Genesis 11:1-9 – Gods naam is een sterke toren!

Preek Gen 11,1-9
(er is een beamerpresentatie bij deze preek)

Geliefden van onze Here Jezus Christus,
Het zit nogal diep in de mens om torens [1] te bouwen.
Afgelopen week, toen ik hele tijd de toren van Babel in mijn gedachten had, viel me op dat de jongens telkens weer torens bouwen. Van de lego of de duplo, van de blokken en in de zandbak deze week op vakantie in Harderwijk zullen ze misschien wel torens van zand bouwen. Maar steeds weer hoor je over de hoogste torens: in Parijs [2] in Bombai, Toronto, Tai pei, New York willen ze een hele hoge toren bouwen. Zo’n toren wordt echt niet gemaakt uit ruimtegebrek: het is een statussymbool. Men wil zijn macht kunnen laten zien!

Wat kunnen we nu leren van Gen 11? Wat vertelt het over de bezieling van de de mens? Wat over de God van hemel en aarde?

Gods naam is een sterke toren: torenbouwers worden:
1. gedreven door angst en hoogmoed
2. gezien vanuit de hemel
3. overruled door Gods plan

[vers 1 en 2] Waarom wordt de toren in Babel gebouwd? Na het vastlopen van de ark, wijst er niets op dat er een toren gaat komen. Noach woont in het huidige Turkije, Sem, Cham en Jafet krijgen kinderen en er verschillende volken ontstaan. Het is een mooie tijd: ze spreken één taal, ze hebben het samen goed. Maar dan trekken ze de tentpinnen van hun tenten los en gaan naar het oosten. Daar vinden ze de vlakte van Sinear [3]. Een weidse, uitgestrekte vlakte, met veel vruchtbare grond, waar veel leem is.
[Vers 3] In die vlakte bouwen ze een stad.
Van kampeerders, worden ze bewoners van huizen. Ze hebben ook de techniek uitgevonden van goede huizen te bouwen van leem.
Zij hebben het leem ontdekt en er stenen van gemaakt, huizen van gebouwd.
Nog steeds woont meer dan de helft van de mensen woont in lemen huizen en er zijn hoge lemen bouwwerken bekend.
De mensen bevinden zich in Iraq en aan de bovenkant van sommige oliebronnen hebben ze ook de bitumen en pek gevonden, die kleverig en zorgt dat de stenen op elkaar blijven staan.
[vers 4] Zo komt er een stad met dikke muren, en zeggen ze: Kom aan, dan zullen we een toren bouwen, die reikt tot in de hemel. Wat moeten we ons bij die toren voorstellen? De torens waren dan vaak vierkant, soms wel honderd bij honderd meter op de grond en dan elke keer werd er een verdieping bovenopgezet die iets kleiner was. Helemaal bovenin kwam dan het altaar.[5] Als de wolken dan heel laag hingen, was het alsof ze zelf een weg naar de hemel hadden gebaand. Er zijn wel resten gevonden van torens, al blijft het de vraag of die verwijzen naar de toren van Babel uit Gen 11. Wel is bekend dat het paste bij de godsdienst van die mensen dat boven op de torens een altaar bouwden

Als je moet typeren wat de mensen hier doen, kun je drie dingen opnoemen:
Allereerst zijn ze op zoek naar eenheid. Ze willen niet dat ze elkaar kwijt raken, nu er zoveel mensen komen. Samen willen ze sterk zijn. Daarom concentreren ze hun macht op één plek, in één stad, rondom één toren. In de eenheid zoeken ze hun kracht. Iemand zei: ‘Ze blijven gezellig bij elkaar te plakken en daar komt meestal weinig goeds uit; in die zin is een ‘stad’ ook geen plek waar spontaan God-welgevallige dingen ontstaan.’
Als tweede zou je kunnen zeggen dat ze gedreven worden door angst. Angst om elkaar kwijt te raken. Angst voor wat er zal gaan gebeuren in de toekomst. Angst waarop ze antwoord geven door zekerheid te zoeken bij elkaar en bij grote bouwwerken.
Het derde wat in hun gedrag naar voren komt is de hoogmoed. Zij zullen zich een naam maken, staat er: ze willen beroemd worden. Op die manier gaat hun naam niet verloren. Zo zoeken ze een manier om te blijven bestaan. Als je jezelf een grote naam maakt, dan blijft de herinnering aan je ook na de dood doorleven. De hoogmoed zie je ook in het enorme bouwwerk dat ze willen maken: een bouwwerk dat de weg baant naar de hemel. Iemand zei: Hoogmoed is een onhebbelijke mensenlijke eigenschap, omdat hij zich daarmee God van het lijf probeert te houden.
Later vat Jesaja dit streven van Babel zo samen in het oordeel over Babylonie: Hij zegt dat de mensen zeggen.:
Ik stijg op naar de hemel, boven de sterren plaats ik mijn troon.
Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de almachtige.
Maar, in Spreuken staat, vlakbij de tekst dat de Here een sterke toren is, ook de spreuk: Hoogmoed komt voor de val.

2. Gezien vanuit de hemel
[vers 5] Die val komt. Want in vers 5 daalt God neer uit de hemel.
De mensen zijn bezig zich een naam te maken, een geweldige prestatie neer te zetten door hun zwoegen, met misschien wel duizenden tegelijk.
Maar God die in de hemel woont, moet eerst uit de hemel neerdalen om te kunnen zien wat die mensen aan het doen zijn.
Het is voor hem als een mierenhoop met kleine miertjes, stofjes die Hij amper kan zien.
Op die ironische manier spot de schrijver eigenlijk met de plannen van de mensen.
[Vers 6] Wanneer de Here God gezien heeft wat ze doen zegt Hij: “Dit is één volk, en ze spreken één taal, en dit is nog maar het begin, wat ze van plan zijn ligt binnen hun bereik.”
Het doet denken aan wat God zegt, wanneer Adam en Eva in het paradijs zondigen.
Ze krijgen dan kennis van goed en kwaad en worden aan God gelijk, maar dan mogen ze niet meer in het paradijs wonen.
Ook nu ziet God hoe de mens als het ware zijn plek als Schepper inneemt.
Ze gaan hun eigen wereld en rijk bouwen, dat kan door de eenheid die Hij gegeven had. Die eenheid van taal en zin misbruiken ze, terwijl God die eenheid goed bedoeld had. God wil niet dat ze zo hun eigen rijk bouwen, dat ze bij elkaar blijven en zelf menen dat ze God zijn door een toren naar de hemel te bouwen.

Nu kun je je afvragen: wat is verkeerd aan het zoeken van eenheid? Dat is toch alleen maar goed? Wat is er verkeerd aan het bouwen van een stad? Wat is er verkeerd aan om een toren te bouwen die heel hoog is? Ook vandaag worden wel verschrikkelijk hoge gebouwen en torens neergezet.
Op zich is er ook niets verkeerds aan, zoals er niets verkeerds in zit om een vrucht te eten. Maar in het paradijs was het punt dat Adam en Eva ongehoorzaam zijn aan God, door te eten van een verboden vrucht. En hier is het punt dat de mensen een stad bouwen, terwijl ze ongehoorzaam zijn aan het bevel van God om zich over de aarde te verspreiden (Gen 1:28).
God heeft aan Noach laten zien dat Hij de aarde in stand laat. Zomer en winter, dag en nacht, koude en hitte, zaaitijd en oogsttijd, ze volgen in vaste regelmaat op elkaar. God spaarde de aarde niet, omdat de mens zo goed was.
Hij kende het hart van de mens, en ondanks de zonde in dat hart, wil God toch verder met de aarde.

God wil via één afgezonderd volk redding gaan geven (Gen 12,1-3). De mens moet die aarde bewerken, moet zich verspreiden over de aarde. Volken vormen. Dat is de opdracht die God geeft. En in al die tijd kunnen ze op God bouwen! Zijn naam is een sterke toren. [Toepassen?]

Maar deze mensen zijn niet gehoorzaam aan God, ze gaan zelf de wereld organiseren en worden schepper van hun eigen rijk. Iemand zei: ‘De titanenmoed van de mens, zet Gods verdelende werking in kracht.’ [Toepassen?]

3. overruled door Gods plan
Wanneer ze dat gedaan hebben geeft God zijn straf. Hij verwart de taal: dat heeft drie gevolgen.
[1] Allereerst dat ze elkaar niet meer kunnen verstaan. De opzichter kan zijn mannen geen bevelen meer geven. De werklui kunnen elkaar niet meer verstaan. Een moderne taalwetenschapper zegt op de vraag waarom taal eigenlijk nodig is: taal is nodig om samen te kunnen werken. Wanneer de talen verschillend zijn, kunnen de mensen niet meer samenwerken en ontstaat er verdeeldheid. Ze zullen ruzie gekregen hebben.
[2] Het gevolg van de eerste straf, is de tweede straf. Ze trekken uit elkaar, zo moeten ze zich verspreiden over heel de aardbodem, ze willen niet meer bij elkaar wonen. Zo wordt toch de opdracht van God vervuld.
[3] En het derde wat gebeurd is, dat de toren niet afkomt. Hun bouwwerk wordt stilgelegd en er zal na jaren niet meer dan een ruïne van zijn overgebleven.

Zo wordt verteld dat Babel Babel heet omdat er op die plek verwarring is gekomen. Door die verwarring heeft God dat wat de mensen wilden doen onmogelijk gemaakt en zorgt Hij ervoor dat het onmogelijk blijft.

Toch zit het diep in de mens om zijn eigen macht te zoeken. Hoogmoedig zelf de toekomst te willen regelen en besturen. Zich niet gehoorzaam onder de Herder te stellen, maar zijn eigen weg te gaan. Herken je dat? Dat je soms geneigd bent om je leven naar je eigen hand te zetten, in plaats van gehoorzaam te zijn aan God. En komt dat ook niet vaak voort uit angst. Angst, omdat je niet weet hoe je weg verder zal gaan. Angst dat je als mensen elkaar kwijtraakt. Angst voor ziekte, of de dood. En dat je dan in plaats van te vertrouwen dat God je leven leidt en bestuurt tegen Hem kiest?

Of het kan ook komen vanuit de hoogmoed. Juist als je het hier op aarde goed voor elkaar hebt. Woont in huizen die van alle gemakken zijn voorzien, niet hoeft te lopen, maar een auto kan gebruiken, dat je niet hoeft te bedelen om aan brood te komen, denkt nu kan ik zelf mijn leven wel inrichten. Ik bouw mijn eigen bestaan op en weet me zo zelf wel veilig.

Daartegenover vraagt God een andere houding. Een houding van vertrouwen en gehoorzaamheid. Hij wil echt het goede met je doen. Zo had Hij het beloofd bij Noach, zo belooft Hij het nog steeds. Hij breekt de macht van satan en bouwt zijn eigen rijk. Want juist doordat er verschillende volken zijn gekomen, kon Hij verder met het volk van Abraham. Daar loopt dit hoofdstuk op uit. Abraham die uiteindelijk de komst van de Messias mogelijk maakte. Jezus Christus, God met Ons. In Christus is God neergedaald naar de aarde en heeft Hij zijn redding en liefde laten zien. Christus opent de weg naar de hemel, door voor onze zonden te betalen. Door Christus bouwt God een koninkrijk, een nieuwe stad.

Later zal het ook Pinksteren worden. Breekt de dag aan dat mensen uitroepen: we horen hen allemaal in onze taal spreken. Uiteindelijk wil God de mensen weer één maken, volken roepen van elke taal en van elke stem, en ze samen brengen in zijn huis. Een eeuwig huis. Als je bij die naam schuilt, dan heb je een vaste toren gevonden (zegt Spr 18). Wanneer je God zoekt en aanroept in je gebed, wanneer je je beslissingen maakt naar de wil van God, wanneer je je zekerheid zoekt bij Hem: dan bouw je niet op zand. Dan heb je een vaste grond gevonden, een toren die niet in zal storten. Babel, een naam die steeds weer terugkomt, stort in en wordt verslagen. Maar de naam van God, houdt voor eeuwig stand. Stel je vertrouwen op die naam van God, want in zijn hand ligt heel ons levenslot! Amen

Liturgie Zondag 12 juli ’09 – Morgendienst – Ds. Dreschler

Welkom en mededelingen
Votum en zegengroet (staande)
Zingen Liedboek 319:1.2.3.4 (Looft God) (staande)
Lezing van de wet
Zingen Psalm 18:1.8.9 (Gereformeerd Kerkboek)
Gebed
Lezen Jes 2,12-15
Lezen Spr 18,10-12
Zingen Ps 2,1.2
Tekst Gen 11:1-9
Gods naam is een sterke toren, dus torenbouwers worden
1. gedreven door angst en hoogmoed
2. gezien vanuit de hemel
3. overruled door Gods plan
Zingen Gz 142:1 en 2 (een vaste burcht)
Gebed
Collecte:
Zingen Ps 68:8.13 (staande)
Zegen (staande)
Gezongen amen (staande):

Vragen Gen 11 voor preekbespreking
– Welke angst en hoogmoed herken je in je eigen leven?
– Wat zegt het je dat er zoveel volken en talen op de wereld zijn?
– Op welke manier is Gods naam een sterke toren een houvast? Hoe in goede dagen? Hoe in moeilijke dagen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: