Zondag 35 – Bevrijd tot liefde voor de levende God!

Preek gehouden in Heemse-Marslanden, februari 2017

Tekst: Zondag 35 / 1 Kon 12:25-32

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[Dia 1: Sander en Evelien] Sander heeft voor zichzelf een beeld van God gemaakt.

Nee, niet dat je dat beeld in zijn huis kan zien staan.

Het is ook niet zo dat hij een andere God dient of niet gelooft.

Nee, hij zegt: ik geloof wel, maar daar heb ik de kerk niet voor nodig. Als ik samen met mijn vriendengroep muziek maak en als we daar bidden, dan ervaar ik God toch ook? Waarom zou ik nog naar een gemeente gaan?

Bovendien zitten daar mensen met soms vastgeroeste beelden van God: als we een keer gaan staan, in plaats van zitten doen ze moeilijk. En die liederen zijn echt mijn smaak niet. Nee, Sander dient God wel op zijn eigen manier.

 

Evelien heeft de laatste tijd veel moeite met het geloof. Ze leest wel eens in de Bijbel, ze bidt wel eens en praat wel eens met anderen over het geloof. Maar ze vindt het heel erg moeilijk. Het gebeurt eigenlijk heel weinig dat ze zegt: ‘Ik merk dat God er is’; ‘Ik heb steun aan mijn geloof’. Als ze anderen hoort praten over geloven, snapt ze niet hoe zij dat wel kunnen hebben. Elke dag maakt ze dingen mee, ze denkt er veel over na (zeker nu ze net alleen woont), maar ze merkt niet dat God echt bij haar is.

Zij heeft juist geen beeld van God, maar voor haar is God heel vaag en op een afstand.

 

[Dia 2: 2e gebod] Bij Sander en Evelien gaat er iets niet goed. Ze hebben een probleem in het geloof. Een probleem dat niet te maken heeft met dat ze God niet willen dienen, of dat ze een andere God willen dienen. Daarover ging het in het eerste gebod. Daar zegt God: ‘Vereer naast mij geen andere goden.’

Maar Sander en Evelien hebben een probleem met hoe ze de levende God kunnen dienen: hoe vereer je Hem? Hoe leef je met Hem? Hoe geef je de liturgie en kerkdienst vorm? Die vraag houdt ons bezig bij het tweede gebod: hoe dienen we God op de juiste manier: thuis, in de kerk, met onze vrienden? Op wat voor manier zorgen we ervoor dat God als de levende God in ons leven is, en zo bij ons komt?

[Dia 3: Thema en verdeling]

Dien God als de bevrijdende God

  1. Niet op onze, maar op zijn manier
  2. Niet in gestolde beelden, maar zoals Hij zich laat zien

 

[dia 4: 2 stammenrijk] We zien het probleem van God om een zelfbedachte manier gaan dienen ook bij Jerobeam. Hij heeft moeite met de manier waarop de Here gediend wordt. Niet dat hij niet gelooft. Hij heeft zelf van de Heer het koningschap over het tienstammenrijk gekregen. Het was de profeet van de HEER die Jerobeams mantel in twaalf stukken had gescheurd, en van wie hij tien stukken had gekregen?

Nu voelt hij zich echt koning, en heeft een sterke koningsstad gebouwd in Sichem.

Hij zal trouw zijn aan de Heer, en niet zoals Salomo deed, andere goden gaan dienen. Aan wat er na Salomo gebeurd was, kon je zien wat de gevolgen zijn als je andere goden gaat dienen. Het rijk is in tweeën, omdat Salomo de goden van zijn buitenlandse vrouwen was gaan dienen. Jerobeam wil een trouw dienaar zijn van de HEER, die zijn volk uit Egypte had bevrijd.

 

Maar toch wil Jerobeam het wel een beetje anders. Het volk is wel gesplitst, Juda en Benjamin, horen niet bij zijn rijk. Maar de mensen gaan nog altijd naar die tempel in het gebied van Juda: in Jeruzalem. Naar de tempel in de stad van Rechabeam, daar in het tweestammenrijk. Daar wordt hij bang van. Hij vindt het maar een naar idee: al zijn mensen die naar dat andere rijk gaan. De priesters en Levieten waren al bij Rechabeam in het twee stammenrijk gaan wonen. Straks gaan nog meer mensen dat doen. Dat ze zeggen: de tempel staat in Jeruzalem, God hoort bij Jeruzalem, laat ik me ook maar bij de koning van Jeruzalem voegen. Zo heeft Jerobeam eigen redenen om toch iets in de godsdienst te veranderen.

 

[Dia 5: stier] Dan geeft Jerobeam opdracht dat er twee gouden beelden moeten komen. Beelden van stieren, en misschien omdat ze er wat klein uitzien worden het stierkalfjes genoemd. Met een feestelijk optocht worden ze naar Bethel gebracht: daar was God immers verschenen aan Abraham en aan Jakob. Daarna worden ze naar Dan gebracht, daar waar ooit de zoon van Mozes offers bracht (Richt. 18:30-31). Nu kunnen ze de HEER op hun eigen manier dienen. Nu hoeven de mensen niet meer naar Jeruzalem toe: Kijk, Israël, die is jullie God. Deze God heeft je uit Egypte bevrijd!
Zie je en merk je hoe Jerobeam eigenwijs is? Hoe hij zelf wel even zegt hoe God gediend kan worden? Nee, hij bedoelt het niet zo verkeerd. Hij gelooft ook wel in God. Maar .. het moet wel op zijn manier. In plaats van dat hij vertrouwt op de levende God, die Hem het koningschap had gegeven, trekt hij zijn eigen plan. Zo is hij ongehoorzaam aan de Heer, want God had gezegd dat de tempel de plek was om de offers te brengen, God had gezegd dat alleen Levieten dienst mochten doen in de tempel. Maar omdat die er niet waren had Jerobeam maar andere mensen bij dat heiligdom gebracht, die mochten ook wel priester zijn. Hij zou straks zelf offers gaan brengen. En hij had ook maar even de datum van het Loofhuttenfeest veranderd zodat het tienstammenrijk op zijn eigen feestdag nationale feest- en Bevrijdingsdag kon vieren.

 

[Dia] Wat hier gebeurt is een valkuil, waar we allemaal in kunnen vallen, als het gaat om de manier waarop we de Heer dienen.

God heeft ons bevrijd door het offer van Jezus Christus.

Dat offer werd al van tevoren afgebeeld in de tempeldienst in Jeruzalem: zijn genade en liefde. God vraagt nu dat we Hem liefhebben met heel ons hart. Hem ook zien als onze bevrijder, als onze Vader, als de goede herder. Maar kijk eens hoeveel verschillende kerken er zijn; kijk eens hoe er binnen de gemeente verschillend gedacht kan worden. Hoe mensen hun eigen idee over hoe het moet heilig verklaren.

 

Je kunt van mening verschillen. Maar de vraag is wel: waar leef je uit? Laat je je leiden door de levende God, door de Bijbel, wat daar staat? Of door wat jij mooi vindt, wat jij vindt dat wel of niet moet kunnen, waar jij je veilig bij voelt, wat jij gewend bent? Juist bij deze zondag komt de vraag naar de liturgie, naar de kerkdienst naar voren. Bij alle dingen die daar gebeuren is steeds weer de vraag: staat de Bijbel centraal? Komt Gods woord tot ons? Is God de levende God, die tot ons spreekt? Komen we daar samen om Hem te prijzen, onze gaven te geven, het brood te breken. Krijgt Hij alle eer?

 

En Sander met zijn muziekgroep? Geweldig dat hij dat doet. Dat zouden meer mensen moeten doen … enthousiast zijn voor God! Maar kun je dan zonder kerk? Als Paulus rondtrekt stelt hij oudsten aan, worden er gemeente gevormd, worden verschillende mensen aan elkaar gegeven. God zelf roept jou tot de gemeente: we dienen God niet daar waar we ons het beste bij voelen, of daar waar net een goede voorganger of een sfeer is die bij jou past. Als het gaat om de kerk, kiezen we niet dat wat het best past bij onze politieke of persoonlijke belangen, maar laten we ons leiden door Gods woord, komen we naar een gemeente waar we samen met alle gelovigen, jong en oud, man en vrouw, vernieuwend of behoudend steeds meer van de grootheid van God mogen ontdekken en hem de eer mogen geven!

 

[Dia] 2. Dien God als de bevrijdende God: Niet in gestolde beelden, maar zoals Hij zich laat zien

Want wat voor beelden zijn nu niet goed?

Iemand zegt in een uitleg van deze tekst: Het is toch helemaal niet erg wat Jerobeam hier doet? Hij maakt wel een beeld, maar hij gelooft toch niet dat dat beeld God zelf is?

In de tabernakel hadden ze toch ook een ark staan.

Het lijkt wel of die schrijver koning Jerobeam wil verdedigen.

Moet toch kunnen van die beeldjes? Maar eigenlijk kun je aan die beelden zien dat Jerobeam niet gericht is op God, maar op zichzelf. Hij maakt een beeld van God zoals dat voor hem prettig is. Zoals hij ziet dat de volken om hen heen het doen. Dat beeld dat stolt dan. Daar wordt God in gevangen.

 

[Dia] Het is mooi makkelijk voor koning Jerobeam. Hij kan die beelden neerzetten waar hij wil. Hij heeft er macht over. Dat is ook de reden waarom mensen beelden maken van de goden: God is zo groot en ongrijpbaar. Zoals elektriciteit of een stroom lava groot en ongrijpbaar is. Wat is er mooier dan die elektriciteit opvangen in een lampje, of er voor zorgen dat de lava stolt. Dan heb je het in je macht en kun je het laten doen wat je wilt.

Zo wil Jerobeam God naar zijn hand zetten.

 

Dat Jerobeam op de verkeerde weg is, laat God heel duidelijk zien door een profeet uit Juda te zenden. Op het moment dat  Jerobeam zelf een offer wil brengen in het nieuwe heiligdom komt hij binnen. Dat eigen-bedachte-altaar scheurt in tweeën en de arm van de koning blijft vast staan, als de man Gods hem op zijn zonde wijst. God wil niet op een zelfbedachte manier, met eigen beelden vereerd worden. Wat had God dat al duidelijk laten zien toen het volk in de woestijn het gouden kalf had gemaakt. Wat was het volk toen gestraft, en zo wordt ook hier Jerobeam duidelijk op zijn zonde gewezen.

 

[Dia] God wil vereerd worden als de levende God. Dat wil niet zeggen dat we helemaal geen voorstelling van God mogen maken. Daarbij moeten we oppassen dat het goed gezegd wordt, dat je het niet verkeerd begrijpt.

Denk bijvoorbeeld aan Evelien:  Evelien uit de inleiding had helemaal geen voorstelling van God meer. Helemaal geen beeld van hoe God is.

Wat is dat verdrietig! Wat erg voor haar!

Eigenlijk was haar leven leeg geworden, een leven waarin God op geen enkele manier gehoord en ervaren werd.

Dat terwijl er wel heel veel andere beelden zich aan ons opdringen. Juist in deze tijd dat we wereldwijd verbonden zijn. Beelden vanuit de reclame, vanuit de muziek, vanuit de sport, of van andere godsdiensten: Al die indrukken, manieren van in het leven staan kunnen zomaar je hoofd gaan vullen, terwijl God dan langzaam naar de achtergrond verdwijnt.

 

Juist op zo’n moment is er een gevaar dat je dan maar zelf een beeld van God gaat maken. Dat je zegt: ‘God is de grote afwezige’; ‘God ziet niet naar mij om’. ‘God kan ook niets doen aan mijn moeite’. Of misschien zoek je iets in je omgeving dat je zegt: dit geeft mij nog rust. Dat een ander beeld, of iemand anders je hart gaat vullen. Zoals een kind misschien een knuffel pakt om bij in slaap te vallen. Maar ondertussen is God ver weg uit je leven …

 

[Dia] In Rom 1:19-23 zegt Paulus: wij kunnen God kennen. Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn zichtbaar in zijn werken: God maakt zich bekend, maar zegt Paulus: wat deed de mens: ze hebben het ingewisseld voor beelden, van vergankelijke mensen, vogels, lopende of kruipende dieren. In plaats van God te dienen, zijn mensen onze eigen idealen, idolen, krachten en verlangens gaan navolgen en die gaan vereren.

[Dia] Wat is het belangrijk om dan God weer te ontmoeten. Eigenlijk is dat wat we elke zondag aan het begin van de week weer willen doen. Het eerste wat we zeggen is: ‘Onze hulp is in de naam van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft’; ‘Zijn genade en vrede omringen ons.’

 

In Gods grote scheppingswerk, in de bloemen, de vogels, de knoppen die uit beginnen te lopen zie je dan iets van zijn Scheppingsmacht. Hij is de machtige God: niet een boom, of een stuk steen, of een berg is onze God, maar de grote maker van dit alles!

Maar ook in de Bijbel komt God naar je toe, met verschillende beelden en voorstellingen: Hij is de goede herder; dag aan dag draagt Hij ons; Hij is het brood van het leven; de bron van God gegeven; De schaduw aan uw rechterhand. Hij is als een vader; Hij is als een moeder; Hij is de rechtvaardige rechter; Hij is geduldig; Het kwaad verdraagt hij niet. Te feliciteren ben je, als God zo steeds weer in je leven komt. Als je Hem niet vangt in je eigen beeld, maar als je je beelden elke dag opnieuw laat aanvullen, corrigeren en vervullen door dat levende woord van God.

 

Wie God heeft leren kennen, die wil ook geen eigenverzonnen, zelfgesneden beeld van God maken. De catechismus ademt nog heel sterk de sfeer van de reformatie. Tegen de achtergrond van de Rooms Katholieke kerk, waar veel beelden in stonden, wordt ervoor gepleit om geen beelden in de kerk te zetten. Wie een Rooms-Katholieke kerk bezoekt ziet een overvloed aan beelden, waarbij de beelden de boodschap van de Bijbel gingen verdringen. Toen stond alle kunst in dienst van de Kerk. De catechismus legt zelf uit, waar zich de kritiek op richt:

(1) als beelden van God gemaakt worden, zit het mis. Dus Jerobeam zat goed mis.

(2) Als beelden in plaats van Gods woord komen zit het mis.

 

Maar wat we om ons heen zien mag ook afgebeeld worden; ook Jezus mag dus afgebeeld worden, want Hij is echt mens geworden. Wat kan juist de kunst ook soms een aanvulling, een bemoediging zijn om iets over te brengen, wat soms met woorden niet te zeggen valt: een schilderij, een beeldhouwwerk, een ander kunstwerk. Geniet ervan, maar dan wel op die manier: niet als een beeld van God, niet als iets wat heilig zou zijn, of eerbied zou verdienen, maar als iets wat uitdrukking geeft aan wat God in zijn schepping heeft laten zien.

 

Het komt er bij deze zondag op aan, de zaak wordt op scherp gesteld! Hier worden beslissingen genomen die lang doorwerken: Wilt u, wil jij je openstellen voor de levende God? Of volg je je eigen inzicht!? Met Jerobeam liep het niet goed af. Bij 15 van de 19 koningen van Israël wordt vermeld dat ze zondigden op de manier van Jerobeam. Het was bovendien van de beelden van God, maar een kleine stap naar de Baälbeelden. Als God het rijk van Jerobeam in ballingschap stuurt, wordt in 2 Kon 17 ook met name gewezen op die eerste zonde van Jerobeam. Daar ging het al mis. Doordat de kinderen en andere koningen in zijn voetspoor traden, kregen ze te maken met de toorn van God.

 

Maar wat is het geweldig als je God leert kennen zoals hij zich bekend maakt.

Als je in staat bent om vastgeroeste beelden aan te pakken;

verkeerde tradities te stoppen;

als je God ontdekt als je Vader door Jezus Christus.

Als de God die je wil leiden en sturen.

Gefeliciteerd als je zo leeft, met de levende God!

Ga met deze God, en Hij zal met je zijn. Tot in het duizendste geslacht. Amen

 

Liturgie 29 januari  Middagdienst Hooghalen 14:15
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen    Ps 100 (Gr 3/4)
Gebed
Lezen    1 Kon 12:25-32
Zingen    Ps 53 (Gr. 5/6)
Tekst    Zondag 35, H.C.
Preek
Zingen
Geloofsbelijdenis    Geloofsbelijdenis, afgewisseld met Gz 106
(vers 1/deel I /vers 2/ deel II/ vers 3 / deel III/ vers 4) (God in de hoog)
Zingen
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.)    Gz 79:1,3,5 (Hoe zal ik …)
Zegen en amen

Liturgie    Middagdienst Beilen (HA) 16.30 29 januari
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen    Ps 100 (Gr. 3/4)
Formulier V (beamen, gkv.nl > kerkelijke documenten, versie 2011)
Geloofsbelijdenis
Orgel speelt tijdens nodiging
Ps 16:1 en 3 (aan tafel)
Gebed
Lezen    1 Kon 12:25-32
Zingen    Ps 106:8,9
Tekst    Zondag 35
Preek
Zingen    Gz 165 (Machtig God)
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.)    Gz 79:1,3,5 (Hoe zal ik …)
Zegen en amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: