Zondag 46 – Onze Vader, die in de hemel woont

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, maart ’11

Tekst: Mat 6:1-18

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Voor Bertus is het best wel eens lastig om te gaan bidden. Hij bidt regelmatig. Noemt God graag ‘Onze Vader’. Maar soms heeft hij gevoel dat hij te vaak hetzelfde zegt. Hij vindt het dan lastig om zijn aandacht er goed bij te houden. Om niet te vervallen in dezelfde vaste dingen. Bidden is voor zijn idee vaak een stukje gewoonte. Het voelt soms als bidden op de ‘automatische piloot’.

Diana vindt het juist fijn om te bidden. Ze noemt God wel eens ‘Papa’. Ze vindt het heerlijk om de dingen die haar bezighouden met God te delen. Soms is ze alleen wel eens verwonderd: hoe is het toch mogelijk dat ik zomaar met mijn Vader in de hemel kan praten. Ik als zondig mens, die toch nog best wel verkeerde dingen doe. Wat een wonder eigenlijk dat ik zomaar met God mag praten.

Pascal wil wel graag bidden, hij noemt God graag ‘machtige God’, maar soms vraagt hij zich wel eens af: Kan God mij wel horen en zien. God is zo groot. Hij woont in de hemel. Ik ben maar een millimeter als je het vanuit de hemel bekijkt. Hoe kan hij dan toch mij horen en helpt hij mij echt bij mijn vragen aan hem, ook als die lastige dingen gebeuren, als ik zo graag genezing wil of zo graag mijn gebed verhoord wil zien!

En u? Als ik uw of jouw naam in zou vullen? Op welke manier begin jij je gebed en noem jij God in je gebed? Wat zegt dat over manier waarop jij met God omgaat? God wil graag gebeden zijn: laten we van de Here Jezus leren hoe we ons gebed tot God dan mogen beginnen. Want als je met de juiste houding begint, weet je dat je je gebed op de goede manier bidt!

 

Christus leert ons bidden: Onze Vader die in de hemel woont!

Onze Váder die in de hemel woont: God van liefde

Ónze Vader die in de hemel woont: God van zijn volk

Onze Vader die in de hémel woont: de machtige God

Christus leert aan het begin van zijn optreden, in de Bergrede, hoe het goed is om te bidden. Hij spreekt dan met name tegenover de Farizeeën. Zij hebben van God een God gemaakt die ver weg staat. Een God van wie je de naam niet eens meer mag noemen: in plaats van JHWH zeggen ze: ‘De almachtige’, ‘de heilige’. Zij hebben het idee gekregen dat bidden vooral een prestatie is. Je moet maar vaak bidden, je moet maar veel bidden, je moet het maar doen voor het oog van de mensen. Eigenlijk leken ze daarin dan op veel andere religies. Als wij de goden of godheid maar gunstig stemmen door veel voor hen te doen, dan zullen ze ons ook wel gunstig zijn. Bidt maar veel en vaak en dan vindt je genade bij God.

Wordt ons in de manier van bidden ook niet een spiegel voor gehouden? Soms kun je ook denken: God zal mij wel niet zo goed vinden, want ik bidt weinig. Of je kunt denken: zou ik wel tot God mogen komen, als ik in mijn leven zoveel zondige dingen heb? Denk aan wat ik net zij over Diana, zich afvraagt hoe het mogelijk is dat ze zomaar bij God kan komen.

Wanneer Jezus zijn optreden begint, stelt hij die verkeerde houding van de Farizeeën aan de kaak. Of het nu gaat over het geven van giften, over het bidden of over het vasten zodra je het doen om daarmee iets te verdienen, omdat je jezelf goed vindt of omdat je denkt dat God je dan wel goed zal vinden zit er iets verkeerd. Jezus wil geen schijnheilig gedrag en al helemaal niet dat God een verre God zou zijn bij wie je je plekje moet verdienen, bij wie je de verhoring van je gebed zou moeten verdienen.

Jezus wil hen weer opnieuw leren wie God is. God is niet in de eerste plaats een strenge, verre God, voor wie wij alles moeten preseteren. Nee: Hij is de God van het verbond. Hij is in liefde naar ons toegekomen en heeft zijn eigen Zoon gegeven. We vieren dat vandaag bij het avondmaal. Deze week zal de lijdenstijd beginnen: Wat heeft God veel voor ons over gehad. Zijn eigen Zoon leed aan het kruis … dank u Heiland voor uw lijden, voor uw angst en nood, voor de weg die U, als de Zoon van God, gegaan bent voor ons. U maakt het mogelijk maakt dat wij, ondanks onze zonden, zijn kinderen kunnen zijn. Wat een liefde!

Was God in het Oude Testament dan niet zo? Ja daar was Hij ook al liefdevol. Daarom zei hij in het oude verbond al tegen zijn volk: Ik was er, Ik ben er en Ik zal er zijn. Noem mij daarom maar JHWH. Maar die omgang met God, uit liefde, was het volk door de Farizeeën kwijtgeraakt. Zij leerden de mensen leven als knechten, zoals vandaag bij veel religies en godsdiensten je zelf aan het werk wordt gezet. Nu komt Jezus hen weer leren wie JHWH echt is: Hij geeft het volk de liefdevolle God terug en leert hen weer de God van het verbond kennen. En dan mag Hij in het nieuwe verbond hen met name de naam ‘Vader’ leren. Nu Gods Zoon gekomen is, mogen we met name die naam op de lippen nemen.

Jezus leert dus niet wat anders dan God in het Oude Testament! Hij gaat juist verder in dezelfde lijn. Kijk maar eens in de psalmen hoe vertrouwelijk de mensen met God kunnen praten. Wat er daar al gesproken wordt over Gods genade en zijn liefde. HEER, U bent mijn redding, mijn behoud!

Als we tot God komen mogen we die houding aannemen. En mogen we elk gevoel dat we het niet waard zijn, dat we eerst iets moeten verdienen, dat we wat moeten presteren voor God wegdoen … want Jezus zegt: Noem God maar Vader! In dit korte stukje komt die aanduiding vaak voor. God is mijn Vader en ik ben zijn kind!

Zo leert Jezus ons om in termen van het gezin met God te praten. Als je gaat bidden, aarzel dan niet of God je wel wil horen. Een Vader houdt niet pas van zijn kinderen, als ze genoeg voor hem gedaan hebben en lief genoeg geweest. Een Vader houdt van zijn kinderen, omdat het zijn kinderen zijn. Hij wil hen het goede geven. Dan zal zeker de hemels Vader als de echte en betrouwbare Vader je het goede willen geven! Daarom zegt God: Spreek mij aan als Vader!

God wil dat we in liefde met hem omgaan. Wie niet snel en gedachteloos die eerste woorden van zijn gebed zegt, maar heel bewust begint met te zeggen: ‘Onze Vader’, die zal ook minder snel afgeleid zijn in zijn gebed. Die zal zich beter kunnen concentreren. Zoals je met een goede vader graag praat en aan Hem je dank, je zorgen en je wensen bekend maakt, zo mag dat ook bij de hemelse Vader. Wie het wonder beseft dat God zoveel om je geeft dat Hij je aanneemt als zijn kind: die wordt gegrepen door die liefde en zal ook steeds meer in aandacht tot God kunnen bidden! Opwekking 399

2. Christus leert ons bidden: Onze Vader die in de hemel woont! Ónze Vader die in de hemel woont: God van zijn volk. In het tweede punt willen we er vooral op letten, dat we niet zeggen: ‘mijn Vader’, maar ‘onze Vader’. Natuurlijk mag je ook zeggen ‘mijn Vader’. In Psalm 27 roept David God aan en hij heeft het over mijn licht, mijn behoud! Maar Jezus leert ons hier te bidden onze Vader, en ik hoor daar iets heel moois in. We zijn maar niet in ons eentje met God verbonden. We mogen in de gezinssfeer met God omgaan: Hij is onze Vader, maar dat betekent ook dat we broers en zussen gekregen hebben met wie we die Vader kunnen aanroepen.

We leven in een tijd, waarin het makkelijk kan gaan over onszelf. De relatie tussen God en mij is belangrijk. Maar het is goed om te zien, dat we aan elkaar gegeven zijn als broers en zussen. Juist bij het avondmaal wordt dat ook zichtbaar: Je viert dat niet in je eentje. Je viert dat omdat Christus zijn lichaam gegeven heeft voor zijn volk, voor de gemeente. In het oude verbond was dat volk heel duidelijk het volk Israël, maar nu geeft God zijn kerk en zijn gemeente. Het is ook belangrijk om dat te beseffen.

Ik merk wel bij sommigen dat ze zeggen: het gaat er toch om dat je in Jezus gelooft. Dat het tussen jou en God goedzit? Maar laten we ook het belang van de kerk beseffen: God geeft je aan elkaar, om samen kinderen van de hemelse Vader te zijn. Daarin geeft Hij ons ook de opdracht om naar elkaar om te zien en samen voor elkaar te bidden. Laten ons daar ook steeds op toeleggen. Bidt je voor de mensen die in het kerkblad genoemd zijn? Bidt je voor elkaar als broeders en zusters? Bidt je voor de zondagse kerkdiensten? En tegelijk let de dominee en kerkenraad erop dat in het zondagse gebed ook de noden die leven in de gemeente bij God gebracht worden? God roept je steeds weer op om die band met elkaar niet uit het oog te verliezen, maar je in te zetten met elkaar. Samen zijn we kinderen van één Vader!

Ook in de psalmen zie je steeds weer die beweging: het kan heel persoonlijk zijn, ik zit in de put, ik heb mijn moeite, ik ben blij en dankbaar, ik prijs God. Ik vraag of God mij de weg wil wijzen: ‘Heer wijs mij toch zelf de wegen’, ‘Gods vertrouwelijke omgang vinden zielen waar zijn vrees in woont’ maar toch komt dan ook steeds heel het volk weer in beeld: Heer wilt u omzien naar Israël, wilt u omzien naar heel uw volk.

Bidden is maar niet een aller-individueelste bezigheid, bidden plaatst je midden in het volk van God.

Als je bidt word jouw gebed, samen met de gebeden voor je broeders en zusters door Jezus gebracht voor Gods troon!

3. Tenslotte Christus leert ons bidden: Onze Vader die in de hémel woont: de machtige God. Als je zo, alleen, of samen met anderen tot God komt, mag je weten dat Hij naar je wil luisteren. Het is goed om te beseffen dat hij in de hemel woont. Dat betekent dat je niet klein hoeft te denken van zijn kracht en macht. Als ik tot Hem bid, is dat nog wel wat anders dan dat ik tot een aardse Vader bidt. Hij woont in de hemel! Hij kan mij horen en hij kan mij zien! Hij wil heeft ook de macht om mijn gebed te verhoren.

Stel je maar eens voor hoe geweldig God daar troont in de hemel. Zij macht en luister, het licht, de engelen en serafs, Christus die voor ons bidt aan Gods rechterhand. De regenboog van Gods trouw die om Hem heen staat. Zoals Johannes in opbaring in de hemel mag kijken: Degene die daar zat had een uiterlijk als van jaspis en sarder, en rond de troon was een regenboog die eruitzag als smaragd.

Ja maar, hoe kan het dan dat Hij zoveel gebeden tegelijk kan horen? De vraag van Pascal in de inleiding. Als we daar als kleine mensen over na gaan denken, kun je er niet bij. Net als je niet kunt begrijpen wat een eeuwigheid is, of dat er geen tijd meer zal zijn, of hoe ontzagwekkend groot het heelal is. Je wordt er stil van als je hoort over miljoenen lichtjaren. Toch is God zo groot en machtig dat hij in staat is vele gebeden tegelijk te horen, om ook het zachtste gebed van een kind of kleuter, of van een oude man of vrouw te horen, ja, Hij weet zelfs al van tevoren wat wij hem willen vragen. Van verre kent hij mijn gedachten, en voordat er een woord op mijn lippen is, heeft Hij het al gehoord. Laten we daarom als we beseffen hoe groot God is, dát maar gelovig in zijn handen leggen en daardoor vooral vertrouwen krijgen: Hij is zo groot en machtig dat hij dus ook mijn gebed kan verhoren. Ps 116 drukt het heel mooi uit: ‘Hij neigt zijn oor’, als het ware buigt God zich uit de hemel naar ons toe om onze gebeden te horen!

Tegelijk mogen we naar onszelf kijken: in Mat 6, gelijk naar het onze Vader staat ook dat we onze gebeden niet moeten laten belemmeren, doordat we zelf niet aan anderen vergeven. Wie als man niet leeft op een goede manier met zijn vrouw, zijn gebed wordt belemmert. Wie zijn oren afwendt van de wet zijn gebed is een gruwel voor de HERE. Wie bidt als egoist is verkeerd bezig. Wie geen liefde toont voor de ander, geen open houding heeft, die zijn zonden zullen niet vergeven worden.

Als de machtige vader kan hij dat, als een Vader wil hij dat ook. Hij zoekt wat goed is voor zijn kinderen. Tegelijk kan de moeite dan wel eens zijn: als Hij het hoort vanuit de hemel, waarom krijg ik dan niet altijd wat ik vraag. We zeggen dan tegen elkaar: God verhoort soms anders en soms later dan wij willen. God weet wat uiteindelijk goed voor ons is en zal ons geven wat dienen moet tot ons heil.

Heeft bidden dan zin? Ja! Juist in dit gedeelte waarin Jezus leert bidden en wil dat het op een goede manier bidt, komt keer op keer voor dat God een God van nabij is. In plaats van de ‘eeuwige’, of de ‘levende’, mogen wij hem zelfs vader noemen. God ziet ons zelfs als je in de binnenkamer bidt, Hij kan in het verborgene kijken (vs. 4/6/18). Of het nu gaat over de aalmoes, het vasten of het bidden keer op keer zes keer zegt Jezus in dit gedeelte jullie Vader. Juist wie weet dat God almachtig is, mag weten dat God je ziet en weet wat je nodig heeft. Laten we daarom ons steeds in vertrouwen tot “onze”Vader wenden. We hoeven niet aarzelen om tot Hem te komen. Of je nu Bertus, Pascal of Diana heet, hoe je zelf ook maar heet: Heel bewust mogen we het gebed beginnen en God aanspreken als “onze Vader, die in de hemelen zijn”!

Liturgie 6 maart

Liturgie Middagdienst Hooghalen 14:15 Middagdienst Beilen 14:15
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Ps 138: 1 en 3 Ps 138: 1 en 3
Avondmaal Formulier 2, belijdenis, dankz.
Zingen Ps 103:5
Gebed
Lezen Mat. 6:1-18 Mat. 6:1-18
Zingen Ps 68:3 en 8 Ps 68:3 en 8
Tekst Zondag 46 Zondag 46
Preek, zingen na punt 1: Opwekking 399 (Vader God / met noten gebeamd) Opwekking 399 (Vader God /  met noten gebeamd)
Na punt 2: Ps 133:1 en 3 Ps 133:1 en 3
Na punt 3: Gz 106:2 (U Vader, U aanbid) Gz 106:2 (U Vader, U aanbid)
Geloofsbelijdenis Voorbereiding H.A. / Gz 179b
Dankgebed en voorbede Gz 37:1 vooraf en Orgel speelt tijdens ‘onze Vader’ Gz 181d (met noten gebeamd)
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Ps 89:11 en 7 Ps 89:11 en 7
Zegen en amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: