Zondag 46 – Leer God kennen als je Vader!

november 27, 2022

Preek zondag 46, 27 november 2022

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Via het gebed, tijdens het gebed, raak je verbonden met de hemel,

Ja, zelfs met je Vader in de hemel.

Het is soms lastig om je te richten op God. Om eerbiedig te zijn.

Met je ogen open, denkend aan andere dingen, bezig met wat straks komt.

Als je de hele dag al op school of op je werk geweest bent of druk met van alles en nog wat.

Heb je echt in de gaten dat je bij God in de hemel aanklopt, dat je binnenloopt in zijn heiligdom?

Aan de andere kant was ik laatst ook ergens, en ging de dominee bidden.  

Een eerbiedige stem, een stem met liefde voor God, een stem waarin hij God:

Heilig, almachtig en groot noemde. ‘We naderen voor uw grootheid, uw heiligheid’.

We durven bijna niet te naderen, maar wat is het fijn dat we door Jezus toch u Vader noemen.

Dit was niet oneerbiedig, dit was juist heel eerbiedig: met schroom naderde hij tot God.

Wanneer de leerlingen graag willen leren bidden, dan zegt Jezus: begin maar gewoon.

Ga maar gewoon bidden, breng het maar gewoon in de praktijk en noem God maar ‘Onze Vader’.

Niet een ongrijpbare God, geen dure titels, niet een oom, niet een vriend, maar een Vader.

Een Vader die zijn kinderen kent, die weet wat hen bezig houdt.

Voor wie je niet bang hoeft te zijn, maar die je begrijpt en kent.

Zoals Karsten een vader is voor Lias, en met liefde voor hem wil zorgen.

Of zoals Zwanet een moeder is voor Lias: ze heeft hem negen maanden gedragen.

Zou ooit een vrouw haar kind vergeten, dat ze bij zich droeg?

Zo mag je bij God denken aan een Vader: God die geen man of vrouw is,

maar met de liefde van een ouder voor zijn kinderen op jou betrokken is.

[En dan te bedenken dat een vader of moeder je kan verlaten, zegt psalm 27, maar God de vader verlaat ons nooit]

Denk daarom aan God als Vader, zoals we dat net ook bij de doop gehoord hebben.

In Romeinen 8 heeft Paulus net uitgelegd, dat we door Jezus kinderen van God zijn.

De weg naar God is open, Hij ziet jou als zijn eigen zoon of dochter.

Hij heet je welkom: en door de Heilige Geest mag je hem dan ook Abba, Vader noemen.

Dat we God vader noemen, daarin klinkt al gelijk het werk van de Zoon en Geest doorheen.

[Als een zoon of dochter een beroep doet op het gemoed van de vader of moeder, dan kun je dat alleen vanuit je ouder geval al niet weigeren. Zo wil God dat niet doen!]  

Hopelijk helpt dat om te gaan bidden, om vaker te gaan bidden.

Het begin is moeilijk. Je hoofd zit misschien vol met van alles en nog wat.

Je moet nog van alles regelen en doen, en als moeder of vader kom je soms tijd tekort.

Appjes, sites, afspraken, ze vullen je hoofd en het lukt niet om je te concentreren.

Verdriet, gemis, ziekte, vragen, pijn ze kunnen maken dat je het moeilijk vindt iets te vragen.

Maar denk dan maar aan deze woorden van Jezus: bid het Onze Vader.

Stel je God maar voor als een Vader, als een God die hoort.

Een goede vader die je ziet, op jouw plek, in jouw leven, op jouw tijd, met jouw vragen.

Het hoeft geen schitterend gebed te zijn, waarvan anderen onder de indruk komen.

Nee, ga juist naar je binnenkamer, zegt Jezus, sluit je af.

Kies een plek waar je rustig kan bidden, alleen kan zijn met God, waar je stil kunt worden.

Misschien is het wel een vaste plek waar je kan zitten.

Probeer ook figuurlijk de deur dicht te doen: even alles wat afleidt, wat je kan storen, weg te doen.

Stil te worden woorden voor God en je dan te richten op God als Vader.

[#2] Het valt me op dat voor veel mensen het lastig is om persoonlijk te bidden.

Vraag je het na aan mensen in je omgeving, dan proef ik soms een stuk lauwheid.

Gelukkig hebben we de vaste momenten, drie keer per dag bij het eten, ’s avonds voor het slapen.

Maar om zelf ook tijd te maken om naar God te gaan, komt er vaak niet van.

Het betekent dat sommigen zelf helemaal niet bidden. Hoe vaak bid jij persoonlijk tot God?

Iemand zei, dat weet je alleen zelf, of de deur die je achter je dicht doet die ziet hoe vaak het gebeurt.

God weet het. Ken je God dan wel, als je straks bij Hem komt?

Of heb je Hem dan nog nooit persoonlijk gesproken?

Niet voor niets leert Jezus bidden “Onze Vader”. Hij zelf kan zeggen, mijn Vader.

Zo spreekt Hij soms tot zijn Vader, Mijn Vader die in de hemel is.

Maar als wij bidden is dat altijd “Onze”. Omdat Christus Gods zoon is, zijn wij ook Gods kinderen.

We bidden het met Hem, maar ook met elkaar, als gemeente.

Alleen door Hem kunnen we tot God komen, alleen met Hem kunnen we bidden.

Juist in de kerkdienst, bij de doop en bij het avondmaal willen we dicht bij God zijn.

We zijn gemeente, met elkaar verbonden, aan elkaar gegeven.

Als er iets is willen we juist samen voor Gods troon gaan en voorbede en dankzegging doen.

Laten we niet aarzelen om samen te bidden in de kerk, want God is ‘onze’ Vader.

Of je nu alleen woont, met z’n tweeën of met nog meer mensen in huis:

We bidden met elkaar in de kerk tot Onze Vader, die ons allemaal kent. In het gebed verbonden.

Wanneer jullie hier bij de doopvont stonden dan mag de naam van Vader, Zoon en HG klinken.

Dan mogen we bidden tot die God, juist als gemeente willen samen bidden.

En wat een taak en uitdaging om dan je kinderen ook te leren bidden.

De handjes te doen vouwen en te zeggen: ‘Here zegen dit eten’.

Maar als ze daarmee stoppen, begint het juist. Neem je ze dan mee naar de kerk?

Spreek je er dan over door hoe ze zelf bidden aan het eind van de dag.

Stimuleer je het onderwijs van de kerk, ook het gebedsonderwijs en praat je erover door?

Ja, het persoonlijk gebed is belangrijk: dat je zelf God leert kennen en praat.

Maar God is toch allereerst Onze Vader: we willen samen bidden.

[luister ook goed naar deze woorden: Stel dat twee van jullie samen bidden om iets hier op aarde. Dan zal mijn hemelse Vader zorgen dat het gebeurt, wat het ook is. 18:19]

Maar dan mag je juist weten: bidden doe je samen, met en voor elkaar. 

Het gebed van iemand die door ziekte niet naar kerk kan, mag zijn:

Geef dat ik spoedig weer naar de kerk kan om samen te bidden, te vieren.

Het avondmaal te vieren, bij de doop te zijn: Zoals de dichter van Psalm 84:

Hij spreekt met liefde over Gods huis, wat nu Gods gemeente is: Wat hou ik van uw huis!

Wat denk ik terug aan dat we met elkaar op weg gingen, een feestvierende menigte!

Het persoonlijke gebed richt is zich altijd op de gemeente, op elkaar.

Door samen te bidden, door voor elkaar te bidden, door met elkaar God te prijzen.

[#3] Tenslotte, God is Vader, Hij is Onze Vader, en Hij is de Vader in de hemel.

De catechismus geeft aan: het geeft aan dat je niet klein van God moet denken.

Een aardse Vader kan niet alles, maar God is veel machtiger. Hij is in de hemel!

Tegelijk als je denkt aan de hemel, dan denk je ook aan de hemelvaart.

Jezus is vanaf de Olijfberg naar de hemel gegaan. Hij is degenen die bij God is.

Jezus zegt: ik ga van hier naar uw God en uw Vader.

En als hij dan gegaan is geeft Hij zijn Heilige Geest.

De Heilige Geest zorgt ervoor dat ons gebed bij God komt.

Daarom lazen we de tekst uit Romeinen 8.

Soms weten we niet wat we moeten bidden.

We kunnen allerlei moeite en vervolging, verdrukking meemaken.

We kunnen zorgen hebben over deze tijd, over kinderen en kleinkinderen.

We kunnen verlangen naar meer geloof en meer standvastigheid.

We zien hoe de kerk verdrukt kan worden en het geloof klein.

Angsten kunnen je aanvliegen, de drukte je vastgrijpen, de welvaart je verstikken:

Vindt ik dan wel woorden, vind ik wel rust in mijn hart, zijn er niet teveel vragen en boosheid?

Maar dan zegt Paulus, als wij niet weten wat we moeten zeggen: weet dan dat Heilige Geest je helpt.

Paulus gebruikt een woord voor een zware last opdragen.

Stel er is een zware last, die zwaar op drukt:

Die je blokkeert. Stel je voor een boom die de weg blokkeert.

Hij is degenen die als het ware tegenover ons staat en mee tilt.

Soms vindt je geen woorden: maar als het meer uit zuchten dan uit woorden bestaat, meer uit zwijgen in Gods nabijheid: dan geeft de Geest er woorden aan. Dan maakt hij jouw gebed af.

Zo doet de Geest dat hier. Wij kunnen niet gaan kijken hoe hij het voor ons doet.

We zullen zelf ook in actie moeten komen, de handen moeten vouwen,

Maar dan is het de Geest die meetilt, die het voor ons draagt.

Die ons zuchten, ons stil zijn, onze vraag, ons aanwezig zijn voor God volmaakt.

Ook als je een beperking hebt, of als het lastig is om te bidden, zoals voor Sofie:

Door de Geest mag je, soms ook zonder woorden met God verbonden zijn.

Hij brengt het helemaal naar de vader, als een volmaakt gebed.

Als God voor ons is, zal hij ons dan ook niet alle dingen schenken?

[Nee, geen schadelijke of onnuttige dingen. En soms vraagt God ook geduld,

Als de vruchten nog niet rijp zijn, vraagt Hij geduld om te wachten tot ze rijp zijn]

[U bent verbonden met Christus, wat kan u scheiden van zijn liefde?

Dood of leven, honger of vervolging, het zwaar? Machten of krachten?]

Waar je ook bent, wat je ook meedraagt, hoe oud je ook bent.

De Heilige Geest wil je helpen en je gebed volmaakt maken.

Hij is het die het via de Zoon in de hemel, naar de Vader in de hemel brengt.

Zo kan er een relatie zijn tussen God en zijn kerk, en de gelovigen persoonlijk.

Dan mogen we zeker zijn dat we aan hem verbonden onderweg mogen zijn.

[we zijn God de eer schuldig? Waarom zo dwaas? Is hij niet uw vader, hij schiep u, riep u tot leven (deut 32:6). Een zoon eert zijn vader, maar als ik jullie vader ben, waar is dan jullie eerbied voor mij? (Mal 1).  

Onderweg naar de ontmoeting met Jezus:

Zodat zichtbaar wordt dat we zonen en dochters van God zijn.

Wil jij, wilt u, zo als zoon als dochter van God door het leven gaan,

en straks zo door Hem gekend worden? Amen


Zondag 45 – Van harte geloven betekent van harte bidden!

november 6, 2022

Jakobus 5:13-20 / Zondag 45

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[Dia] Hoe gaat het met de relaties en vriendschappen die je hebt?

Heb je ook wel eens dat een relatie stroef loopt?

Dat er misverstanden zijn, dat je elkaar niet begrijpt en dat er afstand komt?

Dan kan er verkilling komen, of dat je dingen maar niet uitspreekt.

Soms kan dat langer duren. Wat een pijn en verdriet kun je daar dan van hebben.

Ik hoorde laatst van een echtpaar dat soms wel drie dagen eigenlijk niets tegen elkaar zeiden: ze deden alsof ze lucht voor elkaar waren. Er kon geen vriendelijk woord vanaf.

Wat is het lastig als je niet verbonden bent met internet.

Je kunt zomaar in de stress raken als je offline bent.

Hoe moeten mijn vrienden mij nu bereiken.

Je vraagt je af of je niets mist, je krijgt last van FOMO: Fear of Missing Out.

Ik kan niet chatten en niets delen.

Wat kan het soms lastig zijn als iemand je niet kan bereiken, omdat je off-line bent.

Als we vandaag nadenken over het gebed, is de vraag hoe je connectie met God is.

Het kan gebeuren dat je zomaar een tijdje niet bidt.

Zomaar stil bent tegenover God.                            

Het gebed maakt het mogelijk om tot God te komen, om je hart voor Hem uit te storten.  Bidden is de meest intieme en persoonlijke manier om je verbonden te weten met God. Bidden komt als het goed is uit je hart, uit je binnenste.

Van harte geloven betekent van harte bidden!

1. Heb je het moeilijk, ga bidden.

2. Ben je blij, ga zingen.

3. Ben je zelf zwak, laat een ander bidden.

4. Want God hoort het gebed!

1. Heb je het moeilijk, ga bidden!

Jezus is opgestaan, Hi si de levende Heer!

Maria van Magdala ontmoette hem bij het graf.

Maar Jezus geeft aan: houd me niet vast!

Ik moet nog opstijgen naar mijn Vader, die ook jullie Vader is.

Het is nog niet zolang, nadat de Here Jezus naar de hemel is gegaan, als Jakobus de halfbroer van Jezus zijn brief schrijft. Hij noemt in zijn brief verschillende keren het gebed, Hij begint ermee en Hij eindigt ermee.

Jakobus had iets gehoord van de Joden.

Ze hadden het erg moeilijk omdat ze christen waren: en ze hadden hun vragen. Waarom moeten zij het nu zo moeilijk hebben, dat ze de spanning van ziekte meemaken; dat mensen in de gemeente het niet met elkaar eens zijn en zichzelf belangrijk vinden. Dat er zoiets ergs over de ander gezegd kan worden. En ze hadden het aan Jakobus de broer van Jezus gevraagd: Waarom? Waarom?

Hij zal zelf voor de mensen gebeden hebben, maar hij schrijft ook deze felle, pittige brief aan ze terug.

Let op wat je zegt; bidt wel goed!; bidt niet vanuit je eigen verlangens. Aan het eind vat hij in drie punten samen wat hij wil zeggen: Als een van u het moeilijk heeft, laat hij bidden.

Hij gebruikt daarbij een woord waarin iets naar voren komt: het ongeluk overkomt je.

Je kiest er niet zelf voor, maar het leven gaat zo dat het als het ware over je heen komt. Het kan dan een ziekte zijn waar je mee te maken krijgt, het kan zijn dat je te maken krijgt met laster van mensen omdat je christen bent, misschien ben je in rouw gedompeld. Het kan zomaar gebeuren dat je op zulk soort momenten, je niet snapt wat de bedoeling is. Je los voelt komen staan van God. Dat er meer vragen zijn dan antwoorden. De het lijkt of God niet te bereiken is, dat de relatie met God stroef gaat lopen.

Nu kun je er dan voor kiezen om gewoon door te leven. Het leven nemen zoals het is en komt. Om stil te blijven in je relatie met God, off line te blijven. Maar Jacobus wijst dan een andere richting aan. Hij zegt: Laat hij bidden. Dat betekent dat je vanuit de situatie van verdriet, van leed,  je richt op God.

Misschien een kreet, een noodgebed.

Misschien een nachtenlange worsteling met God in je bed:

maar dat je wel naar Hem toegaat.

Hij die de grond is van je bestaan, die de weg van je leven weet.

Ga maar naar Hem toe, leg je moeite hem voor: vraag of Hij je niet alleen laat.

Want dat is iets wat heel centraal is in het gebed.

Wat ik ook vaak merk dat in ieder geval een plek krijgt in het gebed:

of de Here dichtbij wil zijn, wil zorgen, nabij wil zijn.

Zoals de Herder uit Ps 23, of zoals zondag 1 het omschrijft:

God is beschermt en bewaart ons.

Misschien zit jij net ook wel in een situatie dat je zegt: Here, waarom moet dit mij nu overkomen. Of waarom moet mijn vriendschap, relatie nu zo stroef lopen. Neemt de ander niet op als ik hem bel. Dan wil de levende Heer je bij de hand pakken: Hij zegt: Ik naar je toe. Ik heb mijzelf gegeven. Kijk maar goed wie ik ben. Ik ben die ik ben, ik kom in de Bijbel naar je toe. En bid maar: vertel mij maar wat je is overkomen; tegen welke muur je oploopt; bid maar met heel je hart. Jezus zegt: bidden is noodzakelijk. Geef niet op! Ik wil niets liever dan dat nu ik zoveel voor je gedaan heb, jij ook die relatie van jou kant open laat. Niet alleen op de vaste momenten: maar ook als dat vervelende bericht binnenkomt, als je niet weet wat je tegen een ander moet zeggen, als de dingen je teveel worden: sluit je ogen, of bidt desnoods met ogen open. In de auto, achter je computer, op je werk … bid!

2. Ben je blij, ga zingen!

[is hij vrolijk, laat hij een loflied zingen] Alles wat in je hart leeft mag je bij God brengen. Dus niet alleen als je het even niet meer ziet zitten, maar ook als er hele mooie dingen gebeuren in je leven. Als je blij bent: als er een glimlach op je gezicht komt. Bijvoorbeeld om dat mooi cijfer, om die goede contacten die je met andere mensen hebt, op die opluchting die je hebt. Om het jubileum dat je viert. Opvallend is dan dat Jakobus hier voor het woord bidden, een woord gebruikt dat meer richting zingen gaat. Als je blij bent, zing het dan maar uit! 

Wie blij is, die wil dat uiten. Die zet het misschien op facebook of insta.

Maar dat mag je dan ook uiten naar God toe, en wat is er dan mooier om te zingen. Een lied of een psalm waar je de Here mee prijst.

Als het moeilijk is ga je misschien wel snel naar God. Als je blij bent, ligt dat soms wat moeilijker. Het goede neem je makkelijk aan. We leven in een land waarin we veel gekregen hebben: een dak boven ons hoofd, eten, vrede. Zou dat eraan bijdragen dat er minder gebeden wordt?

Luther heeft wel eens gezegd: wie zingt, die bidt dubbel!

Je zou ook kunnen zeggen: de aansporing om te bidden juist als je blij bent, komt ook dubbel op je af.

Misschien vindt je zo’n oproep wel raar.

Zingen vind je misschien eng. Dat komt om dat zingen zoveel van je hart laat zien.

Maar doe het maar: als je blij bent met de dag, als je de vogels hoort fluiten en geniet van het mooie weer: kies een mooi lied.

Als je gelukkig bent met anderen, zet samen de lof op de Here in.

Alleen als je bidt, zingt, tijd neemt om met je hart naar de Here te gaan, kun je geloven. Geloven doe je met heel je hart, ziel en verstand. Heel je persoon. Wie van harte geloof, die opent zijn hart voor God. Die deelt met elkaar het gevoel van het geloof. Die richt zich van harte en zonder ophouden tot God. Zo wil God je leven zin geven en wil Hij geprezen zijn. Zo willen we ook in deze dienst juist rondom het gebed, onze blijdschap aan de Heer uiten!

3. Ben je zelf zwak, laat een ander bidden!

Als je relatie, je vriendschap met iemand stroef loopt, wat is er belangrijker dan te praten. Dan elkaar weer op te zoeken en uit te spreken wat je bezig houdt. Om je hart voor elkaar te openen. Zo mag je dat naar God doen, als je blij bent of verdrietig.

Maar soms kom je er alleen niet uit, soms voel je jezelf zwak. Heb je geen kracht meer om verder te gaan. Wat is het dan mooi dat God ook mensen om je heen geeft. Als je geen kracht hebt om er zelf uit te komen in je huwelijk, schakel de hulp van anderen. Zo is dat ook met het gebed: zoek hulp als je merkt dat je geestelijk droogstaat; als je weinig van God ervaart.

Jakobus zegt: als je ziek is, als iemand zwak is, laat hij dan de oudsten van de gemeente bij zich roepen. En wat moeten zij dan doen? Bidden! Juist zij mogen dan dus luisteren naar wat de moeite is, en in het gebed bij de Here neerleggen. Het lukt je zelf soms niet meer, je voelt je zwak, je bent zo in spanning voor de ziekte die je hebt. En natuurlijk hoop ik dat je ook zegt: nu pak ik de telefoon en bel de dokter. Maar God wijst ook de weg naar de gemeente aan: bel je diaken, je ouderling of dominee maar op. Als je ziek of zwak bent, als je er zelf niet uitkomt. Laat hem dan bidden.

En wat is het mooi dat er dan staat: laat hij je met olie zalven. De zalving was in het Oude Testament het teken dat God in je ging werken. De olie was een teken van de Heilige Geest die in je hart komt. Juist door het gebed wil God je weer zijn heilige Geest geven. Waar je je eigen zwakheid voelt, wil hij je met zijn kracht vullen. Olie lijkt misschien onbelangrijk: een beetje olie in de motor, of olie op je ketting. Maar als de olie ontbreekt kan een ingewikkelde machine zomaar stroef komen te lopen, of uiteindelijk stil komen te staan. Olie is het teken dat God met zijn Geest in je wil wonen en werken. Je zou het kunnen gebruiken bij een zieke. Vergelijk met het met een zichtbaar teken zoals brood en wijn bij het avondmaal.

Zo is het ook belangrijk om ook samen te bidden. Niet omdat we thuis niet zouden kunnen bidden. Nee: we kunnen ook thuis samen eten, bijbel lezen, op vereniging over God spreken, een inleiding maken. Niet omdat het gebed in de gemeente meer zou zijn, maar omdat Christus ons heeft leren bidden: Onze Vader. Juist daar waar mensen samen zijn in Gods naam, in de eredienst, daar is Christus ook als voorbidder voor zijn gemeente aanwezig, bidden we ook met elkaar en voor elkaar. Daar wordt de gemeente zichtbaar. Als gemeente bidden we voor de zieken, voor degenen die moeite hebben. Als gemeente staan we in gebed om elkaar heen. Vanuit dat gebed ga je dan ook weer de nieuwe week in. Zullen de ouderlingen, de diakenen en de dominee op bezoek gaan die in het bijzonder blijdschap of aandacht nodig hebben.

4. Want God hoort het gebed!

Maar dan zijn we er nog niet: George Muller, die in zijn schriftjes wel 50.000 manieren opgeschreven heeft van verhoorde gebeden zegt: ‘Het is niet genoeg om te beginnen met bidden; om juist te bidden; Het is ook nodig om met geduld te bidden, om te blijven bidden, om van harte te bidden, totdat je ziet hoe God antwoordt op je gebed.

Jakobus zegt: Het gelovige gebed zal de zieke redden en de Heer zal hem laten opstaan. Wanneer hij gezondigd heeft, zal het hem vergeven worden.

God belooft dat hij ons gebed verhoort. Daarvoor wijst hij op de profeten: Elia een mens zoals wij, bad en hij werd verhoord. Het was 3,5 jaar droog in het land. 3,5 jaar groeide er niets. En toen hij weer bad begon het te regenen. Net hiervoor heeft hij op Job gewezen: hoe standvastig Job was, toen het hem goed ging, maar juist ook niet het moeilijk ging. Hij was niet tevreden met de makkelijke antwoorden, maar bleef bidden tot God. Uiteindelijk gaf de Heer uitkomst: Hij is immers liefdevol en barmhartig! (5:12)

We weten wel dat niet iedereen genezen wordt, dat heeft ook te maken dat we niet meer in de apostolische tijd leven, maar het gebed is er niet minder belangrijk om. Jakobus wil met name de kracht van het gebed aanwijzen. Dat is krachtig, niet door de herhaling, maar omdat God er kracht aan verleent. Hij luistert naar de gebeden. Hij hoort ze: God went zich niet af, God zal nooit off-line gaan. Christus is verlaten: zodat jij nooit meer door God verlaten zult worden. Maar Hij verhoort ze op die manier zoals uiteindelijk goed is in zijn plan. Je mag je opgenomen weten door Hem. Christus heeft zijn eigen bloed en leven voor je gegeven, zou God dan ook niet alles voor ons doen meewerken ten goede? Hoe moeilijk die weg voor ons ook kan zijn. Hoeveel Jobsgeduld dat ook kan vragen.

Want de kern van alles, en daar komt Jakobus ook bij uit: is de vergeving van de zonden. God wil zijn genade geven, aan wie hem bidden. Een genade die daarin bestaat dat Hij niet meer aan de zonden wil denken. Hij wil de zonde wegdoen. Zo mag je op God vertrouwen.

Zo mag je bidden in de zekerheid van de verhoring [Elia]. Bidden is geen spreken in de ruimte, maar is een spreken tot God. God die in de bijbel zelf zegt dat Hij wil luisteren. Dat ligt niet in onszelf, maar je mag je gebed afsluiten met het ‘om Jezus wil’. Dat betekent niet: ik bid dit allemaal en als Jezus het wil moet het ook doorgaan. Nee: je bidt dat in Jezus naam. De Here Jezus heeft de toegang tot de Vader geopend. Hij gaat voor ons uit, doet voorbede bij de Vader. Daarom mag je zeker weten dat wie bidt, zoals Christus dat geleerd heeft, om zijn wil, om zijn offer aan het kruis gebracht, zeker verhoord zal worden. Bidden is vol van de belofte: God belooft ons te verhoren en op die belofte mag je pleiten. Zo wil Hij met jou verbonden blijven! Amen!


Exodus 14 – (Soms) via een omweg, leert God je de weg!

oktober 16, 2022

Preek Heemse, 16 oktober 2022

Tekst: Exodus 13 en 14

Geliefde gemeente,

Soms kun je je afvragen: waar is zo’n omweg goed voor? Waarom gebeurt dit?

In het gewone leven kunnen je achteraf soms invullen:

Omdat ik die vlucht miste, kwam ik niet in het vliegtuig dat neerstortte.

Omdat ik met die zere kies naar de tandarts moest, leerde ik die leuke tandartsassistentie kennen.

Doordat die trein niet reed, kwam ik net diegene tegen die mij aan die baan hielp.

Vandaag gaat het over de reis die de Israëlieten maken.

Een reis die eigenlijk één grote omweg is!

God had gezegd dat ze in het beloofde land zouden wonen in vrede en geluk.

Maar met een omweg zijn ze in Egypte gekomen. Daar moeten ze nu eerst weer vandaan!

Weg van de slavernij, onderdrukking, dood, vervolging en moeite.

Is het niet zo dat er in jouw leven ook allemaal omwegen zijn?

Je wilt zo graag je rijbewijs; je wilt zo graag dat diploma; je wilt zo graag die leuke vriend.

Je spant je in, maar je kunt zomaar zakken voor je rijbewijs, een blauwtje lopen;

Hard geleerd hebben en een onvoldoende halen, afgewezen worden bij die sollicitatie.  

Je ziet je leven voor je: ‘Een partner, kinderen en kleinkinderen, een mooi huis aan zee’

Maar door tegenslag, ziekte, overlijden en zorgen weet je niet of dat gaat bereiken.

Wie verbonden leeft met God, die komt soms ook allemaal omwegen tegen.

Omwegen, waardoor je de echte weg leert kennen.

Dat je ziet dat het leven meer is dan zo gelukkig mogelijk van de wieg naar het graf te komen.

Om zo lang mogelijk het graf uit te stellen en zo lang mogelijk gelukkig te leven.

Dat het leven maar niet een zinloze toch is van A naar B, in een wereld waar alles maar door draait.

Als we hier in de bijbel lezen dan zien we dat God het volk expres nog een omweg laat gaan.

Het volk is bevrijd uit Egypte! De Farao heeft eindelijk het volk laten gaan.

Ze zijn verlost, een nieuwe toekomst ligt open. Maar wat doet God dan?

Hij laat zijn volk niet via de kortste weg gaan, Hij laat ze naar de rand van de zee gaan.

Ingesloten tussen de bergen, de woestijn en het water kunnen ze geen kant meer op.

Het lijkt de meest domme weg die je kan kiezen, alsof God hen een doodlopende straat in stuurt.

Zo gebeuren er soms ook dingen in je leven, dat je je echt vraagt: waarom dit nu?

Dat je een route uitgestippeld had, maar dat door een fout van jezelf,

Door een actie van een ander, door een ziekte of een ramp het heel anders gaat.

Er een crisis komt die je niet voorzien had, een crisis die iedereen treft.

Of een crisis in je eigen leven. Dat je echt niet weet hoe je verder moet.

Dat van die doodlopende weg, is niet iets wat ik nu verzin, dat is ook hoe de Farao het ziet.

Hij ontdekt dat het volk de weg kwijt is en laat zijn indrukwekkende strijdwagen spannen.

Hij verzamelt zijn elite troepen, uitgerust met schilden, speren, zwaarden.

Weer krijgt hij spijt dat hij die goede arbeidskrachten heeft laten gaan.

Weer wil hen terughalen en inzetten om verder te bouwen aan zijn steden en pyramides.

Daar staat het volk dan bij de zee: de Farao komt aanstormen, de paardenhoeven dreunen.

De wagens ratelen, de zwaarden blinken in de zon.

Ze staan daar met het kleine beetje huisraad dat ze mee konden nemen.

Met hun geiten en schapen, als mannen en vrouwen, met hun baby’s, peuters en jongeren.

Samen als groep, net zo blij vanwege hun bevrijding en nu opeens gestrand bij de zee.

Wat doe je als je zo in het nauw komt? De mensen worden doodsbang.

Ze schreeuwen het uit. Met angstige ogen en een mond ver opengesperd:

Mozes, had je ons niet in Egypte kunnen laten sterven, zijn daar geen mooiere graven.

Had ons nou gewoon met rust gelaten. Had ons gewoon als slaven laten leven.

Waarom deze omweg? Zoals je zelf ook kan roepen: Heer, waarom gebeurt dit?

Zoals jij misschien ook wel het liefst gewoon je gang was gegaan en tevreden bent met zoals het is.

Maar dan komt het keerpunt in het verhaal! Mozes zegt: wees niet bang!

Jullie hoeven niets te doen. Er komt een strijd, de trappelende voeten van de paarden zijn te horen.

Maar God zal zelf voor jullie strijden. Hij zal de Farao verslaan: zodat Gods naam geprezen wordt.

God gaat de strijd niet uit weg, maar Hij wil de strijd voor zijn kinderen strijden.

De vijand moet verslagen.

Doordat ze deze omweg gegaan zijn, zien ze nu hoe de Heer zijn wolk stuurt.

Hoe die hen van achter beschermt, de Egyptenaren op afstand houdt en niet dichterbij laat komen.

God laat zien: nu jullie bevrijd zijn, nu jullie het bloed langs de deuren hebben gesmeerd.

Nu ik jullie vrijgekocht hebt, zul je niet meer in de macht van het kwaad komen.

Het verleden heeft geen vat meer op je, het kwaad is overwonnen: en ik bind zelf de strijd aan.

Zo schrijft later de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 2: Wij zijn kinderen van vlees en bloed.

We kunnen constant leven in de angst voor de dood. Daardoor leven we in slavernij van de duivel.

Maar Jezus is gekomen om door zijn dood definitief af te rekenen met de duivel. Met de dood.

Ik hoop dat je in je leven die bevrijding en verdieping hebt leren kennen,

misschien juist door een omweg of moeiten of vragen.

Christus heeft je uit de macht van de duivel bevrijd, zodat je niet meer in angst hoeft te leven.

Je leven is veilig in Christus, Hij is om je heen, Hij laat je tot de Vader komen.

Je mag je verleden bij Jezus brengen, en weten dat God je wil vergeven en bevrijden.

Dat als je bouwt op het bloed van het lam, dat stierf aan het kruis, je echt veilig bent.

En ook dat Hij je een weg wil wijzen naar de toekomst. Dat vraagt wel vertrouwen.

Dat vraagt gehoorzaamheid. Dat vraagt een gebed: “Heer wijs mij uw weg”.

God gaf Mozes de opdracht om zijn stok boven het water te houden.

Geen toverstok van een heks, of een powerstok van een krachtpatser.

Nee, de stok waarmee Mozes eerst al bij Farao was geweest om te laten zien dat hij van God kwam.

Die stok moet hij nu boven het water houden. En waar de weg dan dood leek te lopen,

Daar opent God een weg en kunnen ze midden tussen die muur van water doorgaan.

God bestuurt de winden, God doet een muur van water staan. Ze trekken veilig erdoorheen!  

Paulus zegt later:

Ik wil dat u weet dat heel het volk zo door de wolk beschermd is en door het water is gegaan.

Dat zo zich allemaal geestelijk hebben laten dopen.

Dat ze het oude, aardse leven achter zich lieten en een geestelijk leven begonnen.

Juist doordat Israël de omweg maakte via Egypte, leerde God wat bevrijding en redding is.

Juist doordat ze voor de rode zee kwamen, leerde God wat verlossing en genade is.

En jij, en U, leer je ook om zo naar je leven te kijken?

Dat je verleden vergeven en geborgen mag zijn in Christus?

Dat in het heden Christus je zegt: wees niet bang. Ik bescherm je. Ik ben bij je.

Ik bid dat dat voor de toekomst jouw weg een geestelijke weg mag worden.

Niet van wieg naar graf, als je alleen zo het leven typeert, is het heel leeg.

maar van doop en geboren worden door Jezus naar Gods nieuwe hemel en nieuwe aarde.

Dat dat de echte weg is die we hier op aarde af hebben te leggen, hoe de duivel ook tekeer gaat.

Een weg met Jezus, een weg naar Jezus toe. Sterk door zijn kracht, gerust in zijn ontferming!

Heb je die weg leren kennen? Ik bid dat de Geest het geeft.  

Tenslotte dat vraagt drie dingen, die je mee mag nemen als veranderd mens:

Het vraagt gebed of God je de weg wil wijzen en laten zien wat goed is.

Heer, wijs mij de weg. Leer mij waar mijn voeten veilig gaan.

Laat me die weg alleen, met mijn huis, met mijn Bijbelstudie of in de kerk ontdekken.

Zoals Mozes die weg steeds aan het volk mocht wijzen: uit Egypte, naar de zee,

Door het water heen, naar een nieuwe toekomst.

Het tweede is dat dit ook gehoorzaamheid vraagt. Wie in Jezus is, wie zijn genade kent,

Voor diegene die het doen van wat God van je vraagt niet een zware last.

Of het nu gaat over die thema’s van vorige week zondag: hoe ga ik om met geld,

met bezit, met vrienden, met drank, met seks. Of dat het gaat over moeilijke keuzes.

Of het gaat hoe je liefde toont voor familie, Oekraïners, buren, zondaars.

Wie Jezus volgt, en bidt om een weg: die wil die weg ook in vertrouwen gaan.

Mozes bad tot God en kreeg te horen dat hij zijn staf boven het water moest houden.

Het was wel vreemd geweest als hij dat dan niet gedaan heeft.

Het derde, en laatste, is dat dit ook leidt tot het loven van God.

Keer op keer staat hier dat God die doet tot eer van zijn naam.

Als de volken horen van de Israëlieten die bevrijd zijn, komen ze onder de indruk.

De Israëlieten breken uit in het loflied en staan de dansen en te zingen aan de overkant.

Als Mozes later aan zijn schoonvader vertelt wat er gebeurd is en God daarom prijst,

komt deze tot geloof en prijst de God van Abraham Isaak en Jakob.

Soms zijn mensen die net bekeerd zijn, die net het echte leven hebben leren kennen,

nog uitbundiger in het loven van God, dan degenen die die genade al lang kennen.

Dat oud en jong, lang geleden en pas bekeerd, dichtbij en verweg iedereen God mag prijzen,

en dat je levensweg zo een heilsweg: een weg naar Jezus mag zijn! Amen


Zondag 42 – Het is beter te geven, dan te nemen, want dan ontvang je!

september 25, 2022

Preek Heemse, 25 september 2022

Tekst: Luc 16:1-15 / Zondag 42

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Het is beter te geven, dan te nemen, want dan ontvang je!

1. Ontslagen om wat je ‘neemt’

2. Maak vrienden door te geven

3. Dien de Heer van wie je zult ontvangen. 

1. Ontslagen om wat je ‘neemt’

[#2] ‘Waarom zou dat nu zijn?’, 

vraagt hij zich af, terwijl hij in de haast zijn stropdas staat te strikken.

Net bekeek hij even zijn email op zijn iphone en er was maar één mailtje.

Ah, een mailtje van de manager van het bedrijf waar hij bij werkt,

zou er nog nieuws zijn?

Maar toen hij het mailtje opende, schrok hij.

Zijn manager wilde hem onmiddellijk spreken over zijn werk.

Dat klonk niet goed,  …. Hij werkte nu zestien jaar bij deze groothandel en was hoofd van de financiën. Wat is er aan de hand?

Even later is hij onderweg, om vervolgens aan te schuiven aan de directietafel. Hij moet verantwoording afleggen van zijn beleid.

Hij kan op deze manier niet langer in dienst blijven, zegt zijn manager. Nee, ze beschuldigen hem niet van diefstal, dan was hij wel op staande voet ontslagen. Maar toch … zijn beleid was niet goed. Het geld werd verkwist. Hij was niet goed met het geld omgegaan. Daarom mag hij vertrekken.

[#3] Straks komt het moment, en eigenlijk is dat er al elke dag, dat jij, u en ik ons moeten verantwoorden tegenover God. Wat heb jij met je geld en je bezit gedaan. Hoe heb jij alles gekregen wat je nu hebt? Hoe ben jij daar op een goede manier mee omgegaan? We lazen net in de catechismus, en daarin zie je duidelijk dat God het niet alleen zegt dat je niets mag stelen, jatten of gappen. God wil dat we ons werk op een goede manier doen, zodat we arme kunnen helpen. God wil dat we zo met ons geld omgaan, dat het kan bestaan in zijn ogen.

Laten we aan het begin van deze preek maar gelijk eerlijk zijn.

Als je voor God moet verschijnen om je te verantwoorden over je geld,

je bezit dan zal niemand vrijheid kunnen gaan.

Met dit gebod worden echt niet alleen zij aangesproken die openlijk boeven zijn: voor wie jij stevige sloten op de deur en op je fiets doet en voor wie jij op de auto het berichtje zet dat deze elektronisch beveiligd is.

Het gaat om jezelf, of je nu rijk of arm bent. Wie omgaat met geld maakt fouten. Jezus kan het geld zelfs noemen ‘onrechtvaardig’, de oneerlijke afgod van de mammon. [#4] De zonde zit zo in ons bloed, dat we maar al te makkelijk laten leiden door hebzucht of juist door gierigheid. Dat je maar al te makkelijk een brief voor een goede doel wegdoet, omdat we nog een mobieltje, een tijdschrift of een nieuw fototoestel willen kopen.

We zijn ook onderdeel van een samenleving, waarin we kapitalistisch met  geld omgaan, of we nu willen of niet. En laten we dan ook onder ogen zien dat veel rijkdom hier alleen mogelijk is, omdat we leven ten koste van de derde wereld. Veel van de rijkdom die we in Nederland opgebouwd hebben, is ten koste gegaan van de koloniën. God zou ons, als het gaat om onze omgang met liefdeloze omgang met geld zomaar de laan uit kunnen sturen.

[#5] Maar wat wij niet geven, heeft Hij gegeven. Zijn liefde is zo groot, dat Hij zijn eigen Zoon gegeven heeft. Hij gaf zijn mooie plekje in de hemel op. Hij heeft het wonen in de hemel niet voor zichzelf geroofd, maar heeft het opgegeven. Hij heeft zich overgegeven, zodat wij vrijuit gaan. Hij betaalde ook voor onze zonden, als het gaat over je geld en je bezit. Deze Jezus maakt het mogelijk dat we nu op aarde mogen leven. Hij neemt je aan in liefde. Hij zorgt ervoor dat je straks in de eeuwige tenten mag wonen. Maar … Hij vraagt wel van je dat je dan ook vanuit dank voor hem zo goed mogelijk met je geld om gaat en je voorneemt om ook met wat je hebt het goede voor je naaste en God te zoeken. Met name Lukas vertelt in zijn boek heel duidelijk hoe de Here Jezus dan wil dat we met ons geld omgaan.

2. Maak vrienden door te geven

Wat moet die man die ontslagen wordt nu gaan doen?

Laten we daarvoor eens kijken wat de Here Jezus vertelt over de rijke man met zijn rentmeester. Die rentmeester die kan dus vertrekken. Voor zo’n rentmeester is dat wel erg moeilijk. Stel je voor dat hij geen werk meer heeft als rentmeester. Als hij ontslagen is vanwege slecht beleid, komt hij vast ook nergens anders meer aan de bak, om daar met geld om te gaan.

Hij is slecht in spitten, hij kan niet werken op het land, dus daar heeft hij geen zin in.

Hij heeft ook geen zin om te bedelen, want daar schaamt hij zich voor.

Dus wat doet hij? Hij zorgt ervoor dat hij vriendjes wordt met andere rijke mensen.

Er is een die 100 vaten olijfolie schuldig is aan zijn baas. Hij zoekt hem nog snel op en zegt: schrijf vijftig! Zomaar de helft minder. En dan dus niet 50 flessen, maar 50 vaten, waar tientallen liters olijfolie in kunnen.

Hij gaat ook naar de man die zijn meester 100 balen graan schuldig is. Hij zegt: maak er snel 80 van. Het lijkt minder, maar iemand heeft het eens nagerekend: als het gaat om geld is het ongeveer evenveel. Dus 50 vaten olie is in waarde net zoveel als 20 balen graan. Zo krijgt hij onderling geen scheve gezichten.

Beide mannen zullen niet vergeten wat hij voor hen gedaan heeft. Hij zal vast erg welkom zijn bij hen, dan krijgt hij straks geen pijn in zijn rug van het spitten en hoeft hij ook niet aan de bedelstaf.

De Here Jezus neemt die rentmeester als voorbeeld.

Niet omdat hij oneerlijk was.

Dat was natuurlijk niet goed. Maar wel omdat hij slim had gedaan.

Hij wist dat het niet goed af zou lopen, daarom stelde hij zijn toekomst zeker. Kinderen van de wereld gaan slim met geld om: zij zorgen dat ze hier in de wereld geld hebben om van te leven en zorgen dat ze ook hun toekomst veilig hebben. Maar hoe zit dat met kinderen van het licht?

Jij leeft niet voor deze wereld, niet voor huizen die straks vergaan zijn, niet voor auto’s die straks niets meer waard zijn, niet voor bezit en rijkdom.

Jij bent een kind van het licht, van Jezus Christus zelf, het licht van de wereld.

 Jij leeft voor het koninkrijk van God, waar alles eeuwig duurt.

Stel jij je toekomst zeker voor die wereld?

Jij bent niet zoals die man die schatten verzamelde in schuren, waarvan hij dan na zijn pensioen hoopte te genieten, maar wat niet lukt, omdat hij kort daarvoor overleed.

Jij bent iemand waarvan de schat in de hemel is, waar roest en mot het niet kunnen bereiken. Hoe stel je die toekomst zeker?

Jezus zegt: ook jullie moeten vrienden maken met de onrechtvaardige mammon. Jezus bedoelt niet dat je dan maar oneerlijk met geld om moet gaan, maar dat je met geld (dat vaak zo oneerlijk verkregen is) goed om moet gaan.

Vrienden moet maken. Gebruik je geld dus niet om hier iets op te bouwen, maar gebruik het zo, dat God je straks daarom prijst als je in de hemel, in de eeuwige tenten komt.

Maak vrienden … door giften te geven.

Maak vrienden … door mensen met nood te helpen.

Maak vrienden … door zo met je geld om te gaan dat je laat zien dat je het niet van je geld verwacht, maar van God!

Paulus zegt ook: werk, zodat je de armen kan helpen. Dus niet: werk zodat je rond kan komen en nog iets aan de armen kan geven. Nee werk hard, zodat je anderen helpen kunt!

Als je in je ziet hoeveel er op de rekening staat:

kijk je dan, hoe kan ik daarmee nog vrienden maken of kijk je hoe je daar zelf nog lekker van kan profiteren? Als je een keer een meevaller hebt, gebruik je die dan voor je zelf of zie je nood van anderen? Hoe gastvrij is jouw keukentafel? En ben je bereid om ook iets van je tijd te geven voor anderen? In onze tijd is voor sommigen iets van hun tijd weggeven nog wel moeilijker dan een gift van 100 euro doen. Tijd is geld!

Leer ook je kinderen al jong om iets te geven aan anderen. Wat dat betreft is het mooi dat jongeren leren om iets in de maatschappij te doen!

3. Dien de Heer van wie je zult ontvangen. 

Wie het kleine niet eert, is het grote niet weert.

Die uitdrukking leer je als jongens en meisjes al jong.

Als je zomaar een koekje neemt uit de snoeptrommel, kan je moeder of vader dat je zeggen. Je doet nu iets kleins wat niet mag, maar straks wordt het een euro uit de portemonnee, dan een blikje uit de winkel, dan een greep uit de kassa waar je werkt … het lijkt erop of Jezus ons dat nu ook wel leren: wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat.

Maar met veel en weinig bedoelt Jezus niet: het verschil tussen een snoepje en een miljoenenfraude op het bedrijf. De Here Jezus heeft het net over de eeuwige tenten gehad. Alles wat hier op aarde is, is weinig en klein, tijdelijk en kort, in vergelijking met het geweldige leven dat Jezus wil geven. Die enorme schat die straks krijgt. Als alles nieuw is.

Als je hier niet goed om met je geld weet om te gaan, hoe ga je dan om met het koninkrijk van God. Vind je dat dan wel echt belangrijk? Of leef je stiekem toch vooral voor het hier en nu?

Jezus stelt er nog twee vragen bij in vers 11 en 12: Als jullie onbetrouwbaar zijn als het gaat om het geld, wie zal jullie werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen?

En als jullie onbetrouwbaar zijn in wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat je zelf toekomt?

Lastige vragen, maar Jezus bedoelt: hier heb je te maken met geld, hier op aarde heb je te maken met dingen die een ander toe behoren. Alles wat hier op aarde is, is van God. De aarde is met al wat leeft, het wettig eigendom des HEREN.

Aan Hem moeten we uitleggen hoe we met alles wat hij geeft om zijn gegaan. Want het is puur genade, dat Hij ons de gezondheid, de energie, het leven geeft om hier op aarde te leven. Straks wil God jou werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen: het eeuwige leven. Straks wil God je geven wat je zelf toekomt, omdat Christus dat voor je verdiend heeft! Alleen als je nu echt zo met je geld omgaat dat je straks vrienden hebt in de hemel, zul je dat eeuwige leven kunnen ontvangen.

Moet je dan helemaal perfect zijn? We kunnen dat toch nooit, zei ik in het eerste punt?

Nee. Niet perfect. Maar, en daar sluit Jezus mee af: wel toegewijd aan de HEER en dankbaar dat je een eeuwig leven krijgt. Dus daarom zijn bevel: dien niet het geld, maar dien de HEER. Je kunt niet en God en de mammon dienen. De rentmeester diende niet langer zijn heer, maar hij stelde wel zijn toekomst zeker. Wij hoeven niet langer het geld te dienen, maar stel je toekomst zeker door nu goed met je geld om te gaan.

Daarom is zelfbeheersing nog. Ook bij geld en bezit kunnen er allerlei slecht neigingen en begeertes zijn. Timoteüs noemt de hebzucht zelfs de wortel van alle kwaad. Ook dan is beheersing nodig. Je weet drommels goed als sommige dingen niet door de beugel kunnen: maar de vraag is, kun je die neiging ook onderdrukken. Dan is de belangrijkste vraag, zoals iemand eens in een artikel zei: van wie verwacht jij je zegen. De zegen op je leven, op je bedrijf, op je belastingaangifte, op de hoogte van het bedrag dat jij aan de kerk, de leprastichting of de voedselbank geeft?

[dia krant] jaren terug las ik in het ND een stukje dat ik bewaard heb bij mijn materiaal over deze zondag: Gereformeerden en zwart zakendoen Henri van Schaik heeft een timmerfabriek in Kockengen. mijn ervaringen met gereformeerde klanten van ons voormalig aannemingsbedrijf zijn niet positief.

Mijn ouders kwamen in ons bedrijf op een gegeven moment tot het besef dat in God geloven ook inhoudt dat je probeert zijn geboden te houden. Dat betekende

dus ook dat zwart of grijs zakendoen voorbij was. Dat heeft met name onder de kerkelijke klanten en medewerkers tot onbegrip geleid, zelfs zo dat broeders vroegen of het zwart kon, anders gingen ze wel naar de collega.

Overuren werden niet meer zwart afgerekend, waardoor er dus nauwelijks meer bereidheid was dit te doen. (..) Ik ben heel dankbaar dat we maar één boekhouding hebben en ik weet zeker dat dit al die jaren een zegen is geweest voor ons bedrijf. Als je geen zaken met je geloofsgenoten kunt doen om deze reden, doet dat zeer. Zeker als je erachter komt dat het kerkenraadslid, dat je tijdens een huisbezoek wijst op allerlei zaken die je fout doet, zelf op dit gebied een blinde vlek heeft. (..) ik vraag me nog steeds af waarom dit gedrag onder ‘ons’ nog steeds aanwezig is.

[dia zoon] Laten we eerlijk op zoek gaan naar blinde vlekken, als het gaat over het naleven van de geboden. Net voordat Jezus dit verhaal vertelde, vertelde Hij over de verloren Zoon. Die zoon werd niet ontslagen, maar raakte wel het vaderhuis kwijt. Die verloren zoon verkwiste misschien niet andermans geld, maar hij verkwistte wel het geld dat hij had. De verloren zoon had net als de rentmeester een moment nodig waarop hij tot inkeer kwam. De rentmeester maakte vrienden met zijn geld, de verloren zoon hoopte dat zijn vader hem als knecht aan wilde nemen. U, jij en ik: we zijn nog niet thuis. De ‘eeuwige tenten’ zijn we nog niet in gegaan. Maar de vraag is: waar ben je? Ben je tot het inzicht gekomen dat God je thuis nodigt? Ik hoop dat je die uitnodiging van het harte aanneemt. Dat je niet langer leeft voor de onrechtvaardige mammon, maar met heel je hart de genade van de HEER aanneemt en daarom leeft voor zin eeuwige heerlijkheid! Amen


Bijdrage Interactieve dienst – argumenten voor

september 4, 2022

Waarom geloven mensen wel in God?

Net zo als er argumenten aangevoerd worden, waarom het moeilijk is om te geloven, zijn er ook argumenten om juist wel in God te geloven.

Dat wil niet zeggen dat iemand per se tot geloof komt, omdat jij zulke goede argumenten gebruikt.

We kunnen uiteindelijk niet bewijzen dat God bestaat, zoals je kunt bewijzen dat twee en twee vier is.

Als iemand tot geloof komt, komt dat vaak door meerdere gesprekken, gedachten, ervaringen.

Een verlangen, een groei, als gelovigen noemen we dat de werking van de Geest.

Iemand zei: ik heb Jezus leren kennen, wil niet vastzitten in wat ik altijd deed.

Ik wil Hem volgen en een bevrijd leven leven.

We lazen net over Elia op de Karmel. De mensen hebben hun ideeën over wat helpt.

Ze geloven in de god Baal, zeker nu het zo lang droog is moet die regengod hen toch helpen!

Maar God laat zien dat Hij alleen bepaalt wanneer het regent.

Door een wonder, een bijzondere ervaring. En de mensen roepen de Heer is God!

Geloof kun je niet bewijzen, maar je kunt ook niet bewijzen dat het niet klopt.

Er zijn belangrijke bewijzen in te brengen tegen mensen die niet geloven.

Het eerste is: we leven hier allemaal op de aarde, maar hoe is dit begonnen?

Als wat bestaat is begonnen? En niets begint zonder oorzaak? Wat is de oorzaak van de wereld?

Het kan toch niet anders dan dat die oorzaak God is!

Want het moet meer dan materie zijn, meer dan tijd, meer dan ruimte:

Iemand die heel machtig is en de wil heeft om iets voort te brengen.

Ik kreeg een mooi filmpje toegestuurd: https://youtu.be/w6AHcv19NIc

Een geweldig antwoord op de een kritische vraag: ‘In het begin schiep God hemel en aarde’

Het tweede argument is een argument op basis van de wonderen.

Dan bedoel ik niet dat je je kunt verwonderen over de zonsopgang of geboorte van een kind.

Maar echt de bijzondere dingen die gebeuren: de plagen in Egypte, de opstanding van Jezus.

Dat er bliksem op het altaar van Elia komt en het daarna gaat regenen.

Maar ook nu: dat iemand plotseling geneest van kanker.

Er gebeuren soms dingen waar geen verklaring voor is.

Waar de wetenschap niet bij kan. Wat niet te bewijzen is, ook omdat het niet herhaalt wordt.

Een wonder is niet wetenschappelijk, maar hoe kan het dan toch gebeuren.

Het is een sterk argument dat er wel een God moet zijn.

Dan is opeens wel te verklaren waarom iets soms gebeurt.

Een derde argument is dat alles op aarde zo precies op elkaar is afgestemd,

dat het niet toevallig ontstaan kan zijn. Iemand zei: we leven op de rand van een scheermes.

Er hoeft maar iets naar links of recht bewogen te zijn, of leven was helemaal niet mogelijk.

Met de huidige wetenschappelijke technieken ontdek je (al kun je het niet precies uitrekenen)

Het is maar een kleine kans dat de wereld zo ontstaan is.

Je kunt natuurlijk denken dat alles toevallig zo samenhangt, een kans van 1 op zoveel miljard.

Maar het is veel redelijker om te geloven dat dit door God zo bedacht is.

Door God, die een plan daarvoor gemaakt heeft en met een wil de wereld heeft voortgebracht.

Tenslotte: zonder God zou iedereen er maar op los leven (geen moraal).

Waarom geloven in het westen minder mensen in God?

Omdat zo’n twee jaar geleden, in de tijd van de verlichting, men zei:

Alleen wat je met je verstand kan bewijzen is waar.

Maar als reactie daarop zei: Immanuel Kant. Toch moet er wel een God zijn,

Want anders zou iedereen maar doen wat hij zelf wil.

Een puur wetenschappelijke samenleving, daar zou iedereen alleen kiezen voor zichzelf.

We zien het gebeuren: in de westerse wereld. Het draait om je eigen genieten en welvaart.

Juist als je God leert kennen, zie je dat we gemaakt zijn voor anderen.

Dat er liefde, geest en bewogenheid bestaat: dat het leven zin heeft voor de ander en een doel.

Ook daarmee kun je laten zien dat er wel een God moet zijn.

Zo zijn er meer argumenten te noemen. Er zijn geweldige bewijzen.

Maar uiteindelijk blijft het geloof het bewijs van de dingen die je niet ziet.

Het is goed om een discussie aan te kunnen, om te weten: geloof is niet tegen het verstand.

Je bent dom, ouderwets, onwetenschappelijk als je gelovig bent.

Je kan net zo goed aan iemand die niet gelooft, vragen stellen waar die geen antwoord op heeft.


Zondag 40 – Heb elkaar lief vanuit de liefde van Jezus

augustus 28, 2022

Preek gehouden Heemse, 28 augustus 2022

‘Liefhebben door en vanuit Jezus’ (Zondag 40, Heidelbergse Catechismus) / 1 Johannes 3:11-18

Geliefden,

[#1] Misverstanden zijn er overal. Veel en vaak.

Mensen vatten iets verkeerd op, voelen zich gekwetst en reageren vanuit hun gekwetstheid.

Als reactie daarop wordt iemand weer bozer. Over en weer wordt gekwetst.

Iemand wordt afgesneden, iemand schrikt op de fiets of in de auto.

En al weet je: ik kan beter niet reageren. Soms is er opeens een conflict.

Zo is het ook binnen de familie, in relaties, in je werk:

Want iemand liefhebben, die veel voor jou doet, is niet zo moeilijk.

Dat kan iedereen. Iemand die jouw taal spreekt, jouw dingen belangrijk vindt.

Voor iemand die een stap extra voor jou zet, wil jij ook wel een stap extra doen.

Als je baas jou wat gunt en wat extra toeschuift, wil je als hij het moeilijk heeft hem wel helpen.

Dat je een paar uur overwerkt, omdat het dak nog dicht moest bij een klant.

Iemand die jou wat geld kan lenen als het moeilijk is, wil jij ook wel een keer geld lenen je het hebt.

Maar echte liefde kost best wel wat:

Misschien wil je ook wel een ander helpen, met geld,

maar de meest van ons hebben niet eindeloos veel geld om een ander te helpen.

Misschien wil je er ook wel graag voor een ander zijn,

maar niemand van ons heeft eindeloos veel tijd om er voor de ander te zijn.

En hoe zit het dan met liefde: waar haal je die vandaan? 

De opdracht om elkaar lief te hebben, ook als de roze wolk weg is,

ook als het wat stroever gaat met je collega of baas, als het niet soepel loopt in de familie.

ook als je heel verschillende bent, maar samen wel het lichaam, de kerk van Jezus vormt.

Ja, liefde is een mooi woord, het is geweldig als het er is,

maar wie heeft een eindeloze bron van liefde waar je altijd weer liefde uit kan putten?

[#2] Johannes schrijft in de eerste zin: dit is wat u vanaf het begin gehoord hebt.

Dat we elkaar moeten liefhebben. Dat is het grote gebod: heb elkaar lief!

Gelijk daarna draait hij het om, en geeft het tegenovergestelde weer.

Kain en Abel: die hadden elkaar niet lief. Kain was niet verbonden met de liefde.

Hij sloot zich af voor God, voor de bron van liefde, Kain was verbonden met de boze.

Met de duivel met het kwaad. En dat was niet alleen in zijn woorden, maar juist in wat hij deed.

Als je niet het goede doet, lezen we in Genesis 4: dan ligt het kwade op de loer.

Op een afgrijselijke manier maakte hij een einde aan het leven van Abel.

Ze waren broers, maar eigenlijk ook weer niet: ze leefden niet als goede broers.

Als God later vraagt: waar is je broer, dan zegt hij ook: ben ik mijn broeders hoeder?

Met andere woorden: ik geef niet om hem, ik voel met niet met hem verbonden.

Het omgekeerde van liefde tonen is dus kwaad doen, haten en uiteindelijk doden.

Het begint bij woorden, maar wat kan het je leven kapot maken als je gehaat en gepest wordt.

Je vindt een naar briefje, je tas wordt afgepakt, ze laten je struikelen, je vertrouwen raakt kwijt.

Wat kun je daardoor een trauma en moeite ontwikkelen.

Johannes schrijft deze brief niet voor niets: er zijn misverstanden, mensen die ruzie maken.

Een paar keer geeft Johannes in deze brief aan: er is geen nieuw gebod.

Dit zijn de regels, de geboden, die u vanaf het begin gehoord heeft.

De samenvatting van de wet is: heb God en je naast lief.

Johannes gaat uitleggen wat liefde is, en keert het even om door te laten zien wat het niet is.

Wij staan stil bij ‘Pleeg geen moord’ en draaien het weer terug om: wat is het om lief te hebben.

Wat liefde is, leer je dan in dit meesterstuk over de liefde, zoals Calvijn dit stuk noemt.

Steeds weer schrijft Johannes over de liefde.

Ook al worden de christenen in zijn tijd vervolgd en haten de mensen hen.

Ook al hebben ze het moeilijk en begrijpt de wereld hen niet.

Johannes wil dat ze blijven liefhebben:

Het schijnt dat het Johannes, oud en grijs geworden, bijna niet meer kon praten,

Maar alleen nog maar mompelde: heb elkaar lief!

Dus als het gaat om de vraag: waar vinden we een onuitputtelijke bron van liefde?

dan zijn we hier op het goede adres. Johannes legt uit wat liefde niet is (Kain die haat en doodt),

en hij wil hier uitleggen wat liefde wel is. Wat deze opdracht betekent en hoe je dat kan doen.

[#3] Wat Johannes dan vooral zegt (vers 15-16) is dat echte liefde écht anders is dan normaal.

Het is een overgang van dood, naar leven, van donker naar licht, van haat naar liefde.

Wat is het mooi dat Mila net het teken van de doop mocht ontvangen.

Zo wordt zichtbaar: ze gaat over van het donker naar het licht, van de dood naar het leven.

Iedereen die met God verbonden is, is opgenomen in zijn licht, zijn liefde, zijn leven.

Bij Jorik en Mila mag dat zichtbaar worden in het teken van de doop,

Bij Sara en Ilse geloven we vast dat ze ook van het donker naar het licht zijn gegaan.

De doop laat zien dat die liefde niet bij ons begint maar bij God en zijn beloften.

Jezus die alleen liefde is, ging ten onder, Hij werd begraven, maar Hij stond op.

Door zijn liefde, door zijn opstanding, delen we in het eeuwige leven.

Dus als je maar bij Jezus hoort, als je gedoopt bent, dan is er liefde?

Dan kun je in je huwelijk, in je familie, op je werk, in de samenleving liefde tonen?

Ik ben wel onder de indruk van mensen die dicht bij Jezus leven.

Die zich door zijn liefde, door de bijbel, door de kerkdiensten laten vormen.

Onder de indruk van wat Jezus in de levens van mensen kan doen.

Maar ik hoorde iemand ook zeggen:

Bij sommige christenen zou ik nog niet dood gevonden willen worden.

Die gaan wel naar de kerk, maar wat zijn ze schijnheilig, hypocriet, liefdeloos.

Zo schrijft Augustinus er ook over:

In de kerk zingen we allemaal dat onze hulp van God komt.

We zeggen allemaal amen aan het eind van de dienst.

We belijden ons geloof en horen de woorden van God.

We worden gedoopt, we mogen delen in de liefde van God.

Maar hoe weet je nu of iemand echt christen is?

Dat kun je alleen maar zien aan zijn daden.

Doet iemand kwaad, haat hij, liegt hij, scheldt hij, dan is hij van het kwaad.

Maar hierdoor weten we dat we bij God horen: dat je echte liefde toont voor elkaar.

Oeps … als we hier de meetlat van de liefde langs ons als mensen leggen.

Als ik die langs mijn eigen leven leg …

Ik wil gelovig zijn, leven met het licht maar soms doe ik toch verkeerde dingen.

Johannes zegt: wie zegt dat hij geen zonde doet liegt.

Maar: kijk eens naar het water van de doop. Dat reinigt van de zonden.

Dat neemt jij haat, frustratie, woede, schelden weg.

Als je zo steeds naar Christus toe gaat, je laat vergeven en vormen door zijn liefde,

Dan kun je echt liefhebben, dan mag je leven van liefde en genade.

[#4] Want dan geeft Johannes ook een voorbeeld van wat wel liefde is.

Jezus heeft zijn leven voor ons gegeven.

Hij woonde in de hemel, maar gaf alles op.

Hij had alles voor zijn kinderen.

Hij genas het oor van Malchus, die kwam om hem te arresteren.

Hij bad voor zijn vijanden, die hem aan het kruis sloegen.

Hij kwam voor jou, u en mij: niet omdat ze zijn vrienden waren,

maar toen we nog vijanden van Hem waren. Mensen die Hem niet zochten.

Hij gaf zijn lichaam en bloed, zijn hele leven, zodat wij eeuwig leven mogen hebben.

Wie eet van het brood en drinkt van de wijn, mag vervuld worden van zijn liefde.

Kijk en dat is een eindeloze bron van liefde, waar je steeds weer uit mag putten.

Als die collega zo lastig doet, als dat familielid onbetrouwbaar is,

Als je misschien opgefokt wordt door die ander in het verkeer,

Als je niets begrijpt van de regering of het beleid van de ministers.

Als je zo weinig liefde terug krijgt in je relatie, als je gepest wordt:

De liefde van Christus gaat alles te boven: Hij heeft jou helemaal lief.

Je bent kostbaar in zijn ogen. Durf dan een ander te vergeven.

Petrus dacht dat zeven keer dan al heel stoer was, maar Jezus zegt:

Zeven maal zeventig maal. Steeds weer opnieuw je laten lijden door zijn vergeving.

Het werd vandaag zichtbaar in de doop: God zal zijn waarheid niet krenken.

Hij wil met jou door, Hij wil je vergeven, ook als het je niet lukte liefde te tonen.

Als je een zware last met je mee moet dragen, als het leven zwaar is.

Gods belofte blijft staan, zijn liefde is onmetelijk, omdat Christus jou zocht aan het kruis.

[#5] Wat liefde is, hebben we geleerd van Jezus.

Hij toonde zijn liefde, door het leven te geven voor ons.

Het kostte hem dus heel wat: nu wordt van ons niet zo’n offer gevraagd.

Al keek ik van de week een film waarin iemand in de oorlog 1600 soldaten moest waarschuwen, hij spaarde hun leven, maar moest het met zijn leven bekopen.

Wat hebben sommige mensen in de zorg, hun liefde laten zien toen ze mensen met corona moesten verplegen, en daardoor zelf besmet raakten en sommigen er nog steeds last van hebben.

Echte liefde kost soms niet je leven, maar nee zeggen tegen wat je zelf kan, kost soms wel geld of tijd.

Dat wordt dan ook heel concreet en praktisch.

Deze preek bestaat uit woorden, maar Johannes zegt: heb niet lief met woorden.

Je moet liefhebben in je daden, waarachtig.

Als iemand honger heeft, en alleen liefde krijgt, en geen eten.

Als iemand ziek is, en alleen liefde krijgt, maar geen medicijnen.

Als iemand geen dak heeft, en alleen liefde krijgt, maar geen dak

Als iemand geen kleren heeft, en alleen liefde krijgt, maar het koud blijft houden.

Als we mooie woorden spreken over liefde, maar geen Oekrainers of vluchtelingen opvangen.

Liefhebben, het klinkt mooi, maar het is een opgave, een gebod, een uitdaging.

Maar wel één waarbij we een voorbeeld hebben, hoe het kan.

Een persoon, Jezus, de levende Heer, die het niet alleen voor deed,

Maar ook zegt: ik geef mijn kracht en Geest. Vraag en ik zal je geven.

Om die liefde vanuit mij, een bron die nooit ophoudt, te laten stromen in je leven.


Rom 9:16 – Wie verhardde het hart van Farao?

augustus 21, 2022

Preek gehouden Heemse, 19-8-2022

Tekst: Exodus 9:1-12; Romeinen 9:17 en 18

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Hoe zou je het hart van Farao kunnen typeren?

Een harde steen of een zacht sponsje? Wilde hij luisteren of stopt hij zijn oren dicht?

Het is duidelijk dat zijn hart hard was als een steen!

Maar hoe kwam dat? Iemand stelde die vraag: doet Farao dat of God?

Ze had de geschiedenis van de plagen nog eens goed doorgelezen.

En ze kwam er niet uit: de éne keer wordt het aan Farao zelf toegeschreven.

Farao is zelf koppig, ongehoorzaam, wil het volk niet laten gaan (7:13; 8:15; 9:7 etc).

De andere keer staat er: God verhardt het hart van Farao.

Het komt door Gods goddelijke werking dat Farao niet luistert (7:3; 9:12; etc).

Een lastige vraag! Een vraag die veel te maken heeft met de uitverkiezing.

God heeft zijn plan, God kiest uit of verhardt,

Tegelijk hebben wij onze verantwoordelijkheid.

Zoiets appte ik haar: wij hebben het idee dat we zelf kiezen en onze keuzes maken.

Tegelijk zit God daarachter. Best wel lastige vragen.

Maandagmorgen dacht ik: zal ik zondag hier over preken. We hebben een middagdienst.

Een leerdienst, in vakantietijd, nog geen catechismus. Dan is dit mooi verdiepend.

Maar tegelijk dacht ik: heb ik hier wel zin in de vakantie. We kunnen het ook wat luchtig houden.

Ik heb nog een mooi boek staan over de vreugde van God: dat klinkt een stuk luchtiger!

Zoals je in de vakantie misschien wat makkelijker gaat snacken, dan dat je een stevige maaltijd op tafel zet.

[#2] Dus ik deed dit boek open en begon erin te lezen. Een boek dat echt gaat over God.

Wie Hij is, en hoe we er vreugde in krijgen om Hem helemaal te leren kennen.

De drie volgende hoofdstukken gaan over onze antwoorden op God.

Waarin we rust vinden door op deze God te hopen, tot Hem te bidden en met hem te leven.

Maar wat schetste mijn verbazing: wat wordt juist in dit boek beschreven?

Als het gaat over God leren kennen? Dat we hebben kennen juist ook in de uitverkiezing!

We worden echt blij, gelukkig, vol van vreugde, als we God kennen, helemaal zo als Hij is.

Niet alleen in de onderwerpen die ons makkelijk in het gehoor liggen.

Als het gaat over liefde, zorg, toewijding, redding, maar ook als het gaat over de moeilijke dingen.

Want we krijgen de vreugde en blijdschap niet als we alleen kiezen wat ons past.

Dan krijg je een beeld van een feel-good God, wat voor veel mensen nog wel mag bestaan.

Dan kies je ervoor om wel te geloven, maar alleen de mooie dingen eruit te kiezen.

Zeg maar om te leven bij fastfood en snacks, alles wat je lekker vindt en niet de degelijke kost.

Als we God echt willen kennen dan kennen we hem volgens Piper als de machtige,

De drieenige, die alles gemaakt heeft, die het gaat om zijn eer en zijn zoon gaf voor onze zonden.

Maar die ook de God is van de verkiezing. Die niet maar afwacht wat er gebeurt,

Maar die alles maakte, de wereld wilde redden en zelf zijn kinderen uitkoos.

Via de belofte aan Eva, via Abraham, Isaak en Jakob, zijn eigen zoon naar jou en mij vandaag.

Wat geeft er grotere vreugde dan deze God te helemaal te leren kennen?

Door nauw met hem verbonden te zijn en zijn vreugde en welbehagen in je hart toe te laten.

Door te beseffen dat zijn zorg en liefde, maar niet iets is dat uit jezelf komt.

Maar dat zich aan je opgedrongen, geopenbaard heeft, dat het niet anders kan dan door God,

Dat je op een gegeven moment ontdekt: ik geloof, ik belijd Jezus, ik ben gered, door zijn kracht!

[#3] Dus daarom toch een preek over deze pittige vragen.

Laten we nog even goed kijken wat de vraag precies is.

Vorige week zagen we de vierde plaag: al het ongedierte.

Ik weet niet hoe het u verging, maar ik moest er nog regelmatig aan terugdenken,

Als er weer een wesp was die mijn appelmoes ook lekker vond, of door wantsen op mijn arm.

En dan komt er de vijfde plaag: de heilige koe van Egypte wordt aangetast door veepest.

Niet vanwege de stikstof moeten er een percentage koeien weg, nee al het vee wordt ziek!

Alle dieren sterven, maar de dieren van Israël worden gespaard.

Waarom? Omdat Farao hardnekkig blijft weigeren om het volk te laten gaan.

Zijn hart is hard! Hij wil niet dat het volk vertrekt.

Maar dan komt de volgende plaag: Mozes moet as in de lucht gooien.

Ze krijgen allemaal zweren. Ontstekingen en puisten. Alle mensen. Zelfs de magiërs.

Alle rituele wassingen en verwachtingen van hun goden hielpen niet.

De Egyptenaren die zoveel hygiëne hadden, ze werden verschrikkelijk ziek.

Maar dan staat er: De HEER zorgde er ervoor dat Farao niet naar Mozes luisterde.

Wat? Dus de Heer probeert aan de éne kant door zijn plagen Farao te bekeren.

Aan de andere kant zorgt Hij er zelf voor dat Farao niet luistert, maakt Hij zijn hart hard.

Hoe kan dat hoe valt dat te rijmen?

[#4] Een paar dingen hierover:

allereerst valt op dat de schrijven van het boek er geen moeite mee heeft.

Kennelijk kan hij het naast elkaar laten staan.

Er is zelfs een tekst waar beiden tegelijk wordt genoemd: Farao deed het en God deed het.

Waar wij een probleem zien, voelde dat voor de schrijver en lezers uit die tijd dus minder.

Kennelijk zien ze wat mensen doen en wat God doet veel meer in elkaars verlengde.

Een tweede wat opvalt is dat pas na verloop van tijd staat dat God het hart verhardde.

Eerst was het Farao zelf die zich verzette, die het volk niet wilde laten gaan.

Maar als hij die weg in geslagen is, als hij vasthoudt aan dat standpunt.

Als hij steeds niet geluisterd heeft, dan wordt die weg als het ware bevestigd.

God sluit aan bij waar Faro zelf al voor gekozen heeft, zegt iemand.

Toch vraag ik me af of je dit kan zeggen: al eerder staat er dat God dit zou gaan doen.

Het blijft wel een lastige vraag: stel nu dat God toch al dit gekozen had voor Farao.

Had Farao dan zelf wel een keus? Als God zo gekozen had voor hem, kon hij niet anders.

Ik luisterde naar een podcast over reformatorische kerken, door christelijke journalisten van het AD.

In die kerken ligt veel nadruk op de uitverkiezing. Ze beschreven veel van die kerken, veel moois.

Maar ook wel het beklemmende gevoel dat dit op kan leveren: als alles al zo vast ligt.

Als God je wel of niet uitkiest, als je maar moet wachten of het jou gegeven wordt.

Wat heeft je leven dan voor zin, waarom zou je dan je best doen, waarom geloven en liefhebben.

Als je toch niet zelf kan kiezen, en God degene is die kiest. Het maakte het heel beklemmend.

[#5] Laten we om goed met deze vragen om te gaan kijken naar wat Paulus schrijft in Romeinen.

Hij heeft in dit boek ook veel pijn. Hij snapt het niet.

Zijn volksgenoten, de Israëlieten zijn toch Gods uitgekozen volk.

Maar nu nemen ze Jezus niet aan, verwerpen ze hem, missen ze de redding, de Messias.

Hij zou wel alles op willen geven dat zij er toch deel aan krijgen.

Zij zijn toch kinderen van Abraham: zij hebben toch de tempel, de wetten.

Zij hebben toch Gods belofte, zijn aanwezigheid: dat Hij zegt ik zal er zijn, voor jullie, altijd.

Hoe kan het zijn dat ze nu dan toch niet meer zijn volk zijn, en anderen wel.

Dat met Pinksteren iedereen die gelooft in de genade, gered zal worden.

Paulus worstelt ermee, maar hij komt ook tot een antwoord.

Er zijn kinderen van Abraham, die gelijk van hem afstammen.

Maar niet al die kinderen worden ook gered. Ismael van Hagar was zijn zoon,

Maar God ging verder met Sara’s zoon: Isaak. Die was een kind van zijn roeping.

En bij Isaak? Er waren twee kinderen, ze hadden dezelfde vader en moeder.

Je zou zeggen: dan delen ze automatisch in het heil, maar al voor de geboorte wordt gezegd.

De oudste zal de jongste dienen. Jakob heb ik lief, maar Esau heb ik gehaat.

Ook al geeft God zijn belofte, komt de roeping af om in Hem te geloven.

Hij is vrij om te kiezen wie Hij wil,

het hangt niet van de mens af, maar God schenkt de genade aan wie hij wil.  

Ik denk dat het behulpzaam is om hier te werken met een verschil.

God heeft zijn wil, een geopenbaarde, bekende wil, maar ook een verborgen, onbekende wil.

De éne wil kunnen we kennen, de andere niet: die blijft voor ons onbekend.

In de Dordtse Leerregels komen ze ook beiden naar voren:

God heeft alles in zijn hand. Hij kiest uit, al voor de wereld bestond, wie gelooft en wie niet.

Heel duidelijk staat dat in Efeze 1 en DL 1,7: God heeft voor de grondlegging een groot aantal mensen tot het heil uitgekozen.

Maar tegelijk staat er in: Op iedereen komt de roeping af om in God te geloven. DL I,3 God zendt boodschappers om mensen op te roepen tot geloof en redding.

Om Jezus lief te hebben, om het van zijn genade te verwachten, om te bidden om redding.

Wie Jezus dan liefheeft wordt gered!

Maar als dat nu niet Gods plan was, volgens die verborgen wil? Hoor je de tegenstelling?

Je vraagt naar Gods verborgen wil. Daar kunnen we hier niets mee! Die is verborgen!

Daar moet je niet op varen. God zegt tegen jou: geloof in mij, deel in mijn liefde, wordt gered.

En ja, dan achteraf, mag je zeggen: dat ik deze weg ga, dat is niet uit eigen kracht.

Ik geloof dat God het was die mij gekozen heeft en met mij verder gaat.

[#6] Plotseling komt Paulus nu ook terecht bij de Farao.

Wat God van hem vroeg was duidelijk: Hij had het volk moeten laten gaan.

Hij was ongehoorzaam, dat was niet goed.

Maar tegelijk voerde God zo zijn plan uit. Iedereen hoorde van zijn machtige werken.

Van de plagen en wonderen in Egypte, tientalen keren komt die wonderwerk terug in de bijbel.

Tot eer van zijn naam, tot zijn faam, deed God die wonderen en kwam men onder de indruk.

Zo kon God de ongehoorzaamheid gebruiken in zijn verborgen plan om zijn werk te doen.

Eigenlijk is het vergelijkbaar met wat er later met Jezus gebeurde.

Jezus moest sterven voor onze zonden, God zou zijn zoon overgeven aan de dood.

God koos een weg die wij niet begrepen, maar het was wel de weg om het kwaad te overwinnen.

Herodus, Pilatus, de romeinse soldaten, Judas, ze kregen een plek in Gods plan.

‘Jezus is overeenkomstig Gods wil overgeleverd, hebt U door heidenen laten doden’ Hand 2:23

Wat hadden zij moeten doen, wat was de bekende wil van God?

De hadden Jezus nooit mogen doden, mogen verraden, de hadden voor hem moeten knielen.

Maar ze waren ongehoorzaam, ze luisterden niet. Tegelijk kun je zeggen:

Gods plan werd zo vervuld. Hij verharde Herodus en Judas. Tot eer van zijn naam.

Om zo zijn verborgen plan uit te voeren. Voor wijzen was het verborgen:

Maar aan zijn kinderen heeft Hij het bekend gemaakt. Door Jezus dood vind je het leven!

[#7] Ik denk niet alle vragen hiermee beantwoord zijn. Laat het duidelijk zijn:

Wij kunnen die vragen nooit helemaal beantwoord krijgen.

Ook in je eigen leven kunnen er duizend vragen zijn, begrijp je het niet.

Maar door die onbegrepen vragen volvoert God wel zijn plan.

Soms lijken dingen voor ons tegenstrijdig maar God doet je als het ware met twee lenzen kijken.

Werkt Hij toe naar een volmaakte wereld, waar we God niet meer in raadsels zien.

Dan zullen we hem zien zoals Hij is, en de complete vreugde ervaren van het zijn met God.

En ondertussen: een gezonde leer, die niet alleen gaat over snacks, maar uitgebalanceerd is.

Die strijkt niet alle vragen toe met goed klinkende antwoorden. Die maakt ook niet passief.

Zo van: we zien wel wat er in Gods verborgen wil gebeurt. Nee, wie de bijbel leest,

Die wordt geraakt door die boodschap van God, die roeping niet alleen voor Joden,

Maar ook voor andere volken. Paulus beseft Hand 18:9: ik heb veel volk in deze stad, dus zwijg niet.

Jezus zegt: ik heb schapen die niet van deze stal zijn, iedereen moet mijn woord horen.

Uiteindelijk zal iedereen van elk volk, natie, taal en land Gods stem moeten horen.

Als het zo belangrijk is dat velen dat horen: laten we er dan op uittrekken, anderen helpen,

George Muller kwam zo onder de indruk van de heerlijkheid van God en had zoveel vreugde, dat hij die liefde wilde doorgeven. Hij ging weeshuizen bouwen, en wilde dat nog veel mensen van Gods liefde zouden horen. Laten we geloven dat God zorgt en zijn liefde gehoord moet worden! Amen.


Exodus 8:16-28 – God zegt: ‘Ik ben aanwezig’

augustus 14, 2022

Preek gehouden Heemse 14-8-2022

Thema: Al hebben we onze vragen, God zegt: Ik ben aanwezig bij vreugde en verdriet.

Geliefde gemeente,

[#1] Een van de moeilijkste dingen in het leven is de vraag waarom er ellende gebeurt.

We leven ons leven van elke dag, je geniet van de mooie momenten.

Je bent dankbaar voor elke dag dat de zon weer opkomt.

God geeft een nieuwe dag: met vrienden, familie, mensen om je heen.

Waarop je vakantie kan vieren, kan werken, je taken kan doen.

Je beseft het niet elk moment, maar je weet: God is erbij. Hij zal er zijn.

Dank U voor elke nieuwe dag, voor gezondheid, voor mensen om me heen.

Maar wat zeg je tegen God, als het allemaal niet zo mooi gaat?

Je dacht te genieten van een mooie avond, maar je wordt lek gestoken door muggen.

Je zou gaan fietsen, maar je wordt gestoken door een wesp.

Je wilde van alles gaan doen, maar de besmettelijk corona maakt het onmogelijk.

Je gezondheid laat je in de steek, iemand overlijdt heel plotseling.

Het is gewoon te warm, er komt geen regen, en alles verdort op het land.

Of door de regen en hagel spoelt alles weg.

Er komt oorlog, inflatie, je hebt geen geld meer om spullen te kopen.

Ik sprak een jongere die zei: mijn opa werd ziek.

Ik heb gebeden, maar ik kreeg geen antwoord. Waarom gebeurde dat?

[#2] Ik denk dat het helpt om eens wat langer stil te staan bij de plagen in Egypte.

Hoofdstukken waar niet vaak over gepreekt wordt.

Op school of in de kinderbijbel zijn het wel mooie verhalen.

Ik mocht er altijd graag naar luisteren en zag de kikkers, de muggen en steekvliegen voor me.

Eindelijk wordt die strenge, wrede Farao gestraft.

Maar als je wat door gaat denken: is dit niet heel wreed? Heel moeilijk?

Kennelijk kan de machtige God achter deze rampen en plagen zitten.

Opeens is er geen goed water meer, alles is bloed geworden.

Niet alleen de Egyptenaren, ook de Israëlieten lijden onder de eerste drie plagen.

Het bloed, de kikkers en de muggen: iedereen had er last van.

Dan komt deze plaag: God stuurt ongedierte (vroeger: steekvliegen) op de mensen af.

Daarmee wordt bedoeld: steekvliegen, die zo gemeen tot bloedens toe kunnen prikken.

Waar je enorme plekken van krijgt. Maar ook muizen, ratten, vlooien.

Overal dringen ze door, er staat expres een hele lijst met plekken waar ze komen:

In de huizen van jou en je verwanten, onder het volk, in hun huizen.

Waar je straks je voet ook maar neerzet: je trapt op die dieren.

Wat zorgt God door zijn almachtig ingrijpen, dat de mensen moeten lijden!
En dan heb ik het er nog niet over wat er straks zal gebeuren.

De oudste kinderen van de Egyptenaren worden gedood! Wat een ellende!

[#dia] Doet God dat? Als iemand ziek wordt, heeft God dan daarmee te maken?

Er zijn mensen die proberen de macht van God wat kleiner te maken.

Ze zeggen: die plagen komen gewoon door de natuur.

Zoals we nu ook een plaag van vliegen, muggen, kikkers, rode algen kunnen hebben.

Net zoals ze zeggen: dat Mozes straks door het water van de zee kan, komt door de wind.

Natuurlijk is het niet helemaal uit te sluiten, speelt de natuur misschien een rol.

Maar: Mozes kondigt precies aan wanneer het begint en wanneer het eindigt.

Hij moet van Farao God vragen of het stopt.

Al die wonderen: het kan niet anders dan dat God ze doet.

Een God die maar niet op afstand staat, maar actief ingrijpt in de geschiedenis.

Die, en dat valt ook op, het ongedierte tot in alle plaatsen kan laten komen.

Er is niet een kamer, een stukje tuin, een plekje, waar je ontkomt aan zijn straf.

Alles en iedereen krijgt te maken met deze straffen en plagen van God.

Ik denk dat dat, hoe lastig ook, een eerste antwoord is in dit gebeuren:

Zoals zondag 10 het ook formuleert. We leven onder Gods voorzienigheid.

God voorziet ons, van regen en droogte, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede.

Iemand die jaren in Senegal werkte vertelde deze week:

wij denken alles wel aardig op regel te hebben hier.

Dat wij in Nederland het leven wel naar onze hand kunnen zetten.

Door ons waterbeheer en de dijken, door goede landbouwtechniek en wetenschap.

Daarom vergeten zoveel mensen God en denken dat ze zelf god zijn.

Maar wie werkelijk ziet wat er gebeurt, beseft steeds meer: wat zijn we maar een stofje.

Een stipje in het heelal, wat zijn we afhankelijk van de machtige God

[#3] Maar dat wil niet zeggen dat we een soort noodlot geloof hebben.

Zo van: het is maar net of je geluk of pech hebt. Net wat de voorzienigheid je toedeelt.

Dat wordt hier in de plagen ook duidelijk: die plagen zijn maar niet willekeurig.

Dingen gebeuren maar niet toevallig: God heeft er zijn hand in.

Hij geeft de opdracht voor de dingen die gebeuren.

Hij wil dat zijn plan doorgaat: dat zijn volk, dat bewaard is in de tijd van Jozef,

gered door de voorraadschuren van Egypte, nu ook in het beloofde land komt.

Wanneer de Farao niet wil luisteren, wanneer hij zich verhardt tegen deze God.

Wanneer Hij ongehoorzaam is, en de waarschuwingen in de wind slaat.

Wanneer Hij belooft dat ze mogen gaan, en ze toch niet laat gaan.

Dan krijgt hij te maken met Gods straffende hand.

God kan door zijn oordelen en straffen, mensen wakker roepen.

Wat moet Hij hard roepen, wat wil Farao slecht luisteren!

Hij denkt eerst met zijn magiers wel weerstand te kunnen bieden tegen God.

Zij kunnen ook wel wonderlijke dingen doen. Boze geesten, kwade machten.

Ze zijn niet onschuldig, dat zien we ook in de tijd van Jezus.

Wanneer Jezus de demonen uit iemand drijft en ze met de varkens in het meer storten.

Vervolgens, en dat is opvallend bij deze plagen, denkt hij ook dat zijn goden kunnen helpen.

De God van de Nijl, de God van de Zon, de God van de stieren,

Maar door de plagen worden de goden een voor een omvergekegeld.

Bij het ongedierte kun je denken aan de kevers. Vaak wordt de godheid uitgebeeld als een kever. Die zorgde op wonderlijke manier voor nieuw leven.

Maar nu wordt deze kever zelfs een vijand van het volk.

Zo kan God afnemen waar jij je vertrouwen op stelt. Waar jij alles van verwacht.

Kan God je waarschuwen als je tegen zijn plannen ingaat. Kan God je wakker schudden.

Maak ik mijn eigen leven, probeer ik het zelf in de hand te houden en te regelen.

Maak ik mijn eigen goden van gezondheidszorg, ondersteuning, wetenschap.

Corona heeft laten zien: met de wetenschap kun je niet alles oplossen.

De droogte laat zien dat we afhankelijk zijn van Gods zegen.

Besef je voldoende dat je echt van God afhankelijk bent?

Dat Hij alles in de hand heeft, soms ook om jou bij de les te roepen?

Want niet alleen Gods vijanden, ook de Israëlieten leden onder de eerste drie plagen: het bloed, de kikkers en muggen.

Er wordt ook uitgelegd waarom: omdat ze beïnvloed waren, mee waren gaan doen.

Omdat ze ook de Egyptische goden waren gaan nalopen. Daarvan hun heil hadden verwacht.

God is overal, Hij werkt overal, zie jij, ontdek jij ook dat Hij soms kan zeggen:

Deze weg is niet goed, deze keuze moet je niet maken, vergeet mij niet?

[#4] Let op! Hier moet je even goed opletten wat ik wel zeg en wat ik niet zeg.

God kan ons aan het denken zetten, wakker roepen door wat er gebeurt.

Een weg wijzen, positief, maar ook laten zien welke weg je niet in moet gaan.

Maar ik wil absoluut het niet omdraaien: als er moeite is in je leven,

Als je vragen hebt of ziekte, dan kun je daar de straf van God in zien.

Jezus wordt ook boos, als zijn leerlingen zoiets zeggen bij de jongen die blind geboren was.

In deze gebeurtenissen zien we juist iets heel anders van God.

Ja, er gebeuren moeiten. De wereld is niet volmaakt. We krijgen er allemaal mee te maken.

Hier zie je hoe God de strijd aanbindt met het kwaad en zijn volk gaat redden.

Wat lijkt dit ook vaak op Openbaring als de plagen, schalen, weeën over de aarde worden uitgegoten. Deze wereld is nog niet volmaakt: er is een bittere strijd gaande.

Maar in die strijd: laat God zijn naam en zijn belofte klinken.

We hebben onze vragen: je krijgt niet altijd een antwoord.

Maar soms mag je wel iets van een antwoord ontdekken.

Zoals die jongere die gebeden had voor haar opa, en zei ik kreeg geen antwoord.

Soms kun je toch door een wonderlijke ontmoeting, een gesprek, een tekst iets horen.

God is overal, Hij spreekt op veel manieren: ik hoop dat je vol verlangen bidt en dan soms iets mag ontdekken, leren, ervaren.

Zoals dat hier in de tekst ook gebeurt, want God zegt:

Ik maak een uitzondering, die kevers, vlooien, muizen en vliegen.

Ze komen echt overal, in elk huis, maar niet in het land waar mijn volk woont.

Daar zal ik doen beseffen dat Ik, Jahwe, Ik ben die Ik ben, aanwezig ben in het land.

Wat een mooie verbinding: Gods naam betekent: ik zal er zijn.

En nu zegt Hij, eigenlijk dubbelop, ik zal aanwezig zijn in het land.

Ik zal mijn volk vrijwaren van de plaag die dit land te wachten staat!

Ik ben die Ik ben, is zijn naam! Hij deelt ons bestaan. Hij zegt: Ik ben bij jou.

Het volk hoeft deze straf niet te ondergaan, omdat ze mogen schuilen achter het bloed.

Omdat Jezus voor onze zonden is gestorven. Omdat Hij de oudste zoon is, voor ons allemaal.

Al ga je dan door een nacht van strijd en zorgen, is dat ongedierte overal aanwezig,  

God laat je niet alleen, de uittocht wacht, de toekomst vol van hoop.

Het is niet dat ze pas na afloop, als ze door de zee gegaan zijn dat kunnen zien.

Nu wil God al tekenen en wonderen geven, waarin Hij met een knipoog zegt: Ik ben erbij.

In de moeite wil Ik met mijn eeuwige armen onder je zijn, wil Ik je dragen en beschermen.

Je kracht geven voor vandaag, en blijde hoop voor de toekomst.

Letterlijk staat er: Ik koop je vrij. Zoals Jezus ons vrijgekocht heeft, van de zonden.

Uit genade, door mijn Geest. Ik hoop en bid dat je de kracht ook steeds mag ontvangen en ervaren. 

[#5] Aan het begin van deze plaag zag je Farao naar de rivier gaan.

Hij ging zijn ochtendritueel doen, de zonnegod aanbidden, die elke dag nieuw leven geeft.

Maar aan het eind, als de wespen, kevers, mieren, motten, luizen en steekvliegen er zijn,

dan gaat hij niet naar de zonnegod, maar naar Mozes toe.

Zelfs hij beseft: er is maar een uitweg, dat is dat Mozes bidt tot zijn God.

Bij alle nood, bij alles wat er gebeurt, krijg je geen antwoorden op een briefje.

Maar je mag wel leren waar je met je vragen en moeite naar toe kan gaan.

Er is er maar een die alles kan, die je werkelijk zal helpen, die er zal zijn.

Farao wil zich niet aan hem overgeven, maar Mozes en Aaron mogen het ervaren.

God zal er zijn, voor zijn volk, voor zijn kinderen: Hij heeft alle macht.

Het volk van Egypte snapt er niets van, gelooft er niets van, blijft vast zitten in het ongeloof.

Farao verhardt zijn hart en doet niet wat hij beloofde.

Wat doe jij? Breng jij je vragen naar God? Leg je je leven in zijn handen?

Ik hoop dat je mag leren, ook in moeite, tegenslag en zorgen:

God wil voor mij zorgen, elke morgen ga ik naar Hem.

Ik vraag of Hij mij de goede weg wil wijzen en dank Hem dat Hij aanwezig wil zijn.

Of Hij mij wil bevrijden van nood en zorgen, of Hij ook in de nood nabij wil zijn.

Heer, wilt U mij leren, om in voor en tegenspoed achter U aan te gaan?

Om werkelijk door uw Geest met hart en ogen te openen en U te volgen?

Amen


Exodus 2:1-10 – Jouw werk krijgt een plek in Gods plan!

juni 25, 2022

Preek Heemse + Heemse-Marslanden, 26 juni 2022

Tekst: Exodus 2:1-10

Geliefden in de Heer, Jezus Christus,

[#1] Moeders van kleine jongens werken van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat.

Die spreuk hing bij ons in de keuken. Mijn vrouw die kreeg die een keer van haar schoonmoeder:

Toen ze dag en nacht druk was met drie kleine mannetjes, allemaal nog in de luiers.

Ik kon onze niet op internet vinden, wel een Engelse versie: vanaf dat een zoon wakker wordt totdat hij weer gaat slapen..

Kennelijk een bekende spreuk, en ik dacht altijd:

Volgens mij ben je als moeder ook druk tussen zonsondergang en zonsopkomst.

Die slapeloze nachten, die zorgen, het huilen, de krampjes, weer drinken.

Maar misschien is dit verborgen hint voor vaders:

dat die juist maar van zonsondergang tot opkomst actief moeten zijn 😊.

En als de kinderen groter worden? Kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen.

Als je denkt: ik ben geen moeder of vader, wat moet ik met deze inleiding.

Denk maar aan de kleine zorgen, en grote zorgen die je zelf kan hebben.

Even over die grote kinderen. Moeders van grote kinderen, die ….

Hoe zou je die spreuk aanvullen?

Als je ze niet meer met een schone luier in bed legt of na het wiegen laat slapen.

Als de wereld groter wordt dan de wieg, de slaapkamer, het huis.

Als ze spelen op straat, naar school fietsen, gaan studeren, andere vrienden krijgen.

Wat is het gaaf jongens en meisjes als je van alles kan ontdekken: als je steeds wat meer doet.

Steeds wat verder weg gaat, alleen naar de speeltuin, naar het bos, alleen op vakantie.

Maar wat kunnen er ook gevaren zijn: die grote vrachtauto’s, verkeerde vrienden, seks en drank.

En dan heb ik het nog niet eens over zo’n verknipte man die Gino ontvoerde en doodde. Vreselijk!

Hoe kun je toch vertrouwen blijven houden, als het soms spannend en gevaarlijk is?

In het water van de doop, zien we wat God belooft. Mozes dobberde rond op het water.

Hoe houd je moed als al bijna niet geslapen hebt, en de baby weer ligt te huilen?

Heeft je werk zin als moeder, als vader, als kraamhulp, als werker in de jeugdzorg?

Of je nu getrouwd bent met of zonder kinderen, of niet getrouwd.

Als je veel liefde geeft aan je pleegkind of kind dat je geadopteerd hebt.

Al die momenten dat je je werk doet, je best doet, je taken doet.

Bezig bent van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Of is het allemaal uiteindelijk voor niets?

Is het vooral tobben en inspannen, en moet je maar hopen en bidden dat het goed komt?

[#2] Vanmorgen staan we stil bij een gebeurtenis, waarin drie vrouwen ook werken!  

Een moeder, Jochebed, die getrouwd is met Amram, en moeder is geworden van een jongetje.

Een mooi, knap jongetje staat erbij. Ze is er ontzettend trots op en blij mee. Ze zorgt voor hem.

We horen van de Egyptische prinses die een jongetje adopteert dat anders gedood zou worden.

Een prinses die met liefde en medelijden kijkt naar zo’n zielig huilend jongetje.

Kijk, daar is ook een grote zus die blij is met haar broertje en er voor wil zorgen.

Maar dat allemaal tegen de achtergrond van dreiging, van de onzekerheid van morgen.

Zoals kinderen in Oekraïne nu in een schuilkelder gevoed moesten worden, door Poetin.

Zoals kinderen in de tweede wereld weg gevoerd werden als beesten, door Hitler.

Zo is dat al veel vaker in de geschiedenis gebeurd. Farao was bang voor de Israëlieten.

Het waren volgens hem vieze schaapherders, hadden een andere God, werden gezegend.

Straks werden ze nog sterker dan hij, dus de mannen moeten aangepakt!

Eerst probeerde hij hen door slavernij en dwangarbeid eronder te krijgen.

Daarna wil hij dat de verloskundigen alle jongetjes doden. Als dat niet genoeg helpt:

Dan geeft hij de opdracht dat alle jongetjes in de Nijl gegooid moeten worden.

Jochebed geeft haar kind dan wel de borst, maar wat is er een spanning.

Ze moeten doodstil blijven, niemand mag het kindje horen.

Straks hoort een Egyptische soldaat het kindje huilen. Wordt het kindje uit huis gesleurd.

Het lijkt niet anders te kunnen of dit kind wacht een zekere dood.

Zeker als dit kind na een tijdje met sterke longen harder gaat krijsen

Jochebed moet kiezen uit twee kwaden: Of blijven verstoppen met angst dat het opgepakt wordt,

Of in de Nijl te vondeling leggen en laten drijven in de onzekere hoop dat het gered wordt.

Wat moet ze kiezen? Wat een spanning! Ze kiest voor de Nijl. Mirjam gaat bij het mandje staan, verstopt!

Angstig wat er gaat gebeuren. Als ze prinses ziet komen: angstig erheen lopend!

Ze doet het maar! Zou jij dat kunnen? Zomaar een volwassene, een prinses nog wel aanspreken?

Zou jij als er wat is een brandweerman of politieagent aan durven spreken, of zelfs de prinses?

Mirjam doet het! Zo maakt ze als jong meisje het verschil.

Maar ook de prinses neemt een dappere beslissing: ze gaat tegen haar vader in.

Ze wordt zo geraakt, heeft medelijden met dit kind en ze wil dit kind redden.

Wat zal er gebeuren als ze het aan haar vader vertelt, of als die het ontdekt?

Het lijkt goed te komen. Mirjam rent naar huis. Mama! U krijgt het kindje, en krijgt er geld voor!

Maar tegelijk wat moet er door mama Jochebed heen zijn gegaan: nu heel fijn, maar straks ben ik mijn kind kwijt.

Drie vrouwen zorgen, maar wat is er een onzekerheid voor de toekomst.

[#3] Maar het mooie van deze geschiedenis is, is dat het maar niet een spannend verhaal is.

Een verhaal dat goed of slecht af kan lopen, maar dat het in de bijbel staat.

Dat het een onderdeel is van Gods plan. Genesis had beschreven hoe God de wereld maakte.

Hoe God, toen de wereld vol zonde kwam, door het water heen in een ark Noach en zijn gezin redde.

Het woord voor ark is hetzelfde woord als het woord voor het mandje dat hier gebruikt wordt: arkje

Hoe Hij zorgde dat Jozef in Egypte kwam. Vader Jakob huilde vele nachten om zijn zoon.

Maar God had een plan om hen in tijden van hongersnood in leven te houden.

Zo was het volk in leven gehouden. Wanneer we dan Exodus beginnen te lezen,

begint het met de namen van dit volk: dit volk dat in het beloofde land hoorde, en niet in Egypte.

Wat Hij beloofde aan Abraham, dat wil Hij waar maken van kind op kind. Zijn verbondsbelofte.

Wat we hier dan lezen over drie vrouwen die werken van vroeg tot laat,

is dus tegelijk tegen de achtergrond van God die aan het werk is. Die zijn volk wil gaan bevrijden.

Dat is de naam van het boek Exodus dat we nu zijn gaan lezen!

God gaat een verlosser geven, een middelaar, een redder van de ellende.

Iemand die zo groot wordt dat we er al iets van Jezus in zien.

Wanneer we hier lezen over het begin van het leven, is het een soort kerstfeest.

Bij Jezus was er ook een wrede koning die kinderen wilde doden!

Herodes, doodde de kinderen van Bethlehem, maar Jezus ontkwam naar Egypte.

Zo zien we hier dat God op wonderlijke wijze aan het werk is!

Het is niet Mozes die zelf opstaat en krachtig is. Die uit eigen macht het volk kan bevrijden.

Die zo’n goede opvoeding had ontvangen had van zulke geweldige mensen.

God laat zien: Ik leid de geschiedenis.

Ik zorg dat er net een prinses bij het water komt, die in haar hart geraakt wordt.

Ik geef iemand die door de prinses genoemd wordt: ‘uit het water getrokken!’

Zo zal deze man Mozes door God geleid worden om het volk door het water heen,

Door het diepe water van de Schelfzee heen te leiden. Al voordat Hij bestond kende God zijn naam:

Hij moest degene worden die het volk zou bevrijden. De vrouwen zien er niets van.

Ze kennen spanning, onzekerheid, Jochebed moet haar kind afstaan aan het Egyptische hof. 

De prinses raakt haar adoptie zoon kwijt, als Mozes hierna wegvlucht uit het land.

Je doet vaak kleine stapjes, zorgt voor een ander, bent aan het werk, met welk doel?  

We kunnen niet in Gods plannen zien, en begrijpen niet waarom dingen gebeuren.

Maar ontdek je hier ook hoe God zelf verleden geleid heeft en de toekomst in zijn handen heeft.  

Die momenten dat jij zorgde dat die ander eten, drinken, liefde, aandacht had.

Dat jij van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat aan het werk bent.

Dat jij je zorgen maakt over je eigen leven, toekomst en wat er allemaal gebeurt.

Dat jij je zorgen maakt over je zoon of dochter, broer of zus, neef of nicht.

Omdat je ze zo graag een goed leven gunt, een leven van genieten en rust,

maar er tegelijk hier op aarde zo weinig van terecht komt door ziekte, zorgen.

Door geweld, slechte mensen, schade, beperking, psychische nood.

Vergeet niet: God omgeeft je steeds, hij heeft een plan met je leven. Hij ziet het grote plaatje.

Hij kent je verleden en kende je naam voordat je bestond, al in de moederschoot.

Hij draagt je nu en wil momenten van licht geven, maar je vooral steeds weer vertrouwen geven.

Hij zegt: ik trek ook jou uit het diepe water van de dood.

Ik wil je redden, ik wil je last dragen, ik laat je niet alleen, kom ga mee en laat je leiden naar het licht!

[#4] Toch is er nog niet veel van te merken dat God hier de redder op wonderlijke wijze in leven laat.

De redder verdwijnt naar het Egyptische hof, met de Farao, hiërogliefen, zijn godenbeelden.

Het vaders van het volk zwoegen van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat onder de slavendrijvers.

Ze bouwen de steden en misschien ook wel mee aan de Piramides die nog steeds staan.

Die Joodse jongen wordt als een Egyptische prins geschoold en in de watten gelegd.

Wij weten: Mozes gaat voor Exodus zorgen, hij wordt de grote redder.

Maar zul je zeggen: mijn zoon is Mozes niet,

Mijn dochter is Mirjam niet, die later na de doortocht door de schelfzee staat te dansen.

Is dit zo niet een goedkope troost? Loopt het met sommige kinderen niet verkeerd af?

Als ik de was sta op te hangen, mijn geld verdien, de luiers sta te verschonen of de schooltas inpak.

Als ik van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat werk, of misschien juist ’s nachts.

Hoe weet ìk dan dat het niet voor niets is? Of: Waarom is nu zo gegaan en zo gelopen?

We weten niet wat Gods plan is, maar weet dat Paulus schrijft: je werk is niet tevergeefs in de Heer.

Jochebed deed haar kleine taak, haar werk. God zegende het en voerde zijn plan uit.

Laat het een aansporing zijn om op jouw plaats trouw te zijn. In de zorg, in het werk.

In de geloofsopvoeding, lezen uit de bijbel, een gespreksmoment aangaan met je puber.

Als moeder, als oma, als jeugdleider, als gemeentelid.

Voor jou als jongen of meisje: Mirjam lette op haar broertje, sprak de prinses aan.  

Kijk hoe jij op je eigen plekje iets van liefde kan laten zien, voor God en voor de ander.

Je vragen stellen, je schoolwerk doen, spelen met je vrienden, je handen vouwen en lezen.

Bedenk dan maar: je hoeft niet zelf een geweldige toekomst te maken.

Richt je niet op het resultaat, maar op de kleine stappen die God van je vraagt.

Een lied zegt: De kalme gang, de kleine taak is groot genoeg voor de zaak van de Heer.

Genoeg voor Gods plan. Daarom deze die: wij kunnen niet laten groeien, maar

wij mogen zaaien, God zal de groei geven en zijn zegen geven.

[#5] Ik hoop dat je in dat vaste vertrouwen van hier mag gaan, dat dat weer versterkt is.

God geef zijn belofte aan een ieder die gedoopt is, of de doop verlangt.

Een belofte als de God van Abraham, Isaak en Jakob: de drie-enige.

Het water van de doop staat ook voor de diepte, voor de ondergang.

Maar God steekt zijn hand uit, Hij wil, en kan en zal je redden en leiden.

God trekt zijn belofte nooit in, die beloften zijn vast en zeker. Zijn plan staat vast!

En waarom? Omdat er eens een moeder was die ook haar kind af moest staan.

Een moeder die dit kind ook verschoonde, eten en drinken gaf en opvoedde.

Die haar kind toen hij 12 jaar oud was al kwijt was, omdat hij bezig moest met de dingen van zijn vader.

Haar kind maakte zijn eigen plan, en ging zijn eigen weg, waar zij zich zorgen over maakte.

Bij het kruis moest zijn Hem afstaan. Hij werd niet gered en van het kruis gehaald.

Hij werd niet uit het water getrokken.

Hij ging als het ware ten onder, verdronk, stierf. Werd door God verlaten.

Een zwaard ging door de ziel van Maria, ze stond vol smarten aan het kruis:

[#6] Maar omdat Jezus daar aan het kruis ‘ten onder’ ging, gebroken werd in de diepste nacht.

Kon hij ook weer boven komen, zelf de dood achter zich laten.

Hij had de duivel, de dood verslagen.

Zo is Hij de grote redder, degene die uit eigen kracht op kon staan en sterker was dan de dood!

Hem zij de glorie: zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,

Die mij heeft genezen, die mij vrede geeft.

Ik hoop dat als je van hier gaat je vooral zijn uitnodigende arm voor ogen mag houden,

zoals jet ziet op de beamer.

Hij staat klaar, voor ieder die zwoegt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat en zegt:

Kom bij mij als je vermoeid en belast bent en ik wil je rust geven!

Ik wil je dragen, redden uit de duisternis en leiden naar het licht. Vertrouw maar op Mij! 

Amen  


Handelingen 2:17,18 – Laat je leiden door Gods Geest!

juni 5, 2022

Preek gehouden Heemse, Pinksteren 5 juni 2022

Tekst: Handelingen 2:14-21

Geliefde gemeente van de Heer Jezus Christus,

[#1] Het kwam precies op het goede moment.

Hij had het al een paar dagen best wel moeilijk, wist niet hoe het verder moest.

En toen kwam dat kaartje binnen met die mooie tekst:

‘Jij bent kostbaar in Gods ogen’. Van die jongere op de bijbelstudie die hem wel kende.

Wat was dat goed getimed, wat was hij daar gelukkig mee. Hij kreeg er kippenvel van.

Wat een mooi teken van God, een knipoog dat Hij niet alleen gelaten werd.

Antoine kreeg een droom. Hij woonde in een gebied in Frankijk waar bijna geen christenen waren.

Hij kwam tot geloof en ontdekte Gods genade. God riep Hem door een droom!

God riep hem om zijn naam te belijden: ze begonnen een huiskerk en bereikten steeds meer mensen.

Een meisje kwam in een vriendinnengroep terecht die haar helemaal meenamen.

Ze was niet meer zichzelf, had constant ruzie, kwam helemaal in de problemen.

Met name toen een vriend haar met cadeautjes in zijn macht kreeg.

Een gevaarlijk, en verdrietig moment: de leider van de vereniging zocht haar op.

Ze gaf aan: ik had het gevoel, het gaat niet goed met jou. Ik wil met je praten.

Denk goed na over waar je mee bezig bent. Is dit echt wat je wil? Kom je zo verder?

[#2] Drie voorbeelden van bijzondere manieren waarop God spreekt en mensen inschakelt.

Drie voorbeelden van profetie, dromen, werk van de Geest.

Vandaag vieren we het Pinksterfeest: het feest dat iedereen deel krijgt aan de Geest.

Dat had de profeet Joel als voorzegt, geprofeteerd: eens zal de Geest komen.

Dan gebeuren er grote tekenen, bloed en vuur en rook, boven in de hemel en beneden op aarde.

Hij was profeet geweest: Hij was heel nauw met God verbonden geweest.

Hij mocht de tekenen van de tijden zien en interpreteren. HEEL BIJZONDER: EEN MAN GODS!

In zijn tijd was er een enorme sprinkhanenplaag geweest, al het eten was weg gegeten.

Daarna was er een enorme droogte gekomen. Hij had van God begrepen waarom dit was.

Hij was een profeet, Hij hoorde stem van God. Hij riep het volk op: kom terug naar God!

Bekeer je! De maat van de zonden is vol! Luister weer naar de Heer die jullie geschapen heeft.

En dan mag hij nog verder kijken: eens zal God omkijken naar jullie als volk.

Dan komen er die tekenen: van bloed, rook en vuur, boven en beneden.

En dan zal de Geest van God komen, niet maar op één iemand die spreekt in de kerk.

EEN MAN GODS, die een speciale taak heeft, EEN PROFEET.

Nee: dan zal dat komen op iedereen van het volk.

Mannen en vrouwen, ze zullen profeteren.

Jongeren en ouderen, ze zullen gezichten hebben en dromen dromen.

Arme mensen en rijke mensen, directeuren en werknemers: iedereen zal vol worden van de Geest.

Dat is iets waar Joel alleen nog maar kan dromen. Hij moest het als profeet alleen doen.

Maar hij mocht al iets zien van wat zou komen: Iedereen, heel het volk zou de Geest ontvangen.

[#3] Met het pinksterfeest breekt die volgende fase van Gods reddingswerk zich baan!

Jezus is naar de hemel gegaan, biddend zitten de 120 volgelingen te wachten.

Mannen en vrouwen, oud en jong, ook Maria en de broers van Jezus.

En dan met veel grote tekenen komt de Heilige Geest in hun harten wonen.

Er is het geluid van die enorme windvlaag, er zijn de vuurvlammen die op hun hoofden zijn.

Is de Geest in de tekenen zelf? In vuur en wind? Of zijn die tekenen onbelangrijk?

Het is zoals wanneer er een paard aankomt en je het paard hoort briesen en hoeven trappelen:

Het gevolg is dat je even later het paard ziet verschijnen.

Of wanneer er een schip aankomt en je de golven op en neer ziet gaan, en je de motor hoort:

Even later verschijnt het schip.

Zo gaat de komst van de Heilige Geest gepaard met grote tekenen. Het draait niet om die tekenen.

Maar ze laten wel zien en horen: nu komt de Geest eraan. Hij gaat wonen bij de mensen.

Met een enorme kracht neemt hij bezit van de gelovigen en gaat wonen in hun harten.

Niet zomaar een Geest, maar de Geest die Jezus ontvangen heeft van de Vader in de hemel.

Die Hij nu uitstort over de gelovigen en die ze nu mogen ontvangen (vers 33!).

Jezus zelf komt in hun hart en het gevolg is: ze gaan spreken over Jezus, in de kracht van Geest.

Ze delen zijn woord, spreken van zijn macht, vertellen wat er gebeurt en wat Jezus gedaan heeft.

Ze roepen iedereen op: bekeer je, laat je redden, roep Gods naam aan, laat je dopen!

Ook voor jou is er vergeving van zonde en eeuwig leven, als je je laat redden door Jezus.

Zo wil ook vandaag de Heilige Geest in je hart komen wonen.

Wil Hij je deel geven aan eeuwig leven en met zijn Geest in je werken.

Roept Hij je op tot een keuze: wil ik die Geest ook in mijn hart laten wonen?

Wil ik zijn naam belijden, neem ik Jezus aan als mijn Verlosser.

Wat geweldig dat jongeren dat mochten doen, wat geweldig als je dat belijdt door HA te vieren.

Nee, niet iedereen nam het aan, niet iedereen neemt het aan.

Sommigen zeiden: die verwarde apostelen, die rare woorden zijn woorden van dronkenlappen.

Maar juist dan staat Petrus op en zegt: het is nog maar 9:00 uur ’s morgens.

Dan ben je niet dronken. Cicero, iemand uit die tijd schrijft: de mensen bij dat landhuis,

Begonnen om 9:00 met drinken, leven zicht uit, zijn dronken en geven over, weten niet wat ze doen.

Maar nee … Petrus en elf leerlingen staan duidelijk op en zeggen: dit is geen dronkenschap.

Dit is wat de profeet Joel al voorzegd heeft. Jongeren, ouderen, mannen en vrouwen,

Iedereen zal profeteren, er gebeuren wonderen, want de Geest wordt uitgestort.

[#4] En dan komt vandaag de vraag op je af: laat je die Geest ook in jouw hart komen?

Bij de komst van een boot hoor je het water en de motor, bij een paard trappelen en briezen.

De Geest wil ook in jou komen wonen, stel jij je voor Hem open? Ontvang jij Hem?

Waar merk je dat aan? Wat zijn de tekenen dat de Heilige Geest in je woont?

Laten we voorop stellen: het is de Heilige Geest van Christus.

Dit is manier waarop Hij met zijn volk verbonden wil zijn: als je liefde voor Hem groeit.

Als je door de Geest gevoed wordt met zijn lichaam en bloed, ook bij het Heilig Avondmaal.

Als je je bekeert en met Hem wil leven, dan woont Jezus door zijn Geest in je.

Dan kun je de troost en kracht van Jezus ervaren. Ook als er ziekte is, als er verdriet is.

Maar dan kan het niet stil blijven: het is nodig dat anderen ook horen over Jezus.

Dat je zelf de bijbel open doet, de bijbel door vertelt en dat je bidt. Leeft met God.

God maakt van ons een volk van priesters: die ons leven mooi maken voor God.

Maar belangrijker nog: een volk van profeten. U, jij en ik, we zijn profeet!

Een profeet spreekt over wat God vandaag van ons vraagt en ons wil zeggen.

Die duidt de tijd, de zet de zaken op scherp, die bemoedigt en wijst de weg van redding.

Kun je zeggen dat jij dat doet? Als je merkt dat je in gedachten steeds aan iemand moet denken.

Stuur je dan een kaartje met een bijbeltekst, bel je iemand op, spreek je met iemand af?

Als je merkt dat bij iemand het geloof op een laag pitje komt te staan: spoor je hem of haar dan aan.

Zeg je: waar was je, ik mis je in de kerk, ik wil zo graag samen zingen, avondmaal vieren, God prijzen.

Kom en ga mee, ontdek weer dat het leven met God echte blijdschap en vreugde geeft!

Soms kan het ook zijn dat je een bijzondere ingeving krijgt. We delen dat niet zo makkelijk.

Maar uit de Bijbel, geschiedenis en persoonlijke gesprekken zijn genoeg voorbeelden te noemen.

Dan moet je het toetsen, er eerlijk naar kijken,

maar als de Geest je ergens in leidt: laat je leiden ga Gods weg. Breng elkaar bij Christus!

[#5] Maar … zou je kunnen vragen … ik heb dat zelf niet zo bijzonder, moet ik dan dan niet krijgen.

Het gevaar bij de gaven van de Geest is altijd dat je een soort groeimodel gaat maken.

Mensen die ‘verder’ zijn, mensen die ‘meer in de Geest zijn’. De bijbel doet dit niet.

Wat God vraagt van ons is om te geloven dat Jezus voor jou is gestorven en opgestaan.

Als je een geloof hebt dat zo klein is als een mosterdzaadje, als je daaraan vastgrijpt wordt je gered.

Dat is wat Petrus zegt: Kom tot inkeer, laat je redden in de naam van Jezus door zijn werk.

Maar er volgt dan wel … dan zal de Geest je geschonken worden.

De Geest gaat werken in die eerste gemeente en ze zien naar elkaar om, komen trouw samen,

Breken het brood, volharden in het gebed, prijzen God. En de Geest gaat verder.

Het boek handelingen van de apostelen zou je ook kunnen noemen: het werk van Geest.

De Geest schakelt mensen in om zijn goede nieuws verder te brengen.

Je wordt ingeschakeld, iedereen, God belooft zijn Geest, maar stel je wel open.

Sluit je niet af voor een lied, een bijbelwoord, een gedachte, een bemoediging die in je opkomt.

Wie gelooft dat er niet meer is tussen hemel en aarde zegt: ‘wat een dronkemanspraat’,

Maar wie gelooft in het werk van de Heilige Geest gelooft dat God nog steeds bijzonder kan werken.

Maar is dit wel goed? Ik ken ook iemand die kreeg een profetie, zei: dan en dan komt Jezus terug.

Als je iets hoort, ontdekt, gelooft, droomt, je gedreven voelt door de Geest: moet je dat toetsen!

Klopt dit met de bijbel? Zou dit van God zijn? Profetie, open stellen voor de Geest kan mis gaan.

Maar dat is bij een preken ook zo: Gods woord is heilig, maar ik moet het goed lezen en begrijpen, goed over nadenken en dan ook nog goed vertellen. Soms gaat het mis, want ik ben een beperkt mens. Moeten we dan maar niet meer preken? Zo is het ook met je openstellen voor de Geest: Gods Geest leidt ons leven, om ons te troosten, te helpen en bij Jezus te blijven. Maar ook dat moet je steeds beoordelen vanuit de Bijbel, vanuit Gods Woord.

[#6] Ik hoop en bid dat Gods Geest zo ook deze preek mag gebruiken.

Dat jij zegt: ik ben diegene voor wie deze preek is. Ik voel dat ik wat voor een ander kan doen.

Ik voel dat ik wat tegen een ander moet zeggen. Ik merk dat de Geest me dringt.

Toets het altijd aan het Gods woord, aan zijn bekende weg: maar doof de Geest ook niet.

Bid of God je de weg mag wijzen, en zet vervolgens door de Geest ook de stap op de weg achter Jezus aan. Ben je bereid om die weg te gaan? Amen