Jer 36 – De verscheurde en verbrande boekrol

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, februari ’12
Tekst: Jeremia 36

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus, jongens en meisjes,
[Dia winkeldiefstal] Het is vrijdagmiddag en de school is net uit. De jongens en meisjes staan nog wat na te praten. Ze gaan nog even naar de winkels. Stiekem pakt Henry een zakje snoep en steekt het achter zijn rug. Maar … iemand van de winkel heeft het gezien. Hij wordt aangesproken, er wordt aangifte gedaan. Even later zit Henry op het politiebureau te wachten, op zijn vader en moeder.
’s Avonds zit Henry met zijn vader en moeder aan tafel. Vader zegt: ‘dat was niet goed, hè?’ ‘Zul je het niet meer doen?’. ‘Je hoort toch elke zondag dat je niet mag stelen? Hoe reageert Henry? Dan kun je twee dingen doen: je kunt zeggen: papa en mama weten wat goed voor mij is. Ik heb eerbied voor mijn ouders. Of je zegt: ‘Die ouwelui van mij ook altijd. Wat doen ze moeilijk. Ik bepaal zelf wel wat ik doe. Ik doe toch niet wat ze zeggen.’
[Dia Jeremia/Bijbel/Boekrol] Niet alleen je vader of moeder zeggen dingen tegen je, ook de Here God zegt dingen tegen je. Over wat Hij wil dat je doet. Over wat goed is en wat niet goed is. Over zijn liefde voor ons en zijn goede zorg.
O ja?, zeg je misschien, hoe dan?
Vroeger stuurde God zijn profeet dan naar je toe. Een van de kinderen zei: een profeet is een soort dominee. En die vertelde dan wat er wel goed was en niet goed was. Maar profeten zijn er vandaag niet meer.
Daarom is dit hoofdstuk uit de Bijbel zo mooi! We lezen dat Jeremia zegt tegen de schrijver Baruch: Jij moet nu al mijn woorden in een boek schrijven. Dat zegt hij omdat God dat tegen hem gezegd heeft. Zo worden de woorden van God maar niet één keertje gehoord, maar kun je ze steeds weer horen en lezen. En dat gebeurde dan ook: in dit hoofdstuk wordt de tekst van de boekrol drie keer op dezelfde dag voorgelezen! Steeds weer kon je horen wat de Here God wel wilde en niet wilde.
Dus spreekt God vandaag nog tegen jou? Ja! Want wij hebben de Bijbel, de woorden van God. In de Bijbel hoor je Gods stem. Het is geen woord door mensen verzonnen, maar door de Heilige Geest geleid hebben mensen van God gesproken. Op verschillende manieren kun je die woorden horen: als je thuis in je Bijbel leest, of via een dagboekje of de kinderbijbel. Maar ook in de preken hoor je het Woord van God, dat voor vandaag wordt verteld. De dominee noemen ze ook wel ‘Dienaar van het goddelijk woord’ (VDM). En ook via andere christenen, via diakenen en ouderlingen kun je dat woord horen.
Dus ook tegen u en jou en mij spreekt God! Maar wat doe je dan als Gods Woorden klinken? Zeggen we dan: ‘Ik bepaal zelf wel wat ik doe’; Of zeg je: ‘Ik luister naar de Heer, ik wil graag doen wat Hij zegt. Hij is de Schepper, naar Hem wil ik luisteren. Ik neem het woord van zijn vermaan gehoorzaam aan’.
De mensen in de tijd van Jeremia hadden steeds niet willen luisteren naar de woorden van God. Het volk van Israël, het andere rijk, het tienstammen rijk (vraag stencil) was al weggevoerd in ballingschap. Juda en Jeruzalem waren nog over. Maar het was spannend. Grootmacht Egypte werd steeds meer onder de voet gelopen door Babel, door Nebukadnessar. De mensen in Juda kregen het benauwd. Zou het wel goed met hen blijven gaan? Steeds weer had Jeremia gezegd: luister naar de Heer, anders gaat niet goed. Maar de mensen luisterden liever naar profeten die zeiden dat er alleen vrede zou komen. Ze wilden Jeremia niet horen. Ze probeerden hem te doden. Jeremia, en dus eigenlijk de Here God, moest zijn mond houden!
[Dia vers 6 en 7] Maar dan lezen we dat God het nog niet opgeeft. God zoekt een andere weg om zijn mensen toch te bereiken. In vers 3 en 7 staat waarom God dat doet. Je leest daar het woordje ‘misschien’. 3 Misschien laten de Judeërs tot zich doordringen met wat voor onheil ik hen wil treffen en breken ze met hun slechte daden.’ En vers 7: ‘Misschien zullen ze een smeekgebed tot de HEER richten’. Ook al heeft God al zo vaak zijn profeten gestuurd, ook al heeft zijn Woord al zo vaak geklonken: God is een God van geduld, Hij roept en vraagt zijn kinderen naar Hem te luisteren! Om tot inkeer te komen, om te leven van zijn genade!! Dat is ook de reden die God erbij geeft: Jeremia zegt in vers 7 ‘dat Hij hoopt dat het volk gaat bidden’, en God laat zelf nog meer zijn liefde zien: Dan zal ik hun verkeerde daden en zonden vergeven! Ik wil echt mijn genade tonen. Het is nog niet te laat!
Jeremia mag zelf niet meer in de tempel komen. Vorige keer was hij al bijna gearresteerd, dus daarom krijgt Baruch de opdracht om al Gods woorden op te schrijven en te laten horen in de tempel. Hij schrijft de profetieën op de boekrol, en neemt ze mee naar de tempel. Kijk daar staat hij! Hij staat in de bovenste voorhof! De mensen kunnen hem zien, ze luisteren en ze horen dan dat ze zich moeten bekeren. Dat anders Jeruzalem zal worden ingenomen en de bevolking zal worden weggevoerd. Baruch doet het op een drukke dag: een vastendag die uitgeschreven was, misschien wel vanwege de gevaarlijke situatie in 604. De dreiging uit het noorden nam steeds meer toe, zeker nu Egypte in 605 bij Karkemis verslagen is. Nu zullen de mensen toch wel beseffen dat het anders moet? Ze vasten, dat wil zeggen: ze eten niet, ze gaan naar de tempel om te bidden, uit veel steden komen ze samen. Zullen ze nu naar de Heer luisteren?
En hoe reageren de mensen dan deze keer op die boodschap? Laten we eerlijk zijn, je weet vaak wel hoe mensen in elkaar zitten. Het is net als bij een preek: je hoort dingen over God, over wat Hij vraagt. Je hoort in een preek precies wat niet past bij de liefde voor de Here. Als het gaat om je levensstijl, je omgang met anderen, je leven met de Here. En wat doe je? Zit je misschien op je horloge te kijken hoe lang het bekende verhaal nog duurt? Ben je druk met wat er afgelopen week gebeurde of deze week zal gebeuren? Zeg je: het is weer het bekende verhaal, maar ik bepaal toch zelf hoe ik mijn leven inricht?
Hé ..kijk eens wat er gebeurt daar in de tempel. Veel mensen laten het aan zich voorbijgaan. Maar daar staat is een jongen. Weet je hoe die jongen heet? Het is Micha, de zoon van Gemarja, de zoon van Safan: bekende mensen die het al eerder voor Jeremia hadden opgenomen en hem beschermden. Hij zit op het puntje van zijn stoel te luisteren! Hij hoort alles wat gezegd wordt. Hij begrijpt heel goed wat er voorgelezen wordt. Hij weet heel goed dat je eigenlijk naar God moet luisteren en niet gewoon je eigen gang moet gaan en je niets aantrekken van de geboden van de Heer. Horen de mensen wel wat er gezegd wordt? Hebben ze wel in de gaten wat er gebeurt? Zo zie je hoe belangrijk je als jongen of meisje in de kerk kan zijn. Want deze jongen zegt: hier moeten we wat mee. Er moet iets veranderen! Hij gaat naar de mensen met gezag in de tempel en het land. We zouden zeggen: hij spreekt de ouderlingen en diakenen erop aan! Hij spreekt de burgemeester aan. Hij kaart de zaken aan! Hij zegt: Hebben jullie het gehoord?  Zo komt het niet goed! We moeten ons echt bekeren!
Neem jij, neemt u de woorden van God zo serieus? Dat als je tijdens een bezoek ergens op bevraagd wordt, of dat als er in de preek woorden klinken je er ook echt wat mee doet? En dan kan ik allemaal voorbeelden noemen van keuzes die gemaakt worden, en dan moet ik bij mezelf ook dingen aanwijzen die niet goed zijn. Maar toch kun je het samenvatten in de éne vraag: Wil ik doen wat God zegt? Of bepaal ik zelf mijn leven? Komt God op de eerste plaats, Heb ik hem echt met heel mijn hart lief? Of richt ik zelf mijn leven in, mijn gezin en mijn werk en krijgt God daarin ook een plekje aan de rand? Wil ik echt van zijn genade leven? Het volk zou het niet redden, als ze doorgingen met het kwaad en het niet van de Here verwachten. Maar als ze zich bekeerden, zou God hen redden en waren ze in staat geweest tegen Babel en Egypte staande te blijven. Verwacht je het in je leven echt van Gods liefdevolle genade? Wie het van zichzelf verwacht zal het niet redden…
Kijk en daar komt de jonge Micha in het paleis, bij de hofschrijver en de raadsheren. Wat zullen ze zeggen? Ga maar weg Micha, dat jonge, serieuze enthousiasme dat past niet hier. Wij doen het zoals we het altijd gewend zijn? Maar nee, ze willen wel weten wat er gezegd is en daarom moet Jehudi de boekrol ophalen bij Baruch. Baruch gaat voor die belangrijke mensen zitten en leest de woorden voor. Gelukkig blijft het niet zonder effect! De raadsheren zijn verbijsterd (Vraag werkblad). Ze zeggen: Dit moet de koning horen! Maar ze zijn ook bang: want hoe zal de koning reageren. Zal hij zich bekeren? Of zal Hij boos worden. Ze adviseren Baruch en Jeremia om maar vast een schuilplaats te zoeken!
[Dia verbranding] Ze gaan naar de koning. Ook de koning wil horen wat er gezegd is, en Jehudi gaat het voorlezen. Maar waarom wordt ons nu opeens verteld dat het dat daar, net als hier, ook winter is? Waarom staat er dat de koning vlak bij de openhaard zit? Je voelt het al een beetje aankomen. Steeds als Jehudi een stuk van de boekrol gelezen heeft, pakt de koning het schrijversmes. Dat is het mes dat nodig is om de punt van de rieten schrijfpen weer scherp te maken. Met dat mes sneed hij dan het stuk van de boekrol af en gooit het in het vuur! Dat is de reactie van de koning, en ook van de mensen om hem heen. De vader van de koning, Josia, scheurde zijn kleren toen hij Gods woord hoorde, maar deze koning? Hij verscheurt Gods woord. Wat een ergerlijke, vreselijke reactie!
[Dia: wat doe jij met Gods woord?] Je merkt dat Gods woord reactie oproept. Geloof en ongeloof. Luisteren of verharden. Gods woord keert nooit leeg terug, zoals ook staat in Jes 55. En die verharding kan soms duidelijk zijn als je hoort dat een deathmetal zanger de Bijbel verbrandt, of als een jongen demonstratief sjekkies van de Bijbel aan het rollen is, als er bezoek komt van de ouderling. Maar laten we eerlijk naar onszelf kijken: Neem ik, neem jij Gods woord wel echt ter harte. We stoppen het misschien niet in het vuur, maar is het niet erger als we het zelf dicht laten. We verbranden het misschien niet, maar ook in je hoofd kun je het woord in brand steken. Als je toch je eigen ideeën opvattingen blijft volgen, alleen luistert voor een ander en niet kritisch naar je eigen idee wil kijken. Want jij hebt toch gelijk? Wie durft zich echt open te stellen voor Gods woord? En verbindt er conclusies aan?
[Dia: Jojakim straf, maar Gods woord blijft klinken] Jojakims ongeloof blijft niet zonder gevolgen. Hij wil het niet verwachten van Gods liefde en genade, van zijn vaderzorg. Daarom zal God hem straffen. En klonk aan het begin nog een misschien, nu is de Here duidelijk in zijn woord. Dit is een belangrijk keerpunt in het boek Jeremia, in de geschiedenis van het twee stammen rijk. God zal nu geen mogelijkheid meer geven tot bekering. God zal nu de straf laten komen over Jeruzalem en Juda. Jojakim zal zelf ook gestraft worden, en dat is later ook gebeurd. Zijn lijk werd over de muur gegooid, en niet begraven. Een schande als je niet begraven werd! Hij gooide Gods woord in het vuur, maar zelf werd zijn lichaam aan de hitte van het zon, en aan de kou van de nacht overgegeven. Geen nakomeling zou meer op de troon zitten: straks zou zijn oom Sedekia aan de macht komen. Hier leren we Gods hart kennen: Hij is een God die gehoorzaamheid wil – luister je niet, dan krijg je straf. Gods toorn over de zonde is heel groot. Maar ook …Hij blijft trouw aan zijn belofte…
Want Gods Woord … zijn plan van redding … Dat gaat wel door! Later zou er uit de afgehouden stronk van de huis van David toch een redder voortkomen. Een koning, Jezus die wel Gods wil wilde doen.
En Jeremia en Baruch die een schuilplaats zochten, die krijgen een schuilplaats van de Heer. God zelf zorgt ervoor! En dan het mooiste!
Het boek wordt weer opnieuw geschreven, en zelfs nog aangevuld met andere profetieën. Hoe zeer men het woord ook probeert uit te roeien, dat woord zal blijven bestaan! Gods woord zal verder klinken, juist ook omdat het opgeschreven is. Hoeveel brandstapels er ook gebrand hebben, boekverbrandingen er ook geweest zijn, hoeveel mensen ook monddood gemaakt zijn en niet meer mochten preken. Gods woord mag blijven klinken!
Jongens en meisjes, jongeren, broeders en zusters: zult u dat woord ook laten klinken? En dat woord van Gods oordeel en genade echt aannemen? Amen

Liturgie    Morgendienst Beilen 9.30
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen    Gz 132:1,2,5,6 (Dank u voor deze nieuwe morgen)
Wet + Kinderwet (door ?)
Zingen    Ps 101:1,2,5 ‘Ik wil Heer in mijn lied de zegeningen van goedheid en gerechtigheid bezingen’ (Gr 3 en 4)
Gebed
Zingen    Gz 23 (uw woord is een lamp)
Lezen    Jer 36
Zingen    Gz 31 (Jeremia)
Tekst    Jer 36
Preek
Zingen    Ps 125:1,2,4
Dankgebed en voorbede
Collecte (kinderen helpen)
Zingen (aangekondigd na col.)    Ps 18:1 en 9 (Gr 7 en 8 )
Zegen en amen

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: