Filippenzen 4:18 – Mij ontbreekt niets …

Preek gehouden in Hooghalen, Dankdag 2010

Tekst: Fil. 4:10-23

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[Stap 1/Dia 1] ‘Iemand bedanken’, hoe doe je dat goed? Al van heel jong leer je om ‘dankjewel’ te zeggen als je een snoepje of koekje krijgt, als je een feestje hebt gehad zeg je ‘bedankt voor alles’. En ook als je een cadeautje voor je verjaardag krijgt zeg je ‘Bedankt!’.

Paulus zit in de gevangenis. Hij heeft verteld over de Here Jezus en daarom is hij nu een gevangene van de keizer van Rome. Maar hij is blij! Epafroditus is net bij hem gekomen en heeft een geldbedrag meegenomen vanuit Filippi. Zo wordt er ook voor Paulus in de gevangenis gezorgd. Deze brief in de Bijbel, is een brief om te bedanken. We kunnen veel leren van hoe Paulus ‘bedankt’ zegt tegen de mensen in Filippi.

In onze gemeente is er een oproep gedaan om ook geld te geven voor de kerk. Een gift om als kerk aan onze verplichtingen te kunnen voldoen. Waarom geef je aan de kerk? Wat krijg je ervoor terug? Hoe word je bedankt voor dat wat je gegeven hebt?

Bedanken thuis, door Paulus, in de kerk … en dan is het nu dankdag. Er ligt weer een seizoen achter ons. Als ik door de tuin loop zie ik hoeveel moois ik gekregen heb van de rozenstruik, maar de laatste bloemen zijn nu aan het verdorren. Ik zie de druif die zijn blad laat vallen, maar veel vrucht gegeven heeft. De rode bes heeft ook al herfstkleuren en de kronkelhazelaar begint groen te worden. Je mochten genieten van de siertuin. De meeste producten zijn van het land gehaald, de dieren hebben hun vlees, hun lammetjes, hun kalfjes, hun kuikens, hun eieren gegeven. Er was eten en drinken. Hoe kunnen we God onze dank geven. Dank brengen voor alles wat Hij gedaan en gegeven heeft?

Paulus zegt het open en eerlijk: De Heer heeft mij veel vreugde gegeven. Hij is gewoon heel blij! Blij met wat hij van de mensen in Filippi ontving. Hij is de Heer dankbaar, want al kwam het via mensen. Hij zegt: het kwam uiteindelijk van God. Zoals je dat zelf ook mag zeggen van al die gewone manieren waarop geld bij je binnenkwam: via je werk, via een uitkering, via een gift. Het is zorg van de Heer.

Paulus is vooral ook blij voor hen: Nu hebben jullie mij kunnen laten zien hoeveel zorg en medeleven jullie met mij hebben. Zo zegt hij dank je wel: door te wijzen op God. En ook door te zien op de ander: jullie hebben zo liefde kunnen tonen. Wat wordt Paulus daar blij en dankbaar van. Voor al u goede gaven Heer, zij u de dank en eer!

 

[Stap 2/Dia 2] Het kan zijn dat je het helemaal niet zo makkelijk vindt om vanavond in de kerk te zitten. Om God te danken. De gevolgen van de economische crisis zijn nog steeds merkbaar, ook in de hoeveelheid werk die er is. Wat is het vervelend als de bank vraagtekens bij je bedrijf krijgt. Op de velden is het erg nat, wat het moeilijk maakte om de oogst eraf te halen. Het kan zij dat je erg iemand mist met wie je het leven kan delen. Misschien steiger je wel als er gezegd wordt: ‘we leven in een welvarend land’, want hoe komt het dan dat jij maar met moeite rond kan komen? Hoe erg moet het in arme landen dan zijn.

Als Paulus bedankt voor de steun die hij gekregen heeft, dan geeft hij aan dat hij zelf wel weet wat het is om gebrek te lijden. Ik heb zelf honger meegemaakt, zegt hij.

Hij weet dus wat het is om met een knorrende mag weer aan de slag te gaan en op zoek te gaan naar eten. Hij heeft gebrek meegemaakt: dat hij maar met moeite aan onderdak en kleding kon komen.

Maar hoe praat hij over die moeilijke tijden? Ik heb geleerd om in alle omstandigheden voor mezelf te zorgen, zegt hij. Als je dat zo los leest, dan klinkt dat niet erg gelovig. Eerder zo van: ‘Ik red me wel’. Een levensmotto wat iedereen zou kunnen hebben: ‘je moet er maar mee om zien te gaan, de dingen een plek geven en zelf ervoor vechten’. Toch is dat niet waar dit gedeelte op uit loopt.

Want wat is Paulus geheim? Paulus zegt (vs. 13): ‘Ik ben bestand tegen alle dingen, door Hem die mij kracht geeft’. Paulus laat zo zien dat er iemand is op wie hij terugvalt.

Dat hij zijn kracht niet bij zichzelf, maar bij God zoekt.

Dat hij zo met God verbonden is, dat hij in goede en slechte situaties op Hem vertrouwt.

Paulus prijst dus niet zijn eigen kracht, maar de kracht van God.

In rijkdom en armoede, gezondheid en ziekte, voorspoed en tegenspoed, verwacht hij het van God die Hem kracht geeft. Daardoor lijdt hij er niet onder, maar kan er mee omgaan.

Ik hoop dat je die kracht ook mag kennen of leren kennen. Of je nu al veel door het leven getekend bent of niet. Dat je zegt: Jezus Christus is gestorven voor mij. God heeft mij lief.

In zijn Vaderliefde zal Hij mij bij de hand nemen en leiden. Hoe de weg ook zal zijn.

Zelfs al betekent die weg hier moeite, of wil hij mij al thuis brengen in zijn heerlijkheid.

God belooft mij de kracht, hij schakelt mij in in zijn plan.

Daardoor kan ik omgaan met al die verschillende situaties. Daarom wil ik ook nu met dankdag in de kerk zitten. Want ook al is er armoede of zijn er problemen, ik sta hier niet met lege handen. Ik dank God voor zijn steun en kracht! Ook in de moeite wil ik God nog danken voor de dingen die ik wel heb! Zoals Paulus zelfs in de gevangenis God nog kan danken.

 

[Stap 3 / Dia 3] Als Paulus zo goed met moeite om kan gaan, wil dat niet zeggen dat hij niet blij is met het geld dat hij gekregen heeft. Hij prijst de Filippenzen. Ze hebben gedeeld in zijn moeilijkheden, staat er. Dus ze hebben meeleven getoond, ze hebben zelf meegevoeld hoe Paulus het moeilijk had. Juist deze gemeente had hem altijd ondersteund, gelijk na zijn vertrek uit Macedonie, maar ook al in Thesselonica.

Paulus maakt op andere plekken heel duidelijk dat hij geen geld wil hebben. Hij wil niet dat ze denken dat hij rijk wil worden van het apostel-zijn. Maar met Filippi, de eerste christelijke gemeente in Europa, is de band zo bijzonder, dat Hij daar wel geld van aanneemt. Door Paulus te ondersteunen werken ze zo mee aan de verbreiding van het goede nieuws en mogen steeds meer mensen die kracht van God gaan ervaren.

 

Paulus vind het geweldig dat ze geven en zo omgaan met hun geld. Paulus heeft leren omgaan met armoede en rijkdom, want God gaf hem kracht. Die kracht hebben we nodig als we met moeite de eindjes aan elkaar knopen. Soms helpen we elkaar en springen bij. Komt de diaken op bezoek. Paulus heeft ook leren omgaan met rijkdom: is dat soms niet extra moeilijk. “Het zijn sterke schouders die de weelde kunnen dragen”. Een hele verantwoordelijkheid. Voelen we die nood ook en bellen we dan ook de diaken: ik heb zoveel, hoe kan ik daar goed mee omgaan? De mensen in Filippi wilden hun geld gebruiken voor de ondersteuning van de verkondiger van het goede nieuws, voor Paulus.

 

Paulus gebruikt termen die bij de je financiële administratie horen om aan te duiden wat dit betekent. Hij zegt: door geld naar mij over te maken, loopt het tegoed op jullie rekening op. Dat zou toch mooi zijn: door geld over te maken naar iemand in nood, naar de kerk of de zending zou je banksaldo opeens omhoog springen?! Het is als een belegging die je met winst terugkrijgt, of waarover je rente en dividend ontvangt.

Wat bedoelt Paulus hier? Niet dat je er geld aan verdient om te geven. Ook niet dat je er iets mee zou kunnen verdienen voor God. Dat je met geld eerder in de hemel zou komen! Gelukkig niet! Paulus heeft het hier over de vrucht, een geestelijke vrucht. Hij verbindt  de vrucht aan de groei in geloof en de groei in liefde. Wanneer op een goede manier gegeven wordt, dan mag je groei in geloof en liefde zien. Dan is het als een offer dat God behaagt. Geen betalingsoffer, maar wel een offer uit dank.

Uit dank voor wat God gedaan heeft, wil je aan anderen geven.

Uit dank aan voor wat God gedaan heeft, wil je ook dat anderen het goede nieuws gaan horen. Wil je ook dat Gods woord kan blijven klinken.

Zo’n offer kost je wel wat. Gods Zoon heeft alles voor ons gegeven: zijn eigen liefde. Zullen wij tegen Hem zeggen: Neem mijn leven, neem uren, neem mijn geld, neem mijn liefde … laat mij toegewijd zijn aan U. Niet om God te betalen, maar om je dank te ‘betalen’. Om te laten zien hoe blij je bent met wat God jou gegeven heeft. Dan mag je geloven dat God dat offer van jou ziet en aan wil nemen.

 

[Stap 4 / vs. 18-20] Zo zegt Paulus ‘Dank jullie wel’. Hij zegt: het levert jullie veel winst op. Maar hij geeft ook aan dat hij zelf veel gekregen heeft, hij heeft nu meer dan genoeg.

Hij zegt zelfs: mij ontbreekt niets.

Het doet denken aan Psalm 23. Het is de Here die als een Herder voor hem zorgt.

Ook al gaat hij door een dal van diepe duisternis. Hij zit in de gevangenis!

Laten we in dat vertrouwen en vanuit die dank vandaag de Here danken.

Hij kan en wil geven wat we nodig hebben.

In Jezus Christus, staat er dan bij. Dat wil Paulus nooit vergeten.

Alleen door het lijden en sterven Christus, kunnen we leven en mag je vertrouwen op je hemelse Vader.

 

Paulus had geld gekregen, maar de gemeente ontvangt dan hem ook nog bemoediging.

Een bemoediging die ook wij op dankdag mee mogen krijgen.

God zal zijn kinderen geven wat zij nodig hebben. Hij weet wat je nodig hebt! Hij kent je behoefte.

Dat doet hij uit zijn overvloed, die heerlijk, stralend en machtig is.

God die hemel en aarde gemaakt heeft. Hij die alles bestuurt.

Hij zal nooit tekort komen om te geven wat je nodig hebt.
Je hoeft niet bang te zijn of hij kan geven wat je werkelijk nodig hebt.

Die bron droogt nooit op. Vertrouw daar maar op! Je mag een kinderlijk vertrouwen hebben dat de machtige hemelse vader ervoor zal zorgen.

Dat mag je leven stempelen, op die manier mag je bidden:

Paulus schreef in vers 6: wees in niets bezorgd, vraag God wat u nodig heb en dank hem in uw gebeden. Paulus prijst in zijn brief God. Laten wij ook op deze dag God groot maken. Met elkaar! Tot in alle eeuwigheid. Dat is de beste manier om tegen God: Dank u wel te zeggen. Amen

Votum en zegengroet

Psalm 65:1 en 6

Gebed

Filippenzen 4:10-23

Psalm 23

Filippenzen 4:18

Preek

Lied 465

Gedeelte uit belijdenisgeschrift

Psalm 116:3,7,10

Dankgebed + stil gebed overgaand in zingen van:

Gezang 37:2 en 8 (Uw naam worde geheiligd, heer)

Collecte

Gezang 137: ‘k Wil u, o God, mijn dank betalen.

Zegen en gezongen amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: