Zondag 40 – Liefhebben door de liefde van Christus

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen 4 maart 2012

 

Geliefden van onze Here Jezus Christus,

Zie je deze twee verkeersborden: eigenlijk zijn dat de voor en achter kant van het zelfde gebod. De rode rand zegt wat niet mag, het blauwe bord wat juist moet!

 

Je mag niet doodslaan, leert je wat niet mag: dat je niet mag doden, maar ook alles wat daaraan voorafgaat, de haat, de afgunst, de jaloezie, het negatief praten over anderen of tegen anderen: dat past allemaal niet bij een leven dat vol is van Jezus. Dat wordt verboden, daar komt, om met het beeld van het verkeersbord te spreken: een rode rand om heen te staan.

 

Maar de Here Jezus die kwam om de wet vol maken, leert ook de achterkant: een blauw bord, iets wat je juist wel moet doen. Over dat blauwe bord gaan we het vanmiddag hebben. Niet doden, maar juist liefhebben. Juist dat doen bij de ander, wat je wil dat de ander bij jou zou doen (Mat 7.12). Vrede hebben onderling, niet alleen op eigen belang maar ook p dat van een ander letten.

 

Je naaste liefhebben … als jezelf. Over die twee dingen gaat het juist wel in de preek. Dat zijn twee dingen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Liefhebben als jezelf. Pas als je jezelf liefhebt, kun je ook de ander liefhebben. Maar wat is nu jezelf liefhebben? Mag dat? Kan dat? Moet doet? Wat kan het soms moeilijk zijn om jezelf te accepteren. Wat kunnen we soms ook een overdreven liefde voor onszelf hebben!

 

Liefhebben door de liefde van Christus

1. Door zijn liefde, heb ik mijzelf lief

2. Door zijn liefde, heb ik anderen lief

 

Dus allereerst wat betreft het liefhebben van jezelf. Ik las eens dat iemand van het CDA zei, als het ging over normen en waarden: wij leren onze kinderen om zich in te zetten, om anderen te geven en ook om ‘trots te zijn op zichzelf’. Die laatste opmerking bleef wat bij mij hangen. Als het gaat over normen en waarden: over omgang met Polen, mensen uit duurzaam verblijf, over te hard rijden, door rood rijden, afval weggooien: is het dan belangrijk dat je je kinderen leert om trots te zijn op jezelf?

 

Wanneer de Here Jezus zegt, heb je naaste lief als jezelf, gaat Hij er dan vanuit dat je je zelf al liefhebt? Is dat hetzelfde als trots zijn op jezelf?

 

Dat heeft alles te maken met hoe je naar jezelf kijkt. Hoe jij met jezelf omgaat. Het bijzondere is dat je als mens daarover na kunt denken. Dieren leven instinctief, en kunnen niet nadenken over wie zijzelf zijn. Maar als mens heb je een bewustzijn. Als jongere denk je al na: wie ben ik? Wat kan ik goed? Je kunt jezelf beoordelen, stimuleren, motiveren. Je kunt jezelf ontplooien en ontwikkelen. Maar je kunt ook kritisch zijn op jezelf, negatief denken, jezelf beschadigen. Jezelf altijd wegcijferen of faalangstig zijn: denken dat je het toch niet kan.

 

Het is best goed om te weten hoe je over jezelf nadenkt. Kun je jezelf liefhebben? Of vind je dat juist moeilijk? Soms is het belangrijk om daar dan aan te werken: als je op school zit, samen met de school. Als je ouder bent, misschien door hulp. Binnen onze kerken kan de De Driehoek daar ook veel in betekenen. En laten we vooral bij alle vragen, bidden om de kracht van de Geest.

 

Er zijn mensen die zeggen: de Here Jezus leert u eigenlijk het derde gebod. Je moet God liefhebben, je naaste en jezelf. Maar weer anderen mensen in de geschiedenis van de kerk, zeggen juist: er is geen gebod om jezelf lief te hebben. Luther zei: alles waarin je naar jezelf toegebogen bent is niet goed, en leidt af van de liefde tot de naaste.

Calvijn zei: de mensen hebben zichzelf al veel te veel lief. Ze zijn egoïstisch, volgen hun eigen verlangens en plannen, komen op voor wat ze zelf willen.

 

In de preek over hart voor elkaar zei ik: we moeten juist bevrijd worden van alle ik-gerichtheid.

Wanneer de Here Jezus dit zegt, dan bedoelt Hij: je moet je naaste liefhebben, zoals je vanuit je zonde geneigd zou zijn om jezelf niet lief te hebben. Dat is lastig, maar ik leg het uit.

 

Ik hoorde laatst iemand zeggen: als ik in de kerk kom, dan wordt juist al mijn zelfvertrouwen mij ontnomen. Ik hoor dan de wet, wat ik verkeerd gedaan heb, ik ben schuldig voor God, ik kan er niets aan doen. Hulpeloos maar schuldig. Misschien herken je dat wel.

Maar laten we dan kijken hoe God naar je kijkt. Als we lezen in de bijbel over de schepping dan lezen we dat God de mens zeer goed heeft gemaakt. Hij heeft de mens mooi gemaakt en met grote bedoelingen. God wilde samen met de mens leven. Ps 8 zingt erover: God heeft de mens bijna goddelijk gemaakt. Een belangrijke plek in de schepping, om te heersen over de dieren en de natuur.  Ja, God heeft de mens zelfs naar zijn beeld gemaakt. Je kunt zeggen: zijn stempel op de mens gedrukt. Daarom kun je jezelf liefhebben, omdat God zelf zegt: ik heb de mens goed gemaakt.

 

Ja, maar dan komt de zonde toch. Dan is de mens toch geneigd om het verkeerde te doen? Dan kan ik toch niet meer volmaakt goed doen? Dat is de werkelijkheid onder de zonde. Maar hoe kijkt God naar ons? Door Jezus Christus! Hij gaf zijn Zoon juist om die zonde weg te halen, om u en jou en mij te redden. Dat vieren we met het avondmaal! God heeft je lief en ziet geen smetje of zonde op je. God doet de Zon van de gerechtigheid en genade schijnen. Iemand schreef: onder de zon van Gods genade kunnen wij het verdragen in de duistere afgrond van onze schuld te kijken (Ds. Berkhof). Als je weet dat God je stevig vast heeft, kun je achteruit kijken naar wat verkeerd was. Pas als God zondagsmorgens zijn liefde en genade over ons doet schijnen, als Jezus Christus de zon van de gerechtigheid ons begroet heeft, dan pas kunnen we ook zien wat er mis gegaan is. Dan ben je dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus. Daarom, als je neergedrukt wordt door je zonden en gebreken, onthoud dan maar dat Gods zon van de liefde schijnt: de zon die het teken is van het licht en de liefde die Christus wil laten schijnen.

Een mooie tekst in dit verband is Ef 5,28-30: [Dia]  28 Zo moeten mannen hun vrouw liefhebben, als hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. 29 Niemand haat ooit zijn eigen lichaam, integendeel: men voedt en verzorgt het, zoals Christus de kerk, 30 want dat is zijn lichaam en wij zijn de ledematen.

Er is wederkerigheid in de liefde tussen man en vrouw, in de liefde tussen Christus en u. Door zijn liefde, kun je ook jezelf hebben. En wanneer je jezelf lief hebt kun je de ander liefhebben.

Kun je dan zeggen: er is een gebod om jezelf lief te hebben? Er is een gezang

Uw wil is het dat ik mijzelf liefheb, O God.

O laat mij dit gebod op uw bevel ook oefenen.

Ik zou het niet zo sterk willen zeggen. Maar je kunt wel zeggen: het is een geestelijke wet dat je steeds meer jezelf kunt accepteren en liefhebben, als je ziet hoe God jou liefheeft. Vanuit Gods liefde, krijg je liefde voor jezelf. Daarom leef je voor God in Christus. Het is geen gebod, maar het wel belangrijk om ook kinderen dat te leren: dat je trots op ze bent als ze iets goed gedaan hebben, dat ze ook in het gezin leren dat ze geliefd worden en daardoor hun eigenwaarde ontdekken. Zo mag je dat ook in Gods huisgezin ontdekken: Hij neemt je aan als zijn kind en heeft je echt lief. Je bent een parel in Gods hand, door Jezus Christus.

Natuurlijk zitten er grenzen aan: als je alleen met jezelf bezig bent en narcistisch leeft, dan kun je geen liefde meer hebben voor de naaste. Wanneer je jezelf zo goed vindt, dat je het zelf wel redt, dan heb je geen liefde meer voor God. Als je jezelf wilt ontplooien en ontwikkelen, en dat past bij deze tijd: je moet zelf wel aan je trekken komen, dan is dat mooi, maar dat zal niet ten koste moeten gaan van je naaste: je vrouw, je man, je gezin, je gemeente, je familie, de mensen om je heen.

Zoals je je eigen lichaam liefhebt, zegt Paulus, zo voedt en verkwikt Jezus de gemeente. Zo mag je vanuit zijn kracht als gemeente ook elkaar liefhebben. Samen het avondmaal vieren: daarbij kun je je niet terugtrekken, maar krijgen we juist hart voor elkaar! Hart voor elkaar, omdat Jezus hart voor de gemeente heeft.

2. Die liefde die God heeft voor u, dat is de reden dat je anderen lief kunt hebben. Ik las eens over een meneer Bodelzwing. Deze man heeft in Duitsland veel gedaan vanuit de kracht van het geloof dat bergen verzet. Hij was gegrepen door de liefde van Christus, die liet hij ook zien aan de mensen. Voor alleen gelaten mensen, zieke mensen en weeskinderen heeft hij vele huizen geopend. Toen hij de zeventig al gepasseerd was, en een grijze man geworden was, liep hij leunend op zijn stok door één van die huizen. Toen kwam hij op een afdeling met psychische patiënten. Een van die mannen kwam verwilderd op hem af, beledigde hem en verkocht hem een klap tegen zijn grijze hoofd. Wat was de reactie van Bodelzwing? Hij sloeg niet terug, zei ook niet dat ze deze man op moesten sluiten, maar zei, omdat hij zelf leefde vanuit de liefde van Christus: “we moeten deze man nog meer liefde geven, want zo te zien heeft hij nog niet genoeg liefde gehad.”

Met deze gebeurtenis maak ik de overstap naar het tweede punt: Pas als je weet dat je zelf geliefd bent, kun spreken over de liefde tot de mensen om je heen.

Nu is ‘naastenliefde’ in onze samenleving een wijdverbreid begrip. Maar toch is dat iets wat met name is gaan leven, toen het christendom verspreid werd. Wat zijn er door de kerken veel huizen gesticht om juist de zwakken op te vangen. In veel culturen staat niet de naastenliefde, maar het eigen ik voorop. Het werken met de ellebogen, het zelf vechten om je eigen plekje en je eigen plaats. Hadden zij maar beter hun best moeten doen in hun leven. Met name in het Romeinse rijk, maar ook in het rijk van Hitler was die mentaliteit overheersend, en merk je dat ook niet vandaag in sommige politieke partijen die gene oog hebben voor de naaste, en alleen voor zichzelf? Soms kan dat ook toeslaan, als je veel bezit: Dat wat je zelf bij elkaar gevochten hebt beschermen en verdedigen; de armen daar niet van laten delen. Soms kan die mentaliteit ook in je zitten als het gaat over contact met anderen: dat er als je iets verkeerds aangedaan wordt, of als je ergens van baalt, je gelijk geneigd bent om je gelijk te halen, er wat van te zeggen, er een discussie over te beginnen. In plaats van dat je antwoord met liefde, het kwade beantwoord met het goede, niet de keten van ruziemaken en mopperen in stand houdt, maar doorbreekt: door daar niet mee door te gaan.

Jezus leert dan: heb je naaste lief, als jezelf. Dat is het licht en de liefde die Hij leert, en vandaar uit kun je ook je zonde ontdekken, je tekorten, dat waarin je geen oog hebt voor dat wat goed is van de naaste.

Wie moet ik dan liefhebben? Wat moet ik dan doen? Moet ik dan iedereen gaan helpen? Je naaste is degene die God op je weg plaatst, letterlijk of figuurlijk. Niet doodslaan, is het verbod, maar dat doe je soms ook als je sommige dingen niet doet. [Dia] Kijk maar naar het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. De priester en de leviet liepen voorbij die Jood die in elkaar geslagen was. Doordat ze niets deden, en het hun taak niet vonden, hadden ze die man wel kunnen doden. Als iemand gewond is, en je helpt hem niet, dan kan hij wel doodbloeden. Als iemand het koud heeft en je geeft hem geen kleren, dan kan hij wel doodvriezen. Als iemand honger heeft, en je geeft hem geen eten, dan kan hij verhongeren. Als iemand alleen zit, en je bezoekt hem niet, dan kwijnt hij of zij weg.

Zo schoten de priester en de leviet ernstig tekort. Maar hoe gaat het vanmiddag, als er hier een zwerver op de stoep zit, of als iemand gevallen is en beduusd is. Als in Syrie mensen in de strijd omkomen? Wat doe jij als christen. Wat mooi als je om anderen geeft, die de Here op je weg plaatst. Wat pijnlijk als je zegt: “ben ik mijns broeders hoeder?”. Zoals Kaïn zei nadat hij Abel had doodgeslagen. Wat heeft de Here Jezus gedaan, toen Hij in de hemel was? Toen Hij zag dat de mensen de dood verdiend hadden en gevangen waren in het lijden van dit bestaan? Toen heeft Hij niet gezegd: ‘ben ik mijns broeders hoeder’. Hij heeft het Gode gelijk zijn niet als een roof geacht, het niet egoïstisch voor zichzelf gehouden: maar Hij is als God, een mens geworden. Heeft zichzelf gegeven, tot de dood aan het kruis. Heeft gegeven om zijn broeders en zusters, en hen kinderen van God gemaakt. Daarom zijn ook wij de hoeders van onze broeders, degenen die aangewezen worden om te geven om de mensen om ons heen.
Daarom zegt de Here Jezus tegen de Farizeeën: gaat heen en doet evenzo. Doet net zo als die Samaritaan deed bij die Joodse man. Doe net zo als Ik gedaan heb. Dan is een christen niet beter, dan een Samaritaan, een moslim, een Pool of gewoon iemand die geeft om een ander. Maar hij of zij heeft wel een andere reden, en een hele goede en diepe reden om om de naaste te gaan geven: Gods liefde voor ons.

 

Christus zelf heeft het gebod om niet dood te slaan heel radicaal uitgewerkt: niet alleen niet doodslaan, maar zelfs niet schelden of dwaas noemen. Hij heeft gewezen op de liefde. Christus zelf heeft dit gebod ook in zijn volheid vervuld: hij schold niet terug toen ze hem scholden, Hij bad om vergeving van de zonden van de soldaten, want die wisten niet wat ze deden. Door die liefde wordt de liefde voor de naaste mogelijk.

 

Laat ik eindigen met één verhaal van Franse bodem:

Toen de tweede wereld oorlog afgelopen was, toen werd een aantal Duitse soldaten door de Fransen in een kamp gevangen gehouden.

Waaronder ook een Duitse dominee, van wie ik een boek las.

Op een dag werden ze door een vrouw uitgenodigd.

Een dochter van haar vriendin was omgekomen in een kamp in Duitsland. Ze had daar veel verdriet om. Maar, zei zij, ik wil dat verdriet, niet beantwoorden met uitjouwen en uitschelden. Ik wil het beantwoorden met liefde.

 

En zij zorgde voor brood en kaas, voor de Duitsers die maar weinig te eten hadden.

Dat bracht ze bij het kamp, en daarbij had ze een briefje gedaan.

Ik lees dat briefje voor en daarbij bidt ik, dat dat briefje ook voor u en jou en miij een steun in de rug mag zijn als je te midden van haat in liefde wil leven:

Jezus is de held, die door zijn liefde alle vijanden overwint

Jezus legt de wereld aan zijn voeten

Christus komt met macht, Zijn licht voert ons uit de nacht.

Amen.

 

Liturgie zondagmiddag 4 maart 2012

Ps 101:1,2,3

[Hooghalen Avondmaal: Formulier 3 (beamen, gkv.nl/downloads/Harderwijk 2011)]

[Hooghalen Geloofsbelijdenis / aan tafel zingen: Gz 90:1 (ontsluit o Heer) + dankzegging]

Gebed

Lz Luk 10:25-37

Ps 8:3,4,5

T Zondag 40

Preek

Thema en verdeling (beamen):

Liefhebben door de liefde van Christus

1. Door zijn liefde heb ik mijzelf lief

2. Omdat ik geliefd ben, heb ik anderen lief

Lied 481:1,2 en 4

[Beilen: geloofsbelijdenis +Gz 108: halleluja, eeuwig dank en ere]

Gebed

Collecte

Ps 139:11 (aangekondigd na collecte)

Zegen en gezongen amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: