Zondag 8, Heidelbergse Catechismus – Leven gedragen door de drieënige God

Preek gehouden in Smilde 14-2-10

Geliefde gemeente van onze Here Jezus,
God maakt zich bekend als de drie-enige God. Hij is een God die bestaat in relaties: tussen Vader en Zoon, Vader en Geest, en ook tussen de Zoon en de Geest. Wederkerige relaties: en binnen die relaties gloeit het van de liefde.
Dat is de liefde waarmee de Vader de wereld gemaakt heeft.
Dat is de liefde waarmee God na de zondeval naar ons toekwam: Hij heeft de wereld zo lief gehad, dat Hij zijn Zoon gegeven heeft opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig zal leven.
Met die liefde wil de Geest ons vervullen!!
Deze liefde is er dus niet alleen binnen de drie-eenheid, maar wil heel nadrukkelijk naar ons mensen toekomen. Wat komt dat direct aan het begin van het leven al naar voren als er een kindje gedoopt wordt: dan klinken daar de veelzeggende woorden: ‘Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.’ God wil als de drieenige God aan het begin van het leven staan. Of als je later gedoopt wordt: die God heeft zich aan jou of u bekend gemaakt. Die God is onze God: aan het begin.

Wanneer je ouder wordt, dan leer je steeds meer over God. Over God, de Vader die je leert kennen in de Schepping om je heen: die mooie bloem, dat mooie uitzicht. Over God de Zoon. Jezus Christus die op Golgotha een volkomen verlossing gaf. En wanneer je merkt dat je dat gelooft, wanneer je kracht van God krijgt en inzicht: dan leer je God als de dichtbije God kennen, als God de Heilige Geest. Die drieenige God wil in heel je leven bij je zijn!

Leven gedragen door de drieenige God
Leven op weg naar het Vaderhuis
Leven met de Zoon die de weg is
Leven in de kracht van de Heilige Geest

Als wij zondag 8 lezen, dan wordt daar niet uitgebreid gespeculeerd over hoe het kan dat God drie-enig is, en wat je daarover moet zeggen. Over hoe het kan dat 1+1+1 toch niet drie is, maar één. De catechismus houdt het eenvoudig: wanneer Gods Woord er zo over spreekt, dan willen wij geloven dat die drie personen samen echt en eeuwig God zijn. In Johannes 14 komt de drieenige God heel duidelijk naar voren: niet als een ingewikkeld leerprobleem, dat niet te doorgronden is. Maar vanuit Jezus Christus, die de weg is: krijg je het zicht op de Vader, en op de Geest die van de Vader en de Zoon uitgaat.

We lazen Joh 14 en de eerste woorden die daar staan zijn: Wees niet ongerust. Christus spoort zijn leerlingen aan, om niet bedroefd te zijn dat Hij weg gaat. Wat was het voorstelbaar dat zij verdriet hadden. Jezus had net uitgelegd: dat Hij hen moest verlaten, dat Hij zou gaan sterven. Petrus had zo graag met Hem mee op weg gegaan. Alles voor zijn meester overgehad. De leerlingen zaten vol vragen, ze wilden hun Meester nog zoveel liefde geven. Ze konden hem niet missen. En op dat moment zien we hoe de Here Jezus oog heeft voor het verdriet van zijn leerlingen: “Wees niet bedroefd”.

Wat zegt Jezus dan, om zijn leerlingen op te beuren? Dan wijst de Here op het geloof. “U vertrouwt God”. Dat kon Hij zeggen: zijn leerlingen kwamen uit de Joden, ze geloofden in God. De God van Abraham, Isaak en Jacob. Te prijzen ben je als je moeite, de God van Jacob tot je hulp had (Ps. 146). Zoals ook vandaag het geloof een kracht is: als ik niet had geloofd dat in dit leven, mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou. Mijn God, waar was mijn hoop mijn moed gebleven? (Ps. 27)

Dat wil niet zeggen dat de leerlingen God al drieenig noemden. De leerlingen weten nog niet veel over hoe Jezus tegelijk ook God is. Misschien konden ze dat niet geloven.
Toch moeten de leerlingen die stap gaan maken.
Toch moet het langzaam tot hun doordringen, hoe het nu precies zit met hun Meester. Dat Hij zo anders is dan een gewone leraar en meester.
Dat je niet aards over zijn rijk moet denken: alsof Hij wel even de Romeinen zou verslaan.
Dat Hij via de weg van de dood en sterven, dat rijk zal moeten brengen.
Dat Hij meer is dan een mens, maar zelf ook God is.
Als dat geloof in hun groeit: dan betekent het dat er vertrouwen komt.

Hij zegt: Gij gelooft in God, geloof ook in Mij (NBG51) [vertrouw op God en op mij]. Zij zullen Jezus niet als een goede vriend of leraar bij zich kunnen houden. Om verder te kunnen, is het nodig dat ze zien dat ze, net als ze in God geloven, ook in Hem moeten geloven. Door het geloof mogen ze zich straks met Jezus verbonden weten. Augustinus zei: Het is voor Johannes noodzakelijk dat als je in God gelooft, dat je dan ook in Jezus Christus gelooft. Als Jezus niet zelf God was, dan zou Jezus niet gezegd kunnen hebben: Gij gelooft in God, geloof ook in Mij. Hij maakt zich hier bekend, als de Zoon van God. In het gedeelte vanaf vers 9 legt Jezus het nog een keer uit: Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. De leerlingen hoeven dus niet apart te zeggen: Laat ons de Vader zien, zoals Filippus zegt: ‘Toon mij de Vader’. Filippus zou zo graag niet door geloof, maar door direct zien en begrijpen met God verbonden zijn. Maar dan vraagt Jezus: Gelooft u niet dat ik in de Vader de ben en de Vader in mij is? Geloof Mij om de werken die Ik doe. Wie Jezus Christus gezien heeft, die mag de Vader leren kennen: De machtige Schepper, wil niet alleen gekend zijn als een verre God: maar heeft in Jezus ook laten zien, hoe diep zijn liefde voor de wereld is. Christus heeft ons God als Vader leren kennen.

Christus laat zijn eenheid met God de Vader ook zien, door te zeggen waar Hij heen gaat. Zijn sterven is niet zonder doel, maar Hij zal gaan ‘naar het huis van zijn Vader’. Hij zal straks thuis komen. En dan bedoelt Hij het huis in de hemel: Hij zal daar niet voor zichzelf heen gaan. Maar in dat huis zijn veel woningen. Dat wil zeggen: het is een groot huis, met veel kamers, genoeg plek. Zo spreekt Hij over de hemel. Jezus moet de leerlingen voorgaan, om een plaats te bereiden. Hij zorgt dat wij in de hemel kunnen komen, door onze zonden weg te doen, niets zal in de weg staan tussen God en ons: Hij is onze verlosser. Daar in de woning van licht en heerlijkheid, daar maakt Hij een plek: voor de leerlingen, maar ook voor alle die in Hem geloven.

Want Hij belooft dat Hij weer zal komen. Dan zal Hij zijn leerlingen meenemen. Over welk moment spreekt de Here hier? Het gaat hier over het moment van het sterven: dan staat de Here Jezus klaar om de kinderen van de Vader mee te nemen naar het huis van de Vader. Zodat zij thuis kunnen komen. Daar mogen zijn, waar allen zijn die in Christus gestorven zijn.
Je kunt de tekst ook lezen met het oog op het moment dat Jezus definitief weerkomt: als de bazuin klinkt, het licht straalt op de wolken, wanneer de graven open gaan. En allen met hun leidsman Jezus Christus mogen binnengaan in het hemelse Jeruzalem.

2. Christus is de weg
Als we in het eerste punt God gezien hebben als de Vader van Jezus Christus. Hij die de wereld gemaakt heeft, en ons naar een nieuw paradijs wil brengen. Dan wordt nu in het tweede punt duidelijk hoe je daar kunt komen. Dat kan alleen door Jezus Christus: De catechismus laat zien dat de ‘verlossing’ zijn belangrijkste werk is.

Voor Tomas is dat helemaal niet duidelijk. Hij vraagt: Wij weten niet eens waar u naartoe gaat, Heer. Hij weet het doel van de reis niet. Hoe weet hij dan hoe hij er moet komen?

Hier komt Tomas, die we ook later tegenkomen duidelijk naar voren. Heel abrupt en plotseling breekt hij in op Jezus’ betoog. Het lijkt wel of hij niet geluisterd heeft naar de woorden over het huis van de Vader. Maar aan de andere kant: verwoordt hij niet een twijfel en een vraag die makkelijk op kan komen.
De Here spreekt woorden over een huis van God, maar wie heeft dat gezien?
Als je zegt dat je in dit leven, het doel van het leven niet hier vindt, maar uiteindelijk de op weg bent naar iets beters, iets hogers, een echt paradijs. Wie kan je dan vertellen hoe je er moet komen.
Wie wijst de weg? Jezus zegt: U weet de weg? Maar wat is die weg dan?

Dan legt Jezus uit hoe je daar kunt komen. De Joden hadden misschien een antwoord verwacht in de zin van ‘zorg dat je goed genoeg bent voor dat huis van de vader’. Zorg dat je heilig leeft, en via de weg van wetten en geboden zul je langzaam opklimmen tot een hogere heerlijkheid.
Zelf kun je ook je vragen hebben hoe je in de hemel moet komen. Waar is de hemel dan, waar is het huis van God. Niemand heeft het toch kunnen vinden.
Daar waar wij met vragen zitten, daar komt Jezus met zichzelf! Hij wijst zichzelf aan als de weg! De leerlingen hebben Hem geloofd, dan hebben ze de weg tot de Vader gevonden.

Want Jezus ging zelf voor op de weg. Hij ging een paar dagen nadat hij dit gesproken had, met een kruis op zijn rug naar de heuvel Golgotha. Daar op die plaats leed Hij pijn, nam Hij de zonden en moeiten van de gebroken wereld op zich. Daar werd Hij door God verlaten. Via die weg, die onvoorstelbaar is: begon het licht te stralen rondom het kruis. Werd Hij zelf de weg naar de nieuwe schepping. Hij moest het graf in, maar Hij overwon de dood, ging door de dood heen: en zijn opstanding was het duidelijkste teken: deze weg, is de weg naar het eeuwige leven. Hij leert het leven kennen, het licht dat God gezonden heeft. Daar hoef je niet over te twijfelen, want Hij noemt zich ook de waarheid. Zoals Hij zichzelf de ware wijnstok noemde, die echte vrucht opleverde, zo zal het vrucht van zijn werk ook echt het leven zijn. Daarom zegt Jezus: Ik ben de weg, de waarheid en het leven.

3. Leven in de kracht van de Heilige Geest
Daar waar voor de leerlingen alles nog zo raadselachtig was, daar belooft de Here Jezus nog meer. Niet alleen de Zoon is van de Vader uitgegaan, om de weg naar het leven te wijzen. Van de Vader en de Zoon zal ook de Geest uitgaan. Jezus zegt: Hij zal bij u zijn. Hij is de Geest die altijd bij u zal zijn.

Dat is iets bemoedigend: op weg naar het Vader huis, laat God ons niet alleen. Wil Hij niet alleen de Vader zijn die vanuit de hemel voor zijn kinderen zorgt en naar wie je op weg bent. Onderweg is er de Geest: die altijd bij u zal zijn. Hij zal de waarheid leren.

Wat hadden de leerlingen dat hard nodig. Wat hadden ze een twijfels, een vragen, en een ongeloof. Wat waren ze helemaal van slag toen Jezus gekruisigd was, ze konden niet begrijpen dat hun Heiland die weg moest gaan. Maar later zijn deze leerlingen Apostelen geworden. Die met betoon van Geest en kracht het evangelie stonden te preken in de straten van Jeruzalem. Die geloofszekerheid, die hadden zij niet van zichzelf. Die hadden zij ontvangen van de Heilige Geest. Die werkte die zekerheid in hun hart. Hij is de Geest van de waarheid: Dat is de Geest die Gods trouw in Jezus Christus zal laten flonkeren, die zal laten zien, hoe al Gods beloften in Hem ja en amen zijn.

Het was een zware taak die de apostelen kregen. Ze werden aangeklaagd in Jeruzalem, in gevangenissen gegooid en bespot. Maar ze gingen niet weerloos, als wezen, hun wereldwijde taak tegemoet. Ze krijgen een machtige Helpen. Christus zal de Vader bidden en de Vader zal hun de Heilige Geest als bijstand en Pleitbezorger zenden. De apostelen mogen het weten: het is de Geest zelf die door ons spreekt. Hij geeft ons de woorden van Jezus Christus. Die Geest zal de wereld overtuigen. Die Geest zal Christus verheerlijken, en zo zie dan ook dat het werk van de Geest, gericht is op God de Zoon. De Geest gaat niet alleen uit van Christus, maar is in zijn werk ook gericht op Christus.

De woorden die Jezus spreekt in Joh 14 vragen een keus. Een keus voor Christus als de ene weg naar het leven.
Maar het zijn ook woorden vol van Troost. Christus heeft zijn apostelen ermee bemoedigd.
Hij wil ook u en jou en mij ermee bemoedigen.
De Trooster, de Geest die zal komen, is niet alleen degene die zal getuigen en vertellen over Christus. Die apostelen kracht gaf en zorgde dat de bijbel er kwam. Die ons nu wil helpen het geloof onder woorden te brengen en het te laten zien in wat we doen, thuis, op het werk of op school.
Hij is ook de Trooster die bijstand wil geven. God de Heilige Geest wil een geweldige Helper zijn voor al Gods kinderen. Hij wil waken, dragen en nabij zijn. Om je heen staan. Een helper die zorgt dat de dood niet het laatste woord heeft.

Het is in en door die Helper dat ook waar wordt wat Jezus zei, toen Hij ons voorging naar de hemelse heerlijkheid. Op die olijfberg bij Jeruzalem, toen Hij zei: Zie ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding van de wereld.

Zo wil de drieenige God je leven dragen: Hij staat aan het begin, Hij is er midden in het leven, maar het mooi is: Hij staat ook aan het eind van het eind van het leven. Wanneer er verdriet is, ook dan mogen we ons gedragen weten door de drieenige God. Bij het graf klinkt bij christenen ook altijd de geloofsbelijdenis klinken: Ik geloof in God de Vader, Ik geloof in God de Zoon die kwam en die weerkomt, en Ik geloof in de Heilige Geest, die ook doet delen in de opstanding van het vlees en eeuwig leven.

U, Vader, U zij lof op een verhoogde toon.
Lof uwen eigenen, uw eengeboren Zoon.
Lof uwen Geest, die ons ten Trooster is gegeven,
ten Leidsman op den weg naar ’t eeuwig zalig leven.
Gij, driemaal heilig zijt G’ o God der legerscharen,
dat aard’ en hemel steeds uw grootheid openbaren. Amen

Liturgie Smilde 14 feb 2010 16.30 uur

Gz 107,1 en 4 (Ere zij aan God de Vader)

Gebed

Joh 14,1-20

Ps 43,3.4

Zondag 8

Preek

Gz 139, 3.6 (Te Deum)

Gz 161,1

Geloofsbelijdenis

Gz 161,4 (Heer, U bent mijn leven)

Gebed

Collecte

Ps 33, 7.8

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: