Psalm 57 – Tot het veilig is …

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, augustus ’11

Tekst: Psalm 57

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Wat is nu het verschil tussen een gelovige en niet-gelovige? Eigenlijk kun je zeggen dat ze in heel veel dingen gelijk zijn. Ze hebben hun fijne en goede momenten. Ze hebben hun moeilijke en verdrietige momenten. En als het tegenzit dat dan hoop je dat het eens weer beter zal gaan. Ook als je niet in God gelooft, gaat veel moeite wel weer voorbij en als je wel in God gelooft betekent dat niet dat je niet te maken krijgt met moeite.

Vandaag staan we stil bij een psalm waarin David zegt dat hij van God wil vertellen: hij wil God groot maken onder de volken. Hij wil de mensen van alle landen vertellen over de grootheid van God, over hoe goed en vol van liefde en trouw God is. Over dat zijn liefde reikt tot in de hemel.  Hij bidt in deze psalm of Gods grootheid dan ook heel de hemel en de aarde mag vervullen. Of God zichtbaar mag worden voor alle mensen.

Daarbij zijn in de psalm twee gedeelten te zien: een gedeelte waarin David het moeilijk heeft en hij te maken heeft met teleurstelling, angst en tegenslag. Maar in het tweede gedeelte zien we dat David het goed heeft. Hij is dankbaar dat Hij gered is, dat het hem goed gaat. We zien David in voorspoed, maar ook in tegenspoed, en beide keren heeft hij het zelfde refrein: ‘Here, laat uw glorie heel de aarde vervullen’ (vs. 6 en 12).

Deze laatste week van de vakantie willen we als gemeente van Beilen en Hooghalen ons ook inzetten voor het evangelisatiewerk. In De Raat, maar dit jaar ook in de d’Aole School worden allerlei activiteiten ontplooit. De kinderen werken over verschillende onderwerpen uit de Bijbel: Wie ben je? Wat doe je? Waar kom je vandaan? De Bijbel wil ons helpen ontdekken wie we zijn en vooral ook wie we mogen zijn. Laten we vanuit Ps 57 luisteren wat het betekent om een kind van God te zijn: in een moeilijke situatie, maar ook in een mooie situatie.

 

Veilig bij de almachtige God

1. In de moeite mag je schuilen

2. Als het goed gaat mag je Hem prijzen

Jongens en meisjes, David heeft deze psalm geschreven toen hij op de vlucht was voor koning Saul. Koning Saul wilde David doden? Waarom? Omdat David zo’n rotvent was, en zoveel verkeerd had gedaan? Nee, omdat David tienduizenden versloeg en Saul maar duizenden. Omdat het met David zo goed ging. David moet dan vluchten: hij is eerst een tijdje in Gat bij koning Achis, maar dan gaat hij naar de woestijn. Daar houdt hij zich schuil en verstopt zich. Hij wacht tot het weer veilig is.

Ook vandaag kun je in het nieuws horen over allerlei angstige situaties: je zult maar in Libië wonen. De rebellen en aanhangers van Gadafi lopen door de straten. Je ruikt de kruiddamp van de kogels en je hebt misschien net in een schoolgebouw een plekje kunnen vinden. Om je heen hoor je de kogels fluiten. Of je woont in Amerika, in New York en er trekt een grote orkaan over. Je bent naar een schuilplaats gegaan en je wacht tot het weer rustiger wordt. Maar het kan ook dichtbij zijn: je hoort dat het hard regent en waait en onweert en je hoopt dat de bui maar snel over is.

Zo zit David in een grot. Een spelonk in de bergen. Een gat, een holte, waar het pikdonker is. Waar je misschien niet zo goed weet wat je er binnenin tegenkomt. Maar waar iemand anders je ook niet zo snel zal kunnen vinden. David wordt opgejaagd en hij weet dat Saul hem het liefst zou willen doden.

David zegt het zo: Ik moet tussen de leeuwen liggen. Tussen dieren die mij verslinden. Denk maar aan Daniël in de leeuwenkuil. David ligt niet echt tussen de leeuwen: maar Saul is wel in staat om hem dood te maken. Hij heeft speren en zwaarden bij zich. Hij bedreigt David. Misschien proberen ze hem wel te treffen met een pijl: dan kan hij vanaf afstand geraakt worden.

Dan zien we dat David in de grot, in angst en in de moeite, terwijl hij het niet weet hoe het zal aflopen, zich niet alleen voelt. Hij begint te bidden en deze psalm te zingen. Hier zie ik een voorbeeld van wat het betekent om te geloven. Je hoeft je niet alleen te voelen: al gaat de storm te keer, al gaan de lichten uit, al keren anderen zich tegen jou of weet je zelf niet goed hoe je verder moet. Je mag je mond openen en je nood bij God neerleggen. Je mag vertrouwen dat de Heer er is.

David begint dan ook met te vragen om hulp: Heer wees mij genadig, en Hij herhaalt het nog een keer, Heer wees mij genadig. Zie naar mij om! Heb medelijden met mij! Bij u is mijn leven immers geborgen. U bent het die vanuit de hemel hulp en redding kan sturen. U kan de mensen die mij bedreigen verjagen: zodat ze niet langer mij opjagen, zodat ze deze grotten met rust laten en ik niet langer ben als iemand die tussen de leeuwen ligt.

David kan rust vinden bij de Here, omdat Hij gelooft in Gods almacht. God is de machtige God, die alles in de hand heeft. Die alles kan besturen en leiden. En dat maakt David rustig: Here, u kunt helpen en daarom kom ik ook naar u toe.

En dan gebruikt David dat geweldige beeld van een kuiken dat schuilt onder de vleugels van zijn moeder. Een kuikentje is klein en kwetsbaar. Kan zomaar de prooi worden van een roofdier of een roofvogel. Voorzichtig zet een kuikentje soms zijn eigen stapjes bij moeder vandaan. Maar als er dan gevaar dreigt: dan schiet het kuikentje terug onder de vleugels van zijn moeder. Dan vlucht het weg voor het gevaar. Dan is het helemaal veilig bij onder die vleugels: Elly en Rikkert hebben gedicht: ‘Ik zag een kuikentje dat bij haar moeder lag, onder haar vleugels waar het veilig lag, tegen regen, tegen zonneschijn: Heer zo wil ik bij u zijn. In de schaduw van uw vleugels wil ik schuilen’.

Wil je dat schuilen bij de vleugels van God? Ja, maar zal iemand zeggen: dan komt het toch niet altijd goed. Kijk eens wat een rampen, wat een oorlogen, wat doden en gewonden. Kijk eens hoe mensen zomaar uit het leven worden weggerukt en wat een pijn er kan zijn in relaties tussen mensen. Als die God zo machtig is en zoveel kan, waarom doet hij er niets aan, waarom helpt hij dan niet meer. Toch hoop ik dat je in de schaduw van zijn vleugels wilt schuilen. Want die grote, machtige God, die wil tegelijk ook onze vader zijn, die is de God die ons liefheeft, zoals een moeder haar kinderen liefheeft. Hij is de God van het verbond.

In de tabernakel, in het heiligste, waar God woonde: stonden twee engelen, met hun vleugels uitgesterkt. Omdat God zelf bij zijn volk wilde wonen en er verzoening kwam door het bloed: wees Hij zijn volk niet af, maar was het welkom. Mocht het bij Hem komen. Was de weg naar Hem open. God heeft in de Bijbel laten zien dat Hij ook een God is van liefde en trouw, zoals hier ook staat in vers 4. Die machtige God, is de God die mij liefheeft, zo lief dat Hij zijn eigen zoon voor mij gegeven heeft!

Daardoor mag ik er in alles wat er gebeurt zeker van zijn dat Hij voor mij zorgt. Dat uiteindelijk alles dienen zal tot mijn heil en mijn redding. Ook al is het leven hier soms moeilijk, zelfs als het leven hier ophoudt: mag ik geloven: Hij neemt mij op in zijn eeuwige woning. Ik mag geloven dat ik eeuwig mag leven met Hem!

Als het goed gaat mag je Hem prijzen

Afgelopen vakantie fietste ik de Col du Chat op en op de weg stond geschreven: de jacht is per wet verboden! Het was verboden daar te jagen. Er leefden daar wel herten. Soms stond er zomaar één op de weg. En ik zal al voor mij hoe de jagers op jacht gingen naar zo’n hert. Hun geweren bij zich, misschien een strik gespannen bij een struik of een kuil en die dan bedekt met takken, zodat je hem niet zag en dan maar hopen dat zo’n hert er in zou vallen. Stel je voor hoe een hert dan vast zou zitten aan een strik of in zijn kuil. Hoe blij de jager dan zou zijn met zijn stukje vlees.

Wanneer David naar het tweede deel van zijn lied gaat, zegt hij eigenlijk dat hij was als een hert dat opgedreven werd door de jagers. Er was een net gespannen, er was een kuil gegraven. Maar nu is er wat veranderd in de psalm: want nu is David blij en dankbaar. Die mensen met hun bedreigingen, met hun geweer, met hun plannen om David te pakken. Ze zijn zelf in de kuil gevallen. Ze zijn zelf het slachtoffer van hun boze plannen geworden. David hoeft niet meer bang te zijn.

Dan loopt David waarschijnlijk zijn donkere grot uit. Hij maakt zijn harp of zijn citer en hij is de Heer dankbaar. De storm is over, de strijd is voorbij, de ziekte is verdwenen, het gevaar is geweken. Hij gaat op zijn stoeltje voor de grot zitten en hij roept niet: Here wees mij genadig, maar hij zit daar in alle rust, terwijl de zon opkomt en zijn stralen over de bergen doet gaan: ‘Mijn hart is heer in u gerust’ en nu wil ik voor u zingen en spelen. Ik wil uw naam bekend maken.

Misschien heb je wel eens een klein vogeltje vastgehouden. Dan kun je het hartje heel hart horen kloppen, van angst, wat zal zo’n mens met hem doen. Maar als het vogeltje dan weer vrij is en op een rustige veilige plek is, dan wordt het hart weer rustig. Zoals een jong vogeltje zich veilig weet bij zijn moeder, onder de vleugels.

Voor David is God duidelijk niet een God, die alleen in de moeite moet helpen. Die hij nodig heeft, als hij zelf echt zijn problemen niet meer kan fiksen. Voor David is God, de God bij wie hij wil zijn als het goed is. Tot wie Hij wil bidden, tot wie Hij wil zingen, die Hij groot wil maken. Zo hoop ik dat God ook voor jou is. Veel ongelovigen, of mensen die niet zoveel met het geloof doen, hebben een houding van: ik red mijn eigen leven wel, ik heb God en de andere gelovigen niet nodig. Maar als de nood aan de man komt, kan het misschien geen kwaad om toch een gebedje te doen. Wie weet helpt het!

Maar zo is het voor David niet. Zijn woorden zijn in voorspoed en tegenspoed hetzelfde. Hij wil als het goed gaat met God leven, maar ook als het minder goed gaat. Hij houdt vast aan Gods macht, Hij houdt vast aan Gods liefde en trouw, als zal zijn stemming best wel anders zijn en vraagt hij andere dingen aan God. Eerst zegt Hij dat God zal redden vanuit zijn liefde en trouw, daarna beschrijft hij hoe overweldigend die trouw van God is. Hij heeft het weer mogen meemaken: Gods liefde is hemelhoog, zijn trouw reikt tot in de wolken!

Waarom mocht David in het bijzonder zeker zijn van Gods zorg? Omdat God belooft had dat Hij koning zou worden. God had zijn hand op hem gelegd. Hij was gezalfd. Later zou uit het nageslacht van David de grote koning worden geboren. Jezus Christus, Davids Zoon. God liet zien dat zijn liefde en trouw blijven bestaan.

Ook de Here Jezus heeft de moeite van de vervolging gekend. Ze waren op zijn leven belust. Ze wilden hem doden. En God heeft hem wel losgelaten: prijs gegeven aan de dood. God heeft toegestaan dat Hij zijn leven gaf aan het kruis. Hij gaf zijn leven, Hij stierf voor onze zonden, zodat wij nooit meer losgelaten worden. Straks bij het avondmaal zullen we dat ook vieren. Dan komt ook die trouw van God weer extra naar voren. Christus, de Zoon van David, heeft laten zien hoe groot Gods liefde was. Dat heel de aarde steeds meer van die liefde mag zien en ontdekken, dat je die liefde ook steeds meer mag gaan ervaren in jouw leven.

Wie deze psalm aandachtig leest, mag het ontdekken. David is iemand die door zijn dichten, door zijn liederen, maar ook door de muziek die erbij komt, steeds weer in staat om zich te richten op de machtige God. Zo kan hij steeds weer onder de indruk komen van Gods liefde; zijn ogen zien Gods liefdeswerk, met zijn oren hoort hij de blijde boodschap en in zijn hart komt er de rust door Gods vaderzorg. Laten onszelf steeds weer opnieuw op die almachtige God richten en zo ook steeds weer schuilen onder zijn vleugels. Als je zo’n levenshouding hebt: dan straalt Gods zorg en liefde elke dag opnieuw door jou heen en mag je iets van die liefde van God doorstralen om je heen.

Amen

Liturgie Middagdienst 15.00 uur Pauluskerk
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Psalm 108:1 en 2
Gebed
Zingen Gz 23 (uw woord is een lamp)
Lezen Psalm 57
Zingen Gz 45 Laat de kinderen tot mij komen
Tekst
Preek Met beamerpresentatie
Zingen Psalm 57:1,2,5
Geloofsbelijdenis Gz 123:1/ lezen /  5
Zingen
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Opw. 334: Heer uw licht en uw liefde schijnen
Zegen en amen
Toelichting kinderwerk
Vertel het aan de mensen dat Jezus leeft (Elly en Rikkert)Voor een werkje: knip en plak deze link naar je browser

http://www.gelovenisleuk.nl/knutselen/40-bijbelverhalen/66-schuilen-onder-zijn-vleugels

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: