zondag 16 – Christus ging door de hel heen, in onze plaats

Middagdienst 11 september

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, september ’11

Tekst: zondag 16 / Met name Hebr. 4:14-16

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Ze voelde zich als een lamgeslagen vogeltje. Trillend zat ze op de stoel in het restaurant. Wat ze meegemaakt had was met geen pen te beschrijven. De psychiater noemde het een psychotische ervaring. Wat was ze bang geweest. Ze had stemmen gehoord, beelden gezien. Zo beangstigend. Niemand kon haar bereiken. Wat was God ver weg geweest, voor haar gevoel. Langzaam nam ze wat slokjes van haar thee. Heerlijk om die damp van de thee te voelen. Zo vertrouwd, zo veilig zoals ze zich vroeger voelde als ze uit school kwam en een kop thee kreeg.

Een ander voorbeeld: Opa kent je niet zo goed meer. Toen oma het zei, schrok ze er zelf van. Ja, wat was opa snel achteruit gegaan, de laatste weken. Eerst had opa zijn vergeetachtigheid nog willen verbloemen, had hij er grapjes over gemaakt. Maar nu had hij het zelf bijna niet meer in de gaten. Wat vond ze het moeilijk. Het was bijna of ze geen man meer had. Ze stond alleen voor alle dingen die geregeld moesten worden. Samen konden ze nog wel zingen, psalmen zingen die opa vroeger geleerd had. Dat vond ze mooi. Maar ze had ook wel hele grote vragen aan God: ‘Waarom? Waarom moest dit zo gebeuren? Ze hadden ook nog zoveel dingen samen kunnen doen’.

In het leven van een christen kunnen zich moeilijke vragen voordoen. Dat je niet weet waarom God deze weg met je gaat. Dat je angsten, pijn en moeiten kent. Dat je soms samen met de mond vol tanden staat, als je de vraag stelt: waarom? Waarom moet een mens soms zoveel lijden en zoveel moeite doormaken? Het is een vraag die ook mensen die niet kunnen geloven, voor in de mond hebben liggen: Ja, als God dan liefde is, als God dan zo goed is: Waarom is er dan nog zoveel nood in deze wereld.

De voorbeelden die ik net noemde  gingen over mensen die worstelen met geestelijke nood. In de catechismus gaat het over Christus die neergedaald is in de hel. Hij heeft zelf geestelijk geleden. Als we op zijn lijden letten, dan is dat niet alleen lichamelijk lijden geweest. Dat lichamelijk lijden was er, maar dat was niet het enige. Hij heeft pijn gekend, Hij is gestorven. Maar, zou iemand kunnen zeggen, als Hij ondertussen geestelijk gewoon de kracht van God had en er boven stond, dan was dat niet zo moeilijk voor Hem, dan wist Hij toch dat het goed zou komen. Maar het is dus niet zo, dat Jezus alleen aan zijn lichaam geleden heeft en geestelijk gewoon rustig kon bleef. Wanneer de geloofsbelijdenis zegt dat Christus neergedaald is in de hel, dan wordt daarmee bedoeld dat Hij juist ook geestelijk een heftige strijd heeft doorgemaakt.

Zo spreekt de Bijbel daar ook over:

Wanneer Jezus aan het begin van zijn lijdensweek, in Joh. 12 zegt dat het de tijd is dat Hij verheerlijkt zal gaan worden, dan staat er dat zijn ziel zeer ontroerd is. Hij vraagt God of Hij van dit uur verlost mag worden.

Wanneer Hij dan in Getsemane komt, dan zie je hoe Hij juist innerlijk met vragen worstelt. Door zijn angst zweet Hij druppels bloed. Hij vraagt of Hij toch alsjeblieft niet die straf hoeft te ondergaan. Hij bidt, of de beker Hem voorbij mag gaan, als dat Gods wil is. Hij is beangst en bedroefd, tot stervens toe.

Ondanks zijn angst gaat Hij verder. En dan juist aan het kruis, als het donkerste duur van de duisternis is geweest, roept Hij al zijn angst en eenzaamheid ook uit: mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten? Niet alleen aan zijn lichaam, maar ook in zijn ziel, in zijn geest, in zijn gedachten heeft Christus geleden!

Wat betekent dit nu als je zelf psychische nood hebt? Als je zelf grote vragen aan God hebt? Als je niet weet of hij er wel is en niet begrijpt waarom bepaalde dingen gebeuren? De Hebreeënschrijver schrijft in het gedeelte dat we net gelezen hebben, dat we een hogepriester hebben, Jezus Christus, die met onze zwakheden kan meevoelen. Juist omdat Hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld. Al eerder had de Hebreeënschrijver geschreven in 2:18: ‘Juist omdat Hij (Jezus) zelf op de proef werd gesteld, kan Hij ieder die beproefd wordt bijstaan.’ Als u, als jij aangevochten wordt, het moeilijk hebt, je vragen hebt, dan mag je weten dat de Here Jezus, precies op dezelfde manier, dat ook meegemaakt heeft. Dat Hij die vragen die jij hebt, ook heeft gehad, dat de duivel ook bij Hem probeerde om het vertrouwen op God onderuit te halen, om Jezus los te krijgen van Gods plan, om te zorgen dat Hij niet tot het eind Gods weg zou gaan. Hij kan met ons meevoelen. Hij kent je zwakheden en je vragen, Hij ziet jouw duistere momenten en de eenzaamheid die je door kan maken.

Jezus’ aanvechtingen en onze aanvechtingen lijken heel sterk op elkaar. Het staat er heel sterk: Hij is net als wij, precies zo als wij, staat er, verzocht geweest. Ook bij Jezus was er steeds het gevaar van een verkeerde houding. De duivel en de zonden drongen zich ook aan Hem op, met als doel dat Hij nee tegen God zou zeggen, dat Hij niet meer naar God zou luisteren (H.R. van der Kamp).

Nu zou je daar op zich zelf troost uit kunnen halen: Jezus heeft dit ook wel eens doorgemaakt. Als je in de moeite zit kan het fijn zijn dat er iemand is die hetzelfde heeft meegemaakt. Dan kun je elkaar goed aanvoelen. Dan heb je soms aan een paar woorden genoeg. Het is fijn om met lotgenoten contact te hebben. Maar als je de boodschap van de Bijbel daartoe beperkt, als de boodschap wordt: Jezus leed wat wij leden, dan is dat maar een magere boodschap en een vrij algemene troost.

Daarom is het zo belangrijk om te zien dat het Jezus was die dit geleden heeft. Dit geestelijk lijden, dit verzocht worden, deze Godverlatenheid ervaren was onderdeel van de weg die Hij ging als Zoon van God. Hij werd gekruisigd, stierf en werd begraven, Hij daalde neer in hel, niet alleen om met ons mee te kunnen voelen, maar juist om het van ons over te nemen. Hij heeft de angst van de dood en de godverlatenheid op zich genomen, om zo de straf die wij hadden moeten krijgen, op zich te nemen. Hij was echt dodelijk beangst, moest in de hel de strijd met de duivel aangaan, Hij werd echt door God verlaten, maar Hij deed dat om ervoor te zorgen dat wij nooit meer door God verlaten zullen worden, om te zorgen dat wij niet meer de angst voor de eeuwige dood hoeven te hebben, Hij werd veroordeeld, zodat wij voor God zouden worden vrijgesproken.

Als je dat niet ziet, begrijp je niet hoe God zijn eigen Zoon kan verlaten. Het is toch zijn geliefde zoon, in wie hij een welbehagen heeft. Jezus is toch zelf God en zonder zonde. Hoe kan Christus nu een vijand van God zijn en hoe kan God boos op Hem zijn. Hoe kan het zo zijn dat Christus daar hangt op de moeilijkste plek: geconfronteerd met de eeuwige dood? Dat kun je alleen begrijpen als je ziet dat hij daar de straf ondergaat die ik had moeten ondergaan. Dat hij voor mijn zonden daar hangt. Zijn goedheid en liefde schitteren daar aan het kruis: onze zonden en onze smarten heeft Hij gedragen.

Wat een verwondering en dankbaarheid mag er dan zijn als je ziet hoe hij de weg tot het eind toe volhoudt. Hij geeft niet toe aan de verzoekingen van de duivel, maar Hij wordt vernederd tot in  de dood, in het graf. Hij doorstaat zelfs de angsten van de hel.

In Hebr. 4:14 staat: We hebben een hooggeplaatste hogepriester. Hij is de hemel doorgegaan. We richten ons geloof op Jezus Christus, de levende Heer, die in de hemel is, aan de rechterhand van de Vader. En als we nu naderen tot de troon, naderen tot God, dan mogen we geloven dat we steeds barmhartigheid en genade zullen vinden. Met elkaar mogen we als gemeente naderen tot de avondmaalstafel en ons richten op Jezus Christus. Met elkaar mogen steeds luisteren naar het woord van God in de preken. Met elkaar mogen we steeds weten en geloven dat we genade en barmhartigheid bij God zullen vinden. Want waar wij als mensen zwak zijn, aan twijfelen kunnen worden gebracht, op het moment dat de duisternis daalt, helpers ons ontvallen en de satan aan ons trekt, mogen we weten dat Christus geen moment gezondigd heeft. Dat Hij trouw gebleven is. En dat wie dus zijn oog richt op zijn kruis, mag geloven dat hij of zij genade bij God zal vinden. Christus zal zijn Vader wijzen op zijn eigen lijden. Niet op de manier van: ‘Ik heb het ook meegemaakt, het is ook wel moeilijk’. Maar Hij zegt: ‘Ik heb zelf standgehouden in al die moeilijke situaties, ik weet hoe moeilijk het is, ik voel met hem mee, maar Ik ben trouw geweest en zie daarom niet op zijn zwakheid, maar zie op Mijn lijden voor hem of haar in de plaats.’

Wat mag dit nu betekenen en voor hulp bieden op het moment dat je het echt moeilijk hebt? In mijn grootste angsten mag ik er dan zeker van zijn dat er niets is dat me zal kunnen scheiden van de liefde van Christus! Dood noch leven, honger noch ziekte, engelen of machten! De duivel kan wel blaffen of te keer gaan, kan mij schrik aanjagen, maar ik mag juist dan veilig schuilen onder de vleugels van mijn beschermende God. Maar laten we dan ook naar Hem toegaan: dat is wel de aansporing die de Hebreeën schrijver hier voor ons heeft. Laten we volhouden in het geloof. Laten we zonder schroom naderen tot God. Telkens als we hulp nodig hebben. Die situaties zijn er, dat we hulp nodig hebben. Die situaties zullen er ook steeds weer komen. Hier op aarde blijft het leven omgeven door strijd en aanvechtingen, is er nog ziekte en nood, maar laten we dan wel naar God toegaan en echt die hulp vragen. Bij Hem echt die hulp zoeken.

Dat laatste punt wil ik dit keer sterk benadrukken. Christus verzoenend werk is heel groot. Hij stierf voor de zonden van de mensen. Maar dat komt ons alleen ten goede als we ook echt in Hem geloven en het ook echt aannemen. Van de week kwam ik het volgende voorbeeld tegen. “Er was eens een school in de bergen, en daar mochten de jongens voetballen op het plein. Dat mocht alleen aan de kant van het plein die niet aan het ravijn grensde. Maar ze moesten dat wel voorzichtig doen. Wie de bal toch over de rand schoot, zei de meester, moest zelf aan zijn ouders maar geld voor een nieuwe bal vragen. Nu waren de meeste ouders arm, dus het was snel afgelopen met het voetballen. Maar er was een rijke man op het dorp, hij hoorde ervan en zei: ik koop wel duizend ballen, zodat er altijd een reserve bal is. Die kunnen jullie dan gebruiken. Die gaf hij aan de meester en ze lagen ergens op school. Maar … zei hij erbij …  Het enige wat ik vraag is, dat degene die de bal erover geschopt heeft zelf die bal ook op komt halen en zegt dat hij de bal heeft kwijtgeraakt. De ballen zijn er, maar je moet er wel om vragen!”

Christus heeft voor ons het eeuwige leven verdiend. Al onze zonden wil Hij vergeven en Hij wil ons zelfs verlossen van de dood. Maar de vraag is: geloven we in die verlossing, halen we die verlossing ook echt bij Hem op? Belijden we eerlijk onze zonden? En vragen we zo of Hij ons te hulp wil komen?

En dat geldt ook voor de moeilijk momenten in het leven. De Hebreeënschrijver roept het uit. We hebben de hoogste hogepriester! Hij heeft alles voor ons verdiend. Hij is ons voorgegaan naar God en hij kan met ons meevoelen in de zwakheden. Maar gaan we dan ook echt naar God toe? Naderen we echt tot zijn troon?

Als ik naar mezelf kijk, kan ik soms ergens over piekeren of nadenken, kan ik ’s nachts soms ergens van wakker liggen en pas na een half uur bedenken, dat het misschien ook goed is om naar God toe te gaan en het bij Hem neer te leggen. Als je hele erge dingen meemaakt, kun je soms vergeten om te schuilen bij God. Soms is het zelfs zo dat we God pas opzoeken in tijd van moeite en verdrukking, terwijl God zo graag wil dat we elke dag Hem opzoeken en met Hem leven. Laten we steeds opnieuw naderen voor Gods troon en daar onze genade zoeken en daar ook vinden!

Dat wil niet zeggen dat er geen duistere momenten hier meer zijn.

Dat je niet af en toe wanhopig bent. Dat je door psychische moeite of door ziekten echt hele grote vragen kunt hebben. Soms wordt het donker om ons heen. Kun je door de vele wolken maar weinig zien van de stralende zon van Gods liefde.

Toch belooft Hij, ook als ons eigen gevoel soms zo anders is, ons te blijven dragen. Hij heeft zijn belofte gegeven. Door zijn trouw, door de trouw van Jezus Christus, tot het eind van het kruis, tot in de diepte van de helse verlatenheid, mag ons vertrouwen weerkeren. Dank u heiland voor uw lijden, voor uw bittere bange nood. Want daardoor mag ik er in mijn felste aanvechtingen zeker van zijn en er rijke troost uit putten, dat mijn Here Jezus Christus mij van de angst en pijn van de hel verlost heeft. Amen

Liturgie Middagdienst HH Middagdienst Beilen
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Ps 122:1 en 2 Ps 122:1 en 2
Formulier 3 (2008, gkv.nl/ beamen) / geloofsbelijdenis
Lied 358:4 tijdens nodiging
Lz. Dankzegging / Zingen: 358:6
Gebed
Lezen Hebr. 4:14-16 Hebr. 4:14-16
Zingen Ps 31:5, 9, 14 Ps 31:5, 9, 14
Tekst Zondag 16, H.C. Zondag 16, H.C.
Preek
Zingen Lied 392 Lied 392
Geloofsbelijdenis Gz 179a xx
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Gz 89: 2,4 (Jezus leven van mijn leven) Gz 89: 2,4 (Jezus leven van mijn leven)
Zegen en amen
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: