Johannes 1:11-13 – Jezus werd geboren: Wijs Hem niet af, maar word opnieuw geboren!

januari 10, 2021

Preek Heemse, 10 januari 2020

Tekst: Johannes 1:11-13

Geliefde kinderen van God, door Jezus Christus,

Het was 7:44 dat de telefoon trilde. De hele nacht had ze in spanning gezeten.

Maar nu kwam het appje binnen: Jullie zijn opa en oma geworden!

Er is een kleinkind geboren. Wat een geweldig nieuws. Een geboorte.

Misschien weet je zelf ook nog wel hoe laat geboren bent. De tijd wordt altijd genoteerd.

Afgelopen maand hebben we stil gestaan bij de geboorte van Jezus.

In Bethlehem werd Hij geboren. De tijd weten we niet, maar wel over herders en wijzen.

Matteüs en Lucas hebben geschreven over zijn baby en kindertijd.

Als Johannes nu ook over die geboorte wil schrijven, begint hij heel anders.

Geen interview met Maria, of Jozef, of de herders. Hij wil Jezus’ goddelijke paspoort laten zien.

Hij begint te vertellen dat Jezus Gods Zoon is en vertelt het eerste begin.

Dat Gods Zoon al vanaf het begin bij God is. Weke datum? Hoe laat?

Nee … die is niet te noteren. God is er altijd al, al voor de tijd, voor de klok ging lopen. Eeuwig!

Nu wij vanuit kerst ons meer gaan richten op Jezus en zijn boodschap,

kun je zomaar blijven staan bij de geboorte van Jezus vroeger,

of op een afstand zeggen dat Hij al van eeuwigheid is.

Maar Johannes toont deze beweging van de hemel naar de aarde, niet zomaar,

vertelt het verhaal van de geboorte van Jezus, niet zomaar, maar met een doel.

Het licht was bij God, het kwam naar de wereld, en wie Hem ontvangt wordt een kind van God!

Die wordt uit God geboren: Jezus wil door de Geest in je hart komen wonen.

De vraag of je geboren bent is niet zo moeilijk, daar kun je de tijd bij noemen.

Maar ben je ook uit God geboren? Opnieuw geboren? Woont Jezus in je hart, ben je Gods kind?

Christus werd geboren, om jou het nieuwe leven te geven!

1) Wijs Hem niet af, (vers 11)

2) maar word opnieuw geboren en (vers 13)

3) leef als een kind van God (vers 12)

1) Wijs Hem niet af        

Johannes begint met een geweldig mooi plaatje: Jezus als licht van de wereld.

Een schitterend licht bij de schepping en Hij heeft de wereld volmaakt gemaakt.

Toen kwam er duisternis in deze wereld: de satan liet zijn krachten gelden.

De wereld ging kapot. Er kwam de dood. Er kwamen ziektes en virussen.

De wereld werd een chaos. Mensen werden ik-gericht en misbruikten hun macht.

Dat is de wereld die je van dichtbij mee kan maken, of die je op de TV of internet ziet.

Maar … Jezus is het licht en de duisternis heeft Hem niet in zijn macht gekregen.

God maakte zijn plan om de wereld te redden. Maar hoe zou Hij echt de wereld kunnen vernieuwen?

Een volgende stap die dan in de tekst gezet wordt is dat het licht wordt aangekondigd.

Johannes begint niet bij de stal, of bij Maria, maar bij het moment dat Jezus zichtbaar wordt.

Johannes de Doper treedt op en wijst aan dat het Licht in de wereld zal komen.

Hij wil dat de mensen zich open gaan stellen, zodat ze het licht kunnen ontvangen.

Ze moeten niet in hem, in Johannes de Doper, met zijn lange mantel bij de Jordaan, geloven.

Nee, ze moeten zien dat hij met zijn vinger wijst: kijk daar komt iemand aan.

Iemand die meer is dan ik. Ik ben niet het licht, Hij is het licht, dat in de wereld komt.

Ook al is Hij op een latere datum geboren, Hij was er eerder dan ik. Hij is van goddelijk oorsprong.

Hoe kan dat licht in je komen? Doe de zonden weg, je zelfverrijking, je schijnheiligheid.

Je egoïsme, het liefdeloze, je donkere praktijken, je duisternis en haat. Maak de weg vrij voor Licht!

Wanneer we je Jezus in je leven wilt ontvangen, vraagt dat dat je jezelf kent.

Dat je je eigen leven beziet, er over nadenkt, je goede voornemens en plannen bekijkt.

Dat je de diepte van je hart kan peilen. Dat je ook eerlijk je zonde en ik-gerichtheid ziet.

Waarom? Omdat het ons hart zo vol kan maken, dat er geen plaats meer is voor Jezus.

Dat je zo vol zijn van jezelf, van je drukte, van je belangen en streven, dat God er niet past.

Het licht was, het licht werd aangekondigd, en … het kwam naar de wereld.

Maar wat gebeurt er dan? Als de volgende stap gezet wordt, en het licht komt?

De wereld wijst Jezus af. ‘Hij heeft de wereld gemaakt, maar de wereld kent Hem niet’. (vs 10)

Op zich is dat nog te begrijpen, hoeveel pijn het ook doet: het is een grote stap om te gaan geloven.  

De wereld kent zoveel duisternis, is zo van God vervreemd, kent zoveel pijn.

Het werd niet opgemerkt dat er in Israël iets bijzonders gebeurd was.

Ja de wijzen kwamen uit het Oosten, maar de koningen en machthebbers knielden niet.

Herodes wilde Hem ook alleen maar uit de weg ruimen. En zo staat de wereld vijandig.

Vijandig tegenover het licht. Vijandig tegenover het leven.

Maar wat nog erger is, wat nog meer pijn doet: Hij kwam naar wat van Hem was,

En ook die hebben Hem niet ontvangen. Hij kwam naar zijn eigen volk, ze hadden het licht van de Bijbel.  

Het volk van Abraham, aan wie God beloofd had dat de Redder zou komen.

Aan wie God als zo vaak voorzegd had dat de Messias zou komen.

De Zoon van David, de Christus: de beloofde profeet, priester, koning.

Hij wordt niet aangenomen, niet geaccepteerd. De Herders komen, de mensen volgen.

Maar uiteindelijk … wordt Hij gekruisigd en weggedaan. Gedood.

Zelfs zijn eigen volk wilde Hem niet, ze wezen Hem af.

En wat doe jij? Het is kerstfeest geweest en je weet weer van de geboorte van Jezus.

Je hebt het licht van de bijbel. Misschien ben je wel gedoopt en ken je Gods beloften.

De wereld kende Jezus niet, zijn volk wilde hem niet ontvangen. Wees Hem af.

Wijs Hem niet af! Loop niet aan Hem voorbij, sluit Hem niet buiten, ga niet je eigen gang.

Het kan gebeuren dat je Hem niet gelooft, erkent en ziet als Gods Zoon.

Maar de bijbel is geschreven, Johannes is gekomen, zodat je wel gaat geloven.

Wijs Hem niet af. Niet openlijk, dat je zegt: ik wil niet met Hem te maken hebben.

Ook al kun je teleurgesteld raken in mensen, kun verbittering voelen, kan de duisternis er zijn.

Kun je vragen hebben: waarom is die duisternis en moeite niet sneller voorbij?

Ik bid dat je dan juist niet Hem afwijst, maar toelaat in je hart.

Wijs hem niet bewust af, maar ook niet onbewust.

Doordat je in naam wel bij Hem hoort, maar niet echt met Hem leeft.

Je hart niet laat vullen met zijn liefde, niet tot Hem praat in je gebed, zijn woord niet opent.

Jezus kwam naar de wereld. Wijs Hem niet af!

                We bidden:

                Vader, U kent ons hart, onze twijfels, onze teleurstelling, onze vragen.

                Dank dat U gekomen bent om de duisternis te overwinnen. Help ons dat we U niet afwijzen!

2) Maar word opnieuw geboren

Ik zei al: bij de geboorte van een kindje kun je een tijd noteren. Kan dat ook bij de tweede geboorte?

Laat ik eerst twee misverstanden opruimen: opnieuw geboren worden gaat niet met je lichaam.

Dat is wat Nikodemus zegt: moet ik dan opnieuw de buik van mijn moeder ingaan?

Moet ik teruggaan. Dat kan toch niet!

En iedereen snapt dat het niet kan, maar Nikodemus wil het graag helder hebben.

Het gaat erom dat je zelf, in je hart, in je gevoel, in de je denken verandert.

Soms staat er een woord dat betekent: opnieuw geboren worden.

Het woord dat hier gebruikt wordt wijst erop dat je van boven geboren wordt.

Dat in je diepste zijn het licht van Jezus doordringt zodat zijn Geest in je woont.

Zodat je je door Hem kan laten leiden en Jezus omhelst als je verlosser.

Maar aan de andere kant. Het gaat niet buiten je lichaam om.

Als dat zo zou zijn, dan zou je lichaam niet opnieuw geboren worden.

Dan zou je lichaam nog in de macht van de zonde zijn, en zou de zonde daarin kunnen werken.

Dan maakt het niet uit wat je lichaam doet en kun je er nog op los leven.

Ook je lichaam verandert. Je houdt dezelfde handen en voeten.

Je houdt dezelfde eigenschappen en karaktertrekken. Kwaliteiten en gaven.

Maar je gebruikt ze niet meer voor jezelf, voor de zonde, verkeerd, maar in de goede richting.

Zoals je zoveel dingen goed of verkeerd kan gebruiken.

Je kunt met je smartphone tijd verspillen, maar ook juiste een ander bemoedigen.

Je kunt met kernenergie schone stroom opwekken, maar ook moordwapens maken.

Je kunt in een fabriek oorlogstuig maken, maar ook landbouwwerktuigen.

Je kunt met je fiets of auto naar een foute plaats gaan, je kunt ook anderen helpen.

Zo wordt je als Jezus in je komt helemaal nieuw gemaakt, met lichaam en ziel.

Hoe kan dat dan? En: hoe gaat dat dan?

In vers 13 legt Johannes het heel duidelijk uit. Deze nieuwe geboorte komt niet:

Omdat iemand graag kinderen wil hebben; of vanuit de seksuele drift van een man en vrouw.

Het is niet dat een mens verlangt om één met God te zijn, het gaat niet via halfgoden.

Nee; het komt helemaal van God.

Dat geloof kun je ook niet aan een ander geven.

Hoe graag je het ook zou willen, niet aan je geliefde, je ouders of je kind.

Geboren worden gebeurt van boven. God is het die begint, die zijn belofte geeft.

Hij werkt dat wonder door de Geest. Maar wijs het niet af, ontvang het als een kind.

Laten we bidden dat God nog veel harten mag openen.

Het is boeiend om in dit startverhaal het geboorteverhaal van Jezus te zien. Er is een verschil:

Want het gaat dan over de echte geboorte van Jezus, en hier over een geestelijk geboorte. 

Jezus werd ook niet geboren uit de wil van een man, maar Gods Geest kwam over Maria.

Zo moeten wij ook vanuit Gods Geest geboren worden. Ben jij opnieuw geboren?

Dan krijg je een nieuw leven! Je bent dan voor altijd met God verbonden. Wat een uitzicht, wat een troost.  Verbonden met de eeuwige schepper van de hemel en aarde, het licht van de wereld.

3) Leef als een kind van God

Het is een eeuwig leven, maar de kwaliteit van leven is ook anders.

Je bent met God verbonden, je wordt vervuld van zijn liefde. Je bent een kind van God.

Ben jij opnieuw geboren?

Vraag jij bij alle beslissingen die je moet nemen in gezin, relatie, werk, vrije tijd om wijsheid en leiding van de Geest. Verlang je naar de Geest? En laat je Jezus wonen in je hart?

En komt dat dan uit je hart: Je gaat dat in je binnenste voelen, in je hart.

De plek waar je herinneringen zijn, je verdriet, je vreugde.

Een plek dieper dan je verstand: waar je vertrouwen is, waar je God ervaart.

Soms zul je dan iets merken van de troost de kracht, alsof de hemel opengaat.

Bijvoorbeeld door een tekst, een preek, een lied. Wat kan muziek juist je hart openen.

Jezus wil graag dat je zijn kind bent: en misschien is het goed om dan echt naar kinderen te kijken.

Die verbloemen nog niet alles, maar kunnen heel direct zijn.

In hun verdriet, in hun blijdschap, in hun eerlijkheid, in hun geloof.

Jezus stelt ze zelf als voorbeeld: wie is als een kind, die mag het koninkrijk van God binnengaan.

Om te geloven, om je hart open te stellen hoef je niet eerst veel te weten of te kunnen.

Het gaat om geloof, om puur en kinderlijk geloof.

Vertrouw op Jezus, geloof in Hem, zing van Hem.

Maar het kan ook zijn dat je je juist afsluit voor God.

Dat je altijd maar heel hard gaat werken, maar ‘doordoet’ en je geen tijd gunt voor je hart.

Het kan zijn dat je je hart wel openstelt, maar voor hele andere zaken dan het licht, dan Jezus.

Daarom: leef als een kind van God, ontvang zijn Geest als zijn kind.

Voor Johannes betekent geloven van God steeds echt een verandering van leven.

Een doen naar zijn geboden. Een leven zoals Hij dat gevraagd heeft.

Radicaal breken met de zonde, met het duister. Niet voor jezelf leven.

Bid daarom dat je zo opnieuw geboren wordt.

                En daarin staan we niet met lege handen. Johannes begon niet bij zichzelf.

Hij begon bij Gods geweldige scheppingswerk en hoe stap voor stap naar de wereld kwam.

Aan Nikodemus mag Jezus Johannes 3:16 uitleggen. Johannes schrijft het op zodat wij geloven.

Open jij je hart, geloof je in Jezus Christus. Dan mag je zeker weten: Ik ben opnieuw geboren!

Amen.  


Jozua 1:1-9 – God belooft dat Hij meegaat!

januari 5, 2021

Preek Heemse, 1 januari 2021

Tekst: Jozua 1:1-9

U die geliefd bent in Jezus Christus,

[#1] We hebben 2020 achter ons gelaten. Het jaar is weggegleden.

Wat gaat 2021 ons brengen? Wat gaat er gebeuren? Geen mens die het weet.

Ik las dat een voorspeller een soort corona had voorspelt.

Tegelijk had hij ook zoveel mis dat ik dan denk: Logisch dat er wel een goede voorspelling bij zit.

Hoe zal het gaan met ons gemeente zijn: kunnen we elkaar weer ontmoeten?

Samen zingen in een volle kerk?

Hoe zal het gaan wat betreft je familie? Ouders, broers en zussen, kinderen, kleinkinderen?

Wat zal er met je portemonnee en de economie gebeuren nu het zo’n zware klap heeft gehad?

Hoe gaat het met je gezondheid en het sporten? Hoe gaat het met de vakantie?

Maar bovenal: Hoe zal het gaan met je relatie met God?

[#2] Vanmorgen staat Jozua op de grens van een nieuw land, het beloofde land.

Ze staan bij de ingang van het land, ze hebben er al zolang naar uitgekeken.

Mozes had hen tot nu toe geleid, maar er is geen gemakkelijke start.

Het eerste wat hier staat is: Mozes is gestorven. Hun leider is er niet meer.

Hoe moeten ze nu de Jordaan over? Hoe komen ze langs Jericho?

Hoe zal hun toekomst eruit zien, als er nog allerlei gevaren opdoemen?

Zo kan het soms moeilijk zijn om een stap verder te zetten.

Soms lijkt het of je voor een muur staat. Wat moet je gaan doen? De toekomst is soms zo onzeker? 

[#3] Als je het van jezelf verwacht lijkt het een onmogelijke opgaaf.

Maar laten we vanmorgen luisteren naar de manier waarop de HEER zijn volk moed inspreekt.

Hij geeft een nieuwe leider, Hij spreekt hen toe, Hij spoort hen aan:

God belooft dat Hij meegaat!

1. In wat voor situatie ook

2. Samen op pad

3. Naar een nieuwe toekomst

God belooft dat Hij meegaat in wat voor situatie ook

Zoals oud en nieuw een drempelmoment is, zo is dat ook hier in Jozua.

Al vanaf dat God Abraham het land beloofde, is het wachten op het moment dat ze binnentrekken.

Ze moesten eerst allerlei omwegen bewandelen, maar uit Egypte riep God zijn volk.

Dat het niet blijft bij woorden, maar dat er daden komen: dat ze werkelijk het land binnengaan. 

[#4] Maar wat kunnen ze verwachten van Jozua? Je ziet dat er veel van leiders wordt verwacht.

Juist in een situatie van crisis kan het vertrouwen gaan of komen. Velen hebben vertrouwen in Rutte.

Het vertrouwen in de koning is juist enorm gekelderd. Zal Jozua dit kunnen doen?

We kennen Jozua al heel lang. Vanaf het begin wordt hij door Mozes aangewezen.

Er staat hier dat hij een knecht is, maar dan wel de hoogste knecht:

Mooi vertaald is dan ook, de rechterhand van Mozes 

Hij moet in de strijd tegen Amalek de handen van Mozes omhoog houden.

Mozes had hem de handen opgelegd. Hij had de zegen gekregen.

Wat moet het voor hem als leider ook moeilijk zijn geweest!

Hoe moest het nu verder? Hoe komen ze de rivier over en het land in?

Zou hij, na zo’n grote leider als Mozes, vertrouwen van het volk krijgen?

Het mooiste is dat Jozua vanuit God de kracht krijgt. God spreekt met hem.

Hoe dat ging? Hoe hoort hij God praten? Misschien in zijn hoofd.

We weten het niet zo goed. Maar Jozua weet dat dit de Heer is.

God neemt hem waarschijnlijk mee naar een hoge berg: en wijst het hele gebied aan.

Jozua kan het land, het land van de Hethieten, het land Kanaän al zien liggen.

Van de hoge libanon daar in het Noorden, tot de woestijn in het zuiden.

Van de zee in het westen tot de grote rivier, de Eufraat in het oosten.

Een enorm gebied: Als Israël vandaag die grenzen zou aanhouden zou het heel wat oorlog opleveren.

Ik zal het jullie geven!

[#5] Israël is nog in de vlakte van Moab, opgesloten voor de Jordaan. Ze kunnen het land niet binnen.

Nog steeds zijn het gaan daden, maar opnieuw woorden van de Heer.

Hoe vaak hebben ze die woorden en beloftes niet al gehoord?

Zo kan het vandaag ook gaan als je de woorden van God hoort.

Je hoort dat God belooft: Ik zal er zijn! ik geef mijn belofte. Ik ga met je mee.

En dat is mooi als het je goed gaat, maar als het fout loopt? Is hij er echt in elke situatie?

Ook als het je veel verdriet krijgt? Als je maar moet hopen dat het beter wordt?

Als je onderzoeken moet ondergaan, zorgen hebt rondom je kinderen?

Als je het idee hebt alleen voor een moeilijk klus te staan. Zorgen hebt om gezondheid.

Je vrienden, je familie mist. Zo graag weer gewoon samen zou willen zijn.

Juist in de bijbel wordt het volk zo ook enorm op de proef gesteld.

Er is een toenemende spanning. Elke keer beloofd God weer het land.

Maar ze hebben er al veertig jaar niets van gezien. Wat een tijd!

Veertig jaar zwerven in de woestijn. Wij zijn het na bijna een jaar corona al wel zat!

Wat kan het moeilijk zijn om op God te blijven te vertrouwen.

[#6] Maar dan zegt God: ik zal niet van je zijde wijken en je niet verlaten.

Eenzaamheid en verlatenheid is één van de grootste moeiten die je in het leven kan ervaren.

De mens is gemaakt om te leven tussen andere mensen, om met elkaar te leven.

Zonder contacten, zonder mensen die om je heen staan houd je het niet vol.

Wordt leven geen leven meer. En zo was het zeker in de woestijn:

Als je in de woestijn los kwam te staan van andere mensen en aan je lot werd overgelaten,

Dan redde je het niet. Je het elkaar hard nodig om door de woestijn heen te komen.

Je hebt elkaar hard nodig, juist in moeilijke situaties.

[#7] Juist nu laat God zien: het zijn maar niet woorden. Ik ben een persoon: Ik ben bij je.

Ik wijk niet van je zijde, ik laat je niet alleen.

Ik zal je nooit, maar dan ook nooit, helemaal nooit alleen laten. In wat voor situatie ook.

Waar je ook in terecht komt.

Hij zegt niet: je krijgt een leven zonder zorgen, alles perfect om een rijtje.

Nee, er komt strijd, machten moeten overwonnen worden, maar: Ik laat je niet alleen.

Hij is trouwer dan een man of vrouw die bij het huwelijk trouw beloofd heeft.

Hij is nog trouwer dan een moeder of vader die haar kind nooit alleen zal laten.

Je hoeft niet bang te zijn dat je alleen komt te staan, dat God je vragen niet zal horen.

Die woorden staan centraal aan het begin van Jozua. Wat het volk ook door of meemaakt.

God zal ze niet loslaten, alleen laten of overlaten aan een ander.

De band tussen God en zijn volk kan niet verbroken worden. Tussen jou en God ook niet.

Niets zal je kunnen scheiden van de liefde van God in Jezus Christus,

geen krachten of machten, en ook niet heden of toekomst!

[#8] 2. God belooft dat Hij meegaat [in elke situatie], maar ook: dan ga je samen op pad.

God verwacht ook iets van jou. Hij zegt hier gelijk daarna: Wees vastberaden en standvastig.

Je kunt niet zeggen: nu komt het vanzelf wel goed. Wees sterk en moedig!

God zegt: Ik ga mee, maar loop niet bij me weg. Denk niet dat ik automatisch bij ben.

Jozua kan ook niet zeggen. God zorgt en dan blijf ik wel in mijn tent liggen.

Op een kleedje, lekker in de schaduw. Wij zouden zeggen: in mijn luie stoel of op de bank.

Zappend langs de zenders en scrollend op je telefoon.

Het volk moet in beweging komen. Zich als een moedige held gedragen.

Er moet voldoende voedsel komen, ze moeten aan de slag, het volk moet zich klaarmaken.

De vreemde volken moeten verdreven, de vreemde goden weg, het land moet verdeeld.

[#9] Wat dan belangrijk is, is dat ze zich houden aan Gods wet.

Anders gezegd: de onderwijzing en aanwijzing van God mag niet uit hun mond verdwijnen.

Waarom zo’n opdracht aan het begin van de oorlog?

Dat is omdat Jozua niet het handboek is van Jan Soldaat. Waar staat hoe je moet vechten.

Maar het is het boek waarin God aanwijst hoe je goed op pad gaat.

Men las vroeger hardop, wat nog steeds goed is om te doen:

Dat overdenken zoals ook in Psalm 1 staat, helpt je om de Heer dicht bij je te houden.

Zo kun je op pad gaan met God. Zo wil God met u op pad gaan, ook in 2021.

Welke weg wijst God dan? Wat is zijn pad? Soms kan het lastig zijn om dat te zien.

Als je het idee hebt dat je verdwaald raakt, als er strikken en vragen om je heen liggen.

Juist op de drempel van het nieuwe jaar, met misschien ook goede voornemens komt die vraag.

Waar kom je vandaan, waar ben je nu, waar ga je naar toe. Wat zijn je doelen?

Zoals Jozua terug mocht grijpen op Gods beloften, mogen wij dat ook doen.

God belooft vanaf je prille begin al om met je mee te gaan, heel je leven, alle dagen.

We zijn op weg met Hem, op weg naar Hem. Dat is het echte, eeuwige leven.

En hoe ga je die weg? God zegt: vertrouw op mij, ga met mijn woorden en beloften op pad.

Wees sterk en moedig, dat betekent niet alleen volhouden: het betekent dicht bij de bijbel leven.

Gods woord is een kracht, een lamp voor je voet, een licht op je pad. Neem die woorden in je mond.

[#10] Soms kun je het idee hebben dat je de grip op je leven verliest.

Dat het leven bestaat uit allerlei losse delen, uit verschillende vakjes, dat je het overzicht mist.

Juist oud en nieuw is een moment om wat meer van boven te kijken, op Jezus te letten.

En dan klopt het dat de duivel rondgaat en op allerlei manieren ons probeert af te leiden.

Ons leven probeert te verknippen, en zo vol te maken, dat Gods woord uit onze mond verdwijnt.

Jozua mocht voorop gaan in het wijzen op God. Zo alleen was hij een goede leider.

Omdat Hij wees op God. Zo mocht hij het volk bevrijden en in vrijheid laten wonen.

Later mocht een nieuwe Jozua komen, of Jezus, zoals wij Hem kennen.

Hij laat zien dat de Heer verlost. Hij is de weg gegaan: van de kribbe naar het kruis.

Hij is opgestaan uit de dood en heeft de macht van Satan gebroken. Hij wil jouw leider zijn!

Volg Hem en je verliest het doel niet uit het oog, luister naar zijn stem. En vind zijn vrede.

Kom in beweging, ga op pad. Laat je de weg wijzen door zijn woorden. Ook in 2021.

[#11] 3. Dan ga je een mooie toekomst tegemoet

Ookal begint het boek Jozua met het sterven van Mozes, toch is Jozua een hoopvol boek.

God gaat verder, Hij geeft een nieuwe leidsman, en een vaste belofte.

Ze zullen het nieuwe land binnengaan en Jozua mag hen leiden.

Elke plek waar ze hun voetzool op de grond zetten zal God aan hen geven.

Een krachtige bemoediging. Wie zo met God gaat, gaat een mooie toekomst tegemoet.

Laten we zo op weg gaan, 2021 in. Laat je door niets weerhouden of ontmoedigen.

Door niets? Ik kan me zomaar zorgen maken. Over hoe het gaat met het coronavirus.

Over hoe het gaat met mijn gezondheid. Over hoe het gaat met de schepping.

Over hoe er aandacht is voor zwakken, vluchtelingen, gekwetsten.

Dan kunnen angst, zorgen, spanning, neerslachtigheid zomaar opkomen.

En daarin verschillen de mensen van Jozua, terwijl ze voor zo’n mooie toekomst staan niet van ons.

Jozua zegt hier laat je niet weerhouden of ontmoedigen.

Anders vertaald: sidder niet en wordt niet verschrikt.

Het Hebreeuws ken veel meer woorden voor bang zijn, angstig zijn dan wij.

Was die tijd nog veel onzekerder: zonder verzekeringen, in een tentje, zonder ziekenhuis?

En toch zegt God: wees niet bang, vrees niet, tril niet, beef niet. Zelfs niet als je Jericho ziet liggen.

Waarom niet? Omdat Ik het ben die meegaat. Omdat ik dit land in je macht zal geven.

Niet door eigen kracht, niet door geweld, niet door jullie kunnen. Maar door mijn macht.

Ik bevrijdde jullie uit Egypte, ik spleet de rode zee, ik zal de Jordaan openen.

Stel je vertrouwen op mij. Omdat Jezus heel de weg gegaan is, zal ik jullie veilig leiden.

Omdat Hij sterker was dan dood en graf, mag je zeggen: nu is de dood overwonnen.

Aan zijn hand mag je met vertrouwen de toekomst tegemoet gaan.

Nee, dat kun je niet omkeren. Dat als het iemand niet goed gaat, hij zich hier niet aan houdt.

Of dat iemand die het wel goed gaat, heel veel van God verwacht heeft.

Je kunt er geen liniaal naast leggen: Zo werkt God niet. Wij kunnen hem niet narekenen.

Maar dit zijn wel de eerste woorden die klinken voor Jozua, en zo ook op de drempel van het jaar. Een duidelijke richtingwijzer, een kompas: Ga die kant op, daar is het heil, daar is het geluk!

Wie daarheen gaat, is op weg naar een geweldige toekomst, mag nu al getroost op weg zijn.

Of nog beter: het is geen peil, zelfs geen navigatie apparaat: het is een persoon.

God zelf zegt: ik ga in Jezus met je mee. Daarom hoef je nooit alleen te zijn.

Daarom hoef je niet bang te zijn of te vrezen. Want Ik ben bij je. Ik zal er zijn, ook in 20-21!

Amen


Matteus 2:13-15 – Hoor, doe en geloof Gods Woord!

december 29, 2020

Preek Heemse, 27 december 2020

Tekst: Mat. 2:13-15

Geliefde gemeente,

Hoor je wat God zegt?

[#1] Stel je voor dat je opeens niet meer veilig bent in je huis.

Dat je gevaar loopt doordat je huis in een oorlogsgebied komt te liggen.

Of dat iemand je wil doden en dat zelfs bewaking voor de deur niet meer helpt.

Misschien voel je je niet veilig omdat het coronavirus is binnengedrongen.

We leven in vreemde tijden: Engeland ging deze week op slot. Wie had dat kunnen bedenken.

Sommigen namen nog stel de trein of het vliegtuig, weg bij dat gemuteerde virus.

Terug naar hun vertrouwde of bekende plaats.

Maar sommige chauffeurs moesten kerst vieren bij hun vrachtauto.

[#2] Ook Jezus was niet meer veilig in zijn huis!

We lezen hier dat midden in de nacht een engel bij Jozef komt.

Wat zal Jozef geschrokken zijn! De wijzen uit het oosten waren net weg gegaan.

Via een andere weg terug dan ze gekomen waren.

Het was net zo goed en mooi geweest: kostbare geschenken van vreemde gasten.

Maar nu, niet alleen een droom, maar zelfs een engel in de droom, die zegt dat het niet goed gaat.

Koning Herodes is er op uit om zijn kind uit de weg te ruimen.

De wrede koning Herodes die aan het eind van zijn leven bang is voor alles en iedereen.

Die schuldige en onschuldige mensen uit de weg ruimt. Zelfs zijn eigen familie.

Rare laatste stuiptrekkingen van een paranoïde, wrede heerser.

Het betekent dat het leven van Jezus gevaar loopt!

Net als vroeger Mozes als kindje niet veilig was in zijn eigen huis.

Jezus komt in een wereld met pijn, tranen, vluchtelingen, strijd, zuchten, gebrokenheid.

[#3] Op het moment dat Jozef de droom krijgt, kun je dat nog niet zo erg merken.

Er kloppen geen soldaten op de deur. Ze staan niet met een zwaarden klaar.

Nee, een engel van God levert aan Jozef dit bericht af.

God zelf heeft hem gestuurd. God wil Jozef bereiken en iets vertellen.

We leven in de wereld waarin veel mensen God buiten hun leven hebben gesloten.

Ze kunnen zich niet voorstellen dat God nog spreekt.

Ze wijzen op de toestand in de wereld, pijn, nood en verdriet. En ze zeggen: waar is God?

Of ze vinden het achterhaald, middeleeuws, raar om in een engel te geloven.

Maar als Jozef dacht dat dit niet kon, was hij lekker verder gaan slapen, had hij de boodschap gemist.

Dan was het helemaal verkeerd afgelopen, en zouden de soldaten wel komen.

Daarom is het zo mooi dat Jozef het wel hoort. Hij stelt zich open.

Hoor jij ook wat God tegen je zegt? Stel jij je open voor Gods woorden?

Vraag je: Heer, wijs mij de weg? Leer mij uw doel? Geef mij een open oor en een open hart?

Wanneer je dat doet: dan zie je waar je Gods liefde kan delen en een ander kan helpen.

Maar dan zie je ook het gevaar! Dat er kwaad en goed is. Dat er een strijd is.

Lees je bijbel, vouw je handen, stel je open voor Gods woorden en strijd de goede strijd!

Doe je wat God zegt?

[#4] In de woorden van de engel zit veel spanning en dreiging. Heel plotseling komt de engel.

Indringend zegt Hij: vlucht weg! Sta gelijk op en pak je spullen.

Jozef hoort het, en … hij doet het ook.

Je kunt soms een opdracht krijgen.

Iets moeten doen. Weten dat iets verkeerd of goed is. En toch anders doen.

Omdat je moe bent, geen zin hebt, je zelf het nut niet zo ervan inziet.

Maar Jozef luistert gelijk. Hij neemt het kind Jezus en zijn vrouw mee.

Drie keer spreekt de engel tot Jozef in het begin van Matteüs. Drie keer luistert hij.

Drie keer gaat het over het kind en zijn moeder. Het draait allereerst om Jezus, en dan om Maria.

[#5] Het betekent dat ze op reis gaan. Naar Egypte gaan ze, misschien zou je dat zelf wel willen.

Lekker warm, gaan duiken, de Pyramides bekijken, een mooie vakantie bestemming.

Maar voor Jozef gaat dat zo niet. Geen voorpret en voorbereidingen, niet een verzorgde reis.

Geen idee hoe het zal gaan en waar hij terecht zal komen.

Niet al van te voren al je koffers klaar hebben liggen.

Nee, hals over kop, in het donker van de nacht pakken je het beetje bagage wat ze hebben.

Ze stoppen het in hun reistassen, en ze gaan maar op pad. Naar Egypte, naar een veilige plek.

Het gaat zoals het vandaag gaat:

als nu iemand moet vluchten, dan hoort hij van een ander waar het veilig is.

Zo waren er al heel wat Joden gevlucht naar Egypte. Er was zelfs een tempel in Leontopolis.

Dan gaan Jozef, Maria en het kindje op weg. Als gewone asielzoekers.

Verdreven van huis en haard. Niet zoals in sommige boeken wordt beschreven:

Dat de palmbomen bogen voor de koning en dat er wonderen gebeurden.

Nee, gewone mensen, midden in de nacht. Met de redder van de wereld.

Het is zo eenvoudig geschreven, dat het er voor pleit ervoor om dit verhaal te geloven.

Wie schrijft er nu een boek over een redder, de koning, en dan moet die koning vluchten?

En toch was zo de weg van Jezus: Hij werd één met onze ellende en nood. Voor Hem was geen plaats.

[#6] Doe jij wat God zegt? Ik zag hoe iemand alle opdrachten van God en Jezus op een rijtje zette.

Wat vraagt God van mensen in Matteüs?

In Matteüs zegt God eerst: neem Maria tot je vrouw.

Daarna door een engel: vlucht naar Egypte. Vervolgens: keer weer terug.

En dan geeft Jezus ook nog veel opdrachten: Ik wil dat je mij laat dopen.

Tegen Petrus: verlaat de visnetten. Tegen de man met huidziekte: ik wil dat je beter wordt.

Soms lijken Gods geboden heel duidelijk, maar wat vraagt God nu van jou in jouw situatie?

Dat kan soms heel verschillend zijn. God geeft het niet altijd om een briefje.

Maar als je thuis raakt in de bijbel, als je er met andere gelovigen over praat.

Als de weg die je wil gaan wijs en verstandig is: ga die weg dan ook.

Ook als je de uitkomst misschien nog niet helemaal weet. Begin maar.

Dus niet alleen: hoor Gods wil. Maar ook: doe er dan naar. Als je Gods wil ziet:

Ga die weg, ook al gaat het tegen je eigen belang in. Uiteindelijk is het de beste weg die er is.

Geloof je wat God zegt?

[#7] Als we verder lezen, dan staat er dat dit zo moest gebeuren.

Het was maar niet iets onverwachts, en was maar niet toevallig.

Ook al is het een bijzondere opdracht. Op deze manier gaat Gods plan in vervulling.

Matteüs die vooral schrijft voor de Joden laat zien dat zo klopt wat Hosea schreef.

Eens was het volk uit Egypte geroepen naar het beloofde land.

Hosea noemt het volk de zoon van God. Nu is die zoon van God zelf geroepen.

Zo krijgt die zoon Jezus echt helemaal deel aan het Israëliet zijn.

Het volk wist wat het was om geen thuis te hebben, om op de vlucht te zijn.

Ook voor Jezus was geen plaats, Hij moest vluchten.

Maar zo kon Hij werkelijk ons bestaan op zich nemen.

Zo werd zijn leven nu nog gespaard, zodat Hij later voor ons kon sterven.

[#8] Heel vroeger was Mozes eens zo gespaard. Alle jongetjes moesten gedood.

Maar Mozes ontkwam. God had een ander plan met zijn leven.

Hij moest zorgen dat heel het volk bevrijd werd.

Ook daar was een vijandelijke macht: een Farao die het tegen het volk opnam.

Zo is het hier Herodes die alles in het werk zet om Gods plan te dwarsbomen.

Uiteindelijk zit het kwaad erachter.

Zeker als je over het duivelse plan hoort dat zo’n 20 baby’s uit Bethlehem gedood worden.

Zo zie je dat God niet zomaar wat doet. Hij is het die het licht in de wereld brengt.

Die het licht wil doen overwinnen en het kwaad wil verdrijven. Hij stuurt aan, wijst de weg.

[#9] Geloof je zo dat God deze wereld leidt. Nee, dat is niet makkelijk.

Soms zie je nog zo weinig van het licht dat overwint. Soms is er tegenslag.

Maar in Jezus heeft God wel het licht ontstoken. Is zijn reddingsplan zichtbaar geworden.

Heeft zijn woord onder ons gewoond, als kind al!
Van kribbe tot kruis: ervoer hij wat het was om te vluchten, de lijden, de pijn te dragen.

Als je alleen bent, als je rouw hebt, als je ziet dat anderen het goed hebben en jij niet.

Als je misschien wel je wil verstoppen voor al die kitscherige kerstgedachten.

Als jouw gevecht en last het leven zwaar maakt: zie dan op Jezus en geloof dat Hij kwam voor jou.

Jozef geloofde de engel, geloofde God. Hij ging deze weg met het kind en Maria.

Wat doe jij? Geloof je dat God bezig is met zijn plan.

Dat Hij zijn volmaakte, eeuwige rijk wil laten komen?

Ga je op weg, luister je naar zijn aanwijzingen, stel je daarvoor open?

Laten we zo biddend dat God ons verlost van het kwaad, en zijn rijk wil laten komen, op weg gaan.

In vast vertrouwen dat Hij het kwaad overwint, en dat Jezus koning is.

Dat de Heilige Geest dat geloof ook in jou hart mag geven.

Dat Jezus niet alleen voor anderen, maar ook voor jou gekomen is.

Zodat wat de toekomst ook mag brengen, je je door de hand van zijn vader mag laten leiden.

Geroepen uit de ellende, op weg naar het beloofde land.

Amen!


Openbaring 3:7-13 – Wees trouw en ontvang de prijs! (Filadelfia)

september 28, 2020

Preek Heemse, 27 sept 2020

Tekst: Openbaring 3:7-13

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[1] Jongens en meisjes, Wat is het geweldig als je een prijs wint.

Als je een medaille omgehangen krijgt, als je de beker hebt.

Een teken van waardering, je hebt gewonnen.

Je hebt volgehouden en doorgezet. Je bent overwinnaar.

Wat is het geweldig wanneer je bij Jezus, overwinnaar hoort.

Dan krijg je ook een beker, een prijs, een erekrans. Dan ben je overwinnaar.

Dan mag je met Jezus wonen in de hemel, gekocht door Hem.

Wanneer het leven hier op aarde eindigt, mag je wonen bij God.

[2] Hier in Openbaring krijgt elke kerk een brief van Jezus.

Jezus staat in de hemel en heeft zeven sterren en zeven standaards om zich heen.

Zeven engelen en zeven gemeenten: elk geeft hij een eigen brief.

Een brief waar vaak bezorgdheid in doorklinkt, waarschuwingen, verwijten.

Een inleidende brief op het vervolg van openbaring, hoofdstuk 3-22 dat ze ook krijgen.

[3] Aan de gemeente van Filadelfia wordt geschreven:

Jullie hebben de Lauwerkrans! Jullie delen in de overwinning.

Dat zegt Jezus. Hij wordt hier voorgesteld als degene die betrouwbaar is.

Hij is Heilig. Hij is de zoon van God. Hij bepaalt wat er gebeurt.

Wat zou het geweldig zijn als je dat vandaag op jezelf mag betrekken.

Ik ben de champion, de overwinnaar, wij als gemeente blijven staande, ook bij moeite.

Dat Jezus ons niet hoeft te waarschuwen, maar complimenten kan geven!

[#4] Is dat nodig dan, heb ik zijn woorden nodig, dat Hij mij waardeert en beloont?

Dat hebben we zeker nodig, want kijk maar hoe Jezus zich aan het begin voorstelt.

Ik ben de heilige en betrouwbare. Ik ben degene die de sleutel van David heeft.

Als ik open, zal niemand sluiten. Als ik sluit zal niemand openen.

Eljakim was degenen die het beheer over de sleutel kreeg.

De Sleutel van David. Hij bepaalde wie erin kwam.

Toen Jezus zijn leerlingen, de apostelen instructie gaf zei Hij:

Als jullie openen, kan niemand sluiten. Als jullie sluiten kan niemand openen.

Als je geen sleutel hebt, jongens en meisjes, sta je voor een dichte deur.

Dan moet je iemand bellen: Jezus heeft de sleutel.

Wie gelooft in het Woord van Jezus, wie Hem aanneemt zal gered worden.

Mag binnengaan in de Heilige Stad Jeruzalem. Voor hem staat de poort open.

[#5] Maar wat hebben ze nu precies gedaan in Filadelfia?

Er worden geen grote dingen genoemd. Ze hadden niet geweldige dingen voor God gedaan.

Ze worden niet geprezen om hun geweldige prestaties.

Ze hadden niet heel veel geld om anderen te helpen.

Niet heel veel macht om op te komen voor gerechtigheid.

Er waren geen dingen gebeurd, waar wereldwijd over gesproken werd.

Nee, ze waren sinds hun oprichting maar een kleine club gelovigen geweest.

Zo staat het er ook: ‘ook al hebt u weinig invloed’

en een ander vertaalt: ‘ook al hebt U weinig geld’.

Wat hebben ze wel gedaan? De engel schrijft aan de gemeente.

U bent trouw gebleven aan wat ik heb gezegd en hebt mijn naam niet verloochend.

Dat hebben ze gedaan! Daar munten zij in uit! Daar krijgen ze de lauwerkrans voor!

Als Jezus uitlegt wat Hij gaat doen en wat er van je verwacht wordt, zegt in Johannes steeds:

Ik wil dat u in mij blijft en dat mijn woorden in u wonen.

Dus dat je de woorden van God, van Jezus tot je neemt.

Dat je verbonden blijft met Hem. Dat je de verkondiging van dat woord niet minacht,

Maar je elke dag en op zondag laat voeden door zijn woorden.

Ook in coronatijd niet zegt: eigenlijk zou ik moeten luisteren … maar dat je gewoon luistert.

Niet: eigenlijk zou ik moeten lezen, … maar dat je gewoon leest.

Dat je ook als de kerk zoveel te verduren heeft, op zijn grondvesten wankelt,

Als de kracht van het ongeloof en geloofsverlating om ons heen voelbaar is,

Dat je dan tegen de stroom in verbonden blijft met het woord en met Jezus.

En dat je dan zijn naam niet verloochent. Niet zegt: ik ken Hem niet. Maar enthousiast bent!

Niet zwijgt als het gaat over zijn naam. Maar niet alleen in de kerk, maar ook bij het kampvuur,

Aan de bar, bij de buren, bij het sporten, eerlijk je liefde voor Jezus laat zien.

Dat je laat merken dat je hem liefhebt met heel je hart, met heel ziel, met al je krachten.

Hem alleen, zijn naam en zijn dag. Dat je daarin trouw bent op je eigen plaats.

Paulus zegt: wie staat moet oppassen dat je niet valt (1 Kor 10:12)

En daarvoor vraagt God niet meer dan dat je trouw bent aan zijn woorden en Hem niet verloochent

[#6] En het bijzondere is dat die gemeente dan ook uitermate gezegend wordt!

Waar de meeste gemeente aan wie Paulus schrijft alleen maar met zichzelf bezig zijn.

Hun best moeten doen om zelf staande te blijven en intern verdeeld zijn.

Is deze gemeente een gemeente die oog heeft voor buiten.

Deze gemeente krijgt een geopende deur. De deur naar deze gemeente staat open!

En dat gebeurt het zelfs dat een groep Joden, die van de synagoge zijn.

Die de tegenstander van de gemeente zijn geweest en ze steeds dwars zitten.

Wat we ook steeds tegenkomen wanneer Paulus in een van die steden van Turkije komt.

Dat de mensen opeens tot het inzicht komen dat Jezus de redder is.

Ze zullen zich bij Gods gemeente voegen en neerknielen.

Ze zullen de gemeente niet bestrijden, maar zeggen: Jezus heeft deze gemeente lief.

Wij willen daarbij horen en willen dat Hij ook ons liefheeft.

Wat een wonder en wat een stimulans voor ons zendings- en evangelisatiewerk!

Toen er eens een zendeling in China kwam, vertelt J.H. Bavinck, vroeg iemand hem:

Hoe wilt u in dit enorme land, met zijn oude cultuur en oude godsdienst iets bereiken.

En toen zei hij: als mensen voelen we ons klein, maar God kan wonderen doen.

Wanneer we ons als kerken klein voelen en er maar weinig mensen naar de kerk kunnen.

Wanneer een liberale, humanistische visie op het leven het levensgevoel bepaalt.

Mogen we het van God verwachten: Hij kan ons een geopende deur geven.

Een mogelijkheid tot gesprek om het geloof te delen. Hij is tot wonderen in staat.

Als wij maar dicht bij zijn woorden blijven en die woorden in ons laten wonen.

Enthousiast zijn en uitnodigen. Trouw zijn op onze eigen plek, dan zal Hij grote dingen gaan doen!

[#7] Dan komen we bij vers 10. Hier komt die lauwerkrans, die gouden medaille in beeld.

Ik wekte misschien de indruk: deze gemeente krijgt complimenten, hier is alles welk goed.

Toch kun je ook niet zeggen: ga maar op je lauweren rusten, het komt wel goed.

Je hoeft niets meer te doen. Jullie zijn al gered. Als een soort automatisme.

Juist over de Lauwerkrans wordt gezegd: ‘niemand moet die van je af kunnen nemen!’.

De engel begint hier over de tijd van de beproeving.

Een woord dat we kennen uit het onze vader: Leidt ons niet in beproeving.

Openbaring staat er vol van hoe er tijden van beproeving zullen komen.

Juist daarom, om dat aan te kondigen is dit boek geschreven.

Van alle kanten kunnen we in het nauw komen: door rampen, door ziekten.

Vanuit onszelf kan er angst, ongeloof, onbegrip, twijfel komen.

Anderen kunnen hun opmerkingen hebben, hun kritiek, je afwijzen.

Zie dat tegenstand uiteindelijk van de duivel komt;

We hebben een vijand die wil vernietigen wat God bouwt.

Als je trouw wilt zijn aan Jezus zul je hem tegenkomen: komt er tegenstand.

Maar zegt Jezus: omdat u trouw bent geweest aan mij, zal Ik ook trouw zijn aan U.

Ik kom spoedig! Ik haast mij om te komen. De bemoediging van het eind van het boek.

Die mag ook hier al klinken. Houdt vast aan wat u hebt.

Dus niet: het zit wel goed. Maar wel … ga zo door! U hebt de belofte gekregen.

U hebt de lauwerkrans al op uw hoofd. Als U zo vertrouwt op de belofte, dan neemt niemand die af.

[#8] Tenslotte volgt er een laatste belofte:

Je zult een zuil worden in de tempel van God.

Je zult een plek krijgen in het nieuwe Jeruzalem en mag dicht bij God wonen.

Vroeger had je in de tempel ook dat er zuilen opgericht werden.

Voor elke heerser, werd ter herinnering een zuil opgericht.

Met de naam van zijn vader, zijn eigen naam en de naam van zijn stad.

De tempel werd steeds voller en wie niet belangrijk was werd weggehaald.

Net zoals hier aangesloten wordt bij de olympische spelen met de lauwerkrans,

Begreep iedereen waar je het over het als het ging om de zuilen in de tempel.

Straks op de nieuwe hemel en nieuwe aarde, in Gods tempel krijg jij een plek.

Helemaal nieuw: maar niet op eigen kracht. Het is door de kracht van God.

Dan staat erop de naam van God de vader van Jezus, de naam van de nieuwe stad

en ook de nieuwe naam van Jezus: hij die de overwinnaar is.

Misschien een nieuw beeld voor jou, voor mij in ieder geval wel.

Een beetje doods zo’n zuil, maar het laat zien: Gods tempel, zijn nieuwe stad,

Wordt gebouwd door zijn gelovige kinderen. Hoe de duivel ook tekeer gaat,

Hoe wij ook kunnen twijfelen aan de uitkomst. God is trouw.

Zijn getal komt vol. Samen met de mensen die ons voorgegaan zijn en de prijs al hebben,

Zullen we dan voor eeuwig daar wonen.

Niet uit eigen kracht, maar omdat de naam van Jezus op ons hoofd is geschreven. Amen 


kinderblad

september 13, 2020

Spreuken 6:6-11 – Ga tot de mieren, luiaard!

augustus 17, 2020

Preek Heemse, 16 augustus 2020

Tekst: Spreuken 6:6-11

Geliefde gemeente,

[#1] Maar met welke houding ga je aan het werk?

[#2] Als je een boekwinkel binnenloopt of kijkt wat er allemaal aangeboden wordt,

Dan zie je dat er nogal wat boeken en cursussen zijn die gaan over ‘levenskunst’.

Hoe werk je effectief? Hoe onderhoud je goed relaties? Hoe voed je je kinderen op?

Hoe ga je om met tegenslag en angst? Of over: verstandig omgaan met je geld en je tijd.

Zelf heb ik tijdens mijn studie veel gehad aan het boekje dat ik kreeg: studeer actief!

Van die boeken kun je veel leren. Mensen hebben dingen ontdekt, zijn wijs geworden.

Die wijsheid en ervaring geven ze door via boeken en cursussen.

Daardoor leer je jezelf beter kennen, de ander en leer je om de dingen handiger te doen.

Je leert een juiste houding, en zeker als je een opleiding doet word je zoiets ook bijgebracht.

[#3] Het mooie is dat de Bijbel ons ook zulke tips en ervaringen wil leren.

Wijsheid, die soms gewoon algemene levenswijsheid is.

Salomo heeft 3000 spreuken en 105 liederen gedicht, over planten, vogels, vissen (2 Kon 5:13).  

En ook over dieren, zoals we vandaag lazen over de mier.

Koningen van andere volken kwamen om van zijn wijsheid te leren.

Zeg maar een soort managementcursus 1000 voor Christus.

Wat is de nu christelijke van de Bijbelse Wijsheid?

Terug van vakantie lag er een artikel van Iain Duguid op mijn deurmat over:

Hoe preek je vanuit Christus over Spreuken? Hij wijst erop dat Spreuken wel allerlei wijsheid bevat.

Dingen die je ook op andere cursussen leert en in andere boeken leest.

[#4] Maar dat de basis van Spreuken anders is: het begin van alle wijsheid is het kennen van God.

Je hebt in je leven niet het doel om zo rijk mogelijk te worden.

Het doel van dit leven is niet om zo lang mogelijk te leven of het meest sportief te zijn.

Het draait in dit leven niet om de hoogste cijfers, de beste baan en het meeste succes.

We zijn hier allereerst om aarde gezet om God te leren kennen.

Om voor Hem leven, om te ontdekken wat Jezus voor ons gedaan heeft.

Om zo hem de eer te geven en God en de naaste lief te hebben.

Met dat doel voeden we kinderen op, geven we les, zijn we aan het werk.

[#5] Laten we dan teruggaan naar de centrale vraag:

Met welke houding gaan we aan het werk?

Om het simpel te zeggen: je hebt twee soorten mensen.

Degenen die altijd heel druk zijn, geen tijd nemen om te rusten en steeds maar door gaan.

Workaholics. Die voordat de éne klus, het éne huiswerk af is, al weer bezig zijn met het volgende.

Je hebt ook mensen die juist ‘lui’ zijn. Die houden van de snooze knop op hun wekker.

Die hun tijd verspillen achter de schermpjes. Die geen zin hebben om te beginnen.

Die zich graag nog een keer omdraaien of weer terug in bed duiken.

Ze hebben geen lust, geen zin, geen energie om wat te gaan doen.

[#6] Tegen die mensen zegt de Spreukendichter: Ga naar de mieren, luiaard.

Je mag nu even niets gaan doen, dat wil zeggen stil zitten en rustig gaan kijken.

Kijk daar lopen de mieren: ze zitten niet stil. Heb je wel eens een mier stil zien staan?

Een stille mier is een dode mier! 16 uur per dag zijn ze in de weer om eten te verzamelen.

Ze kunnen dingen die 50x zwaarder zijn dan zijzelf vervoeren. Zes pootjes. Mierennest, ventilatie.

Ze leggen voorraden aan voor de winter. Wij kennen vooral de bosmieren en straatmieren.

Vorige week bij de Oldemeijer liepen ze nog over mijn handdoek.

Vorig jaar konden we nog broodjes weggooien omdat ze vol zaten met mieren.

In Israël kan je nog veel meer soorten: van 1 mm tot wel zo groot als een wesp.

Er is niemand die hen aanspoort, maar ze laten geursporen achter en wijzen elkaar de weg.

Daar is de dichter vooral van onder de indruk: ze hebben geen leider, geen aanvoerder, geen koning.

Niemand spoort hen aan, en toch zijn ze met elkaar aan het werk.

In Israël had je mieren die hele voorraadkamer aanleggen met graan.

Ze knagen de korrels door, zodat ze niet kunnen ontkiemen.

Een ijverig volkje!

[#7] En als je daar zo zit, luiaard, wordt dan wijs!

Krijg dan de wijsheid van Salomo, de wijsheid van God.

Als je niets doet, zegt nog even sluimeren, nog even slapen.

Als je je omkeert in je bed als een deur in zijn scharnier.

Dan kan de armoede je zomaar overvallen.

Eerst merk je het nog niet … als je niet zoveel doet.

Maar later … je baas wordt ontevreden over je en ontslaat je.

Eerst krijg je nog misschien geen cijfers,

maar in de toetsweek moet je het bezuren als je niet trouw werkt.

Hier gaat het waarschijnlijk voor over de oogsttijd.

Wanneer je niet gaat oogsten, in de zomer geen voorraden aanlegt, dan heb je in de winter gebrek.

Denk voorruit en ga aan de slag, zodat je niet in de problemen komt.

Daarom: word wijs! Ga aan de slag, doe je taken. Maak dat je je uren en je tijd nuttig besteedt.

Voor jezelf, voor de mensen om je heen en ook in het leven met de Heer.

[#8] Zingen LB 912:1,2,3 en 6

[#9] Waarom vond Salomo het nodig om dat zo te zeggen?

Ik vond het, met deze tropische temperaturen, wel grappig om te lezen dat sommigen zeggen:

In dat warme klimaat was het soms lastiger om actief aan de slag te gaan.

Dat zullen veel mensen deze week ook wel gemerkt hebben.

Hopelijk is het als de school begint weer iets koeler, want anders is het echt lastig.

[#10] Maar verderop in Spreuken 26 lezen we meer over een luiaard:

Zo iemand zegt: er is een leeuw op de weg, er sluipt een leeuw door de straten!

Hier raken we eigenlijk aan een dieper probleem.

Soms ben je bang om aan het werk te gaan omdat je denkt: ‘ik kan het toch niet’.

Je ziet allerlei leeuwen en beren op de weg.

Vaak is het onterecht: in Nederland zijn wolven, maar de kans dat je er één tegen komt is erg klein.

Maar toch, je bent bang: je wilt graag succes hebben, je wilt graag waardering hebben.

Soms ging iets zo goed, dat je volgende keer nog weer beter wil.

Of de vorige keer ging het niet zo goed, en je wil weer kritiek voorkomen.

Dat kan je dan belemmeren om aan de slag te gaan.

Dan ben je liever als die man uit de gelijkenis die één talent gekregen had en er maar op bleef liggen.

Je gaat jezelf vergelijken met anderen je bent dan misschien niet de snelste met sporten,

de slimste in de klas, de handigste met werken,

de liefdevolste voor de ander, de netste in het huishouden.

[#11] Kijk en hier raken we aan een dieper probleem.

Achter luiheid zit soms veel meer dan je kan zien.

We leven in een wereld die goed was, maar waarin gebrokenheid kwam.

Waar de mens met moeite zijn brood verdient, in het zweet van zijn gezicht moet werken.

Uit jezelf kun je niet het grootste geluk vinden dat bestaat, kun je dat niet voor elkaar boksen.

Door de zonde is er afstand gegroeid tussen God en mens en is de liefde niet meer volmaakt.

Dat is iets waar je een verschil ziet tussen wereldse wijsheid en christelijke wijsheid.

Wereldse wijsheid is tevreden als je geleefd hebt voor de afgoden van geld, seks en macht.

Als je rijk, succesvol, geslaagd bent.

Maar de wijsheid van Christus heb je bereikt als je weer in Harmonie met hem bent,

en daardoor met jezelf en met je naaste. Dat je, ook in een gebroken wereld,

Waar pijn, moeite en angst een plek hebben: ontdekt dat je een kostbaar kind van God bent.

Dat Christus, als zoon van de timmerman gekomen is, in de werkplaats gewerkt heeft.

Met de mensen gesproken heeft en zijn leven gegeven heeft: heel de weg gegaan is voor jou.

Dan mag je daar rust in vinden. En vanuit die rust aan werk gaan.

[#12] En dan wil ik ook even de andere kant op kijken. Naar het tegenovergestelde van de luiheid.

Naar die mensen die altijd maar door rennen en draven. Geen tijd nemen voor hun naaste.

Geen tijd nemen voor God. Het is nooit klaar, het is nooit genoeg.

Ze nemen amper de tijd om samen te eten. Ze gaan steeds maar door.

Is dat dan wat God vraagt: 16 uur per dag werken, zoals de mieren?

Zeven dagen in de week? (Ik heb niet het idee dat ze op zondag rusten).

Ook dan kan je vragen wat zit er achter?

Is dat vaak ook geen angst? Voor kritiek, voor tekortschieten, voor armoede misschien?

En moet je dan maar doorhollen? Omdat je anders misschien faalt?

[#13] God wil ons leren om door Christus weer het juiste evenwicht te vinden.

Hij zelf was een God die zes dagen werkte en de aarde maakte, maar ook rustte op de zevende dag.

Jezus wees erop dat je je talenten moet gebruiken, maar kon ook zeggen:

Kom tot mij die vermoeid en belast bent, en ik zal u rust geven.

Niet dat je dan niets hoeft te doen, maar dan mag je het lichte en zachte juk dragen dat ik je geef.

Wereldse wijsheid zegt: luiheid is niet goed, want dan word je arm.

In de wereld zal men niet snel verwijten maken aan een rijke die dobberend op het cruiseschip

en balletjes slaand op de golfbaan zijn tijd doorbrengt.

Een kind van God kijkt er anders na: als je rijk bent is je doel niet bereikt.

Iedereen wordt geroepen om in beweging te komen om liefde te tonen.

En er te zijn voor zijn naaste en voor de gemeente.

Dat je dit jaar op school je best gaat doen en elkaar helpt.

[#14] Wereldse wijsheid meet het succes af aan wie het goed voor elkaar heeft.

Misschien wint een luiaard wel geld met een loterij, maar of je dan geslaagd bent?

Salomo leert: eerbied voor de Heer is het begin van de wijsheid.

Daarom geeft God ook de rustdag. Om te ontspannen. Om tijd te maken voor God.

Om op zondag God de eer te brengen, een klein beginnetje

met twee diensten aan het begin van de week.

Hopelijk bepalen die diensten je weer bij wat echt belangrijk is.

Zodat je niet lui en traag bent in het zoeken van geestelijke voeding.

Maar dat je elke dag actief de Heer zoekt. Met hem de dag begint.

Zodat je nu met hem levend, en uiteindelijk voor altijd met hem verbonden bent.

Als zijn kind, kostbaar in zijn ogen, terwijl je werken je navolgen. Amen.  


2 Korinte 5:1 Een hemelse huis!

juli 13, 2020

Preek Heemse, 5-7-2020

Tekst: 1 Korintiërs 5:1

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Misschien heb je deze week wel afscheid genomen van de basisschool.

Of het was de laatste keer dat je in de middelbare school was, omdat je je diploma kreeg.

Als je dan terugkijkt dan zeg je: wat gaat de tijd snel voorbij.

Voor je het weet is er weer een periode afgesloten.

Tijd voor vakantie en dan het volgende gaan doen!

[#2] Eigenlijk geldt het voor iedereen dat het leven snel voorbij gaat. De tijd vliegt!

Je wordt elke dag weer wat ouder, je krachten nemen af, het lopen gaat moeilijker.

Hoe ouder je wordt, hoe sneller de tijd gaat. Er ligt meer achter je dan voor je.

Maar ik heb niet alleen over oude mensen. Als je jong bent merk je het ook.

Je gebit wordt wat minder en je ligt bij de tandarts in de stoel om het te sparen.

Als je 36 bent dan ben je als voetballer als heel oud,

en moet je verder spelen bij een club in de provincie.  

Niet alleen lichamelijk: ook qua verstand en emotie ga je achteruit.

Het is moeilijker dingen te onthouden. Het is lastiger de dingen te overzien.

[#3] Paulus vergelijkt dit lichaam, dit leven hier met een tent.

Een tent is niet bedoeld om voor altijd in te wonen. Het is een tijdelijk onderkomen.

Voor als je aan het trekken bent, voor in de vakantie met mooi weer.

Je kunt een hele mooie tent hebben, met strak doek, helemaal fris, stevige touwen, mooie haringen.

Maar een tent is een kwetsbare woonplaats.

Na verloop van tijd gaat het met de tent zoals met onze tent:

Er komt een keer een gat in, haringen zijn roestig en krom, een punt van een stok breekt af.

En het duurt op een gegeven moment niet lang meer of de tent moet verdwijnen.

[#4] Paulus spreekt hierover omdat hij te maken heeft met veel moeiten.

Zijn leven loopt gevaar en hij weet dat hij een keer zal sterven.

Het kan zelfs zijn, heeft hij hiervoor vertelt, dat het is omdat hij opkomt voor Jezus.

Dat ze hem stenigen, voor de dieren gooien, uit de weg willen ruimen.

Maar is hij dan niet heel bang? Bang om te sterven. Bang dat het straks afgelopen is?

Keer op keer zegt Paulus: we verliezen de moed niet!

We gaan door! We geven niet op! Dit is echt een stukje ter bemoediging!

En daarmee is het ook één van de mooiste stukjes van het NT geworden.

[#5] Paulus legt uit waarom!

Het kan zijn dat de aardse tent hier wordt afgebroken.

Dat je ziek wordt en dat langzaam je krachten minder worden.

Dat je een ongeluk krijgt. Het kan zijn dat je op jonge leeftijd sterft.

Het kan zijn dat je een hoge leeftijd mag bereiken, kinderen, klein en achterkleinkinderen mag zien.

Eens zal het sterfelijke leven hier afgelopen zijn.

En het leven vliegt soms sneller voorbij dan je zelf zou willen.

[#6] Maar zegt Paulus wij weten dat wanneer de aardse tent wordt afgebroken:

Wij een hemels huis hebben. We sterven wel, maar dan verhuizen we.

We krijgen iets veel mooiers terug. Niet een zwakke tent, die kwetsbaar is.

Nee, we krijgen een huis, dat stevig staat. Een woning die Jezus voor ons heeft klaargemaakt.

Een hemelse woning, niet door mensenhanden gemaakt.

Een woning met goddelijke architectuur. Indrukwekkend mooi.

Als je een nieuw huis hebt laat je het zien: nieuwe keuken, slaapkamer, speelkamer.

Een plek waar gasten kunnen logeren.

Straks is er een huis dat je wel aan iedereen zou willen laten zien.

Daar woon je dan. Niet maar voor even. Niet tot je sterft. Maar voor altijd. Voor eeuwig.

Die gaat nooit meer voorbij. Er is geen sterven meer.

Daar zal geen rouw, geen pijn, geen tranen meer zijn.

Jezus zelf zal de tranen van je ogen afwissen.

Daar is geen verdriet over iemand die sterft. Een vriend of vriendin.

Opa of oma. Kind. Daar is alleen maar leven!

Hemel en aarde worden met elkaar verbonden.

Zoals Openbaring spreekt over de stad die er zal komen.

Het hemelse Jeruzalem dat God klaarmaakt om eeuwig bij ons te zijn en wij bij Hem.

[#7] Daarom kan Paulus zeggen: we zijn vol goede moed!

We zien uit naar dat moment van wonen bij God.

Maar dat wil niet zeggen dat je nooit eens hier moet zuchten en kreunen.

Dat het hier soms niet moeilijk is.

Paulus gebruikt niet alleen het beeld van het huis.

Hij gebruikt ook het beeld van kleding.  

We zullen onze aardse kleding uittrekken.

We krijgen hemelse kleding.

Wie alleen voor dit leven op Jezus hoopt zal geen hemelse kleding ontvangen.

Die zal naakt zijn voor God.

Dan zal je je schamen. Dan wordt de verbondenheid verbroken.

Dan wil je wegvluchten. Maar wie met Christus bekleed wordt.

Die weet er is vergeving van de zonde. Mijn oude plunje kan weg.

Ik krijg een nieuwe kleren.

[#8] Het kan soms zijn dat je je zorgen maakt over het sterven.

Het is ook niet mooi als je deze aardse kleren moet uittrekken. 

Als je de aardse tent moet verlaten.

Dit is het enige leven dat je kent. Je weet wat je hebt.

Zoals het bij verhuizen ook niet leuk is: je moet afscheid nemen.

Vrienden, buren zie je niet meer. Je laat herinneringen achter.

Je loopt door een leeg huis met ingepakte dozen en plekken met stof waar kasten stonden.

Lichte plekken aan de muur waar de schilderijen hingen.

Als wij de tent afbreken, blijft er een plek met geel gras achter.

De vakantie is weer voorbij.

[#9] Paulus schrijft aan de Korintiërs: de meesten van hen geloofden dat het alles was wat je had.

Je aardse woning was je enige woning. Daarna leefde je verder als geest.

Als een soort rook, een damp, of eigenlijk nog minder.

Sommigen geloven dat je als een druppel in de oceaan verdwijnt.

In het grote niets.

Hoeveel mensen geloven vandaag niet dat het met de dood is afgelopen.

Dat je hier uit het leven moet halen wat erin zit, want straks is het voorbij.

Sowieso kun je al tegen het sterven opzien.

Maar als je niets hebt om naar uit te zien, is het helemaal een zwart gat.

[#10] Niemand wil graag de kleren uittrekken. De dood blijft een vijand.

Een laatste deur waar je doorheen moet gaan. Het kan moeilijk zijn.

Daar zie je tegenop. Paulus zegt: het liefste zou ik de nieuwe kleren over mijn oude kleren heendoen.

Dat ik gelijk bij Jezus kan zijn, en niet eerst hoef te sterven.

Maar dit sterfelijke, moet onsterfelijkheid aan doen.

Dit vergankelijke, onvergankelijkheid.

Dat is de weg die gegaan moet worden.

[#11] Er zijn mensen die beweren dat er na de dood eerst niets is.

Dat je ziel slaapt. Dat er een soort tussentoestand zal zijn.

De zogenaamde zieleslaap. Maar dit stukje laat duidelijk zien:

Als we uit het lichaam zijn zullen we bij Jezus zijn.

Mogen we bij Hem wonen. Totdat straks de dag komt, dat we weer met ons lichaam één worden.

Iemand vertelde dat op een graf stond ‘absent from the body, present with the lord’

Dat klopt, maar zo zal het niet blijven. Er komt een dag dat ook het lichaam weer zal leven.

Een verheerlijkt, opgestaan lichaam. Net als Jezus had na zijn opstanding.

Niet gebonden aan ruimte en tijd, maar echt helemaal nieuw, helemaal heerlijk.

[#12] Oke, zeg je misschien. Mooi dat Paulus dat kan geloven.

Maar ik, met mijn vragen en twijfels. Met mijn moeite om het hier los te laten.

We begonnen te lezen met dat degene die Jezus uit de dood heeft opgewekt,

ook ons uit de dood zal opwekken. Met dezelfde kracht.

Hij zal ons voor zijn troon stellen met Christus.

Hoe kun je er zeker van zijn?

God zelf zal dit bewerken. Dat is de eerste zekerheid.

Hij vindt de kracht niet in zichzelf, maar in God.

Paulus verbindt zijn leven steeds meer met Jezus Christus.

Die ook stierf. Aan het kruis. Maar die uit de dood werd opgewekt door God.

Dat ervoer Paulus heel diep, in de ervaring dat hij de heilige Geest ontvangen had.

De Geest van Christus leefde in hem. God geeft het voorschot van de Heilige Geest.

Zoals je iemand ten huwelijk vraagt en een trouwring geeft.  

Hij hoort bij mij, zij hoort bij mij.

Zo geeft God ons in dit lichaam al de Heilige Geest.

Dan gaat het uiterlijk bestaan wel verloren. Alles wat aan deze wereld verbonden is.

Maar innerlijk wordt je vernieuwd. Wat je doet in verbondenheid met Jezus.

Als je niet leeft voor en met de wereld, maar naar Christus gekeerd bent.

[#13] Het leven hier op aarde is soms lastig. Zolang we in dit leven zijn, zijn we ver van de Heer.

Zolang we in dit lichaam zijn, kunnen we Hem nog niet zien.  

Ook al ben je innig met Hem verbonden, geloof je vast en zeker.

We zien hem nog niet direct, het is nog geen zien: maar vertrouwen.

Maar we leven in vertrouwen. We blijven vol goede moed.

Waarom? Omdat we de bijbel hebben.

De vaste woorden van God. Die je steeds weer mag lezen.

Dat is de waarde van Gereformeerd zijn: je mag je bijbel opendoen, de Geest laten spreken.  

Je mag lezen, gesterkt worden, Gods beloften zien.

Een vaste troost, een sterke bemoediging.

Gods Woord wijst je de weg, niet alleen voor straks: ook voor nu!  

We stellen er een eer in om te doen wat God van ons vraagt.

Om het goede te kiezen.

Als collega op je werk, als christen in je huwelijk.

Op vakantie, tijdens de BBQ en bij de ontspanning.

Tot die dag komt …

[#14] En dan op die dag? Wat gebeurt er dan?  

Dan nodigt Christus je uit om verder te komen.

Straks zullen we Gods rechterstoel verschijnen.

Dan zal alles aan het licht komen.

Wat je ook gedaan hebt. Wat goed is, wat slecht is.

Van iedereen, jong of oud, man of vrouw, ouders en kinderen.

Er is maar één leven dat je geleefd hebt.

Voor elke christen. Het gaat hier over de mensen die geloven.

God zal zien wat je gedaan heeft.

Christus zal ons oordelen.

Hij is blij en dankbaar voor al het goede wat je gedaan hebt.

Dan zal Jezus je hartelijk ontvangen, met een glimlach op zijn gezicht.

Hij bedekt je zonden met zijn witte kleed.

Hij nodigt je uit in zijn hemelse woning.

Op die dag … dan mag je voor altijd met hem leven.

Thuis bij God, voor eeuwig. Jezus kennen zoals Hij is.

Denk zo maar aan je Redder en Bevrijder.

En leef in dit leven al met verlangen, met innerlijke vreugde, met troost, met Jezus.  

Want straks wacht je de hemelse glorie.

 Amen.


Psalm 148 – Waarom zingen we?

juli 13, 2020

Preek Heemse, 12 juli 2020

Tekst: Psalm 148

Geliefde gemeente,

[#1] Als ik niet kan zingen ga ik niet naar de kerk, hoorde ik iemand zeggen.

Helaas, hebben we een tijd niet mogen zingen.

In de discussie of het gevaarlijk is staan de mensen die geloven in het gevaar van aerosolen,

kleine druppeltjes in de lucht tegenover de mensen die het gevaar daar niet van zien.

Daarbij besef ik ook dat niet iedereen het zingen mist:

Sommigen vinden het helemaal niet erg dat het nu niet meer hoeft.

Als je last van je stem hebt, als je niet zoveel hebt met zingen. 

Maar veel mensen missen het. Waarom mist iemand het zingen zo?

Waarom gaan er honderdduizenden mensen wekelijks naar een koor?

Waarom zingen we eigenlijk?

[#2] Als eerste zou je kunnen zeggen:

God roept je op in zijn woord om voor hem te zingen en Hem te prijzen.

Daarom lazen we vanmorgen Psalm 148: Kijk maar hoe vaak daar staat: Halleluja, Loof de Heer!  

Keer op keer staat daar Halleluja. Soms is het vertaald, soms niet.

Als het vertaald wordt staat er: Loof de Heer! [kinderen: onderstreep maar en kijk hoe vaak het er staat]

Dat wil zeggen: zing, prijs, open je mond, maak de HEER groot!

[#3] Bij oosterse godsdiensten, bij de moslims kom je het zingen niet tegen.

Juist in de kerk gaan mensen met elkaar God prijzen.

We kennen geen stille mis: een viering waar je alleen waar je niets hoort.

De dienst is ook niet een optreden van musici.

Als we kerkdienst hebben, eredienst, dan brengen we samen als gemeente God de eer.

Augustinus uit de derde eeuw, die alle godsdiensten gezien had, vertelde het al.

Hoe hij kracht vond, troost vond door God te prijzen met de liederen van bisschop Ambrosius.

En met name in de gereformeerde/protestantse kerk gebeurt het zingen door de gemeente.

Calvijn zegt: ‘Zingen heeft een grote kracht en macht om het hart van mensen te ontroeren

en in gloed te zetten, om God aan te roepen en te loven met een zeer hevig en vurig verlangen.’

Niet in het moeilijke latijn, niet iets voor mensen die ervoor geleerd hebben:

Zangers, jong en oud, doeners en denkers, iedereen zingt mee.

Van jongs af is het belangrijk om de kinderen te leren zingen. Samen breng je God de lof.

[#4] Psalm 148 roept op om de HEER te loven en te prijzen.

En in het eerste gedeelte is het een oproep aan de hemel.

Vanuit de hemel klinkt Gods lof. Engelenstem: loof de Heer.

Eer zij God in de hoogste hemel. Daarboven wordt God geprezen:

door de engelen, door de mensen van de bijbel, de profeten en de martelaars.

De engelen en degenen die Gods troon zijn roepen: heilig, heilig, heilig.

Zij zijn al daar, in de volmaaktheid, waar wij alleen maar naar kunnen verlangen.

Daar is geen klagen, smachten, huilen, verdriet. Daar is alles goed.

Daar is alleen blijdschap en vreugde. Juist dan ga je zingen: Van blijdschap!

Als je verliefd bent, maak je een mooi lied, breng je je gevoel onder woorden.

Als je gewonnen hebt ben je in juichstemming: dan schreeuw en blèr je het uit.

Straks als alles goed is, mogen alle mensen uit alle volken voor Gods troon komen.

Het leven loopt uit op één groot praiseconcert.

Zoals de laatste zes psalmen allemaal lof en halleluja psalmen zijn.

Dat is het doel van ons leven: God heeft ons gemaakt om hem te eren.

Om met hem uiteindelijk samen te zijn, de afstand voorbij, eeuwig met Hem leven.

Waarom is zingen zo fijn? Juist om dat je dan al iets van die verbondenheid van God mag voelen.

Over die volmaaktheid mag zingen.

Wat is het heerlijk als je met een kerk vol mag zingen over dat verlangen.

[#5] Loof God: vanuit de hemel!

Ook de zon, de maan en sterren worden opgeroepen om God te prijzen.

Dat doen ze niet met woorden: het is een verhaal zonder taal, zoals Psalm 19 ook zegt.

Maar ze zijn door God gemaakt, je ziet er iets van zijn grootheid in.

Als je naar de sterren kijkt, en er steeds maar meer ziet verschijnen, eindeloos mooi en ver.

Een komeet langs de hemel ziet staan, zoals gisteren goed waarneembaar was.

Als je naar de maan kijkt: heel groot, rood of geel, of juist zo’n kleine sikkel aan de lucht.

Als je warmte van de zon voelt: wat een kracht. Zeker na een periode van regen geniet je ervan.

Dan komen de zon aanbidders weer tevoorschijn en zoeken een mooi plekje op.

Gelukkig niet zulke aanbidders zoals in de tijd van Israël.

Dan bracht met offers voor de zon, maan en sterren. Die werden vereerd.

Maar het is hier net als in Genesis 1: God zelf heeft de sterren, zon en maan hun plek gegeven.

Zij moeten niet vereerd worden! Nee degene die ze gemaakt heeft.

Zij spiegelen juist de grootheid van God en laten iets van zijn glorie zien.

Als je gaat knielen voor de natuur, dan is het alsof je je vriendin in de spiegel ziet,

en dan de spiegel een kus geeft. We moeten God zelf vereren, juist ook om zijn werken.

En de zon, maan en sterren omdat God ze gemaakt heeft.

Hij stelt een wet voor eeuwig. Hij zorgt dat de zon opkomt, en dat de maan en sterren verschijnen.

Loof God om zijn machtige werken, machtige werken van God: Loof hem. [Psalm 148:2]

[#6] Vanuit de hemel klinkt de lof. Maar dan horen we een echo, vanaf de aarde.

Laat niet alleen vanuit de hemel, maar laat ook door de bewoners van de aarde Gods lof klinken.

En waar het vanuit de hemel steeds iets omlaag ging:

van de hemel van Gods troon, naar de hemel die we kunnen zien,

gaat het hier van de diepte van de aarde juist omhoog.

Eerst wordt gekeken (in het wereldbeeld van die tijd) naar de wateren onder de aarde.

De dieren van de zee, de walvissen, draken, Leviatan ontembare dieren door God gemaakt.

Maar ook de kleine vissen, en de vissen die je aan de haak slaat: prijs de Heer.

Vervolgens ook alle soorten weer, dat je deze zomer ook tegen komt.

De mist boven de velden en boven het water, boven de sloot.

Waar de zonnestralen soms in het bos zo mooi doorheen schijnen.

De bliksem die langs de hemel flitst, de regen en de hagel die naar beneden valt.

De wind die met zijn kracht alles wegblaast. Die doen wat God zegt.

Ook de bergen, de productiebossen en fruitbomen prijzen God. Alle bloemen en struiken.

Daarin prijzen ze God. Hoe dat kan? Ze hebben toch geen verstand.

Maar in hoe ze zijn: prijzen ze God. Het laat zien: prijzen en loven, doe je niet alleen door zingen.

Bomen, vissen, vogels, ze laten Gods grootheid zien. Vertellen een verhaal zonder woorden.

En doordat wij nadenken, verstand hebben, weten we dat daarin Gods werk zichtbaar wordt.

Zo straalt Gods schepping van God heerlijkheid.

[#7] Toch is het soms ook wel lastig. Is het soms wel moeilijk om mee te zingen.

Gods schepping is gebroken.

Hoe kun je God prijzen als je net zoveel verdriet hebt.

Hoezo doet de wind wat God zegt?

En als dan een vrouw in Zwolle omkomt onder een boom die door de bliksem geraakt wordt.

Misschien denk je wel eens: dit kan ik niet zingen. Dit kan ik niet over mijn lippen krijgen.  

Vanuit dit aardse, ondermaanse leven is het soms wel moeilijk om God te loven.

Daarin verschilt de lof op aarde van de lof in de hemel. 

Het slot van het psalmboek, vol lof op God, is ook waar het op uitloopt.

Dat maken we nu in ons verdriet en onze vragen niet altijd helemaal mee.

Dat je vragen kunt hebben aan God, dat weten de psalmen maar al te goed.

Psalm 73 zegt: ik was bijna uitgegleden, omdat ik niet snap waarom het anderen goed gaat.

Waarom dingen gebeuren. Wat kun je een vragen hebben. Een verdriet en pijn.

Wij snappen hier soms niets van Gods plan, als je alleen de onderkant van het borduurwerk ziet.

[#8] En tegelijk: er is er één die regeert. Die alles geschapen heeft.

De elementen kunnen niet zomaar hun gang gaan, God regeert.

Psalm 103 zegt: de mens is als gras, maar Gods trouw blijft in eeuwigheid.

Hij is trouw en zal ook trouw blijven. Hij heeft zijn belofte gegeven.

Juist door Jezus Christus zelf vanuit de hemel naar de aarde sturen.

Hij kwam naast ons in de vragen, pijn en moeite.

Maar juist omdat hij is opgestaan en opgevaren naar de hemel, mag je weten het zal goedkomen.

Hosanna voor de koning, klonk bij de intocht, en zelfs de stenen hadden dat kunnen zingen.

En klinken dan juist niet met Kerst en Pasen liederen over dat wonder van Gods liefde.

Ere zij God in de hoge! Vrede op aarde! U zij de glorie, opgestane Heer.

Vanuit Gods liefde in Christus mag bidden dat God je de kracht geeft om je aan Hem vast te houden.

Ook als je zelf niet kan zingen, of bidden, of iets kan zeggen. God omgeeft je steeds.

En Hij laat je niet alleen: zoals we in de gemeente ook om elkaar heen staan.

En de zang doorgaat, als zelf soms even niet mee kan zingen.

Als pelgrims samen onderweg zijn. Zingend onderweg naar het hemelse vaderland. [Psalm 148:3]

[#9] Gezamenlijk klinkt dan de lof op God. Daar boven en hier beneden.

Een echo, stem en tegenstem. Een geweldig koor.

Met name door de mens. De kroon op Gods schepping.

Net als bij de beschrijving van de schepping van de wereld in Genesis,

wordt de mens niets te vroeg genoemd. Hemel en aarde zijn vol van God.

En als mens mag je dan je plek daarin innemen.

Iedereen: Jong en oud. Man en vrouw. Ook de hoog geplaatste leiders.

Elk op je eigen manier: smaken verschillen, klassiek en modern.

Je hebt je voorkeuren: maar in de kerk zingen jong en oud samen.

Opwekking, gezangen, psalmen: waarbij je niet afgeeft op de ander,

Als het is tot lof van God probeer je ontdekken waarom dat lied die jongere of oudere aanspreekt.

[#10] Laten we dat steeds doen en niet vergeten! Niet alleen in de kerk, maar ook thuis.

Een spreekwoord uit Afrika zegt: een kip vergeet nooit om God te danken als ze water drinkt.

Een kip kan niet slikken, dus heft het hoofd omhoog. Let er maar eens op!

Laten wij God zo ook steeds danken en loven, als we eten krijgen.

Voor alles wat Hij geeft: licht en water, een dak boven je hoofd.

Voor je werk en vrije tijd.

Voor de glimlach die de ander je geeft.

Als je ziet wat God werkt. Bij het spelen, tekenen, dansen, sporten, zorgen.

Bij vreugde; zoekend naar troost bij verdriet.

Bij alles wat je doet. Mag je danken. Neuriën. zingen.

Juist door muziek en door kunstenaars wordt God geprezen.

Dan richt je gezamenlijk op God. Met heel je leven: met heel je bestaan.

[#11] Gods eerste gebod is: heb de Heer lief

Met heel je hart, je ziel, al je krachten. Juist in het zingen wordt je helemaal aangesproken.

Door te zingen mag je hart rust vinden,  je adem onder controle komen.

Niet voor voelen mensen zich na een koorrepetitie weer anders.

Geweldig als je zo voor de Heer zingt, je liefde uit, zijn woorden inzingt.

[#12] En God? God belooft: Ik zal een hoorn verheffen voor mijn volk.

Een hoorn is het teken van kracht. Denk aan de hoorn van een dier.

Heel de schepping, hemel en aarde, en met name de mens mag God loven.

En God zal je dan verheffen, optillen, van kracht voorzien.

Niet uit eigen kracht, maar door zijn kracht mag je zo voortgaan.

Want God is nabij zijn volk. Met zijn zegen komt hij dichtbij en zegt: Ik zal er zijn!

Ben jij zo ook met hart, mond en handen steeds nabij God? Amen


2 Korinte 1:20 – betrouwbaar!?

mei 21, 2020

Preek Heemse, 26 april 2020

Geliefden in de Heer Jezus Christus,

[#1] Hoeveel vertrouwen heb je in mensen? Juist in deze tijd maakt dat nog wel uit.

Wie geloof je als het gaat over de maatregelen die voor corona genomen moeten worden?

Wie levert er FakeNews en wat is informatie die klopt?

Ben je geneigd Angela Merkel te geloven, of geloof je eerder Donald Trump?

Geloof je wat je op facebook leest of de NOS app, de Stentor of het ND?

Heeft het nou zin om mondkapjes te dragen, of juist niet?

Is het veilig dat de kinderen naar school gaan, of toch niet verstandig?

Vertrouw je je arts, je tandarts, die website, de kerk? Of ben je geneigd om te twijfelen?

[#2] Vertrouw je God? Geloof je dat hij voor je zorgt, ook als het moeilijk is.

Kun je op zijn woorden aan? Of laat hij ons eigenlijk aan ons lot over?

[#3] Was Paulus te vertrouwen? Laten we eens luisteren hoe de mensen over Paulus praten.

Alsof we een verborgen microfoon hebben opgehangen. Dan horen we niet veel goeds over Paulus.

‘Had Paulus wel alles goed voor elkaar, boeide hij echt, was hij echt wijs en overtuigend?’

‘Paulus is anderhalf jaar bij ons geweest. We vertrouwden hem. Er kwam een mooie gemeente.’

‘Maar was hij echt zo’n goede spreker? Later kwamen de sofisten, die spraken heel wat knapper’.  

Die andere sprekers waren geschoold in de filosofie, verdienden veel geld met hun toespraken.

Was Paulus eigenlijk wel te vertrouwen, wat hij niet een amateur, een beginner?

En bovendien… Paulus had beloofd dat hij binnenkort weer zou komen.  

Maar hij houdt zich niet aan zijn afspraak, hij gaat eerst ergens anders heen.

Hij heeft alleen een brief gestuurd.

Hij zegt ja, maar hij doet nee. Heeft hij niet stiekem twee agenda’s, is hij niet hypocriet?

Is dit niet iets wat past bij iemand die maar doet wat hij wil dan bij een christen?

Is dat niet erg als dat over jou gezegd wordt: je kunt niet op hem/haar aan.

En zo komt er wantrouwen, keren ze zich langzaam van Paulus af.

[#4] Wat doet Paulus dan om zich te verdedigen?

Hij vraagt zich af: ben ik eerlijk geweest. Wat mijn ja ja en mijn nee nee?

Hij zegt: wij hebben altijd oprecht en zuiver gehandeld.

Letterlijk: in het oordeel van de zon. Als de zon in je hart schijnt wordt alles duidelijk.

En Hij zegt: We hebben niets gedaan wat oneerlijk was.  

We hebben dat in de brieven al wat uitgelegd, en hopelijk begrijp je het.

Nee, we hebben ons niet laten leiden door de wijsheid van de wereld.

We waren geen filosofen, we hadden geen gelikte toespraken, met nieuwe ervaringen.

Maar … we hebben over Jezus verteld en over zijn genade.

Door onze zwakheid, ziekte, lafheid, fouten, menselijkheid heen de liefde van God gebracht.

We zijn na Pasen de wereld in getrokken om te vertellen over Jezus dood en opstanding.

We roemen in Hem. Daarom kunnen we nu dit heftige lijden in Efeze verdragen.  

En werkelijk we zijn enorm trots op jullie: we zijn dankbaar dat jullie die genade zijn gaan geloven.

Zodat je gered wordt als Jezus straks terug komt!

“Dan zeggen jullie tegen Jezus: kijk dat is Paulus, Hij heeft ons U leren kennen.

En dat ik zeg: kijk de mensen van Korinthe, ze zijn in U gaan geloven.

Want het draait om Hem en om zijn dag.

Niet hoe mensen over ons denken, maar wat Hij uiteindelijk van ons vindt.

Ik ben niet trots op mijn kracht, maar op Jezus’ genade. En ik was wel eerlijk!

[#5] Maar, Paulus, kun je uitleggen waarom je niet gekomen bent?

Dat je niet deed wat je zei? Vond je ons dan niet belangrijk?

Jawel zegt, Paulus. Ik was het inderdaad van plan.

Maar ik laat me leiden door de Geest. Soms veranderen de plannen daardoor.

Het leek me niet wijs. Ik had net zoveel op jullie aan te merken gehad.

Ik wilde jullie eerst de tijd geven dat op orde te stellen, zodat ik daarna bij jullie kon komen.

Op zich al een wijze les van Paulus: soms moet je iets de tijd gunnen.

Moet je niet overhaast te werk gaan en kun je beter eerst zwijgen, dan de dingen op de spits drijven.

Maar je mag me geloven: als ik kom met een boodschap van Jezus, dan ben ik te vertrouwen.

Jezus is zelf degenen bij wie ja ja is, en nee nee.

Hij staat voor de betrouwbaarheid zelf.

Daarom was dit maar niet een wispelturig besluit van mij.

Het was maar niet lichtvaardig. Ik speel geen spelletje met jullie.

[#6] Paulus kan zich verdedigen. Zijn plan veranderde, maar hij deed het met goede redenen.

In de ogen van Paulus is het onterechte kritiek.

Wat is het belangrijk dat je zelf ook oprecht en betrouwbaar bent.

Het gaat er niet om dat we volmaakt zijn. Het gaat er niet om dat je alles perfect doet.

Maar wel dat je eerlijk bent. Dat je eerlijk uitlegt waarom je dingen doet.

Dat je goede redenen hebt om dingen wel of niet te doen.

Dat je zo goed mogelijk je afspraken probeert na te komen.

Dat je bekend staat als betrouwbaar, omdat Jezus zelf betrouwbaar is.

Paulus kan het uitleggen. Laten we elkaar ook die ruimte geven.

En als je iemand beschuldigt, dat je dan hem of haar ook de ruimte geeft om het uit te leggen.

Zoals Paulus hier doet.

[#7] Maar kijk eens wat er gebeurt: Paulus blijft niet steken in een valse beschuldiging.

Hij zegt: we vertellen over Jezus Christus, bij wie Ja Ja is en bij wie Nee Nee is.

Hij is compleet betrouwbaar.

In Hem worden alle beloften van God ingelost.

Want Paulus wil niet blijven staan bij de vraag of mensen betrouwbaar zijn.

Ik wil het vanmorgen niet alleen over mensen hebben.

We kunnen in deze tijd ook vragen aan God stellen.

Is God betrouwbaar? Doet Hij wat Hij beloofd heeft?

Soms kun je daar zomaar aan twijfelen:

je hebt al vaak gebeden, maar je ziet niet dat je krijgt wat je bidt.

Waar is God met zijn machtig optreden op het moment dat Corona rond gaat?

De kerk krijgt in allerlei onderzoeken lage cijfers: kennelijk vallen kerkmensen nogal eens tegen.

Maar God? Is Hij te vertrouwen, of zeggen we: waar bent U, God?

En U geeft bij de doop allerlei beloften: U zult zorgen voor uw kinderen.

Maar … mijn kinderen gaan heel andere wegen. Dit had ik zo niet bedacht.

Ik had me zo verheugd op een laatste schooldag en een examenfeest en opeens gaat het niet door.

Ik wil zo graag mijn kleinkinderen even vasthouden, maar ze moeten op afstand blijven.

Ziet u niet wat er gebeurt met de wereld. Waarom doet U dan niet iets?

Kan ik wel aan op uw beloften?

[#8] Maar dan wijst Paulus op de Here Jezus.

In Hem worden alle beloften van Jezus ingelost.

Als we bidden, dan sluiten we dat gebed af met amen, zegt Paulus.

Dat wordt je amen is maar niet zomaar een woordje.

Het betekent niet ‘Punt uit’, of ‘afgelopen’, of ‘doe je ogen maar weer open’.

Het betekent: ja! Zo is het!

Het betekent dat het betrouwbaar is, en dat je erop aan kunt.

Eigenlijk betekent het hetzelfde als ‘om Jezus wil’, ‘In Jezus naam’.

God heeft in Jezus laten zien dat al hij al zijn beloften inlost

Hij beloofde aan Abraham een zoon, een redder en Christus werd de grote redder.

Hij beloofde een zoon met koninklijke macht aan David, en Jezus kwam als zoon van David.

Hij beloofde Jeremia een nieuw verbond, door de Geest en hij stelde het in bij het Avondmaal.

Hij beloofde iemand die het lijden zou dragen, en Jezus nam het kruis op zich.

Hij beloofde een overwinnaar op de Dood en Jezus stond op.

Het is met deze boodschap dat Paulus de wereld in gaat.

En door Jezus is de boodschap betrouwbaar. God heeft het zelf laten zien.

Zijn ja is ja, zijn nee is nee. Hij heeft de overwinning behaald.

Als je dus je gebed eindigt dan is het niet ‘ja’ met een vraagteken.

Dan is het maar niet de vraag of het God het gehoord heeft.

Nee: God hoort, en verhoort, nog meer dan je zou willen.

Hij heeft zijn plannen, al zijn die niet altijd onze plannen.

Hij geeft op zijn tijd. Al moeten we er in onze ogen soms lang op wachten.

Hij is betrouwbaar: omdat Jezus opstond uit de dood.

Je mag op hem vertrouwen. Ook in tijden van Corona.

Je mag op Hem vertrouwen. Rotsvaste beloften heeft Hij gegeven.

Hij verbindt zich aan ons, en welke wegen we soms ook gaan.

Welke wegen je kinderen soms ook gaan: zijn verbond is vast en zeker, en kan wel tegen een stootje.

Hij is betrouwbaar, in Jezus Christus! Hij beloofde Abraham, al die andere maar niet zomaar wat.

Hij beloofde vervulling in Jezus: dat je aan kunt om de genade van Christus, vergeving van zonde.

Dat we eens Christus zullen ontmoeten op de dag die komt.

Bij al onze gebeden en wensen, mag je steeds Jezus voor ogen houden.

Bidden in zijn naam, bidden in de richting die hij wijst.

[#9] En tegelijk: God is niet een God die op afstand blijft staan.

Als je aan het eind van je gebed zegt: ‘Amen’, het is vast en zeker.

God is betrouwbaar! Dan betekent het ook iets voor jezelf.

God heeft een vast fundament gegeven.

God heeft je deelgenoot gemaakt van de zalving van Jezus.

Hij is de gezalfde: hij kreeg de kracht om zijn werk te doen door de Geest.

Maar je ontvangt zelf ook de zalving van de Geest.

Hij waarmerkt je als zijn eigendom. Denk aan die koffer van Paulus.

Zijn eigendom in leven en sterven!

God heeft je als voorschot zijn Heilige Geest gegeven.

Dat betekent ook dat je zelf gaat staan voor die betrouwbaarheid van God.

Dat je net als Paulus anderen gaat vertellen over die genade van God.

Dat je zelf je in laat schakelen en je inzet, voor je buurt, voor de zwakken, voor je naaste.

Je mag zelf ook aan de slag gaan om die boodschap te vertellen.

[#10] Dan hoef je niet jezelf en je eigen goede daden voorop te zetten.

Dan mag je Jezus voorop zetten. Je aan Hem verbinden.

Geloven dat zijn ‘Ja’ werkelijk een ‘Ja’ is voor een wereld in nood.

We leven in een situatie die ons allemaal raakt.

Er word je veel afgenomen, mogelijkheden zijn beperkt.

Er wordt veel van regeringsleiders verwacht. De één is betrouwbaarder dan de ander.

Echt geluk zullen ze uiteindelijk niet kunnen geven.

Maar neem juist in deze dagen extra de tijd om te bidden.

Om het bij God neer te leggen. Klamp je vast aan zijn beloften.  

God is trouw in Christus. Bidt dat je ook trouw bent aan Hem.

Dat je vanuit zijn trouw, die door kruis en lijden heen, de dood overwon,

Ook laat zien dat de ziekte, moeite, eenzaamheid niet het laatste woord heeft.

Maar dat je als christenen gegeven bent aan elkaar en aan deze wereld om er te zijn.

Om te luisteren, te doen, te helpen, in beweging te komen door de Geest.

Dat als je ‘ja’ zegt tegen Gods belofte, je er ook werkelijk ‘ja’ doet.

Corona heeft niet het laatste woord. God is trouw, niets kan ons scheiden van zijn liefde in Christus.

Amen.


2 Korinthe 4:14 en 18 – Hij zal ons net als Jezus opwekken en naar zich toe voeren

mei 21, 2020

Preek Heemse, 21 mei 2020 (Hemelvaart)

Tekst 2 Korintiërs 4:14b en 18  ‘Hij zal ons, net als Jezus, opwekken en naar zich toe voeren’

‘We richten ons op de onzichtbare dingen want die zijn eeuwig’

Geliefde gemeente van de opgevaren Heer,

[#1] Hemelvaart is een feest met tegenstellingen.

Jezus vaart naar de hemel, maar de leerlingen blijven op aarde achter.

Christus wordt naast zijn vader gesteld, de leerlingen moeten via gebed bidden tot God. 

Jezus overwinnaar overwint stijgt ten troon, maar op aarde regeren aardse koningen.

De duivel wordt in de hemel verslagen, maar hij gaat nog tekeer op de aarde.

Jezus heeft een heerlijk lichaam, wij zitten nog in ons lichaam dat kwetsbaar is voor virussen.

Jezus is al in de hemel, en de leerlingen wordt gevraagd: wat staan jullie te kijken?

Hij zal eens weerkomen: dat moment is er nu nog niet, daar mogen ze naar verlangen.

[#2] Ook in 2 Korinthe 4 komen we die tegenstellingen tegen.

Het is het hoofdstuk van de ‘maars’ en de ‘opdats’.

Paulus het zet innerlijke tegenover het uiterlijke,

Het zichtbare, tegenover het onzichtbare.

Het tijdelijke, tegenover het eeuwige.

Paulus zet de eeuwige luister die alles overtreft tegenover de lasten van dit leven.

Hij heeft het over een kostbare schat, maar die zit in een onooglijk potje van klei.

Een kracht, dynamiet die alles over treft van God en niet van hemzelf.

Hij draagt het sterven van Jezus mee, opdat het leven van Jezus zichtbaar wordt.

De dood is in hem werkzaam, opdat hij ook zal leven en straks naar de hemel gevoerd wordt.

[#3] In dit laatste zinnen, merk je al dat Paulus maar niet twee dingen tegenover elkaar zet.

Er zit een beweging in dit tegenstellingen.

Er is namelijk een lijn die omlaag gaat, en een lijn die omhoog voert.

Je begrijpt dat de lijn die omhoog gaat op Hemelvaartsdag in de schijnwerpers komt!

Dat die lijn omlaag er is, hoef ik niet uit te leggen.

Dat is namelijk een gegeven dat iedereen wel weet.

Dat je lichaam langzaam aftakelt. Dat we geen eeuwig leven hebben.

Dat je ziek kan worden. Dat iedereen een keer sterft, vroeg of laat.

[#4] Dat je soms in de put kan zitten. Ik hoorde een preek van iemand die zei:

Niemand is naar de kerk gekomen om dat nog te horen.

Niemand komt om ontmoedigd te worden, om de hoop op te geven.

Toch kennen we allemaal momenten dat we daar wel zijn.

Dat je boos bent om die slechte uitslag.

Dat je gelaten bent onder wat je wordt opgelegd.

Dat je angstig bent om wat gaat gebeuren. Dat je wel weg wil kruipen.

Dat je niet goed weet waar je het zoeken moet.

Nee die lijn omlaag die kennen we allemaal wel en die hoeft ons niet ingewreven te worden.

Paulus haalt die kwetsbaarheid en lijn omlaag toch naar voren.

Juist omdat er vlotte sprekers in Korinthe gekomen waren die Paulus maar zwak vonden.

Die kritiek op Paulus hadden en die zelf met een gelikt verhaal kwamen.

Paulus zegt inderdaad: wij zijn maar zwakke mensen. Sterfelijk.

We zijn maar aarden potten, worden belaagd, soms aan het twijfelen gebracht.

We zijn op weg naar de dood, en misschien komt die wel eerder omdat we van Christus vertellen.

[#5] Maar in de manier waarop Paulus dat aangeeft, laat hij zien dat er een verschil is.

Want die negatieve lijn, de lijn van de aftakeling, van de moed verliezen, wint niet.

De lijn omhoog: de lijn van Christus is de winnende lijn!

Hij wordt van alle kanten belaagd, maar raakt niet in het nauw.

Hij wordt aan het twijfelen gebracht, maar raakt niet vertwijfeld.

Hij wordt vervolgd, maar niet in de steek gelaten.

Hij wordt geveld, maar gaat niet te gronde.

Paulus kan zelfs zeggen: de geringe last die we tijdelijk te dragen hebben,

brengt ons een eeuwige luister die alles overtreft.

Zo spreekt Paulus over het lijden hier op aarde: het is een geringe last.

Het weegt bijna niets. Het duurt maar even.

Moet ik daarmee aankomen als iemand wekenlang op de IC ligt.

Is dat wat je kan zeggen tegen iemand die al maanden worstelt met kwalen.

Is dat een boodschap voor iemand die zo beschadigd is dat alles energie kost.

Ja, je hebt nu wel te ‘dragen’. Het vraagt wat van je.

En toch is dat wat Paulus hier wil zeggen: niet dat het maar een minuutje duurt.

Niet dat de dingen die je in het leven kunnen overkomen niet zwaar zijn.

Maar Paulus wil zeggen: in vergelijking met de eeuwige luister is met maar gering.

En in vergelijking met de eeuwigheid duurt het maar kort.

Hij gebruikt hier het beeld van de weegschaal dat ook in Rom 8 terugkomt.

Het lijden van deze tijd, weegt niet op tegen de heerlijkheid die zal komen.

Dat mag je voor ogen houden. Wat is het geweldig als je je blik op Jezus gericht mag houden!

Paulus komt woorden tekort om die heerlijkheid van God te loven.

Misschien heb je met Nederlands wel de term Hyperbool gehoord: een overdrijving.

Bijvoorbeeld: we hadden afgesproken in het restaurant, en het duurde een eeuw voordat ze kwam. 

Hier gebruikt Paulus ook het woord hyperbool,  maar dan is het wel echt.

Het gaat al onze verwachtingen te boven. Gods luister overtreft alles.

Hij heeft een geweldige kracht, die werkelijk alles overtreft.

[#6] Wanneer we vandaag Hemelvaartsdag vieren dan mag je zien op die heerlijkheid.

Jezus is de weg omlaag gegaan, van de hemel naar aarde, naar het kruis, naar het graf.

Hij heeft ons leven aangenomen. Maar Hij is je ook voorgegaan.

Hij is naar de hemel gegaan, en als we lijden hebben delen we in Christus.

Maar je mag ook geloven dat als je sterft, je ook zult leven met Hem.

Dat je uiteindelijk voor Gods troon gebracht zult worden, zegt Paulus.

Denk aan hoe soldaten opgesteld worden voor de koning, dat woord wordt hier gebruikt.

We hadden de Triomftocht zondag al gezien, je wordt meegevoerd.

En uiteindelijk eindigt die toch bij God in de hemel. Daar zul je ook mogen komen.

De catechismus zegt, als het gaat over de hemelvaart, we hem in Hem ons lichaam in de hemel

tot onderpand en Hij zal ons tot zich nemen

Door Hem zoeken we wat boven is.

[#7] Laat die kracht dan ook in jou mogen werken.

Dat je gericht bent op Jezus Christus. Gericht op de hemel.

Paulus zegt: wij verzaken onze plicht niet. We gaan door.

Ok. Ons uiterlijk gaat verloren. Maar ons innerlijk:

de nieuwe mens in Christus wordt van dag aan dag vernieuwd.

Sta jij ook zo in het leven dat je innerlijk vernieuwd wordt?

Richt je je op wat echt belangrijk is, op de Heer in de hemel?

Heb je hem echt lief en zoek je steeds zijn kracht, ook in je zwakheid?

Nee het is niet zichtbaar: de leerlingen bleven kijken naar de hemel, maar zagen niets.

De engelen wezen hem erop dat Hij weer zou komen.

Daarvoor hoefden ze niet naar de hemel te kijken, maar mochten ze handen gaan vouwen.

Ze ontvingen de Geest om vol van hem te getuigen.

Juist door de Geest, die in hun werkte, mocht Christus kracht verspreid worden.

Mochten ze de lijn omhoog steeds in de gaten houden, gingen ze zich richten op het onzichtbare.

[#8] Waar richt jij je op? Vergelijk het met een student die studeert.

Het kost moeite en energie. Maar als het goed gaat is er steeds weer een stapje verder gezet.

Mag je dat tentamen halen, dat werkstuk goed afronden, die stage halen.

Het kost moeite, maar je houdt het doel voor ogen. Je haalt je diploma.

Dat motiveert je. Dat je geeft je kracht. Daarvoor doe je het. Daar leef je voor.

Maar dan heb je het papiertje. Je gaat nieuwe doelen stellen. Zichtbare doelen.

Toch zijn het tijdelijke doelen. Voor een tijdelijk leven. Gaat dat een keer voorbij.

Wat is het dan geweldig om te weten dat er ook een onzichtbaar doel is.

Voor een eeuwig leven, dat een en al heerlijkheid is. Ben je bereid om voor dat doel alles te geven.

Om zo Jezus na te volgen, met hem een te zijn, dat je daarvoor leeft en dat op één zet.

Vergeet dat doel nooit in je leven: dat je innerlijke mens vernieuwd wordt.

Dat je ne niet richt op het zichtbare, want dat is tijdelijk. Maar dat je je richt op het onzichtbare:

Want dat is eeuwig. Als je op je werk bent, in je gezin, bij je studie, met al je idealen en plannen,

Met heel je leven: Christus ging ons voor om een plek te klaar te maken in de hemel.

Kies jij ervoor om die lijn omhoog te volgen?

Kies jij om steeds gericht op de hemel, op je Heiland zelf te leven?

Geloof dan dat de schat van God in je zal komen en door jou heen stralen!

Geloof dat je eens met Jezus voor Gods troon gesteld zult worden. Amen.