Preek Psalm 103 – Prijs Hem, met meer passie dan ooit!

september 12, 2021

Preek Psalm 103

[#1] Heb jij deze week nog een compliment gekregen? Dat iemand zei: goed gedaan?

Je hebt een mooie kleurplaat gemaakt en je oma hing hem gelijk op: wat lief van je dat je dat voor mij gemaakt hebt!

Je had je best gedaan op je woordjes voor Engels en de leraar zei: wat heb jij je daar goed je best op gedaan. Drie krullen eronder! 

Je hebt een heerlijke appeltaart gebakken en iemand zei: wat smaakt dat ontzettend lekker! Geweldig. Dat is wat wij zeiden toen we na de begrafenis van Liesbeth zo’n heerlijk stuk appeltaart kregen in Voorburg.

Een compliment ontvangen is fijn, veel mooier dan kritiek krijgen.

Soms uiten mensen dat veel sneller, wat niet deugt, en vergeten ze een compliment te geven.

[#2] David neemt hier in de Psalm uitgebreid de tijd om God complimenten te geven.

Maar niet even snel, iets dat je zonder aandacht zegt of bidt, zoals soms gedachteloos kan bidden.

Maar door tegen God te zeggen wat hem in zijn hart geraakt heeft, waar hij van onder de indruk is.

Hij prijst de Heer, vanuit het diepst van zijn hart,

en hij wil de dingen die God gedaan heeft niet vergeten.

Hij roep ook anderen op om dat te doen: loof de Heer, en vergeet zijn daden niet.

Ja, want vergeten God te bedanken overkomt je zomaar.

Als je weer beter bent, als de zon op komt of als je weer eten hebt, als er medicijnen zijn.

Als je kracht kreeg om eten te koken, een mooi cijfer te halen, een mooie kleurplaat kon maken.

Als je ook als je kracht vermindert en je adem stokt, en mag geloven in leven tot in eeuwigheid.

[#3] En weet je wat het mooie is. Waarom God zoveel lof, eer en prijs mag ontvangen?

Omdat hij ervoor gekozen heeft om jou en u lief te hebben. Omdat hij alles voor je over had.

Hij zegt: ik zie jou. Ik sta altijd voor jou te klappen. Ik vind je geweldig. Ik heb je lief.

Wat er ook gebeurt in je leven, welke weg je ook gaat, hoe onzeker je je ook voelt,

Hoe moeilijk de opgaaf ook is waar je deze dagen en weken ook voor staat.

Ik laat je niet los, ik vind je geweldig, ik heb je lief, ik stop niet met jou complimenten te geven.

Ik vergeef al je fouten, ik ben altijd trouw, daar kroon ik je mee, ik overlaadt je met liefde en geluk.

Waar je jezelf misschien voelt falen, denkt: het was toch onvoldoende. Ik schiet tekort.

Is er aan Gods trouw geen einde: eeuwig duurt zijn trouw. Hij let niet op je fouten. Hij heeft je lief!

[#4] Ja maar, zeg je misschien … ik kan God helemaal niet zo loven, zeker vandaag niet.

Er is ruzie bij ons thuis; ik baal van de nieuwe klas; mijn ouders begrijpen me niet.

Ik ben ziek en zie heb er al zolang last van. Ik heb het psychisch moeilijk. Ik stond wel bij een graf.

Psalm 102 past beter vandaag: ik ben eenzaam, u verbergt zich voor mij God, ik wordt bespot.

Ik ben boos: u tilde me op en gooide me neer. Mijn brood is vermengt met tranen.

U geeft nieuwe kracht, zoals een arend vernieuwd wordt? Mijn kracht is bijna weg.

Het lijkt wel of niemand mij ziet en niemand mij begrijpt.

Ik voel me alleen op school en thuis, op mijn stage en werk. 

Hoe moet ik dan complimenten geven? Hoe moet ik dit dan meezingen?

[#5] Ik had een evangelische collega die mij vertelde dat hij elke dag startte met deze psalm.

Hij las hem op zijn verjaardag, op zijn trouwdag, de dag van de geboorte van zijn kinderen.

Ook op de dag dat zijn vader overleed, dat hij zijn dochter verloor, maar ook weer toen hij opa werd.

Ook op die moeilijke dagen dat hij bijna niet verder kon.

riep hij zichzelf op om Gods weldaden niet te vergeten. God complimenten te geven.

Hoe dat kan? Hoe hij dat kon? Omdat deze psalm heel dicht bij de basis van je leven komt.

Het eerste wat er staat is ‘God vergeeft al onze zonden. Hij heeft zijn Zoon gegeven.

Jezus kwam hier op aarde en zag de wereld met al zijn pijn en nood.

Loof de Heer: die doet wat hij beloofde. Hij gaf zijn eigen zoon, om ons te redden.

Prijs God. Christus overwinnaar betekent niet: je ogen sluiten voor de pijn.

Maar juist zien hoe God in de pijn je opzoekt, dat zijn lichaam gebroken wordt en het bloed vergoten.

Hoe hij je wonden wil genezen, je pijn wil verlichten, je onzekerheid wil wegnemen.

Midden in het leven met zijn ups en downs, goede en kwade dagen, soms met tranen in de ogen,

God prijzen omdat hij uiteindelijk zijn liefde in ons uit wil storten en ons zo liefheeft.

Hij wil je optillen door de kracht van de liefde en zodat je verder kunt. Hij wil je dragen.

Ik bid dat je ook vandaag door het avondmaal nieuwe kracht, hoop en moed mag ontvangen.

Zodat mag groeien door Gods Geest. Je weer vernieuwd wordt in de liefde voor de ander,

en je enthousiast anderen complimenten kunt geven en vooral God wil prijzen, vanuit je hart, met meer passie dan ooit! Amen


Zondag 1 – Grijp je vast aan Jezus, je redder!

augustus 22, 2021

Preek Heemse, 22-8-2021

Tekst: zondag 1

Geliefde gemeente van de trouwe Heiland Jezus Christus,

[#1] Iemand die niet gelovig is. Iemand die Jezus niet kent. Iemand die nooit bidt.

Waarin verschilt zijn leven met dat van iemand die dat wel heeft en kent?

Er is veel wat je deelt als mensen: iedereen krijgt te maken met blijdschap en moeite.

Met goede en fijne dingen, maar ook met spanningen en stress.

Geboorte, een nieuwe baan, naar school, ontspanning en vakantie.

Met ziekte en uiteindelijk met sterven. En wat als je nu ver bij God vandaan bent.

Wat als je niets met het geloof en de kerk te maken wil hebben of meer wil hebben.

Wat mis je als je niet gelooft?

[#2] Op zich zul je ook manieren vinden om gelukkig te zijn. Je geniet van het goede.

Van de zon, of baalt van de regen. Geniet van mensen om je heen. Ook als er ziekte is, grijp je je vast.

Aan de mensen die met je meeleven, aan de artsen die je helpen.

Als het tegenzit dan baal je en schreeuw je het misschien een keer uit. Of je zet mooie muziek op.

En als je komt te overlijden, dan is alles voorbij en afgelopen, dan is er niets.

Dan zijn er herinneringen, maar verder is het voorbij.

Troost zit hem in een bloem, een knipoog, een kaartje, begrip.

Zou je zo willen leven en kunnen leven, zonder het geloof?

Of voegt het geloof werkelijk iets toe? Maakt het een verschil?

[#3] Vanmiddag krijgen we de kans om de kern van het geloof zo kort mogelijk te horen.

Samengebald en samengevat in één vraag en antwoord.  

Het geloof, de kerk, het leven met God, in woord, in daden, in gebed is zo breed.

Maar als je nu echt moet zeggen: wat zou je missen? Wat is nu echt de kern, waar draait het om?

Dan willen de schrijvers van dit leerboek het in een paar zinnen samen vatten.

Zinnen die zo sterk en krachtig geformuleerd zijn dat velen het uit hun hoofd kennen,

Omdat dat vroeger moest, maar ook omdat ze in hun hart zijn in gedaald.

Omdat ze zo het geluk, de grond van hun leven, hun redding, hun rijkdom formuleren.

En vanmiddag wil ik dat wat afpellen en onder woorden brengen, wat dan grond onder je leven is.

[#4] Grijp je vast aan Jezus, je Redder!

1. Jezus opent de weg tot Vader

2. Hij zal voor je zorgen

3. Leef vol van zijn liefde!

1. Jezus opent de weg tot de Vader

Als de catechismus onder woorden wil brengen wat de kern van geloven is, dan is dat troost.

Inderdaad, gelovig en ongelovig, we zijn allemaal onderweg, in vreugde en verdriet.

Maar voor wie er gelooft, is er troost, is er een speciale troost, in leven en sterven.

En die troost is, dat je vastgehouden wordt en dat je je zelf dus ergens aan vast kan houden.

[#5] Iemand zei: er is een lus in de bus. Vroeger had je die, en misschien nog wel in sommige bussen. 

Iedereen is onderweg in de bus. De bus slingert soms, of moet remmen, of er is een drempel.

Als je dan staat val je bijna om. Maar wat is het mooi als je de lus vast kan pakken.

Als je een houvast hebt, een stevige basis.

Ons leven kan ook schokken en wiebelen, door constante zorgen over geld.

Doordat je ongelukkig bent of aangeslagen. Verlies geleden hebt, of je verlaten voelt.

Door teleurstelling. Er kan oorlog zijn, of ziekte, of zelfs de dood.

Wat een houvast, wat een zekerheid, als je je dan vast mag grijpen aan die lus. Aan Jezus!

[#6] Ja, wat is de dood een vijand: niet alleen de weg er heen en dat hart stopt met kloppen.

Maar vooral het verlies en de eenzaamheid die je krijgt, als iemand wegvalt.

Hoe komt die ellende, hoe komt dat verlaten voelen, hoe komt het alleen zijn?

Psalm 90 zegt: we vergaan door uw toorn. Er is een kloof gekomen tussen God en ons.

Het paradijs werd gesloten. We kunnen niet bij Gods heerlijkheid komen.

Ook in de tabernakel en tempel van Israël, bleef God op afstand.

In het allerheiligste, waar de ark stond, waar God was, kan niemand meer komen.

Er is een afstand tussen God en ons. Door de zonde gaat het steeds weer mis.

De duivel probeert ons met zijn plannen te verleiden,

Verleidingen komen op je af om God te verlaten,

Vanuit je eigen hart steekt de zonde steeds de kop op.

Je kunt goedkope troost zoeken, dat je het even vergeet, er niet aan hoeft te denken.

Wegvluchten in drank, of feesten, of je werk, jouw houvast.

En als je dacht dat de offers in de tempel de oplossing waren:

Zelfs de offers in het oude testament waren maar een schaduw van wat Jezus zou doen.

Ze konden niet echt de weg openen. Ze brachten niet echt verzoening.

Ze brachten de zonden juist alleen te binnen. En de kloof werd niet overbrugd.

[#7] Maar dan: komt er een initiatief uit de hemel. Christus zelf komt naar ons toe.

Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor onze zonden betaald.

Hij zegt: ik geef mijn lichaam. Hij geeft zichzelf als het volmaakte offer.

Hij zegt: ik betaal met mijn lichaam en bloed. En dat niet omdat het moest.

God verwachtte dat iemand kwam om zijn wil te doen, vrijwillig.

En Jezus zei: Hier ben ik om uw wil te doen.

De Hebreeënschrijver stelt deze verzen als een gesprek tussen de vader en de zoon.

Jezus kwam en deed, niet alleen geestelijk, maar ook met zijn lichaam, de wil van de vader.

Hij leefde volmaakt, Hij betaalde de schuld, Hij kwam in mijn plaats.

Wat een liefde, wat een genade. Mijn trouwe heiland. Hij was trouw, trouw tot in de dood.

[#8] En dan zegt de schrijver: als we zo’n redder hebben, als hij zijn bloed gegeven heeft.

Laten we dan zonder angst of schroom tot God gaan, het allerheiligste binnen.

Hij heeft betaald, Hij heeft geleden. Je kunt het paradijs weer in. Je kunt tot God naderen.

We hoeven geen slecht geweten meer te hebben over de zonde. Kom door het voorhangsel heen.

Nader tot God, en weet je verbonden met de Vader. Je mag komen met een zuiver hart.

De weg tot God is open: laat het niet voorbij gaan, maar grijp je vast aan die lus.

Zie die enige en diepe troost. Je wordt gedragen, je mag eeuwig leven. Er is vrede.

[#9] 2. Hij zal voor je zorgen

Als je je zo vastgrijpt aan Jezus Christus, zo met Hem verbonden bent,

Mag je ook weten dat Hij voor je zorgt. Jezus is maar niet iemand van vroeger.

Nee, Hij bewaart mij nog steeds. Hij zit aan de rechterhand van de vader.

Zonder de wil van de hemelse Vader, zal geen haar van mijn hoofd vallen.

Geen haar, wie geeft daar nu om, maar dus ook niet een stukje in je oog,

Vliegje in je keel, ook niet een kogel in de strijd, of een auto op de weg.

Sommigen zeggen: heb je zo’n beeld van God, dat Hij zich met alles bemoeid?

Het zal toch wel toeval zijn. Hij kan toch niet alles? En die ellende dan?

En toch: kijk eens naar Job in de Bijbel, Hij zei niet: het komt door mij, ik heb verdiend.

Maar hij wist wel, dat de duivel dit niet had gedaan, als God het niet had toegestaan.

Of zie hoe Paulus schrijft over hoe God uiteindelijk alles doet meewerken ten goede.

En zelfs Petrus moest leren, door de moeite heen, om niet op zichzelf te vertrouwen.

Hij verloochende Jezus. Geen makkelijke weg, maar zo leerde hij de hoogmoed af.

[#10] Wij kunnen God niet narekenen. Je krijgt geen antwoord op alle vragen.

Maar kijk vooral in welk kader dit staat: Christus heeft je gekocht met lichaam en ziel.

Dus niet alleen je hart, je verdriet en je zorgen. Maar ook je lichaam met die ziekte,

die pijn, die moeite, die handicap. En weet je wat hij er voor betaalde?

Het offer van zijn eigen lichaam en bloed. Moet je je eens voorstellen!

Iemand komt het ziekenhuis binnen en zegt tegen de arts: ik wil tien liter bloed.

Nu gelijk, ik heb het nodig, ik wil jouw bloed hebben. Tap het maar af!

Zou die arts dat geven? Nee toch! Zelfs niet voor een miljoen euro.

Want dan zou hij sterven! Dat zou hem zijn leven kosten.

Wat deed Jezus: Hij betaalde met zijn bloed, met zijn leven.

Er is geen groter liefde dan dat iemand zijn leven geeft voor de ander (Joh 10)

Hij is onze geneesheer, onze arts, hij weet wat onze diepste pijn is en betaalde ervoor.

Hier op aarde is er soms nog moeite, maar het ‘goede zal komen’ (Hebr 10:1).

Jezus heeft ons gekocht om eeuwig leven te geven, te naderen voor Gods troon (Hebr. 10:19)

[#11] 3. Wat verandert dan? Wie contant in vrees leeft voor God, voor zijn zonden, voor zijn schuld…

die zal een angstig leven leiden.

Wie zelf schulden heeft bij iemand, durft de ander niet meer onder ogen te komen.

Die zal hem vermijden en uit de weg gaan. En bovendien als je zelf met schulden wakker wordt,

dan moet je daar elke dag aan denken. Bij alles wat je doet, komt, wil doen.

Wie daarvan bevrijd is, staat heel anders in het leven. Die is weer vrij, kan weer doen wat hij/zij wil.

Zo wil Jezus ons in de vrijheid stellen. De duivel klaagt ons niet meer aan!

Je bent bevrijd van een slecht geweten en met water gewassen.

Laten we dan vasthouden wat we belijden en ons toeleggen op liefde en goede daden!

Hij maakt mij van harte bereid voortaan voor hem te leven, zegt de catechismus.

[#12] Denk aan iemand die het eigendom was van een slechte slaaf.

Zijn eigenaar slaat hem steeds, drijft hem op en hij is steeds angstig.

Gelukkig is de slavernij afgeschaft, maar vroeger kon je ook een goede Meester treffen.

Stel dat iemand zo’n slaaf vrijkoopt en dat je dan eigendom wordt van de nieuwe heer.

Denk je dan: Hij slaat mij niet meer, ik ben niet bang meer, ik ga gewoon mijn eigen gang.

Of zeg je: nu heeft die heer mij gekocht, nu wil ook met plezier en vreugde hem dienen.

Zo is het als je van Jezus bent. Laten we zijn naam belijden en elkaar meenemen!

En: laten we elkaar aansporen tot daden van liefde en goede werken.

Gelijk aan het begin van het leerboek komt zo naar voren: het is maar niet ‘Ja en amen’.

Wat geweldig dat Jezus dit gaan heeft. Wat een stevige lus in de bus, in de reis van leven.

[#13] Jezus bevrijdt ons, uit liefde, tot liefde. Zeker als we weten dat dag van Gods komst nadert.

Ik hoop dat als je straks de kerk uitgaat, niet alleen je gedragen voelt.

Dat je beseft: God zal voor me zorgen.

Maar dat dat ook maakt dat je uit liefde anderen aanspoort tot liefde.

Hoe spoor ik een ander aan om lief te hebben en het goede te doen.

Door zelf het goede voorbeeld te geven, door te wijzen op voorbeelden van anderen.

Door te wijzen op het voorbeeld van Jezus Christus zelf: Hij had alles voor ons over.

Stuur jij dat kaartje? Doe jij dat telefoontje? Breng jij die hulp? Zet jij je in?

Ik hoop dat je vanuit het houvast, en de liefde, over mag stromen van liefde.

Dat zo het verschil tussen gelovig en ongelovig niet alleen in hoofd en hart,

Maar ook in daden zichtbaar wordt:

Laat al wat ik ben vol zijn van uw liefde, Heer!

Amen.


Leviticus 3 – Vredeoffer

augustus 15, 2021

Preek Heemse, 15 augustus 2021

Tekst: Leviticus 3:6 / 7:16 ‘Vredeoffer’

Geliefde gemeente van Onze Heer Jezus Christus,

[#1] Heb jij vrede in je hart gevonden? Is de vrede van God in jou neergedaald?

Als je regelmatig naar de kerk gaat, hoor je veel over vrede.

Het grootste nieuws in de kerstnacht is: Vrede op aarde!

Als Jezus weg gaat zegt Hij: mijn vrede laat ik u!

De kerkdienst begint met genade en vrede, en eindigt met de ‘en geeft u vrede’.

Maar lukt het echt om die vrede te ontvangen.

Om tevreden te zijn met jezelf, zoals je bent, zoals het is.

Om tevreden te zijn met die ander naast je en om je heen.

Om vrede te hebben met God en te ontdekken dat Hij vrede met wil?

[#2] Het mooie van de bijbel is dat vrede in de bijbel meer is dan afwezigheid van oorlog.

Het is niet zo dat je in vrede leeft, als er geen vijanden met wapens aan de grens staan.

Er hoeft geen vrede te zijn in je huis, als iemand roept: stop met ruzie om de lieve vrede!

En ook als je niet in jezelf loopt te schelden en te vloeken, kan de vrede nog ver weg zijn.

Vrede in de bijbel betekent: een gevulde vrede. Blijdschap, vreugde, rust.

Het betekent dank en lof, vervulling en vieren, liefde en geaccepteerd zijn.

Je brood eten met vreugde, belangstelling, gesprek, waardering.

Het glas heffen in kameraadschap, vertrouwen en blijdschap.

God danken en prijzen voor zijn zegen en vrede onder de zon.

[#3] We lazen net al over die volmaakte vrede en blijdschap die er eens zal zijn.

Als Jezus maaltijd met ons zal houden en de wijn nieuw zal drinken.

Maar, om eerlijk te zijn, de echte vrede is hier op aarde soms ver te zoeken.

Anders hoefde ik die vragen niet te stellen, of je de vrede al gevonden hebt.

Hoe gaat het mis in de wereld,

Waar olijfbomen en wijnstokken verbranden, de gletsjers smelten, de zeespiegel stijgt.

Waar in huizen een ijzige stilt hangt of gescholden wordt.

Waar mensen de wapens opnemen, aanslagen er zijn. 

Bootvluchtelingen een beter bestaan zoeken. Honger en dorst wordt geleden.

Of waar pijn en verdriet is door ziekte en sterven.

[#4] Het volk Israël had het zelf van dichtbij meegemaakt.

Op zoek naar eten waren ze in Egypte aan beland. De stinkende herders uit Kanaän,

ze waren tot slaven gemaakt. Hun kinderen werden gedood. In de Nijl ermee!

Ze werden onderdrukt en de vrijheid was weg. Slaven van de Farao.

Maar dan gebeurt het wonder: God opent een weg. Hij roept Mozes.

Ik neem jullie mee om feest te vieren in de woestijn.

Jullie mogen wonen in het land van melk en honing.

Ik zelf wil in jullie midden wonen, als God van vrede!

[#5] Wanneer we dan kijken naar de offers die hij voorschrijft, dan zit daar een duidelijke lijn in.

Samen vormen ze het complete plaatje van wat Christus uiteindelijk gedaan heeft in zijn offer.

Kijk eens wat een wonder: God wil bij ons komen en wij mogen bij God komen.

Hoe kan er vrede komen? Hoe kan God bij ons wonen?

Dat kan alleen als er een offer gebracht wordt:

Een brandoffer: dat iemand heel zijn leven gegeven heeft voor mij in de plaats.

Een graanoffer: dat iemand ook een volmaakt leven van volledige toewijding heeft geleefd.

Dan komt er het vrede offer, pas als die stap gezet is,

pas als je ziet hoe Jezus zijn lichaam en bloed gaf voor zonde en voor onze schuld betaald heeft.

Maar wel een vredeoffer: Uiteindelijk is heel het werk van Jezus aan het kruis daarop gericht.

Is de weg die de offers vooruit wijzen, een weg om uiteindelijk de vrede te bereiken.

En ja, dan komt zelfs in het vredeoffer eerst weer naar voren dat er betaald moet zijn.

Een gedeelte van het offer, het meest kostbare gedeelte gaat naar God.

De vette delen van het dier moeten als offergave aan de HEER worden aangeboden:

de bij het stuitbeen afgesneden staart in zijn geheel

(ik las ergens dat dit soort schapen een hele zware staart hadden met veel vet),

het vet rond de buikholte en al het vet aan de ingewanden, vet bij de nieren

en de kleinste lob van de lever.

Ik ben geen slager en heb ook geen wens om slager te worden, maar wat ik er van experts over lees:

het was het meest kostbare vet, een lekkernij. Dat was voor God. Het moest verbrand.

Het betekende dat iemand uitriep: Halleluja, dit is voor God.

Als ze samen gingen eten bij dit offer, was eerst God zijn deel aangeboden.

Hem kwam de dank toe, door hem was er verzoening, Hij had de weg geopend.

Wie werkelijk vrede in zijn leven wil ervaren, kan niet zeggen:

mijn zonden zijn vergeven, nu bouw ik zelf die vrede op.

Die mag dan ook elke dag naar God toegaan met zijn leven en zeggen: Hier ben ik, Heer.

Ook bij dit offer brengt de offeraar een het dier naar God en legt zijn handen erop:

Nu met een andere betekenis, dan dat het dier zijn zonden overneemt en geslacht wordt voor hem.

Kijk dit geef ik, als een teken dat ik mezelf geef, zodat vrede en een vredemaaltijd mogelijk wordt.

Zoek jij, zoekt u zo allereerst God in je leven en stel je je open om hem te ontmoeten?

Als het licht wordt, als je opstaat, als je eet, als je ademt, als je samen bent, als de week begint?

Vrede met elkaar, begint met vrede met God en hem toelaten in je hart en leven.

In het ND van dinsdag (?) stond een stukje van Belle over stille tijd.

Jos Douma heeft een cursus waar velen op intekenen: lukt het je om die vrede met God te ervaren.

[#7] En als er dan vrede is met God, mag er ook vrede met elkaar komen.

Er wordt dan niet alleen een dier geofferd, maar ook allerlei soorten cake en koeken.

Een gedeelte gaat naar de priesters in het huis van God, maar het meeste is voor de offeraar.

Er komt een maaltijd, waar iedereen aanschuift.

Zoals er een maaltijd was als Hanna naar de tempel ging met Elkana.

En niet Penina, maar Hanna het grootste stuk vlees kreeg.

Zoals we rond christelijke feesten met elkaar eten: met kerst, met een bruiloft.

Zoals je met elkaar kunt BBQ’en en gezelligheid met elkaar op mag zoeken.

Hier wordt iets zichtbaar van de vrede die God voor ogen heeft.

En misschien wel het meest in het avondmaal:

Helaas moesten we het door corona thuis vieren, maar het is bedoeld als maaltijd met elkaar.

Om elkaar op te zoeken en te vieren wat we in Christus hebben: vrede met Hem en met elkaar.

Die vrede is en blijft er niet automatisch: Ook hier wordt van de deelnemer aan het feest

verwacht dat hij rein is. Vrede delen met elkaar begint bij jezelf.

Je wordt geroepen tot het feestmaal, wee jou, zegt Jezus, als je komt zonder feestkleed.

Samen gaan ze eten in Korinthe, maar wee de rijke die gaat eten, zonder aan de arme te denken.

Wie zelf vrede heeft met God, hoeft niet overdreven angstig te zijn voor zijn plek,

Hoeft zichzelf niet te profileren ten kost van anderen.

Is niet de hele tijd aan het afgeven op anderen die er niets van snappen en alles fout doen.

Die is er voor de ander, die geeft zichzelf, die luistert en helpt.

Die zoekt de werkelijke vrede. Ik hoop dat u en jij en ik die vrede steeds weer mogen vinden.

Door de ander te zien, te horen, aandacht te hebben, er te zijn.

Dat dit offer heel dicht bij het offer van Jezus staat, komt ook in een detail naar voren.

Het vlees van het offer, dat niet opgegeten werd, mocht niet zo lang bewaard worden.

Dat snap je: het moet niet bederven in zo’n warm land.

Maar het lichaam van Jezus was zelf ook maar drie dagen in het graf.

Op vrijdagavond, zaterdag, maar op zondag leefde hij! Stond hij op!

In de regel dat op het derde dag het vlees weg moest zijn,

zie je als een zinspeling naar het lichaam van Jezus.

Laten we leren uit dit boek voor de liturgie, ook van de avondmaalsliturgie.

Niet dat ik nu wil dat je Leviticus heel vaak gaat lezen, maar het is wel goed om het een keer zien.

Laten we leren: bij de maaltijd die we samen hebben, wordt geen offer gebracht.

We zetten geen altaar in de kerk en hebben geen priester nodig.

Het offer is eens en voor altijd gebracht door Jezus aan het kruis.

Het geeft ons voor altijd vrede met hem. We denken aan dat offer terug.

Maar het betekent ook dat het avondmaal vooral verwijst naar het vrede offer.

Als die maaltijd dan zo belangrijk is: hoe geven we dat dan vorm?

Volgens mij schieten we in onze manier van vieren daarin nog tekort.

We moeten veel meer zoeken naar vormen om echt met elkaar te eten en te drinken.

Niet alleen thuis, in de eigen kring en groep, maar juist ook bij het avondmaal.

Als gemeente, als huis van God. Want juist bij het avondmaal vier je niet alleen:

de vrede met God, maar ook de vrede met elkaar. Samen delen in de vreugde.

Ik hoop dat dit over je mag helpen op zoek te gaan naar de vrede.

Om de vrede steeds meer in je hart het leven te ontvangen.

Dat niet alleen ons smeken, ons vragen, maar ook het prijzen, blij zijn.

Het halleluja roepen een plek mag krijgen in de liturgie thuis en in de kerk.

Let er eens op als je vandaag bidt:

hoeveel blijdschap en vrede, vrolijkheid en dank is er als je gaat bidden.

En hoe vaak zoeken je elkaar op om werkelijk te vieren dat je één bent in Christus.

[#8] Tegelijk: we weten dat de vrede zo wreed verstoord kan worden.

Het volk ging door de woestijn, wij gaan door een nacht van strijd en zorgen.

Soms zijn er duizend vragen. Twee keer stonden we deze week bij het graf. Er gaat zoveel mis.

Wat doet dat verlangen naar een perfecte wereld, de volmaakte vrede, de grote zomer.

We weten dat die weg niet vanzelf zal gaan, we soms door het donker gaan.

Maar eens zal de stem klinken: Halleluja, gezang welt op uit alle kelen,

De Koning komt, aanvaardt de troon, de vrede heerst,

Gods eigen Zoon, komt voor zijn bruid, die zich in blinkend wit, mag kleden.

De koning komt, vervult het huis, ontvang het Lam, in het feestgedruis.

Gelukkig is wie op het bruiloftsmaal, mag komen.

Wees allen vrolijk en geef hem de eer, jubel en zing voor God, onze Heer.

Halleluja. De vrede die alle verstand te boven gaat zal eeuwig in ons wonen! Amen.


Leviticus 2 – Graanoffer: Heel mijn leven geef ik voor U!

juli 11, 2021

Preek Heemse, 11 juli 2021 (begin schoolvakantie / slot seizoen)

Tekst: Leviticus 2; 1 Petrus 2:5

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Sophie is 10 jaar. Ze heeft vakantie gekregen.

Een heel jaar zit erop. Ze is blij dat het goed ging, en blij met de vakantie.

Nu lekker genieten van mooi weer, vriendinnen, naar het water, stoeien in het hoge gras.

Als haar moeder op zaterdagmorgen de keuken binnenkomt, ziet ze dat er gewerkt is.

Er ligt wat bloem op de vloer, de beslagkom staat in de gootsteen, de olie staat net wat anders.

Maar wat ruikt het lekker! Er ligt in de oven een heerlijke cake te bakken.

Ze doet net of ze niets gezien heeft en gaat douchen.

Om tien uur wordt ze geroepen. Koffie! Verrassing!

Sophie heeft de koffie gezet, de cake op de schoteltjes gelegd en alles buiten neergezet.

Samen zitten ze in de tuin te genieten van de zon, de bloemen, het lekkers, de vakantie.

Wat ontzettend lief van je, zegt moeder. Sophie zegt: Ik ben zo blij met alles wat u gedaan hebt.

Voor schooltijd, als ik thuiskwam, als ik een opdracht heb. Ik wil u geweldig bedanken!

[#2] Een cadeau, een geschenk, een gift om je liefde en je dank te uiten.

Houd dat maar in gedachten als je vandaag het liturgiebriefje van het graanoffer ziet.

Als je met heel je hart God wil liefhebben, Hem je dank wil betalen, hoe doe je dat dan?

In Israël was er een handleiding voor: je kon een graanoffer gaan brengen.

Dat hoefde niet, maar het mocht. Via gemalen tarwe, de tarwebloem die je bracht.

Of dat je het echt helemaal klaar ging maken:

je kon iets bakken in de oven, dan kreeg je een soort brood of cake.

Je kon een koekenpan gebruiken (dan krijg je een soort pannenkoeken) (ND zaterdag 10-7)

Je kon ook deegwaren in het water laten koken als een soort pasta.

Allemaal geschenken om je liefde te laten zien aan God.

Niet verplicht, op één moment na: als je de oogst binnenhaalde bracht je het eerste deel aan God.

Het eerste deel als teken voor het geheel om God te danken voor alles wat Hij gaf (vers 14)

[#3] Wat biedt je eigenlijk aan als je een graanoffer brengt.

Ludwig Feuerbach zei al: Der Mensch ist was er isst.

Tegenwoordig hebben we veel soorten voedsel en eten, maar toen had men vooral graan.

Je lichaam kreeg zijn kracht en graan doordat je graanproducten had.

Zo kun je zien dat de mensen hun leven en dank aan God gaven in dit offer.

Als Jezus zijn lichaam geeft voor ons in de dood, laat hij dat zien in het teken van brood.

Dit offer is een stuk minder bloederig dan de andere offers.

Het is het enige offer waar geen bloed bij vloeit.

Toch wijst ook dit offer naar Jezus. Ook dit is een voorafbeelding, een plaatje,

Een schaduw van wat Jezus zou gaan doen. Hij zou zijn leven geven, helemaal, als offer aan God.

Zijn offer aan het kruis zou het laatste offer zijn dat gebracht moest worden.

Dan stopten de graanoffers, scheurde het voorhangsel in de tempel en is de weg naar God open.

[#4] Leviticus verdiept onze worship, onze eredienst, onze lof aan God.

Een groot gevaar van God prijzen en loven, God danken en onze gaven brengen,

Is dat we daarmee iets van God gaan verwachten. Ik geef u toch iets, wat doet U voor mij?

Ik heb U altijd zo trouw gediend, wat krijg ik dan van U terug.

Ik geef U veel van mijn tijd, mijn hart, mijn krachten, mijn liefde: U doet dan toch wel wat voor mij?

Maar met onze offers en gaven kunnen we niets bij God verdienen.

Zo werkt het misschien bij mensen, maar niet bij God.

God vraagt in Leviticus: wees heilig, want Ik ben heilig. Maar wie kan daaraan voldoen?

Daarom mocht zo’n gave van God ook nooit gebracht worden zonder een schuldoffer of brandoffer.

Dit offer werd nooit alleen gebracht.

Altijd werd ook duidelijk: alleen uit genade, omdat er voor je betaald is zal ik dit offer aannemen.

Daarom ben je mijn kind, draag Ik je in de moeite, vergeef Ik je zonden, omdat het Lam is geslacht,

Omdat Christus heel de weg gegaan is. Omdat het zijn eten en drinken was om Gods wil te doen.

[#5] En het mooie is, dat niet alleen het Lam iets van Jezus laat zien, maar ook dit offer.

Wanneer het graan wordt geofferd, dan beeldt dat iets uit van wat Jezus gedaan heeft.

Hoe je dat weet? Omdat het offer op een speciale manier gebracht moest worden.

Er mocht geen onreinheid in zijn, geen gist, geen schimmel, geen fermentatie, geen vruchtenstroop.

Jezus leven was zonder zonde, en alleen maar heilig.

Het graanoffer moest een volmaakt offer voor de Heer zijn. En wat wat moest er wel in:

Er moest wel zout in. Zout gaat juist het bederf tegen. Zout zorgt voor bewaring.

Zo was zout een teken van Gods verbond en blijvende liefde.

Dit offer beeld van te voren het leven van Jezus uit, want er moest ook olie bij.

Olie is het teken van blijdschap, zalving en vooral van de Heilige Geest die vernieuwt.

Jezus leven was doordrenkt van de Geest: ontvangen uit de Geest, geboren uit Maria.

Hij werd gedoopt en de kracht van Geest werkte in Hem.

Door de kracht van Geest kon Hij zijn weg gaan.  

Jezus heeft een volmaakt leven geleid, heilig zoals God heilig is, geleid door de Geest.

Dit leven heeft Hij voor ons geleid en heeft Hij voor ons als offer gebracht.

Zijn eten en drinken was het Gods wil te doen. Hij bad: laat uw wil gebeuren.

[#6] Wie dit onderdeel van het dienen aan God weglaat, doet het werk van Jezus tekort.

Juist het graanoffer laat zien dat geloven niet alleen is ‘Heer vergeef mijn zonden’.

Dat is wel de basis, de grond van Gods liefde en genade, we kunnen niet zonder.

Maar geloven betekent ook: heel je leven offeren en wijden aan God.

Niet de Heilige Geest vergeten, maar de kracht van de Geest in je leven laten werken.

Petrus zegt: je bent opnieuw geboren, daarom moet je:

Alle gist en rotting uit je leven verwijderen: geen slechte dingen meer doen,

niet liegen, niet jaloers of schijnheilig zijn, niet roddelen. En wat wel?

Jullie offer is het dienen van God, door goed te leven.

Want dankzij Jezus doen jullie wat God wil (BGT 1 Petrus 2:7,8).

Op die manier kunnen we God prijzen, danken, loven.

Tijd, geld, gaven, kracht aan hem geven. Heel ons hart hem toe doen komen!

En weten dat het voor God aangenaam is, omdat Jezus het volmaakte offer al gebracht heeft.

Niet alleen om de zonde te vergeven, maar ook om ons leven volmaakt voor God brengen.

[#7] Een opvallend punt is dat de offeraar met lege handen naar huis gaat.

Hij gaf een mooie gift aan de Heer. Puur vanuit zijn hart. Uit liefde en dank.

Zoals Sophie een lekkere cake bakte voor haar moeder. Zij kreeg zelf misschien ook een stukje.

Bij een vredeoffer hoorde een maaltijd om het offer te vieren met je vrienden.

Maar het graanoffer? Een deel werd verbrand, een merkteken dat dit offer voor de Heer is.

Het grootste deel ging naar de priesters toe. Zij hadden geen erfdeel, geen akkers,

hun deel was de Heer. Maar ook zij moesten eten en drinken.

Paulus laat zien dat het goed is dat wie het woord brengt er ook van mag leven.

En aan het eind van het seizoen ben ik ook dankbaar dat dat hier in Heemse kan.

Maar als degene die het offer bracht wegliep, dan stond hij zelf met lege handen.

Wat had hij er nu aan? Waarom zou hij dit nog een keer doen?

Ik denk dat we hier een heel belangrijke geestelijke les uit kunnen leren.

Wie de Heer gaat dienen met zijn leven, God gaat danken, wie gaat bidden en bijbellezen,

Wie God zijn dank betaald en de lof brengt, maar ondertussen denkt ‘ik moet er wat aan hebben’,

Die loopt vroeg of laat vast. Die zal vroeg of laat ermee stoppen.

Want offer je om er zelf iets voor te krijgen, dan ben je een bouwsteen gericht op jezelf.

Dan ben je uiteindelijk een zelfgerichte, ik-gerichte gelovige.

Heer, ik zet me helemaal in voor het evangelisatie project, maar ik wil er wel wat voor ontvangen.

Heer, ik ga op de bijbelstudie uw woord lezen, ik ga naar de kerk, maar ik moet er iets aan hebben.

Ik moet me verder kunnen ontwikkelen en groeien, ik moet tot mijn recht komen.

Ik wil die ander wel vergeven, ik wil wel afzien van dat doen, ik wil wel eerlijk zijn,

Maar dan moet U toch mij wel geven … dan moet hij toch mij wel geven … Ik doe het toch niet voor niets?

[#8] Kijk dan nog eens naar de offeraar. Hij bracht een brood, een cake, wat bloem.

En hij ging met niets naar huis. Maar wat had hij wel gedaan? God geprezen, God gedankt.

Hij was op God gericht, Soli Deo Gloria, alleen aan God de eer. Hij has zijn leven aan Hem gewijd.

Dat was zijn geluk geworden, zoals Jezus niet zijn eigen wil vroeg,

maar vroeg: Heer, uw wil geschiede!

Wat is het mooi als je die trouw kan zien in de gemeente: zoals Sophie puur uit dank een cake bakte.

Zoals die man jarenlang puur uit liefde, zijn zieke vrouw verzorgde.

Zoals die ander ook in de tijd dat de prediking onvoldoende was, toch zijn gezin meenam om God de eer te brengen. Kijk eens hoevelen in kleine gemeentes, in periodes van vervolging trouw gebleven zijn aan God.

Zoals zij zich inzette voor die commissie, met alle tegenslag, maar er voor de gemeente wilde zijn.

Zoals zij dat kaartje stuurde, dat telefoontje deed, dat lied zong, de muziek deed: tot eer van God.  

[#9] Wat nemen we hier nu van mee? Leviticus is een aards boek, zoals het Oude Testament het is.

Terwijl Petrus wijst op roddelen, jaloers zijn, niet liegen, God eren: de geestelijke kant,

Zie je nog de aardse kant van het OT. Juist de boeren die dagelijks op het land werken,

Die hun producten verbouwen en die hun dieren verzorgen, beseffen meer dat God alles geeft.

Hij doet het groeien, we zijn afhankelijk van zijn zorg. Als je het graan en de mais op ziet schieten:

Dank God dan voor wat hij geeft, en breng hem uit pure dank het eerst van je oogst.

En dan kijken we terug op het seizoen waarin we in de kerk geestelijk bezig zijn.

Er schortte van alles aan, het was niet volmaakt, we hadden anders op corona kunnen reageren.

Maar tegelijk: wat was er ook veel inzet, betrokkenheid, geloof en dank.

We willen de lofzang gaande houden. We willen onze ‘graanoffers’ brengen:

Een dienen van God zonder zonde, zonder haat, roddel en pijn.

Maar een leven vol van zout en olie: betrouwbaar, pittig. We mogen het zout van de aarde zijn.

Vreugdevol door de Heilige Geest. Steeds weer opnieuw onze relatie met God vernieuwen.

Laten we zo het seizoen afsluiten. Sophie bakte een cake voor haar moeder.

Iemand anders koopt misschien uit pure liefde een bos bloemen.

Als je Gods liefde en trouw ziet, hoe ga jij, hoe gaat u Hem danken, loven en prijzen?

Hoe maak je deze zomer tijd voor Hem? Hoe breng je hem de dank, in de schepping in je Geestelijk leven? Ik bid dat je een weg mag vinden waardoor in jouw leven zichtbaar wordt: alle eer aan God! 

Amen


Leviticus 1 – Heer, ik kom tot U, met heel mijn hart (brandoffer)

juli 4, 2021

Preek gehouden Heemse, Leviticus 1

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Hoe kunnen we naderen tot God?

Hoe kunnen we komen in zijn nabijheid?

Net zongen we: Heer ik kom tot U. Je kunt soms zingen: Heer komt dichterbij.

We komen naar Gods huis om hem te ontmoeten, onze dank en lof te brengen.

Maar wie zijn wij dat we bij hem kunnen komen, in ons gebed, bijbellezen, dienst?

Evi is gedoopt. God omringt haar helemaal met zijn zegen.

Wat een machtig teken, maar waar heeft ze het aan verdiend dat ze bij God mag horen?

We geloven dat we naar God onderweg zijn, mogen wonen in zijn huis voor eeuwig.

Uiteindelijk op mogen gaan naar zijn altaren, dat onze ziel dan rust en heil mag ervaren.

Zoals Lambert, na een lijdensweg, nu bij God mag zijn. Maar hoe kunnen we daar zo zeker van zijn?

[#2] In de tijd van Israël was dat ook een spannende vraag. Wij weten door de bijbel al veel van God.

Zij wisten nog maar heel weinig. Gelukkig legt God het uit.

God spreekt tot Mozes, en via Mozes tot het volk, en vertelt hen hoe dat gaat.

Er staat hier zelfs het woord roepen: God wil het heel duidelijk uitleggen en vertellen.

Je moet dit niet los lezen, maar in de lijn van de bijbel: Het volk is bevrijd van hun harde bestaan.

Nu trekken ze door de woestijn, maar God gaat mee!

God laat zien dat Hij in de tabernakel bij hen wil wonen.  

Hij neemt hen mee onderweg door dit leven naar een mooie toekomst.

En nadat hij in de tent is gaan wonen, wat je kon zien door de wolk die er kwam, komt nu Leviticus.

[#3] Want Hij kan alleen bij het zondige volk wonen als het goed was tussen Hem en het volk.

Nu wordt duidelijk dat je zonder offer, zonder priester, zonder altaar niet bij God kan komen.

Alleen door het offer wordt de weg naar God geopend.

Zo is God en alleen als je dat weet, kun je het Nieuwe Testament goed begrijpen.

Waarom het nodig is dat Jezus kwam, als priester voor ons.

Waarom Hij het offer moest brengen aan het kruis, voor onze zonden.

Waarom het zo goed nieuws is als Johannes Hem aanwijst en blij uitroept:

Kijk daar is het Lam van God dat de zonden van de wereld weg zal nemen.

Wie Leviticus, wie het Oude Testament weglaat uit de bijbel,

Krijgt een verkeerd beeld van God. Een beeld dat maar één deel belicht.

Als je het wel leest rijk je een completer, rijker en dieper beeld over wie God werkelijk is.

[#4] Nu kun je je natuurlijk afvragen: moet ik dan thuis ook het boek van Leviticus gaan lezen.

Al die voorschriften van de offers. Ik zou het graag hiermee willen vergelijken:

Als we hier een kerkdienst hebben, dan hebben we een liturgie.

Het liturgiebriefje kreeg je voor corona mee als je de kerk inliep, en nu staat het op de site.

Is er iemand van jullie die op zondag zegt: we hebben zo’n mooie dienst gehad,

Ik ga het briefje van de liturgie nog voorlezen aan het eind van de dag.

‘Welkom en mededelingen’ ‘Votum en zegengroet’ ‘Zingen gezang 238’

Natuurlijk doe je dat niet. Het geeft aan hoe de dienst verloopt. Maar het draait om de inhoud.

Wat je zingt, wat je bidt, wat je belijdt, wat je leest en hoort.

En zo is het ook als je Leviticus leest. Iemand brengt een koe, een schaap of een vogel.

Dat is algemeen: maar wat was er in zijn leven gebeurd dat hij deze stap zette.

Misschien is het een jonge vent, die ernstig ziek was, maar blij is dat hij weer beter is.

Of een vader en moeder die dankbaar zijn met de geboorte van hun kindje.

Iemand die zich schuldig voelde om keuzes in zijn leven en zocht naar heling en verzoening.

Een hardwerkende man die veel verdiend had met een mooie klus.

Noach die na de zondvloed laat zien hoe hij weer helemaal met God op weg wil gaan.

David nadat hij gezondigd had en zijn eigen weg was gegaan, maar een nieuw begin wil maken.

Kijk als je dat voor je ziet dan gaat het leven. Je kan dan een brandoffer brengen.

Een offer als teken van volledige overgave en toewijding aan de Heer.

Een offer dat helemaal verbrand wordt en een heerlijke geur voor God vormt.

Een offer dat laat zien dat wij het niet verdienen, maar dat er toch volledige verzoening is.

De weg naar God is open.

[#5] Een belangrijk onderdeel is dat de offeraar zijn handen op het offerdier legt.

Hij drukt hard, alsof hij een stempel op het dier drukt. Het laat zien: de zonden gaan over op het dier.

Het dier sterft in zijn plaats. En wordt helemaal gedood. Hij geeft heel zijn leven voor God.

De aanwijzing op het ‘briefje’ is: leg je handen op de stier. Maar het draait om het gebed.

Daarom is het zo mooi om de psalmen te lezen. Bijvoorbeeld Psalm 66:

Ik breng een geurig offer van rammen. Want de Heer heeft naar mij gehoord, geluisterd naar mijn gebed. Dat laat zien wat er echt gebeurde, wat iemand doormaakte.

Wat moeten wij nu eigenlijk met de offers en wat is een brandoffer?

God schrijft de Israëlieten vijf offers voor. Brand / Graan / Vrede / Reinigings/ Herstel /

Vijf manieren om tot God te naderen. In verschillende situaties.

Vijf plaatjes die al van te voren laten zien wat uiteindelijk Jezus zal gaan doen.

In één plaatje is het werk van Jezus niet samen te vatten, daar zijn er vijf voor nodig.

Gelukkig hoeven we als nieuw testamentische gelovige geen offers meer te brengen.

Ik zou er in ieder geval niet om zitten te springen om een dier te doden en te slachten.

Maar het was wel levendig! Het was daar niet in de kerk zitten en zingen en luisteren.

Er gebeurde heel wat. Bij ons wordt er vooral over verteld,

en in het avondmaal en doop verwezen naar het offer van Jezus.

[#6] Vandaag dus het brandoffer: We hebben net gelezen hoe het ging.

Twee opvallende details wil ik er nog uit halen: Bij het Lam staat dat het aan de noordkant van het altaar moest worden geslacht (vs 11). Waarom staat het bij het Lam erbij. Opvallend is dat Jezus, als het Lam dat de zonden van de wereld wegneemt, aan de noordkant van Jeruzalem aan het kruis geslagen werd. Misschien lees ik er teveel in, maar het zou heel goed een toespeling van God kunnen zijn op het werk van zijn Zoon.

Een ander detail is dat de huid niet verbrand hoefde te worden. Adam en Eva waren in het paradijs met God verbonden, maar toen ze zondigden gingen ze pas kleren maken en bedekten zij hun naaktheid. Het offer laat zien dat die huid niet meer nodig is. Het offerdier dat geofferd is, heeft de zonden op zich genomen en nu is de weg naar God weer open.

Opvallend van het brandoffer is dat het helemaal verbrand moest worden.

Het schuldoffer was er vooral als iemand gezondigd had.

Ook het brandoffer wees op de zonden die vergeven worden.

Maar het was breder: je komt naar God, als er iets gebeurd is.

Je beseft in het algemeen dat we zelf niets in te brengen hebben, dat het niet uit onszelf is.

God wil ons uiteindelijk alles geven. En dan wil je vooral heel je leven aan God geven.

Heb jij je leven: totaal toegewijd aan God. Vraag jij: Heer ik dank U, met heel mijn leven.

Ik wil het U geven, ik wil u volgen, dienen, voor u zijn met alles wat ik heb.

Heel je leven! Dus niet maar het beetje tijd dat over blijft. Nee, je begint met God.

De dag met gebed, je maaltijd met gebed, je week met de eredienst.

En dan niet met je gedachten ergens anders en oneerbiedig, maar totale toewijding.

Met wat jij kan en de gaven die jij hebt.

                Ga is bij jezelf na? Dien ik God een beetje, of helemaal. Wil ik alles aan hem geven.

                Alleen in de kerk gaan zitten, alleen luisteren via het scherm, alleen je handen vouwen,               Alleen een gift geven, kan nog puur uiterlijke eredienst zijn, voor de vom. Dat je bid, maar niet met je heel je hart je op God richt. God dient, maar ondertussen je laat afleiden doordat je met een schuin oog ergens anders heen kijkt of mee bezig bent. Dat je de hele week druk bent, en in plaats van je op tijd op de zondag voor te bereiden en je op geven zomaar ‘vergeet’ dat dat zondag er weer aankomt. God vraag heel je hart, heel je leven. En daarbij kan regelmaat en afspraken helpend zijn, maar de vraag is: ben je er echt helemaal met je aandacht bij, met hoofd, hart, mond en handen, hart en ziel?

Je hoeft niet meer te geven dan je kunt, maar ook niet minder.

Een rijke gaf een koe, een arme een vogel en als je het kon betalen een schaap.

Een heel bezit voor die tijd. Kijk maar wat een koe betekent in Gambia.

Een goed, gezond dier van je bezit. Iets kostbaars. Wat mag het jou kosten om de Heer te volgen?

Paulus zegt ook: als Gods genade zo groot is, stel dan je leven als een offer tot eer van God.

Ieder met de gave, de talenten en mogelijkheden die hij of zij heeft. Elk op de eigen manier.

Totale toewijding, totale overgave, totale toewijding aan God.

[#9] Ik hoop nog meer te preken over Leviticus. Een boek dat vaak over geslagen wordt, en waarbij je zomaar in de details kan verzanden en dan wel allerlei bomen ziet, maar niet meer het bos. Het grote plaatje. En juist in het grote plaatje leer je zien dat dit boek Gods handboek was voor de liturgie, voor worship, voor de vraag hoe kan ik naderen tot God. Hoe kan ik hem werkelijk alle lof en eer met mijn leven geven. Wat kunnen we daar dan veel van leren, juist in deze tijd waarin het zo snel draait om onszelf.

[#10] Wat we leren van de offers van het Oude Testament is een patroon, een basis van werkelijk christelijke aanbidding en leven met God. Hoe begint aanbidding: met het belijden van je zonden, het vragen van vergeving van Jezus. Zie mij voor u staan, schuldig en onrein, vergeef mijn zonden nu. Zo kunnen we tot God naderen.

                Ik sprak een man, die heel lang al christen was, en steeds zich inzette voor God en kerk. En toch: had hij echt de genade begrepen. Wat was het een bevrijding toen hij opnieuw ontdekte: ik hoef het niet zelf te doen. Ik kan mijn kinderen het geloof niet geven, ik kan niet zelf zorgen dat het op rolletjes loopt in mijn leven, ik kan niet zelf de gemeente maken. Wat een bevrijding gaf het hem en rust gaf het om werkelijk opnieuw de genade te ontdekken. Een enorme last viel van zijn schouders.

En dan met God verzoend, heel je leven aan God geven, totale toewijding aan God. En dan volgen onze verder vragen in het gebed, op verder lofprijs, of verder dankpunten.

Dat is niet nieuw, maar het is wel goed om het steeds weer te ontdekken. Dat dat het patroon mag zijn van onze kerkdiensten, van onze gebeden, van onze toewijding aan God.

[#11] We waren er niet bij toen die offers gebracht werden, we hebben nog het liturgie briefje.

Maar wat moet iemand blij geweest zijn, als hij opnieuw Gods genade mocht ontdekken.

Als hij zomaar dichtbij God op aarde mocht komen in het centrum van de eredienst.

Wat mag je zelf blij zijn dat God, dankzij Jezus, met wijd open armen jou wil ontvangen.

Als het stormt in je leven, als van alles kapot gaat, maar ook als het goed en mooi gaat.

Ook al zijn er duizend vragen, de weg naar God is open, door Jezus, er is een toekomst vol van hoop.

David zong erover: ik verlang om naar God te gaan, en hem te ontmoeten.

Zo mogen we hier naderen tot God, met elkaar, online en in de kerk.

En uiteindelijk opgaan tot Gods altaren, dankzij Jezus en voor eeuwig met hem leven.

Door het bloed van het Lam, door het bloed van Jezus. Amen


Matteus 5:9,10: Je zult God zien !

juni 13, 2021

Preek Heemse 13 juni 2021

Tekst: Gewone Catechismus 98-100 / Matteüs 5:10, 9

“Gelukkig de vredestichters want zij zullen kinderen van God genoemd worden.”

Geliefde gemeente van onze Heer,

Door Jezus gaat er een andere wind door je leven waaien, zegt de Gewone Catechismus.

Doordat ik met Jezus verzoend bent ‘zoek ik vrede met alle mensen’.

Het avondmaal is vol van vreugde en vergeving.

Want wat is de kern van het avondmaal:

De liefde van God in Christus was zo groot, dat Hij niet vast hield aan zijn eigen gelijk.

Hij zocht de wereld die in pijn, nood, zonde en gebrokenheid gedompeld is op.

Hij offerde zichzelf aan het kruis voor onze zonde; Hij ging heel die weg.

Doordoor kwam er vrede, vergeving en verzoening.

De gewone catechismus is, net als wij hier in de dienst, begonnen met de doop.

De doop is het symbool, het teken dat je deel krijgt aan het leven met God.

Voor Lise en Lois mag dat vandaag zichtbaar worden, Sharony mocht er vorige week voor kiezen.

Je raakt verbonden met Jezus op weg naar de nieuwe wereld, door de doop.

En de kern van de doop is verzoening, vrede: zoals je schoon gewassen wordt door water.

Zo wil Jezus je innerlijk rein, puur en zuiver maken. Hij zorgt dat er vrede is.

En het avondmaal, zorgt ervoor dat je verbonden blijft: steeds opnieuw deel krijgt.

De vrede van Jezus komt door brood, zijn gebroken en gekruisigd lichaam, en door wijn,

zijn vergoten bloed om zich met ons te verzoenen, die vrede komt steeds opnieuw weer in je hart. 

Wie zo met Jezus verbonden is, zegt Jezus: is een zoon, is een dochter van God.

Tot zover deze uitleg, dit plaatje, ik hoop dat je begrijpt hoe alles draait om vrede.

Maar nu jij, u en ik persoonlijk: wat zegt Jezus in zijn eerste onderwijs?

Als zijn leerlingen alles achter gelaten hebben, en Jezus achterna gekomen.

Dan klinkt bij de berg de oproep van Jezus: gelukkig de vredestichters.

Een radicale oproep: juist in tijden van omkeer heeft deze tekst een belangrijke rol gespeeld.

Aan het begin van de reformatie, bij Bonhoeffer in zijn verzet tegen Hitler.

Steeds als mensen begrepen: die vrede van Jezus is maar niet iets wat ik hoor en zie.

Maar die moet ik in praktijk brengen. Dat geldt op wereldschaal:

Dat we opkomen tegen oneerlijke verdeling van vaccins, tegen achterstelling van groepen.

Ons inzetten waar we kunnen om oorlogen wereldwijd te bestrijden, vredesmissies steunen.

Maar het begint dichtbij: dat je niet vasthoudt aan je eigen gelijk, maar de minste wilt zijn.

Als je kwaad en onrecht ziet, dan zwijg je niet.

Dat je liever zelf lijdt, dan dat je anderen doet lijden.

Als een ander het contact verbreekt, dat je zelf probeert de ander te zoeken.

Door Jezus leer je heel anders te kijken naar anderen.

Hij geeft als basiswet: heb je vijanden lief en bid voor wie je vervolgen.

Pas dan kan een nieuwe wereld groeien als we zo met elkaar omgaan.

Niet kwaad met kwaad vergelden, niet elkaar roddelend zwart maken.

Niet met ons eigen vriendenclubje het goed hebben en praten over die rare anderen.

Nee, we zijn kerk, we vieren hier het avondmaal: niet met mensen die je zelf hebt uitgekozen.

Maar met heel verschillende mensen.

Die misschien wel slecht over je praatte, je niet zeg staan, je benadeelde.

Wanneer de verzoening van Christus in je komt ben je bereid om vrede te zoeken.

En laat ik helder zijn: als er misstanden zijn, als je leest over studentes die verkracht worden.

Dan is het niet christelijk om te zwijgen of toe te dekken en hoef je als studente de schuld niet bij jezelf te zoeken.

Laten we als zulk soort dingen gebeuren het kwaad aanpakken, strijden tegen onrecht.

Aangifte doen. Alleen dan kun je kwaad bestrijden en vrede stichten.

Christen zijn is maar niet lievig zijn en over je heen laten lopen.

Christus zelf streed tegen het kwaad, en was boos over het kwaad.

Dat wil niet zeggen dat het makkelijk is:

bij programma’s als de rijdende rechter of het familiediner zie je hoe dingen kunnen scheefgroeien.

Je kunt enorm in de hoek gedreven worden, maar zegt Jezus:

Wanneer jij die vredestichter bent, mensen bij elkaar brengt, over fouten heen wil stappen.

Dan sta ik voor je te klappen, dan ben ik blij met je, kostbaar is dat, als er zulke mensen zijn.

Wie zo Jezus na wil volgen, moet soms het kruis dragen.

Bonhoeffer zegt: vredestichters zullen met hun Heer het kruis dragen, want aan het kruis werd vrede bereid. Omdat je geroepen wordt tot het werk van de zoon van God, zul je zelf zoon van God genoemd worden.

Dat is de belofte die God geeft: je zult kinderen van God genoemd worden.

Lise en Lois mogen kind van God zijn, vandaag zichtbaar in de doop.

Maar ieder die achter Jezus aan zijn kruis leert dragen wordt kind van God genoemd.

Een vredestichter, iemand die steeds opnieuw de genade en vrede van Jezus zichtbaar maakt!
 

De tweede uitspraak van Jezus gaat niet over vredestichters, maar wie zuiver is van hart.

Heb jij een zuiver, schoon, eerlijk hart?

Van de buitenkant kan alles behoorlijk wat lijken, kun je goed voor de dag komen.

Maar wat speelt er in je hart, in je binnenste.

Dat is waar het werkelijk om draait.

Het hart is de plek van je overwegingen, je neigingen, je gevoelens.

Je kunt voor de buitenkant je goed voordoen, maar hoe zit het met je hart?

De doop is een uiterlijk teken, voor de buitenkant.

Dat kleine beetje water maakt niet heel veel schoon.

En zelfs als je een douche neemt maakt dat alleen de buitenkant schoon.

Maar Jezus zegt: ik ben gekomen om mijn kinderen te zuiveren, schoon te maken.

Hij wil je van binnenuit vernieuwen.

Zoals je door het eten van het brood en drinken van de wijn Jezus werkelijk in je hart ontvangt.

Door de kracht van de Geest, door het geloof.

Wat komt er uit het hart van de mens een hoop ellende voort.

Je hart lijkt soms op een vieze stal die schoongespoeld moet worden.

Schoon van alle egoïstische, individualistische, zelf goed pratende troep.

Kijk hoe mensen hun mond vol hebben over anderen, voor miljoenen winst de boel beduvelen.

Of beter: kijk naar je eigen hart. Is dat vol van liefde, goedheid en zuiverheid.

Probleem is vaak dat er zoveel dingen aan ons trekken, ons hart vol is van alles.

Dat we zomaar allerlei eigen belang zoeken in genot, macht en geld.

Dat je hart niet één is, maar uit elkaar wordt getrokken.

Je aandacht zo verspreid is dat je achter jezelf aanrent en God geen ruimte geeft.

Wanneer heb je nu werkelijk een zuiver hart?

Dat is als je vrij bent van goed en kwaad.

Van kwaad is helder: wie Jezus roepstem gehoord heeft wil een leven leiden van liefde.

Maar ook vrij van goed. In de zin van: uiterlijke vroomheid en zelf verdienste.

Het probleem van de Farizeeën uit Jezus tijd is dat ze aan de buitenkant vroom zijn.

Ze zijn als witgelakte graven: ze zijn van buiten mooi onderhouden, maar van binnen rot.

Maar wie gedoopt wordt, wie het avondmaal viert, wie Jezus ontvangt in zijn leven wordt nieuw van binnen.

Die krijgt een nieuw hart, het hart van een kind, het hart van adam en eva in het paradijs.

Hoe dat kan? Omdat Jezus zelf zijn goedheid uitgiet in jou.

We zingen straks: Jezus vervul ons hart. En als je drinkt, bidt dan: Jezus vul mij helemaal.

Stroom met uw Geest in mijn binnenste zodat ik van binnenuit vernieuwd wordt.

Zodat je de vrucht van de Geest: liefde, blijdschap en vreugde steeds meer kan voelen en uiten.

Juist de sacramenten van doop en avondmaal willen ons helpen om dan God te zien.

Wanneer je Jezus Christus ontvangt door de Geest blijft het maar niet een weten.

Dan ga je ervaren, op een bijzondere en wonderlijke manier, dat zijn liefde in je hart wil komen.

Dan ga je God zien, juist rondom het avondmaal, en wordt je weer gesterkt.

Dan wil je het avondmaal steeds weer opnieuw vieren.

Dat zien van God, gebeurt hier nog wazig en in een spiegel.

Maar voor wie zo leeft mag ook de belofte zijn van de wederkomst.

Juist het avondmaal richt ons op die dag dat we bij God zullen zijn en Hem zullen zien.

Dat je voor eeuwig met hem verbonden bent. Het is het feest van verwachting en uitzien.

Maar we vieren het avondmaal totdat hij komt en om werkelijk op zijn komst gericht te blijven.

Amen


Filippenzen 1:27-30 – Strijd mee!

juni 6, 2021

Preek Heemse, bevestiging Ambtsdragers

Tekst: Filippenzen 1:27-30

Geliefde gemeente,

[#1] Stel je loopt over vijf jaar de gemeente binnen en spreekt over de Kandelaarkerk.  

Hoe zal de gemeente er dan uit zien?

Wat zal je inzet als ambtsdrager, bezoeker en gemeentelid dan hebben opgeleverd?

Hoe ben je dan christen, hoe ben je gemeente?

Sta je in de kracht van de Geest, ben je verbonden met Jezus.

Hoe werkt het geloof in je hart? Lees je bijbel, bid je, geloof je?

Maar ook: hoe ziet het samen gemeente eruit, ook als corona dan hopelijk al lang voorbij is.

Weet je je verbonden met elkaar, bemoedig je elkaar, leef je mee met elkaar?

Doe je mee, zet je je in voor elkaar. Ga je er echt helemaal voor?

Ik heb vertrouwen in dat we het gemeenteleven weer op pakken.

Dat we het gemist hebben, dat de Geest blijft werken en dat thuis en onderling het zichtbaar is.

Dat we als Kandelaarkerk, de Kandelaar zullen laten schijnen door de kracht van Geest.  

Gestimuleerd en aangespoord door de Geest, ieder op zijn eigen plek in de gemeente.

[#2] Paulus zit in de gevangenis in Rome. Hij schrijft een brief aan Filippi.

Daar maakt de duivel het christenzijn niet moeilijk door corona.

De duivel die alles over hoopt gooit werkt daar door mensen, door vervolging.

De Romeinen hebben hem meegevoerd, maken hem het leven moeilijk, vervolgen hem.

Ik heb niet zo lang geleden erover gepreekt toen het ging over eeuwig leven (GC 82).

Paulus loopt de kans dat hij moet sterven. Dan zal hij naar zijn Heer gaan.

Een uitzicht waar hij naar verlangt. Maar moet hij nu al naar de Heer gaan?

Voor de mensen in Filippi wil hij graag blijven leven.

Hij kan hen helpen dat hun geloof groter en vreugdevoller wordt.

Het betekent voor hem wel lijden, vervolging, smaad en moeite.

Maar hij wil graag de goede boodschap van Jezus vertellen.

Hij hoopt dat hij hen straks zal zien, of anders over hen zal horen.

Hij hoopt dan, als hij een tijd weg geweest is dat ze dan één van Geest zijn.

Zoals ik net zei: ik heb er vertrouwen in dat we levende gemeente van Christus zullen zijn.

Zo zegt Paulus dat ook: ik heb er vertrouwen in. Uw geloof groeit, uw vreugde groeit,

Ik en u zullen des te meer met Christus verbonden zijn.

[#3] Waarom kan Paulus dat zo vol vertrouwen zeggen: met vertrouwen de toekomst ingaan?

Nou, Paulus zegt dat wel vol vertrouwen, maar hij zegt ook. Een ding is nodig.

Het valt hier weg in vertaling, maar hij zegt: ‘alleen’.

‘Alleen, wandel dan wel waardig aan het evangelie van Christus’. Als burger van het rijk!

Tegen veteranen uit het leger wijst hen wel op de orde en trouw die nodig is.

Een strijdvechter moest er niet bij gaan liggen, maar met volle inzet ervoor gaan.

Zoals je alleen samen met een volleybalteam of voetbalteam ergens komt als één bent.

Onderling je aan de afspraken houdt, een eenheid naar elkaar en naar de tegenstander vormt.

Zo is het ook je opgave, de plicht, je taak om je te gedragen zoals past bij Jezus.

Het gaat erom dat je samen één bent in Christus en met Hem verbonden bent.

Tegenover het rijk van de duivel die alles door elkaar gooit.

Die soms van buitenaf de kerk het moeilijk maakt door geloofsvervolging of corona.

Die soms van binnenuit de gemeente door elkaar gooit door tegenstellingen en strijd.

Die soms bij jezelf alles in de war brengt en je het zicht op Jezus ontneemt.

Soms voel je je eigen zwakheid, ontbreekt je de moed en kracht.

Wat dan nodig is, is om niet ontrouw te zijn, maar zijn je eenheid in Jezus te zoeken.

Hij kan die tegenstand van de duivel aan, Hij heeft hem overwonnen!

[#4] Wat betekent dat nu? Het betekent dat je als gelovige een verhaal hebt.

Een verhaal waar je in kan wonen: God heeft de wereld lief in Jezus.

Jezus is gestorven voor de zonden. Door de Geest mogen we vol zijn van hoop!

In het gedeelte hierna legt Paulus die weg van Jezus ook uit.

Hij kwam uit de hoge, vernederde zich diep voor de zonde, maar zal komen in heerlijkheid.

Ik hoop dat je als diaken, bezoeker, ouderling ook in dat verhaal mag wonen.

Dat de houding, de gezindheid van Christus in je mag wonen.

Zelf er kracht door mag krijgen om moeite een plek te geven, met verdriet om te gaan.

Om hoopvol in het leven te staan, en met liefde andere te helpen. Te leven van genade.

Want alleen als je zo zelf verbonden bent met Jezus, kun je ook andere helpen.

Dan kun je luisteren, en anderen laten wonen in dat verhaal van Jezus.

Jongeren helpen dat verhaal te ontdekken, gezinnen sterken in de geloofsopvoeding.

Mensen die met tekort of moeite te maken hebben diakonaal ondersteunen.

Degenen die ziekte of verdriet hebben troosten met dat ze eigendom van Jezus zijn.

[#5] En als de duivel, de tegenstander dan wel rond gaat.

Zal het dan hier over vijf jaar dan een dooie, levenloze boel zijn?

Paulus zegt: niet als je woont in het rijk van Christus, in zijn verhaal, in Hemzelf.

En daarvoor heeft hij drie motieven, drie redenen om dat te denken:

1) Wees niet bezorgd, wees niet bang. God houdt je vast.

Dat is een duidelijk teken voor de mensen die tegen je op staan.

Ook al gooien ze je in de cel, ook al vervolgen ze je.

Paulus was zelf in Filippi nageroepen en in de gevangenis gegooid.

Maar als ze aan hem merken dat hij trouw is aan het geloof,

Dan is dat een duidelijk teken. Dan zullen anderen denken: hier kunnen we niets tegen beginnen.

Al hebben ze misschien meer macht en praal,

Uiteindelijk zal Christus overwinnen. Denk ook aan de martelaren die stierven voor het geloof.

Een duidelijk teken dat God kracht geeft om trouw te blijven.

2) Een tweede motief is dat als ze misschien moeten lijden, er is soms angst, twijfel, onrust.

dit vooral laat zien dat ze deel krijgen aan het lijden van Jezus.

Niet alleen geloof is nodig, maar ook dat het zichtbaar is in het leven.

3) En het derde is, dat deze strijd niet alleen door hen wordt gevoerd.

Ook Paulus voert nog steeds deze strijd.

In Efeze had hij het over je wapens.  

Een wapenuitrusting om de vijand en de duivel aan te kunnen.

Deze strijd tegen het kwaad moet gevoerd.

En steeds worden we er in de Smidse weer aan herinnerd.  

Denk daar maar aan als je volgende keer langs die tekst loopt.

Niet alles gaat vanzelf, maar juist als er weerstand is, als er moeite is,

dan mag je denken aan de strijd die gevoerd moet worden.

De inzet, het geloof, het gebed, het woord, allemaal wapens tegen het kwaad. In Gods kracht!

[#6] Wanneer Jezus ons inschakelt in de gemeente dan betekent dat nog niet dat je een held bent.

Je kunt misschien een keer wakker liggen, want wat wordt er nu van je verwacht bij dat overlijden.

Je kunt misschien een tijdje net zelf het hoofd boven water houden bij de energie die je werk kost.

Er zijn zorgen in je gezin, die je al genoeg bezig houden, dat je er lastig voor anderen kunt zijn.

Je bent misschien meer van het doen, dan van het praten, of meer van het praten dan van het doen.

Er wordt geestelijke leiding verwacht, maar wat vraagt God nu precies van je?

En constant draag je op je schouder degenen die aan jou zorg zijn toevertrouwd:

Wat kan ik voor ze doen, wanneer kan ik gaan, doe ik niet te weinig. Wie wil dan naar voren stappen?

[#7] Maar het feit dat je hier staat, maakt zichtbaar dat je naar voren wil stappen.

Nu in deze functie, met deze verantwoordelijkheden. Dat je zegt: God roept me hier nu.

Ik wil de strijd aangaan, ik wil me inzetten, ik neem de wapenrusting op.

Dat betekent dat je niet alleen je eigen belangen, maar ook die van een ander voor ogen hebt.

En spoort Paulus dan aan: laat die nederige houding van Jezus dan in je wonen.

Ik hoop dat dat vooral alle moed mag geven, en kracht mag geven.

Dat je iets mag belichamen van Jezus Christus, van zijn goed boodschap.

Dan zullen mensen dat op een gegeven moment aan je merken.

Laat ik wat voorbeelden gebruiken:

[#8] Je spreekt af om met iemand te wandelen, je klets over van alles en nog wat.

Je voelt je verbonden, bent onderweg, geniet van buiten. Gaat soms nergens over.

En toch: je wandelt daar als christen, soms deel je iets diepers.

Merkt dat ander dat je steun hebt aan het geloof. Dat het je kracht geeft.

Spiegelt een ander zijn eigen leven met jouw leven en wordt nieuwsgierig gemaakt.

Onderschat nooit de kracht van de woorden die je deelt.  

Een tweede voorbeeld: een jongere is behoorlijk in paniek. Wat moet je nu?

Zolang veel alleen op de kamer. En nu opeens weer in een volle klas.

Ze mist het overzicht en weet niet wat te kiezen. Je praat erover door.

Je helpt als bezoeker om daar wat orde en rust in te krijgen. Een luisterend oor.

Je geeft een bijbeltekst mee op een papiertje, dat een plekje krijgt boven haar bed.

Er is discussie in de kerk. De een denkt zo, de ander denkt anders.

Waarom willen ze alles anders? Of: waarom willen ze het juist hetzelfde laten?

Welke kant moeten we op: naar links of naar rechts. Wat wordt er gevraagd van ons?

Je luistert, je bidt, je overlegt en uiteindelijk laat je je leiden door de Geest.

Je maakt een keuze. Je bidt of jouw stem een instrument mag zijn in Gods hand.

Als diaken voel je je betrokken. Er gebeurt iets in een gezin waar je laatst geweest bent.

Je denkt na over hoe je hulp kan organiseren of wat je kan betekenen.

Maar eerst breng je een pan eten met een briefje erbij voor die eerste momenten.

Natuurlijk gaat het om motiveren en organiseren, maar zo laat je in je houding iets van Jezus zien.

Ik maak het expres klein: het geldt voor iedereen in de gemeente.

En laat je taak geen hoge lat zijn, een ver ideaal, maar wel dat je de stap naar voren zet.

Contact maakt, de strijd strijdt, zichtbaar en hoorbaar maakt wat de boodschap van Jezus is.

[#9] Hoe zal de kerk eruit zien? Hoe treffen we de gemeente over vijf jaar aan?

Aan de ene kant: een toekomst vol van hoop en gerust in Gods bescherming.

We mogen op God vertrouwen. Hij gaat mee: Hij houdt zijn kerk in leven.

Aan de andere kant: een aansporing. Het gaat niet vanzelf.

Voer de strijd, die Paulus strijdt, die de gemeente streed, die van ons verwacht wordt.

Wees verbonden met Jezus Christus en sta sterk. Doe die stap naar voren!

Verslap niet, geef niet op: spoor elkaar aan om vol te houden.

In tijden van pandemie, van vervolging, van welvaart: er is maar één naam die kan redden.

Voer die strijd, om straks als Jezus weerkomt, als overwinnaar binnen te gaan!

Amen.


Gewone Catechismus 94-97 – Avondmaalsbrood en dagelijks brood

mei 30, 2021

Preek Heemse, 30 mei 2021

Tekst: Johannes 6:51-59

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Eerste punt: Heilig Avondmaal en dagelijks brood

[#1] Wat doet het avondmaal met de manier waarop je met je eten en drinken omgaat?

Voor ons misschien een rare vraag, maar ik las een boek en daar zei iemand:

‘wie het avondmaal gevierd heeft, kijkt anders tegen brood en drinken aan.

Die zal niet zomaar de helft van zijn zondagse maaltijd in de prullenbak gooien.’

Voedselverspilling is een groot probleem in de westerse wereld:

600 miljoen kilo voedsel verdwijnt per jaar in de prullenbak.

Kennelijk ga je anders naar je kom soep, het broodje op je bord en je wijn of biertje kijken.

Het zijn gedachten uit een andere traditie, de Oosters Orthodoxe.

In Gewone Catechismus 94 wordt het avondmaal ‘eucharistie’ of ‘communie’ genoemd.

En in de toelichting worden we opgeroepen om niet alleen op de verschillen te letten.

Laten we ook van elkaar leren en de geestelijke werkelijkheid ontdekken.

[#2] Misschien denk je: ‘wat wordt die Heilige Maaltijd omlaag gehaald!’

Wat heeft mijn eigen brood, mijn pastamaaltijd of mijn bier te maken met het Avondmaal.

Daarom lazen we net het gedeelte uit Johannes 6, de toespraak van Jezus over het brood.

Daar is de reactie van de mensen ook ‘wat wordt de Heilige God omlaag gehaald’.

Jezus wil uitleggen hoe je eeuwig kan leven. Hoe je leeft voorbij het sterven.

En dan benadrukt Hij het punt waar de leerlingen de meeste moeite mee hebben.

Dat Hij echt helemaal mens is. Dat Hij mens is van vlees en bloed.

Dat bloed heeft Hij gekregen bij zijn geboorte uit Maria in Nazaret.

Dat bloed zal stromen van zijn hoofd door de stekels van de doornenkroon.

Hij is heeft een lichaam dat slaapt, dat dorst heeft, dat moet eten.

Een lichaam dat gegroeid is van zijn geboorte in Nazaret en dat aan het kruis zal hangen.

Nee, iedereen begrijpt dat je niet je tanden in Jezus hoeft te zetten.

Niet Hem hoeft te bijten, of tot bloedens toe hoeft te verwonden om zijn bloed te drinken.

Maar Jezus benadrukt: als je gered wilt worden, is dat juist omdat ik echt mens ben geweest.

Ik ben mens geworden als jullie en daarom kan Ik als echt mens voor jullie sterven.

Waar de leerlingen en Farizeeën de meeste vragen bij hadden, aanstoot aan nemen,

‘moet deze mens ons redden?’ Dat benadrukt Jezus juist: mijn vlees en bloed geeft redding.

[#3] Hoe was de Here Jezus hier op gekomen? Hoe was deze broodrede begonnen?

Dat was omdat Hij met vijf broden en twee vissen, de mensen gevoed had.

Hij wilde dat de leerlingen de mensen te eten gaven, maar dat konden ze niet.

Er was veel te weinig voor de grote menigte mensen. De magen begonnen te knorren.

Maar dan zorgt Jezus door dat wonder dat er wel eten komt. De magen worden gevuld.

Het eerste wonder van Jezus was dat Hij ervoor zorgde dat er wijn was in Kana.

Waar Hij verschijnt is er eten en drinken, wordt er gezorgd voor de mens van vlees en bloed.

In Efeze spreekt Paulus er ook van dat een man voor zijn vrouw moet zorgen als zijn eigen lichaam.

Je eigen lichaam dat voedt je en verzorg je. Je ontbijt, je haalt een kam door je haren, je wast je.

Zo zorg je voor jezelf. Zo zorg je voor je man of vrouw, vriend of vriendin.

Jezus kan de manier waarop hij de kerk voedt vergelijken met een man die zorgt voor zijn vrouw.

Misschien heb je in deze tijd ook het Avondmaal wel thuis gevierd, over twee weken kan dat ook.

Al kan een aantal dan gelukkig ook weer in de kerk vieren.

Maar juist als je het thuis viert zie jij, dat dit geen heilig brood uit de hemel is.

Dit is gewoon een stukje van het brood of het bolletje bij de Spar of Jumbo vandaan.

Dit is gewoon een beetje wijn of druivensap uit de fles of het pak dat wij later verder opdrinken.

Tweede punt: De hoogte en diepte van het Avondmaalsbrood 

[#4] Op een paar manieren hebben we nu gezien het gaat letterlijk om brood en wijn.

Het laatste wat ik zou willen is daarbij stil blijven staan.

Alsof we met avondmaal een feest hebben om het eten en drinken, om het hier en nu.

Die feesten zijn er al genoeg, of zullen er na corona wel weer komen.

Wat Jezus doet, wanneer Hij de mensen gevoed heeft, is de geestelijke betekenis laten zien.

Blijf niet staan bij aards brood en wijn. De Joden deden dat.

In de tijd van Mozes was er Manna. God zorgde voor eten, maar uiteindelijk moesten ze sterven.

Manna gaf geen eeuwig leven. Niemand zal het eeuwige leven vinden door gewoon brood.

Jezus geeft aan: Ik ben het brood uit de hemel dat wel eeuwig leven geeft.

Ik ben het levende brood, het levende water, het geestelijke voedsel.

Wie gelooft dat Ik gekomen ben om te redden: zal in zijn ziel gevoed worden.

Die kan niet meer buiten mijn rijk komen te staan en zal leven, voorbij de dood.

[#5] Een van de mooiste verwoordingen van de Gewone Catechismus is antwoord 95.

Er wordt een verband gelegd met Efeze 3:18 en 19.

We hebben niet genoeg aan drie dimensies, maar er worden vier kanten beschreven.

Samen met alle heiligen, van vroeger en nu, van hier en ver weg mogen we steeds meer ontdekken.

Zien we de hoogte, breedte, diepte en lengte van wat Christus gedaan heeft.

De hoogte: Aan het Avondmaal is Jezus de gastheer die ons voedt.

We worden met Hem, die in de hemel is, verbonden.

We richten de harten omhoog tot Jezus, die in de hemel voor ons pleit.

Geestelijk leven. Een verborgen eenheid. Hij in mij en ik in Hem.

Bid maar bij het slokje wijn: Here Jezus, Zoon van God, woon in mij.

Bid maar bij het hapje brood: Here Jezus, Zoon van God, vul zelf mijn hart.

Maar ook de diepte: dat Jezus zijn lichaam en bloed moest geven doet pijn.

Hij werd mens voor mijn gebroken, onvolmaakte, zondige leven.

Hij droeg in Getsemane de toorn van God, die Hem het bloedige zweet uitperste.

Aan het kruis stierf Hij, leed Hij, gaf Hij zichzelf voor mij.

We denken terug aan hoe Hij voor mij in de plaats de zonden droeg.

Hij werd zelfs door God verlaten, zodat wij nooit meer door God verlaten zullen worden!

Tegelijk is er in het Avondmaal ook de lengte: we zien uit de naar de wederkomst.

We gaan straks de wijn nieuw drinken met Jezus, er is het grote bruiloftsfeest.

Als Jezus met zijn bruid, de gemeente, het grote feest zal vieren.

Denk aan Efeze 5: hoe Hij het hoofd is en wij de leden.

Een feestmaal! In de toekomst, met de wederkomst.

Wat kun je daar soms naar verlangen als je hier onrecht, honger, gebrokenheid ziet.  

En tegelijk is er aan de communie ook het element van breedte:

Met elkaar eten we van dat ene brood en drinken we van de wijn.

We zijn met elkaar verbonden en hebben elkaar lief.

Je wordt gestimuleerd om elkaar te blijven liefhebben!

We eten samen en het is een afbeelding van hoe we in de gemeente zorg voor elkaar hebben.

We willen zorgen dat we liefde delen, en dat er in de gemeente geen gebrek hoeft te zijn.

Niet voor niets collecteren we aan het avondmaal voor de diaconie.

Heel mijn leven toegewijd aan zijn eer!

[#6] En als we zo de beweging omhoog gemaakt hebben, maken we ook de beweging weer omlaag.

Dat begint al met het omzien naar elkaar. Dat is heel praktisch en concreet.

Als je elkaar een pan soep brengt, een envelop met geld overhandigt, een klusje doet.

Maar het heeft ook alles te maken met je lunch op zondagmiddag.

Vanuit de liefde van Christus, dat Hij ons voedt en vervult, ga je anders met je eten en leven om.  

We zingen aan het eind van de dienst: Heer neem mijn stem, neem mijn uren, neem mijn goud.

Ik wil alles aan U geven. Niet voor niets wordt avondmaal ‘eucharistie’ genoemd.

Dankzegging en lofprijzing. De liefde van Jezus, zijn offer voor onze zonde roept dankzegging op.

Je wordt opgeroepen om zijn liefde te beantwoorden. Bij het avondmaal gebeurt dat met Psalm 103:

Loof de Heer mijn ziel, en al wat in mij is zijn heilige naam!

Loof Hem en vergeet niet één van zijn weldaden.

Wij helemaal: met hart, ziel, mond, handen en voeten. Met heel je leven.

Heel het heelal: de engelen, Gods boden. Hemel en aarde. Loof de Heer.

Ook alle schepselen de bomen, de planten, de bloemen: ieder prijst de Heer om zijn reddende liefde.

Juist doordat Gods liefde voor de schepping aan het avondmaal gevierd wordt,

kan heel de schepping Hem ook prijzen. Heeft ons dagelijks leven glans, krijgt de schepping glans.

[#7] Eucharistie, lofprijzingen, God grootmaken is een wezenlijke betekenis van het avondmaal.

Er zijn kerken waar mensen zelf brood, bloemen, drinken meenemen naar de kerk.

Ze laten zien: we offeren God onze gaven. We geven dankend weer wat hij ons geeft.

Daar gebeurt wat bij ons soms op dankdag gebeurt, dan is er ook wel eens een tafel in de kerk.

Dan wordt er mais, een zonnebloem, graan, een brood, appels, peren, druiven, van alles neergelegd.

Moeten we dat ook bij het avondmaal gaan doen. Op die manier onze producten dankend brengen.

Was niet het Pesachfeest dat Jezus vierde met zijn leerlingen, het laaste avondmaal eigenlijk een oogstfeest? Het feest van de eerste oogst. Waar Jezus met dankzegging de wijnbeker heft?

[#8] Zoekend in hoe in de eerste eeuwen het avondmaal gevierd werd, kwam ik dit ook tegen.

Maar het komt maar bij weinig kerken naar voren. En we lezen dit ook niet in de bijbel.

Als we dit gaan doen met avondmaal lopen we gevaar! Hoe ontstond dit gebruik?

Men ziet aan de ene kant heidense invloeden: afgoden moet je gunstig stemmen met je cadeaus.

Je moet er wat voor over hebben. Ik doe dit voor jou, ik geef jou dit, zorg jij dan voor mij?

Dat staat recht tegenover de genade en het offer van Jezus Christus voor onze zonden.

Tegelijk merk je dat er ook een Oudtestamentische invloed in naar voren komt.

Graan, wijn, dieren worden daar aan God gebracht. Naar de tempel als een offer.

De priester brengt dat offer. Soms een offer voor de zonden, soms een dankoffer.

In de kerk is soms die offercultus weer naar binnengebracht. Door weer een priester aan te wijzen.

Door te spreken over het offer dat gebracht wordt. Doordat mensen iets voor God doen of brengen.

Pas op om zo het avondmaal in te vullen. Christus offer is éénmaal voor ons gebracht op Golgota.

Eenmaal stierf hij voor onze zonden. Op grond van dat offer pleit Hij in de hemel voor ons.

Krijgen wij genade door zijn lichaam en bloed dat voor ons geofferd is. Daar denken we aan terug.

[#9] Vanaf onze kant kunnen we nog geen zucht aan onze genade toevoegen.

Wij kunnen niets offeren, niets betalen, niets bijdragen aan de redding.

Daarvan wil Jezus de Farizeeën overtuigen: alleen door zijn lichaam en bloed heb je eeuwig leven.

Maar als je dan met Hem verbonden bent, dan is dat maar niet een mystieke, geestelijke band.

Te lang en te vaak hebben christenen hun geloof beperkt tot hun zielenheil.

Een scheiding gemaakt tussen geestelijk leven en het dagelijks leven.

Tussen de zondag en de maandag, tussen het brood van het avondmaal en het dagelijks brood.

Wie God met hart en mond en handen dank-zingt na het avondmaal;  

Wie God prijst met zijn ziel, maar ook samen met de engelen en alle schepselen,

die ziet dat Jezus deze aarde wil vernieuwen.

Die zegt: er is geen deel van mijn leven waarvan Jezus niet zegt ‘het is van mij’.

Die buit deze aarde niet uit, wil geen voedsel verspillen, maar zorgt voor de schepping.

Waar ging het mis? Adam ging in het Paradijs gericht op zichzelf leven voor die vrucht

in plaats van dat hij leefde van de zorg van God.

Dat betekent dat wanneer Gods Geest mij vult met liefde, ik werkelijk de breedte ga zien.

Ik wil graag dat er een eerlijke verdeling komt van eten en drinken, tussen arm en rijk, noord en zuid.

Mijn geluk ga ik niet zoeken in eten en drinken, meer en meer gebruiken en consumeren.

Jezus vult mijn hart. Hem breng ik de dank. Met heel de schepping.

De vogels, de bloemen, de mais, de aardappels, de regen, de zon, de sneeuw (Psalm 147).

Hem moet ieder prijzen en grootmaken! Dan gooi ik mijn eten niet weg.

Maar geef God de dank voor het eten, voor wie het verkoopt, wie het vervoert.

Dan bidden en danken we voor de agrariërs die het voedsel produceren.

Juist het aardse leven, komt door de dank aan Jezus, in de glans te staan van het eeuwige leven.

Gods pinkstergeest, die de aarde vernieuwt, vernieuwt niet alleen mijn hart, maar heel mijn leven.

Amen.


Matteus 28 – Ga op weg!

mei 16, 2021

Preek Heemse, 16 mei 2021

Tekst: Matteüs 28:16-20

Geliefde gemeente van de opgevaren Heer,

[#1] Hoe ging het deze week? Heb je iets van je geloof gedeeld?

Vorige week starten we deze themamaand over ‘kijk om je heen!’

Nou ja, iets brengen voor de voedselbank: dat zie ik wel zitten.  

Ik voel me soms ongemakkelijk. Misschien heb jij dat ook wel. Ben ik zelf wel zo enthousiast?

Wat deel ik? Zit je niet teveel in je christelijke bubbel?

[#2] Na de opstanding gaan elf leerlingen naar de berg in Galilea. Dat moest van Hem.

Daar komen ze hun opgestane Heer weer tegen.

Hij gaat straks naar de hemel, maar … hoe laat Hij de leerlingen achter?

Ze staan daar en zijn maar met een paar.

Zouden zij ooit hebben kunnen weten en bedenken dat wereldwijd mensen Jezus zouden volgen?

Dat er een kerk zou komen die door de eeuwen heen zou vertellen over Jezus?

Ze hebben hun vragen, is Hij echt de opgestane Heer? Kan ik in Hem geloven?

Matteüs vertelt, kort en snel, maar uit Lukas en Johannes weten we meer:

Sommige andere leerlingen twijfelen en hebben hun vragen.

[#3] Is het erg dat je soms een aarzeling hebt? Dat je soms je vragen hebt?

Matteüs heeft er geen moeite mee om dat eerlijk op te schrijven dat het zo ging.

Twijfel hoeft ook niet verkeerd te zijn. Het laat zien dat de leerlingen ook nadachten.

Het geloof in de opstanding en dat Jezus wil dat ze voor Hem blijven gaan en vol zijn van Hem:

dat komt niet allemaal in een keer.

Dat kost tijd, daar denken ze over na. Dat willen ze begrijpen.

Het laat zien dat het geloof maar niet een enthousiaste bevlieging is van een kort moment.

Dat ze gelijk, zonder nadenken ermee weglopen. Ze stellen hun vragen, gebruiken hun verstand.

[#4] Er is tegenwoordig meer ruimte voor vragen bij het geloof.

We leven in een samenleving waarin meer nadruk komt te liggen op de eigen keus.

Dat merk ik in gesprekken met jongeren. Je wilt zelf kiezen.

Je ziet wat er te koop is. In de wereld, maar ook in de verschillende kerken.

Je merkt het daaraan dat in Europa veel gevestigde kerken het moeilijk hebben.

Je bent niet meer automatisch lid van de kerk waar je ouders ook lid van waren.

Nee, je denkt zelf na. Sommigen blijven twijfelen, of haken af.

Tegelijk kun je het ook omdraaien: wie wel kiest om belijdenis te doen, om zich te laten dopen,

die maakt een bewuste keus. Die wil er echt voor gaan, daar kun je wat van verwachten.

Dat is zo als je in een christelijk gezin bent opgegroeid, maar ook als het gaat om zending.

Ook mensen van buiten de kerk zitten minder vast in hun niet christen zijn.

Wat een kansen biedt dat om het gesprek aan te gaan. Om je bij de kerk te voegen, te laten dopen!

[#5] Maar goed, je hebt ook die andere kant. Die twijfel. Misschien ook wel de vraag:

Heb ik zelf wel zo bewust ‘ja’ tegen Jezus gezegd en laat ik mij leiden door zijn Geest.

Kan ik wel vertellen over hem, kan de kerk wel groeien, gaat Jezus echt mee, ook na hemelvaart?

Het eerste wat Jezus doet is een stapje dichterbij komen. Hij voelt met ze mee, Hij helpt hen.

Hij zegt: Mij is alle macht gegeven. In de hemel en op de aarde.

Misschien twijfel we wel. Denk je klein van Jezus en het geloof.

Maar Jezus staat op en staat in zijn volheid voor hen. Ik heb alle macht!

De macht is mij gegeven door de Vader, Ik ben opgestaan.

En al ga ik naar de hemel, van daaruit het ik alle macht in hemel en op aarde.

Alles staat onder mijn bevel. Dat mag de eerste bemoediging zijn.

De zekerheid die de leerlingen in hun leven mogen kennen.

Wat je steeds mag belijden.

Je voelt je misschien zwak, ze waren maar met elf, het is een kleine groep:

Maar Jezus is in de hemel. Hij laat je nooit alleen. Geen stukje van je leven, van deze wereld,

van de dingen die gebeuren, waarvan Jezus zegt: het is buiten mijn macht. Ik wil je helpen en leiden.

[#6] Vanuit die bemoediging geeft Jezus een opdracht aan de leerlingen. GA OP WEG!

Nu Hij naar de hemel gaat, mogen zij zijn koninkrijk gaan bouwen hier op aarde.

Door zijn kracht. Niet alleen in Israël, maar heel de wereld wordt hun werkterrein.

Tot aan de uiterste van de aarde. Aan iedereen mag het goede nieuws van Jezus verteld worden.

Dat is de opdracht die in Handelingen bij de hemelvaart herhaald wordt.

Waarvan in de handelingen van de apostelen: zeg maar het dagboek van de apostelen verteld wordt.

Paulus gaat steeds verder. Hij was in Athene, maar ook in de grote stad Korinthe gaat hij aan de slag.

Weer eerst naar de Joden om te vertellen over wie de Messias is. En vervolgens ook aan de anderen.

Zo moeten de leerlingen zich niet opsluiten in hun eigen huis, maar open staan en op weg gaan!

Op weg gaan allereerst om leerlingen te maken.

[#7] Ga jij op weg? Ga ik op weg? Gaan wij op weg? Of houd je het evangelie voor jezelf.

Als we lezen in Efeze heeft God binnen de kerk verschillende functies gegeven.

Vrij gezegd: er zijn mensen die zending doen, die evangeliseren, die onderwijzen.

Sommigen worden uitgezonden en wij zenden als gemeente mensen uit naar Indonesië.

Er zijn speciale projecten en evangelisten die proberen actief in gesprek te komen.

Er zijn mensen die zich binnen de kerk vooral toeleggen op onderwijs en leren.

Maar of het nu ver weg is, of dichtbij, aan anderen of aan een volgende generatie.

Hoe kan Jezus zeggen: maak mensen tot mijn leerlingen?

[#8] Wij ervaren vaak allerlei obstakels. Mensen hebben moeite om het geloof aan te nemen.

Ja, op andere continenten groeit de kerk. Maar hier in de westerse wereld?

Ik zei net al dat mensen vooral vrij willen zijn om zelf te kiezen. En dan ervaren ze soms obstakels.

[#9] Keller wijst erop dat vroeger die obstakels en moeite vooral waren bij de theologie.  

– Hoe kan het dat er lijden in de wereld is, als Jezus alle macht heeft vanuit de hemel?

– Waarom zou je de bijbel geloven als het boek van God, is dat niet verouderd?  

– Hoe kan er een hel bestaan?

Voor sommigen zijn dat nog steeds de prangende vragen. Waar ze moeite mee hebben.

[#10] Maar veel anderen rekenen de tijd af op andere zaken:

– Is de kerk voldoende open voor homo’s en transgenders?

– Neemt de kerk wel voldoende afstand van racisme?

– Worden mannen en vrouwen wel gelijk behandeld in de kerk?

– Is er vanuit de kerk wel voldoende aandacht voor het milieu en de natuur?

Laatste publiceerde de kranten een hele lijst van kerken hoe die omgingen met homofilie.

Toen ik laatste op Twitter iets zette dat de kerk verwelkomend moest zijn,

kwam er een hele discussie over of homo’s dan ook welkom waren.

[#11] Wanneer Jezus je erop uitstuurt om leerlingen te maken is het belangrijk om die vragen te zien.

Je kunt deze vragen niet beantwoorden wanneer je op een eilandje blijft zitten.

Belangrijk is dat je contact hebt met mensen. Dat je anderen ontmoet en spreekt.

Dan kun je persoonlijk uitleggen hoe belangrijk het is dat de kerk hier ook goed mee omgaat.

Dat homo’s en hetero’s in Gods ogen even kostbaar zijn.

Dat God niet let op de kleur, maar racisme botst met het evangelie.

Dat je als gemeente dat ook graag uit wil dragen en vorm wil geven in je leven.

Ook in jouw zorg voor een duurzame wereld en voor ieder persoonlijk, man of vrouw.

En is dat niet wat Jezus bedoeld met leerlingen maken:

Een discipel van Jezus neemt niet alleen aan wat hij zegt, kan niet alleen de leer uitleggen.

Die wil ook werkelijk Jezus volgen. In zijn doen en laten, in zijn keuzes, in heel zijn bestaan.

Als je zegt: Heer ik wil u volgen, maak mijn leven nieuw, dan mogen anderen dat aan je merken.

80% van de mensen die tot geloof komen, komt tot geloof via collega’s, vrienden of familie.

Juist als je in deze tijd bid om de Geest en Jezus in je laat werken, leerlingen wilt zijn:

Mag je ook anderen tot Jezus gaan leiden. [voorbeeld concentratiekamp: voor jezelf of voor de ander?]

[#12] En dan staat erbij: doopt hen!

De doop is het ultieme teken van Gods genade.

God wil de zonden en fouten afwassen en je een nieuw begin geven.

Wat typeert de westerse samenleving? Mensen willen helemaal vrij zijn.

Vrij om te kiezen wat ze willen, zelf hun leven te maken.

Toch werkt die manier van leven voor veel mensen zolang het goed gaat.

als ze te maken krijgen met stress, met fouten, met tegenslag, met lijden en teleurstelling,

Komen er scheuren in de manier waarop ze hun houvast hebben in het leven.

Dat komt omdat, net als de Farizeeën in de tijd van Jezus, we heel vaak het van onszelf verwachten.

Jij moet het maken, jij moet het doen, jij moet het presteren.

Dat betekent ook dat je zomaar aan anderen hoge eisen gaat stellen.

Dat je niet makkelijk bent voor jezelf en voor anderen.

[#13] Voor deze tijd heeft Jezus dan een moeilijke boodschap, het slechte nieuws:

Je kunt op allerlei manier proberen het zelf te redden en te maken, maar het gaat je niet lukken.

En het is ook slecht nieuws dat als iemand zegt: je moet gewoon een goed mens zijn, dat niet lukt.

Je kunt het proberen op allerlei manieren, maar steeds raak je weer teleurgesteld in jezelf en anderen.

Zeker als je motieven of je gedachten let, zoals Jezus die blootlegt in de bergrede.

Maar er is ook goed nieuws!

Waar je jezelf niet kan redden, kan Christus dat wel. Hij wil je door de doop met Hem verbinden.

Hij wil vergeven. Al je zonden heeft hij aan het kruis gedragen. Hij wil helpen opnieuw te beginnen.

Wat is het dan rijk als je gedoopt wordt in de naam van de vader, de zoon en de Heilige Geest.

De Vader die voor je wil zorgen op alle momenten van je leven.

De Zoon die zelf zijn genade wil geven en voor je pleit, wie je ook bent.

De Heilige Geest die dit in je hart wil werken en geven.

[#14] Daarbij blijft de opdracht om te blijven onderwijzen.

Steeds weer naar binnen brengen wat Christus van ons vroeg.

Wanneer de leerlingen het voor zichzelf gehouden hadden, was het in Israël gebleven.

Laten we zo ook steeds weer overdragen wat Jezus geleerd heeft.

Vroeger kon dat alleen mondeling, maar nu ook via papier en via internet.

Ik daag je uit, ik daar u uit om nu het einde van covid in zicht is je verlangen kenbaar te maken.

Hoe ga jij samen weer bijbelstudie doen, elkaar opzoeken en verstreken, het geloof overdragen.

Hoe ga jij je kinderen onderwijzen en laten onderwijzen wat het betekent gedoopt te zijn.

[alles was er voor het eerst / wereldwijd / samenwerking kerken]

[#15] Dan gaan ze op weg. Dan gaan jij en u en ik op weg. Niet alleen, maar met de steun van Jezus.

Als Paulus het moeilijk krijgt, krijgt hij een visioen. God laat zien: ik ben bij je. Je bent niet alleen.

Waar we samen komen in Jezus naam, of het er nu 2 of 3, elf, zestig of 800 zijn.

Jezus is in ons midden. Zo gaat Hij mee, alle dagen.

Matteüs sluit niet af met hemelvaart, dat is zeker, maar met zijn aanwezigheid in onze nood (zonde en dood). Hij is de levensbron en kracht. Waarom kunnen we op weg gaan en vertellen: omdat Hij erbij is! Mooie en sombere, zomer en winter, niet zo nu en dan, maar alle dagen.

Hij is er niet pas als de wereld voltooid is, als Hij terugkomt. Nee, tot aan de voltooiing, zal Hij er zelf zijn. Elke dag! Amen.


Handelingen 2:47 – Kijk om je heen!

mei 9, 2021

Preek Bergentheim/Heemse 8/9 mei 2021

Tekst: Hand 17:16-34 en Hand 2:47

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Hoe ben je aantrekkelijke gemeente, zoals die gemeente in Jeruzalem?  

Deze week werd bekent dat zo’n 2200 mensen de GKv hebben verlaten afgelopen jaar. We weten niet precies waarheen, maar wat een tegenstelling met die eerste gemeente: De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.

Hoe dat kwam? De Heer deed dat,

maar ook: ‘ze staan in gunst bij het hele volk’.

Hoe kun je in deze tijd, in tijden van corona en na corona aantrekkelijke gemeente zijn?

Daarvoor is het heel belangrijk om te weten hoe mensen vandaag in het leven staan, want alleen als je dat weet kun je met mensen een open en eerlijk gesprek voeren! Kun je op het juiste moment iets vertellen over wie Jezus is, wat Hij gedaan heeft en wat Hij zal doen. Kun je op een goede manier je kinderen opvoeden.

Jongeren groeien op, midden in de cultuur. Dagelijks worden ze zo’n vier uur beïnvloed door wat ze horen en zien op internet en social media. Soms christelijk, maar heel vaak ook niet. Ze krijgen een wereldbeeld waarin vaak negatief over de kerk wordt gesproken, waar God en geloven meestal afwezig zijn, en het dan ook lastig is om bij aan te sluiten.  

[#2] Vanmorgen maken we een paar stappen verder dan alleen de eerste gemeente.

Als je wil weten hoe je in onze westerse samenleving toch het geloof kan delen, hoe je aantrekkelijke gemeente kan zijn en kan groeien: kun je vooral leren van Paulus.

Paulus komt aan bij de stad van de slimme mens: Athene.

Je kunt daar studeren, hier wonen de mensen die weten hoe het zit, hier woont de moderne mens!

Daar moet hij even wachten op Silas en Timoteüs.

Paulus maakt dan ook van die gelegenheid gebruik om eens rond te kijken in deze stad. Hij ziet dan dat er ontzettend veel goden zijn.

Athene heeft meer feesten voor goden, dan heel Griekenland samen.

Wat doe je als op citytrip bent in Athene, Barcelona of Parijs, als het weer mag, als corona voorbij is? Maak je alleen wat foto’s en ben je onder de indruk van de geweldige bouwwerken die er al eeuwen staan? Paulus is een man met een missie. Hij gaat naar de Joden in de synagoge, maar hij praat ook met de mensen op de markt. Hij knoopt gesprekjes aan, dagelijks heeft hij discussies. Daardoor worden de mensen nieuwsgierig gemaakt.

De gewone mensen denken dat hij misschien met nieuwe goden komt: Jezus en opstanding. Dan moeten ze die gaan vereren!

De filosofen willen ook wel Paulus’ ideeën horen. Atheners doen niets liever dan praten en discussiëren.

[#3] Zo krijgt Paulus een uitnodiging. Ze komen zelf met de vraag: vertel er eens meer over!? Ik herinner we een paar jaar terug een citytrip deden en in een jeugdhotel sliepen. ’s Avonds raakten we in gesprek met jongeren uit Argentinië en Japan. Je hoorde van hen, maar zij luisterden ook naar ons. Juist in een andere omgeving heb je soms tijd voor mooie gesprekken. Daarom is het ook zo mooi dat Beerze en Dabar zich weer voorbereiden op zomerwerk: gesprekken op de camping over het geloof.

Maar dat hoeft niet alleen ergens anders. Het begint bij het dagelijks leven: dat je gewoon praat over wat je doet, dat je gesprekjes aanknoopt, dat je laat vallen wat je gelooft, dat mensen merken dat je gelovige bent. Als anderen aan je merken dat je rondom tegenslag kracht put uit je geloof. Dat je uitlegt waarom jij je kind laat dopen. Dat je vertelt hoe jij in coronatijd toch vorm geeft aan je geloof. Raak in gesprek! Nodig anderen uit om vragen te stellen!

[#4] De Grieken nemen Paulus dan mee naar de Areopagus.

Er is daar een soort markt waar veel mensen komen luisteren.

Ze staan in een kring op Paulus heen.  

Het eerste wat Paulus doet is de mensen voor zich winnen.

Hij begint, als een goed redenaar, met een compliment:

Wat zijn jullie ontzettend godsdienstig!

Toen Paulus de stad rondliep had hij tempels gezien, hij had godenbeelden gezien, altaren voor verschillende goden. Hij had ook een altaar gezien voor de onbekende god.

Wie zet er nu een altaar neer voor een onbekende god? Nou, het kwam vaker voor in de oudheid dat de onbekende god een altaar kreeg. Soms was dat omdat er iets bijzonders was gebeurd (een wonder, een genezing, een overwinning) en de mensen niet wisten welke god ze moesten danken. Maar het gebeurde ook wel uit angst en onzekerheid. Zoals ik wel van mensen hoor dat ze als het echt moeilijk wordt in hun leven, ze toch een keer gaan bidden, een schietgebedje doen: baat het niet dan schaadt het niet.

Paulus haakt aan bij dat gevoel: die onbekende God kom ik jullie nu verkondigen. Hij begint ermee te zeggen dat God de schepper is van hemel en aarde. Hij is de eeuwige God die alles gemaakt heeft. Hij heeft het niet nodig dat mensen Hem dienen, want Hij heeft ze zelf gemaakt. Paulus laat zo Gods grootheid zien.

Paulus heeft zijn ogen goed de kost gegeven. Hij ziet wat de mensen vereren.

Paulus zoekt aanknopingspunten om echt met de mensen in contact te treden.

[#5] Met de gewone mensen uit het volk, die hun bijgeloof hebben en denken dat er veel goden bestaan. Maar hij sluit ook aan bij de filosofen, en spreekt op hun niveau.

De boodschap van God is maar niet een tijdloze boodschap, die je overal op elk moment hetzelfde vertelt: Paulus spreekt hier heel anders dan tegen de mensen in de synagoge. Daar komt hij met bijbelteksten, hier sluit hij aan bij ideeën die mensen hebben.

Zo begint ook vandaag het vertellen van het evangelie met :

vriendelijk zijn, oprechte belangstelling hebben, je inleven in de ander.

Wat voor opvoeding en achtergrond heeft de ander? Wat zijn zijn vragen aan God?

Wat zijn zijn teleurstellingen in christenen of positieve ervaringen met de kerk?

Pas als er contact en aansluiting is, is er een echt gesprek mogelijk!

[#6] Geloof in de Schepper! Eerst maakt Paulus contact, maar daarna probeert hij probeert de mensen ervan te overtuigen dat het niet goed is om verschillende goden te vereren.

Daarmee staat hij op één lijn met de filosofen van die tijd.

Ook zij geloofden niet dat god of goden door mensen gemaakt konden worden

 en dat zij mensen nodig zouden hebben die beelden gingen dienen.

Paulus neemt hun grote lijn over: wij bestaan in God, we zijn zonen van God!

Als er dan zo’n machtige God is, die zo dichtbij is,

Moeten we niet ons verlagen tot godenbeelden?

Paulus wijst erop dat vanaf de schepping God de wereld regeert.

Toch gaat Paulus verder dan de filosofen.

Paulus gelooft dat die grote God, een persoonlijke God is.

God wil dat we Hem vinden.                      Paulus noemt dat  ‘tastend’.

Hij weet dus hoe moeilijk dat is.                               Dat het nu donker is.

Anders hoef je niet te tasten.                    Maar uit zichzelf vinden ze Hem niet zo.

Juist vandaag is er veel ietsisme. Mag je weer zeggen er is meer tussen hemel en aarde. Wat zou het mooi zijn als mensen die weer iets open staan ook gaan ontdekken dat er dan niet van alles is, maar dat er één God is, die alles gemaakt heeft. Neem mensen maar bij de hand en wijs ze op de schepping, op hoe mooi alles is  … en wat zou het mooi zijn … om als mensen zo weinig weten over de Schepper van hemel en aarde, als je ze dan een weg mag wijzen en mag wijzen op die persoonlijke God! De vader van Jezus Christus. Dat Gerben/Yade geboren mocht worden, dat er nieuw leven is: het is God die dat geeft en wat mooi dat je dat ook laat zien door dit kindje te laten dopen. Er is een persoonlijke God, een Schepper die met zijn liefde naar je toekomt!

[#7] Tot nu toe heeft Paulus nog niet veel gezegd waar mensen zich aan kunnen ergeren. Hij heeft ze echt mee willen nemen. Maar dat verandert in vs. 30. Want nu gaat het erom dat hij wil dat mensen een keus gaan maken.

Dat ze gaan kiezen voor de weg van het leven.

Dat ze ‘een nieuw leven gaan beginnen’.

Hij blijft vriendelijk: Hij wijst erop dat ze tot nu toe nog maar moeilijk van God konden weten. Dat het een tasten was. God zal voorbij gaan aan die tijd van onwetendheid.

Dat is iets wat ook rust mag geven als je zelf later tot geloof komt.

Als ik gered wordt, betekent het dan dat mijn familie, degenen die niet geloven automatisch niet gered worden?  

God vraagt een duidelijke keus, dat zie je ook hier bij Paulus. Hij zegt: Kies voor het leven.

Dan wordt duidelijk dat Jezus Christus degene zal zijn die zal gaan oordelen.

Paulus noemt zijn naam niet, maar ze zullen allen begrepen hebben dat het daar nu over ging! Deze Christus, hij zal het oordeel vellen.

Het bewijs daarvan heeft God geleverd door hem uit de dood op te wekken.

Paulus weet dat ze dat niet kunnen geloven.

Maar hij draait er niet omheen. Hij getuigt in alle eerlijkheid en vrijmoedigheid.

Christus is opgestaan uit de dood.

Laten we zelf die boodschap ook steeds vertellen.

Mensen daarbij bepalen!             Het zal steeds gaan om Jezus Christus en die gekruisigd.

Hij die voor onze zonden gestorven is.

Hij is die ons voorgegaan is in het nieuwe leven.

Wat een kracht mag dat zijn. Die blijde boodschap bracht de mensen in Jeruzalem samen en bij die boodschap wilden ze blijven.

Wanneer het in gesprek, in ontmoeting niet meer daarover gaat, dan is de kern vergeten. Dan is het geen Christus-boodschap meer, maar een algemeen religieus verhaal. Laten we ons daarin oefenen: aansluiten bij de ander, zonder Christus uit het oog te verliezen. De vraag is: welke weg sla je dan in op dit kruispunt? Als Christus dood en opstanding verkondigd wordt?

[#8] Dan komt de reactie van de mensen.

De filosofen, die altijd nieuwe dingen willen horen, hebben aandachtig geluisterd maar geloven niet in een opstanding. Beleeft zeggen ze: ‘Daarover moet u ons een andere keer nog maar eens  vertellen’.

De gewone mensen uit het volk, die hun goden hebben: zij drijven de spot. Hoe kan dat nu … iemand die gestorven is komt toch niet meer tot leven.

Paulus gaat dan ook gelijk weg uit hun midden.  Hun reactie is duidelijk!

Toch is het bijzonder dat er toch mensen zijn die zich bij hem aansluiten.

Dionysus, de areopagiet. Later wordt hij genoemd als de eerste bisschop van Athene.

Ook Damaris, over wie we verder niets weten, aanvaart het geloof.

De reacties zijn verschillend. Net als vandaag. Afwijzend, spottend, belangstellend en … gelovend! Het zijn allemaal reacties, op wat Paulus gezegd heeft.

Maar reactie komt er niet zonder actie.

Als Paulus op zijn hotelkamer was gaan wachten tot Silas en Timoteüs er waren hadden de mensen op de markt nooit van Hem gehoord.

Laten wij ons dan ook niet opsluiten in onze huizen, kerken en instituten.

Laten we van Paulus leren om te luisteren.

Om dingen ter sprake te brengen. Het gesprek aan te gaan thuis, in je omgeving, op de camping. Om mensen te vragen hoe het ervoor staat met hun tasten en of ze aan het tasten zijn!

Daarvoor zullen u, jij en ik zelfs steeds ons open mogen stellen voor God.

Hij wil ons leiden, een weg wijzen. Laat jij je leiden? Lees je uit je Bijbel?

Dan alleen kunnen we ook andere helpen bij het tasten. Vertellen over Jezus Christus.

Uitnodigen om mee op weg te gaan naar het grote feest!

Daarbij kun je teleurgesteld zijn over mensen die afhaken van de GKv, al weten we niet waar iedereen heen gaat. Het doet pijn als je afscheid moet nemen of als gemeenten sluiten. Maar laten we vooral zien op Jezus en op zijn beloften: Hij houdt zijn kerk in leven, zijn liefde mag stralen in de wereld. Ik bid dat dat in en door jouw leven mag gebeuren!

Amen