Micha 7:7 en 19 – Advent

december 22, 2019

Preek gehouden Heemse, 22 december 2019    

Tekst: Micha 7:7;18 Lezen: Micha 7:1-9,18-20 en Luk 1 (Zacharias)

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] De scholen zijn al dicht. Nog een paar dagen en dan is het jaar 2019 weer voorbij.

Tien dagen die je waarschijnlijk met degenen die je het liefst en dierbaarst zijn zult doorbrengen.

Genieten van muziek, van eten, van elkaar, samen kerstfeest vieren, samen knallen.

Met name de kerst staat vaak in het teken van familie.

Bij wie ben je? Met wie ga je wat vieren? Wat is je verlangen?

* Wat is het geweldig als je familie hebt. Als je mensen hebt op wie je terug kan vallen.

Als je samen mooie dingen mag beleven, en er voor elkaar kan zijn.

Die arm om je schouder, dat telefoonnummer dat je altijd kan brengen.

Daar waar de koffie altijd klaar staat, waar je je verhaal kwijt kan.

Dat broertje dat je soms uitscheldt of een klap verkoopt, maar met je wie ook op avontuur kan.

Dat zusje die soms jou spulletjes afpakt, maar met wie je ook heerlijk dingen kan beleven.

* Als er zoveel nadruk op familie komt te liggen, kan dat ook pijn doen.

Als er iemand overleden is, en er een stoel leegt blijft.

Als door een scheiding de verhoudingen moeilijk liggen.

Als je je niet serieus genomen voelt en alleen gelaten, de sfeer niet goed is.

Als je ruzie hebt gemaakt en elkaar niet goed kan zien.

Als je worstelt met vragen rondom een kinderwens, een beperking, een relatie …

En God? Wie is Hij in deze dagen? Waar is Hij en wat betekent Hij voor je?

Bemoeit God zich werkelijk met je leven, met je familie, met je contacten.

Is kerst alleen een feest van mooie woorden, maar verandert er niet werkelijk wat?

Of verlang je naar God en leer je Hem kennen als de koning die het kwaad overwon?

[#2] HEER, wees mijn verlangen, wijs mij omhoog, waar uw liefde mij wacht!

1) Vanuit de ellende

2) Blijf ik hopen

3) Op de HEER 

[#3] Vanuit de ellende. Dat kun je hier wel over Micha zeggen.

Hij begint zelfs ook zo: Wee mij, ongelukkige. Hij zit in de ellende.

Voor hem geen vrolijke, gezegende dagen en hij is zeker niet happy.

Hij geeft woorden aan zijn ellende. Hij laat zijn gejammer horen.

Hij zoekt nog naar iets moois en positiefs, maar hij kan niets vinden.

Je kan wel zeggen: moed houden! Hoop houden! maar dat is er voor hem niet bij.

Hij is als iemand die in de zomer, nadat de druiven en de vijgen zijn geoogst, het land opgaat.

Je hoopt dat er nog wat over is, dat ze niet alles hebben weggehaald.

Zoals Ruth op de akker van Boaz nog genoeg vond om te eten.

Ze hadden wat laten liggen voor haar.

Maar Micha vindt niets: geluk onder de wijnstok en vijgenboom.

Geen goed en gezegend leven met familie en vrienden.

Nee, totale verlatenheid. Geen druif, geen vijg, een droge mond en dorstige keel.

[#4] Je ziet hier Micha in de eindtijd, de oordeelstijd.

Het oordeel was voorzegd en nu wordt het ook uitgevoerd.

De dag van Gods straf, aangezegd door de profeten is gekomen (vers 4).  

Er is nu niet meer een bepaalde groep die als schuldige aangewezen wordt.

Nu wordt iedereen slecht genoemd. Ze zijn uit op het kwaad.

Van de mensen van wie je nog wat eerlijkheid zou verwachten, kun je ook niets meer verwachten.

Hooggeplaatsten doen wat hun het beste uitkomt.

Rechters die recht moeten spreken laten zich omkopen.

Ieder is op bloed belust.

En de beste, degene die wel eerlijk is, die het wel goed doet?

Die is als een doornstruik: waar je bij het wandelen je behoorlijk aan kan openhalen.

Als een stekelhaag, waardoor je allemaal schrammen oploopt. Mensen doen elkaar pijn.

[#5] Soms is het makkelijk om te mopperen op anderen: de overheid moet eens beter luisteren.

Moet mee oog hebben voor boeren, voor het milieu, voor onderwijs, verpleging.

De rechters lijken niet beseffen dat een moordenaar een zware straf verdiend.

De overheid kijkt niet naar belangen van ondernemers en burgers maar alleen naar zichzelf.

Maar … de situatie is zo erg dat zelfs moeders hun dochters niet meer vertrouwen.

Dat vaders en zonen ruzie krijgen. Dat je op moet passen, zelfs als je bij goede vrienden bent.

Zelfs diegene bij wie je in de armen ligt, die is niet meer te vertrouwen.

Zelfs tussen mensen die samen eten met de feestdagen.

Mensen die hunkeren naar vriendschap en liefde. Kan het helemaal mis zijn.

[#6] Het doet denken aan de tijd die Jezus beschrijft als Hij het over zijn komst met licht heeft.

Let op de vijgenboom die uitloopt, let op de tekenen. Er gaat wat gebeuren!  

De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden.

Vaders doen hetzelfde met hun kinderen en kinderen staan op tegen hun ouders.

Jullie zullen gehaat worden om mijn naam. Er zal vervolging zijn

Het éne volk zal opstaan tegen het andere volk.

Niet alleen voor de eerste komst van Jezus was het donker. Ook nu kan het ellendig zijn.

Kan het donker zijn.

[#7] Het is niet iets om je bij neer te leggen: maar om over te klagen.

God heeft ons geen weg zonder moeiten belooft: maar Micha gaat ons wel voor.

We mogen de klacht bij God neerleggen. De moeilijke vragen. Over leed, over ruzie.

Over pijn, over onrecht. Over teleurstelling in vrienden of juist de overheid.

Oefen je ook daarin, om dat te delen met elkaar, met God, in je gebed.

Om God dan niet even uit te schakelen, maar ook met je klacht naar hem toe te gaan.

[#8] 2. (Vanuit de ellende) blijf ik hopen

[#9] Het is vandaag de vierde adventszondag. Vier keer hebben we een kaars aangestoken.

De eerste keer hadden we het al over de hoop die er is. Over uitzicht uit de moeite.

Maar is er wat veranderd? Blijft het niet hetzelfde?

Iemand die het één keer moeilijk heeft, kun je misschien opbeuren en zeggen het komt goed.

Maar wat als je keer op keer teleurgesteld raakt? Als je het idee hebt

dat het niet licht wordt, als er geen positieve berichten zijn,

als dat kindje niet komt, wanneer de pijn niet minder wordt?

Toch doet Micha hier een sterke uitspraak.

[#10] Hij zegt: ik blijf hopen.

Ik blijf uitzien naar de God die mij redding biedt.

Hij zal mij horen, mijn God.

Al ben ik gevallen, ik sta weer op.

Al is het donker om me heen, de Heer is mijn licht.

Hij zal me naar het licht voeren.

Het volk Israël heeft vele eeuwen moeten wachten.

Er kwam een tijd van ballingschap, van vijandschap.

Samaria werd verwoest, Jeruzalem werd neergehaald.

Maar toch is er een hele kleine groep vromen.

Je zou zeggen: wat was de kerk nog. Wie hield dit vol?

Wat heeft het voor zin om te geloven. Zou er ooit uitkomst zijn?

[#11] Toch was er een kleine groep. Zacharias en Elisabeth, Maria en Jozef, Simeon en Hanna. 

Zij hadden ook gezegd: wij blijven hopen. Wij geloven dat het licht wordt.

En toen … toen kwam er een duidelijk teken. De engel Gabriel verscheen bij Zacharias.

Zijn vrouw Elisabeth zou een kind krijgen. En wat een wonderlijke boodschap:

Hij zal zondaars tot gerechtigheid brengen; mensen zullen weer te vertrouwen zijn.

Hij zal de ouders verzoenen met hun kinderen en kinderen met hun ouders.

Familierelaties zullen weer goed worden. Er komt vrede. God kan dingen veranderen.

Hij wil ingrijpen en zal mensen tot inkeer brengen.

Laten zien hoe egoïstisch, kortzichtig, fout en vervelend ze soms zijn.

Zodat ze gaan delen, liefhebben en in vrede met elkaar willen leven.

[#12] Maar heeft dat werkelijk zin? Zin om te blijven hopen en bidden?

Tijdens de huisbezoeken als ik het over het gebed heb, merk ik die vraag ook.

Zou God werkelijk luisteren? Of is bidden meer even je hart luchten?

Kan God dingen veranderen als je er om bidt?

Kun je dat geloven? Soms kun je zo je vragen en twijfels hebben.

Gewoon … omdat het zo slecht past ons wereldbeeld. Is er een God die aan de touwtjes trekt?

Of omdat je soms al zo vaak gebeden hebt. Of omdat je zoveel ellende ziet gebeuren.

Waarom heeft God toen niet ingrepen: dan hadden die ouders niet zoveel verdriet gehad.

Vragen waar je misschien zelfs wel eens wel van schrikt: geloof ik dan nog wel.

Mag ik dit wel aan God vragen? Of past dat niet bij een gelovige. Ga ik dan te ver?

Maar kijk dan eens naar de reactie van Zacharias. Hij is één van die kleine groep gelovigen.

Maar zelfs als er een engel bij hem komt, dan kan hij het niet geloven.

Hoe weet ik nu dat dat waar is, vraagt hij.

Ze hebben al zo lang gewacht en zijn al zo vaak teleurgesteld.

Mijn vrouw is al op leeftijd en ik ben een oude man.

Het kan er gewoon bij hem niet in. Hoe kan een oude vrouw een kind krijgen.

Het gaat zijn verstand te boven. Hij kan het niet bevatten.

[#13] Dan kan Zacharias niet spreken. Hij blijft zwijgen tot het kind geboren is.

Je kunt het lezen als een terechtwijzing, maar ook als een hulp.

God geeft door Gabriel een heel duidelijk teken.

Ik ben degene die te vertrouwen is. Die werkelijk wil werken. Kijk maar wat ik doe.

En dan gebeurt ook wat tegen Zacharias gezegd is. Elisabet wordt zwanger.

Zacharias krijgt nieuw vertrouwen. Krijgt nieuw geloof.

Hij zingt het uit als Johannes is geboren. God is zijn volk niet vergeten.

God heeft gedacht aan wat hij beloofd heeft. 

Zo spoort God je aan om te blijven hopen en bidden.

Om uit te zien naar het licht om soms tegen wat je zelf denkt in, het God te vragen.

Resultaten uit het verleden laten zien, dat we niet te klein van God hoeven te denken.

Ook al is het niet te bevatten en kun je er niet bij. Ik hoop dat je blijft zeggen:

U bent mijn verlangen, wij mij omhoog!

[#14] Wees mijn verlangen, wijs mij omhoog, waar uw liefde mij wacht!

1) Vanuit de ellende 2) Blijf ik hopen 3) Op de HEER 

Het boek Micha loopt uit op een loflied.

In zeven korte zinnen wordt beschreven hoe groot en machtig God is.

Indrukwekkende zinnen waarin het licht van Jezus verlossingswerk aan het kruis schijnt

Want het licht dat God belooft, de redding die God brengt, die is indrukwekkend.

[#15] Het sluit aan bij de naam van Micha: wie is als U?

Zo wordt het hier gevraagd: wie is een God als U?

Het volk van Israël hoeft niet hopeloos in de ellende achter te blijven.

Met vertroostende woorden mag Micha zijn boek besluiten.

Er wordt wanneer er die moeilijke situatie is, niet opnieuw straf aangekondigd.

Nee, God wil juist de zonden vergeven.

Hij zal het kwaad bestrijden als een vijand: kapot trappen en vertreden.

Het kwaad en de duivel zullen vernietigd worden. Het licht zal gaan schijnen.

Er is soms veel gebroken. Mensen maken veel kapot.

Maar uiteindelijk wil God eraan voorbij gaan.

Hij maakt het goed door de zonden echt weg te nemen.

Hij is een God die vergeeft.

[#16] En dan gebruikt hij dat indrukwekkende beeld van de zee.

Wanneer God de zonden wegdoet, dan gooit hij ze in de diepten van de zee.

Zoals eens de vijand en het kwaad, de wagens en ruiters van Egypte.

Zij die het volk wilden doden en straffen, verdwenen in het water.

Zo sluit God het water boven het kwaad en de zonden. Hij doet ze ver weg!

God kan het niet uitstaan als de goede sfeer wordt verpest.

Als zijn schepping wordt vervuild. Als er haat is en egoïsme.

Hij wil het dan ook wegdoen en uitbannen.

Zo ver weg dat hij er niet aan wil denken en nooit op terugkomt.

Zacharias zingt ervan: Johannes mag de komst van de allerhoogste aankondigen.

Die het volk vergeving van zonden verteld. Het kwaad zal worden opgeruimd. 

[#17] Wat betekent dat nu? Voor de tien dagen die ons nog resten dit jaar?

Het schijnt dat de Joden aan het eind van het jaar naar een rivier of naar de kust gaan.

Ze nemen een steen mee. En denken aan alles wat is misgegaan.

Dan gaan ze bij het water staan en gooien die steen in het water.

Die zinkt naar de bodem. Dat staat symbool voor de het grote kwaad.

En vervolgens keren ze hun zakken om en vallen de kruimels eruit.

Ze slaan het stof van hun kleren. Ook dat valt in het water.

Wanneer er geen vrede is. Wanneer je zaken verkeerd hebt gedaan.

Ruim ze dan op: verbrand of begraaf samen het conflict dat je hebt, de strijdbijl.  

Durf de eerste stap te zeggen: dat vraagt lef. Niet koppig zijn of bang zijn, maar zeggen: ik heb er genoeg van. Zullen we op een eerlijke manier met elkaar praten wat de oorzaak is?

Kijk samen wat de oorzaak is en durf de hand in eigen boezem te steken.  

Geef elkaar een hand, een arm om de schouder, vraag of die ander je fouten wil vergeven.

En vertel het aan God. Geloof dat hij een God is die wil vergeven.

Die vuil opruimt, zodat het licht door kan dringen.

Omdat Hij trouw is aan zijn belofte. Omdat het licht van de wereld is gekomen.

Omdat je je vast mag houden aan Jezus Christus. Wie is als God! Hij geeft zijn eigen zoon.

Laten we vol verlangen en vreugde het kerstfeest gaan vieren. In vrede met je naaste.

Omdat God een God is die vergeeft en ons uiteindelijk naar zijn licht en liefde zal leiden!

Amen


Job 4-14: Hoe troost je elkaar?

oktober 14, 2019

Preek gehouden in Heemse, 13 oktober 2019

Tekst: Job

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] De eerste keer dat ik een kaartje schreef omdat de moeder van iemand uit mijn klas overleden was, ben ik wel een half uur bezig geweest met een paar zinnen.

Soms weet je niet wat voor kaartje je moet sturen …

Welke reactie je moet posten op insta of facebook.

Wat je in een appje aan iemand moet schrijven.

[#2] Job is achter elkaar getroffen door zware slagen in zijn leven.

Opeens stond zijn leven op de kop en raakte hij alles kwijt.

Dat was een moment … zoals je plotseling een ongeluk kan krijgen,

een beroerte of het bericht dat je ernstig ziek bent.

Maar daarna komt de periode dat je te maken krijgt met de gevolgen.

Na dat ene moment komt een periode van ziek zijn, van gewond zijn, van lijden.

Bij Job is dat niet na een paar dagen over. We lezen:

‘Maandenlang van leegte heb ik ervaren,

Nachtenlang werd ik door ellende overmand’. (7:3)

Mijn lichaam is met wormen en korsten bedekt. (7:4)

Hoe sta je iemand bij die het langere tijd heel moeilijk heeft.

Hoe ga je om met chronische ziekte, blijvende beperkingen?

[#3] De drie vrienden die bij Job komen zijn alle drie heel verschillend.

Ze kiezen alle drie een andere manier om Job te troosten in zijn lijden.

Allereerst treedt Elifaz naar voren. Hij is de oudste van de drie.

Hij is het rustigste, heeft in zijn leven al veel meegemaakt.

Hij zegt: ‘Wie zou nu kunnen zwijgen?’ (4:2)

Jij hebt zelf veel mensen geholpen: je stond hen bij met raad en daad (4:3).

Knikkende knieën gaf je nieuwe kracht, wie de moed verloor heb je gesterkt.

Maar nu geef je het zelf op. Je verliest de moed.

Logisch toch? Op een gegeven moment zie je het niet meer zitten.

Je weet niet meer hoe je verder moet. Je ziet geen uitweg meer.

Als het zo tegen zit, als het zo moeilijk is. Dan heb je zelf ook  geen woorden.

Misschien ken je dat gevoel wel: steeds weer probeerde je verder te gaan.

Maar op een gegeven moment laat je je hoofd hangen. Hoe moet het verder?

Wat Elifaz dan zegt, vanuit zijn milde levenswijsheid,

dat is dat we als mensen nu eenmaal zwak en sterfelijk zijn.

Hij heeft het zelf van God gehoord in een droom.

We hebben allemaal onze gebreken: engelen zijn al niet zo heilig als God.

En dan de mens, nog een stapje lager  

De mens is als een mot: zijn leven is zo voorbij.

Hij is gemaakt uit aarde en woont in huizen van leem, laten we zeggen: van steen en hout.

Na een tijdje worden de touwen van de tijd losgemaakt. Dan is het over hier op aarde.

Psalm 103 wijst ons ook op het kwetsbare van het leven. Zeventig, tachtig jaar.

Het is nu eenmaal zo dat het niet te doorgronden is wat God doet.

De mens is voor het ongeluk geboren.

[#4] Is Job hiermee geholpen? Is dit een troost?

Hij zegt dat hij heel erg teleurgesteld is in de woorden van die oudere Elifaz.

Het is alsof je hijgt naar een beek met water, maar je komt er en het is er niet.

Zo had hij steun verwacht, maar hij krijgt het niet.

Beseffen ze wel goed hoe moeilijk hij het heeft? Hoe zwaar zijn lijden is?

Dit is toch mee dan gewoon het gevolg van sterfelijk zijn?

Was hij er maar niet meer, dan was dit lijden voorbij.

En inderdaad de mens is sterfelijk: maar waarom wordt hij hier dan mee lastig gevallen.

Wat is de mens dat God hem zo lastig valt. Dat Hij zoveel op zijn bordje krijgt.

Hij kan niet eens rustig slapen. Hij wordt steeds weer belaagd.

Wat leren we hiervan? Op zich haalt Elifaz juiste uitspraken uit de bijbel.

Zegt het van God gehoord te hebben. Maar toch kun je de plank mis slaan.

Je kunt op zich gelijk hebben, maar het dan toch verkeerd toepassen.

Het vraagt om juiste woorden op het juiste moment, met aandacht voor de persoon.

Niet met een te makkelijke theologie komen. De pijn als pijn te zien.

Vooral oog te hebben voor de nood van de persoon.

Er te zijn voor een ander. Ook al zijn we kwetsbaar: God doorgrondt je helemaal.

Al die kwetsbare dagen staan in Gods boek.

[#5] 2. Wat bij Elifaz, al een beetje doorschemerde komt bij Bildad nog sterker naar voren.

Er zat bij Elifaz al wat in van: Job je hebt het fout gedaan, daarom heb je ellende.

Waar Elifaz dan nog wat inlevend en liefdevol reageert, is Bildad echt de man van de leer.

Hij beroept zich op de theorie: God zegent wie goed doen en straft wie fout doen.

Zo is het toch altijd gezegd? Dat is de theologie die ze hebben?  

Dus Job, biecht maar op, geef maar toe: je hebt iets fout gedaan.

En dat je kinderen omkwamen door de orkaan, komt omdat ze iets misdeden. (8:4)

Het is nog niet te laat Job: misschien is dit een tijdelijke straf.

Bekeer je, en je toekomst zal nog groter zijn (8:7).

Echt waar: God zal onschuldigen niet verachten.

Eens zal je mond zich weer vullen met gelach (8:20 en 21).

Het is beste een lastige vraag die Elifaz hier stelt.

Op zich sluit hij aan bij veel opmerkingen in het Oude Testament.

Het lijkt zomaar in de bijbel of het zo werkt: de goede zal gezegend worden.

Wie de wet houdt wordt gered.

Goddelozen komen om. Gaan te gronde.

In veel psalmen kom je ook wel zulk soort woorden tegen.

[#6] Je kunt er een paar dingen over zeggen:

1) Het zijn uitspraken over het Oude Testament, toen de wet nog niet vervuld was in Christus.

Nu is Jezus gekomen en heeft met zijn offer aan het kruis al Gods toorn gedragen.

2) De basis van Gods omgang met zijn volk blijft zijn verbond, blijft zijn genade. God gaf wel de wet aan Mozes. Maar Abraham was eerder dan Mozes: eerst was er genade, God die het volk opzocht. De wet kwam erbij.

3) Omdat Christus de wet volmaakt gehouden heeft, kunnen we nu leven van genade. Verklaart God je helemaal nieuw en onschuldig.

Wat zegt Job in antwoord op Bildad?

Job wijst erop dat hij nooit voor God kan bestaan.

Elk mens heeft wel zonde gedaan.

Maar hij gaat niet meer in de redenering dat God hem nu ergens voor straft.

Dit heeft hij niet verdiend.

Zo spreekt ook de psalm die we straks zingen daarover.

Je pleit op Gods beloften en je vraagt Hem om hulp.

Het meest boeiende hier, is dat Job gaat vragen om een rechter.

Iemand die tussen hem en God rechtsprak.

Die naar beiden zou luisteren. Eigenlijk zegt hij: Bildad met zijn simpele redeneringen.

Hij heeft het niet bij het juiste eind.

Bildad vindt dat Job God tekort doet. God is eerlijk. Je hebt gefaald.

Maar Job vindt dat Bildad hem tekort doet. Hij neemt hem niet serieus als mens.

Niet serieus in zijn lijden en niet serieus in zijn onrecht.

Aan het eind van het boek Job, wijst God ook zelf aan dat de vrienden te ver zijn gegaan.  

Nadat de Heer tegen Job gesproken had, zei hij tegen Elifaz: ‘Ik ben boos op jou en je twee vrienden. Want jullie hebben niet de waarheid gesproken over mij. Mijn dienaar Job heeft dat wel gedaan. (42:7,8).

[#7] Daarom wil Job een rechter. Iemand die van buitenaf recht kan spreken over de situatie.

Als er in de catechismus gevraagd wordt: welke troost schenkt u de wederkomt van Christus?  

Dan staat er: Dat ik in alle droefheid en vervolging met opgeheven hoofd juist Hem als Rechter uit de hemel verwacht, die Zich eerst om mij voor Gods rechterstoel gesteld en heel de vloek van mij weggenomen heeft

Jezus Christus, mijn Redder komt uit de hemel. Hij zal mij volledig onschuldig noemen.

Omdat hij voor als mijn zonden betaald heeft.

Wat een geweldige belofte: God doet ons niet naar onze zonden, maar gaf zijn Zoon ervoor.

We mogen leven van genade. Je hoeft dus niet bang te zijn, dat je lijden een straf ergens voor is.

Je hoeft het niet op jezelf te betrekken: heb ik iets fout gedaan.

En als iemand lijdt? Als iemand vraagt: waarom moet ik deze ziekte, dit ongeluk, deze chronische pijn krijgen? Wat heb ik misdaan? Hoe kun je dan helpen?

Dan is dit is een belangrijke les: lijden en voorspoed worden in de wereld niet verdeeld op basis van wat je gedaan hebt. Iemand zei: oordeel dus nooit! Iemand die veel lijden heeft, kan juist de beste dingen gedaan hebben en een schurk kan het voor de wind gaan.  

Christus is gekomen. In Hem zijn we onschuldig.

Dan krijg je geen antwoord op al je vragen. Je mag wel weten: Er is een rechter gekomen.

Iemand die het werkelijk voor mij heeft opgenomen.

[#8] 3) Tenslotte komt daar Sofar aan.

Elfiaz was de oudere, Bildad de geleerde: maar nu komt er een jonge vriend aan het woord.

Hij is heel ongenuanceerd. Zijn woorden klinken fel en soms grof.

Je bent een zwetser met je woorden Job!
Je spreekt dwaasheid, zwijg toch!

Een leegheid komt niet tot inzicht!

Je eigen mond veroordeelt je. Hij spreekt nog duidelijker Job aan als schuldige.

Sofar beroept zich er vooral op dat God wijs is.

Hij wil ook troosten en raad geven, terechtwijzen en velt een oordeel.

[#9] Allereerst zie je dat Job in zijn antwoord ook wat feller van repliek dient.

Hij laat dit niet zeggen tot Hem. Dit vindt hij niet terecht.

Met jullie sterft de wijsheid uit, roept hij cynisch.

Als je iemand moet helpen, doe het dan niet op de manier van Sofar.

Natuurlijk kun je soms iemand wel bij de haren omhoog willen trekken.
Maar de woorden van Sofar komen niet over bij Job. Job keert zich juist af.

Voor Job is Gods handelen niet te begrijpen, willekeur.

Maar Hij doet niet wat velen in onze tijd doen. Een houding die je veel tegenkomt.

Hij ontkent niet dat er een God is.

Het is een roep alsof God zelf eens zou willen antwoorden.

Dat is ook waar het boek op uitloopt.

[#10] Tegelijk wijst Job op verschillende manieren aan dat God niet altijd na te volgen is.

Hij werkt niet altijd volgens die makkelijke principe van Sofar.

Zijn wegen zijn ondoorgrondelijk: soms draait hij juist de zaken om.

Zodat de zwakken bevrijd worden, maar machtigen vernederd.

Job zoekt een schuilplaats en ziet dan iets van de genade van God.

Nu nog niet. Nu ziet hij alleen zijn lijden, zijn sterven

Wanneer u mij redt, als er nieuw leven is:

‘Dan zou u me roepen en ik zou antwoorden.

U zou verlangen naar mij, uw eigen kind.

U zou voor me zorgen, U zou al mijn fouten vergeven.

Voor Job is het te donker om dat te zien. Maar hij kan het wel noemen.

Zo kun je soms wel iets benoemen naar iemand die het moeilijk heeft.

Je hoeft als broer of zus in de ker niet alleen te zeggen: ‘O wat erg’.       

Een vrouw kreeg een steeds de dominee op bezoek in het ziekenhuis, maar later wilde hij maar liever dat hij weg bleef. Ze werd er niet door opgebeurd, maar hoorde alleen steeds maar: ‘O wat moeilijk’.

Ik bid dat God je helpt om de juist woorden te vinden.

Dat is niet altijd makkelijk, maar zeg dat dan maar gewoon.

Het belangrijkste is dat je laat zien dat iemand niet vergeten wordt.

En dan mag je soms iets meegeven, iemand opbeuren.

Wijzen op Christus die geleden heeft, om uiteindelijk een volmaakte wereld mogelijk te maken.

Amen.


Job 1-3: Job gaat van lovend, via berustend, naar klagend … tot zijn God.

september 30, 2019

Preek Heemse, 29 september 2019

Tekst: Job 1-3

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Als ik het boek Job lees, moet ik altijd denken aan die man uit de film.

Jaren geleden zag ik die film, maar die man staat me nog helder voor ogen.

Hij woonde ergens achteraf, in een vervallen huis, van zijn leven was niets over.

Hij zag er onverzorgd uit en had veel klappen van het leven gehad.

Hij vertelde dat hij elke dag opnieuw in het boek Job las. Hij worstelde met God.

Die ellende in zijn leven, hij kwam er niet uit. Wat herkende hij zich in Job.

Wat kun je je vandaag herkennen van Job. Dat hoeft helemaal niet zover weg te zijn.

Wat kunnen er door psychische nood, tegenslag en moeite vragen in je leven komen.

Job stelt ons voor ingewikkelde vragen. Vragen naar wie God is.

Waar is Hij in de ellende en de moeite?

Hoe kan Hij satan zo zijn gang laten gaan met Job.

Waarom gaat hij die ‘weddenschap’ met satan aan? 

Op catechisatie kwam die vraag ook op: is dit wel eerlijk van God?

God die alles weet en kan? Gaat die niet over de rug van Job heen?

Kan ik in een God geloven, als er zulke dingen gebeuren?

Vragen die je kan stellen als je zelf diep in de moeite zit.

Wanneer een kind overlijdt, als je je werk kwijtraakt, als je het financieel niet redt,

als je plotseling ziek wordt en wachtkamer in, wachtkamer uit gaat.

Vragen die je ook voor anderen kan stellen: waarom moet hij/zij dit meemaken?

Waarom moeten groepen mensen op de vlucht, voor geweld, misbruikt, gehavend.

Stervend door honger, hitte of verdrinking? 

[#2] Vandaag een eerste preek over Job.

In drie stappen zien we drie verschillende reacties van Job op het lijden.

Zie je de dalende lijn? Hij zakt steeds dieper weg.

Van lovend, via berustend, naar klagend.

Maar ik hoop dat je vooral blijft zien dat hij dit allemaal doet: met zijn God.

[#3] Job is de rijkste boer van die tijd. Iedereen kijkt naar hem op.  

Tien kinderen, de zeven zonen nodigen hun zussen uit als ze een feest hebben.

Job is niet een vader die alles verbiedt, van wie niets mag, die betuttelend is.

Maar wel een vader die de volgende dag zijn kinderen ook tegenover God zet.

Hij brengt een offer dat hun zonden vergeven worden.

Spreek jij ook zo door met je kinderen: gaan jullie samen bidden, vragen om vergeving?  

Wat geweldig als dit over jouw leven gezegd kan worden:

Je bent eerlijk en trouw aan God.

Dan heb je niet zomaar een geslaagd leven, dan heb je ook een leven met God.

Wie zo in goede tijden dicht bij God leeft, legt een basis voor andere tijden.

‘wie als het goed gaat God leert kennen, kan als het minder is op hem terugvallen’

[#4] Maar dan komt satan in de hemel, bij God!

Heb je Job wel gezien, satan, iemand die zo op Mij vertrouwt?

Maar dan zegt satan: Job, die dienaar van u?

Die vertrouwt alleen op U omdat het hem goed gaat.

Lekker makkelijk. Als alles je voor de wind gaat. Als het je goed gaat.

Als je een gelukkig huwelijk hebt, kinderen kreeg, veel bezit.

Dan kun je wel geloven, dan kun je God wel bedanken.

Maar, zegt satan, wat als het hem minder gaat? Als hij alles kwijt raakt?

[#5] Veel mensen hebben het idee van geloof en religie dat het zo werkt.

Je hebt een grote machtige God. Je moet je aan zijn regels houden.

Wanneer je dat doet, dan gaat het je goed, dan ontvang je zegen.

Gewoon je aan tien geboden houden en leven zoals Hij dat vraagt.

Eigenlijk geloof je dan ook vooral voor jezelf: je wordt er beter van.

Leef maar netjes, niet vloeken, God niet boos maken en het zal je goed gaan.

En inderdaad zo werkt religie vaak.

Dat is toch hoe veel mensen er mee omgaan. Zo kun je er zelf ook mee omgaan.

En alle godsdiensten die mensen zelf bedacht hebben werken zo.

Van China tot Afrika, van Zuid-Amerika tot Mekka.

Mensen doen iets voor hun God, en dan moet God iets voor hun doen.

Daar sluit satan bij aan: God, neem hem alles maar af, geef hem maar niets meer.

Dan zal hij U niet meer dienen en u wel vergeten, dan geeft hij niets meer om U.

[#6] Zo gebeurt het. Vier zware mokerslagen treffen Job.

Op de dag dat de tien kinderen gezellig met elkaar eten in het huis van de oudste broer.

Vijanden die de dieren doden en roven.

De bliksem die inslaat, de orkaan die het huis van zijn kinderen doet instorten.

Als het vandaag gebeurt vragen we ook: waar is God?

Van een welvarende boer, wordt Job een arme man.

Van een gezegend gezin, wordt dit een familie gedompeld in rouw en verdriet.

[#7] En Job? Nu wordt duidelijk hoe Job in het leven stond.

Of hij al die mooie dingen vanzelfsprekend vond, of dat het zag al gaven van God.

Of hij vond dat hij er recht op had, omdat hij gelovig was, of dat het genade was.

Duidelijk wordt dat Job God zelf nu nog kan loven.

Ik had niets toen ik geboren werd. Ik zal ook niets hebben als ik begraven word.

De Heer heeft mij alles gegeven, en de Heer heeft alles weer van mij afgenomen.

Toch blijf ik de Heer danken!’

Wat bijzonder als je zo in het leven kan staan. Als je zo met je bezit om kan gaan.

Satan krijgt geen gelijk. Ik hoop dat geloven zo ook bij jou niet is:

Ik houd me aan de regels en dan komt het goed. Puur op jezelf gericht.

Ik hoop dat je ziet dat wat er ook gebeurt je het uiteindelijk van God mag verwachten.

Dat het draait om de vraag of je met Hem verbonden bent: dan weet je wat genade is.

Dan kun je zelfs in de diepste moeite, je nog op God richten. Psalmen zingen in de nacht.

Is Job dan niet verdrietig? Er staat: Job scheurde hij van verdriet zijn kleren kapot.

Hij knipte zijn hoofd helemaal kaal, en liet zich van ellende op de grond vallen.

Maar God houdt hem vast. Hij weet zich nog steeds van Hem.

Ik hoop dat dat ook de basis mag zijn van je leven.

Wanneer je zelf jezelf een Job voelt: bij alle ellende en verdriet.

Als je soms het gevoel heb dat je niet gezien wordt,

tussen al die mensen die het zo goed lijkt te gaan.

Dat je dan ook met God verbonden wilt zijn.

Het dan, juist dan ook van Hem verwacht.

Niet pas na het dal, maar ook in het donkere dal. Dat Hij er bij is.

Dat geldt ook als het je goed gaat:

vertrouw op God, en wees met Hem verbonden,

dan kun je ook in de moeilijke dagen het van Hem verwachten. 

Via berusting [#8] Maar het gaat nog verder in dit boek. Weer staat satan in de hemel.

Hij is de aarde langs getrokken en heeft weer kunnen zien wat Job gedaan heeft.

God wijst aan dat geloven voor Job niet uit eigen belang was.

Er is geen vloek uit Jobs mond gekomen.

Nee, zegt satan, dat zal niet …

Misschien is Job wel bang dat hem zelf iets zal overkomen als hij slecht van God spreekt.

Maar als ik aan hem zelf mag komen, dan zal het wel anders gaan.

En daar gaat satan weer: hij maakt Job verschrikkelijk ziek. Job krijgt overal zweren.

Het gaat helemaal niet goed met Job. Het is één en al ellende.

Hij moet zich de hele dag krabben. Hij vind geen moment rust.

Hij zit daar op de afvalhoop. Lichamelijk helemaal kapot.

Probeer maar eens als je zo kapot bent, geestelijk sterk te blijven.

Misschien wel met koorts, met jeuk die niet overgaat.

Ik werd van de week al gek als ik de hele nacht alleen maar lig te hoesten.

Vrouwen kunnen dan zeggen: ‘ach mannen hè, wat stellen ze zich aan’.

Maar hier gebeurt het andersom. Job zit daar in zijn ellende.

En dan gaat zijn vrouw juist zeggen: Job nu ben je er wel helemaal erg aan toe.

Hoe kun je nu nog met God verbonden zijn. Zeg God toch vaarwel!

Wat heb je nu aan geloof? Je hebt genoeg reden om God vaarwel te zeggen.

Zie je wat er gebeurt!

Na alle zware slagen die Job gehad heeft raakt hij ook nog de steun van zijn vrouw kwijt.

Een zesde slag! Waar je steun zou verwachten en hulp, valt ze hem af.

Begrijpt ze hem niet meer. Nu staat Job er helemaal alleen voor.

[#9] Ondertussen wordt dit door de hemel gadegeslagen.

Satan kijkt toe en hoopt dat Job naar zijn vrouw zal luisteren. 

God kijkt toe: Zal Job hem de eer blijven geven, of vergeet hij God?

Zo kijkt God toe, ook als je zelf allerlei verzoekingen en beproevingen op je weg krijgt.

Hoe zal het gaan met mijn kind. Zal hij Mij vasthouden?

Of laat hij of zij zich inpakken door de duivel.

Ben je je daarvan bewust: bij alles wat er op je weg komt.

Of het nu zegen is of moeite, vreugde of verdriet.

Besef je dat je levensweg niet zomaar is? Maar dat je een plek hebt in de strijd?

Zoals eens Jezus Christus door de duivel aangevallen werd in Getsemane.

En worstelde met zijn Vader. Heer, laat dit voorbij gaan.

Terwijl Satan hoopte dat Hij de strijd zou opgeven. Dat Jezus zou knielen voor Hem.

Maar Jezus hield vol: Hij legde zijn leven in de handen van God. Zijn wil geschiede.

Ook al moest hij door dat diepe dal gaan. Werd Hij wel door God verlaten!

[#10] En Job? Hij zegt niet: Gods naam zij geprezen, maar zegt:

Als we het goede van God aanvaarden,

waarom aanvaarden we het slechte dan niet?

Het klinkt al compleet anders. Maar Hij gaat niet mee met zijn vrouw.

Job zondigt niet. Van alles gaat er door hem heen. Hij berust in de situatie.

Over zijn lippen komt geen onvertogen woord.
 

[#11] 3. Maar dan zijn we nog niet bij het dieptepunt aangekomen.

Dan zijn we nog niet in de situatie waarin we de komende hoofdstukken van Job zitten.

Want er wordt een nieuwe situatie ten tonele gebracht.

In de eerste twee hoofdstukken die een soort inleiding van het boek zijn, gebeurt er wat.

Er verschijnen drie nieuw mensen ten tonele. Drie vrienden van Job.

Nu geen satan, nu zijn het drie mannen.

Wel mooi dat ze hem niet alleen laten lijden. Dat ze samen naar hem toe gaan.

Maar wat schrikken ze als hij er is. Hij zit daar op die puinhoop, onherkenbaar.

Ze herkennen hem pas als ze heel dichtbij zijn.

Ze zwijgen. Ze zijn vol verdriet. Ze kijken Job aan.

[#12] En dan klinkt er die klacht van Job. Waarom ben ik ooit geboren.

Die dag had er beter niet kunnen zijn. Wat is het zwart om Job heen.

Hij denkt: als ik er niet was, dan had ik ook geen ellende. Dan is was alles afgelopen.

Hier zien we Job werkelijk in de put. Nu ook zijn vijanden hem zo bestormen.

Nu klinkt de diepste klacht.

Niet iedereen heeft dit gelukkig meegemaakt in zijn of haar leven.

Maar toch kan het zijn dat je soms helemaal met Job mee kan voelen.

Wat heeft dit leven voor zin als er zoveel ellende is? Als je dag in dag uit je vragen hebt?

Laten we als gemeente ook oog hebben voor die moeite.

Die vragen die gesteld kunnen worden.

Iemand zei: elke dienst zou je zo’n klaagpsalm moeten zingen.

Is het niet voor iemand in de gemeente, dan wel voor een vluchteling of iemand in de nood. Mag dit klagen en roepen ook gehoord worden?!

In het verleden heeft men wel eens teveel alleen de inleiding van Job benadrukt.

Ook als het moeilijk is, toch blijven vertrouwen. Daar komt het wel op aan.

Maar zie en peil je ook de diepte van de nood? De strijd die Job moet leveren.

Job begrijpt het niet en hij snapt het niet.

Daar zullen we in de vervolgpreken bij terugkomen.  

Voor nu is helder: ondanks zijn klagen, laat Job God niet los.

Hij gaat juist met zijn vragen naar God toe. Laten we dat ook steeds weer doen.

Niet zonder God, maar juist in gesprek met God door het lijden heengaan.

Door Christus mag satan niet meer in de hemel komen, maar op aarde is er strijd.

Moeten we bidden dat God je niet in verzoeking leidt.

Niet God als een God als je wind mee hebt, maar ook als je wind tegen hebt.

Deze God die Jezus ook echt mee kan voelen met ons lijden en weet wat het is.

Jezus die ook voor ons geleden heeft. Zelfs de moeilijkste vragen staan in de bijbel.

En dan mag je weten: we krijgen geen vragen op alle ‘waarom’-vragen, maar je mag wel weten: God zal mij ook bij alle onzekerheid en vragen, niet alleen laten.  Hij zal mij altijd dragen met zijn eeuwige armen. Amen.


Zondag 47 – Heilig, heilig, heilig

september 23, 2019

Preek gehouden Heemse, 22 september 2019

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] ‘Heilig, heilig, heilig, Here God almachtig, drievuldig God, die één in wezen zijt’.

Bij Jesaja kunnen we even in de hemel kijken.

Je ziet de troon van God, je ziet engelen, serafs die rondom de troon zijn.

De zoom van Gods mantel vult heel de tempel.
Met een enorm geluid wordt God groot gemaakt en aanbeden.

Het is alsof alle registers van het orgel zijn losgetrokken.
Of de band even al zijn energie kwijt moet.

Het is alsof alle instrumenten van Psalm 150 van stal worden gehaald.

De deuren rammelen in hun scharnieren, de ramen in hun sponningen.

Loof de Heer uw God alom.

Heilig, Heilig, Heilig: eeuwig zij U de ere,

waar Gij troont te midden al uwe engelen; onvolprezen Heer.

[#2] Hoe zou het voor jou zijn om zo in de hemel te zijn?  

Jij begrijpt dat Jesaja onder de indruk komt van zoveel heiligheid.

Dat hij zich maar een klein mensje voelt bij de machtige God.

Past hij wel bij die heilige God?

Want wat is heilig? Dat betekent apart gezet, afgezonderd.

Apart gezet? Ja, apart gezet van het zondige, verkeerde, slechte, kwaad.

Hij is helemaal goed en volmaakt. Bij Hem kan geen kwaad zijn.

Hij is de bron van al het goede.

Maar dan zegt Jesaja: ik ben een mens met onreine lippen.

Ik zeg soms woorden die niet kloppen. Grove woorden, woorden die niet mogen.

Jullie weten wel wat ik bedoel, denk ik, jongens en meisjes.

en je hoort genoeg woorden die niet zo netjes zijn. On-heilige woorden.

Je hoeft maar even het commentaar bij Fortnite of Fifa of een youtuber aan te zetten

Zo zal Jesaja soms ook dingen gezegd hebben die zondig en niet liefdevol zijn.

U, jou en mij: een ieder overkomt dat. Roddel, gemopper, gezeur.

En als je zelf wel op je woorden let, dan is het zo wat Jesaja zegt:

Ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft.

Als ik radio, een podcast, netflix luister, als ik in de trein zit.

Als ik in de kantine zit, op het sportveld of op de bouw. 

Er is veel onheilig wat om je heen is.

Waar je misselijk van wordt, of (erger nog) misschien wel aan gewend raakt.

[#3] Heilig, heilig, heilig, Gij alleen zijt heilig. Één en al vuur, en liefde en majesteit.

Wanneer Jezus leert hoe te bidden, leert Hij om ook allereerst God te zien als de heilige.

Iemand gebruikte het woord: bewonderen.

Als je een kunstwerk bewondert, loop je erom heen en je wilt er graag een foto van maken.

Als je de lucht bewondert: dan wijs je de anderen erop: wat een mooie wolken, wat een mooie kleuren!

Als je een persoon bewondert: dan ben je onder de indruk van wat hij of zij allemaal kan. Dan vind je het bijzonder als je even bij de sporter of muzikant in de buurt kan komen.

Zo leert de Here Jezus om God te bewonderen. Om Hem groot maken.

Om Hem te leren kennen in al zijn werken: hoe Hij de wereld gemaakt heeft.

Hoe Hij die mooie lucht gemaakt heeft; die kleinste insect; die grote paddenstoel.

Hoe Hij de bomen indrukwekkend groot kan laten groeien; hoe Hij de bergen en de zeeën heeft gemaakt. Hoe hij de mist gemaakt heeft, die bij de zonsopgang zo schitterend over het land kan hangen.

En wanneer je mensen bewondert, dan mag je weten: God heeft de mens gemaakt.

Hij heeft hem gemaakt naar zijn beeld. Wat een geweldige God hebben wij.

Jezus vraagt om als je gaat bidden, om op je in te laten werken hoe groot God is en dat dan tegen Hem te zeggen. Heer, laat uw naam geheiligd worden. Dat komt eerst!

[#4] Waarom vindt God dat belangrijk om Hem eerst te heiligen. Waarom is het goed om je gebed zo te beginnen?

Dat komt omdat uit onszelf er heel andere dingen in ons leven centraal staan.

Niet voor niets is het eerste gebod: vereer geen andere goden.

Ik dacht altijd dat dit gebed vooral te maken heeft met het 3e gebod: over hoe spreek je over God, je mag zijn naam niet misbruiken. Maar dit gebed heeft vooral te maken met het eerste gebod: geen andere goden vereren.

Want als je gaat bidden,  als je je richt op God, is het goed om eerst te zorgen dat je alleen voor Hem neerknielt. Eerst op Hem gericht bent.

Want waar kniel jij voor in je leven?

Want denk maar eens na waar je zelf op gericht bent. Als je even niets te doen hebt, als je moet wachten, als je ’s avonds in je bed ligt. Als tijdens de preek je gedachten misschien wel afdwalen. Waar denk je aan?

Denk je aan je geld en wat je allemaal bezit.

Of droom je van een heerlijke vakantie.

Denk  je aan je sport of je hobby?

Of ben je juist heel erg bezig met ‘beauty’: hoe kan ik  er mooi uit zien en zorgen dat mijn foto’s op insta geliked worden?

Zit je te denken aan je bedrijf of je onderneming? Laat je je leiden door gedachten over seks en verliefd zijn? Of denk je eraan hoe je nog meer kan genieten je huis en tuin en met nog meer comfort kan leven?

Wij kunnen vol zijn van alles en nog wat. Op zich niets mis mee.

Maar nu gaan we bidden: nu ga je praten met God. Wat is het dan belangrijk om echt je op Hem te richten. Om te zien wie Hij is. Om misschien eerst even een stukje uit de bijbel te lezen, even door de natuur te lopen of gewoon in stilte te bedenken hoe groot, liefdevol en machtig Hij is! Om dan voor Hem te knielen en te zeggen: Heer, laat het zo zijn dat U allereerst de Heer krijgt. Dat uw naam geheiligd wordt. Dat U rijk komt en uw wil gedaan wordt.

[#5] Waarom is het zo belangrijk om dat eerst te doen?

Omdat als we gaan bidden we gaan vragen om alles wat je nodig hebt.

Gezondheid en bescherming van wie je lief is, thuis en onderweg.

Dagelijks eten en drinken, een dak boven je hoofd.

Je bidt misschien om een partner of om meer plezier op je werk.

Je bidt om vergeving van de zonden: van die misstap die jij hebt gedaan.

Je mag alles vragen aan je hemelse Vader.

Maar niet altijd krijg je wat je vraagt.

Je bidt om bescherming: maar toch moest je bij het graf staan.

Je vraagt op kracht voor je opleiding, maar je kunt het niet aan.

Je bidt om vrede op de wereld, maar steeds weer zijn er oorlogen.

Je droomt van een eigen huis, maar je krijgt de financiering niet rond.

Je bidt om geestelijke gezondheid, maar je wordt geconfronteerde met dementie.

Kijk en dan is het belangrijk waar je vol van bent, waar je je op gericht hebt.

Kniel je neer voor goden van gezondheid, bezit, comfort, beauty en welvaart?

Dan zul je boos en opstandig worden als je niet krijgt wat je gevraagd hebt.

Dan raak je teleurgesteld, want je krijgt niet wat volgens jou belangrijk is.

[#6] Maar wat nu als je zegt: Heilig, heilig, heilig, Heer God almachtig. Vroeg in de morgen wordt U ons lied gewijd. U bent liefdevol en machtig. Van u is het koninkrijk en de kracht en de heerlijk, tot in de eeuwen der eeuwen.

Dan verbind je je aan de God die hemel en aarde gemaakt heeft.

Die alles volmaakt gemaakt heeft. Die een doel heeft met deze wereld.

Die wil dat wij uiteindelijk zullen delen in zijn heiligheid en heerlijkheid.

Dan mag je weten dat je in zijn plan opgenomen bent en dat Hij voor je zorgt.

Dan krijg je geen antwoord op al je vragen, maar leer je wel steeds meer wie hem is en op hem te vertrouwen.

Dan zie je God in zijn grootheid, en vooral ook in zijn liefde en vergeving.

[#7] Laten we nog even teruggaan naar Jesaja. Je ziet dat hij eerst terugdeinst voor God. Hij denkt dat hij moet sterven als hij God heeft gezien, als zondig mens. Maar dan komt God naar hem toe. Juist deze heilige God, wil hem helemaal vernieuwen en rein maken. Schakelt Jesaja in. Een van de engelen legt een gloeiende kool in zijn mond. Hij wordt door God gereinigd. Hij kan deel krijgen aan die heiligheid van God en mag het volk een boodschap gaan vertellen.

Wat moet hij dan vertellen? Hij moet vertellen dat het helemaal niet goed zal gaan.

Zij hadden wel geknield voor andere goden, zij waren God wel vergeten.

Zij leerden hem niet kennen in al zijn werken. Nu dan gebeurt het ook:

Hun hart wordt ongevoelig.

Hun ogen gaan dicht.

Hun oren toegestopt.

Dan kunnen zij mij niet horen.

Dan kunnen zij mij niet zien met hun ogen.

Dan zal ik niet tot hun hart doordringen.

Dit gebeurt er met het volk dat God vergeten is. Dat God niet geheiligd heeft.

God zal straf geven en oordelen. Alles loopt dood zonder God.

Maar wat is dat? In die dorre aarde, in de woestijngrond, zie je dat?

Er is een stronk, en die loopt uit. God laat zijn plan niet los. Hij maakt een nieuw begin.

[#8] Wie doof is, wie blind is, wie zijn hart toesluit kan God niet heiligen.

Die kan God niet grootmaken. Die verwondert zich niet over zijn werk.

Die ziet vooral wegen die dood lopen.

Maar wie God heiligt mag met open ogen en open oren door de wereld gaan.

Die mag ook steeds meer van God leren kennen.

Dat God niet loslaat het werk van zijn handen. Dat God nu al bij ons wil zijn.

Misschien denk je als je zo leest over Jesaja: Is het niet afschrikwekkend dat God zo heilig wil zijn? Zou het niet beter zijn als we een beeld maken van een lieve God. Zonder straf, zonder oordeel? Niet zo groot, maar gewoon meer menselijk. Die ook wel begrijpt dat het nooit volmaakt kan zijn? Gewoon een wat kleinere God, die naast je staat en meehuilt als het allemaal niet zo gaat als gehoopt?

Er zijn mensen die dat doen. Toch denk ik dan dat je uiteindelijk te klein over God gaat denken. Een God die niet meer heilig is, die niet van oordeel of een hel wil weten legt zich dan neer bij een wereld die niet volmaakt is. Dan krijgt de zonde een plek en wordt de dood niet overwonnen. Maar wat heeft God gedaan. Zoals Hij hier al laat zien dat Hij Jesaja wil vergeven en een belofte geeft van redding, zo heeft Hij werkelijk zijn zoon gegeven. Aan het kruis is Christus gestorven. Hij heeft alle zonde willen dragen. Zo heeft Hij de zonde niet geaccepteerd (Fil 2!), maar zijn boosheid over de zonde op Christus neer laten komen, die de zonde voor ons heeft weggedragen. Wat is zijn liefde enorm! Hij wil dat we uiteindelijk bij Hem, de heilige God zullen zijn. Door Hem gered en eeuwig leven bij Hem.

Kijk en wanneer je je op die God richt, mag dat een enorme bemoediging zijn.

Hij is bezig om zijn genade en verzoening te brengen.

Hij wil het uiteindelijk echt goed maken. Nieuw maken. Heilig maken. Voorwaar de aarde zal getuigen van U, die thans en eeuwig zijt. Tot alle schepselen zich buigen, voor uwe liefde en majesteit. Dan zal uiteindelijk elke knie zich buigen en wordt het loflied in Openbaring weer op de lippen genomen: Elk van de vier wezens had zes vleugels, Dag en nacht herhalen ze: ‘Heilig, heilig, heilig is God, de Heer, de Almachtige, die was, die is en die komt.’ Telkens als deze wezens lof (…) brengen aan degene die op de troon zit 10 werpen de vierentwintig oudsten zich neer en aanbidden hem die leeft tot in eeuwigheid: ‘U komt alle lof, eer en macht toe, Heer, onze God, want u hebt alles geschapen: uw wil is de oorsprong van alles wat er is.’ Dat zo Gods naam steeds weer geheiligd mag worden! Amen.


Psalm 37 – Leg je leven in de handen van de HEER!

september 2, 2019

Preek gehouden Heemse, 18 augustus 2019

Tekst: Psalm 37

Bij de schriftlezing vermelden: dit is een psalm aan de hand van de letters van het Hebreeuwse Alfabet. Elke twee verzen zijn een letter, we lezen de eerste letters, maar misschien mooi om thuis de hele psalm nog eens te lezen.

Geliefde gemeente van onze Heer,

[#1] Met welke houding sta je in het leven?

Dat is de belangrijkste vraag die Psalm 37 vanmorgen aan je stelt.

Het kan zomaar gebeuren dat je je gaat ergeren.

Dat je iemand heel irritant vindt en je er vervolgens over opwindt.

Over de manier waarop ze reageren, wat ze tegen je zeggen.

Misschien erger je aan mensen hier tijdens de kerkdienst.

Of je ergerde je deze week aan iemand thuis, op school of op je werk.

Dat je iets aan hen uitgeleend hebt, maar het nooit terugkrijgt.

Dat ze vertellen wat ze allemaal konden doen, terwijl door je ziekte bijna niets kan doen.

Dat je aan alles kan zien dat ze het goed hebben, maar God er nooit voor bedanken.

Soms lijkt het mensen die nergens aan doen en nergens omgeven, juist goed te gaan.

Toen Maarten Luther schreef: ‘Hoe groter de schurk, hoe groter zijn voorspoed’.

Dus mensen die gemeen, oneerlijk, met listen, als een schurk te werk gaan.

Die mensen gaat het soms juist ook voor de wind.

Dan kun je je soms zomaar ergeren en gaan mopperen.

[#2] Letter ‘A’, het begin van Psalm 37, zegt gelijk: erger je niet!

Jongens en meisjes, kennen jullie dat spelletje? Mens, erger je niet!
Ik denk dat iedereen het wel kent! En wat is het moeilijk om je niet te ergeren.

Als de ander steeds een zes gooit, en jij op je plaats blijft staan. Als de anderen vervelend doen.

Of niet helemaal eerlijk! Het spel kan, bij mensen die zich wel ergeren, zomaar erin eindigen dat er ruzie komt en het bord omgedraaid wordt en pionnetjes op de grond belanden.  

De psalm zegt: Wind je niet op! Niet over slechte mensen, niet over mensen die kwaad doen. (vs 1)

Erger je niet aan wie slaagt in het leven, wie met listig is: oneerlijk steeds rijker wordt (vs 7)

Wind je niet op, laat je woede varen, erger je niet, dat brengt alleen maar onheil! (vs 8)

Kennelijk is dat de boodschap die je vandaag meekrijgt van de psalm.

Oké, er gebeurt van alles. Er is veel onrecht. Er lijkt veel oneerlijk. Maar maak je niet druk.

Ga je niet ergeren. Blijf rustig en wind je niet op!

[#3] Maar is er dan geen reden om je op te winden? Daarmee komen we bij de kernvraag van de Psalm.

Een Psalm over Gods leiding, zijn zorg en wat het voor zin heeft om te geloven.

Want merk je nou echt verschil tussen mensen die geloven en niet geloven?

Heb je er nu wat aan dat jij naar de kerk gaat, bidt, dankt en met God wil leven?

Of heb je er eigenlijk maar niets aan.

Soms lijkt het zo: word je er nu gezonder van dat je gelooft?

Word je er rijker van? Word je er gelukkiger van?

Wat geeft het geloof je?

[#4] De psalm is wel duidelijk dat er na dit leven verschil is.

Nu, in dit leven, zie je misschien nog niet wat het verschil is.

Maar uiteindelijk, op de dag van het oordeel zal het duidelijk worden.

Dat de ongelovige wel bloeit, en groeit, maar dat hij is als gras.

Het gras verdort. Zo’n gele vlakte wordt het. En de bloem valt af.

Hij is als een woekerende laurier (vs. 35): eerst is hij overal, maar dan is hij nergens meer te vinden.

Hij is als rook (vs. 20): het lijkt eerst heel veel, maar het duurt maar even het is helemaal verdwenen.

Na dit leven zal de mens die zonder God leeft niet meer bloeien.

Dan heeft hij geen toekomst, dan hoort hij niet bij God.

De psalm zegt heel duidelijk: voor straks maakt het wel degelijk wat uit of je gelooft.

Nu is er onrecht, gaat het mensen die niet geloven soms beter. Maar uiteindelijk komt er verschil.

Op het dag van het oordeel, zal God hij zich bij God moeten verantwoorden.

En wie het dan niet van God verwacht heeft geen toekomst.

Zal niet eeuwig leven, zal de nieuwe hemel en aarde niet bewonen.

[#5] Maar dat lost je vragen nog niet gelijk op. Het is fijn om te weten dat God redt.

Maar je gelooft toch niet alleen om in de hemel te komen?

Dat je gelooft om maar niet veroordeeld te worden en straks niet in de hel te komen?

Daarom is het goed om te kijken wat de psalm nog meer zegt.

Wat voor verschil maakt het nu al of je in God gelooft of niet?

Daarvoor letten we op de letter B (vers 3,4), C (vers 5,6) en D (vers 7,8) van de psalm

[#6] De Psalm wil niet dat je je opwindt, maar juist rust vindt.

De psalm zegt bij letter B: vertrouw op de HEER.

Vertrouwen houden is heel belangrijk. Dat je gelooft in God.

En let op dat er dan staat: Vertrouw de HEER!

Er staat niet: God. Niet God, als een soort lot.

Dat je van alles wat gebeurt zegt: dat is God.

Dat God een soort samenvatting is van alles wat je in het leven overkomt.

Er gebeuren mooie dingen, gewone en lastige dingen en je zegt dan: ‘dat is God!’

Dan is er weinig verschil tussen jou en iemand die in het noodlot gelooft.

Er staat: vertrouw op de HEER.

Jongens en meisjes, zie je dat dat woord met vier hoofdletters is geschreven?

Dat wil zeggen: er staat eigenlijk Jahwe. Ik ben die ik ben.

Vertrouw maar op de HEER, de God van het verbond, de God die er zal zijn.

Die juist in deze wereld binnengaat en de dingen op zijn kop kan zetten.

Die in Christus het lijden en de nood op zich genomen heeft.

Die de gang van de geschiedenis heeft doorbroken en de dood heeft overwonnen.

Dat je vertrouwt dat Hij je bij je is, er was, er is en er zal zijn.

Dat Hij in Christus Jezus het goede voor je zoekt en je leven leidt.

Dat, ook als het moeilijk is, Hij bij je is.

[#7] Daarvoor zegt de Psalm ook bij letter C: leg je leven in de handen van de Heer.

Die tekst kun je lezen als er een baby’tje is geboren.

Als ouders weet je nog niet wat er gaat gebeuren, maar zijn leven mag in Gods handen zijn.

Je kunt die tekst lezen als er moeite is, of juist als je dankbaar bent.

Je leven in de handen van de Heer leggen: met je vragen, met je ziekte, met je zorgen.

Ook bij een overlijden mag het een troost zijn, als je weet dat iemand zijn of haar leven in de handen van de Heer heeft gelegd.

Dat hij of zij zich afhankelijk wist van de HEER en van zijn zorg.

Zo mogen we heel het leven in Gods handen leggen.

Eigenlijk staat er: wentel je levensweg op de Heer.

Je komt het nog wel eens tegen als een wandspreuk.

Het is niet iets dat vanzelf gaat. Het is alsof je een grote steen moet duwen.

Alsof je die steen moet wentelen met kracht.

Met alles wat er gebeurt steeds weer naar God toegaan.

Niet krampachtig zelf eruit zien te komen.

Dan loop je vast in je vragen. Dan snap je niet hoe dingen soms lopen.

Dan wordt die steen een zware last die je amper kan dragen en waar je bijna onder bezwijkt.

Maar bij alles wat op je weg komt: op je werk, je gezondheid, je school en opleiding.

Als je er een nieuw seizoen begint: Wentel het op de Heer.

Leg het in de handen van de Heer en vertrouw op Hem.

Vertrouw erop dat Hij meegaat en dat Hij het zal maken.

Dat Hij geeft wat nodig is.

Dat Hij in ieder geval recht zal doen en zijn licht zal laten schijnen.

Het is het tegenovergestelde van je ergeren en je opwinden.

Het is je in vertrouwen overgeven aan God en het in zijn handen leggen.

Dat is sowieso beter voor je gezondheid: wind je niet op,

maar beveel je wegen aan wie het al bestuurt, zoals we straks zullen zingen.

Bij alle vragen die je bezig houden, geloven dat God wegen zal vinden waarlangs je voet kan gaan.

[#8] En dan de letter D: Wees kalm. In de oude vertaling staat: wees stil voor de HEER en verbeid hem (breng je tijd door bij de HEER)

De psalm spreekt dus niet alleen over later, maar ook al over het nu.

Je mag nu leren vertrouwen op de Heer, je mag nu je leven zijn handen leggen.

Ja, nog meer: je mag nu je geluk bij de Heer zoeken (vers 4).

Daarmee wordt bedoelt: je mag bij Hem zijn. Tijd voor hem maken.

Je mag ervan genieten om tot Hem te zingen,

alleen of samen met anderen en zijn naam groot te maken.

Je mag ervan genieten om te bidden en alles wat je bezig houdt bij hem neer te leggen.

Je mag gewoon stil voor Hem zijn en tijd met Hem doorbrengen.

Je mag de bijbel lezen en hem steeds beter leren kennen, ook in Jezus Christus.

Ik hoop dat je die liefde van God mag leren kennen:

misschien als je bij een hele groep mensen bent, misschien als je alleen bent.

Dat je diep in je hart de liefde van God voelt.

Wat je boven alle verdriet, leed, rouw uittilt, boven alle aardse vreugde.

Dat je je handen uitstrekt naar God. Dat je hem lief hebt met een onuitsprekelijke liefde.

Dat zijn vrede die alle verstand te boven gaat je hart mag vervullen.

Zo mag je stil zijn voor God: stil, mijn ziel, wees stil

en wees niet bang voor de onzekerheid van morgen.

Dat is het verschil tussen met de slechte mensen in deze psalm.

Het is geen psalm je leert: als je goed doet, zal het je goed gaan.

En als je pijn en moeite overkomt zul je wel wat verkeerd hebben gedaan.

Met zulke simpele redeneringen kwets je anderen.

Werd Job gekwetst door zijn vrienden, toen hij alles kwijt was.

God is niet in zulke simpele redeneringen te vinden.

Maar wat deze psalm wel zegt is:

Het verschil is of je in je leven leert vertrouwen. Of je los kunt laten en over kunt geven.

Geloof je dat God er is, en met je meegaat. Dat Hij, ook door kwaad heen, je wil leiden?

Wie zijn leven in Gods handen legt, wie in hem gelooft: mag zich geborgen weten.

Wie zich ergert, wie zich afzet, wie niet van God wil weten, draagt uiteindelijk geen vrucht.

[#9] En juist door dan zo op God te vertrouwen, mag je in je daden het goede laten zien.

De psalm roept op om het goede te doen. Te leven met oog voor God en je naaste.

De rechtvaardige heeft misschien niet veel, maar wat hij heeft houdt hij niet voor zichzelf.

Hij helpt anderen: nodigt ze aan tafel of leent het geld uit. Zo is hij in een kleine kring tot zegen.

Daarom zegt de Psalm: beter het weinige dat een rechtvaardige heeft, dan de rijkdom van talloze zondaren.

De mond van de rechtvaardige spreekt wijze woorden.

Zijn tong spreekt gerechtigheid. Hij draagt de wet van God in zijn hart.

Zo mag je tot zegen zijn. Ben je niet jaloers op anderen, hoop je niet dat de vijand ten val komt.

Ben je niet blij als die man die jou het leven zuur maakt bijna onder de auto komt.

Zo leer je hier al iets van de liefde voor vijanden, die Jezus ons leert.

De Here Jezus zelf sluit ook sterk aan bij deze psalm als Hij zijn onderwijs begint.

Deze psalm benadrukt steeds opnieuw dat je uiteindelijk het land zal bewonen.

Jezus zegt ook dat je de aarde zult beërven, bezitten. Als je zachtmoedig bent van hart.

Als je die houding leert door de omgang met Hem. Als je de minste weet te zijn en je leven in Gods handen legt.

Dat je nederig bent, en je niet opwindt en ergert.

Misschien vraag je je af: kan ik dat? Ik met mijn karakter?

Dat vraagt oefening. Ik weet niet of het helpt om vaker ‘mens, erger je niet te spelen’.

Misschien is dat iets om deze zondag eens met elkaar te doen.

Maar het belangrijkste is om het te oefenen in je dagelijks leven.

Om elke dag weer God daarom te bidden. Op je knieën gaan. Je klein maken. Je zegeningen tellen.

Dat delen met anderen en zo je geloof en vertrouwen uitdragen.

Soms struikel je, maar mag je bij God komen en vragen om vergeving.

Soms is er veel verdriet en moeite, bid om kracht dat je het bij God neer mag leggen.

Zo mag je een licht zijn op de kandelaar en iets van de vrede van God laten zien.

En dan mogen we eindigen, zoals de psalm eindigt, met een vaste belofte.

De Heer heeft altijd geholpen en bevrijd, dat is de conclusie van de psalm.

Hij bevrijdt van de zondaars.

Hij redt hen. Want … de rechtvaardigen schuilen bij Hem! Amen


Zondag 46 – Bid Abba, Vader

september 2, 2019

Preek gehouden in Heemse, 1 september 2019
Tekst: Zondag 46

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[#1] Hoe moet je bidden? Die vraag is niet één, twee, drie te beantwoorden.
Bidden gaat niet vanzelf. Bidden kan sleur worden, bidden kan een gewoonte worden.
Soms zoek je naar woorden, of bid je zomaar hetzelfde.
Je vraagt je af of het wel zin heeft; of God naar jou wel wil luisteren.
Of je niet tegen de lucht praat.
Komende tijd willen we in de middagdiensten luisteren naar Gods boodschap over het gebed.
Hoe wil Hij dat je je het gebed begint.
Wat zeg je tegen God, hoe spreek je Hem aan?
Juist vanuit de vraag hoe je je gebed begint, leer je veel van wat bidden is.
Of het praten is tegen een afstandelijke verre God, of dat Jezus juist je vriend is.

In Lucas 11 vinden we een korte vraag van de leerlingen: Heer, leer ons bidden.
Ze zien dat de Here Jezus zelf aan het bidden is.
Vooral Lucas noemt regelmatig dat Jezus bidt: Jezus bidt bij zijn doop.
Na zijn optreden, trekt Hij zich regelmatig terug op eenzame plaatsen.
Soms bidt Hij een hele nacht.
Ze zijn benieuwd hoe je dan goed bidt. Leer het ons, Jezus!
Iemand zei: eigenlijk is dit ook al een gebed. Je mag Jezus alles vragen.
Wat de leerlingen hier doen is eigenlijk zeggen: Heer, leer mij wat ik moet zeggen.
Leer mij wat ik, als ik mijn handen vouw, kan vragen.
Heer, geef mij de woorden in mond om de juiste dingen te vragen.

[#2] Wanneer Jezus dan antwoord geeft, dan zegt Hij. Als je bidt, zeg dan: ‘Vader’
In het leesrooster stelde ik al de vraag: wat past het beste als we God aanspreken?
Danielle en Herman zijn net vader en moeder voor Thomas geworden.
God komt in de bijbel voor een als Vader, die liefdevol voor zijn kinderen zorgt.
God is als een moeder die haar kind zal troosten.
God is tegelijk ook machtig, hoog verheven: een strijder!
Wanneer je Joodse gebeden ziet dan klinkt daar vaak lof op de grote God in door.
De heiliging van Gods naam. Loven en prijzen!
Dat is mooi en goed, en je kan daar veel van leren voor je gebed.
Dat komt ook in het Onze Vader naar voren: uw naam worde geheiligd.
Maar de leerlingen, die een Joodse opvoeding hadden bij de Rabbijnen.
De leerlingen die Johannes hadden meegemaakt: leren van Jezus iets nieuws.
Jezus is de zoon van de Vader, en daardoor mag jij een kind van God zijn.
Hij stierf voor onze zonden, hing aan het kruis.
Daardoor ben je kind van God zijn. Mag je altijd tot Hem komen en praten.
Als een kind tot een Vader. En juist daasrom mag je vragen wat je nodig hebt.
Heer geef ons ons dagelijks brood. Geef mij eten, drinken, een dak boven mijn hoofd.
Zorg voor de kleine Thomas en geef dat hij in gezondheid op mag groeien.
Zorg voor degenen die ziek zijn en een operatie moeten ondergaan.
Geef eten, drinken, gezondheid. Geef kracht aan ons lichaam.
Maar zorg ook voor onze ziel en ons hart. Dat we geestelijk brood krijgen.
Brood waar je geen honger meer van krijgt. Dat u ons hart vervuld.
Dat we rust vinden bij U als er pijn is van een overlijden.
Dat onze kleine kinderen leren bidden en de bijbelverhalen horen.
Zo leren hoe God een goede vader is.
Dat onze oudere kinderen geloven en uw waarheid en liefde hun leven lang meenemen.
Dat U ons beschermt tijdens ons komen en gaan, tijdens ons reizen.
Je mag praten als een kind tot Vader! Je mag alles vragen wat je nodig hebt.

[#3] Maar vraag God dan ook! Vergeet niet om het te vragen.
Als er problemen zijn op je werk. Als er spanning is in je relatie.
Als je de nood van vluchtelingen ziet, de financiële moeiten bij vrienden.
Als je je zorgen maakt over de natuur, als je dieren een vreemde ziekte krijgen.
Jezus vertelt er gelijk een voorbeeld bij, over hoe je God alles mag vragen.
Over hoe dat zin heeft. Ook vroeger hiep men elkaar:
Net als wanneer je een cake aan het bakken bent en je hebt een ei nodig …
Stel je voor er komt midden in de nacht iemand bij je.
Hij heeft niet geappt, niet gebeld, hij staat gewoon voor je deur.
Dat gebeurde toen, toen er nog geen telefoons waren, wat vaker dan nu.
Stel je voor, je hebt geen brood, niets te eten in huis.
Wat zou je doen als je buurman of buurvrouw opeens midden in de nacht je wakker belt?
Hier lezen we dat die buurman het helemaal niet leuk vond. Val me niet lastig, midden in de nacht!
Ik slaap al, mijn kinderen slapen al. Je maakt iedereen wakker en morgen moet ik er weer vroeg uit.
Maar zijn vriend blijft aandringen: kom op, help me nou.
Jezus zegt: zeker weten dat die vriend het dan zal geven,
als was het alleen al omdat hij zich schaamt dat hij eerst zo reageerde.
Dan zal God je helpen, niet uit ergernis, of schaamte, maar uit liefde.
Het heeft zin om te vragen. Het heeft zin om aan te dringen.

Daarom zegt Jezus vraag, zoek en klop.
Eerst vragen: vragen staat vrij. Er is een God die hoort. Hij kan helpen.
Bidden is niet: wat meedelen, voor jezelf ordenen, therapeutisch over dingen nadenken.
Nee, je vertelt het tegen Iemand. Tegen God in de hemel. Je mag een antwoord verwachten.
Nog wat sterker zegt Jezus: zoek. Als je zoekt, dan vraag je niet alleen om iets.
Je vraagt niet waar je sleutels liggen. Je gaat ook zoeken en actief bezig.
Je gaat God opzoeken: je opent je bijbel, je ontdekt wie God is en wil zijn.
Je komt naar de kerkdiensten om van Hem te leren. En het belangrijkste:
Je zoekt een manier van leven, zoals past bij God.
Tenslotte ga je ook kloppen: aandringen. Vragen.
God belooft: Ik zal de deur open doen.
Ook al is het soms later dan gedacht. Is het anders dan gedacht.
Ik hoor je gebed en zal naar je luisteren. Ik ben je hemelse Vader.
Keer op keer verzekert Jezus in dit gedeelte dat God je hoort en zijn belofte na zal komen!
Vergeet dan niet te bidden!

[#4] Waar kun je dan overal voor bidden?
Je mag alles vragen, maar let er wel op dat er staat ‘Onze Vader’.
Je bidt tot God niet puur voor jezelf. Je bidt samen met je familie, kerkgezin en anderen.
Je bidt voor dingen die niet alleen goed voor jou zijn, maar ook voor de wereld.
Het is niet eigen wensen, eigen sportclub, eigen volk eerst.
God is niet een God die er puur is voor jou. God is een God voor heel de wereld.
God is verheven in de hemel. En dat is het tweede punt dat je gebed richting mag geven.
Het Onze Vader leert ons om los te komen van te veel ik-gerichte gebeden.
Daarom is het goed om dit regelmatig te bidden. Het verrijkt je gebed.
Probeer dan ook maar eens zo’n gebed te bidden en te herhalen in eigen woorden of toegepast op je eigen situatie. Door concreet een keer je zonden te noemen, te noemen waar je God voor prijst en zijn naam voor heiligt of te zeggen welk brood jij nodig hebt.
Wanneer je zo door het onze Vader gericht bent op de hemel zie je steeds de grootheid van God.
Uiteindelijk is het doel, dat de hemel op aarde komt.
Dat de verheven Heer, die alles kan, en troont in de hoogste hemel, hier onder ons woont.
Laten we steeds de komst van zijn rijk voor ogen hebben.
Toets daar je gebeden maar op: als ik iets vraag,
is dat dan ook goed voor mijn naaste en draagt het bij aan de komst van Gods nieuwe rijk?

[#5] Ik merk dat jongeren het soms wel lastig vinden om te bidden.
Als je thuis christelijk bent opgevoed, hebben je ouders meestal gebeden.
Een kind kan soms heel vrij en open bidden: soms als voorbeeld.
Voor een konijn, maar ook voor een zieke opa.
Wat een kinderlijk vertrouwen soms.
Soms kunnen kinderwoorden zo bemoedigen.
Dat vast vertrouwen: Oma is nu toch in de hemel.
Wat is het mooi als kinderen het Onze Vader geleerd hebben en bidden.
Als je ouder wordt kan het soms lastig zijn om te bidden.
Praten met God als Vader. Maar wat als jouw eigen vader of moeder amper tijd voor je maken?
Wat als je beeld van een vader, door je eigen vader en moeder, heel negatief is.
In het beste geval zijn aardse vaders een zwakke afspiegeling van de vader in de hemel.
Wat mooi dat Jezus daarbij aansluit: Vaders zijn onvolmaakt, zijn niet perfect.
Maar het gaat helemaal tegen het vadergevoel in om je kind een slang, steen of schorpioen te geven.
Dan zal zeker God ons geven wat goed voor ons is.

Nee, dan krijg je niet precies wat je vraagt. Je mag alles vragen: bidt maar wat je nodig hebt.
Bid maar voor wat je graag wil. Maar als jij aan je vader iets vraagt, krijg je het ook niet altijd.
Je krijgt niet altijd die legoauto, spelcomputer, wandelwagen die je vroeg.
Maar je ouders willen je wel iets goeds geven.
Jezus zegt hier: God geeft zijn Heilige Geest.
In Matteüs staat: God zal het goede geven.
Ik heb mij vaak afgevraagd wat je dan precies aan de Heilige Geest hebt, als je allerlei vragen stelt aan God. Maar als je dit naast elkaar ziet staan, wordt het wel duidelijker.
De Vader geeft het goede, de Vader geeft de Heilige Geest.
De Heilige Geest is het goede, is het beste wat je kan overkomen.
Dat is de vrede van God in je hart en in je leven krijgen. Waardoor je rust krijgt en vertrouwen.
Waardoor je Christus in je hart laat wonen. Bij alle verdriet en tegenspoed, maar ook bij alle voorspoed.
Dan houd je eraan vast dan dingen geen toeval, noodlot, geluk of pech zijn, maar dat je leven geborgen ligt in de hand van God, jouw hemelse vader.
Die zoekt wat goed voor je is. Zoals van de week iemand zijn: hoe het ook komt, het komt goed!
Dat je het vertrouwen dat je mag hebben als je de hemelse vader kent. Amen


Romeinen 12 – Ik geef mijzelf voor U!

september 2, 2019

Preek Heemse, 2 juni 2019
Tekst: Romeinen 12:1-8

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[#1] Ik weet niet of je wel eens naar ‘The Voice’ kijkt of naar het Eurovisiesongfestival. Als je daarnaar kijkt dan is dat een soort talentenjacht. Sommigen mogen zingen en meedoen, sommigen bakken er niets van en druipen teleurgesteld af. Anders schitteren op het podium en worden gekozen. Ze gaan op tournee en worden beroemd. Zou je kunnen zeggen: degenen die hier voorin de kerk zitten zijn zulke sterren: zij mogen nu deze plek innemen en straks op het podium zitten?
[#2] Of is het meer zoals van de week op de app van de voetbal. Het seizoen is weer voorbij, de kleren moeten worden ingeleverd, maar ze moeten dan ook schoon zijn. Wie regelt dan dat die kleren gewassen worden. Gelukkig is er iemand zo lief is om aan te bieden de kleren wel te wassen zodat ze makkelijk in één keer ingeleverd kunnen worden. Degene is niet zozeer uitgekozen, maar staat straks wel de vieze kleren in de wasmachine te stoppen en de shirtjes op te hangen. Zou je daar de ambtsdragers mee kunnen vergelijken: als er niemand is, dan willen zij het wel doen?
Je snapt dat beide voorbeelden mank gaan, al zit in beiden een kern van waarheid. Maar wat betekent het dan om samen een kerk te vormen, waarin taken gedaan worden, waarin iedereen verschillende dingen goed kan? Waarbij sommigen een ‘grote ik’ hebben, anderen zich niet gezien voelen, een derde heel enthousiast is, maar een vierde teleurgesteld zich terugtrekt. Wat is het verschil tussen de gemeente, en de muziek, sport of hobbyclub? Hoe kun je als gemeente voorkomen dat je wegzakt, maar dat je het juist volhoudt en tot bloei komt en een levende, stralende gemeente bent?

[#3] U gaf uzelf voor mij, ik geef mijzelf voor U
1. Als offer
2. Binnen het lichaam
3. Met mijn gaven
[#4] Het eerste wat Paulus ons hier leert, is dat je plek innemen in Gods kerk te vergelijken is met een offer. Wat is een offer? Dan zou je een bokje, bijvoorbeeld uit het dierenpark hier, meenemen en dan gingen we dat hier bij de kerk slachten en offeren, bijvoorbeeld daar bij de Kelder.
In Israël deden ze dat bij de samenkomst.
De Romeinen deden dat ook: je gaf iets van jezelf en je hoopte dan dat God jou zou helpen. Hier in Nederland zijn ook nog wel altaren gevonden, bijvoorbeeld dat ze dan een goede overtocht naar Engeland zouden hebben.
[#5] Paulus vraagt nu dat je ook een offer gaat brengen.
Maar daar hoef je niets voor mee te nemen, behalve dat je jezelf meeneemt.
Dus je armen, je voeten, je hoofd, heel je lichaam.
En dan niet alleen je huid en lichaamsdelen die je aan kan raken, maar ook je gedachten, je verstand, je wil: jij, zoals je bent, met wat je kunt.
Zo lazen we dat net: broers en zussen, stel u als een levend, heilig en een god welgevallig offer in zijn dienst.
Dat je dus zegt: Neem mijn leven, laat het Heer, toegewijd zijn aan U eer.

Dat is dan niet iets wat God vraagt van sommigen:
ieder die bij God wil horen, wordt gevraagd en opgeroepen om zichzelf helemaal te geven tot eer van God.
En dan geen offer waar je je neus voor dichtknijpt vanwege de stank en viezigheid, maar dat echt lekker ruikt. Een term die gebruikt werd voor de heerlijke wierookoffers in de tempel. Een heilig offer: zoals een Israëliet vroeger niet dat lammetje met een gebroken poot mocht geven, maar het beste moest geven, zo vraagt God om iets moois aan hem te geven. En dan ook nog levend: je geeft niet iets, je geeft jezelf aan God.

[#6] En ja … dat voelt soms wel eens echt als een offer. Het vraagt iets van jezelf. Wat kies je liever: lekker een middag gamen, of iets doen voor die buurvrouw die de hele dag alleen is? Een avond lekker niets doen en op de bank hangen, of op bezoek gaan bij diegene die net zijn moeder verloren heeft? Geef je je geldt uit aan een nog mooiere tuin of een betere vakantie, offer je je geld voor de vluchtelingen? Ga je gezellig bij je vertrouwde familie en vrienden op bezoek, of ga je na kerktijd een keer naar diegene die je niet gezien hebt?

[#7] Maar … zo kom je toch zomaar in de sfeer van ‘moeten’?
Dan is geloven toch vooral veel geven en hopen dat je iets terugkrijgt?
Dan ben ik op een gegeven moment toch gekke henkie die alles kan doen?

Zo praat Paulus er helemaal niet over. Hij zegt juist: Pas je niet aan aan de manier van denken van deze wereld. Je neemt heel makkelijk over van je vrienden, buren, mensen, ook kerkmensen wat leuk, lekker en belangrijk is. Dat je aan jezelf moet denken en jezelf moet ontwikkelen en tot je doel moet komen. Je doet zomaar mee met de laatste hypes, trends, modes, muziek, manier van denken. De manier van denken van mensen die alles van deze wereld verwachten en niet weten dat ze een nieuwe wereld krijgen. Je kunt zelf gebaren, vuile woorden, vloeken, opvattingen over seks, macht en bezit overnemen. Dat je je helemaal aanpast en zelfgericht bent. Dat je niet wil offeren.
Paulus start heel ergens anders. Hij heeft gezien dat we geliefd zijn. Niet om onze offers, niet om wat we doen, maar puur uit genade. Je hoeft het niet te verdienen met de wet. Jij mag, met alles wat je meegemaakt en gedaan hebt, voor God leven! Hij heeft gezien wat Jezus voor ons over had. Echte liefde: Hij gaf zijn leven aan het kruis, als het volmaakt offer, om voor je zonden te betalen. Hij had dorst, leed pijn, werd verlaten, had het moeilijk, om jou gelukkig te maken. Hij is zo enthousiast: hij zingt wat een wijsheid, wat een rijkdom, wat een liefde, tot in eeuwigheid. Als je zo aangeraakt bent: verander dan van binnen en ontdekt wat Gods wil is. Heer U gaf uzelf voor mij, ik geef mijzelf aan U!

[#8] 2. Binnen het lichaam
Om goed duidelijk te maken hoe je met elkaar aan elkaar verbonden bent in de kerk, vraagt Paulus om over de gemeente als een lichaam te denken. Wat is het nu het verschil tussen de buurt waar je in woont, de muziekvereniging, het land aan de éne kant en de kerk aan de andere kant? Dat is dat de kerk een lichaam is. Wanneer je dat gaat zien ontdek je een paar dingen:
– Wat maakt ons één, wat bindt ons samen?
Dat ieder verbonden is aan de Here Jezus.
Hij is zeg maar het hoofd van het lichaam.
Wanneer je dat vergeet, wordt de gemeente los zand. Dan heb je niet die verbinding. Maar als je zelf verbonden bent met Jezus, door gebed, door Bijbellezen, door zijn Geest, dan bindt dat je samen.
Hier in Heemse, maar ook wereldwijd. Dat voel je als je in het buitenland komt of als buitenlandse christenen hier zijn. Door de doop zijn we gedoopt tot één lichaam en wat mooi dat die doop vorige week en vanmiddag ook bediend mag worden: je hoort er echt helemaal bij! Je bent gezien door Jezus Christus, je mag er helemaal zijn.
– Je bent elkaars ledematen: voor elkaar gegeven! Niet alleen een lijntje met God, niet zondag de preek horen en snel naar huis rennen. Maar ook die band met elkaar en inzet voor elkaar!
– Paulus zegt erbij: niet elk lichaamsdeel heeft dezelfde functie. Iedereen is anders. Een hand is geen voet, en een hart is geen hoofd. Ze hebben ook allemaal een ander doel. Zonder ogen struikelen de voeten zomaar, zonder hart kan een arm niets pakken, zonder zenuwen krijg je geen waarschuwingen. Ieder deel heeft zijn eigen functie. En dan kan een neus misschien heel klein lijken, maar wat is het lastig als je niet kan ruiken. Als je niet gewaarschuwd wordt tegen bedorven voedsel of tegen een gaslucht. Paulus zegt dit, dat elk lichaamsdeel anders is, omdat mensen zich zomaar met elkaar gingen vergelijken. Dat ze zichzelf belangrijk vonden en groot gingen denken. Ze hadden een ‘dikke ik’ en waren ‘Mr. Big’, ze zetten zichzelf vooraan. Maar je moet niet zelf een meetlat maken en dan kijken hoe goed je bent. God vraagt dat je jezelf afmeet aan zijn genade. Je moet jezelf niet hoger inschatten dan je bent zegt Paulus: Ik hoop ook dat je dat leert zien. Je kunt niet alles. Als gemeentelid niet. Als ouderling niet. Als diaken niet. Jij kunt een ander niet bij de kerk houden. Jij kunt misschien niet makkelijk bidden met een ander. Jij kunt misschien niet zo goed tijd vrijmaken. Jij ziet misschien slecht wat iemand nodig heeft. Jij bent misschien beschadigd of gekwetst en denkt min over jezelf. Of je denk misschien makkelijk slecht over anderen. Maar leg de lat, de meetlat dan niet te hoog. Denk niet: ik moet dit en dat allemaal kunnen. Wij zijn er zo goed in om anderen als voorbeeld te nemen. Dan brandt je af. Dan stop je. Denk volgens de genade: Jezus vraagt van mij te doen, wat hij mee eerst gegeven heeft. Wat ik kan. Op mijn plaats met mijn talenten. [U gaf uzelf voor mij, van daaruit wil ik mijzelf aan U geven.] Als ieder deel van het lichaam zijn eigen ding doet: dan komt het lichaam tot zijn doel, dan zit je lekker in je vel en dan kan de gemeente groeien en bloeien.

3. Met mijn gaven
Vandaag krijgen we nieuwe ambtsdragers. Niet als uitblinkende sterren, niet als mensen omdat niemand anders wil: nee, ambtsdragers, bij wie gaven zijn gezien om zich in te zetten in de gemeente. Gaven, charismata, zoals Jezus die door de Geest uitdeelt. Daarbij denken we niet aan natuurlijke gaven: zoals hard rennen, goed schilderen, technisch inzicht, goed autorijden, mooi handwerken. We denken aan de extra gaven van de Geest: wat je in geloof en door gebed van God ontvangt om in te zetten voor anderen binnen en buiten de gemeente. En dat sluit waarschijnlijk wel aan bij wat je goed kan. En het mooie is dat Paulus dan in zijn lijstje van zeven gaven niet alleen kijkt naar de ambtsdragers. Iedereen heeft gaven. Mannen en vrouwen, of je nu 5, 35 of 75 bent. Of je nu lang of kort op school hebt gezeten. Of je nu veel verdiend of weinig. Of je het druk hebt of tijd over. Of je nu gebukt onder lasten gaat of juist opgewekt. Of je nu gezond bent of ziek. God schakelt iedereen in. En daarbij mogen de ambtsdragers vragen, stimuleren en soms bijzondere taken op zich nemen.
Kijk maar eens waar jij je in herkent: Paulus noemt drie helpende gaven. Weggeven, bijstand verlenen en barmhartig zijn. Echt gaven voor diakenen, maar eigenlijk voor iedereen. Het bijstand verlenen: dat is misschien iets meer voor wie echt een diaken is, dat gebeurd in georganiseerd verband. Maar dat kan ook de wijkcoördinator doen of iemand anders die een rijrooster maakt, een bezoekrooster, die coördineert dat naar elkaar om wordt gezien. Wat mooi als er kleding, voedsel of geld wordt ingezameld. Maar allemaal mogen we weggeven en anderen helpen. Je geeft aan een collecte, je helpt iemand die niet rond komt: God geniet ervan, als je dat doet uit dank. Niet om er wat voor terug te krijgen, en niet omdat het moet. Ook al is iemand helemaal niet gelovig, gaat niet naar kerk, heeft zichzelf in de nesten gewerkt, kan iemand het nooit teruggeven. Wie geraakt is door de liefde van Christus. Wie ziet wat hij deed, die mag blij en vrolijk uitdelen van wat hij heeft of van wat anderen gegeven heeft.
Daarnaast noemt Paulus ook drie meer lerende taken: profeteren, onderwijzen en leiding geven. Als je uit de kinderbijbel voorleest, als je vereniging leidt, als je praat over het geloof dan ben je aan het onderwijzen. Ook hier hoef je echt niet gelijk naar de ouderling of dominee te kijken. Ja zij mogen zich verdiepen in de bijbel, mogen de woorden van God naar vandaag vertalen, afgelopen maandag zaten we met elkaar te zoeken hoe we leiding geven als het gaat om richten we het werk in en ook hoe we bijbels en liefdevol met homofiele broeders en zusters omgaan. Kijken we hoe we mensen kunnen bereiken die zich niet gezien voelen. Juist het leiding geven, vraagt dat je verantwoordelijkheid neemt, dat kan een last zijn en kun je op bevraagd worden: doe het met volle inzet.
Zo mag iedereen zijn plek innemen in de gemeente. Geloven is niet alleen verbonden zijn met Jezus, het is in actie komen en het is met elkaar verbonden zijn. Je gaat jezelf geven en offeren en neemt je plek in in het lichaam. Daarbij is het centrale wat het werk binnen de gemeente mag typeren dat je troost. Daarmee kan de Heilige Geest ook aangeduid worden: Hij is de trooster. Letterlijk iemand die je erbij roept. Hij wordt ons door God gegeven om je te helpen. Het is door zijn kracht, en niet uit eigen kracht dat je je plek mag innemen. Dat je zelf erbij geroepen kan worden: om te troosten, te helpen, te leren, te corrigeren. Ik hoop dat je zo zelf, steeds biddend je openstelt voor de Geest. Als ambtsdrager, als jongere, als oudere. Dat Hij door je heen mag werken en dat je zo mag merken hoe Jezus zich gaf voor jou. Dan gaat de gemeente steeds meer groeien en bloeien tot eer van God en als licht in de wereld! Amen