Psalm 65 (Biddag) – Leer God kennen als de gevende God in Jezus Christus

Preek gehouden in maart ’10 te Hooghalen

Lezen: Kol 1, 15-20

Tekst: Ps 65

Geliefde gemeente van onze Here Jezus,

Op deze avond gaan we met elkaar bidden.

Nu zijn er twee manieren waarop je kunt gaan bidden.

(1) Je kunt gaan bidden, terwijl je betwijfelt of God wel iets voor je kan doen. Bidden terwijl je je verloren voelt en niet ziet dat God voor je zorgt. Soms kan het nodig zijn om zo’n noodkreet tot God te richten. Here, help mij toch! Dan heb je gebeden, en hoe vaak al wel niet, bijv. dat je werk mag vinden. Maar ook na vorig jaar zit je nog zonder werk. Je hebt gebeden of de Heer je wil helpen geloven, maar ook dit jaar zit je nog vol met vragen. Dan kun je je blind gaan staren op jezelf, en op je manier van bidden en op datgene wat nog ontbreekt.

(2) Maar je kunt ook aan de andere kant gaan beginnen. Beginnen bij wat God allemaal al gegeven heeft.

Dat is wat Ps 65 doet.

Dat is de manier waarop vanavond ook met elkaar willen leren bidden.

De manier waarop we ons door Gods Geest zoals Hij spreekt in zijn woord willen laten onderwijzen.

Jezus leerde ons zelf het Onze Vader bidden in het het vaste vertrouwen: dat van God het koninkrijk is en de kracht en de heerlijkheid.

Hij is de verhoorder van gebeden.

Ps 65 begint al gelijk met te zeggen: Here, U komt de lof toe. Wij roemen in uw naam. David zegt al gelijk: de Here is groot en Hij is een hoorder van het gebed (vs. 3). Hoe kan David dat zeggen? Hoe kan Hij zo vol vertrouwen bidden?

Leer God kennen als de Gevende God in Jezus Christus

1. Hij schiep de wereld

2. Hij redt de mens

3. Hij vult het land

Hoe is het mogelijk om God te leren vertrouwen? Te zien dat je hier op aarde niet aan je lot overgeleverd bent, maar dat er een God is die voor je zorgt? Dat kan allereerst door te kijken naar het eerste begin van de wereld. Dat doet de psalm in vers 7 en 8.

In het begin was de aarde woest en leeg.

Het was donker en de aarde was vol met donkere wateren.

Maar toen kwam God naar de aarde.

Hij ging als een kunstenaar die aarde in vorm brengen.

Wees de bergen hun plek aan en zette ze vast. De woeste golven van de vloed, Hij bond ze vast en hield ze in bedwang.

Hij wees de zee zijn plek aan, Hij wees aan waar het land was.

Het bijzondere is: Christus, de Zoon van God was er toen al bij, lazen we net in Kolossenzen.

God sprak door zijn Zoon en maakte zo een mooie wereld.

Hij maakte een plek met mooie bomen, planten en dieren.

De Vader van Jezus Christus, heeft samen met zijn Zoon en de Geest deze aarde gemaakt.

Daar had God het bij kunnen laten. Een mooie plaats op aarde. Maar God deed dat niet. God wilde ook de mens maken. Hij had een mooie aarde gemaakt, met de bedoeling dat mens daar zou wonen. Dat God samen met de mens door die hof kon lopen, dat God en de mensen samen in vrede zouden leven. God maakte de mens, zodat de mens kon genieten van de schepping. Zodat God de mens lief zou hebben en de mens God. In het paradijs, maar nog steeds, gebeurt dat: dat mensen God prijzen, juist om zijn schepping. Vers 9 zegt: Daarom vrezen alle mensen op de aarde uw tekenen. Wat had de God van Israël zijn macht laten zien in de schepping. Van waar de zon op gaat, tot waar de zon weer neerdaalt komen mensen onder de indruk van de macht van deze God.

Van het Himalaya gebergte in Azië, tot de Grand Canyon watervallen in Noord Amerika.

Van de koude vlakten op de noordpool, tot het oerwoud met zijn enorme reuzebomen.

Van oost tot west komen mensen onder de indruk van de kracht van God.

Zo mag je nu je ook nu kijken naar de bergen en de wateren, en zien hoe God die gemaakt heeft. Hij heeft de aarde mooi gemaakt, voor de mens om daarop te wonen. En als je dan ziet hoe God hier de bossen heeft neergelegd, afgewisseld met zand en met heide. Hoe reeën daar hun plek vinden om te wonen. Hoe het water van de Drentsche Aa erlangs stroomt. En hoe vele dieren daar hun plek om te wonen vinden. Ja dan mag je daarin al zien, hoe God echt het goede voor heeft met de mensen, zijn zon op doet gaan, ja over alle mensen. Mensen doet leven in een wereld die voor hen gemaakt is. Daarom mag je op God vertrouwen. Vrees hem daarom! Hem vrezen, dan je hoef je niet bang zijn, maar je krijgt wel respect voor zijn mooie schepping. Wie zo Gods bedoeling met de schepping ziet, die mag bidden: met ontzag voor de God die alles gemaakt heeft, die weet dat deze God de Schepping goed gewild heeft. Die juicht voor de God die dat alles gemaakt heeft. Die prijst Hem en Die weet dat alleen wanneer het gebed tot die God gericht wordt, het gebed gehoord wordt en tot de Heerser die heerst tot aan de einde der aarde gericht is. We bidden omdat van God alle kracht en heerlijkheid is.

Leer God kennen als de Gevende God in Jezus Christus

1. Hij schiep de wereld

2. Hij redt de mens

2. Nu kun je de vraag stellen:

is het mogelijk om zo in God te geloven? Zo onder de indruk van zijn schepping? Zo vol vertrouwen te zijn dat Hij het goede met ons voor heeft?

Soms wilde ik wel dat het nog mogelijk was: dat je wanneer je een boom weer helemaal in de knop ziet staan en de zon heerlijk ziet schijnen, je je nog in het paradijs kon wanen. Dat je echt zonder grenzen kan genieten, als je ’s morgens vroeg door de besneeuwde weilanden fiets.

Er zijn van die momenten, maar … echt zonder grenzen genieten. Dat lukt niet: want hoe makkelijk wordt dat mooie beeld van Gods schepping kapot gemaakt. Soms zie je door je zorgen het mooie niet eens, soms heb je als je ouder bent, niet meer de energie om naar buiten te gaan, ook maar iets te ondernemen.

Ik zou willen dat het niet hoefde, maar je wordt geconfronteerd met een harde realiteit van het menselijk leven.

* Beelden van een aardbeving, een ingestort huis, een eenzame man tussen de graven komen op het netvlies.

* Ik moet denken aan brandwonden, zieke kinderen.

* Ik denk aan degenen die hier op aarde leefden, maar nu niet meer hier op aarde bij ons zijn.

* Ik denk aan de fouten en het kwaad dat op aarde gebeurt. Aan de pijn die mensen elkaar aandoen. Aan alles wat ook in de Schepping kapot gegaan is.

Kan ik dan nog wel vol vertrouwen tot God bidden?

Psalm 65 beschrijft de pijn en de moeite. In vers 3 wordt de bidder aangeduid als ‘de sterveling’. De typering van de mens, als iemand die zwak is, voorbij gaat en het sterven is prijsgegeven. In vers 4 en 5 staat: Het onrecht en dat wat kapot is drukt als en zware last op mij. Ik was beladen met zonden, ja zo sterk dat ik er door neergedrukt word. Het klopt ook dat het paradijs hier niet mogelijk is. Het paradijs werd gesloten voor de mens. Engelen met blinkende zwaarden gingen op wacht staan. Nu is het voor de mens, onmogelijk om weer in het paradijs te komen.

Wat is er een schril contrast tussen die aarde die God wilde, de vrede in het paradijs en de aarde zoals die werd!

Dat werd een wereld waarin Adam moest vluchten en Kaïn Abel de hersenen insloeg. Het paradijs was gesloten en de aarde opgegeven.

Maar dan lees ik verder in Ps 65. Ik was beladen met zonden, maar U, Here God, U doet ze weg. Ik mag tot U komen. Ik mag wonen in Uw voorhof.

Ja het paradijs ging op slot, maar U gaf uw tempel op aarde.

U gaf de offers en deed het bloed vloeien, U zocht de mens weer op.

Wat is hij te feliciteren die zo in de voorhof van de tempel mag komen.

Degene die U uitgekozen hebt om zo tot U te naderen. U zoekt de mens op. U maakt een nieuw begin. U doet mensen in de tempel genieten van het offervlees. U maakt ze vol van het goede. Er is door in Gods huis, weer een begin van genieten en verheugen. Van echte blijdschap.

U heeft de wereld niet verlaten, maar gered. Door Jezus Christus. Want dat is wat Paulus in Kolossenzen 1 aan ons duidelijk maakt. Jezus was er bij in de schepping. Maar Hij is degene die ook het nieuwe leven met God mogelijk maakt. Hij is als eerste opgestaan uit de greep van de dood, want God heeft in Hem weer helemaal willen wonen. Hij was de volmaakte mens, die alle pijn en gebrokenheid van de schepping weg wil nemen. Door Hem heeft God ons weer met zich willen verzoenen. Ja alles, alles wat op de aarde en wat in de hemel is. Want Christus heeft in die gebroken schepping weer vrede gebracht. De liefde van God laten zien. Niet zomaar, niet op een lievige manier. Maar op die ruwhouten paal op Golgotha, waar Gods Zoon bloedde door de spijkers die in zijn handen geslagen werden. Daar nam Hij door zijn dood alle schuld en pijn op zich. Zo verzoende Hij God en mensen. God had zijn Zoon gegeven, en nu is het mogelijk om tot God te komen.

Bidden in vertrouwen op God: dat krijg je niet door alleen te kijken naar deze mooie wereld en God als Schepper te zien. We mogen ook op Hem zien als Redder! We komen juist ook tot God, omdat Hij de bevrijding wil geven.

We zijn hier vanavond bijeen, met ons gebed.

We kennen ons leven, we weten onze fouten.

We kennen de pijn en de vragen.

Ook bij U zullen beelden doordringen over dingen die in uw leven pijn doen, of U hoort steeds maar dat stemmetje: waarom moet het dan zo gaan?

Toch wil God hier in ons midden zijn. Komt Hij naar ons toe met zijn zegen. Mogen we op de knieën gaan, en hoeven we niet te aarzelen of God wil vergeven. Hij ziet ons, Hij kent onze nood, Hij wil de vrede met ons en het leven met ons. Dat komt omdat we in Christus met Hem verzoend zijn. Daarom mag je bidden, terwijl je weet dat van God de heerlijkheid is: Hij straalt in zijn genade. Hij is de gevende God in Jezus Christus.

Leer God kennen als de Gevende God in Jezus Christus

1. Hij schiep de wereld

2. Hij redt de mens

3. Hij vult het land

3. En zo ziet de psalmdichter God dan ook als degene die het gewas op het land doet groeien, kijk maar naar vers 10-14. Als je kijkt naar vers 14 dan zou je misschien zeggen: had deze psalm niet beter op dankdag gepast? De velden staan toch al vol met koren, de heuvels zijn toch al bedekt met tarwe. Toch spreekt vers 10 erover hoe dat begint: Gods beek is vol water, staat er. En heel beeldend wordt in die verzen beschreven hoe de planten moeten gaan groeien.

In Palestina was de grond in de wintertijd vaak heel hard en uitgedroogd. Stevige kluiten lagen op het land. Dat land moest klaargemaakt worden en ingezaaid worden. Maar pas als de regen kwam, dan kon het gewas gaan groeien. Vaak gebeurde dat ook via gootjes en slootjes die zorgen dat het water op de juiste plek in de juiste hoeveelheid kwam en bleef. Tegenwoordig wordt het water uit de zoutzee gehaald, maar het niveau daalt nu zo sterk dat veel mensen bang zijn dat er geen water overblijft. Het water is noodzakelijk. Pas als de zo’n kluit dan langzaam volliep met water, dan kwam het zaad tot ontkieming. Dan kwam er een klein groen plantje te voorschijn. Dat groeide dan verder tot het groot was.

Maar cruciaal was de vraag of er water zou komen. Niks was zo onzeker als het weer en ook vandaag nog zie je het duidelijkst in het weer hoe afhankelijk we zijn van Gods zegen. Maar dan zegt de dichter: de beek van God is vol water. En bij beek mag je dan denken aan zo’n irrigatie kanaal door het land. De dichter zegt: die beek is vol water. Het is de beek, van God. Niet de afgoden, niet de mensen zelf zorgen voor de groei: maar God wil het geven, door dat water wordt het land vochtig. Het is God die het gewas doet ontkiemen en Hij zorgt er voor dat er zegen is en de plantjes beschermd worden. Door zijn hand, al in het eerste begin, kan het jaar straks bekroond worden. Wat een fantastisch gezicht: landen vol met volle graankorrels; weiden met schapen en lammen. Tuinen die schitterend bloeien.

En dat werkt ook door in het verdere werk: de handel, je baan, of je uitkering.

Het is de Here die het moet geven.

Maar we bidden in het vertrouwen, dat Gods beek vol is met water. Dat Hij het goede wil geven aan de wereld, maar ook aan zijn kinderen in Jezus Christus. Als we in Christus met God verzoend zijn, zal Hij ons dan ook niet alle dingen schenken? Zegt God in zijn Woord.

Zo willen we op deze biddag bidden. Bidden vanuit het vertrouwen dat God het goede met de schepping voor heeft. God is geen grillige God, God heeft niet zomaar een wereld gemaakt: maar Hij maakte die voor de mens, om in te wonen en te leven. En toen het kapot ging: toen zocht Hij deze mens op, maakte Hij vrede met ons in Christus. Die God die mensen zoekt en behoudt, die wil leiden en meegaan en zijn zegen geven.

Soms gaat Hij een moeilijke weg. Snap je niets van zijn bedoeling. Voel je je alleen en door God verlaten. Zoek Hem dan op. Kijk maar naar zijn Schepping, Kijk naar het kruis van Jezus Christus. Weet dat Hij het goede met je voorheeft. Bidt om kracht. Hij verhoort, al geeft Hij u soms iets anders, dan wij vragen. Hij geeft wat echt goed voor u is. Hij belooft zijn zegen. Zijn hand laat U niet los.

Later komen we in de bijbel nog een beek tegen. Een beek die vanuit de tempel van God vloeit en waarlangs bomen groeien. Een beek die stroomt langs de gouden straten van het nieuw Jeruzalem. Gods beek zal niet leeg zijn, maar zal steeds opnieuw water geeft en groei. Dan zal de mens niet wonen in de hof van Eden, niet wonen in de voorhof van Gods huizen: dan woont Hij in de stad van God, de eeuwige stad van de God van Sion.

Laten we biddend op weg gaan naar die stad!

Zullen we God bidden, of Hij ons dat vertrouwen wil geven?

Amen

Liturgie Biddag

Ps 98,1.3

Gebed

Lezen: Kol 1, 15-20

Ps 65,1

Tekst: Ps 65

Ps 65,6

Preek

Lied 350

HC zondag 50

Gebed

Gz 36,5.10

Collecte

Gz 100,6

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: