Rechters 6:14b – Toon je moed: durf te kiezen, door te zien op God

Preek belijdeniskamp (27 september ’09)

[Er is een beamerpresentatie bij deze preek]

Geliefde gemeente van onze Here Jezus,

[Beamer: Twijfel aan God – Twijfel aan jezelf].Als je leest wat er met Gideon gebeurt dan zie je dat hij eigenlijk met twee vragen worstelt. Hij twijfelt aan God: ‘Kan Hij mij wel helpen?’ en hij twijfelt aan zichzelf: ‘Wie ben ik dat God mij in zou schakelen?’

Dat zijn vragen die je ook zelf kunt hebben. Vragen aan God: Hoe weet ik nu dat God er echt is en dat ik Hem ook echt kan vertrouwen? Dat Hij om mij geeft? Maar ook vragen aan jezelf: Wie ben ik, dat ik voor de Here kan leven? Wil ik wel voor de Here kiezen?

[voorbeeld 1]  Als jongere kun je die vragen hebben. We hadden het er over in een groep op catechisatie. Iemand zei: ‘mijn ouders sturen mij naar de kerk, maar wil ik dat zelf eigenlijk wel? Wil ik wel voor God kiezen en straks belijdenis doen?’ Hoe kun je nu ontdekken wat je zelf gelooft? Iemand anders zie: Ik wil wel met God leven, maar hoe weet ik nu dat God voor mij kiest? Dat Hij met mij aan de slag wil?

[voorbeeld 2] Niet alleen jongeren, ook ouderen hebben soms zulke vragen aan God en vragen aan zichzelf. Ik sprak eens een man in zijn bejaardenwoning, die terugkeek op zijn leven. Hij zei: heb ik het eigenlijk wel goed gedaan? Heb ik niet vaak verkeerde keuzes gemaakt en aan God voorbij geleefd? Maar hij had ook vragen aan God: Het deed hem pijn dat zijn dochter niet meer naar de kerk ging. Het was moeilijk om daarover te praten met haar. En wat had hij al vaak voor haar gebeden! Wat zou het mooi zijn als God iets duidelijker liet zien dat Hij er is.

We zongen net: ‘ons gevoel en ons verstand is zo zonder klaarheid, als uzelf de nacht niet bant. Ons niet leidt in het licht der waarheid’. Laten we Gods Woord open doen en zien op God. Laten we bij Hem de moed zoeken om voor Hem te kiezen.

Toon je moed: durf te kiezen, door te zien op God!

1. God kiest voor jou

2. Kies voor God

1. God kiest voor jou

[vertelling vers 1-6] Gideon staat bij de wijnpers. [beamer] Hij laat zijn gedachten gaan over zijn volk. De Israëlieten zijn er slecht aan toe. Er is bittere armoede in het land. Ze hadden dit mooie, vruchtbare land van de Heer gekregen. Een land met veel koren, weidegronden en wijnstokken. Maar eigenlijk waren ze de afgelopen jaren het land kwijtgeraakt. Oke, ze wonen er nog wel, maar eigenlijk zouden ze het land net zo goed niet kunnen hebben, want steeds als er wat gegroeid is en het tijd is om te oogsten komen de vijanden. Als een zwerm sprinkhanen komen ze met hun vee en hun tenten en ze roven alles kaal. Ze laten zelfs geen schaap, rund of ezel in leven. Gideon denkt eraan hoe zij zichzelf dan maar moeten verschuilen in de grotten,  bergspleten en andere moeilijk bereikbare plekken.

[vertelling vers 7-10] Gideon staat in Ofra bij zijn wijnpers. Vlakbij de Terebint die op het land van zijn vader Joas staat [beamer]. Ofra ligt in het gebied van de stam Manasse ligt, in het zuiden van Galilea, net boven Samaria, een gebied waar de vijanden makkelijk komen als ze eenmaal de Jordaan over zijn. Gideon heeft geen druiven in zijn wijnpers, maar tarwe. Zo hoopt hij dat de vijanden het tarwe niet ontdekken. Was hij op de dorsvloer geweest, dan had iedereen hem gezien. Een dorsvloer lag normaal op een hoge plaats waar het kaf goed weg kon waaien. Maar nu dorst hij de tarwe dus maar hier, anders wordt het gestolen!

Gideon denkt ook terug aan hoe God vroeger luisterde naar hun roepen. Hij had de rechters Otniël, Ehud en Samgar gegeven. Zij hadden rust gebracht. God had 47 jaar geleden Barak en Debora gegeven en wat hadden ze het volk door Gods kracht gered. Nu hadden ze weer tot God geroepen en was er een profeet gekomen (vs.7 en 8). Gideon denkt bij zichzelf: Die profeet had gezegd dat wij niet naar de Here luisterden. Dat we niet moesten leven als de Amorieten en verkeerd moesten doen. Dat de Heer heel boos is omdat wij de Ba’als en de Asjeras vereren. Gideon had wel gemerkt dat God nu heel boos was. De ergste vijanden kwamen, de aartsvijanden van Israël. De Midjanieten, de Amalekieten en nog andere woestijnvolken uit het oosten. Die trokken dan de Jordaan over en plunderde het land. Helemaal tot in Gaza, dat bijna aan de zee ligt. Wat was de Heer boos en wat strafte Hij zijn volk hard.

[Vers 12] Dan opeens, terwijl Gideon bij de wijnpers aan het dorsen is, staat er een engel van de Heer bij hem. Gideon wordt begroet: De Heer is met je [beamer], dappere krijgsman! Wat een bijzonder begin van deze geschiedenis van Gideon. God zegt eerst: Ik ben met je. Gideon heeft nog niets hoeven doen, het volk heeft nog niet eens gevraagd om vergeving van hun zonden. Toch spreekt God. Hij begint! Hij komt naar hen toe en zegt: ‘Ik ben met je!’

God is met je. Ik hoop dat u en jij dat ook zo geloven en ervaren, dat God met je is. Dit is de manier waarop God met je om wil gaan.

– Als je zondags in de kerk komt, dan is het eerst wat God zegt: genade en vrede is er voor jou! Nog voordat we in de kerk vergeving van zonden hebben gevraagd. Elke week mag je beginnen met die goede woorden van God: Hij gaat met je mee. Zo komt God naar je toe. Hoe meer je die zegen ook op je in laat werken, hoe meer je ook gaat ervaren hoe groot Gods liefde is. Voor jou!

Dat God zo naar Gideon toe kan komen, komt omdat Gideon deel is van het volk waarmee God zijn verbond had gesloten. God heeft dit volk lief, en daarom is Hij dit volk trouw. Ook in de tijd van de rechters zoekt Hij dit volk steeds weer op, al dwalen zij van Hem weg. Later kwam Hij ook zo naar Maria toe, om zo de geboorte van de grote Verlosser bekend te maken. ‘Gegroet Maria, Ik ben met je.’ Christus gaat geboren worden!

– Wanneer je gedoopt bent, mag je weten dat God zelf zo met je leven begonnen is: God heeft aan het begin van je leven gezegd: Ik ben met je. Mijn naam wordt met jou verbonden. Ik zal voor je zorgen. Je mag een kind zijn binnen mijn verbond. Ik heb voor jou gekozen! Als je niet gedoopt bent, nodigt God je uit om ook dat teken van de doop te ontvangen, als onderstreping dat Hij ook met jou wil zijn.

In het begin stelde ik die vraag: hoe weet je nu of God voor jou gekozen heeft? Ik hoop dat je vanuit dit woord tegen Gideon begint met opnieuw te beseffen: God is het die vanaf het begin belooft om met mij te zijn. Houdt dat vast, juist ook als je op een moment in je leven bent dat het moeilijk kan zijn om dat vast te houden. God is met je!

[vers 13] Misschien zeg je wel: mooi gezegd in zo’n preek dat God met mij is, dat God voor mij kiest. Maar wat zie ik daarvan? Dat is dan precies de vraag die Gideon ook heeft. Hij zegt: pardon Heer…, als ik even mag …. U zegt dat de Heer mij bijstaat, maar als Hij dat werkelijk doet, waarom overkomt mij dit dan allemaal? Waar blijft Hij dan met zijn wonderbaarlijke daden, waarover onze voorouders ons hebben verteld? Uit Egypte heeft hij ze geleid, zeiden ze toch? Nu trekt Hij zich in ieder geval niets van ons aan en zijn we overgeleverd aan de Midjanieten! Gideon heeft het van vroeger wel gehoord, maar hij heeft het zelf nog niet meegemaakt dat God echt wonderen doet. Hij heeft het nog niet zelf ervaren dat de Heer helpt en een redder is. Hij is vol met vragen richting God. Vind je het vreemd dat hij vragen heeft, als het zo slecht gaat met het volk?

Is dat ook niet vaak het moeilijke van geloof? God heeft grote dingen gedaan. Je leest het in de Bijbel en misschien heb jij dat ook zelf wel ervaren. Maar hoe vaak kun je ook niet juist met vragen zitten. Dat het wel mooi klinkt op zondag van de preekstoel, dat je het wel kunt aanhoren, maar dat de vraag bovenkomt ‘Maar wat zie ik ervan? Wat merk ik ervan? Here, waarom gaat die moeite en strijd dan niet weg uit mijn leven? Waarom kost het me soms gewoon moeite om naar de kerk te gaan? Waarom geeft u mij niet zo’n geweldige geloofservaring waardoor ik helemaal besef, ervaar en voel dat God er is, zodat ik het ook kan zien en begrijpen dat God met mij is? Het is soms zo saai in de kerk en gaat het wel ergens over? Er zijn zoveel mensen die niet naar de kerk gaan.’

[vers 14-16] Wat zegt God als Gideon met zijn vragen komt? Hij wijst niet op de zonden van het volk. Hij zegt niet dat je zulke vragen niet mag stellen. Al die vragen en waaroms laat God gewoon even staan. Het lukt Gideon niet om door God allerlei vragen te stellen, God zelf van zich weg te duwen. God spreekt Gideon aan op wat hij moet gaan doen. Nu God voor hem gekozen heeft, geeft God hem de opdracht ook te gaan. Om voor God te kiezen. Hij zegt: Toon je moed en bevrijd Israël, dat is mijn opdracht! En als Gideon dan zegt: Hoe zou ik dat kunnen? Mijn stam is zonder veel invloed en ik ben de jongste. Dan zegt de Here: Dat kun je omdat ik je bijsta. Ik ben met je. Je zult de Midjanieten verslaan alsof je maar met één man te doen hebt!

Als je vol vragen zit richting God of met twijfels over jezelf, zie dan dat God hoger is dan wij kunnen bedenken. Je begrijpt soms maar weinig van zijn plan en je kunt vragen hebben over jezelf. Maar toch werkt God door, vaak via zwakke mensen. Gideon, Mozes, David. Maar ook Jezus Christus komt later als een gewoon mensenkind, liggend in een kribbe. God kiest uit wat zwak is, om zijn sterkte te tonen (1 Cor). Zo werkt God in de geschiedenis met zijn verbondsvolk. Diezelfde God is het die vandaag bij jou aan de deur staat. Dan kun je vol zitten met vragen: is God wel bij mij? Kan Hij mij wel kiezen, zoals ik ben? Maar God zegt: Ik ben met je. Je mag op weg, sterk in mijn kracht, gerust in mijn ontferming. Hoezeer je je eigen zwakheid ook voelt. Als je gaat met mijn woord en met mijn belofte, dan ga je niet in eigen kracht. Als je twijfelt of je ook bij mij kan horen, of het ook iets voor jou is of u is, als de vragen veel worden, ga dan niet aan jezelf zitten twijfelen: maar richt je op mijn woord en mijn belofte: Ik ben met je.

Zingen lied 341,1.2

Toon je moed: durf te kiezen, door te zien op God!

2. Kies voor God!

We zongen net dat Gods Woord genoeg is voor heel je leven. Maar daarna zongen we ook: Maak zichtbaar uw genade door mij en om u heen. Als de HEER zo duidelijk naar Gideon toe is gekomen, moet er nog wel wat met het volk en Gideon gebeuren. Anders kan Gideon het volk niet verlossen. Als hij gelooft in de Here en op Hem vertrouwt, dan zal dat ook zichtbaar moeten worden.

[vers 17-24] Het eerste wat Gideon dan doet is dat hij een geschenk brengt aan de HEER. Hij pakt een geitenbokje, slacht het, kookt het vlees. Hij maakt zo ook een soort bouillon. Ook bakt hij een heel aantal ongezuurde broden. Dat zijn broden die je aan de HEER mag offeren. Hij brengt dit allemaal naar de engel van de HEER en biedt het hem aan. Dan moet Gideon het samen op het rotsblok zetten en het kookvocht erover gieten. De engel raakt het dan aan met het uiteinde van zijn stok. Opeens is er dan een geweldig vuur dat oplaait! De engel heeft zijn geschenk aangenomen. Gideon bouwt dan ook een altaar voor de Heer, dat hij noemt: de Heer geeft vrede!

Toch zit er bij Gideon ook nog wel een stuk onzekerheid. Nu pas beseft hij echt dat de Heer met hem sprak. Hij is bang om te sterven, maar God helpt hem en stelt hem gerust. God maakt hem klaar voor wat hij moet doen. God laat door het vuur heel duidelijk zien dat Hij God is en offers aanneemt. Net als Hij dat liet zien aan Elia op de Karmel, waar het altaar ook met water overgoten was.

[Vers 25-32] Nu is Gideon zo ver dat Hij alleen de Heer wil dienen. Dan geeft de HEER zijn eerste opdracht. Nu moet Gideon het kwaad weg doen uit hun midden. De stenen van het Ba’albeeld moet hij uit elkaar trekken. De Asjerapaal moet hij omhakken. Daarna moet hij een nieuw altaar bouwen en een stier offeren. Het hout van de Asjerapaal moet hij gebruiken om vuur te maken. Gideon doet wat de Heer zegt. Hij doet het met 10 knechten (kennelijk was hij toch belangrijker dan hij zelf gezegd had). Maar hij doet het wel midden in de nacht. Kennelijk is hij bang voor de wraak van de inwoners van de stad. Maar hij doet het wel: hij vernedert de afgoden en reinigt door zijn offer het volk weer voor de Heer.

De volgende dag wanneer de mannen boos zijn, neemt zijn vader Joas het voor Gideon op. Hij zegt: Als Baäl god is, zal hij wel voor zichzelf opkomen!

[vs. 33-40] Pas als dit gebeurd is, lezen we dat de Geest van HEER over Gideon komt. Dan roept hij alle Israëlieten onder de wapenen. Hij gaat de strijd aan. Maar niet voordat hij nog een keer heel duidelijk gezien heeft, dat God dit wil. Zijn onzekerheid blijft, ook als rechter van de Heer! Twee keer vraagt hij God een teken. Op een wonderlijke manier blijft de schapenwol droog en wordt de schapenwol de tweede keer kletsnat. Nog een keer laat de HERE zien: Ik ben God. Ik bepaal wat er met de dauw gebeurt. Ba’al is niets en kan niets. Ga nu in mijn naam het volk verlossen! En wat heeft God toen op een wonderlijke manier de Midjanieten verslagen, met een kleine groep mannen.

God kwam met zijn belofte naar Gideon. Maar je ziet dat Gideon zelf onzeker blijft. Toch heeft God geduld met zijn zwakheid. Hij ontvangt tekens en steeds meer ontdekt hij dat God er echt is. Zo is God met hem bezig en wordt Gideon klaar gemaakt voor de taak die hij krijgt. Ik hoop dat je ook zelf ontdekt hoe God met jou bezig is en wil helpen om steeds meer met Hem te leven. Hoe hij ook met jouw zwakheid geduld wil hebben, als je kiest voor Hem.

Maar kies dan wel echt! God roept ook u, jou en mij op, om echt voor hem te kiezen. Om te breken met alles wat buiten hem omgaat. God weet wel dat het wel eens moeilijk is. Maar als God voor jou kiest, kies jij dan ook helemaal voor Hem? Laat je je vullen met zijn Geest? Jezus Christus is gekomen. Hij heeft aan het kruis betaald voor onze zonden. Wil je nu ook breken met de zonden? Zeg je nee tegen de zonde? De Israëlieten deden makkelijk mee met de mensen om hen heen. Ze gingen naar de Baäls, zeg maar de afgod van het geld, van de welvaart, van het uiterlijk het goed voor elkaar hebben. Ze gingen naar de Asjeras: de godin van de sex, van het genieten, het uit het leven halen wat erin zit. Gideon brak met die afgodendienst. Welke G/god bepaalt jouw leven? Welke keus maakt u? Hak jij je afgodsbeelden om? Zijn er dingen die eigenlijk anders moeten, maar waarvan je zegt: daar heb ik niet de kracht voor? Denk dan aan de eerste woorden waarmee Gideon aangesproken wordt: dappere held! Terwijl hij nog zo zwak is. Maar hij is een dappere held, omdat hij sterk wordt gemaakt door Gods kracht. Door Gods kracht breekt hij met de afgoden en toont hij zijn moed. Door Gods kracht wordt hij die dappere held, die de afgoden weg doet en de Midjanieten verslaat: want Gods Geest werkt in hem.

Christus heeft ons zijn Geest belooft. Als God vandaag in een wereld die soms haaks staat op het christelijk geloof vraagt om te kiezen, belooft hij ook die Geest. Als Hij soms keuzes vraagt die tegen het gevoel in gaan, belooft Hij om mee te gaan. Gideon werd door God geleid. Ik bidt dat je door Gods Geest geleid de kracht krijgt om ook in je leven van elke dag voor God te kiezen! Niet uit eigen kracht, maar door Gods trouw. Dan kun je in zwakheid moed tonen en Gods kracht volbrengen!

Amen

Liturgie

Votum en zegengroet

Ps 66:1

Gebed

Ld 328:1, 2 (Here Jezus, om uw woord)

Lezen Rechters 6:1-6; 11-24; 27; 36-40

Ps 106:18, 20 en 21

Tekst Rechters 6:14b

Preek

Tijdens preek Ld 341:1.2 (Gij hebt uw woord gegeven)

Na preek Ps  27:7

Middagdienst: Gz 161,1 (Heer, u bent mijn leven)

Middagdienst: geloofsbelijdenis

Middagdienst: Gz 161,4 (Vader van het leven)

Collecte

Gz 163,1 en 3 (Ik bouw op u …)

Zegen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: