te laten struikelen.

Dan komt het erop aan om je hart op Christus te zetten: alle krachten van geloof,

Hoop en liefde moeten gebruikt worden om het gevecht te winnen.

Zodat je niet afvalt, zodat je niet opgeeft.

Maar wat als mij de moed ontbreekt?

Soms kan de moed je ontbreken, soms kan het donker zijn,

Soms is er teleurstelling en heb je niet de kracht.

Psalm 27 spreekt ook over moed en kracht, waar zou het zijn gebleven?

Maar Hij zegt: ik stel mijn geloof op God. Zijn belofte, zijn woord, zijn trouw.

Daardoor krijg ik nieuw vertrouwen. Want al voelen wij ons soms zwak:

God wil in je werken, Hij wil je dragen, Hij wil je helpen. Ook al lijkt het donker;

Als Hij verschijnt wordt zichtbaar dat God werkzaam is in alles wat je doet.

Zijn woord is het zaad dat leven geven, zijn licht versterkt je hart.

Waar je ook zit, geef je hart helemaal aan Hem.

3. God is er aan het begin, onderweg, maar ook aan het eind.

Christus zelf hield vol, lazen we net: om de vreugde die voor Hem lag.

Daarom kon Hij het kruis op zich nemen en de schande verachten.

Zo is het ook met u, jou en mij. Volhouden, standhouden is niet zonder doel!

Je zult uiteindelijk het leven verkrijgen. Dat mag je helpen om te volharden.

Dan zul je krijgen wat je beloofd is. Jakobus zegt ook: te feliciteren ben je, als je de proef doorstaat.

Dan zul je de kroon van het leven ontvangen, die God beloofd heeft aan wie Hem liefhebben.

Wil je het doel bereiken, dan zul je door het lijden heen moeten gaan.

Het is niet vreemd dat er strijd komt. God zal ons beproeven. Ook een topatleet heeft tegenslag.

Petrus zegt: kijk niet op van die aanvechting, alsof je iets vreemds overkomt.

Als je het lijden en de strijd wil mijden, kom je uiteindelijk ten val. [En toen viel de sneeuwpop]

Zoals Christus het kruis op zich nam, zullen wij ook de beproeving op ons moeten nemen.

Het kost soms offers: je eigen belangen, …

Maar het hoort bij het leven van een christen.

Het ijzer wordt door het vuur gezuiverd.

Door de pers wordt de lekkerste sap geperst.

De hete, brandende zon levert de zoetste vruchten op.

Maar je staat niet alleen: de heiligen ons voorgegaan, die moedigen je aan.

Ze staan op de tribunes en roepen toe geef niet op.

Ook Christus zelf nam het kruis op zich. Hij bleef staande in de verzoeking.

Laten we in gemeenschap met Hem ons kruis dragen.

God heeft zijn plan. Vertrouw je aan Hem toe.

Hij heeft alles in zijn handen.

Laat dat je mogen aanmoedigen om vol te houden en niet op te geven.

Eenmaal komt de dag, dat alles nieuw wordt. Een geweldig vooruitzicht.

Maar dat vraagt nu om sterk en moedig te zijn, weerstand te bieden aan het kwaad.

Laat daarom steeds weer het licht in je leven schijnen. Het draait erom dat je verbonden bent met Christus. Wees verbonden met Jezus, door het geloof, en ga dan: sterk in zijn kracht.

Geef niet op, houd vol! Amen.


Johannes 1:11-13 – Jezus werd geboren: Wijs Hem niet af, maar word opnieuw geboren!

januari 10, 2021

Preek Heemse, 10 januari 2020

Tekst: Johannes 1:11-13

Geliefde kinderen van God, door Jezus Christus,

Het was 7:44 dat de telefoon trilde. De hele nacht had ze in spanning gezeten.

Maar nu kwam het appje binnen: Jullie zijn opa en oma geworden!

Er is een kleinkind geboren. Wat een geweldig nieuws. Een geboorte.

Misschien weet je zelf ook nog wel hoe laat geboren bent. De tijd wordt altijd genoteerd.

Afgelopen maand hebben we stil gestaan bij de geboorte van Jezus.

In Bethlehem werd Hij geboren. De tijd weten we niet, maar wel over herders en wijzen.

Matteüs en Lucas hebben geschreven over zijn baby en kindertijd.

Als Johannes nu ook over die geboorte wil schrijven, begint hij heel anders.

Geen interview met Maria, of Jozef, of de herders. Hij wil Jezus’ goddelijke paspoort laten zien.

Hij begint te vertellen dat Jezus Gods Zoon is en vertelt het eerste begin.

Dat Gods Zoon al vanaf het begin bij God is. Weke datum? Hoe laat?

Nee … die is niet te noteren. God is er altijd al, al voor de tijd, voor de klok ging lopen. Eeuwig!

Nu wij vanuit kerst ons meer gaan richten op Jezus en zijn boodschap,

kun je zomaar blijven staan bij de geboorte van Jezus vroeger,

of op een afstand zeggen dat Hij al van eeuwigheid is.

Maar Johannes toont deze beweging van de hemel naar de aarde, niet zomaar,

vertelt het verhaal van de geboorte van Jezus, niet zomaar, maar met een doel.

Het licht was bij God, het kwam naar de wereld, en wie Hem ontvangt wordt een kind van God!

Die wordt uit God geboren: Jezus wil door de Geest in je hart komen wonen.

De vraag of je geboren bent is niet zo moeilijk, daar kun je de tijd bij noemen.

Maar ben je ook uit God geboren? Opnieuw geboren? Woont Jezus in je hart, ben je Gods kind?

Christus werd geboren, om jou het nieuwe leven te geven!

1) Wijs Hem niet af, (vers 11)

2) maar word opnieuw geboren en (vers 13)

3) leef als een kind van God (vers 12)

1) Wijs Hem niet af        

Johannes begint met een geweldig mooi plaatje: Jezus als licht van de wereld.

Een schitterend licht bij de schepping en Hij heeft de wereld volmaakt gemaakt.

Toen kwam er duisternis in deze wereld: de satan liet zijn krachten gelden.

De wereld ging kapot. Er kwam de dood. Er kwamen ziektes en virussen.

De wereld werd een chaos. Mensen werden ik-gericht en misbruikten hun macht.

Dat is de wereld die je van dichtbij mee kan maken, of die je op de TV of internet ziet.

Maar … Jezus is het licht en de duisternis heeft Hem niet in zijn macht gekregen.

God maakte zijn plan om de wereld te redden. Maar hoe zou Hij echt de wereld kunnen vernieuwen?

Een volgende stap die dan in de tekst gezet wordt is dat het licht wordt aangekondigd.

Johannes begint niet bij de stal, of bij Maria, maar bij het moment dat Jezus zichtbaar wordt.

Johannes de Doper treedt op en wijst aan dat het Licht in de wereld zal komen.

Hij wil dat de mensen zich open gaan stellen, zodat ze het licht kunnen ontvangen.

Ze moeten niet in hem, in Johannes de Doper, met zijn lange mantel bij de Jordaan, geloven.

Nee, ze moeten zien dat hij met zijn vinger wijst: kijk daar komt iemand aan.

Iemand die meer is dan ik. Ik ben niet het licht, Hij is het licht, dat in de wereld komt.

Ook al is Hij op een latere datum geboren, Hij was er eerder dan ik. Hij is van goddelijk oorsprong.

Hoe kan dat licht in je komen? Doe de zonden weg, je zelfverrijking, je schijnheiligheid.

Je egoïsme, het liefdeloze, je donkere praktijken, je duisternis en haat. Maak de weg vrij voor Licht!

Wanneer we je Jezus in je leven wilt ontvangen, vraagt dat dat je jezelf kent.

Dat je je eigen leven beziet, er over nadenkt, je goede voornemens en plannen bekijkt.

Dat je de diepte van je hart kan peilen. Dat je ook eerlijk je zonde en ik-gerichtheid ziet.

Waarom? Omdat het ons hart zo vol kan maken, dat er geen plaats meer is voor Jezus.

Dat je zo vol zijn van jezelf, van je drukte, van je belangen en streven, dat God er niet past.

Het licht was, het licht werd aangekondigd, en … het kwam naar de wereld.

Maar wat gebeurt er dan? Als de volgende stap gezet wordt, en het licht komt?

De wereld wijst Jezus af. ‘Hij heeft de wereld gemaakt, maar de wereld kent Hem niet’. (vs 10)

Op zich is dat nog te begrijpen, hoeveel pijn het ook doet: het is een grote stap om te gaan geloven.  

De wereld kent zoveel duisternis, is zo van God vervreemd, kent zoveel pijn.

Het werd niet opgemerkt dat er in Israël iets bijzonders gebeurd was.

Ja de wijzen kwamen uit het Oosten, maar de koningen en machthebbers knielden niet.

Herodes wilde Hem ook alleen maar uit de weg ruimen. En zo staat de wereld vijandig.

Vijandig tegenover het licht. Vijandig tegenover het leven.

Maar wat nog erger is, wat nog meer pijn doet: Hij kwam naar wat van Hem was,

En ook die hebben Hem niet ontvangen. Hij kwam naar zijn eigen volk, ze hadden het licht van de Bijbel.  

Het volk van Abraham, aan wie God beloofd had dat de Redder zou komen.

Aan wie God als zo vaak voorzegd had dat de Messias zou komen.

De Zoon van David, de Christus: de beloofde profeet, priester, koning.

Hij wordt niet aangenomen, niet geaccepteerd. De Herders komen, de mensen volgen.

Maar uiteindelijk … wordt Hij gekruisigd en weggedaan. Gedood.

Zelfs zijn eigen volk wilde Hem niet, ze wezen Hem af.

En wat doe jij? Het is kerstfeest geweest en je weet weer van de geboorte van Jezus.

Je hebt het licht van de bijbel. Misschien ben je wel gedoopt en ken je Gods beloften.

De wereld kende Jezus niet, zijn volk wilde hem niet ontvangen. Wees Hem af.

Wijs Hem niet af! Loop niet aan Hem voorbij, sluit Hem niet buiten, ga niet je eigen gang.

Het kan gebeuren dat je Hem niet gelooft, erkent en ziet als Gods Zoon.

Maar de bijbel is geschreven, Johannes is gekomen, zodat je wel gaat geloven.

Wijs Hem niet af. Niet openlijk, dat je zegt: ik wil niet met Hem te maken hebben.

Ook al kun je teleurgesteld raken in mensen, kun verbittering voelen, kan de duisternis er zijn.

Kun je vragen hebben: waarom is die duisternis en moeite niet sneller voorbij?

Ik bid dat je dan juist niet Hem afwijst, maar toelaat in je hart.

Wijs hem niet bewust af, maar ook niet onbewust.

Doordat je in naam wel bij Hem hoort, maar niet echt met Hem leeft.

Je hart niet laat vullen met zijn liefde, niet tot Hem praat in je gebed, zijn woord niet opent.

Jezus kwam naar de wereld. Wijs Hem niet af!

                We bidden:

                Vader, U kent ons hart, onze twijfels, onze teleurstelling, onze vragen.

                Dank dat U gekomen bent om de duisternis te overwinnen. Help ons dat we U niet afwijzen!

2) Maar word opnieuw geboren

Ik zei al: bij de geboorte van een kindje kun je een tijd noteren. Kan dat ook bij de tweede geboorte?

Laat ik eerst twee misverstanden opruimen: opnieuw geboren worden gaat niet met je lichaam.

Dat is wat Nikodemus zegt: moet ik dan opnieuw de buik van mijn moeder ingaan?

Moet ik teruggaan. Dat kan toch niet!

En iedereen snapt dat het niet kan, maar Nikodemus wil het graag helder hebben.

Het gaat erom dat je zelf, in je hart, in je gevoel, in de je denken verandert.

Soms staat er een woord dat betekent: opnieuw geboren worden.

Het woord dat hier gebruikt wordt wijst erop dat je van boven geboren wordt.

Dat in je diepste zijn het licht van Jezus doordringt zodat zijn Geest in je woont.

Zodat je je door Hem kan laten leiden en Jezus omhelst als je verlosser.

Maar aan de andere kant. Het gaat niet buiten je lichaam om.

Als dat zo zou zijn, dan zou je lichaam niet opnieuw geboren worden.

Dan zou je lichaam nog in de macht van de zonde zijn, en zou de zonde daarin kunnen werken.

Dan maakt het niet uit wat je lichaam doet en kun je er nog op los leven.

Ook je lichaam verandert. Je houdt dezelfde handen en voeten.

Je houdt dezelfde eigenschappen en karaktertrekken. Kwaliteiten en gaven.

Maar je gebruikt ze niet meer voor jezelf, voor de zonde, verkeerd, maar in de goede richting.

Zoals je zoveel dingen goed of verkeerd kan gebruiken.

Je kunt met je smartphone tijd verspillen, maar ook juiste een ander bemoedigen.

Je kunt met kernenergie schone stroom opwekken, maar ook moordwapens maken.

Je kunt in een fabriek oorlogstuig maken, maar ook landbouwwerktuigen.

Je kunt met je fiets of auto naar een foute plaats gaan, je kunt ook anderen helpen.

Zo wordt je als Jezus in je komt helemaal nieuw gemaakt, met lichaam en ziel.

Hoe kan dat dan? En: hoe gaat dat dan?

In vers 13 legt Johannes het heel duidelijk uit. Deze nieuwe geboorte komt niet:

Omdat iemand graag kinderen wil hebben; of vanuit de seksuele drift van een man en vrouw.

Het is niet dat een mens verlangt om één met God te zijn, het gaat niet via halfgoden.

Nee; het komt helemaal van God.

Dat geloof kun je ook niet aan een ander geven.

Hoe graag je het ook zou willen, niet aan je geliefde, je ouders of je kind.

Geboren worden gebeurt van boven. God is het die begint, die zijn belofte geeft.

Hij werkt dat wonder door de Geest. Maar wijs het niet af, ontvang het als een kind.

Laten we bidden dat God nog veel harten mag openen.

Het is boeiend om in dit startverhaal het geboorteverhaal van Jezus te zien. Er is een verschil:

Want het gaat dan over de echte geboorte van Jezus, en hier over een geestelijk geboorte. 

Jezus werd ook niet geboren uit de wil van een man, maar Gods Geest kwam over Maria.

Zo moeten wij ook vanuit Gods Geest geboren worden. Ben jij opnieuw geboren?

Dan krijg je een nieuw leven! Je bent dan voor altijd met God verbonden. Wat een uitzicht, wat een troost.  Verbonden met de eeuwige schepper van de hemel en aarde, het licht van de wereld.

3) Leef als een kind van God

Het is een eeuwig leven, maar de kwaliteit van leven is ook anders.

Je bent met God verbonden, je wordt vervuld van zijn liefde. Je bent een kind van God.

Ben jij opnieuw geboren?

Vraag jij bij alle beslissingen die je moet nemen in gezin, relatie, werk, vrije tijd om wijsheid en leiding van de Geest. Verlang je naar de Geest? En laat je Jezus wonen in je hart?

En komt dat dan uit je hart: Je gaat dat in je binnenste voelen, in je hart.

De plek waar je herinneringen zijn, je verdriet, je vreugde.

Een plek dieper dan je verstand: waar je vertrouwen is, waar je God ervaart.

Soms zul je dan iets merken van de troost de kracht, alsof de hemel opengaat.

Bijvoorbeeld door een tekst, een preek, een lied. Wat kan muziek juist je hart openen.

Jezus wil graag dat je zijn kind bent: en misschien is het goed om dan echt naar kinderen te kijken.

Die verbloemen nog niet alles, maar kunnen heel direct zijn.

In hun verdriet, in hun blijdschap, in hun eerlijkheid, in hun geloof.

Jezus stelt ze zelf als voorbeeld: wie is als een kind, die mag het koninkrijk van God binnengaan.

Om te geloven, om je hart open te stellen hoef je niet eerst veel te weten of te kunnen.

Het gaat om geloof, om puur en kinderlijk geloof.

Vertrouw op Jezus, geloof in Hem, zing van Hem.

Maar het kan ook zijn dat je je juist afsluit voor God.

Dat je altijd maar heel hard gaat werken, maar ‘doordoet’ en je geen tijd gunt voor je hart.

Het kan zijn dat je je hart wel openstelt, maar voor hele andere zaken dan het licht, dan Jezus.

Daarom: leef als een kind van God, ontvang zijn Geest als zijn kind.

Voor Johannes betekent geloven van God steeds echt een verandering van leven.

Een doen naar zijn geboden. Een leven zoals Hij dat gevraagd heeft.

Radicaal breken met de zonde, met het duister. Niet voor jezelf leven.

Bid daarom dat je zo opnieuw geboren wordt.

                En daarin staan we niet met lege handen. Johannes begon niet bij zichzelf.

Hij begon bij Gods geweldige scheppingswerk en hoe stap voor stap naar de wereld kwam.

Aan Nikodemus mag Jezus Johannes 3:16 uitleggen. Johannes schrijft het op zodat wij geloven.

Open jij je hart, geloof je in Jezus Christus. Dan mag je zeker weten: Ik ben opnieuw geboren!

Amen.  


Jozua 1:1-9 – God belooft dat Hij meegaat!

januari 5, 2021

Preek Heemse, 1 januari 2021

Tekst: Jozua 1:1-9

U die geliefd bent in Jezus Christus,

[#1] We hebben 2020 achter ons gelaten. Het jaar is weggegleden.

Wat gaat 2021 ons brengen? Wat gaat er gebeuren? Geen mens die het weet.

Ik las dat een voorspeller een soort corona had voorspelt.

Tegelijk had hij ook zoveel mis dat ik dan denk: Logisch dat er wel een goede voorspelling bij zit.

Hoe zal het gaan met ons gemeente zijn: kunnen we elkaar weer ontmoeten?

Samen zingen in een volle kerk?

Hoe zal het gaan wat betreft je familie? Ouders, broers en zussen, kinderen, kleinkinderen?

Wat zal er met je portemonnee en de economie gebeuren nu het zo’n zware klap heeft gehad?

Hoe gaat het met je gezondheid en het sporten? Hoe gaat het met de vakantie?

Maar bovenal: Hoe zal het gaan met je relatie met God?

[#2] Vanmorgen staat Jozua op de grens van een nieuw land, het beloofde land.

Ze staan bij de ingang van het land, ze hebben er al zolang naar uitgekeken.

Mozes had hen tot nu toe geleid, maar er is geen gemakkelijke start.

Het eerste wat hier staat is: Mozes is gestorven. Hun leider is er niet meer.

Hoe moeten ze nu de Jordaan over? Hoe komen ze langs Jericho?

Hoe zal hun toekomst eruit zien, als er nog allerlei gevaren opdoemen?

Zo kan het soms moeilijk zijn om een stap verder te zetten.

Soms lijkt het of je voor een muur staat. Wat moet je gaan doen? De toekomst is soms zo onzeker? 

[#3] Als je het van jezelf verwacht lijkt het een onmogelijke opgaaf.

Maar laten we vanmorgen luisteren naar de manier waarop de HEER zijn volk moed inspreekt.

Hij geeft een nieuwe leider, Hij spreekt hen toe, Hij spoort hen aan:

God belooft dat Hij meegaat!

1. In wat voor situatie ook

2. Samen op pad

3. Naar een nieuwe toekomst

God belooft dat Hij meegaat in wat voor situatie ook

Zoals oud en nieuw een drempelmoment is, zo is dat ook hier in Jozua.

Al vanaf dat God Abraham het land beloofde, is het wachten op het moment dat ze binnentrekken.

Ze moesten eerst allerlei omwegen bewandelen, maar uit Egypte riep God zijn volk.

Dat het niet blijft bij woorden, maar dat er daden komen: dat ze werkelijk het land binnengaan. 

[#4] Maar wat kunnen ze verwachten van Jozua? Je ziet dat er veel van leiders wordt verwacht.

Juist in een situatie van crisis kan het vertrouwen gaan of komen. Velen hebben vertrouwen in Rutte.

Het vertrouwen in de koning is juist enorm gekelderd. Zal Jozua dit kunnen doen?

We kennen Jozua al heel lang. Vanaf het begin wordt hij door Mozes aangewezen.

Er staat hier dat hij een knecht is, maar dan wel de hoogste knecht:

Mooi vertaald is dan ook, de rechterhand van Mozes 

Hij moet in de strijd tegen Amalek de handen van Mozes omhoog houden.

Mozes had hem de handen opgelegd. Hij had de zegen gekregen.

Wat moet het voor hem als leider ook moeilijk zijn geweest!

Hoe moest het nu verder? Hoe komen ze de rivier over en het land in?

Zou hij, na zo’n grote leider als Mozes, vertrouwen van het volk krijgen?

Het mooiste is dat Jozua vanuit God de kracht krijgt. God spreekt met hem.

Hoe dat ging? Hoe hoort hij God praten? Misschien in zijn hoofd.

We weten het niet zo goed. Maar Jozua weet dat dit de Heer is.

God neemt hem waarschijnlijk mee naar een hoge berg: en wijst het hele gebied aan.

Jozua kan het land, het land van de Hethieten, het land Kanaän al zien liggen.

Van de hoge libanon daar in het Noorden, tot de woestijn in het zuiden.

Van de zee in het westen tot de grote rivier, de Eufraat in het oosten.

Een enorm gebied: Als Israël vandaag die grenzen zou aanhouden zou het heel wat oorlog opleveren.

Ik zal het jullie geven!

[#5] Israël is nog in de vlakte van Moab, opgesloten voor de Jordaan. Ze kunnen het land niet binnen.

Nog steeds zijn het gaan daden, maar opnieuw woorden van de Heer.

Hoe vaak hebben ze die woorden en beloftes niet al gehoord?

Zo kan het vandaag ook gaan als je de woorden van God hoort.

Je hoort dat God belooft: Ik zal er zijn! ik geef mijn belofte. Ik ga met je mee.

En dat is mooi als het je goed gaat, maar als het fout loopt? Is hij er echt in elke situatie?

Ook als het je veel verdriet krijgt? Als je maar moet hopen dat het beter wordt?

Als je onderzoeken moet ondergaan, zorgen hebt rondom je kinderen?

Als je het idee hebt alleen voor een moeilijk klus te staan. Zorgen hebt om gezondheid.

Je vrienden, je familie mist. Zo graag weer gewoon samen zou willen zijn.

Juist in de bijbel wordt het volk zo ook enorm op de proef gesteld.

Er is een toenemende spanning. Elke keer beloofd God weer het land.

Maar ze hebben er al veertig jaar niets van gezien. Wat een tijd!

Veertig jaar zwerven in de woestijn. Wij zijn het na bijna een jaar corona al wel zat!

Wat kan het moeilijk zijn om op God te blijven te vertrouwen.

[#6] Maar dan zegt God: ik zal niet van je zijde wijken en je niet verlaten.

Eenzaamheid en verlatenheid is één van de grootste moeiten die je in het leven kan ervaren.

De mens is gemaakt om te leven tussen andere mensen, om met elkaar te leven.

Zonder contacten, zonder mensen die om je heen staan houd je het niet vol.

Wordt leven geen leven meer. En zo was het zeker in de woestijn:

Als je in de woestijn los kwam te staan van andere mensen en aan je lot werd overgelaten,

Dan redde je het niet. Je het elkaar hard nodig om door de woestijn heen te komen.

Je hebt elkaar hard nodig, juist in moeilijke situaties.

[#7] Juist nu laat God zien: het zijn maar niet woorden. Ik ben een persoon: Ik ben bij je.

Ik wijk niet van je zijde, ik laat je niet alleen.

Ik zal je nooit, maar dan ook nooit, helemaal nooit alleen laten. In wat voor situatie ook.

Waar je ook in terecht komt.

Hij zegt niet: je krijgt een leven zonder zorgen, alles perfect om een rijtje.

Nee, er komt strijd, machten moeten overwonnen worden, maar: Ik laat je niet alleen.

Hij is trouwer dan een man of vrouw die bij het huwelijk trouw beloofd heeft.

Hij is nog trouwer dan een moeder of vader die haar kind nooit alleen zal laten.

Je hoeft niet bang te zijn dat je alleen komt te staan, dat God je vragen niet zal horen.

Die woorden staan centraal aan het begin van Jozua. Wat het volk ook door of meemaakt.

God zal ze niet loslaten, alleen laten of overlaten aan een ander.

De band tussen God en zijn volk kan niet verbroken worden. Tussen jou en God ook niet.

Niets zal je kunnen scheiden van de liefde van God in Jezus Christus,

geen krachten of machten, en ook niet heden of toekomst!

[#8] 2. God belooft dat Hij meegaat [in elke situatie], maar ook: dan ga je samen op pad.

God verwacht ook iets van jou. Hij zegt hier gelijk daarna: Wees vastberaden en standvastig.

Je kunt niet zeggen: nu komt het vanzelf wel goed. Wees sterk en moedig!

God zegt: Ik ga mee, maar loop niet bij me weg. Denk niet dat ik automatisch bij ben.

Jozua kan ook niet zeggen. God zorgt en dan blijf ik wel in mijn tent liggen.

Op een kleedje, lekker in de schaduw. Wij zouden zeggen: in mijn luie stoel of op de bank.

Zappend langs de zenders en scrollend op je telefoon.

Het volk moet in beweging komen. Zich als een moedige held gedragen.

Er moet voldoende voedsel komen, ze moeten aan de slag, het volk moet zich klaarmaken.

De vreemde volken moeten verdreven, de vreemde goden weg, het land moet verdeeld.

[#9] Wat dan belangrijk is, is dat ze zich houden aan Gods wet.

Anders gezegd: de onderwijzing en aanwijzing van God mag niet uit hun mond verdwijnen.

Waarom zo’n opdracht aan het begin van de oorlog?

Dat is omdat Jozua niet het handboek is van Jan Soldaat. Waar staat hoe je moet vechten.

Maar het is het boek waarin God aanwijst hoe je goed op pad gaat.

Men las vroeger hardop, wat nog steeds goed is om te doen:

Dat overdenken zoals ook in Psalm 1 staat, helpt je om de Heer dicht bij je te houden.

Zo kun je op pad gaan met God. Zo wil God met u op pad gaan, ook in 2021.

Welke weg wijst God dan? Wat is zijn pad? Soms kan het lastig zijn om dat te zien.

Als je het idee hebt dat je verdwaald raakt, als er strikken en vragen om je heen liggen.

Juist op de drempel van het nieuwe jaar, met misschien ook goede voornemens komt die vraag.

Waar kom je vandaan, waar ben je nu, waar ga je naar toe. Wat zijn je doelen?

Zoals Jozua terug mocht grijpen op Gods beloften, mogen wij dat ook doen.

God belooft vanaf je prille begin al om met je mee te gaan, heel je leven, alle dagen.

We zijn op weg met Hem, op weg naar Hem. Dat is het echte, eeuwige leven.

En hoe ga je die weg? God zegt: vertrouw op mij, ga met mijn woorden en beloften op pad.

Wees sterk en moedig, dat betekent niet alleen volhouden: het betekent dicht bij de bijbel leven.

Gods woord is een kracht, een lamp voor je voet, een licht op je pad. Neem die woorden in je mond.

[#10] Soms kun je het idee hebben dat je de grip op je leven verliest.

Dat het leven bestaat uit allerlei losse delen, uit verschillende vakjes, dat je het overzicht mist.

Juist oud en nieuw is een moment om wat meer van boven te kijken, op Jezus te letten.

En dan klopt het dat de duivel rondgaat en op allerlei manieren ons probeert af te leiden.

Ons leven probeert te verknippen, en zo vol te maken, dat Gods woord uit onze mond verdwijnt.

Jozua mocht voorop gaan in het wijzen op God. Zo alleen was hij een goede leider.

Omdat Hij wees op God. Zo mocht hij het volk bevrijden en in vrijheid laten wonen.

Later mocht een nieuwe Jozua komen, of Jezus, zoals wij Hem kennen.

Hij laat zien dat de Heer verlost. Hij is de weg gegaan: van de kribbe naar het kruis.

Hij is opgestaan uit de dood en heeft de macht van Satan gebroken. Hij wil jouw leider zijn!

Volg Hem en je verliest het doel niet uit het oog, luister naar zijn stem. En vind zijn vrede.

Kom in beweging, ga op pad. Laat je de weg wijzen door zijn woorden. Ook in 2021.

[#11] 3. Dan ga je een mooie toekomst tegemoet

Ookal begint het boek Jozua met het sterven van Mozes, toch is Jozua een hoopvol boek.

God gaat verder, Hij geeft een nieuwe leidsman, en een vaste belofte.

Ze zullen het nieuwe land binnengaan en Jozua mag hen leiden.

Elke plek waar ze hun voetzool op de grond zetten zal God aan hen geven.

Een krachtige bemoediging. Wie zo met God gaat, gaat een mooie toekomst tegemoet.

Laten we zo op weg gaan, 2021 in. Laat je door niets weerhouden of ontmoedigen.

Door niets? Ik kan me zomaar zorgen maken. Over hoe het gaat met het coronavirus.

Over hoe het gaat met mijn gezondheid. Over hoe het gaat met de schepping.

Over hoe er aandacht is voor zwakken, vluchtelingen, gekwetsten.

Dan kunnen angst, zorgen, spanning, neerslachtigheid zomaar opkomen.

En daarin verschillen de mensen van Jozua, terwijl ze voor zo’n mooie toekomst staan niet van ons.

Jozua zegt hier laat je niet weerhouden of ontmoedigen.

Anders vertaald: sidder niet en wordt niet verschrikt.

Het Hebreeuws ken veel meer woorden voor bang zijn, angstig zijn dan wij.

Was die tijd nog veel onzekerder: zonder verzekeringen, in een tentje, zonder ziekenhuis?

En toch zegt God: wees niet bang, vrees niet, tril niet, beef niet. Zelfs niet als je Jericho ziet liggen.

Waarom niet? Omdat Ik het ben die meegaat. Omdat ik dit land in je macht zal geven.

Niet door eigen kracht, niet door geweld, niet door jullie kunnen. Maar door mijn macht.

Ik bevrijdde jullie uit Egypte, ik spleet de rode zee, ik zal de Jordaan openen.

Stel je vertrouwen op mij. Omdat Jezus heel de weg gegaan is, zal ik jullie veilig leiden.

Omdat Hij sterker was dan dood en graf, mag je zeggen: nu is de dood overwonnen.

Aan zijn hand mag je met vertrouwen de toekomst tegemoet gaan.

Nee, dat kun je niet omkeren. Dat als het iemand niet goed gaat, hij zich hier niet aan houdt.

Of dat iemand die het wel goed gaat, heel veel van God verwacht heeft.

Je kunt er geen liniaal naast leggen: Zo werkt God niet. Wij kunnen hem niet narekenen.

Maar dit zijn wel de eerste woorden die klinken voor Jozua, en zo ook op de drempel van het jaar. Een duidelijke richtingwijzer, een kompas: Ga die kant op, daar is het heil, daar is het geluk!

Wie daarheen gaat, is op weg naar een geweldige toekomst, mag nu al getroost op weg zijn.

Of nog beter: het is geen peil, zelfs geen navigatie apparaat: het is een persoon.

God zelf zegt: ik ga in Jezus met je mee. Daarom hoef je nooit alleen te zijn.

Daarom hoef je niet bang te zijn of te vrezen. Want Ik ben bij je. Ik zal er zijn, ook in 20-21!

Amen


Matteus 2:13-15 – Hoor, doe en geloof Gods Woord!

december 29, 2020

Preek Heemse, 27 december 2020

Tekst: Mat. 2:13-15

Geliefde gemeente,

Hoor je wat God zegt?

[#1] Stel je voor dat je opeens niet meer veilig bent in je huis.

Dat je gevaar loopt doordat je huis in een oorlogsgebied komt te liggen.

Of dat iemand je wil doden en dat zelfs bewaking voor de deur niet meer helpt.

Misschien voel je je niet veilig omdat het coronavirus is binnengedrongen.

We leven in vreemde tijden: Engeland ging deze week op slot. Wie had dat kunnen bedenken.

Sommigen namen nog stel de trein of het vliegtuig, weg bij dat gemuteerde virus.

Terug naar hun vertrouwde of bekende plaats.

Maar sommige chauffeurs moesten kerst vieren bij hun vrachtauto.

[#2] Ook Jezus was niet meer veilig in zijn huis!

We lezen hier dat midden in de nacht een engel bij Jozef komt.

Wat zal Jozef geschrokken zijn! De wijzen uit het oosten waren net weg gegaan.

Via een andere weg terug dan ze gekomen waren.

Het was net zo goed en mooi geweest: kostbare geschenken van vreemde gasten.

Maar nu, niet alleen een droom, maar zelfs een engel in de droom, die zegt dat het niet goed gaat.

Koning Herodes is er op uit om zijn kind uit de weg te ruimen.

De wrede koning Herodes die aan het eind van zijn leven bang is voor alles en iedereen.

Die schuldige en onschuldige mensen uit de weg ruimt. Zelfs zijn eigen familie.

Rare laatste stuiptrekkingen van een paranoïde, wrede heerser.

Het betekent dat het leven van Jezus gevaar loopt!

Net als vroeger Mozes als kindje niet veilig was in zijn eigen huis.

Jezus komt in een wereld met pijn, tranen, vluchtelingen, strijd, zuchten, gebrokenheid.

[#3] Op het moment dat Jozef de droom krijgt, kun je dat nog niet zo erg merken.

Er kloppen geen soldaten op de deur. Ze staan niet met een zwaarden klaar.

Nee, een engel van God levert aan Jozef dit bericht af.

God zelf heeft hem gestuurd. God wil Jozef bereiken en iets vertellen.

We leven in de wereld waarin veel mensen God buiten hun leven hebben gesloten.

Ze kunnen zich niet voorstellen dat God nog spreekt.

Ze wijzen op de toestand in de wereld, pijn, nood en verdriet. En ze zeggen: waar is God?

Of ze vinden het achterhaald, middeleeuws, raar om in een engel te geloven.

Maar als Jozef dacht dat dit niet kon, was hij lekker verder gaan slapen, had hij de boodschap gemist.

Dan was het helemaal verkeerd afgelopen, en zouden de soldaten wel komen.

Daarom is het zo mooi dat Jozef het wel hoort. Hij stelt zich open.

Hoor jij ook wat God tegen je zegt? Stel jij je open voor Gods woorden?

Vraag je: Heer, wijs mij de weg? Leer mij uw doel? Geef mij een open oor en een open hart?

Wanneer je dat doet: dan zie je waar je Gods liefde kan delen en een ander kan helpen.

Maar dan zie je ook het gevaar! Dat er kwaad en goed is. Dat er een strijd is.

Lees je bijbel, vouw je handen, stel je open voor Gods woorden en strijd de goede strijd!

Doe je wat God zegt?

[#4] In de woorden van de engel zit veel spanning en dreiging. Heel plotseling komt de engel.

Indringend zegt Hij: vlucht weg! Sta gelijk op en pak je spullen.

Jozef hoort het, en … hij doet het ook.

Je kunt soms een opdracht krijgen.

Iets moeten doen. Weten dat iets verkeerd of goed is. En toch anders doen.

Omdat je moe bent, geen zin hebt, je zelf het nut niet zo ervan inziet.

Maar Jozef luistert gelijk. Hij neemt het kind Jezus en zijn vrouw mee.

Drie keer spreekt de engel tot Jozef in het begin van Matteüs. Drie keer luistert hij.

Drie keer gaat het over het kind en zijn moeder. Het draait allereerst om Jezus, en dan om Maria.

[#5] Het betekent dat ze op reis gaan. Naar Egypte gaan ze, misschien zou je dat zelf wel willen.

Lekker warm, gaan duiken, de Pyramides bekijken, een mooie vakantie bestemming.

Maar voor Jozef gaat dat zo niet. Geen voorpret en voorbereidingen, niet een verzorgde reis.

Geen idee hoe het zal gaan en waar hij terecht zal komen.

Niet al van te voren al je koffers klaar hebben liggen.

Nee, hals over kop, in het donker van de nacht pakken je het beetje bagage wat ze hebben.

Ze stoppen het in hun reistassen, en ze gaan maar op pad. Naar Egypte, naar een veilige plek.

Het gaat zoals het vandaag gaat:

als nu iemand moet vluchten, dan hoort hij van een ander waar het veilig is.

Zo waren er al heel wat Joden gevlucht naar Egypte. Er was zelfs een tempel in Leontopolis.

Dan gaan Jozef, Maria en het kindje op weg. Als gewone asielzoekers.

Verdreven van huis en haard. Niet zoals in sommige boeken wordt beschreven:

Dat de palmbomen bogen voor de koning en dat er wonderen gebeurden.

Nee, gewone mensen, midden in de nacht. Met de redder van de wereld.

Het is zo eenvoudig geschreven, dat het er voor pleit ervoor om dit verhaal te geloven.

Wie schrijft er nu een boek over een redder, de koning, en dan moet die koning vluchten?

En toch was zo de weg van Jezus: Hij werd één met onze ellende en nood. Voor Hem was geen plaats.

[#6] Doe jij wat God zegt? Ik zag hoe iemand alle opdrachten van God en Jezus op een rijtje zette.

Wat vraagt God van mensen in Matteüs?

In Matteüs zegt God eerst: neem Maria tot je vrouw.

Daarna door een engel: vlucht naar Egypte. Vervolgens: keer weer terug.

En dan geeft Jezus ook nog veel opdrachten: Ik wil dat je mij laat dopen.

Tegen Petrus: verlaat de visnetten. Tegen de man met huidziekte: ik wil dat je beter wordt.

Soms lijken Gods geboden heel duidelijk, maar wat vraagt God nu van jou in jouw situatie?

Dat kan soms heel verschillend zijn. God geeft het niet altijd om een briefje.

Maar als je thuis raakt in de bijbel, als je er met andere gelovigen over praat.

Als de weg die je wil gaan wijs en verstandig is: ga die weg dan ook.

Ook als je de uitkomst misschien nog niet helemaal weet. Begin maar.

Dus niet alleen: hoor Gods wil. Maar ook: doe er dan naar. Als je Gods wil ziet:

Ga die weg, ook al gaat het tegen je eigen belang in. Uiteindelijk is het de beste weg die er is.

Geloof je wat God zegt?

[#7] Als we verder lezen, dan staat er dat dit zo moest gebeuren.

Het was maar niet iets onverwachts, en was maar niet toevallig.

Ook al is het een bijzondere opdracht. Op deze manier gaat Gods plan in vervulling.

Matteüs die vooral schrijft voor de Joden laat zien dat zo klopt wat Hosea schreef.

Eens was het volk uit Egypte geroepen naar het beloofde land.

Hosea noemt het volk de zoon van God. Nu is die zoon van God zelf geroepen.

Zo krijgt die zoon Jezus echt helemaal deel aan het Israëliet zijn.

Het volk wist wat het was om geen thuis te hebben, om op de vlucht te zijn.

Ook voor Jezus was geen plaats, Hij moest vluchten.

Maar zo kon Hij werkelijk ons bestaan op zich nemen.

Zo werd zijn leven nu nog gespaard, zodat Hij later voor ons kon sterven.

[#8] Heel vroeger was Mozes eens zo gespaard. Alle jongetjes moesten gedood.

Maar Mozes ontkwam. God had een ander plan met zijn leven.

Hij moest zorgen dat heel het volk bevrijd werd.

Ook daar was een vijandelijke macht: een Farao die het tegen het volk opnam.

Zo is het hier Herodes die alles in het werk zet om Gods plan te dwarsbomen.

Uiteindelijk zit het kwaad erachter.

Zeker als je over het duivelse plan hoort dat zo’n 20 baby’s uit Bethlehem gedood worden.

Zo zie je dat God niet zomaar wat doet. Hij is het die het licht in de wereld brengt.

Die het licht wil doen overwinnen en het kwaad wil verdrijven. Hij stuurt aan, wijst de weg.

[#9] Geloof je zo dat God deze wereld leidt. Nee, dat is niet makkelijk.

Soms zie je nog zo weinig van het licht dat overwint. Soms is er tegenslag.

Maar in Jezus heeft God wel het licht ontstoken. Is zijn reddingsplan zichtbaar geworden.

Heeft zijn woord onder ons gewoond, als kind al!
Van kribbe tot kruis: ervoer hij wat het was om te vluchten, de lijden, de pijn te dragen.

Als je alleen bent, als je rouw hebt, als je ziet dat anderen het goed hebben en jij niet.

Als je misschien wel je wil verstoppen voor al die kitscherige kerstgedachten.

Als jouw gevecht en last het leven zwaar maakt: zie dan op Jezus en geloof dat Hij kwam voor jou.

Jozef geloofde de engel, geloofde God. Hij ging deze weg met het kind en Maria.

Wat doe jij? Geloof je dat God bezig is met zijn plan.

Dat Hij zijn volmaakte, eeuwige rijk wil laten komen?

Ga je op weg, luister je naar zijn aanwijzingen, stel je daarvoor open?

Laten we zo biddend dat God ons verlost van het kwaad, en zijn rijk wil laten komen, op weg gaan.

In vast vertrouwen dat Hij het kwaad overwint, en dat Jezus koning is.

Dat de Heilige Geest dat geloof ook in jou hart mag geven.

Dat Jezus niet alleen voor anderen, maar ook voor jou gekomen is.

Zodat wat de toekomst ook mag brengen, je je door de hand van zijn vader mag laten leiden.

Geroepen uit de ellende, op weg naar het beloofde land.

Amen!


Openbaring 3:7-13 – Wees trouw en ontvang de prijs! (Filadelfia)

september 28, 2020

Preek Heemse, 27 sept 2020

Tekst: Openbaring 3:7-13

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[1] Jongens en meisjes, Wat is het geweldig als je een prijs wint.

Als je een medaille omgehangen krijgt, als je de beker hebt.

Een teken van waardering, je hebt gewonnen.

Je hebt volgehouden en doorgezet. Je bent overwinnaar.

Wat is het geweldig wanneer je bij Jezus, overwinnaar hoort.

Dan krijg je ook een beker, een prijs, een erekrans. Dan ben je overwinnaar.

Dan mag je met Jezus wonen in de hemel, gekocht door Hem.

Wanneer het leven hier op aarde eindigt, mag je wonen bij God.

[2] Hier in Openbaring krijgt elke kerk een brief van Jezus.

Jezus staat in de hemel en heeft zeven sterren en zeven standaards om zich heen.

Zeven engelen en zeven gemeenten: elk geeft hij een eigen brief.

Een brief waar vaak bezorgdheid in doorklinkt, waarschuwingen, verwijten.

Een inleidende brief op het vervolg van openbaring, hoofdstuk 3-22 dat ze ook krijgen.

[3] Aan de gemeente van Filadelfia wordt geschreven:

Jullie hebben de Lauwerkrans! Jullie delen in de overwinning.

Dat zegt Jezus. Hij wordt hier voorgesteld als degene die betrouwbaar is.

Hij is Heilig. Hij is de zoon van God. Hij bepaalt wat er gebeurt.

Wat zou het geweldig zijn als je dat vandaag op jezelf mag betrekken.

Ik ben de champion, de overwinnaar, wij als gemeente blijven staande, ook bij moeite.

Dat Jezus ons niet hoeft te waarschuwen, maar complimenten kan geven!

[#4] Is dat nodig dan, heb ik zijn woorden nodig, dat Hij mij waardeert en beloont?

Dat hebben we zeker nodig, want kijk maar hoe Jezus zich aan het begin voorstelt.

Ik ben de heilige en betrouwbare. Ik ben degene die de sleutel van David heeft.

Als ik open, zal niemand sluiten. Als ik sluit zal niemand openen.

Eljakim was degenen die het beheer over de sleutel kreeg.

De Sleutel van David. Hij bepaalde wie erin kwam.

Toen Jezus zijn leerlingen, de apostelen instructie gaf zei Hij:

Als jullie openen, kan niemand sluiten. Als jullie sluiten kan niemand openen.

Als je geen sleutel hebt, jongens en meisjes, sta je voor een dichte deur.

Dan moet je iemand bellen: Jezus heeft de sleutel.

Wie gelooft in het Woord van Jezus, wie Hem aanneemt zal gered worden.

Mag binnengaan in de Heilige Stad Jeruzalem. Voor hem staat de poort open.

[#5] Maar wat hebben ze nu precies gedaan in Filadelfia?

Er worden geen grote dingen genoemd. Ze hadden niet geweldige dingen voor God gedaan.

Ze worden niet geprezen om hun geweldige prestaties.

Ze hadden niet heel veel geld om anderen te helpen.

Niet heel veel macht om op te komen voor gerechtigheid.

Er waren geen dingen gebeurd, waar wereldwijd over gesproken werd.

Nee, ze waren sinds hun oprichting maar een kleine club gelovigen geweest.

Zo staat het er ook: ‘ook al hebt u weinig invloed’

en een ander vertaalt: ‘ook al hebt U weinig geld’.

Wat hebben ze wel gedaan? De engel schrijft aan de gemeente.

U bent trouw gebleven aan wat ik heb gezegd en hebt mijn naam niet verloochend.

Dat hebben ze gedaan! Daar munten zij in uit! Daar krijgen ze de lauwerkrans voor!

Als Jezus uitlegt wat Hij gaat doen en wat er van je verwacht wordt, zegt in Johannes steeds:

Ik wil dat u in mij blijft en dat mijn woorden in u wonen.

Dus dat je de woorden van God, van Jezus tot je neemt.

Dat je verbonden blijft met Hem. Dat je de verkondiging van dat woord niet minacht,

Maar je elke dag en op zondag laat voeden door zijn woorden.

Ook in coronatijd niet zegt: eigenlijk zou ik moeten luisteren … maar dat je gewoon luistert.

Niet: eigenlijk zou ik moeten lezen, … maar dat je gewoon leest.

Dat je ook als de kerk zoveel te verduren heeft, op zijn grondvesten wankelt,

Als de kracht van het ongeloof en geloofsverlating om ons heen voelbaar is,

Dat je dan tegen de stroom in verbonden blijft met het woord en met Jezus.

En dat je dan zijn naam niet verloochent. Niet zegt: ik ken Hem niet. Maar enthousiast bent!

Niet zwijgt als het gaat over zijn naam. Maar niet alleen in de kerk, maar ook bij het kampvuur,

Aan de bar, bij de buren, bij het sporten, eerlijk je liefde voor Jezus laat zien.

Dat je laat merken dat je hem liefhebt met heel je hart, met heel ziel, met al je krachten.

Hem alleen, zijn naam en zijn dag. Dat je daarin trouw bent op je eigen plaats.

Paulus zegt: wie staat moet oppassen dat je niet valt (1 Kor 10:12)

En daarvoor vraagt God niet meer dan dat je trouw bent aan zijn woorden en Hem niet verloochent

[#6] En het bijzondere is dat die gemeente dan ook uitermate gezegend wordt!

Waar de meeste gemeente aan wie Paulus schrijft alleen maar met zichzelf bezig zijn.

Hun best moeten doen om zelf staande te blijven en intern verdeeld zijn.

Is deze gemeente een gemeente die oog heeft voor buiten.

Deze gemeente krijgt een geopende deur. De deur naar deze gemeente staat open!

En dat gebeurt het zelfs dat een groep Joden, die van de synagoge zijn.

Die de tegenstander van de gemeente zijn geweest en ze steeds dwars zitten.

Wat we ook steeds tegenkomen wanneer Paulus in een van die steden van Turkije komt.

Dat de mensen opeens tot het inzicht komen dat Jezus de redder is.

Ze zullen zich bij Gods gemeente voegen en neerknielen.

Ze zullen de gemeente niet bestrijden, maar zeggen: Jezus heeft deze gemeente lief.

Wij willen daarbij horen en willen dat Hij ook ons liefheeft.

Wat een wonder en wat een stimulans voor ons zendings- en evangelisatiewerk!

Toen er eens een zendeling in China kwam, vertelt J.H. Bavinck, vroeg iemand hem:

Hoe wilt u in dit enorme land, met zijn oude cultuur en oude godsdienst iets bereiken.

En toen zei hij: als mensen voelen we ons klein, maar God kan wonderen doen.

Wanneer we ons als kerken klein voelen en er maar weinig mensen naar de kerk kunnen.

Wanneer een liberale, humanistische visie op het leven het levensgevoel bepaalt.

Mogen we het van God verwachten: Hij kan ons een geopende deur geven.

Een mogelijkheid tot gesprek om het geloof te delen. Hij is tot wonderen in staat.

Als wij maar dicht bij zijn woorden blijven en die woorden in ons laten wonen.

Enthousiast zijn en uitnodigen. Trouw zijn op onze eigen plek, dan zal Hij grote dingen gaan doen!

[#7] Dan komen we bij vers 10. Hier komt die lauwerkrans, die gouden medaille in beeld.

Ik wekte misschien de indruk: deze gemeente krijgt complimenten, hier is alles welk goed.

Toch kun je ook niet zeggen: ga maar op je lauweren rusten, het komt wel goed.

Je hoeft niets meer te doen. Jullie zijn al gered. Als een soort automatisme.

Juist over de Lauwerkrans wordt gezegd: ‘niemand moet die van je af kunnen nemen!’.

De engel begint hier over de tijd van de beproeving.

Een woord dat we kennen uit het onze vader: Leidt ons niet in beproeving.

Openbaring staat er vol van hoe er tijden van beproeving zullen komen.

Juist daarom, om dat aan te kondigen is dit boek geschreven.

Van alle kanten kunnen we in het nauw komen: door rampen, door ziekten.

Vanuit onszelf kan er angst, ongeloof, onbegrip, twijfel komen.

Anderen kunnen hun opmerkingen hebben, hun kritiek, je afwijzen.

Zie dat tegenstand uiteindelijk van de duivel komt;

We hebben een vijand die wil vernietigen wat God bouwt.

Als je trouw wilt zijn aan Jezus zul je hem tegenkomen: komt er tegenstand.

Maar zegt Jezus: omdat u trouw bent geweest aan mij, zal Ik ook trouw zijn aan U.

Ik kom spoedig! Ik haast mij om te komen. De bemoediging van het eind van het boek.

Die mag ook hier al klinken. Houdt vast aan wat u hebt.

Dus niet: het zit wel goed. Maar wel … ga zo door! U hebt de belofte gekregen.

U hebt de lauwerkrans al op uw hoofd. Als U zo vertrouwt op de belofte, dan neemt niemand die af.

[#8] Tenslotte volgt er een laatste belofte:

Je zult een zuil worden in de tempel van God.

Je zult een plek krijgen in het nieuwe Jeruzalem en mag dicht bij God wonen.

Vroeger had je in de tempel ook dat er zuilen opgericht werden.

Voor elke heerser, werd ter herinnering een zuil opgericht.

Met de naam van zijn vader, zijn eigen naam en de naam van zijn stad.

De tempel werd steeds voller en wie niet belangrijk was werd weggehaald.

Net zoals hier aangesloten wordt bij de olympische spelen met de lauwerkrans,

Begreep iedereen waar je het over het als het ging om de zuilen in de tempel.

Straks op de nieuwe hemel en nieuwe aarde, in Gods tempel krijg jij een plek.

Helemaal nieuw: maar niet op eigen kracht. Het is door de kracht van God.

Dan staat erop de naam van God de vader van Jezus, de naam van de nieuwe stad

en ook de nieuwe naam van Jezus: hij die de overwinnaar is.

Misschien een nieuw beeld voor jou, voor mij in ieder geval wel.

Een beetje doods zo’n zuil, maar het laat zien: Gods tempel, zijn nieuwe stad,

Wordt gebouwd door zijn gelovige kinderen. Hoe de duivel ook tekeer gaat,

Hoe wij ook kunnen twijfelen aan de uitkomst. God is trouw.

Zijn getal komt vol. Samen met de mensen die ons voorgegaan zijn en de prijs al hebben,

Zullen we dan voor eeuwig daar wonen.

Niet uit eigen kracht, maar omdat de naam van Jezus op ons hoofd is geschreven. Amen 


kinderblad

september 13, 2020

Spreuken 6:6-11 – Ga tot de mieren, luiaard!

augustus 17, 2020

Preek Heemse, 16 augustus 2020

Tekst: Spreuken 6:6-11

Geliefde gemeente,

[#1] Maar met welke houding ga je aan het werk?

[#2] Als je een boekwinkel binnenloopt of kijkt wat er allemaal aangeboden wordt,

Dan zie je dat er nogal wat boeken en cursussen zijn die gaan over ‘levenskunst’.

Hoe werk je effectief? Hoe onderhoud je goed relaties? Hoe voed je je kinderen op?

Hoe ga je om met tegenslag en angst? Of over: verstandig omgaan met je geld en je tijd.

Zelf heb ik tijdens mijn studie veel gehad aan het boekje dat ik kreeg: studeer actief!

Van die boeken kun je veel leren. Mensen hebben dingen ontdekt, zijn wijs geworden.

Die wijsheid en ervaring geven ze door via boeken en cursussen.

Daardoor leer je jezelf beter kennen, de ander en leer je om de dingen handiger te doen.

Je leert een juiste houding, en zeker als je een opleiding doet word je zoiets ook bijgebracht.

[#3] Het mooie is dat de Bijbel ons ook zulke tips en ervaringen wil leren.

Wijsheid, die soms gewoon algemene levenswijsheid is.

Salomo heeft 3000 spreuken en 105 liederen gedicht, over planten, vogels, vissen (2 Kon 5:13).  

En ook over dieren, zoals we vandaag lazen over de mier.

Koningen van andere volken kwamen om van zijn wijsheid te leren.

Zeg maar een soort managementcursus 1000 voor Christus.

Wat is de nu christelijke van de Bijbelse Wijsheid?

Terug van vakantie lag er een artikel van Iain Duguid op mijn deurmat over:

Hoe preek je vanuit Christus over Spreuken? Hij wijst erop dat Spreuken wel allerlei wijsheid bevat.

Dingen die je ook op andere cursussen leert en in andere boeken leest.

[#4] Maar dat de basis van Spreuken anders is: het begin van alle wijsheid is het kennen van God.

Je hebt in je leven niet het doel om zo rijk mogelijk te worden.

Het doel van dit leven is niet om zo lang mogelijk te leven of het meest sportief te zijn.

Het draait in dit leven niet om de hoogste cijfers, de beste baan en het meeste succes.

We zijn hier allereerst om aarde gezet om God te leren kennen.

Om voor Hem leven, om te ontdekken wat Jezus voor ons gedaan heeft.

Om zo hem de eer te geven en God en de naaste lief te hebben.

Met dat doel voeden we kinderen op, geven we les, zijn we aan het werk.

[#5] Laten we dan teruggaan naar de centrale vraag:

Met welke houding gaan we aan het werk?

Om het simpel te zeggen: je hebt twee soorten mensen.

Degenen die altijd heel druk zijn, geen tijd nemen om te rusten en steeds maar door gaan.

Workaholics. Die voordat de éne klus, het éne huiswerk af is, al weer bezig zijn met het volgende.

Je hebt ook mensen die juist ‘lui’ zijn. Die houden van de snooze knop op hun wekker.

Die hun tijd verspillen achter de schermpjes. Die geen zin hebben om te beginnen.

Die zich graag nog een keer omdraaien of weer terug in bed duiken.

Ze hebben geen lust, geen zin, geen energie om wat te gaan doen.

[#6] Tegen die mensen zegt de Spreukendichter: Ga naar de mieren, luiaard.

Je mag nu even niets gaan doen, dat wil zeggen stil zitten en rustig gaan kijken.

Kijk daar lopen de mieren: ze zitten niet stil. Heb je wel eens een mier stil zien staan?

Een stille mier is een dode mier! 16 uur per dag zijn ze in de weer om eten te verzamelen.

Ze kunnen dingen die 50x zwaarder zijn dan zijzelf vervoeren. Zes pootjes. Mierennest, ventilatie.

Ze leggen voorraden aan voor de winter. Wij kennen vooral de bosmieren en straatmieren.

Vorige week bij de Oldemeijer liepen ze nog over mijn handdoek.

Vorig jaar konden we nog broodjes weggooien omdat ze vol zaten met mieren.

In Israël kan je nog veel meer soorten: van 1 mm tot wel zo groot als een wesp.

Er is niemand die hen aanspoort, maar ze laten geursporen achter en wijzen elkaar de weg.

Daar is de dichter vooral van onder de indruk: ze hebben geen leider, geen aanvoerder, geen koning.

Niemand spoort hen aan, en toch zijn ze met elkaar aan het werk.

In Israël had je mieren die hele voorraadkamer aanleggen met graan.

Ze knagen de korrels door, zodat ze niet kunnen ontkiemen.

Een ijverig volkje!

[#7] En als je daar zo zit, luiaard, wordt dan wijs!

Krijg dan de wijsheid van Salomo, de wijsheid van God.

Als je niets doet, zegt nog even sluimeren, nog even slapen.

Als je je omkeert in je bed als een deur in zijn scharnier.

Dan kan de armoede je zomaar overvallen.

Eerst merk je het nog niet … als je niet zoveel doet.

Maar later … je baas wordt ontevreden over je en ontslaat je.

Eerst krijg je nog misschien geen cijfers,

maar in de toetsweek moet je het bezuren als je niet trouw werkt.

Hier gaat het waarschijnlijk voor over de oogsttijd.

Wanneer je niet gaat oogsten, in de zomer geen voorraden aanlegt, dan heb je in de winter gebrek.

Denk voorruit en ga aan de slag, zodat je niet in de problemen komt.

Daarom: word wijs! Ga aan de slag, doe je taken. Maak dat je je uren en je tijd nuttig besteedt.

Voor jezelf, voor de mensen om je heen en ook in het leven met de Heer.

[#8] Zingen LB 912:1,2,3 en 6

[#9] Waarom vond Salomo het nodig om dat zo te zeggen?

Ik vond het, met deze tropische temperaturen, wel grappig om te lezen dat sommigen zeggen:

In dat warme klimaat was het soms lastiger om actief aan de slag te gaan.

Dat zullen veel mensen deze week ook wel gemerkt hebben.

Hopelijk is het als de school begint weer iets koeler, want anders is het echt lastig.

[#10] Maar verderop in Spreuken 26 lezen we meer over een luiaard:

Zo iemand zegt: er is een leeuw op de weg, er sluipt een leeuw door de straten!

Hier raken we eigenlijk aan een dieper probleem.

Soms ben je bang om aan het werk te gaan omdat je denkt: ‘ik kan het toch niet’.

Je ziet allerlei leeuwen en beren op de weg.

Vaak is het onterecht: in Nederland zijn wolven, maar de kans dat je er één tegen komt is erg klein.

Maar toch, je bent bang: je wilt graag succes hebben, je wilt graag waardering hebben.

Soms ging iets zo goed, dat je volgende keer nog weer beter wil.

Of de vorige keer ging het niet zo goed, en je wil weer kritiek voorkomen.

Dat kan je dan belemmeren om aan de slag te gaan.

Dan ben je liever als die man uit de gelijkenis die één talent gekregen had en er maar op bleef liggen.

Je gaat jezelf vergelijken met anderen je bent dan misschien niet de snelste met sporten,

de slimste in de klas, de handigste met werken,

de liefdevolste voor de ander, de netste in het huishouden.

[#11] Kijk en hier raken we aan een dieper probleem.

Achter luiheid zit soms veel meer dan je kan zien.

We leven in een wereld die goed was, maar waarin gebrokenheid kwam.

Waar de mens met moeite zijn brood verdient, in het zweet van zijn gezicht moet werken.

Uit jezelf kun je niet het grootste geluk vinden dat bestaat, kun je dat niet voor elkaar boksen.

Door de zonde is er afstand gegroeid tussen God en mens en is de liefde niet meer volmaakt.

Dat is iets waar je een verschil ziet tussen wereldse wijsheid en christelijke wijsheid.

Wereldse wijsheid is tevreden als je geleefd hebt voor de afgoden van geld, seks en macht.

Als je rijk, succesvol, geslaagd bent.

Maar de wijsheid van Christus heb je bereikt als je weer in Harmonie met hem bent,

en daardoor met jezelf en met je naaste. Dat je, ook in een gebroken wereld,

Waar pijn, moeite en angst een plek hebben: ontdekt dat je een kostbaar kind van God bent.

Dat Christus, als zoon van de timmerman gekomen is, in de werkplaats gewerkt heeft.

Met de mensen gesproken heeft en zijn leven gegeven heeft: heel de weg gegaan is voor jou.

Dan mag je daar rust in vinden. En vanuit die rust aan werk gaan.

[#12] En dan wil ik ook even de andere kant op kijken. Naar het tegenovergestelde van de luiheid.

Naar die mensen die altijd maar door rennen en draven. Geen tijd nemen voor hun naaste.

Geen tijd nemen voor God. Het is nooit klaar, het is nooit genoeg.

Ze nemen amper de tijd om samen te eten. Ze gaan steeds maar door.

Is dat dan wat God vraagt: 16 uur per dag werken, zoals de mieren?

Zeven dagen in de week? (Ik heb niet het idee dat ze op zondag rusten).

Ook dan kan je vragen wat zit er achter?

Is dat vaak ook geen angst? Voor kritiek, voor tekortschieten, voor armoede misschien?

En moet je dan maar doorhollen? Omdat je anders misschien faalt?

[#13] God wil ons leren om door Christus weer het juiste evenwicht te vinden.

Hij zelf was een God die zes dagen werkte en de aarde maakte, maar ook rustte op de zevende dag.

Jezus wees erop dat je je talenten moet gebruiken, maar kon ook zeggen:

Kom tot mij die vermoeid en belast bent, en ik zal u rust geven.

Niet dat je dan niets hoeft te doen, maar dan mag je het lichte en zachte juk dragen dat ik je geef.

Wereldse wijsheid zegt: luiheid is niet goed, want dan word je arm.

In de wereld zal men niet snel verwijten maken aan een rijke die dobberend op het cruiseschip

en balletjes slaand op de golfbaan zijn tijd doorbrengt.

Een kind van God kijkt er anders na: als je rijk bent is je doel niet bereikt.

Iedereen wordt geroepen om in beweging te komen om liefde te tonen.

En er te zijn voor zijn naaste en voor de gemeente.

Dat je dit jaar op school je best gaat doen en elkaar helpt.

[#14] Wereldse wijsheid meet het succes af aan wie het goed voor elkaar heeft.

Misschien wint een luiaard wel geld met een loterij, maar of je dan geslaagd bent?

Salomo leert: eerbied voor de Heer is het begin van de wijsheid.

Daarom geeft God ook de rustdag. Om te ontspannen. Om tijd te maken voor God.

Om op zondag God de eer te brengen, een klein beginnetje

met twee diensten aan het begin van de week.

Hopelijk bepalen die diensten je weer bij wat echt belangrijk is.

Zodat je niet lui en traag bent in het zoeken van geestelijke voeding.

Maar dat je elke dag actief de Heer zoekt. Met hem de dag begint.

Zodat je nu met hem levend, en uiteindelijk voor altijd met hem verbonden bent.

Als zijn kind, kostbaar in zijn ogen, terwijl je werken je navolgen. Amen.