Matteüs 11:20-30 – Kom tot Mij … zoals je bent!

april 6, 2020

Preek gehouden Heemse, 5 april 2020

Tekst: Matteüs 11:20-30

Geliefde gemeente van onze Heer, Jezus Christus,

[#1] ‘Je mag er zijn’, dat is een boodschap die je vandaag de dag op veel plaatsen kan horen.

Je hoort er bij, je bent waardevol, iedereen telt mee, wie of hoe je ook bent.

Dat wil nog niet zeggen dat je je zo ook altijd voelt.

Als je een foto plaatst op social media: krijg je dan wel genoeg likes?

Wordt jouw mening wel gehoord tijdens het video bellen?

Is er wel oog voor de problemen, beperking en moeite die jij ervaart?

Kun je niet soms het idee hebben: ik word niet gezien, ik ben anders, ik word niet geliked?

En God: ziet Hij ons? In ons verdriet, in onze zorgen, in onze pijn?

Toch mag je weten dat God ziet en dat je er mag zijn.

Want we geloven vooral dat je mag er zijn ‘in en door Jezus Christus’.

Omdat Hij hier echt mens is geweest, hier geleefd en gewoond heeft.

Omdat Hij zelf zei: Kom bij mij, als je vermoeid en belast bent.

Hij die door de mensen bespot, verlaten en weggehoond werd. Die stierf aan het kruis.

Laten we horen met welke boodschap Hij naar de vissers, boeren en inwoners van Galilea kwam.

Met welke boodschap Hij dus ook naar ons komt.

Je mag er zijn … in Jezus Christus

[#2] Jezus spreekt hier een grote groep mensen aan.

Uit zijn woorden begrijpen we dat hij het heeft tegen mensen uit Chorazin.

Een stadje aan het meer van Galilea, tussen de bergen, waar boeren een bestaan op bouwen.

Het ligt aan de rechteroever van waar de Jordaan het meer instroomt.

Daarnaast heeft Hij het tegen een Betsaïda, een vissersstadje, aan de andere kant van de rivier.

Daar lagen bootjes die het meer opgingen.

Het is de plaats waar Andreas, Filippus en Petrus vandaan komen.

En tenslotte spreek Jezus Kapernaum aan: de grote stad in die tijd.

Waar Romeinen, belastingbeambten en soldaten woonden.

Waar je verschillende talen kon horen spreken, Aramees en Grieks.

de plek die heel bijzonder is.

Daar heeft de zoon van God tijdens zijn optreden gewoond.

Daar liep hij door de straten, sliep hij, deed hij zijn boodschappen, preekte hij. 

Waarschijnlijk staat Hij nu ook daar te preken.

Maar wat klinkt er een oordeel uit zijn mond? Wee Chorazin, wee Betsaida.

Er zal een oordeel komen.

Op de dag van het oordeel zal het voor jullie dragelijker zijn dan voor Tyrus en Sidon

En Kapernaum, jij denk toch niet dat je (omdat Ik hier werkte) tot de hemel wordt verheven.

Het zal met jou slechter aflopen dan met Sodom en Gormorra.

Waar mensen openlijk afschuwelijke zonden pleegden.

Waarom is Jezus zo boos, waarom brengt Hij woorden van oordeel?

Is dit nu de zoon van God, die liefde is?

[#3] Jezus spreekt hier zo, juist omdat hij in deze steden zijn liefde had laten zien.

Wonderen gedaan had.

Er konden daar mensen genieten van het blad aan de bomen, die eerst blind waren.

Er waren daar bedelaars, die nu konden werken omdat Jezus genezing gaf.

Er waren daar mensen die zijn woorden konden horen, omdat Hij hun doofheid genezen had.

Er waren daar mensen met een besmettelijke ziekte, die ver van familie en vrienden geleefd hadden.

Die in isolatie hadden gezeten en bij wie je niet in de buurt mocht komen.

Mensen die door Jezus aangeraakt werden en genezen zijn.

Wat had Jezus daar zijn liefde laten zien. Wat had Hij laten zien dat hij de Messias was.

Dat iedereen voor hem telde en dat hij uit is op heelheid en genezing.

Net hiervoor had Johannes de Doper gevraagd of Jezus de redder was.

Hij had kennelijk iets heel anders, groters, indrukwekkenders verwacht.

Maar Jezus had toen juist op deze wonderen laten wijzen.

Maar wat was de reactie van deze mensen? Er was niets veranderd. Ze waren niet gaan geloven.

Ze hadden niet gezien dat Jezus de zoon van God was.

Juist omdat ze het konden weten zullen ze zwaarder gestraft worden.

Er bestaat kennelijk verschil in straf, er bestaat verschil in zonde.

Jezus was naar iedereen toegekomen, had zijn wonderen gedaan, het leven van mensen veranderd.

Maar er was geen geloof. Jezus had de mensen zien staan. Ze mogen er zijn.

[#4] Maar zij hadden Hem niet gezien. Zo kun je soms heel dicht bij de Bijbel leven.

Je kunt gedoopt zijn, uit de Bijbel horen, kerkdiensten beluisteren.

Toch kan het zijn dat je het licht van Christus niet ziet.

Dat het je niet raakt, dat het je niets doet, dat de liederen je niets zeggen.

Dat je niet werkelijk de boodschap van Jezus hebt gezien en gehoord:

niet ziet hoe Hij ook jou levend wil maken, vernieuwen, liefhebben.

Christus wijst dan met zijn vinger en zegt: pas op! Ik vraag een keus. Ik wil je redden!

Het is niet genoeg als je een leven leeft van eten, drinken, gezond en gezellig zijn.

Ik wil dat je het eeuwige leven en mijn eeuwige liefde ontdekt.

Dat je ziet waar het werkelijk omgaat.

Dat je ziet waarom ik zelfs mijn leven over had om jou dat leven te geven:

Mijn liefde voor jou is zo groot dat ik voor jou aan het kruis ben gegaan.

Maak die keus en neem mijn liefde aan!

Je mag er zijn … kom zoals je bent

[#5] Wat Jezus dan zegt is: Kom naar mij! Dus blijf niet op een afstand. Verwijder je niet.

Nee: ik geef je een uitnodiging, persoonlijk voor jou. Je naam staat erop.

Zoals je een uitnodiging kan krijgen voor een verjaardag of een bruiloft.

Ik vraag je om te komen. Om mee te gaan. Om, als je ziet dat ik de Redder ben, met mij te leven.

Let op: Hij zegt niet. Kom bij een geloof, een overtuiging, een religie nee … kom bij Mij!

Het gaat erom dat we bij Hemzelf komen.

Dat je de Here Jezus leert kennen en dat je met Hem verbonden raakt in je leven.

Dat je tot Hem bidt, dat je naar zijn woorden luistert, dat die woorden een plek krijgen in je hart.

Dat je kiest voor een leven waarin in zijn liefde gaat groeien.

Want alleen als je zo met Hem verbonden bent, ga je zijn liefde ervaren en voel je dat er mag zijn.

Wordt Hij de basis van je bestaan, de grond waarop je staat. Wordt Hij heel je leven.

Je mag er zijn … in, door en met Jezus Christus. Je mag komen, zoals je bent.

[#6] Jezus zegt: Kom bij mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan.

Wanneer Jezus oproept om te komen, dan doet hij dat voor mensen die onder lasten gebukt gaan.

Die het idee hebben dat ze er niet mogen zijn, behalve als ze eerst iets gedaan hebben.

Denk aan die kinderen die gingen zingen, studeren, houtbewerken, schilderen.

Juist in de tijd van de Farizeeën was dat het geloof geworden:

Je moet je eerst houden aan allerlei regeltjes. Ze hadden er wel 613.

En Jezus zegt: jullie zijn te beroerd om een vinger uit te steken om mee te tillen.

Alleen als je binnen de lijntjes liep, als je niet anders was, als de regels hield mocht je er zijn.

En wat is het vermoeiend als je van buitenaf regels opgelegd worden.

Als het geloof: moeten, moeten, moeten wordt.

Als je naar de dienst luistert omdat het moet, als je vrijwilligers werk doet omdat het moet,

als je geld geeft omdat het moet. 

Wie zich constant moet bewijzen, wie opgejaagd wordt die wordt moe.

Die voelt zich snel minderwaardig en niet gezien of gehoord, denkt dat je er niet mag zijn.

Ga elkaar geen regels opleggen die meer zijn dan God vraagt: als het gaat over manier van preken;

Als het gaat over met je handen omhoog zingen; als het gaat over instrumenten.

Als het gaat over aandacht voor jong of oud. Laat het niet zo zijn dat je zegt:

zo moet het want zo ben ik het gewend. Leg elkaar geen lasten op.

Maar er is soms niet alleen een last van buitenaf. Je kunt ook vermoeid zijn van binnenuit.

Dat je zo graag liefde wil tonen, dat je het goede wilt doen, dat je naar Gods wil wil leven.

Maar toch is er dan steeds weer die zonde, die misstap. Voel je pijn over je fouten.

Raak je vermoeid en krijg je verdriet in je hart over wat fout is. Overtuigt Gods Geest je van zonde.

[#7] Maar dan zegt Jezus kom bij mij: en ik zal je rust geven.

Ik ben nederig. Ik ben zelf de weg gegaan om je te redden.

Ik ben de minste geworden en gaan dienen. In mijn woorden.

Maar ook in mijn daden. Als de leerlingen zelf niets doen, ga ik zelf de voeten wassen.

Ik geef mijn leven, juist om te zorgen dat je eeuwig kan leven.

Hij geeft je een uitnodiging, slaat een arm om je heen, wil je tot leven wekken.

Laat je zijn wie je bent, zoals je in God bedoeld bent.  

Je mag er zijn … in liefde voor God en je naaste  

[#8] Er is maar één ding dat ik vraag: kom bij Mij. En dan geef ik je mijn juk.

Er komt wel een andere last die Jezus oplegt.

Dat lijkt niet te kloppen. Moet je dan toch iets dragen en doen?

Vraag Jezus dan toch iets?

Ja, maar het is geen zware last, waardoor je langzamer gaat lopen.

Waardoor het leven zwaar wordt. Een juk helpt je om iets te vervoeren.

Om bijvoorbeeld water naar de juiste plaats te brengen.

Een juk is een hulpmiddel, waardoor je de lasten van het leven beter kan dragen.

Zo helpt Jezus je om het goede te doen.

Bovendien is het zacht. Het past precies om je nek. Het zit goed.

Het is een lichte last: het is niet te zwaar.

Zo krijgt je zelf ook een leven in de goede richting.

Van liefde, van verwondering, van omzien, van geven, van delen.

Juist wanneer je gelooft dat je zonden vergeven zijn, gedragen aan het kruis.

Juist wanneer je Jezus liefde voor jou ontdekt en gelooft dat je er mag zijn.

Kun je er zijn voor anderen: neem je die houding, dat juk van Jezus over.

Wil je zijn voorbeeld volgen, zeg je: Jezus ga mij voor, deze wereld door.

Achter Hem het kruis te dragen, dat licht is omdat Hij het droeg!

Door anderen liefdevol te ondersteunen, door die aandacht.

Door het geduld, de vergeving, het samen opnieuw beginnen.

[#9] Je mag er zijn. Het zit in ons om op te kijken naar helden, wijzen, machthebbers.

Maar keer op keer staat in dit stuk dat Jezus er gekomen is voor gewone mensen:

Vers 5: aan armen wordt het goede nieuws bekend gemaakt.

Vers 8: Johannes was niet in dure kleren gekleed, dat zijn alleen koningen.

En vers 25: Vader ik loof u. U hebt dit goed nieuws voor wijzen en verstandigen verborgen gehouden,

Maar aan eenvoudige mensen geopenbaard.

Niet diegene die het gemaakt heeft, die alle macht heeft, die veel volgers heeft …

Maar u, jij en ik. Gewone mensen. Met hun vragen, pijn, verdriet, onmacht, bezorgdheid.

In tijden van voorspoed, maar ook van ziekte, rouw en verdriet.

Je mag geloven dat Jezus voor jou gekomen is. Dat Hij je wil dragen en redden.

Dan mag je God aanbidden en loven, samen met Jezus:

U leidt de geschiedenis. U bent hebt U liefde laten zien, juist ook door het kruis.

In uw liefde mogen leven.  Amen


Lucas 15:1-7 – Oordeel niet, maar weet je gevonden door Jezus.

februari 16, 2020

Preek gehouden in Heemse, 16 februari 2020

Tekst: Lukas 15:1-7

Geliefde gemeente van de goede Herder, Jezus Christus,

[#1] Binnen een gemeente worden heel wat gesprekken gevoerd.

Ook door ouderlingen, diakenen en bezoekers.

Misschien staan ze binnenkort ook wel bij jou voor de deur en bied je hen koffie aan.

Maar wie zoek je op en waar praat je over?  

Dat is niet altijd makkelijk, dat is soms zoeken. Wanneer is een gesprek goed?

Wat je vraagt is dan heel belangrijk!

Blijven je vragen aan de oppervlakte over het weer, de vakantie, over de buren of gemeenteleden of de griep die rond gaat?

Of kom je bij dingen die je echt bezig houden. Dat je denkt hij/zij hoort mij? Dit zijn mijn vragen!
Hier lig ik wakker van. Hier zou ik in geholpen willen worden.

 [#2] Wat zijn nu goede vragen, hoe lukt het om echt met de ander in contact te komen?

Ik googlede een tijd terug wat op internet en kwam een leerzaam filmpje tegen van AKZ-plus. https://www.weetwatjegelooft.nl/les/het-pastorale-gesprek/

Daar hadden ze ook een gesprek gefilmd: een jong stel zat op de bank.

Een pastoraal werker kwam op bezoek en ze vroeg: ‘Vertel eens wat jullie bezig houdt.’

Ze vertelden dat ze wilden gaan trouwen, maar het was allemaal wat lastig.

Toen ze elkaar twee jaar geleden leerden kennen had de jongen al een dochter uit een eerdere relatie.

Nu wilden ze heel graag samen trouwen, juist ook met God erbij. Ze hadden hem leren kennen.

Maar ze hadden een enorme bak kritiek gekregen van de kerk.

Brieven van mensen die hen niet eens kenden. Die ze nooit hadden gesproken.

Mensen die zeiden dat ze het echt helemaal mis hadden.

Ik vond het mooi hoe de bezoekster allereerst heel hartelijk hen feliciteerde met hun voorgenomen huwelijk en dat zich daarna een gesprek ontspon. Dat dan ook duidelijk wordt dat je niet altijd zelf voor een scheiding kiest. Een gesprek voor het aangezicht van God.

[#3] Zo’n situatie van die jongen dat meisje dat gaan samenwonen kun je zien als lastig.

Hoe moet je hiermee omgaan? Net als bijvoorbeeld met die jongen die uit de kast komt.

Die heel graag met God wil leven, maar aan het zoeken is wat een goede weg is.

Die al snel door de manier van praten het idee krijgt dat hij niet erg welkom is.

Zoals die moeder van de week in de krant zei: opeens werd onze zoon beleid.  

Hij moest in die gemeente zelfs gelijk stoppen met het jeugdwerk en al zijn activiteiten.

Of hoe ga je om met iemand die ontslagen is. Haar leidinggevende was absoluut niet tevreden over haar. Ze kwam elke keer te laat, stond tijdens het werk de hele tijd te appen.

Ze liep de kantjes ervan af en leverde geen goed werk. En als je haar ernaar vroeg?

Dan gaf ze geen antwoord of loog over wat ze gedaan had. Haar leidinggevende was het vertrouwen kwijt.

Hier kon ze niet langer mee werken. Het meisje zat thuis op de bank. Voelde zich aan de kant gezet.

Besefte ook wel dat ze het zelf niet goed gedaan had, maar … ze kon volgens hem niet anders.

[#4] Drie verschillende situaties. Drie situaties waar je als je op bezoek komt wat te bepraten hebt.

En dat zijn ook situaties die voorkwamen in de tijd van Jezus.

We lezen daar dat alle zondaars en tollenaars naar Jezus toekomen.

Kennelijk kunnen ze niet bij de Farizeeën en Schriftgeleerden terecht.

Die hebben de mensen opgedeeld in twee groepen:

Mensen die netjes volgens de regels leven, volgens het beleid.

Die niet afwijken van de norm, niets raars doen, zich houden aan de wetten.

Een groep van mensen die daar moeite mee heeft. Die anders is of fouten heeft gemaakt.  

Mensen die van het rechte pad afwijken en voor wie het leven niet zo makkelijk loopt.

De mensen die het goed deden konden wel bij de Farizeeën terecht. Maar de anderen?

Die werden betiteld als zondaars: mensen aan wie een vlekje zat, daar liepen ze omheen.

Maar wat doen al die mensen? Ja er staat: alle (!) zondaars en tollenaars.

Ze naderen tot Jezus, ze gaan naar hem toe, ze komen dichtbij hem.

Hij praat met hen, Hij eet met hen. Bij Hem kunnen ze wel terecht.

Hij stelt hen vragen, wijst hen de weg, geeft hen raad. Hij ontvangt ze.

Drinkt koffie met hen, breekt zijn brood met hen, schenkt de wijn voor hen in.

Het gaat de Farizeeën veel te ver! Hoe is dit mogelijk? Wat erg.

En ze mopperen, ze spreken er schande van. Niet maar zachtjes.

Maar ze zijn luid door elkaar aan het morren. Moet je dat toch zien!
Wat een schande! Zo hoort dat niet. Ze hebben hun oordeel klaar.

Net zoals toen Jezus met de kleine Zacheüs ging eten en drinken.

Een belastingbeambte, die heulde met de bezetter en veel te veel geld vroeg.

Jezus hoort het wel. Hij ziet de Farizeeën wel praten en oordelen.

Maar … hij wil ze op andere gedachten brengen. Hij wil ze aan het denken zetten.

[#5] Zijn zij nu de herders, de pastors van Israël? Geven zij nu goede leiding?

Jezus vindt hen slechte leiders, zoals in Ezechiël.

Hij gebruikt een voorbeeld dat je in Israël overal om je heen kon zien gebeuren.

Wat hier vroeger in de omgeving, toen er nog meer wilde gronden waren ook gewoon was.

Een herder trok er ’s morgens met een kudde op uit.

Ze gingen niet alleen, want dan kon er een wolf komen die er zo tien dood beet.

De herder had zijn hond bij zich. Hij wees aan wat de goede weg was, waar het beste voedsel was.

In Israël kon je in de winter dan ook in de woestijn trekken. Dan was het niet zo warm.

Dan was er meer regen en groeide op de plaatsen die zomers verdord waren ook gras.

Maar dan aan het eind van de dag, komt hij erachter dat er één schaapje mist.

Dat kon gebeuren. Als je er honderd hebt, dan raak je er wel eens een kwijt.

Dat is het bedrijfsrisico. Een is ziek geworden. Of heeft iets gebroken. Nu is er één weg.

Het is verdwenen. Het is kwijt. En wat doet de herder dan?

Hij laat die 99 schapen achter. Zonder herder, zonder zorg.

In de woestijn.

En hij gaat zoeken. Op zoek naar dat éne schaapje.

Hij zoekt net zo lang tot hij het gevonden heeft.

Hij kijkt. ‘Daar bij die struiken, waren ze vandaag ook nog.’

Of zou het schaapje richting dat meertje gelopen zijn?

Of nee wacht, we kwamen langs die afgrond, zou het daar gevallen zijn.

Het is zomaar een paar uur verder. Straks wordt het donker.

Dat eigenwijze schaap ook. Waarom had het niet beter opgelet.

Zal hij maar weer terug gaan? Zal hij maar voor die 99 gaan zorgen?

Dit kost hem zo veel te veel tijd. Hij kan zijn tijd wel nuttiger besteden.

[#6] Maar dan, als het al schemert, dan ziet hij het schaapje liggen.

Verstrikt in de struiken. Het blaat van angst.

Hij maakt het schaapje los en tilt het op zijn schouders.

Wat is hij blij dat hij het schaap gevonden heeft.

Een glimlach komt op zijn gezicht. Alle moeite is hij vergeten.

Wat een vreugde, wat een blijdschap. En thuis nodigt hij iedereen uit.

Samen eten en drinken ze, samen vieren ze feest.

Het schaap was verloren, maar is gevonden. Wat is hij blij!

[#7] Als je dit zo hoort komen er een paar vragen op.

Het is eerst wat je kunt vragen is: wat voor schaapje ben ik?

Ik las van de week deze tekst met iemand en die zei: dit gaat echt over mij!
Ze herkende zich in dat schaapje dat kwijt was en nu gevonden was.

De jongen uit de inleiding die al een kind had, die voelde zich gevonden door Jezus.

Degene die zonder werk zat: voelde zij zich ook gezien en opgezocht?

De Farizeeën verdelen de mensen in twee groepen: je hoort erbij als je op het pad blijft.

Als je je niet aan de regels houdt, dan ben je op de verkeerde weg.

Jezus houdt dat vast, maar zegt juist: als je een zondig bent, ben Ik voor jou gekomen.

Straks vertelt Jezus over de oudste zoon die altijd bij vader thuis was.

En over de jongste zoon die het huis uit ging, zijn vader hielt hem niet tegen.

Maar zijn leven ging helemaal mis, en hij belande bij de schillen van de varkens.

Totdat hij zich omkeerde en zich liet vinden.

Wie ben jij? Welke weg ga jij? Ben je je bewust van de keuzes die je maakt.

Ben jij als schaapje misschien op zoek naar een weg zonder de herder?

Of heb je vertrouwen in de goede herder en laat je je leiden?

We zingen straks: ‘Kom tot de Vader!’ Alle zondaars kwamen naar Jezus.

Ik hoop dat jij ook nadert tot Jezus, dichterbij komt, Heer ik kom tot u.

En dat je je laat vinden door de goede Herder. Dat je zijn genade ziet.

De zondaars en tollenaars kwamen. Waarom? Omdat Jezus hen niet afwees maar juist zijn liefde gaf.

Hij kon helpen met raad en gesprek. Hij kon helpen om hun leven op de rit te krijgen.

Om vanuit de liefde die zo ontvingen ook liefde door te geven.

[#8] Een tweede vraag die heel belangrijk is, is de vraag of je je gedragen voelt.

Zie je wat de herder doet als hij het schaap gevonden heeft.

Hij legt het op zijn schouders. Hij houdt het stevig vast.

Zoals God gezegd had dat Hij zijn volk zou zoeken en redden.

In zijn arm de lammetjes zou dragen. Zo draagt Jezus dit schaapje op zijn schouders.

Met vreugde! Een glimlach op zijn gezicht.

Je kunt in dit leven van alles meemaken. Je kunt ziek worden, onzeker zijn over de toekomst.

Behandelingen moeten ondergaan. Je eenzaam voelen. Je kunt aan een graf moeten staan.

Je kunt het gevoel hebben zelf de weg te moeten zoeken en dat je verdwaald bent.

Je kunt pijn hebben en merken hoe kwetsbaar je leven is.

Met problemen op je werk, Kan al je vertrouwen en zekerheid weggeslagen worden.

Je kunt je veroordeeld en afgewezen voelen door anderen.

Maar besef je dan, dat Jezus je niet alleen laat.

De God van het verbond gaf zijn belofte. Hij stuurde zijn zoon naar deze wereld.

Hij laat niet los het werk van zijn handen. Hij laat jou niet los, Hij laat anderen niet los.

Hij gaat zoeken en Hij blijft zoeken. Hij zet door. Het werkt van alle eeuwen volvoert zijn hand.

Hij zegt: ik zal er zijn. Ik geef alles op, Jezus gaf de hemel, zijn leven op, om jou te vinden.

Genade zo oneindig groot, gaf U voor mij.

Zo mag je je veilig voelen in de schaduw van de allerhoogste. Zo mag je je gedragen voelen.

Wat zegt dit beeld ontzettend veel: Rust. Warmte. Vrede. Liefde. Veiligheid. Bescherming. Thuis komen. De Goede Herder heeft oog voor de enkeling, dat ene verdwaalde lam, dat zoekt Hij, draagt Hij, verzorgt Hij en koestert Hij. Met een glimlach op zijn gezicht.

[#10] De laatste vraag die je je kan stellen is: Welke houding neem ik zelf aan?

Jezus laat niet alleen zien dat Hij degene zoekt die achterblijft en alleen is.

Hij laat ook zien dat hij de houding van de Farizeeën afwijst.

De houding van het beter weten en met een boog om anderen heen lopen.

Nee, hij zegt niet dat hij niet om die 99 andere schapen geeft.

Zoals hij liefde heeft voor de oudste zoon die altijd thuis is,

Zo heeft hij ook liefde voor de 99 schapen. Voor heel zijn volk.

Maar hij heeft geen liefde, geen genade voor de mensen die zelf ingenomen zijn.

Als ze denken: zie mij eens goed zijn, zie mij eens goed leven.

Als ze denken het zelf wel te kunnen en zich beter voelen.

Dan hebben ze niet in de gaten wat hun echte probleem is.

Dat ze zelf ook genade nodig hebben. Dat ze zelf Gods liefde nodig hebben.

Op het moment dat ze dat in de gaten hebben, dan is er ook voor hen vreugde in hemel.

Hoe zijn wij gemeente met elkaar?

Er gebeurt er veel moois: voor die gehandicapte, die asielzoeker, die eenzame,

die zoekende, die jonge moeder. Wat worden er een mooie gesprekken gevoerd.

Soms word je er stil van. Wat fijn als je om hulp vraagt of hulp geeft.

Maar soms dan mis ik die houding in de kerk.

Als ik eerlijk ben, zie ik nog niet gelijk drommen zwakke mensen aan de deur kloppen.

Merk ik dat iemand in de kerk kan komen, maar niet aangesproken wordt en zonder één woord weer naar huis gaat. Waar hij of zij misschien al de hele dag alleen is. Soms merk is dat mensen hier jaren komen, maar bijna geen contacten hebben. Zich eenzaam kunnen voelen. Een verloren schaap. Soms merk ik dat mensen bang zijn voor het oordeel of de mening van anderen. Zullen we leren van Jezus? Van zijn genade? Als ouderling, als diaken, als pastoraal bezoeker. Maar allereerst als kind van God, gevonden door Jezus. Dat je liefdevol, omarmend er bent voor de ander. Bijvoorbeeld vraagt: zullen we wat gaan drinken, samen ergens gaan eten? Dat vraagt misschien zoeken, hindernissen overwinnen, weerstand doorbreken, volhouden, jezelf overwinnen: maar wat is het geweldig als je volhoudt en de ander werkelijk kan ontmoeten. In gesprek komt en samen God kan danken voor de genade van Christus waarvan we mogen leven. Dan is het feest in de hemel, Halleluja.  Amen!


Lukas 16:9 – Maak vrienden met dat ellendige geld

januari 29, 2020

Preek gehouden Heemse, 19 januari 2020

Tekst: Lukas 16:9

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] De Congolese predikant Jean Pierre Kanyiki was in 2020 te gast op onze Synode.

Voor het eerst was hij in Nederland, ja zelfs voor het eerst in Europa.

Hij mocht ook een keer preken in Nederland en wilde dan preken over de onrechtvaardige rentmeester. Hij wilde de mensen erop wijzen dat werk, dat je baan een ‘corde fragile’ is, een kwetsbaar draadje, dat elk moment kan breken. Het is mooi om dat uit zijn mond te horen en vanuit die achtergrond over deze tekst na te denken.

Het is niet zo’n heel bekend verhaal. Het is ook best een ingewikkeld en lastig verhaal was. Vanuit kinderwerk kwam ook de vraag: leg eens uit wat deze tekst betekent, want in de voorbereiding lopen we al vast. Hoe kan de meester over iemand die niet eerlijk is toch zeggen: goed gedaan!

[#2] Waarom was het mooi om ds. Kanyiki dit te horen zeggen? Hij had in de loop van de synodeweek veel verteld over de situatie in Congo nu. Het land heeft nu wel een betere president, maar die president heeft moeite om overal zijn macht te laten gelden. Er zijn gebieden waar er steeds weer oorlog is. Bovendien probeert de Islam invloed en macht te krijgen, door Moslims het land in te sturen en die te laten trouwen met christelijke meisjes en daardoor meer macht te krijgen. Economisch gaat het niet goed en de mensen leven in grote armoede. Een collecte van een kerk van 150 mensen levert misschien 2 euro op. Er is veel werkloosheid. Bovendien is er veel werkloosheid en op dit moment wordt het land getroffen door de mazelen, op veel plaatsen is er verdriet omdat kinderen hierdoor om het leven komen. Als kerk proberen ze ervoor zorgen dat die mensen een begrafenis krijgen, maar ze hebben er bijna geen geld voor. Uit zijn mond begrijp je de woorden: je bezit, je leven, je werk … het is een dun draadje, je bent het zo kwijt.  

[#3] Als je dan voor het eerst in Nederland bent, dan zie je dat we het hier goed hebben.  Hier hoef je je veel minder zorgen te maken. Er zijn nog nooit zoveel mensen aan het werk geweest in Nederland als in het afgelopen kwartaal. Er zijn allerlei soorten uitkeringen en pensioenen. De export van de agrarische sector is bijna 100 miljard euro. We worden ingeënt tegen de mazelen en steeds is de beste medische zorg voor handen. We leven in een tijd van welvaart, rijkdom, voorspoed en als er een collecte langskomt gooi je er misschien zelf al wel 2 euro in. Dan kun je zomaar je veilig voelen bij je geld, je baan, je gezondheid en een Zwitserleven gevoel hebben bij het leven hier in Nederland. Maar klopt dat … of moet je ook hier zeggen: eigenlijk is je werk, je gezondheid, je leven maar een kwetsbaar draad dat zo verbroken kan worden?

[#4] Ik denk dat je daar uiteindelijk ja op moet zeggen. Jezus heeft eerder verteld over die rijke man die enorme schuren aan heeft laten leggen, maar toen hij wilde gaan genieten van zijn rijkdom en pensioen, toen nam God hem plotseling weg. Zo geldt dat van ons mensen: je kunt je werk, je gezondheid, je vrienden, je leven hier op aarde kwijt raken. Wat een verdriet als iemand jong uit het leven wordt weg genomen. Kun je dan meer zeggen dan ‘Cheers to the one’s that we lost’, laten we op hen drinken en herinneringen terugbrengen? Toen Jezus Christus hier op aarde was vertelde hij dat er een leven na dit leven is. Maar hoe kunnen we nu deel krijgen aan die eeuwigheid? Wat vertelt Jezus ons als het gaat om de eeuwige tenten, de plaats waar je eeuwig gelukkig zult worden. Of je nu geboren bent in Israël, in Congo of in Nederland.

[#5] Het eerst wat Jezus doet is ons voorstellen aan iemand die zijn werk, en dus zijn toekomst kwijtraakt. Hij is net ontslagen. Het is geen slaaf, want zo iemand kun je niet ontslaan, die verkocht je. Het is een werknemer, of een vrijgelaten slaaf. Hij was de dienaar van een rijke man, die veel grond bezat en veel goederen. Die grote partijen graan en olie verhandelde. En of je nu een éénmanszaak hebt of een groot bedrijf, op het moment dat je administratie niet op orde is, krijg je snel problemen. Met de belasting, met je vermogen, alleen de klanten zullen niet klagen als ze geen nota ontvangen voor hun geleverde diensten. Deze man, was de beheerder van het geld van de goederen, hij wordt hier econoom genoemd en hij wordt ontslagen omdat hij het geld niet goed beheert heeft. Hij heeft het niet gestolen, maar hij is er niet goed mee omgegaan. Nu zit die man in de problemen. Hij heeft geen toekomst meer.

[#6] Iemand zei: dat kun je eigenlijk vergelijken met de situatie waar wij in zitten. We hebben een kwetsbaar leven. Een leven kan zomaar afgelopen zijn. En als je dan moet beoordelen hoe je geleefd hebt. Kun je dan zeggen: Heer, ik heb alles goed gedaan, laat mij bij u thuis wonen? In alles wat ik gedaan heb, was ik hetzelfde als U, Here Jezus, vol van liefde, vol van geduld, vol van goedheid. Ik wilde graag op U lijken en dank U dat me dat ook lukte. Nooit deed ik iemand onrecht, nooit heb ik wat laten liggen, wat ik aan goeds kon doen. Ik leefde in het licht, als een kind van het licht, en deed nooit iets wat anderen beter niet van mij kunnen zien of horen, ik deed nooit dingen van de duisternis. Ik denk niet dat iemand dat kan zeggen. Net hiervoor vertelde Jezus over de verloren zoon: die van huis wegliep, die zijn geld verkwistte (hetzelfde woord dat hier voor die beheerder wordt gebruikt, die het geld van zijn meester verkwistte). Hij ging feesten, drinken, verliet zijn vader. En uiteindelijk moest hij zijn hand ophouden eten van de schillen. Dat is iets waar de beheerder ook bang voor is dat hem zal overkomen. In die zin zijn we verloren en ontslagen als de zoon en als de beheerder als je naar ons leven kijkt.

[#7] Maar wat gebeurt er dan? Dan gaat deze man een plan bedenken. Hij gaat vooruit kijken en iets bedenken om toch nog toekomst te hebben als dat kwetsbare draadje van zijn werk is doorgeknipt. Hij overweegt een paar opties. Ik zei al, hij kan gaan bedelen, zijn hand op gaan houden, maar daar schaamt hij zich voor. Hij had juist een mooie baan, was beheerder van grote bedragen geld, dan wil hij niet langs de kant van de weg gaan zitten. Hij kan zijn handen ook gaan gebruiken: het land gaan bewerken. Maar zie je dat al voor je? Die man met zijn witte boekhoudershanden, misschien wel twee linkerhanden, waar geen eelt op zit en geen kracht op zit? Hij ziet het zelf niet gebeuren. Zijn hand ophouden wil hij niet, en zijn handen gebruiken kan hij niet. Dus moet hij een list verzinnen, een andere oplossing.

[#8] Hij gaat vriendschap kopen. Hij is nog niet ontslagen. Hij heeft de handtekening, het stempel van zijn Heer nog. Het is een zooitje in de administratie, maar de mensen weten wel dat ze nog schulden hebben. Hij gaat met het geld van zijn werkgever de mensen omkopen.

Er komt iemand binnen en hij vraagt: Hoe groot is je schuld? Honderd vaten olie. De beheerder zegt: schrijf snel vijftig vaten op.

Een ander kwam binnen en hij vraagt hoeveel is jouw schuld: honderd zakken graan en hij zegt: maak er snel tachtig van. De rekening wordt veranderd.

En zo doet hij met iedereen die schuld heeft.

Ze krijgen enorme bedragen van hem en nu heeft hij vrienden gekocht … straks als hij geen werk meer heeft zullen ze hem bij hem thuis uitnodigen, zullen ze hem te eten geven, zal hij een dak boven zijn hoofd hebben. ‘Geldeloos vriendenloos’ is een uitdrukking, maar hij heeft het geld van zijn baas gebruikt om vriendschap te kopen.

[#9] En als zijn meester ervan hoort? Wat zegt hij dan? Hij heeft hem al ontslagen, dus zoveel kan hij niet meer doen. Hij kan hem misschien nog martelen, of verrot schelden. Maar wat doet hij? Hij prijst de oneerlijke beheerder. Je hebt het goed gedaan. Je hebt het probleem slim opgelost. Hoe kan hij dat nou zeggen? Het is een ingewikkelde tekst. Je kunt toch moeilijk zeggen dat hij goed heeft gedaan? Dat dit mag? Dat dit een voorbeeld is? Maar toch zei hij het. Maar let op het woordje slim. Daar prijst hij hem voor. Net zoals wanneer je hoort van een bankoverval, zoals bijvoorbeeld op 4 maart in Oudenbosch bij de Rabobank. Twee bewakers waren omgekocht en zetten het alarm uit toen de boeven naar binnen gingen. Toen ze een paar uur later weer naar buiten gingen zetten ze weer het alarm uit. De boeven hadden de bewakers omgekocht met geld en voor miljoenen gestolen. 300 kluisjes leeggehaald. Wat slim gedaan, wat een ingenieus plan. Je moet er intelligent voor zijn, alles doordenken. Ze winnen er niet een prijs mee voor liefdadigheid, ze duperen veel mensen, maar dat het slim was, dat kun je niet ontkennen. De bewakers gaan voor vier jaar de cel in, en zij zitten, met de buit in het buitenland en zijn nog steeds niet gepakt.

[#10] De kluisjesrovers zitten misschien op een of ander tropisch eiland en hadden hun toekomst veilig gesteld. Ze hebben een mooie aardse toekomst geregeld. De beheerder uit de bijbel had gedacht aan zijn toekomst, en had nog onderdak toen hij ontslagen was. De eigenaar vind het vast niet fijn dat zijn geld misbruikt is, maar het was wel slim. De kinderen van de wereld denken aan hun toekomst, verstandiger dan de kinderen van het licht. Wat is het belangrijk dat je als kind van het licht ook aan je toekomst denkt. Dat je, als straks de mammon (vertrouwen!), het geld, er niet meer is, als het ‘zilverkoord’ wordt doorgeknipt (Prediker 12) weggenomen. In Congo zie je misschien makkelijker dat die tijd een keer komt. Hier in Nederland moeten wij eraan ontdekt worden: zorg ervoor dat je toekomst geregeld is. Je hemelse toekomst, dat je kan wonen bij God. In de eeuwige tenten zegt Jezus. Een mooi beeld: een tent, waar je onderdak vindt, waar je samen bent, waar je thuis bent. Een Vader die je met open armen ontvangt. Ben je daar ook mee bezig? Stel je je vertrouwen wat betreft de toekomst op je pensioen, je geld, je diploma’s, je werk? Hier op aarde heb je het wel nodig: wat heftig als iemand ziek wordt, als je geen werk heb. Wat kun je je ellendig voelen als je weer afgewezen wordt. Wat kun je balen als je een dure reparatie aan je auto hebt. Als je je examen net niet gehaald hebt. Maar uiteindelijk valt alles een keer weg … ben je dan welkom in de eeuwige tenten?

[#11] Wat moet ik dan doen? Hoe ben ik dan welkom? Jezus zegt: maak je vrienden met die onrechtvaardige mammon. Jezus noemt het geld onrechtvaardig, de BGT zegt: gebruik dat ellendige geld om vrienden te maken. Wanneer jij het geld dat je gebruikt, geeft aan iemand die het moeilijk heeft, die het nodig heeft, dan zijn ze je dankbaar. En wanneer je dan sterft, dan heb je nog steeds wat aan dat geld, want dan zijn de mensen die je geholpen hebt je enorm dankbaar, en ze heten je van harte welkom in de hemel, ook al zijn ze misschien nog op aarde, want je hebt je geld goed gebruikt. En wat nog belangrijker is, is dat wat Jezus zegt in Matteüs 25 wanneer je zo iemand die geen kleren had kleding gaf, die hongerig was te eten gaf, wanneer je een dorstige te drinken gaf, en een vreemdeling onderdak gaf, wanneer je dat voor iemand anders gedaan hebt: dan heb je dat eigenlijk voor Mij gedaan. Dan heb je vrienden gemaakt hier op aarde, maar heb je ook een vriend in de hemel gevonden. Jezus Christus. Dan heb je gedaan wat hij van je gevraagd heeft. Dan heb je werkelijk je druk gemaakt om een goede toekomst en ben je welkom in het huis van mijn vader. Wanneer je zo met mij verbonden bent heb je werkelijk een goede toekomst.

Ik hoop dat het je lukt om er zo voor de andere te zijn. Voor die Syrische vluchteling bij jou in de straat, voor dat meisje in de rolstoel, voor die oudere die alleen woont, voor die vrouw die schulden heeft, voor die man met weinig contacten, voor die jongere met psychische nood, voor dat meisje met een beperking. Hoe druk ben je met je eigen leven en aardse vrienden die wat voor jou terug kunnen doen, en hoeveel doe je voor mensen die niet zoveel terug kunnen doen. Hoeveel geld en tijd geef je aan hen?

[#12] Ja maar … we kunnen het toch niet zelf verdienen? We zouden toch ook ontslagen worden als je kijkt hoeveel liefde we tonen? We zijn toch vaak drukker met aardse dingen, dan met de hemelse toekomst? Gaan we niet naar huis met een te zware opdracht, een dolksteek in je buik, een moeilijk gevoel … worden vermoeide pelgrims nu niet een nieuwe last opgelegd? Ik hoop het niet.

{#13] Want doordat je ontdekt wat werkelijk belangrijk is mag je rust krijgen als het gaat om aardse zaken. Je hoeft niet maar steeds te werken voor een groter, beter mooier aards leven. Kijk naar de vogels, zei laatst iemand tegen mij, en ze had een plaatje als achtergrond van haar telefoon gebruikt: zal God niet voor mij zorgen. Voor mijn werk, voor mijn huis, voor mijn inkomen, als er schulden zijn, als ik het niet begrijpt. Zijn plan met mij staat vast. Hij laat mij niet los.

En: je vindt Jezus als vriend. Als Vriend met een hoofdletter. Hij is het die een streep door je schulden zet. Hij is het die zegt: ik neem al je schulden over. Je mag leven van genade. Net hiervoor sprak Jezus tegen de Farizeeën over de verloren Zoon die thuiskwam. Nu spreekt hij tot kinderen die al thuisgekomen zijn, tot zijn leerlingen. De genade is Hij niet vergeten, Hij wil alleen graag dat wij die ook niet vergeten en dat je ontdekt wat werkelijk belangrijk is op aarde. Dat je steeds vanuit zijn liefde, liefde toont voor de ander, want zo heeft Hij ook ons liefgehad. Amen


Psalm 90 – Oudejaarsdag

januari 29, 2020

Preek oudejaarsdag 2019, Heemse

Tekst: Psalm 90

Geliefde gemeente van de Heer Jezus Christus,

[#1] Voordat we dit jaar afsluiten kijken we eerst nog één keer om.

Nog één keer blikken we terug, en dan is er weer een jaar, een decennium voorbij.

Onze Psalm bepaalt ons erbij hoe snel het gaat.

Het is soms net als de tijd ’s nachts. Ongemerkt ben je weer een paar uur verder.

Het maakt mij wat nostalgisch, over beter gezegd wat weemoedig.

Wat betekent dat nu weer? Vroeg iemand.

Ik vroeg: Heb jij dat niet bij oud en nieuw dat als je terugkijkt: wat is dit jaar weer voorbijgevlogen.

En hij zei: ja, inderdaad, de tijd gaat eigenlijk best wel snel.

Als het zo snel doorgaat, ben je voordat je het weet, alweer gestorven.

Dat het einde van je leven hier op aarde komt.

Zoals er dit jaar veel mensen overleden zijn: binnen onze gemeente, we zullen er straks bij stilstaan.

Ook anderen stierven, zoals de theoloog Willem Velema en de advocaat Derk Wiersum

De zangeres Kinga Ban van Sela, maar ook Jeffrey Epstein en Abu Bakr Al Bahadi van IS.

[#2] Deze psalm is een lied van Mozes. Hij benoemt niet een speciaal probleem,

maar het lot dat een ieder treft: de kortheid van het menselijk leven.

Terugkijkend ziet Mozes wel dat er veel mensen omgekomen zijn in de woestijn.

Duizenden zijn gestorven en mogen niet mee het beloofde land binnen.

Hij haalt dan ook aan dat God zelf zegt: Mensenkind, keer terug tot stof.

U laat ons weer stof worden. We zijn gemaakt uit de aarde, en zullen daar weer in terugkeren.

We worden zeventig, of als we sterk zijn tachtig jaar.

Maar het beste daarvan is moeite en leed: tobben, zwoegen en narigheid, zou mijn opa Schutte zeggen. En het gaat snel voorbij. We vliegen heen! Als de wind, als de lucht waarmee je een woord uitspreekt.

Generaties gaan en generaties komen, dat is de lijn die blijft. Maar één generatie is zomaar voorbij.

Misschien had je dit jaar ook wel eenjarige planten, bijvoorbeeld een zonnebloem.

Je zaait het zaadje, het schiet op, de bloem staat te schitteren in de zon.

Maar nu is het weer voorbij vergeten. Zijn de zaadjes opgegeten door de vogels en de resten liggen te rotten. Het eerste wat we leren van de psalm, is dat we vergankelijke mensen zijn.

[#3] Daarnaast bepaalt de psalm er ook bij dat we zondige, schuldige mensen zijn.

Mozes wist het heel goed. Het volk was in de woestijn in opstand gekomen.

Ze waren God vergeten en eigen wegen gegaan. Niet op hem vertrouwd.

God kent onze zonden. God is er woedend over. Ze kunnen niet voor hem bestaan.  

En zoals het gras verdort door de brandende zon, zo komen we om door Gods boosheid.

Mensen zijn tot vreselijke dingen in staat:

een Gökman T. die in Utrecht zomaar drie mensen doodschiet in de tram.

39 migranten worden dood aangetroffen in koelcontainer in Engeland.

Een man in Drenthe zondert negen jaar lang zijn gezinsleden af van de buitenwereld.

Grote misstappen die het nieuws halen.

Maar ook in je eigen leven gaat het soms mis.

Die keer dat je een misstap beging, dat je een verkeerde afslag nam, geen juiste keuze maakte.

In één op de vijf refo gezinnen kampt iemand met een verslaving. Vooral drank maakt veel kapot.

Door onze manier van leven putten we de aarde uit; is de welvaart op aarde oneerlijk verdeeld.

Waar wij ze liever verstoppen, en wegdoen, er niet over praten, kent God de zonden.

Terugkijkend willen we ze ook voor God belijden en uitspreken. Het kwaad opruimen.

[#4] Naast dat het leven kort is, dat er dingen mis gaan, is er nog een ander probleem.

We snappen ook niet altijd goed wat we met dit leven moeten.

We weten wel dat de jaren na elkaar komen, onze hand vindt meestal wel wat om te doen.

Maar hoe vaak laat je je niet meesleuren door de waan van de dag.

Leef je leven dag voor dag, terwijl je denkt: heb ik nu echt geleefd?

David Brooks noemt dat het beklimmen van de eerste berg je leven:

Je leeft voor je carriere, je geld, je relatie, je gezin. Je bent gericht op je eigen plan.

Maar heb je dan echt gedaan waarvoor ik hier ben en waar ik dit leven voor gekregen heb?

Hoe kunnen we nu bewust leven. Dat het leven ons niet uit de vingers glipt.

Dat je echt die zeventig jaren als God ze geeft, of die tachtig als je sterk bent, leeft met een wijs hart?

Dat het werk van je handen in de bouw, achter de computer, bij de opvoeding zinvol is?

Dat je werkelijk het doel van je leven voor ogen houdt?

[#5] Het mooie van deze psalm is dat de psalm ons niet alleen bepaalt bij het mensenleven.

In de onze Psalm leert Mozes, de Godsman, ons ook God kennen.

Wie is God? Hij was er al voordat we de jaren gingen tellen.

Voordat de bergen waren geboren. Die machtige bergen, waar je stil van kan worden.

Ik denk aan het moment dat ik deze zomer, in de hagel met Arthur, in Italië op Gavia fietste, Psalm 42 zong en diep onder de indruk was van Gods grote schepping en mijn eigen kleinheid. En zo zul je allemaal je eigen herinneringen hebben aan deze zomer die vaak ook zo heet was. Misschien in de bergen, bij de zee, in het bos, of hier in het schitterende Vechtdal. 

En dan is God nog veel groter: Hij is was er al voor die bergen gemaakt werden.

Voordat de wereld bestond. Voordat alles er was.

Van eeuwigheid tot eeuwigheid bent U, God. God zal er altijd zijn.

Voor hem zijn duizend jaar als één dag. Zijn tijd is een andere tijd, dan de mensen tijd.

Hij staat boven de tijd. Zo’n machtig God is Hij.

[#6] En deze God is het ook die onze zonde in het licht stelt.

Hij kent ons helemaal. Hij kent ons hart. Hij weet wat er leeft.

En wat zwart is, wat niet goed is, wat geen liefde is,

Dat roept zijn toorn en woede op. Hij wil niet dat dat bestaat.

We verslijten onze dagen onder zijn toorn, als we de genade niet leren kennen.

[#7] En zo leren we hem kennen als de God die het leven geeft.

Die aan het begin staat, en tegelijk ook de God is die het leven neemt.

Dat door de zonde, het leven sterfelijk is geworden.

Dat we hier geen eeuwig geluk op aarde zullen vinden.

Dat het beste wat we hier dan doen nog moeite en leed is.

Niemand weet de dag van zijn sterven. Soms kan dat heel plotseling komen.

Er is er maar één die dat in de hand heeft, één die dat bepaalt.

[#8] Maar dan is de psalm niet afgelopen.

De psalm zet de grote, eeuwige God en de kleine, vluchtige mens niet tegenover elkaar zonder doel.

Als je dit nu weet, en als je hier tijdens het knallen van het vuurwerk en met wat weemoed van bewust bent. Wat leer je dan? Wat is dan wat je mee mag nemen? Wat bidden we nu dan?

Het eerste wat je mag vragen is: leer ons met wijsheid onze dagen tellen.

De dagen van het jaar kun je tellen, als de kralen aan de ketting.

Zondag hoorden we heel wat getallen van dagen zoals Daniel die te horen kreeg.

En daar kun je mee puzzelen en kijken wat het betekent.

En zo kun je ook precies je eigen dagen tellen. Zeven dagen in de week, zo’n dertig per maand,

365 in het afgelopen jaar, en 3652 in het decennium. En dan kan je ze door je hand laten gaan als de kralen van een ketting. 1,2,3. Of je pakt je agenda erbij, of de foto’s van de laatste tien jaar.

Tellen kan iedereen: maar dan zo tellen dat er wijsheid in je hart komt.

Dat betekent niet een tellen met je verstand, niet met je handen, maar … met je hart.

En dat is lastiger. Dan kost tijd. Dat vraagt overgave.

Je hart dat ben je helemaal als persoon.

Welke dagen heb ik met mijn hart geleefd: niet voor eigen belang, carrière, geld, inzicht.

Maar voor de ander.

Dat ik een prettig persoon was om mee om te gaan.

Dat ik mijn hart openstelde voor de ander en echt meeleefde en meevoelde met wat er was.

Dat ik met wijsheid mijn tijd uitkoos: niet zozeer voor mezelf, maar voor de ander, voor God. Dat is de dagen zo tel dat mijn werk waardevol is voor de Heer.

Brooks noemt dat de tweede berg. Hij veroordeelt de eerste berg niet: je moet eerst jezelf ontwikkelen. Maar wijsheid … dat komt met de jaren. Dat je kijkt wat je voor de ander kan doen. Een cadeautje brengt naar iemand die je dankbaar bent, een ander ondersteunt, meeleeft en gericht bent op het geluk van de ander.

En dan zul je ook minder mooie dagen tellen. Dan komen ook je zonden en misstappen aan het licht.

Daarom vraagt de psalm ook om vergeving. Laat na de nacht de morgen dagen.

Geef dat we vergoed worden voor de moeilijke jaren en daarvoor ook goede jaren krijgen.  

God kwam in onze tijd, als mens onder de mensen. Hij heeft zijn genade willen tonen.

En dan mag je weten: God is boos over de zonden. Hij vergeet ze niet. Hij onthuld ze in zijn licht.

Maar … als je hij ze vergeeft. Als je de genade van Christus kent, dan doet hij ze ook weg.

Weg naar de bodem van de zee. Dan wil Hij er niet meer aan denken. Dan is verzoening.

Dan mag er na de nacht de morgen komen. De morgen van de genade en de liefde van God.

Licht in de duisternis dat helder straalt in Jezus Christus. Dan mag je ook getroost worden met het geloof, ook als dierbaren sterven: dat het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die geopenbaard zal worden. Op die dag, als God alles nieuw maakt.

[#9] De psalm begon te zeggen: Heer u bent onze toevlucht. En hut in de bergen.

Een plaats om te schuilen. Veilig in de storm. Een vaste rost bij het wisselend tijd.

Dat gebeurt wanneer God en mens in vrede met elkaar leven. Dan dragen zijn eeuwige armen je.

Dan is Hij je tot een steun en mag je met de zangeres Kinga Ban zingen:

‘Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam.

Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.

Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:

uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.

[#10] Onze Psalm bidt voor de kinderen.

Juist op deze avond gaan je gedachten ook uit naar de volgende generaties.

Dat God daar zijn genade aan mag blijven tonen.

Laten we de volgende generatie van de gemeente opdragen aan de HEER.

Dat Hij hen ook mag leiden en zijn genade mag laten zien.

Wanneer je zo met een wijs hart je dagen telt, dan mag God het werk van je handen bevestigen.

Hij legt een fundament onder alles wat gedaan is. Er was moeite en leed, maar door God krijgt het eeuwigheidswaarde. Is je werk niet vergeefs in de Heer. Dat de eeuwige God zo alles wat wij vergankelijke mensen gedaan hebben mag bevestigen en dragen. Hem zij de dank en de lof.

Amen


Micha 7:7 en 19 – Advent

december 22, 2019

Preek gehouden Heemse, 22 december 2019    

Tekst: Micha 7:7;18 Lezen: Micha 7:1-9,18-20 en Luk 1 (Zacharias)

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] De scholen zijn al dicht. Nog een paar dagen en dan is het jaar 2019 weer voorbij.

Tien dagen die je waarschijnlijk met degenen die je het liefst en dierbaarst zijn zult doorbrengen.

Genieten van muziek, van eten, van elkaar, samen kerstfeest vieren, samen knallen.

Met name de kerst staat vaak in het teken van familie.

Bij wie ben je? Met wie ga je wat vieren? Wat is je verlangen?

* Wat is het geweldig als je familie hebt. Als je mensen hebt op wie je terug kan vallen.

Als je samen mooie dingen mag beleven, en er voor elkaar kan zijn.

Die arm om je schouder, dat telefoonnummer dat je altijd kan brengen.

Daar waar de koffie altijd klaar staat, waar je je verhaal kwijt kan.

Dat broertje dat je soms uitscheldt of een klap verkoopt, maar met je wie ook op avontuur kan.

Dat zusje die soms jou spulletjes afpakt, maar met wie je ook heerlijk dingen kan beleven.

* Als er zoveel nadruk op familie komt te liggen, kan dat ook pijn doen.

Als er iemand overleden is, en er een stoel leegt blijft.

Als door een scheiding de verhoudingen moeilijk liggen.

Als je je niet serieus genomen voelt en alleen gelaten, de sfeer niet goed is.

Als je ruzie hebt gemaakt en elkaar niet goed kan zien.

Als je worstelt met vragen rondom een kinderwens, een beperking, een relatie …

En God? Wie is Hij in deze dagen? Waar is Hij en wat betekent Hij voor je?

Bemoeit God zich werkelijk met je leven, met je familie, met je contacten.

Is kerst alleen een feest van mooie woorden, maar verandert er niet werkelijk wat?

Of verlang je naar God en leer je Hem kennen als de koning die het kwaad overwon?

[#2] HEER, wees mijn verlangen, wijs mij omhoog, waar uw liefde mij wacht!

1) Vanuit de ellende

2) Blijf ik hopen

3) Op de HEER 

[#3] Vanuit de ellende. Dat kun je hier wel over Micha zeggen.

Hij begint zelfs ook zo: Wee mij, ongelukkige. Hij zit in de ellende.

Voor hem geen vrolijke, gezegende dagen en hij is zeker niet happy.

Hij geeft woorden aan zijn ellende. Hij laat zijn gejammer horen.

Hij zoekt nog naar iets moois en positiefs, maar hij kan niets vinden.

Je kan wel zeggen: moed houden! Hoop houden! maar dat is er voor hem niet bij.

Hij is als iemand die in de zomer, nadat de druiven en de vijgen zijn geoogst, het land opgaat.

Je hoopt dat er nog wat over is, dat ze niet alles hebben weggehaald.

Zoals Ruth op de akker van Boaz nog genoeg vond om te eten.

Ze hadden wat laten liggen voor haar.

Maar Micha vindt niets: geluk onder de wijnstok en vijgenboom.

Geen goed en gezegend leven met familie en vrienden.

Nee, totale verlatenheid. Geen druif, geen vijg, een droge mond en dorstige keel.

[#4] Je ziet hier Micha in de eindtijd, de oordeelstijd.

Het oordeel was voorzegd en nu wordt het ook uitgevoerd.

De dag van Gods straf, aangezegd door de profeten is gekomen (vers 4).  

Er is nu niet meer een bepaalde groep die als schuldige aangewezen wordt.

Nu wordt iedereen slecht genoemd. Ze zijn uit op het kwaad.

Van de mensen van wie je nog wat eerlijkheid zou verwachten, kun je ook niets meer verwachten.

Hooggeplaatsten doen wat hun het beste uitkomt.

Rechters die recht moeten spreken laten zich omkopen.

Ieder is op bloed belust.

En de beste, degene die wel eerlijk is, die het wel goed doet?

Die is als een doornstruik: waar je bij het wandelen je behoorlijk aan kan openhalen.

Als een stekelhaag, waardoor je allemaal schrammen oploopt. Mensen doen elkaar pijn.

[#5] Soms is het makkelijk om te mopperen op anderen: de overheid moet eens beter luisteren.

Moet mee oog hebben voor boeren, voor het milieu, voor onderwijs, verpleging.

De rechters lijken niet beseffen dat een moordenaar een zware straf verdiend.

De overheid kijkt niet naar belangen van ondernemers en burgers maar alleen naar zichzelf.

Maar … de situatie is zo erg dat zelfs moeders hun dochters niet meer vertrouwen.

Dat vaders en zonen ruzie krijgen. Dat je op moet passen, zelfs als je bij goede vrienden bent.

Zelfs diegene bij wie je in de armen ligt, die is niet meer te vertrouwen.

Zelfs tussen mensen die samen eten met de feestdagen.

Mensen die hunkeren naar vriendschap en liefde. Kan het helemaal mis zijn.

[#6] Het doet denken aan de tijd die Jezus beschrijft als Hij het over zijn komst met licht heeft.

Let op de vijgenboom die uitloopt, let op de tekenen. Er gaat wat gebeuren!  

De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden.

Vaders doen hetzelfde met hun kinderen en kinderen staan op tegen hun ouders.

Jullie zullen gehaat worden om mijn naam. Er zal vervolging zijn

Het éne volk zal opstaan tegen het andere volk.

Niet alleen voor de eerste komst van Jezus was het donker. Ook nu kan het ellendig zijn.

Kan het donker zijn.

[#7] Het is niet iets om je bij neer te leggen: maar om over te klagen.

God heeft ons geen weg zonder moeiten belooft: maar Micha gaat ons wel voor.

We mogen de klacht bij God neerleggen. De moeilijke vragen. Over leed, over ruzie.

Over pijn, over onrecht. Over teleurstelling in vrienden of juist de overheid.

Oefen je ook daarin, om dat te delen met elkaar, met God, in je gebed.

Om God dan niet even uit te schakelen, maar ook met je klacht naar hem toe te gaan.

[#8] 2. (Vanuit de ellende) blijf ik hopen

[#9] Het is vandaag de vierde adventszondag. Vier keer hebben we een kaars aangestoken.

De eerste keer hadden we het al over de hoop die er is. Over uitzicht uit de moeite.

Maar is er wat veranderd? Blijft het niet hetzelfde?

Iemand die het één keer moeilijk heeft, kun je misschien opbeuren en zeggen het komt goed.

Maar wat als je keer op keer teleurgesteld raakt? Als je het idee hebt

dat het niet licht wordt, als er geen positieve berichten zijn,

als dat kindje niet komt, wanneer de pijn niet minder wordt?

Toch doet Micha hier een sterke uitspraak.

[#10] Hij zegt: ik blijf hopen.

Ik blijf uitzien naar de God die mij redding biedt.

Hij zal mij horen, mijn God.

Al ben ik gevallen, ik sta weer op.

Al is het donker om me heen, de Heer is mijn licht.

Hij zal me naar het licht voeren.

Het volk Israël heeft vele eeuwen moeten wachten.

Er kwam een tijd van ballingschap, van vijandschap.

Samaria werd verwoest, Jeruzalem werd neergehaald.

Maar toch is er een hele kleine groep vromen.

Je zou zeggen: wat was de kerk nog. Wie hield dit vol?

Wat heeft het voor zin om te geloven. Zou er ooit uitkomst zijn?

[#11] Toch was er een kleine groep. Zacharias en Elisabeth, Maria en Jozef, Simeon en Hanna. 

Zij hadden ook gezegd: wij blijven hopen. Wij geloven dat het licht wordt.

En toen … toen kwam er een duidelijk teken. De engel Gabriel verscheen bij Zacharias.

Zijn vrouw Elisabeth zou een kind krijgen. En wat een wonderlijke boodschap:

Hij zal zondaars tot gerechtigheid brengen; mensen zullen weer te vertrouwen zijn.

Hij zal de ouders verzoenen met hun kinderen en kinderen met hun ouders.

Familierelaties zullen weer goed worden. Er komt vrede. God kan dingen veranderen.

Hij wil ingrijpen en zal mensen tot inkeer brengen.

Laten zien hoe egoïstisch, kortzichtig, fout en vervelend ze soms zijn.

Zodat ze gaan delen, liefhebben en in vrede met elkaar willen leven.

[#12] Maar heeft dat werkelijk zin? Zin om te blijven hopen en bidden?

Tijdens de huisbezoeken als ik het over het gebed heb, merk ik die vraag ook.

Zou God werkelijk luisteren? Of is bidden meer even je hart luchten?

Kan God dingen veranderen als je er om bidt?

Kun je dat geloven? Soms kun je zo je vragen en twijfels hebben.

Gewoon … omdat het zo slecht past ons wereldbeeld. Is er een God die aan de touwtjes trekt?

Of omdat je soms al zo vaak gebeden hebt. Of omdat je zoveel ellende ziet gebeuren.

Waarom heeft God toen niet ingrepen: dan hadden die ouders niet zoveel verdriet gehad.

Vragen waar je misschien zelfs wel eens wel van schrikt: geloof ik dan nog wel.

Mag ik dit wel aan God vragen? Of past dat niet bij een gelovige. Ga ik dan te ver?

Maar kijk dan eens naar de reactie van Zacharias. Hij is één van die kleine groep gelovigen.

Maar zelfs als er een engel bij hem komt, dan kan hij het niet geloven.

Hoe weet ik nu dat dat waar is, vraagt hij.

Ze hebben al zo lang gewacht en zijn al zo vaak teleurgesteld.

Mijn vrouw is al op leeftijd en ik ben een oude man.

Het kan er gewoon bij hem niet in. Hoe kan een oude vrouw een kind krijgen.

Het gaat zijn verstand te boven. Hij kan het niet bevatten.

[#13] Dan kan Zacharias niet spreken. Hij blijft zwijgen tot het kind geboren is.

Je kunt het lezen als een terechtwijzing, maar ook als een hulp.

God geeft door Gabriel een heel duidelijk teken.

Ik ben degene die te vertrouwen is. Die werkelijk wil werken. Kijk maar wat ik doe.

En dan gebeurt ook wat tegen Zacharias gezegd is. Elisabet wordt zwanger.

Zacharias krijgt nieuw vertrouwen. Krijgt nieuw geloof.

Hij zingt het uit als Johannes is geboren. God is zijn volk niet vergeten.

God heeft gedacht aan wat hij beloofd heeft. 

Zo spoort God je aan om te blijven hopen en bidden.

Om uit te zien naar het licht om soms tegen wat je zelf denkt in, het God te vragen.

Resultaten uit het verleden laten zien, dat we niet te klein van God hoeven te denken.

Ook al is het niet te bevatten en kun je er niet bij. Ik hoop dat je blijft zeggen:

U bent mijn verlangen, wij mij omhoog!

[#14] Wees mijn verlangen, wijs mij omhoog, waar uw liefde mij wacht!

1) Vanuit de ellende 2) Blijf ik hopen 3) Op de HEER 

Het boek Micha loopt uit op een loflied.

In zeven korte zinnen wordt beschreven hoe groot en machtig God is.

Indrukwekkende zinnen waarin het licht van Jezus verlossingswerk aan het kruis schijnt

Want het licht dat God belooft, de redding die God brengt, die is indrukwekkend.

[#15] Het sluit aan bij de naam van Micha: wie is als U?

Zo wordt het hier gevraagd: wie is een God als U?

Het volk van Israël hoeft niet hopeloos in de ellende achter te blijven.

Met vertroostende woorden mag Micha zijn boek besluiten.

Er wordt wanneer er die moeilijke situatie is, niet opnieuw straf aangekondigd.

Nee, God wil juist de zonden vergeven.

Hij zal het kwaad bestrijden als een vijand: kapot trappen en vertreden.

Het kwaad en de duivel zullen vernietigd worden. Het licht zal gaan schijnen.

Er is soms veel gebroken. Mensen maken veel kapot.

Maar uiteindelijk wil God eraan voorbij gaan.

Hij maakt het goed door de zonden echt weg te nemen.

Hij is een God die vergeeft.

[#16] En dan gebruikt hij dat indrukwekkende beeld van de zee.

Wanneer God de zonden wegdoet, dan gooit hij ze in de diepten van de zee.

Zoals eens de vijand en het kwaad, de wagens en ruiters van Egypte.

Zij die het volk wilden doden en straffen, verdwenen in het water.

Zo sluit God het water boven het kwaad en de zonden. Hij doet ze ver weg!

God kan het niet uitstaan als de goede sfeer wordt verpest.

Als zijn schepping wordt vervuild. Als er haat is en egoïsme.

Hij wil het dan ook wegdoen en uitbannen.

Zo ver weg dat hij er niet aan wil denken en nooit op terugkomt.

Zacharias zingt ervan: Johannes mag de komst van de allerhoogste aankondigen.

Die het volk vergeving van zonden verteld. Het kwaad zal worden opgeruimd. 

[#17] Wat betekent dat nu? Voor de tien dagen die ons nog resten dit jaar?

Het schijnt dat de Joden aan het eind van het jaar naar een rivier of naar de kust gaan.

Ze nemen een steen mee. En denken aan alles wat is misgegaan.

Dan gaan ze bij het water staan en gooien die steen in het water.

Die zinkt naar de bodem. Dat staat symbool voor de het grote kwaad.

En vervolgens keren ze hun zakken om en vallen de kruimels eruit.

Ze slaan het stof van hun kleren. Ook dat valt in het water.

Wanneer er geen vrede is. Wanneer je zaken verkeerd hebt gedaan.

Ruim ze dan op: verbrand of begraaf samen het conflict dat je hebt, de strijdbijl.  

Durf de eerste stap te zeggen: dat vraagt lef. Niet koppig zijn of bang zijn, maar zeggen: ik heb er genoeg van. Zullen we op een eerlijke manier met elkaar praten wat de oorzaak is?

Kijk samen wat de oorzaak is en durf de hand in eigen boezem te steken.  

Geef elkaar een hand, een arm om de schouder, vraag of die ander je fouten wil vergeven.

En vertel het aan God. Geloof dat hij een God is die wil vergeven.

Die vuil opruimt, zodat het licht door kan dringen.

Omdat Hij trouw is aan zijn belofte. Omdat het licht van de wereld is gekomen.

Omdat je je vast mag houden aan Jezus Christus. Wie is als God! Hij geeft zijn eigen zoon.

Laten we vol verlangen en vreugde het kerstfeest gaan vieren. In vrede met je naaste.

Omdat God een God is die vergeeft en ons uiteindelijk naar zijn licht en liefde zal leiden!

Amen


Job 4-14: Hoe troost je elkaar?

oktober 14, 2019

Preek gehouden in Heemse, 13 oktober 2019

Tekst: Job

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] De eerste keer dat ik een kaartje schreef omdat de moeder van iemand uit mijn klas overleden was, ben ik wel een half uur bezig geweest met een paar zinnen.

Soms weet je niet wat voor kaartje je moet sturen …

Welke reactie je moet posten op insta of facebook.

Wat je in een appje aan iemand moet schrijven.

[#2] Job is achter elkaar getroffen door zware slagen in zijn leven.

Opeens stond zijn leven op de kop en raakte hij alles kwijt.

Dat was een moment … zoals je plotseling een ongeluk kan krijgen,

een beroerte of het bericht dat je ernstig ziek bent.

Maar daarna komt de periode dat je te maken krijgt met de gevolgen.

Na dat ene moment komt een periode van ziek zijn, van gewond zijn, van lijden.

Bij Job is dat niet na een paar dagen over. We lezen:

‘Maandenlang van leegte heb ik ervaren,

Nachtenlang werd ik door ellende overmand’. (7:3)

Mijn lichaam is met wormen en korsten bedekt. (7:4)

Hoe sta je iemand bij die het langere tijd heel moeilijk heeft.

Hoe ga je om met chronische ziekte, blijvende beperkingen?

[#3] De drie vrienden die bij Job komen zijn alle drie heel verschillend.

Ze kiezen alle drie een andere manier om Job te troosten in zijn lijden.

Allereerst treedt Elifaz naar voren. Hij is de oudste van de drie.

Hij is het rustigste, heeft in zijn leven al veel meegemaakt.

Hij zegt: ‘Wie zou nu kunnen zwijgen?’ (4:2)

Jij hebt zelf veel mensen geholpen: je stond hen bij met raad en daad (4:3).

Knikkende knieën gaf je nieuwe kracht, wie de moed verloor heb je gesterkt.

Maar nu geef je het zelf op. Je verliest de moed.

Logisch toch? Op een gegeven moment zie je het niet meer zitten.

Je weet niet meer hoe je verder moet. Je ziet geen uitweg meer.

Als het zo tegen zit, als het zo moeilijk is. Dan heb je zelf ook  geen woorden.

Misschien ken je dat gevoel wel: steeds weer probeerde je verder te gaan.

Maar op een gegeven moment laat je je hoofd hangen. Hoe moet het verder?

Wat Elifaz dan zegt, vanuit zijn milde levenswijsheid,

dat is dat we als mensen nu eenmaal zwak en sterfelijk zijn.

Hij heeft het zelf van God gehoord in een droom.

We hebben allemaal onze gebreken: engelen zijn al niet zo heilig als God.

En dan de mens, nog een stapje lager  

De mens is als een mot: zijn leven is zo voorbij.

Hij is gemaakt uit aarde en woont in huizen van leem, laten we zeggen: van steen en hout.

Na een tijdje worden de touwen van de tijd losgemaakt. Dan is het over hier op aarde.

Psalm 103 wijst ons ook op het kwetsbare van het leven. Zeventig, tachtig jaar.

Het is nu eenmaal zo dat het niet te doorgronden is wat God doet.

De mens is voor het ongeluk geboren.

[#4] Is Job hiermee geholpen? Is dit een troost?

Hij zegt dat hij heel erg teleurgesteld is in de woorden van die oudere Elifaz.

Het is alsof je hijgt naar een beek met water, maar je komt er en het is er niet.

Zo had hij steun verwacht, maar hij krijgt het niet.

Beseffen ze wel goed hoe moeilijk hij het heeft? Hoe zwaar zijn lijden is?

Dit is toch mee dan gewoon het gevolg van sterfelijk zijn?

Was hij er maar niet meer, dan was dit lijden voorbij.

En inderdaad de mens is sterfelijk: maar waarom wordt hij hier dan mee lastig gevallen.

Wat is de mens dat God hem zo lastig valt. Dat Hij zoveel op zijn bordje krijgt.

Hij kan niet eens rustig slapen. Hij wordt steeds weer belaagd.

Wat leren we hiervan? Op zich haalt Elifaz juiste uitspraken uit de bijbel.

Zegt het van God gehoord te hebben. Maar toch kun je de plank mis slaan.

Je kunt op zich gelijk hebben, maar het dan toch verkeerd toepassen.

Het vraagt om juiste woorden op het juiste moment, met aandacht voor de persoon.

Niet met een te makkelijke theologie komen. De pijn als pijn te zien.

Vooral oog te hebben voor de nood van de persoon.

Er te zijn voor een ander. Ook al zijn we kwetsbaar: God doorgrondt je helemaal.

Al die kwetsbare dagen staan in Gods boek.

[#5] 2. Wat bij Elifaz, al een beetje doorschemerde komt bij Bildad nog sterker naar voren.

Er zat bij Elifaz al wat in van: Job je hebt het fout gedaan, daarom heb je ellende.

Waar Elifaz dan nog wat inlevend en liefdevol reageert, is Bildad echt de man van de leer.

Hij beroept zich op de theorie: God zegent wie goed doen en straft wie fout doen.

Zo is het toch altijd gezegd? Dat is de theologie die ze hebben?  

Dus Job, biecht maar op, geef maar toe: je hebt iets fout gedaan.

En dat je kinderen omkwamen door de orkaan, komt omdat ze iets misdeden. (8:4)

Het is nog niet te laat Job: misschien is dit een tijdelijke straf.

Bekeer je, en je toekomst zal nog groter zijn (8:7).

Echt waar: God zal onschuldigen niet verachten.

Eens zal je mond zich weer vullen met gelach (8:20 en 21).

Het is beste een lastige vraag die Elifaz hier stelt.

Op zich sluit hij aan bij veel opmerkingen in het Oude Testament.

Het lijkt zomaar in de bijbel of het zo werkt: de goede zal gezegend worden.

Wie de wet houdt wordt gered.

Goddelozen komen om. Gaan te gronde.

In veel psalmen kom je ook wel zulk soort woorden tegen.

[#6] Je kunt er een paar dingen over zeggen:

1) Het zijn uitspraken over het Oude Testament, toen de wet nog niet vervuld was in Christus.

Nu is Jezus gekomen en heeft met zijn offer aan het kruis al Gods toorn gedragen.

2) De basis van Gods omgang met zijn volk blijft zijn verbond, blijft zijn genade. God gaf wel de wet aan Mozes. Maar Abraham was eerder dan Mozes: eerst was er genade, God die het volk opzocht. De wet kwam erbij.

3) Omdat Christus de wet volmaakt gehouden heeft, kunnen we nu leven van genade. Verklaart God je helemaal nieuw en onschuldig.

Wat zegt Job in antwoord op Bildad?

Job wijst erop dat hij nooit voor God kan bestaan.

Elk mens heeft wel zonde gedaan.

Maar hij gaat niet meer in de redenering dat God hem nu ergens voor straft.

Dit heeft hij niet verdiend.

Zo spreekt ook de psalm die we straks zingen daarover.

Je pleit op Gods beloften en je vraagt Hem om hulp.

Het meest boeiende hier, is dat Job gaat vragen om een rechter.

Iemand die tussen hem en God rechtsprak.

Die naar beiden zou luisteren. Eigenlijk zegt hij: Bildad met zijn simpele redeneringen.

Hij heeft het niet bij het juiste eind.

Bildad vindt dat Job God tekort doet. God is eerlijk. Je hebt gefaald.

Maar Job vindt dat Bildad hem tekort doet. Hij neemt hem niet serieus als mens.

Niet serieus in zijn lijden en niet serieus in zijn onrecht.

Aan het eind van het boek Job, wijst God ook zelf aan dat de vrienden te ver zijn gegaan.  

Nadat de Heer tegen Job gesproken had, zei hij tegen Elifaz: ‘Ik ben boos op jou en je twee vrienden. Want jullie hebben niet de waarheid gesproken over mij. Mijn dienaar Job heeft dat wel gedaan. (42:7,8).

[#7] Daarom wil Job een rechter. Iemand die van buitenaf recht kan spreken over de situatie.

Als er in de catechismus gevraagd wordt: welke troost schenkt u de wederkomt van Christus?  

Dan staat er: Dat ik in alle droefheid en vervolging met opgeheven hoofd juist Hem als Rechter uit de hemel verwacht, die Zich eerst om mij voor Gods rechterstoel gesteld en heel de vloek van mij weggenomen heeft

Jezus Christus, mijn Redder komt uit de hemel. Hij zal mij volledig onschuldig noemen.

Omdat hij voor als mijn zonden betaald heeft.

Wat een geweldige belofte: God doet ons niet naar onze zonden, maar gaf zijn Zoon ervoor.

We mogen leven van genade. Je hoeft dus niet bang te zijn, dat je lijden een straf ergens voor is.

Je hoeft het niet op jezelf te betrekken: heb ik iets fout gedaan.

En als iemand lijdt? Als iemand vraagt: waarom moet ik deze ziekte, dit ongeluk, deze chronische pijn krijgen? Wat heb ik misdaan? Hoe kun je dan helpen?

Dan is dit is een belangrijke les: lijden en voorspoed worden in de wereld niet verdeeld op basis van wat je gedaan hebt. Iemand zei: oordeel dus nooit! Iemand die veel lijden heeft, kan juist de beste dingen gedaan hebben en een schurk kan het voor de wind gaan.  

Christus is gekomen. In Hem zijn we onschuldig.

Dan krijg je geen antwoord op al je vragen. Je mag wel weten: Er is een rechter gekomen.

Iemand die het werkelijk voor mij heeft opgenomen.

[#8] 3) Tenslotte komt daar Sofar aan.

Elfiaz was de oudere, Bildad de geleerde: maar nu komt er een jonge vriend aan het woord.

Hij is heel ongenuanceerd. Zijn woorden klinken fel en soms grof.

Je bent een zwetser met je woorden Job!
Je spreekt dwaasheid, zwijg toch!

Een leegheid komt niet tot inzicht!

Je eigen mond veroordeelt je. Hij spreekt nog duidelijker Job aan als schuldige.

Sofar beroept zich er vooral op dat God wijs is.

Hij wil ook troosten en raad geven, terechtwijzen en velt een oordeel.

[#9] Allereerst zie je dat Job in zijn antwoord ook wat feller van repliek dient.

Hij laat dit niet zeggen tot Hem. Dit vindt hij niet terecht.

Met jullie sterft de wijsheid uit, roept hij cynisch.

Als je iemand moet helpen, doe het dan niet op de manier van Sofar.

Natuurlijk kun je soms iemand wel bij de haren omhoog willen trekken.
Maar de woorden van Sofar komen niet over bij Job. Job keert zich juist af.

Voor Job is Gods handelen niet te begrijpen, willekeur.

Maar Hij doet niet wat velen in onze tijd doen. Een houding die je veel tegenkomt.

Hij ontkent niet dat er een God is.

Het is een roep alsof God zelf eens zou willen antwoorden.

Dat is ook waar het boek op uitloopt.

[#10] Tegelijk wijst Job op verschillende manieren aan dat God niet altijd na te volgen is.

Hij werkt niet altijd volgens die makkelijke principe van Sofar.

Zijn wegen zijn ondoorgrondelijk: soms draait hij juist de zaken om.

Zodat de zwakken bevrijd worden, maar machtigen vernederd.

Job zoekt een schuilplaats en ziet dan iets van de genade van God.

Nu nog niet. Nu ziet hij alleen zijn lijden, zijn sterven

Wanneer u mij redt, als er nieuw leven is:

‘Dan zou u me roepen en ik zou antwoorden.

U zou verlangen naar mij, uw eigen kind.

U zou voor me zorgen, U zou al mijn fouten vergeven.

Voor Job is het te donker om dat te zien. Maar hij kan het wel noemen.

Zo kun je soms wel iets benoemen naar iemand die het moeilijk heeft.

Je hoeft als broer of zus in de ker niet alleen te zeggen: ‘O wat erg’.       

Een vrouw kreeg een steeds de dominee op bezoek in het ziekenhuis, maar later wilde hij maar liever dat hij weg bleef. Ze werd er niet door opgebeurd, maar hoorde alleen steeds maar: ‘O wat moeilijk’.

Ik bid dat God je helpt om de juist woorden te vinden.

Dat is niet altijd makkelijk, maar zeg dat dan maar gewoon.

Het belangrijkste is dat je laat zien dat iemand niet vergeten wordt.

En dan mag je soms iets meegeven, iemand opbeuren.

Wijzen op Christus die geleden heeft, om uiteindelijk een volmaakte wereld mogelijk te maken.

Amen.


Job 1-3: Job gaat van lovend, via berustend, naar klagend … tot zijn God.

september 30, 2019

Preek Heemse, 29 september 2019

Tekst: Job 1-3

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Als ik het boek Job lees, moet ik altijd denken aan die man uit de film.

Jaren geleden zag ik die film, maar die man staat me nog helder voor ogen.

Hij woonde ergens achteraf, in een vervallen huis, van zijn leven was niets over.

Hij zag er onverzorgd uit en had veel klappen van het leven gehad.

Hij vertelde dat hij elke dag opnieuw in het boek Job las. Hij worstelde met God.

Die ellende in zijn leven, hij kwam er niet uit. Wat herkende hij zich in Job.

Wat kun je je vandaag herkennen van Job. Dat hoeft helemaal niet zover weg te zijn.

Wat kunnen er door psychische nood, tegenslag en moeite vragen in je leven komen.

Job stelt ons voor ingewikkelde vragen. Vragen naar wie God is.

Waar is Hij in de ellende en de moeite?

Hoe kan Hij satan zo zijn gang laten gaan met Job.

Waarom gaat hij die ‘weddenschap’ met satan aan? 

Op catechisatie kwam die vraag ook op: is dit wel eerlijk van God?

God die alles weet en kan? Gaat die niet over de rug van Job heen?

Kan ik in een God geloven, als er zulke dingen gebeuren?

Vragen die je kan stellen als je zelf diep in de moeite zit.

Wanneer een kind overlijdt, als je je werk kwijtraakt, als je het financieel niet redt,

als je plotseling ziek wordt en wachtkamer in, wachtkamer uit gaat.

Vragen die je ook voor anderen kan stellen: waarom moet hij/zij dit meemaken?

Waarom moeten groepen mensen op de vlucht, voor geweld, misbruikt, gehavend.

Stervend door honger, hitte of verdrinking? 

[#2] Vandaag een eerste preek over Job.

In drie stappen zien we drie verschillende reacties van Job op het lijden.

Zie je de dalende lijn? Hij zakt steeds dieper weg.

Van lovend, via berustend, naar klagend.

Maar ik hoop dat je vooral blijft zien dat hij dit allemaal doet: met zijn God.

[#3] Job is de rijkste boer van die tijd. Iedereen kijkt naar hem op.  

Tien kinderen, de zeven zonen nodigen hun zussen uit als ze een feest hebben.

Job is niet een vader die alles verbiedt, van wie niets mag, die betuttelend is.

Maar wel een vader die de volgende dag zijn kinderen ook tegenover God zet.

Hij brengt een offer dat hun zonden vergeven worden.

Spreek jij ook zo door met je kinderen: gaan jullie samen bidden, vragen om vergeving?  

Wat geweldig als dit over jouw leven gezegd kan worden:

Je bent eerlijk en trouw aan God.

Dan heb je niet zomaar een geslaagd leven, dan heb je ook een leven met God.

Wie zo in goede tijden dicht bij God leeft, legt een basis voor andere tijden.

‘wie als het goed gaat God leert kennen, kan als het minder is op hem terugvallen’

[#4] Maar dan komt satan in de hemel, bij God!

Heb je Job wel gezien, satan, iemand die zo op Mij vertrouwt?

Maar dan zegt satan: Job, die dienaar van u?

Die vertrouwt alleen op U omdat het hem goed gaat.

Lekker makkelijk. Als alles je voor de wind gaat. Als het je goed gaat.

Als je een gelukkig huwelijk hebt, kinderen kreeg, veel bezit.

Dan kun je wel geloven, dan kun je God wel bedanken.

Maar, zegt satan, wat als het hem minder gaat? Als hij alles kwijt raakt?

[#5] Veel mensen hebben het idee van geloof en religie dat het zo werkt.

Je hebt een grote machtige God. Je moet je aan zijn regels houden.

Wanneer je dat doet, dan gaat het je goed, dan ontvang je zegen.

Gewoon je aan tien geboden houden en leven zoals Hij dat vraagt.

Eigenlijk geloof je dan ook vooral voor jezelf: je wordt er beter van.

Leef maar netjes, niet vloeken, God niet boos maken en het zal je goed gaan.

En inderdaad zo werkt religie vaak.

Dat is toch hoe veel mensen er mee omgaan. Zo kun je er zelf ook mee omgaan.

En alle godsdiensten die mensen zelf bedacht hebben werken zo.

Van China tot Afrika, van Zuid-Amerika tot Mekka.

Mensen doen iets voor hun God, en dan moet God iets voor hun doen.

Daar sluit satan bij aan: God, neem hem alles maar af, geef hem maar niets meer.

Dan zal hij U niet meer dienen en u wel vergeten, dan geeft hij niets meer om U.

[#6] Zo gebeurt het. Vier zware mokerslagen treffen Job.

Op de dag dat de tien kinderen gezellig met elkaar eten in het huis van de oudste broer.

Vijanden die de dieren doden en roven.

De bliksem die inslaat, de orkaan die het huis van zijn kinderen doet instorten.

Als het vandaag gebeurt vragen we ook: waar is God?

Van een welvarende boer, wordt Job een arme man.

Van een gezegend gezin, wordt dit een familie gedompeld in rouw en verdriet.

[#7] En Job? Nu wordt duidelijk hoe Job in het leven stond.

Of hij al die mooie dingen vanzelfsprekend vond, of dat het zag al gaven van God.

Of hij vond dat hij er recht op had, omdat hij gelovig was, of dat het genade was.

Duidelijk wordt dat Job God zelf nu nog kan loven.

Ik had niets toen ik geboren werd. Ik zal ook niets hebben als ik begraven word.

De Heer heeft mij alles gegeven, en de Heer heeft alles weer van mij afgenomen.

Toch blijf ik de Heer danken!’

Wat bijzonder als je zo in het leven kan staan. Als je zo met je bezit om kan gaan.

Satan krijgt geen gelijk. Ik hoop dat geloven zo ook bij jou niet is:

Ik houd me aan de regels en dan komt het goed. Puur op jezelf gericht.

Ik hoop dat je ziet dat wat er ook gebeurt je het uiteindelijk van God mag verwachten.

Dat het draait om de vraag of je met Hem verbonden bent: dan weet je wat genade is.

Dan kun je zelfs in de diepste moeite, je nog op God richten. Psalmen zingen in de nacht.

Is Job dan niet verdrietig? Er staat: Job scheurde hij van verdriet zijn kleren kapot.

Hij knipte zijn hoofd helemaal kaal, en liet zich van ellende op de grond vallen.

Maar God houdt hem vast. Hij weet zich nog steeds van Hem.

Ik hoop dat dat ook de basis mag zijn van je leven.

Wanneer je zelf jezelf een Job voelt: bij alle ellende en verdriet.

Als je soms het gevoel heb dat je niet gezien wordt,

tussen al die mensen die het zo goed lijkt te gaan.

Dat je dan ook met God verbonden wilt zijn.

Het dan, juist dan ook van Hem verwacht.

Niet pas na het dal, maar ook in het donkere dal. Dat Hij er bij is.

Dat geldt ook als het je goed gaat:

vertrouw op God, en wees met Hem verbonden,

dan kun je ook in de moeilijke dagen het van Hem verwachten. 

Via berusting [#8] Maar het gaat nog verder in dit boek. Weer staat satan in de hemel.

Hij is de aarde langs getrokken en heeft weer kunnen zien wat Job gedaan heeft.

God wijst aan dat geloven voor Job niet uit eigen belang was.

Er is geen vloek uit Jobs mond gekomen.

Nee, zegt satan, dat zal niet …

Misschien is Job wel bang dat hem zelf iets zal overkomen als hij slecht van God spreekt.

Maar als ik aan hem zelf mag komen, dan zal het wel anders gaan.

En daar gaat satan weer: hij maakt Job verschrikkelijk ziek. Job krijgt overal zweren.

Het gaat helemaal niet goed met Job. Het is één en al ellende.

Hij moet zich de hele dag krabben. Hij vind geen moment rust.

Hij zit daar op de afvalhoop. Lichamelijk helemaal kapot.

Probeer maar eens als je zo kapot bent, geestelijk sterk te blijven.

Misschien wel met koorts, met jeuk die niet overgaat.

Ik werd van de week al gek als ik de hele nacht alleen maar lig te hoesten.

Vrouwen kunnen dan zeggen: ‘ach mannen hè, wat stellen ze zich aan’.

Maar hier gebeurt het andersom. Job zit daar in zijn ellende.

En dan gaat zijn vrouw juist zeggen: Job nu ben je er wel helemaal erg aan toe.

Hoe kun je nu nog met God verbonden zijn. Zeg God toch vaarwel!

Wat heb je nu aan geloof? Je hebt genoeg reden om God vaarwel te zeggen.

Zie je wat er gebeurt!

Na alle zware slagen die Job gehad heeft raakt hij ook nog de steun van zijn vrouw kwijt.

Een zesde slag! Waar je steun zou verwachten en hulp, valt ze hem af.

Begrijpt ze hem niet meer. Nu staat Job er helemaal alleen voor.

[#9] Ondertussen wordt dit door de hemel gadegeslagen.

Satan kijkt toe en hoopt dat Job naar zijn vrouw zal luisteren. 

God kijkt toe: Zal Job hem de eer blijven geven, of vergeet hij God?

Zo kijkt God toe, ook als je zelf allerlei verzoekingen en beproevingen op je weg krijgt.

Hoe zal het gaan met mijn kind. Zal hij Mij vasthouden?

Of laat hij of zij zich inpakken door de duivel.

Ben je je daarvan bewust: bij alles wat er op je weg komt.

Of het nu zegen is of moeite, vreugde of verdriet.

Besef je dat je levensweg niet zomaar is? Maar dat je een plek hebt in de strijd?

Zoals eens Jezus Christus door de duivel aangevallen werd in Getsemane.

En worstelde met zijn Vader. Heer, laat dit voorbij gaan.

Terwijl Satan hoopte dat Hij de strijd zou opgeven. Dat Jezus zou knielen voor Hem.

Maar Jezus hield vol: Hij legde zijn leven in de handen van God. Zijn wil geschiede.

Ook al moest hij door dat diepe dal gaan. Werd Hij wel door God verlaten!

[#10] En Job? Hij zegt niet: Gods naam zij geprezen, maar zegt:

Als we het goede van God aanvaarden,

waarom aanvaarden we het slechte dan niet?

Het klinkt al compleet anders. Maar Hij gaat niet mee met zijn vrouw.

Job zondigt niet. Van alles gaat er door hem heen. Hij berust in de situatie.

Over zijn lippen komt geen onvertogen woord.
 

[#11] 3. Maar dan zijn we nog niet bij het dieptepunt aangekomen.

Dan zijn we nog niet in de situatie waarin we de komende hoofdstukken van Job zitten.

Want er wordt een nieuwe situatie ten tonele gebracht.

In de eerste twee hoofdstukken die een soort inleiding van het boek zijn, gebeurt er wat.

Er verschijnen drie nieuw mensen ten tonele. Drie vrienden van Job.

Nu geen satan, nu zijn het drie mannen.

Wel mooi dat ze hem niet alleen laten lijden. Dat ze samen naar hem toe gaan.

Maar wat schrikken ze als hij er is. Hij zit daar op die puinhoop, onherkenbaar.

Ze herkennen hem pas als ze heel dichtbij zijn.

Ze zwijgen. Ze zijn vol verdriet. Ze kijken Job aan.

[#12] En dan klinkt er die klacht van Job. Waarom ben ik ooit geboren.

Die dag had er beter niet kunnen zijn. Wat is het zwart om Job heen.

Hij denkt: als ik er niet was, dan had ik ook geen ellende. Dan is was alles afgelopen.

Hier zien we Job werkelijk in de put. Nu ook zijn vijanden hem zo bestormen.

Nu klinkt de diepste klacht.

Niet iedereen heeft dit gelukkig meegemaakt in zijn of haar leven.

Maar toch kan het zijn dat je soms helemaal met Job mee kan voelen.

Wat heeft dit leven voor zin als er zoveel ellende is? Als je dag in dag uit je vragen hebt?

Laten we als gemeente ook oog hebben voor die moeite.

Die vragen die gesteld kunnen worden.

Iemand zei: elke dienst zou je zo’n klaagpsalm moeten zingen.

Is het niet voor iemand in de gemeente, dan wel voor een vluchteling of iemand in de nood. Mag dit klagen en roepen ook gehoord worden?!

In het verleden heeft men wel eens teveel alleen de inleiding van Job benadrukt.

Ook als het moeilijk is, toch blijven vertrouwen. Daar komt het wel op aan.

Maar zie en peil je ook de diepte van de nood? De strijd die Job moet leveren.

Job begrijpt het niet en hij snapt het niet.

Daar zullen we in de vervolgpreken bij terugkomen.  

Voor nu is helder: ondanks zijn klagen, laat Job God niet los.

Hij gaat juist met zijn vragen naar God toe. Laten we dat ook steeds weer doen.

Niet zonder God, maar juist in gesprek met God door het lijden heengaan.

Door Christus mag satan niet meer in de hemel komen, maar op aarde is er strijd.

Moeten we bidden dat God je niet in verzoeking leidt.

Niet God als een God als je wind mee hebt, maar ook als je wind tegen hebt.

Deze God die Jezus ook echt mee kan voelen met ons lijden en weet wat het is.

Jezus die ook voor ons geleden heeft. Zelfs de moeilijkste vragen staan in de bijbel.

En dan mag je weten: we krijgen geen vragen op alle ‘waarom’-vragen, maar je mag wel weten: God zal mij ook bij alle onzekerheid en vragen, niet alleen laten.  Hij zal mij altijd dragen met zijn eeuwige armen. Amen.