Zondag 10 – Geborgen in eeuwige Vaderhanden!

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, juni ’10

Tekst: Zondag 10 / Ruth 1

Geliefde gemeente van onze Heer,

Geborgen in eeuwige Vaderhanden!

1. Zijn macht is alomvattend

2. Zijn plan is voor ons geheim

3. Zijn doel is om alles goed te maken

4. Dat geeft rust en vertrouwen

1. Zijn macht is alomvattend

[Wat een ellende!]En toen was ze overleden. Wat was het moeilijk dat ze hun eigen kind moesten verliezen. Wat hadden ze gebeden al die dagen dat ze ziek was geweest. Wat was het een periode van onzekerheid en vragen geweest. Maar nu was hun meisje overleden.’ Als je zoiets leest schieten de tranen je bijna in de ogen. Wat een ellende!

Een gevoel wat je ook kon krijgen vijf maanden geleden, toen we opgeschikt werden door de beelden van de aardbeving in Haïti. Hoeveel mensen voelen daar nog elke dag de pijn omdat zoveel bekenden omkwamen. Familieleden, klasgenoten, vrienden en vriendinnen.

Waar is God dan? Waar is God als de ene moeite na de andere je overvalt? Wat kun je soms je vragen hebben! Waarom krijg ik zoveel te dragen? Je kunt dan soms wel tegen een muur opvliegen!

[Ellende in Israël] Lange tijd geleden gebeurde er in Israël ook een ramp. Het kwam niet zo plotseling als die aardbeving in Haïti, maar de gevolgen waren groot: er kwam een hongersnood. De oogsten waren mislukt, er was geen eten meer. Mensen kwamen om van de honger. Noömi en Elimelech willen niet dat hun kinderen omkomen van de honger. Ze zoeken hun toevlucht het land Moab. Ze gaan wonen tussen de Moabieten, verlaten het beloofde land en vermengen zich zomaar met een ander volk. Ze leven daar tien jaar als vreemdeling: ver van huis, ver van hun familie. Alles moest opnieuw opgebouwd. Wat je kon verwachten gebeurt: Machlon en Kiljon trouwen met Moabitische vrouwen. Iets wat God verboden had! Dan overlijdt Elimelech, Noömi verliest haar eigen man. Later moet ze ook haar twee zonen in de vreemde begraven. Haar verdriet is compleet. Alles wat ze had is haar ontnomen. Ze wordt er bitter van.

[God heeft alles in zijn hand] Waar is God? Wat heeft God hier mee te maken? De catechismus schrijft over ons geloof in God.

Over dat als je gelooft in God, dat je dan ook gelooft dat de dingen niet bij toeval gebeuren, maar dat God alles geschapen heeft en door zijn voorzienigheid in standhoudt en regeert. God heeft alles zijn hand. Dat is het geloof, zoals dat in de Bijbel naar voren komt. Ook als er verschrikkelijke dingen gebeuren zeggen we niet: dit is een stukje waar God even niet bij kan, dit gaat buiten zijn kracht en macht. Nee, ook dan belijden we de almacht van God. Dat is ook de manier waarop Noömi met de dingen omgaat. Als de hongersnood voorbij is, zegt ze in vers 6, dat God het lot van zijn volk had aangetrokken. Het is Gods hand die eten of honger geeft. Als ze zegt dat ze man en kinderen mist, dan zegt ze: De Heer heeft zich tegen mij gekeerd (vs. 13). Net als Job ziet ze Gods hand niet alleen in het goede, maar ook in het kwaad (Job 2:10).

[Hij is niet de bewerker van de zonde] Maar, zou iemand kunnen zeggen, God is toch liefde? Het kwaad kan toch niet van God komen? God wil toch niet dat iemand ernstig ziek wordt? God wil toch niet die ellende? Waarom moet ik dan toch zo lijden, of deze moeilijke weg gaan? Iemand die het zelf niet heeft meegemaakt kan zich amper voorstellen hoe je met deze vragen kunt worstelen. Wel kun je zeggen dat God niet de bewerker is van de zonde (art 13). Het kwaad vindt niet zijn oorsprong in God. Toch staat het niet buiten zijn macht, want (nog een keer art 13): ook al handelen de duivelen en de goddelozen nog zo onrechtvaardig, toch beschikt Hij zijn werk zeer goed!

2. Zijn plan is voor ons geheim

[Gods plan is voor ons verborgen] Toch is dat juist op sommige momenten moeilijk te zien. Soms loopt alles tegen. De geschiedenis van Gods volk zijn daar een duidelijk voorbeeld van, maar op eenzelfde manier kan dat spelen in je persoonlijke leven vandaag en in de familie. Het boek van Ruth begint met de mededeling dat het was in een de tijd van de rechters. Keer op keer zie je dat het slecht gaat met Gods volk. Dat de Israëlieten doen wat slecht is in Gods ogen. Ja, ze doen wat goed is in eigen ogen. Toch klinkt er steeds weer het antwoord van God en bekommert hij zich om zijn volk. Juist als de nood het hoogst is. Iemand zij eens soms als God het verste weg lijkt, als je door het donkerste dal gaat, is hij toch nog bezig met zijn plan. Zie je misschien enkele voetstappen, maar is dat omdat Hij je draagt. Zijn duistere voorzienigheid, verhult zijn mild gelaat (Cowper).

[Noömi ziet de toekomst somber in] Toch kan het moeilijk zijn om dat steeds te blijven geloven. Kijk maar eens wat Noömi doet: Als ze hoort dat de honger voorbij is gaat ze terug naar Israël. Orpa en Ruth zeggen dat ze meewillen naar haar volk. Maar wat is Noömi bitter over de toekomst: ze zegt dat ze niets te bieden heeft. Ze kan geen zoon meer krijgen die als man voor Orpa en Ruth kan dienen. Ze kunnen beter terug naar huis gaan, het goed hebben in het huis van hun moeder, misschien een andere man trouwen. Het lot van Noömi is bitter. De Heer heeft zich tegen haar gekeerd, zegt ze. Wat is Noömi negatief!

Ze vult in dat God tegen haar is. En geef haar eens ongelijk: alle ellende lijkt moeilijk anders te kunnen zijn. Maar wat als ze verder had kunnen kijken … als ze bedacht had dat er misschien geen nieuw kind kon komen, maar dat er in Israël wel een Losser was, Boaz, die met Ruth zou kunnen trouwen. Als ze geweten had dat ze later nog oma zou worden van Obed, de opa van de grote koning David? Dat ze zo mee mocht werken aan Gods goede plan: de komst van de Messias Jezus Christus. Die kwam om te betalen voor alle zonde in de wereld. Die onze ellende op zich wil nemen, zoals we met het avondmaal ook mogen vieren.

[Het geheim van Gods plan] Noömi vult zelf de toekomst in voor Orpa en Ruth, maar ze vergeet te vertrouwen op de machtige God die alles in zijn hand houdt. Toch laat dit wel het moeilijke van het geloven zien: wij kunnen niet in Gods raadsplan kijken. [Vragen waar je in zekere zin ook geen antwoord op krijgt. Art 13 zegt ook, dat het een geheim is. Het gaat ons verstand te boven. Uiteindelijk zullen we, hier op aarde,  nooit helemaal kunnen begrijpen waarom Gods wegen zijn zoals ze zijn.] En hoe moet je dan omgaan met moeite en leed in je leven, als het je zwaar valt en niet weet waar het goed voor is? Toch zullen die moeites ook het leven van de gelovigen niet voorbij gaan. Ps 34, die we straks zullen zingen, spreekt er ook over: ‘de rechtvaardige blijft niets bespaard’. Ps 73 beschrijft hoe het soms wel lijkt alsof gelovigen met extra moeiten te maken krijgen, terwijl het ongelovigen voor de wind gaat. Ik hoop dat je de kracht krijgt om dan toch staande te blijven! Er is een tijd van lijden, voordat we tot de heerlijkheid in zullen gaan. Belijdenistekst – ook door het HA wil God je sterk maken!

Maar de catechismus wijst erop dat we doordat we mogen weten dat we in de handen zijn van de Vader van Jezus Christus, onze Vader in de hemel, niet opstandig hoeven te blijven of alle moed op hoeven blijven geven. We mogen bidden om kracht om ook in tegenspoed geduldig te zijn!

3. Zijn doel is om alles goed te maken

[Noömi’s idee over God] Als gelovige mag je erop vertrouwen dat God uiteindelijk bezig is om alles goed te maken. Maar dat is niet de gedachte die Noömi heeft.  In vers 20-21 brengt ze dat heel duidelijk onder woorden. Ze komt samen met Ruth terug in Bethlehem. De mensen kijken. Is dat niet Noömi? Maar dan zegt Noömi tegen de mensen: noem mij maar niet meer Noömi, de gelukkige. Noem mij Mara, want de Ontzagwekkende heeft mijn lot bitter gemaakt. Opnieuw zie je hier, wat we in het eerste punt al benoemden: ze wijst God aan als degene die met haar handelt. Ze is met volle handen weggegaan, maar nu is ze met lege handen terug gekomen. De ontzagwekkende heeft mij kwaad gedaan.

[God is gericht op het heil] Dat Noömi zo bitter kan zijn, heeft te maken met dat ze niets ziet van Gods plan. Wie alleen maar gelooft dat God alles in zijn hand heeft, is nog geen gelovige. Er zijn genoeg mensen die geloven dat er een macht is die van alles in zijn hand heeft. Maar wat is nu de kracht van het geloof: dat je ziet dat God de God is op wie je aankan. Dat HIJ is wie HIJ is: JHWH. Die luistert naar degene die tot hem roepen! Die zijn verbond gesloten heeft met zijn volk en zijn verlossing belooft. Hij die bezig was zijn Zoon te brengen, en die nu op weg is naar die nu hemel en nieuwe aarde. Hij is wil uiteindelijk alles goed maken. Al gaat het door een dal van duisternis heen. Als we het avondmaal vieren, eten we geen brood en wijn, omdat we geloven dat alle eten en drinken, alles wat gemaakt is van God komt en dat we dan zeggen, u hebt alles in uw hand. We hebben geen statisch geloof!

We eten brood en wijn, omdat we geloven dat God zich in liefde naar ons heeft toegewend, zijn Zoon gegeven heeft!

Dat Hhij mijn zonden wil vergeven en mij uiteindelijk eeuwig bij zich zal nemen. Niets zal mij kunnen scheiden van de liefde van God die is in Jezus Christus. Daarom geef ik me in geloof over aan zijn plan. Als je dat gelooft kun je het avondmaal vieren en vanuit die liefde ook weer bemoedigd op weg gaan!

[Hoe weet ik dat dan?] Hoe weet je dat dan? Hoe kan ik daar toch in moeilijke situaties op gericht blijven? Laten we duidelijk zijn … ik wil zeker geen pasklaar antwoord geven voor elke situatie. Zo van, alles komt goed. Laten we elkaar die antwoorden ook niet te snel opdringen. Je hoeft niet krampachtig op zoek te gaan naar Gods plan!

Bij God is er ruimte voor vragen, verbijstering, moeite. Wat schrik je als er kanker is geconstateerd, wat doet het pijn als je hoort van een nieuwe ramp. Maar toch wil Hij dan ook de kracht van zijn Geest geven, wil Hij je zijn woord geven. Dan mag je geloven je hoe hij door de moeite heen toch verder wil gaan, zoals hij zijn plan had met Jozef, die eerst diep in de put zat,maar uiteindelijk zorgde dat het volk in leven bleef in tijden van honger. Zoals Daniël mocht getuigen in het rijk van Nebukadnessar. Christus weet wat het is om te lijden, hij kan met u meevoelen, maar omdat Hij trouw is geweest, omdat Hij de weggegaan is, mag je het zeggen: wat de toekomst brenge moge is onbekend,de weg gaat soms via lijden en moeite, maar hij neemt mij bij de hand naar het beloofde land!

Geborgen in eeuwige Vaderhanden!

1. Zijn macht is alomvattend

2. Zijn plan is voor ons geheim

3. Zijn doel is om alles goed te maken

4. Dat geeft rust en vertrouwen

[Het begin van de tarweoogst] Iets van die hoop klinkt door in dat kleine zinnetje waar dat eerste hoofdstuk mee eindigt. Ze kwamen in Bethlehem aan het begin van de tarweoogst. Een hoopvol teken, een veelbelovend teken. God begint klein, maar als je verder leest zie je dat Hij grote dingen gaat doen. Wat een schitterend verhaal. Eigenlijk zou je het allemaal eens helemaal moet lezen deze zomer, misschien wel op een lekker plekje in de tuin. Het is bemoedigend en verfrissend voor je geloof! Zo’n gedeelte lezen geeft rust en opent je ogen misschien voor de kleine dingen, de zegeningen die God je geeft, tekenen van hoop in ons bestaan (John Piper).

[Ruths vertrouwen op de God van Israël] We hebben het nog niet over Ruth gehad. Orpa ging terug naar huis, menselijk gezien heel voorstelbaar. Maar Ruth? Wat zegt zij, als Noömi zegt: er is geen toekomst? Zij laat zich niet wegsturen. Zij heeft van haar man geleerd wat een bijzonder volk Israël is. Dat de God van Israël een groot God is. Zij klampt zich in haar uitzichtloze situatie daaraan vast: uw volk is mijn volk, uw God is mijn God. Zij zoekt haar toevlucht bij de HEER! Zo spreekt Boaz daar later ook over tegen Ruth: U hebt uw toevlucht gezocht bij de Heer, de God van Israël. Zij zoekt daar haar heil. En ze wordt daarin niet teleurgesteld: ze krijgen eten, in overvloed. Er komt een losser, ze trouwt Boaz. Ze mag moeder worden en krijgt een ereplaats in het voorgeslacht van de verlosser.

[Rust en geborgenheid] Klem je zo steeds vast aan God! Zoals die man die ernstig ziek was, wist dat hij niet lang te leven had, maar kon zingen: Mijn tijd is in u handen. Zorgen kwellen mij, maar nu kan is rustig zijn. Rustig zijn in u. Dat zing je dan misschien in tranen, maar je weet dan wel aan wie je je veilig overgeeft. Of zoals Cowper van wie straks dat lied zingen: zijn leven lang werd hij geplaagd door depressies. Maar toch kon hij in die hele donkere tijden soms een glimlach van God zien. Soms groet een licht van vreugde, de christen als hij zingt. Al loopt ons alles tegen, hij zal het goede doen. Hij geeft na donkere regen een mild en klaar seizoen. Misschien dat hij juist door zijn negatieve ervaring wel zulke mooie liederen kon dichten.

[Vertrouwen voor de toekomst] Zo wil God je rust geven. Niet passief of berustend maken. Maar juist als je dit geloof hebt, mag je je vastklampen aan de Heer. Dat geeft je kracht om keuzes te maken. De vrijheid om achter Jezus aan te gaan. Te doen wat je belooft hebt. Zoals Ruth haar weg ging, vraagt God ook om ons niet hier aan aardse goederen vast te klampen. Maar te luisteren naar Gods stem: ons geluk niet te zoeken bij geld, macht, huizen, gezondheid, maar ons geluk te vinden bij de hemelse vader. Zo’n Godsgeloof geeft je de vrijheid om te luisteren naar de stem van Jezus; die ook jouw roept! Amen.

Liturgie zondagmiddag 6 juni Beilen en Hooghalen

Ps 97:1 en 5

[Hooghalen: Heilig Avondmaal formulier IV]

[Hooghalen: Aan tafel: Lz. Klaagl. 3:22-26 Zingen Ps 84:3]

Lezen Ruth 1

Gz 38 (zoek eerst het koninkrijk van God)

Tekst zondag 10

Lied 448 (soms groet een licht van vreugde)

[Beilen: Voorbereiding Heilig Avondmaal, zingen: Ps 84:3]

Gebed

Collecte

Ps 34:7 en 8

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: