Zondag 24 – Wat hebben onze goede werken en onze redding met elkaar te maken?

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, november ’11

Tekst: Zondag 24 / Openbaring 14

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

We zijn vandaag aangekomen bij een spannende vraag, een vraag waar in de kerk al heel wat over te doen is geweest. De vraag: ‘Wat is de plek van onze goede werken?’ Vorige week zagen we hoe Luther zei: ‘alleen uit genade word je gered’. Niet onze prestaties, niet onze goede dingen, niet ons leven naar wat God vraagt zorgt ervoor dat we gered worden. Kohlbrugge, uit de vorige eeuw ging nog verder: Hij noemde de goede werken zelfs gevaarlijk en je kunt erdoor gewond raken. Waarom? Omdat je dan niet alles meer van het kruis van Christus verwacht. Je doet zomaar tekort aan alles wat Hij gedaan heeft. Want, zei hij, of je zegt, ik word gered omdat Christus alles gedaan heeft, of je gaat het toch van jezelf verwachten.

Maar ja … je kunt toch ook niet zonder goede werken. De Rooms Katholieke kerk leerde dat die goede werken wel nodig zijn, en aangevuld worden door het werk van Jezus. Jakobus zegt toch ook: ‘iemand wordt rechtvaardig verklaard om wat hij doet, en niet alleen om zijn geloof’ (Jak. 2:24). Veel mensen hebben in de loop van de tijd gewaarschuwd tegen een goedkope genade, zo’n genade van: als je maar eenmaal Jezus hebt aangenomen zijn je zonden wel vergeven, maakt hoe je leeft niet zoveel meer uit en komt het wel goed.

Even naar deze tijd vertaald: wie komt er in de hemel? Als je als jongere (of oudere!) die verkeerde films kijkt, verkeerde computerspelletjes doet, vloekt, te hard rijdt, te veel drinkt en je vraagt dan ’s avonds vergeving. Of die jongere die zijn huiswerk deed, zijn ouders hielp, opkwam voor degene die gepest werd, even langs ging bij die ene die ziek was of zo alleen was, maar verder niet gelooft?

Vanuit Openbaring 14 en zondag 24 vinden we hierop duidelijke antwoorden:

 

Wat hebben onze goede werken en onze redding met elkaar te maken?

1. Niet gered door goede werken

2. Zonder goede werken geen redding

3. Goede werken worden na de redding beloond

 

1. Niet gered door goede werken

Het eerste wat we moeten zeggen is, dat onze goede werken niet de reden zijn waarom we gered worden. Dat wil de catechismus duidelijk naar voren brengen en dat is ook wat we lezen in Openbaring 14. Openbaring 14 is het hoofdstuk in Openbaring over onze Redder, over het Lam Jezus Christus. Nadat er eerst twee hoofdstukken gesproken is over de draak (Opb. 12) en over het beest uit de zee en het beest uit de aarde (Opb. 13), komt nu het vierde beest in beeld. Gelukkig maar, want wat hebben de gelovigen een moeilijke tijd. Wat zorgen die beesten en draken, tegenstanders van God ervoor dat veel mensen niet gered worden. Doordat veel mensen misleid worden, doordat het beest zorgt dat mensen het merkteken op het hoofd krijgen van dat beest. Het beest uit zee had al de strijd aangebonden met de gelovigen en God gelasterd. Hij overwon zelfs de heiligen, zodat het aan kwam op standvastigheid en trouw.

Maar dan verschijnt het Lam. Jezus Christus zelf. Hij verschijnt in Sion, dat is de naam voor de plek waar Jezus de gelovigen verzameld. Iedereen is aanwezig, er ontbreekt er geen. Dat wil het getal 144.000 zeggen. Zij hebben het merkteken van het lam en van de vader op hun voorhoofd. Hij komt hen vrij en verlost hen. De verlossing is er door Hem voor wie bij Hem horen. Zij die niet naar andere goden gegaan zijn (dat wordt bedoeld met maagdelijk zijn gebleven) en bij wie geen leugen over hun lippen is gekomen.

Het Lam gaat dan het oordeel vellen. Het oordeel komt eraan. Het gaat erom dat je niet op de duivel en het beest vertrouwt hebt. Dan geeft vers 13 de zaligspreking en daar staat waar het op aankomt: Zalig ben je als je in verbondenheid met de Heer sterft. Daar staat of valt alles mee: zelf kunnen we die strijd niet winnen, maar Hij heeft de overwinning behaald. Als we in zijn handen zijn worden we gered.

Juist als je ziet hoe wereldomvattend die strijd is, of beter gezegd: de strijd van het heelal, van de draak en het Lam, dan besef je dat je als mens nooit alleen die strijd kan winnen of zelf kan verdienen om gered te worden. Dat kan alleen als je je toevlucht neemt tot Jezus! Dat komt voorop.

Door de zondeval moeten we zeggen dat we zelf die kracht niet meer hebben om het goede te doen. Wil dat zeggen dat je niets meer goed doet? Ook ongelovigen doen toch goed? En inderdaad: ook mensen die niet op het Lam vertrouwen doen goede dingen. Soms tot beschaming van christenen. Dat je er een voorbeeld aan zou kunnen nemen. Ja dingen die echt goed zijn. Soms zo dat je er jaloers op kan worden: inzet voor zwakken, inzet voor de samenleving, hulp en liefde die ze betonen. Zij en ook  christenen kunnen echt goede dingen doen.

Toch legt de catechismus uit dat je niet door je goede werken gered zult worden. In dat laatste oordeel, in de strijd die er komt helpen je goede werken je niet. Want als je echt de goede werken gaat peilen: in de ogen van de mensen zijn ze misschien wel goed. Maar de catechismus zegt: als je nu echt kijkt waarom je ze doet? Doe je ze helemaal voor God, de schepper, uit liefde voor Hem? Dat zal een ongelovige niet zeggen en een christen heeft vaak ook wel eigen belang om dingen te doen. En waar vandaan doe je ze? Uit een zuiver hart. Maar ons hart is vaak zo onzuiver. En doen we het ook precies zoals zijn wet vraagt: de wet zoals Jezus die in de Bergrede heeft uitgelegd. Ook vaak niet! En daarom: wat naar menselijke maatstaven goed is, is het nog niet als je het vanuit Gods maatstaf bekijkt. En bovendien leert Jakobus ons: als je op maar één puntje de wet overtreedt, ben je al schuldig aan heel de wet.

Niet alleen gelovigen leren dat, dat er in de mens veel verkeerds zit. Ook filosofen en geleerden, gedragswetenschappers. Ze zeggen: iedereen heeft wel een bepaalde prijs, waarvoor hij zijn eerlijkheid in wil leveren en bereid is bedrog, fraude of misdaden te prijzen. En ze zeggen: de goede dingen die we doen, zijn vaak voor 1/5de angst voor mensen, 1/5de ijdelheid, 1/5de angst voor het kwaad, 1/5de gewoonte, 1/5de vanuit vooroordelen dat het wel zo zou moeten.

Daarom: waar gaat het om als je voor de hemelpoort staat?  (en we weten allemaal hoe plotseling dat moment aan kan breken) Als je daar staat dan heb je niets aan een briefje met je goede werken. Je mag door, je bent te feliciteren als je in verbondenheid met de Heer sterft, zegt openbaring. Als het Lam, jouw redder is.

Als het gaat om de vraag wat goede werken bij kunnen dragen aan je redding, blijft het antwoord van vorige week fier overeind staan: het is puur uit genade, door het geloof, door Jezus Christus. Zelfs het lijden van de gelovigen in openbaring is niet de reden van hen redding: het is puur de kracht van het Lam. Het Lam dat alleen voor ons geslacht is: u heilig Godslam loven wij, u hebt voor ons aan het kruis geleden: Gij doet ons tot de vader treden!!

2. Zonder goede werken geen redding

Al zegt Openbaring 14:13 dat de gelovigen sterven in de Here, toch spreekt dit vers ook over werken. Er staat niet: wie ook nog goede werken heeft gedaan, die zal erdoor vergezeld worden. Nee, de tekst gaat er van uit. Wie in de Heer sterft, die heeft goede werken. Het kan niet anders. Al zei ik in het begin al dat er ook christenen geweest zijn die goede werken maar gevaarlijk vonden, de Bijbel spreekt er anders over. Denk aan de tekst uit Jakobus, dat de werken noodzakelijk zijn voor onze redding.

Hoe komt het dat die werken toch nodig zijn? Omdat het niet anders kan, dat wie met Christus verbonden is, ook daarvan de vrucht laat zien. Dat is dan geen werk dat door eigen kracht komt, nee, dat komt omdat je met Christus verbonden bent. Wie verbonden is met de wijnstok, die zal ook vrucht dragen. Het kan niet anders. En tegelijk is dat het ook een opdracht: blijf in Christus, doe goede werken.

Wie van geloven een soort geloof maakt dat zegt: ‘Jezus is voor mij gestorven’ en vervolgens maar zijn eigen gang gaat, die heeft van echt geloof niet veel begrijpen. Echt geloof dat betekent dat je Christus aanneemt, dat je hem in je leven toelaat, dat je door het geloof ook echt met Hem verbonden bent. Zolang wij nog niet oog in oog met onze Heiland staan, is het geloof de manier waarop we met Hem verbonden zijn. Totdat het geloven over zal gaan in echt zien.

Maar wie zo met Christus verbonden is, die kan goede werken doen. Die is gericht op God, die doet het uit liefde voor Jezus, die doet het naar Gods wet. Want Jezus woont en werkt in Hem. Wie gelooft die weet zich voor God onschuldig en die gelooft dat hij deelt in het eeuwige leven. En tegelijk: door het geloof laat je Jezus dan ook in je leven komen. Niet alleen voor je redding, maar ook voor je nieuwe manier van leven heb je dan het geloof nodig. Want alleen zo ben je met Christus verbonden.

Je ontvangt eerst in het geloof, om kan daarna ook geven. Doordat Christus en zijn Geest in je hart woont ben je tot grote dingen in staat. Niet omdat je je vastklemt aan je zelfvertrouwen: zo van dit kan ik wel! Maar omdat je je vastklemt aan Christus kracht. Fil 4:13: ‘Ik ben tegen alles bestand, doordat Christus mij kracht geeft’. Dan komt er troost, vrede, blijdschap, dank, goede werken!

Zo geeft God de opdracht voor de goede werken: wat kan het er duidelijk staan! Span je in om je roeping en uitverkiezing ook waar te maken (1 Petr 2:10). Dat betekent aan de slag: dat betekent je niet zomaar neerleggen bij een levensstijl die niet past bij Jezus. Het betekent steeds meer vragen of Jezus in je wil komen. Maar dan wel vanuit de rust, dat Christus het is die je wil helpen, dat je het niet op eigen kracht hoeft te doen. Wie zijn kracht van God verwacht, zal zijn leven lang bezig blijven om te werken aan zijn heiliging. Daarom kan 1 Kor 15, dat geweldige hoofdstuk over het eeuwige leven, over de opstanding, toch ook zo nadrukkelijk oproepen: wees standvastig, onwankelbaar, steeds overvloedig in het werk van de HEER (1 Kor 15) .

 

3. Goede werken worden na de redding beloond

Daarmee zijn de werken nog geen kaartje om in de hemel te komen. Ze gaan niet vooraf, maar ze vergezellen je wel. Je hoeft ze niet in te leveren, ze volgen je na. Niet vooraf dus: geen prijs, geen titel die je hebt verdiend, geen verdienste of aanschaf, geen onderscheiding die je verdient, waardoor je een priority booking hebt om binnen te komen: we verschijnen echt allemaal zonder iets bij Jezus, en de enige vraag is of we Jezus hebben aangenomen als onze verlosser. Maar ze gaan wel mee: want ze laten wel zien dat je in je leven Jezus ook aangenomen hebt als je verlosser, dat je geleefd hebt met de Heer en gestorven bent in de Heer. Er zal een heerlijke herinnering zijn aan die goede daden, een geweldige beloning, je zult er misschien voor hebben moeten lijden, je hebt anderen ervoor gediend, maar de verdienste zal veel groter zijn dan het lijden dat je hebt moeten ondergaan. [Voorbeeld: Verloren Zoon krijgt kleren, ring, maaltijd; Kinderen krijgen beloning voor autowassen, maar zijn al mijn kinderen]

Er zal dus loon zijn: er zal kennelijk verschil zijn in genieten straks, want, zegt de Bijbel, nu al en straks, zal God er loon over geven. God zal zeggen als je in de hemel komt: trouw kind van mij, ik heb gezien hoe je voor mij wilde leven. Hier zijn een paar koninkrijken om over te regeren. Ik geef ze je. Dat is geen loon uit verdienste, maar loon uit genade. Je krijgt het, omdat Christus voor je gestorven is. Hij werkt het in je, Hij doet het, maar wel helemaal in jou, je staat er niet buiten. En daarom mag jij ook delen in het loon. Het is de Vader in de hemel die zo zijn kinderen rust wil geven.

Dat mag de gelovigen aan wie Johannes schrijft rust geven, dat mag dus ook jouw en mij rust geven. Soms kost het energie om Christus centraal te stellen, om achter Hem aan te blijven gaan, om hem niet te verloochenen. Zeker in de tijd van vervolging en geloofsafval, in de tijd dat de draak en de beesten tekeer gaan. Maar weet: de beloning zal groot zijn. Laat dat ook een extra aansporing zijn om hier vol te houden om in verbondenheid met de Heer te leven en in zijn voetspoor te gaan. Om Hem na te volgen. Goede werken: doe ze! Amen

Liturgie zondag 6 november

Liturgie Morgendienst Beilen Middagdienst Hooghalen
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Ps 148:1 en 4 (gr 7 en 8 ) Ps 148:1 en 4 (gr 7 en 8 )
Wet nvt
Zingen Ps 32:1 en 5 nvt
Gebed
Lezen Openb 14 Openb 14
Zingen Gz 69 (U, heilig Godslam) Gz 69 (U, heilig Godslam)
Tekst Zondag 24 Zondag 24
Preek
Zingen Ps 119:62,63,65 Ps 119:62,63,65
Geloofsbelijdenis nvt
Zingen nvt Gz 145
Dankgebed en voorbede  Na gebed: Gz 141:1 en 3
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Gz 111 (Jezus leeft) Gz 111 (Jezus leeft)
Zegen en amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: