Zondag 8 – De drie-enige God schakelt ons in bij zijn Triomftocht

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, mei ’10
Tekst: Zondag 8 (Lezen 2 Kor 3,1-6 / 4,1-6)

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Wie zich verdiept in zondag 8 komt onder de indruk van de grootheid van onze God!
Je zou kunnen zeggen dat de oceaan van de Bijbel, waarin zoveel gegevens staan, is samengevat in die ene kernachtige belijdenis: ‘wij geloven in één God!’. Dat is de belijdenis die ook de Joden steeds weer gebruikten, zoals die naar voren komt in Deut. 6:4 ‘Hoor Israël de Heer uw God is de één!’.
Zondag 8 belijdt ook dat deze ene God zich bekend maakt als drie personen. Dus niet als drie goden. De Bijbel wil niets te maken hebben met godsdiensten die geloven in een veelgodendom, een angstig geloof, waarin je nooit zeker bent van wie God is. Nee, God is één, maar Hij bestaat wel uit drie personen.
Hij is God de Vader, die alles gemaakt heeft. De Schepper, door wie wij kunnen leven en ademhalen, die ons gemaakt heeft als mensen van vlees en bloed.
Hij is God de Zoon: Petrus heeft beleden over Jezus, die op aarde rondliep, in de gestalte van een mens: dit is de Zoon van God! Jezus was God zelf. Hij die voor ons geboren werd, die gevangen genomen werd en met een balk op zijn rug naar Golgotha liep, die daar stierf voor onze zonden. Hij die ging naar de hemel en aan Gods rechterhand zit: die straks zal komen in heerlijkheid. Hij is mijn Heer en mijn God!
Hij is God de Heilige Geest, die Christus beloofd had en die met veel kracht kwam op het pinksterfeest. Die in staat is om harde mensenharten die God niet kunnen zien en God niet willen dienen, levende, gelovige en liefhebbende harten te maken.
Deze drie personen zijn samen echt God!
Als je gedoopt bent klonken die drie namen, Vader, Zoon en Geest bij je doop, zoals God bevolen had in Mat 28. Hij wil heel jouw leven omringen. Maar ook elke week: in de zegen uit 2 Kor 13,13 komt die drieenige God naar voren. Hij wil zijn liefde, genade en eenheid geven.
Niet alleen op basis van die losse teksten, maar ook als je heel Gods heilswerk ziet, geloven we in de drie-eenheid: Kijk eens naar openbaring. Johannes mag voor niemand buigen, maar wel voor het Lam, voor Jezus: Hij is zelf God. En als Johannes brieven heeft geschreven aan de gemeente in opdracht van God, dan kan Hij afsluiten met ‘Hoor wat de Geest tot de gemeente zegt’. De drieenige God zal ook wat betreft de toekomst met ons meegaan!
God / Zo Groot / Vader, Zoon, Geest / Schept, Verlost en Heiligt / Halleluja!
Als Petrus zegt dat Hij gelooft, dan zegt Jezus: vlees en bloed heeft u dit niet bekend gemaakt. Als gewoon mens kun je dat wat ik net beschreef allemaal niet zomaar bevatten. Heel dat eerste punt, dat is voor ongelovigen iets waarvan ze zeggen: ‘klinkt misschien mooi, maar ik geloof er niet in’. Paulus noemt dat hier: er ligt een sluier overheen. Net zo goed als de veel Joden niet geloven dat Jezus God en Messias omdat er een sluier overheen ligt. Ze kunnen het gewoon niet zien, ze hebben niet de Heilige Geest om dat te kunnen geloven.
Maar laten we eens eerlijk naar onszelf kijken. In hoeverre bepaalt dat geloof in de drieenige God echt de manier waarop je in het leven staat. Ja, we hebben een grote God. Maar heb je ook echt contact met Hem? Ben je meerdere momenten per dag met Hem verbonden? Laat je jouw beslissingen, jouw werk, jouw vrije tijd, jouw houding ook door die grote en eeuwige God bepalen? Of zie je jezelf vooral als mens die elke dag zijn eigen taken heeft, zijn eigen fijne dingen nastreeft en er maar het beste van moet zien te maken? Zoek je je eigen doel of zie je ook dat God een doel met jouw heeft?
En als je kijkt naar de kerk. Zie je dan iets van die grote God, of … zie alleen hoe de één op de fiets, de ander met de auto, een derde lopend naar de kerk komt. Hoe de één daar gaat zitten en de ander daar, de één dat aan heeft en de ander dat. Zie je hoe een diaken bezig is om te collecteren, hoe hij geld vraagt en weggeeft, hoe hij vergadert terwijl anderen met hun hobby bezig zijn. Zie je hoe een ouderling aanbelt als er een moeite is op een adres, of rondgaat voor zijn jaarlijkse huisbezoek. Zie je hoe de dominee op zijn studeerkamer met zijn neus in de boeken zit of weer een vergadering heeft. We zijn met elkaar allemaal mensen. Als ambtsdrager gaan sommigen dingen makkelijk, anderen dingen gaan moeilijk. In de gemeente lopen sommigen dingen makkelijk en in vrede, en andere zaken roepen emotie en spanning op. Soms kan een gelovige ver van God verwijderd raken, maar soms kan een gelovige ook juist zeggen ‘wat heb ik een steun aan mijn geloof’ of wat ben ik blij dat ik me door God heb laten leiden.
Mensen / Oud Jong / vernieuwend en behoudend / Samen in Gods gemeente / wonderlijk

Hoe kun je nu het eerst en het tweede wat ik noemde met elkaar verbinden? God is groot en heilig, en de kerk bestaat uit gewone mensen? Ik hoop dat het lukt om die twee met elkaar te verbinden. Want dan zeg je niet: o daar heb die of die. Hij is nu ouderling of diaken, eens kijken wat hij te vertellen heeft, maar dan ga je op een andere, een geestelijke manier om met de ambtsdragers. Als het lukt om God te zien, dan zeg je niet aan het eind van de dag: o, ook nog even bidden, maar dan leer je om heel je leven te zien in Gods licht en laat je je door Hem leiden. Dan wordt het gebed geen sluitpost, maar een startpunt.
Laten we om dat te leren ook kijken naar Paulus. Paulus is in 2 Kor 2:14-4:6 bezig met één lang betoog waarin Hij wil aangeven dat hij maar niet zomaar als een gewoon mens bij de Korintiërs kwam, maar dat hij kwam uit kracht en opdracht van die grote Heilige God. In de Griekse tijd was het heel gewoon dat filosofen en wijsgeren met hun verhaal langs verschillende steden trokken. Ze leerden de mensen kritisch denken en verdienden daarmee hun geld. Ze hadden vaak ook allerlei geheimen die je alleen van hun op hun school kon leren. Nu waren er mensen in de gemeente die ook zo naar Paulus keken: O, ook gewoon weer iemand die met een verhaal komt. Wil zeker ook weer geld verdienen en er zelf beter van worden.
Maar dan zegt Paulus: Wij zijn niet zo. Wij willen niet verdienen aan het woord van God. Maar God voert ons in zijn triomftocht mee en wil overal door ons zijn kennis verspreiden. God is het die werkt, en daaraan kun je ook zien dat dit echt is. Kijk maar sommigen nemen dit aan, komen tot geloof en krijgen eeuwig leven. Maar anderen verharden zich, luisteren niet naar ons en dat leidt tot de dood (2:16). Wij hebben geen brief nodig om te bewijzen dat God ons zendt, doordat mensen zich bekeren door ons werk, zie je dat God ons gezonden heeft (3:3). En inderdaad: we zijn gewone mensen. Uit onszelf zijn we niet bekwaam om dit werk te doen, maar onze bekwaamheid danken we aan God. Hij maakt ons geschikt om Hem te dienen. Daarom verzaken we onze plicht niet, bedriegen we niet, gaan we niet sluw te werk. God zelf wil via ons werken en zijn licht laten schijnen. Wij komen niet met onszelf: we komen met Jezus Christus (4:1-6).
Voel je die spanning: Gods grote werk, wordt vertelt door kwetsbare mensen. Die kwetsbaarheid kun je voelen als je ambtsdrager wordt, bent of was. Wie ben ik, dat ik dat kan doen? Ik hoop dat je je steeds verbonden mag weten met God. Dat je je zelf inderdaad ook toelegt op het bestuderen van de Bijbel, dat je zo steeds je roeping en kracht voelt, dat je niet vanuit jezelf of je eigen ideeën komt.
En ja, wie is die ouderling of diaken die daar aanbelt of met wie ik op het kerkplein spreek? Wie is hij dat hij mij komt vermanen, aansporen, vertroosten of bemoedigen? Wie is die diaken die mij vraagt welke gaven ik in zou kunnen zetten in de gemeente? Misschien ken je hem al jaren als jantje of pietje, maar zie je in hem iets van het licht van de grote God? Iemand die daar niet voor zichzelf zit, maar in zijn opdracht? God die zei: ‘er is licht, die de wereld maakt, die Jezus Christus geboren deed worden als het licht van de wereld, hij gebruikt mensen om dat licht nog steeds te laten schijnen’. En ja: dat zijn heel gewone mensen, maar via die mensen wil Hij zijn licht verder brengen!
Vader / Geeft licht / Mensen ontvangen het / gelovigen, dominees, diakenen, ouderlingen / Schijn!

Steeds gericht op Christus. Paulus geeft in 2 Kor 4 aan dat hij niet met zichzelf komt maar met Jezus Christus. Wij verkondigen Jezus Christus. We zijn zijn dienaren! Paulus is zelf op een heel bijzondere manier door Christus geroepen: in de woestijn op weg naar Damascus! Hij moest leren dat hij de kerk niet moest vervolgen, dat hij niet aan het jodendom vast moet houden, maar dat Hij Christus aan moest nemen. Zo heeft Christus hem in zijn hart gegrepen en verblind door zijn schitterende licht.
In dit gedeelte werkt Paulus ook de tegenstelling uit die er is tussen het oude verbond en het nieuwe verbond. Op het moment dat Christus stierf aan het kruis kwam er een eind aan dat oude verbond. Nu gaat het erom of je Jezus ook aanneemt als je verlosser. Deze Jezus Christus heeft dat gedaan om ons te redden.
Als het gaat om de gemeente zie je ook steeds weer staan: Christus is het die de gemeente wil regeren. Ook naar de kerk kun je puur menselijk kijken. Maar Christus wil ons leren om er geestelijk naar te kijken: de oudsten die Paulus overal aanstelde, stelt hij aan in opdracht van Christus. We mogen ook steeds van Hem leiding verwachten. De kerk is maar niet onze hobby of bezigheid, nee, Christus regeert, ook als de toekomst misschien onzeker is, als de we leven in een land waar geloven steeds meer in de marge komt de staan.
We kunnen zomaar verblind zijn voor het reddende evangelie van Christus. Paulus legt uit dat de joden verblind zijn, maar ook dat de ongelovigen verblind zijn, door het de god van deze wereld. Wie is de god van deze tijd? Als je als ouderling of diaken op bezoek gaat, om het licht te laten schijnen, welke goden van deze tijd moet je dan proberen uit de weg te ruimen? Wat belemmert het evangelie? Welke machten van deze tijd kunnen sterker zijn, dan de stem van Christus die de ouderlingen en diaken geroepen zijn te laten horen? Als ik kijk naar afgelopen jaar: soms moeten ambtsdragers waarschuwen voor steeds meer en meer’, je werk wordt allesbeheersend, je eigen mening is alleen waar, soms voor ‘vrije seksualiteit’ ‘, soms voor ‘ik-gerichtheid’. ‘Soms voor lauwheid: waar is mijn eerste liefde’. Ontvang een ambtsdrager niet als een bemoeial, hij komt niet met zichzelf. Maar ontvang Hem als iemand die je wil helpen te ontdekken hoe Christus weer centraal kan staan in jouw leven!
Christus / Gods licht / afgoden verblinden ons / Laat je ogen openen / Straal!

Tenslotte willen we ook letten op het werk van God de Heilige Geest. Als Paulus het heeft over zijn aanbevelingsbrief, waarom je zijn boodschap zou moeten geloven, dan wijst hij op de gemeente. Hij zegt jullie zijn christen geworden: dat is niet door jullie zelf gebeurt, maar door Gods kracht. Dat laat zien dat ik niet in eigen kracht kom. Hij maakt een verschil tussen Oude Testament en Nieuwe Testament: vroeger gaf God zijn wet op stenen tafels, maar nu wil Hij hem door zijn Geest in je hart schrijven. Waar God vroeger werkte via koningen, priesters en profeten, wil God nu in iedereen persoonlijk werken door zijn Geest. Door die Geest kun je geloven.
Als we met elkaar gemeente zijn, kerk van Christus, dan is dat geen gemeente die van bovenaf door de kerkenraad wordt geleid, maar het is een gemeente van gelovigen. Mensen in wie de Geest werkt. Paulus kan zelfs zeggen, wij zijn dienaren, slaven van de gemeente. Als je naar de kerk kijkt, kijk je allereerst naar jezelf. Jij, u mag een kind van God zijn, wanneer? als je gelooft in God de Vader die alles maakte, als je aanneemt dat Christus ook voor jou gestorven is en als je de Geest in je hart laat werken. Een diaken, ouderling en dominee maakt niet de gemeente, nee, met elkaar zijn we gemeente. Vertroosten, bemoedigen, vermanen we elkaar en zien we naar elkaar om. Een ambtsdrager wil je stimuleren om daarin ook je eigen gaven te gebruiken. Gemeente zijn betekent niet gaan wachten tot een ambtsdrager langs komt, het betekent zelf geven om een ander, zelf je gaven en middelen voor elkaar gebruiken, door Gods geest van harte bereid zijn om de ander te helpen. Willen we zo gemeente zijn: groeien in geloof, in liefde, in omzien naar elkaar? Dan wordt er steeds meer zichtbaar van het werk van die grote drie-enige God in ons midden. Als we ons eerst op Hem richten, kunnen we ons daardoor op elkaar richten en zal ons licht stralen, ook over de muren van de kerk heen! Niet uit onszelf maar door de kracht van Jezus Christus die zichzelf in liefde voor ons heeft gegeven. Zo gaan we elk in onze eigen situatie op weg, soms door een nacht van strijd en zorgen, maar op weg naar de dag, de grote dag en (1) als we de drieenige God zullen ontmoeten: Vader, Zoon en Heilige Geest en (2) als we met Hem zullen leven in alle eeuwigheid.
Kom / Heilige Geest / Verander mijn hart / Laat mijn hart overstromen / Amen

Liturgie
Gz 139: 1 en 3 (Wij loven U, o God)
[Beilen: Wet]
[Beilen: Gz 156: Heer ik kom tot u]
Gebed
Lz. 2 Kor 2:14-3:6 en 4:1-6
Ps 80:1,3 en 10
T. Zondag 8
Preek
Ps 33:1,3 en 4
Bevestiging Ambtsdragers
Ps 134:1 en 3
[Hooghalen: Geloofsbelijdenis]
Lied 253:O zalig licht, Drievuldigheid (in Beilen en Hooghalen!)
Gebed
Collecte
Gz 108
Zegen
Gezongen amen
opwekking 602

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: