Zondag 50 – Als kinderen bidden om Vaders zegen

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, april ’11

Tekst: Zondag 50 / Marcus 10:13-16

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Jongens en meisjes, de Here Jezus praat met zijn leerlingen over een moeilijk onderwerp. Terwijl Jezus zo aan het preken en het uitleggen is, stappen er opeens moeders en misschien ook wel vaders het huis binnen waar Jezus is. Ze willen dat Jezus hun kinderen aanraakt. En dat terwijl Jezus met zulke belangrijke dingen bezig is. Hij is aan het uitleggen hoe het zit met trouwen en ontrouw, met huwelijk en scheiden. Dan moet je toch niet als ouders komen met kinderen, van 2 of 6 of 10 jaar. Dan moet je Jezus toch niet lastig vallen, zeggen de leerlingen. Kijk als die kinderen nou ziek zijn, of als ze geen eten hebben, of als ze bezeten zijn door een boze geest, dan snap je dat het dringend is dat ze bij Jezus willen zijn. Maar gezonde kinderen, waarom zou je die nu bij Jezus brengen. Waarom zou Jezus die moeten zegenen?

Wij kunnen niet zomaar naar Jezus toelopen: Hij is niet op de Laaghalerstraat of ergens op de Acacialaan. Hij is in de hemel. Hij is de regeert de aarde. Toch bidden we, ook als het brood al in de mand op tafel ligt, als de aardappels al in de pan zitten of de pasta in de glazen schaal: ‘Vader geef ons heden ons dagelijks brood’; ‘Zegen dit eten, om Jezus wil. Amen’. Is dat nu echt nodig? Wil God dat echt dat we om zijn zegen gaan vragen, dat we gaan bidden om eten en drinken als we het al in de kast hebben liggen? Is het echt nodig om daar elke dag weer onze handen voor te vouwen en het aan God te vragen? Of heb je gelijk als jij ’s morgens snel je broodje met pindakaas pakt of je glas melk dat je niet de tijd neemt om even je handen te vouwen?

 

Christus leert ons in het Onze Vader:

Als kinderen bidden tot onze hemelse Vader om zijn zegen

1. Bid als zijn kind

2. Bid om zijn zegen over je aardse brood

3. Bid om zijn zegen over je hemelse brood

1. Bidden als kinderen

De Here Jezus is het helemaal niet met zijn leerlingen eens!

Hij wordt zelfs boos op zijn leerlingen. Hij windt zich op.

Waarom zouden de kinderen niet bij Hem mogen komen. Wat denken de leerlingen wel, dat ze die kinderen tegen zouden moeten houden. Vinden ze zichzelf belangrijker dan de kinderen. Denken ze: ach die kinderen, die kunnen toch nog niets leren, die hoeven geen catechisatieles of hoeven niet genezen te worden, dus laat ze maar.

Jezus denkt er heel anders over! Hij zegt: laat de kinderen bij Mij komen, want mijn rijk, mijn vrede, mijn zegen is juist voor degenen die zijn als kinderen. En dan neemt Hij de kinderen zelfs als voorbeeld. Hij wijst een kind aan en zegt: Kijk eens naar de kinderen: wie is zoals zij, die kan het koninkrijk van God ontvangen.

 

Wat betekent dat: zijn als een kind? Als we Annelieke nu eens als voorbeeld hier voor in de kerk zouden laten zien. En ik zou zeggen: wordt als Annelieke. Of we nemen een iets ouder kind en we zeggen: jullie moeten worden als Tiemen.

Wat bedoelen we dan?

We bedoelen niet: je moet weer net zo oud worden als hen, want dat kan niet.

Maar we bedoelen wel: Annelieke kan eigenlijk nog niets zelf. Als haar vader en moeder er niet zijn kan ze eigenlijk niets, ze is nog zo vol kinderlijk vertrouwen, ze is nog zo klein en eenvoudig. Ze heeft nog helemaal niets waar ze zich druk om hoeft te maken, want ze mag vertrouwen op haar vader en moeder.

Wie in het Onze Vader bidt om dagelijks brood, die mag dat juist doen als een kind van de Vader. Zo ben je immers het gebed begonnen.

Je hebt gezegd: Onze Vader, die in de hemel woont.

Daarmee heb je laten zien: ik voel me als een kind van U, die woont in de hemel.

En ook al ben ik nu misschien al wel 10 of 35 of 70 jaar, ook al heb ik misschien al wel geld, een huis, een baan, kinderen waar ik me zorgen over maak en druk over maak.

Ook al heb ik nu misschien wel status of invloed, toch weet ik me als een kind van mijn Vader. Toch wil ik van Hem afhankelijk zijn en Hem volgen.

In het gedeelte hierna gaat het over een rijke naar Jezus toe. Ook Hij wil graag bij Jezus horen en deel krijgen aan het mooie rijk van God. Hij heeft de hele wet gehouden, dat is het punt niet. Maar het punt is wel dat hij niet kan worden als een kind. Hij heeft veel bezittingen, en als Jezus vraagt: verkoop die maar en vertrouw er maar op dat Ik voor je zal zorgen. Dan loopt hij verdrietig weg: want dat kan Hij niet. Hij kan niet een kind worden: hij wil zelf zijn bezit houden en het niet weggeven. Hij wil zich niet in vertrouwen aan Jezus overgeven. En daarom zegt Jezus: Kinderen!, wat is het moeilijk voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan, een kameel zou nog makkelijker door het oog van de naald kunnen gaan!

Wie wil worden als een kind, die leeft in vertrouwen op God. God heeft als Vader zijn verbond gesloten. Bij de doop lezen wij: Hij neemt ons aan als zijn kinderen. Je bent als christen zijn erfgenaam en mag delen in zijn rijk. Hij zal je van al het goede voorzien en het kwade van je weren, en Hij is zelfs zo machtig dat hij het kwade ook kan doen meewerken ten goede. Zo belooft Hij dat. Zo doet Hij dat, en die vaderzorg zal geen dag stoppen, ook al moeten wij nog zulke moeilijke wegen gaan!

[Beamer] Jongens en meisjes, als er ’s avonds weer tafel gedekt wordt voor de maaltijd, dan worden de bordjes neergezet. Misschien heeft iedereen bij jullie ook wel zijn eigen plek. Geen vader of moeder zal het in zijn hoofd halen om te zeggen: vanaf vandaag dekken we geen tafel meer voor dit kind. Die moet zelf maar aan eten zien te komen. Als je vader of moeder hier op aarde dat al niet doet. Dan zal zeker je Vader in de hemel dat nooit dan. Elke dag mag je rekenen op zijn zorg voor jou. Dat is de diepe betekenis van als je als kind tot je Vader leert bidden: zullen we daarom elke keer gewoon onze handen vouwen en onze ogen sluiten en zo laten zien, zo het zelf ook voelen en ervaren: ik eet en leef als een kind van Vader in de hemel!!

 

2. Bidden om zijn zegen over je aardse brood

[Jezus laat dus aan de leerlingen en de mensen die er staan de kinderen zien.

Wordt als de kinderen, dan krijg je mijn rijk.]

Maar dan gebeurt er nog wat. Dan neemt Hij ook de kinderen in zijn armen.

Dat kleine babytje neemt Hij over van de moeder.

Hij slaat een arm om dat jongetje heen.

Nu zijn even niet die ingewikkelde gesprekken belangrijk, nu neemt Hij de tijd voor die kinderen. Hij gaat doen wat de ouders gevraagd hebben: Hij geeft hen zijn zegen door ze de handen op te leggen.

 

Wat is het goed dat de ouders zo aangedrongen hebben. Dat ze de moeite hebben genomen om naar Jezus toe te gaan. Ze hadden ook kunnen zeggen: laat de kinderen maar lekker spelen. Of kunnen zeggen: het is mooi weer, we zijn druk met ons huis, onze tuin, we hebben allerlei klussen te doen, we hebben moeite genoeg om elke dag weer brood op de plank te hebben. Ze hadden gewoon kunnen doen wat ze elke dag deden. Toch deden ze dat niet: ze wilde het beste voor hun kinderen. Ze verlangden voor hun kinderen een zegen, want ze wisten: aan Gods zegen is het al gelegen.

Ben je niet in heel je leven, of het gaat over eten, geestelijke of lichamelijke gezondheid, inkomen afhankelijk of God zijn zegen geeft?

 

Ik kan wel werk hebben, maar als de oogsten mislukt zijn of het transport onmogelijk is gemaakt kan ik nog geen eten kopen.

En ik kan wel brood op de plank hebben, maar als ik te ziek ben om het in mijn lichaam op te nemen heb ik er niets aan.

Ik kan me wel inspannen van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, maar als de Here het niet zegent is het voor niets geweest en heb ik misschien nog geen geld om brood te kopen.

Ik kan wel hard blokken op een toets of examen, maar als ik niet door Gods zegen het goede heb geleerd dan kom ik nog niet verder.

Ik kan nog zo me best doen in de zoektocht naar een man of vrouw, maar zonder Gods zegen wordt het geen relatie.

 

De catechismus wijst aan dat het goed is om alles van Gods zegen te verwachten. Daarbij zegt de catechismus: ‘dat we ons vertrouwen niet op mensen moeten stellen’. Laatst zei iemand bij Paul en Witteman: ik moet me maar vol vertrouwen helemaal overgeven aan de medische wetenschap. // Ook voor je kinderen kun je het beste willen, soms moet je ze in vertrouwen aan een oppas of leerkracht en zeg je ‘Ik vertrouw er maar op dat zij goed voor ze zorgen’, opvoeden is ook steeds loslaten. Maar wat is dan geweldig dat je uiteindelijk je vertrouwen op God mag stellen. // Misschien stel je als het gaat om je baan wel je vetrouwen op je werkgever of op je eigen capaciteiten: dit gebed leert om je vertrouwen op God te stellen: Bidt maar om je brood, om gezondheid, om werk, voor je kinderen en hen die je lief zijn. Dan mag je rust krijgen: wat God wil voor je zorgen! Hij weet wat elk op aarde nodig heeft.

 

Deze ouders verlangen het beste voor hun kinderen, zij vragen Jezus nadrukkelijk om zijn zegen. Zoals God eens Abraham zegende en zijn nageslacht. Zoals Jakob eens zijn zonen één voor één zegende, zoals God steeds de God is geweest die zijn zegen heeft gegeven. Zo wil Jezus dan ook de zegen geven aan de kinderen. Een voor één komen ze bij Hem en Hij legt zijn hand op hun hoofden. Zij ontvangen zijn zegen. Zoals later na zijn sterven en opstanding van Jezus Christus, ‘terwijl Hij hen zegent wordt opgenomen naar de hemel’. Onder zijn zegen laat Hij ons achter. Zo mag je elke zondag weer door zijn genade, de zegen mogen ontvangen. Zoals Annelieke vanmorgen zijn zegen mocht ontvangen. Jong en oud, gezond of ziek, je mag leven onder de zegen van de Heer.

 

3. Bidden om zijn zegen over het hemelse brood

Jezus zelf zegt: je mag op de Heer vertrouwen, ook als het gaat over je dagelijkse dingen. Kijk maar hoe God eens brood uit de hemel gaf. Hij gaf in de woestijn het manna. Elke dag gaf hij wat je nodig had. Net zoals Jezus leert: maak je geen zorgen voor de dag van morgen, zo hoefden ze dat in de woestijn ook niet te doen.

Toch zegt Jezus meer: nu ik gekomen ben, is er een ander brood dat je nodig hebt. Ik ben het brood van het leven. Ik ben het brood uit de hemel. Als je van mij eet zul je nooit meer honger krijgen.

Dat klinkt raar, als Jezus zegt dat Hij het brood is. Toch is het voor wie het avondmaal kent, heel vertrouwd. Jezus heeft zijn lichaam voor jou willen geven aan het kruis. Als je gelooft dat Hij voor jouw zonden gestorven is, mag je het leven ontvangen. Daarom: zoek eerst mijn koninkrijk, en als het andere zal Ik dan aan je geven!

Jezus houdt de kinderen ook als voorbeeld, omdat zij dit koninkrijk zullen beërven. De ouders brachten de kinderen niet, omdat ze dan later een dikke auto, een luxe huis, een heerlijke tuin en goede opleiding zouden hebben. Deze kinderen kregen deel aan het koninkrijk van Jezus, dat niet van deze wereld is. Is dat niet het allerbelangrijkste wat er bestaat? En is het juist in deze tijd dat jongeren het soms moeilijk vinden om te blijven geloven dan ook niet het belangrijkste gebed voor je kinderen, dat ze ook dat hemelse brood mogen vinden?

Vind je het belangrijk dat je kinderen die zegen krijgen? Er zijn veel mensen die werken, die zelf hun weg uitstippelen, die menen dat het niet nodig is om die zegen aan God te vragen. Die ouders van toen hadden er heel wat voor over. Wij kunnen niet zo naar Jezus gaan op aarde, maar breng jij je kinderen bij Jezus in de hemel. Laat je je kinderen dopen en zijn zegen zo ontvangen? Draag je je kinderen ’s avonds in je gebed op aan de Here? Neem je je kinderen wanneer dat kan mee naar de kerkdiensten van zondag, ook als ze misschien nog niet alles begrijpen, maar als ze al wel de zegen mogen ontvangen? En als ze opgroeien: vind je het belangrijk dat ze naar vereniging en catechisatie gaan en help je hen om dit voor te bereiden?

Christus leert ons hier, dat we dat hemelse brood niet zomaar kunnen doorgeven, dat we het niet zomaar kunnen ontvangen. Hij maakt duidelijk: het is een gave, het is een cadeau, als je dat ontvangt. Wie het zelf wil pakken, wie op zichzelf vertrouwt, als het gaat om de vraag of je eeuwig met God zal leven, die zal het eeuwige leven niet vinden. Maar wie zich opstelt als een kind. Wie elke dat opnieuw vraagt: vader, geef mij elke dag het brood dat ik nodig heb. Die stelt zich afhankelijk op God, in al zijn onvermogen, in al zijn zwakheid:die wordt als een kind. Die zal van zijn Vader in de hemel het brood des levens ontvangen! Jezus zegt: laat de mensen tot Mij komen, Want de poorten van mijn rijk, gaan ook voor hen open, als ze aan een kind gelijk bij Mij binnen lopen. Amen

Liturgie Morgendienst Beilen 9.30 (dopen) Middagdienst Hooghalen 14.15
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Ps 8:1 en 2 Ps 8:1,3 en 4
Wet
Zingen Gz 171:1 en 2 (Wees stil)
Gebed
Lezen Marc 10:13-16 Marc 10:13-16
Zingen Doopformulier / Gz 45:1 en 2 / Doop / Opwekking voor kinderen 185 ‘De Heer zegent jou’ (2x) Gz 45: 1 en 2 (Laat de kind)
Tekst Zondag 50 Zondag 50
Preek Ps 4:1 en 3 (groep 8 )
Zingen Ps 105:1,5,8 Ps 105:1,5,8
Geloofsbelijdenis
Zingen
Dankgebed en voorbede Gz 181d (met noten gebeamd)
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Lied 75:1,2,3 (U kennen) Lied 75:1,2,3 (U kennen)
Zegen en amen
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: