Zondag 50, Heidelbergse Catechismus – Verwacht je brood van God! 1. Bidt 2. Werk 3. Vertrouw

Preek gehouden in Beilen (biddag) en Hooghalen (februari ’09)
Tekst: Zondag 50; Pred 11,1-6; Mat 7,7-11

Geliefde gemeente van onze Here Jezus,
Wat zul je zelf merken van de kredietcrisis? We zitten er midden in. Of misschien moeten we zelfs zeggen, het is nog maar net begonnen. Voor het eerste hoorde ik deze week van twee ontslagen vertellen: iemand kon na 14 jaar trouwe dienst vertrekken, een ander zelfs na 28 jaar. Er was geen werk meer. Hoe zal het met jouw werk gaan?
Als de crisis echt heel diep wordt, bestaat er zomaar de kans dat de armoede in Nederland toeneemt. Velen van ons weten niet anders dan dat de winkels vol liggen en dat het allemaal niet op kan. Iemand zei: het kan nooit zo erg worden als in de jaren ’30. Het zal hier nooit zo arm worden als in Afrika. Maar toch: zullen we genoeg geld in de portemonnee houden voor ons dagelijks brood, voor de schoenen, de kleren, voor de woning.
Ook op deze zondag, 8 februari 2009, midden in de kredietcrisis, leert Christus ons bidden tot onze hemelse Vader. Terwijl morgen voor ons verborgen is, leert Hij ons om de handen te vouwen en te zeggen: Vader geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben.

Verwacht je brood van God!
1. Bidt
2. Werk
3. Vertrouw

Het eerst waar we op willen letten is, dat Christus aanwijst dat het goed is om te bidden voor wat je nodig hebt. Sommige mensen vragen het zich af: zou Christus zich echt bezig houden met zulke gewone dingen als ons eten. Hij is er toch voor ons hart, voor ons geloof voor onze ziel. We hebben toch zijn redding en verlossing nodig, we hebben toch het avondmaalsbrood nodig: zijn lichaam als betaling voor onze zonden. Moeten we hem dan lastig vallen met zulke gewone dingen als brood.
Toch wil Christus dat we, ook als de financiële toekomst onzeker is, onze handen vouwen en naar onze hemelse vader toegaan. Niet alleen ons zondagse voedsel in de kerk ontvangen we uit zijn hand, ook ons werk en ons geld op maandag moet van Hem komen. Anders zou je kunnen zeggen dat we doordeweeks weeskinderen zijn die het zelf maar uit moeten zoeken. Kinderen zonder een Vader die voor hen zorgt.
Ook de dagelijkse dingen ontvang je uit Gods hand: eten en drinken; kleren en schoenen; je huis en bedrijf; je akker, je computer. Je echtgenoot, je vrienden, je kinderen. Het weer en je ontspanning. Ook daarvoor mag je bij God aankloppen. Hij heeft ons immers gemaakt. Ps 104 bezingt schitterend hoe God voor het leven van mens en dier zorgt. Hij is het die zijn hand opent, en dan verzamelen zich de dieren en krijgen eten. Zo leven ook wij mensen van Gods vaderzorg. Jouw lichaam en je ziel horen bij elkaar: als je buik leeg blijft, wordt het moeilijker om je in te zetten voor Gods koninkrijk hier op aarde.
Daarom zegt de Here Jezus: bidt, zoek en klop op de deur. Drie dingen die je moet doen, drie stappen die steeds indringender worden:
Eerst spoort Hij ons aan om te bidden. Als je bidt laat je zien dat je van God verwacht wat nodig is. Waar hebt u gisteren om gebeden? Bad je voor de dingen die je bezig hielden? Of heb je misschien de dingen die je bezig hielden helemaal niet bij God gebracht. Op het moment dat je bidt laat je zien dat je het ook van God verwacht. Je gaat geen dingen vragen, als je toch geen antwoord verwacht of toch niet denkt dat het helpt. Breng je zelf de dingen, waarvan je het fijn vind als je een gemeentelid, een diaken, een ouderling of de dominee samen met jou daarvoor bidt ook bij de Here en verwacht je dan ook van hem. Bidden: dat is de eerste grote stap om echt in verbondenheid met God te leven.
Maar Christus zegt ook: zoek. Dat gaat een stap verder. Als ik mijn mobieltje weer eens kwijt ben, dan kan ik vragen aan iemand: weet je waar mijn mobiel is. Maar ik kan ook zelf in mijn tas, in mijn jasje, op mijn nachtkastje of op mijn bureau gaan zoeken. Zo is het ook met de aansporing van Jezus: Jezus zegt: bidt, maar tegelijk ook zoek. Zoek de Here, Hij wil zich laten vinden. Laat zien dat je God niet loslaat. Span je in door God ook werkelijk op te zoeken: in je bijbeltje, in een dagboekje, in de kerkdiensten. Dan weet je steeds beter wat je kunt vragen, wie Hij voor je wil zijn. Dan zet je je in om steeds meer van Hem te ontvangen. Niet vanwege wat jij presteert, maar om wat God je wil geven.
Tenslotte klop op de deur: God is de God van het verbond. Hij heeft veel belooft aan zijn kinderen. Hij belooft voor ons te zorgen als voor zijn eigen kinderen. Als je klopt, dan stel je niet een vraag en ga je weer weg; dan zoek je niet aleen en geef je het op als je niet kan vinden: nee dat klop je net zolang tot er open gedaan wordt. Dan pleit je op Gods beloften. Dan vraag je van God alles wat je nodig hebt in dit leven: van je dagelijks brood, tot de vergeving van je zonden. Van je kleren, tot vrede op deze aarde. Dan bidt je om wijsheid om met anderen om te gaan, en vraag je of God je werk wil blijven geven. Wanneer we bidden om zaken die passen bij Gods koninkrijk, dan hoeven we niet snel op te geven, maar mogen we blijven vragen. (In het derde punt zal ik uitwerken wat voor verhoring je mag verwachten).

2. Werk
Dat Christus ons leert bidden, zoeken en kloppen, wil niet zeggen dat we dan zelf maar met de de armen over elkaar kunnen blijven. God leert ons: bidt en werk! De catechismus zegt: ons werk en onze inspanning baten ons niet zonder Gods zegen. We kunnen bidden om Gods zegen, maar daarmee moeten we zelf niet stoppen met werken en ons inspannen. Maar wat moet je dan doen? Wat is wijs in deze tijden van financiële crisis. Moet je maar op je plek blijven zitten en niet te veel bewegen, of moet je juist nadenken over omscholing, verandering van baan?
Je kunt als het gaat over de toekomst heel ondernemend zijn, of juist heel voorzichtig.
Prediker wijst dat zowel durf, als krampachtigheid succes kunnen hebben. Werp je brood uit over het water, want je vindt het later weer terug. Bewaar je brood in zeven delen, zelfs in acht, want je weet niet welke ramp de aarde treffen zal. Het lijkt wel alsof hij in deze twee verzen juist tegengestelde adviezen geeft.
Soms kan het verstandig zijn je brood op het water te gooien. Dat wil zeggen: je maakt een dwaze keuze, want wie gooit nu zijn brood op het water? Voor het oog ben je onverschillig bezig. Maar toch kan het effect soms onverwacht gunstig zijn en vind je het later weer terug. Bijvoorbeeld als je schepen erop uitegestuurd hebt met handelswaar: het lijkt gevaarlijk, maar soms keren ze met veel winst terug.
Aan de andere kant: Soms kan het ook verstandig zijn om risico’s te spreiden. Je stopt niet alle eieren in hetzelfde doosje en hangt niet alles aan één spijker. Voor het oog sta je dan krampachtig in het leven. Toch ben je dan alles niet in één keer kwijt, als het kwaad je treft.
Prediker laat zien dat je het succes niet zelf in de hand hebt. Wij kunnen zelf onverschillig zijn of juist voorzichtig, maar uiteindelijk beschikt God. Jezus leert ons bidden om ons dagelijks brood: want al onze zorg en inspanning baten ons niet zonder Gods zegen (H.C., zondag 50).
Als je dan verder leest bij Prediker dan zie dat jij sterk benadrukt: hoe belangrijk het is om alles van Gods zegen te verwachten, maar tegelijk ook je werk te blijven doen. Je kent de wegen van de wind niet, je kent het kind dat in de moederschoot groeit niet, zo ken je ook de daden niet van God, die alles maakt. Zaai van de morgen tot de avond. Prediker 11:5 en 6a
De wind is heel bepalend voor wat voor weer het is. In de moderne tijd proberen we met allerlei middelen het weer te voorspellen, maar vroeger lette je op de wind. Prediker laat zien dat als je teveel op de wind en de wolken let je nooit aan zaaien en maaien toekomt. Herken je dat, dat je juist als je denkt aan het weer moet zeggen: ‘God heeft dit in zijn hand’??
Niet alleen de machtige winden, ook het kleinste begin van de leven in de buik van de moeder is iets wat voor ons mensen niet te doorgronden is. Ook wat betreft dat kleine leven hebben we allerlei moderne hulpmiddelen om zo’n klein kindje al voor de geboorte te zien: bijv. door een echo. Maar uiteindelijk is dat kleine, kwetsbare leven in Gods hand. Hij regeert alles van groot tot klein.
Wat voor houding moet je innemen, als wij toch niet echt vat op het leven kunnen krijgen, als morgen voor ons verborgen is? Prediker zegt: Zaai van de morgen tot de avond. Ga niet zitten wachten: het is toch verborgen wat God uiteindelijk zal zegenen. Doe wat je kunt doen en of er zegen volgt: dat mag je in Gods hand leggen. In gebed bij hem brengen.
Verwerking: over welke dingen wil jij soms meer controle hebben dan mogelijk is? Hoe leg je die zaken in Gods hand?

3. Vertrouw
Morgen is voor ons verborgen. Je weet niet hoe het verder zal gaan met de economische situatie. God vraagt om ons werk te doen. Om daarin zelf te zoeken wat wijs is en verstandig, maar ondertussen te vertrouwen op zijn zegen. Dan mag je ook pleiten op zijn belofte: kloppen op de deur. Hij zegt wie bidt ontvangt, wie zoekt vindt, vie klopt hem zal worden opengedaan. Maar wat belooft Hij ons nu precies. Wat voor verschil maakt het of je wel of niet gelooft, of je wel of niet bidt? Wat mag je van het gebed verwachten.
Het belangrijkste wat God ons dan wil leren is vertrouwen. Vertrouwen dat we bij Hem in goede handen zijn, in alle omstandigheden van ons leven. Aardse vaders geven goede dingen aan hun kinderen, ook al zijn ze maar beperkt en soms ronduit slecht. Toch zullen er niet veel vader zijn, die als een kind hun een brood geeft, een steen geven. Niet voor niets wordt hier een steen genoemd: in de vorm kan een steen nog op een brood lijken: maar je kunt er maar beter niet je tanden in zetten. Het is echt puur bedrog en misleiding van zo’n vader. Net zo lijken een vis en een slang op elkaar: maar ook daarin kan je beter door een vader niet misleidt worden! Je mag je vader vertrouwen. Net zoals je als kind ook ’s avonds niet in de voorraadkast hoeft te gaan kijken of er wel brood in de kast ligt voor de volgende morgen. Je kunt je ouders vertrouwen!
Als aardse vaders dan al goede dingen weten te geven, mag je dat helemaal verwachten van je hemelse Vader! Hij belooft zelfs letterlijk dat hij het goede zal geven. Dat wil niet zeggen, dat hij altijd direct geeft waar we om vragen. Maar hij geeft nooit iets wat slecht voor ons is, een steen voor een brood. Hij geeft wel het goede. Hij geeft soms iets anders dan waar we om vroegen, soms geeft hij het pas veel later. Soms kun je zelfs hele grote vragen hebben bij de dingen die God je in dit moeitevol leven toedeelt. Toch zegt hij: Ik geef het goede; Je mag weten dat je leven in mijn hand is. Ik zal je geven wat nodig is om jou een plek te geven in mijn rijk.
Daarbij gaat het niet alleen over het geestelijke, maar ook over wat je elke dat nodig hebt. Toch is het goed om daarbij niet uit het oog te verliezen dat we ook dat geestelijke nodig hebben: Het gaat hier over naastenliefde. Dat we zo makkelijk ons bekleden met eigenbelang, en hebzucht. Als God ons het goede geeft, dan zoek je ook het goede voor anderen. In vers 12 staat de goede regel: doe bij anderen, wat je ook zou willen dat ze bij jou willen doen. Ook voor het leven volgens de stijl van het koninkrijk is gebed om het goede te doen elke dag weer hard nodig.
Hoe kan God het goede geven, als we horen over een financiële crisis? Iemand vroeg zich gisteren af: zou je kunnen zeggen dat dit een zegen van God is. Dat we wakker geschud moeten worden, in ons leven. Dat hij ons weer wil bepalen bij de dingen waar het echt om gaat? Laten we steeds leven in een open verhouding met God: open staan voor de weg die Hij ons doet gaan.
Hij geeft ons het goede. Hij heeft zijn eigen zoon gegeven, om ons te redden. Hij wil nu ook voor ons zorgen. Laten we bidden en werken, maar vooral steeds weer vertrouwen op zijn vaderzorg.
Wie maar de goede God laat zorgen,
En op hem hoopt in het bangst gevaar,
Is bij hem veilig en geborgen,
Die redt Hij veilig, wonderbaar,
Wie op de hoge God vertrouwt,
Heeft zeker op geen zand gebouwd. Amen.

Gez votum
groet
Gez amen
Ps 81, 1.2.7.8
Gebed
Lz Pred 11,1-6
Lz Mat 7,7-11
Lied 225 (Zingt voor de Heer een nieuw gezang)
T Zondag 50
Preek Ps 127,1.2
Belijdenis gedeelte
Gz 123,1: Ik geloof in God de Vader
GEBED
stil gebed
Lied 48,5.10 (Heer aller ogen zijn gericht)
Lied 429 (Wie maar de goede God laat zorgen)
Zegen Gezongen Amen

Thema en verdeling
Verwacht alles van God!
1. Bid
2. Werk
3. Vertrouw

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: