Zondag 47 – Prijs God! Hij wil zijn naam aan je verbinden.

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, juni ’13

Tekst: Psalm 52 / Zondag 47 / Fil. 2:1-11

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[0.1] Hebben jullie al een mooie handtekening bedacht, jongens en meisjes? Zo goed dat je hem al helemaal uit je hoofd kent? Je zult hem vaak nodig hebben in je leven!

Het kan je zomaar gebeuren dat je gevraagd wordt ergens je handtekening onder te zetten. Je wordt gevraagd een petitie te tekenen, je hebt een officiële brief geschreven, of je hebt voor de belasting iets in moeten vullen. Door je handtekening te zetten laten je zien dat jij je naam ergens aan wilt verbinden. Dat je het er meer eens bent, dat je er achter staat, dat het klopt, dat het van jou is. Ze mogen je er op aan spreken.

[0.2] Vanmorgen gaat het in deze preek voor het avondmaal over Gods naam. Als we gaan bidden, bidden we of zijn naam ‘geheiligd’ mag worden. Dus dat je met je leven steeds bij alles wat je doet ook God de eer kan geven. Eigenlijk naast je handtekening ook kan zetten: S.D.G. aan God de eer! Soli Deo Gratia. Niet alleen als er een handtekening gevraagd wordt, maar bij alles wat je doet. Kun je zeggen: ik geef God thuis, in mijn leven, op mijn werk, bij mijn woorden, mijn daden, steeds de eer. Ik doe de dingen niet alleen omdat ik het mooi vind, maar ook omdat hij ze mooi vindt?

 

[0.3] Dat kan alleen als je zeker weet dat God ook zijn handtekening onder jouw leven wil zetten. Als Hij het ook eens is met dingen die je doet. Is Hij blij met jouw woorden, daden en gedachten. Wil Hij jou volgende week van harte aan zijn tafel ontvangen om te eten van het brood en te drinken van de wijn. Wil Hij als de grote, heilige God echt zijn handtekening onder mijn, uw en jouw leven zetten? Vandaag letten we op dat wonder dat God zijn naam aan ons wil verbinden!

 

[0.4] Prijs God! Hij wil zijn naam aan je verbinden!

1. Niet vanwege je eigen naam

2. Maar om de naam van zijn Zoon

3. Zodat zijn naam steeds meer geprezen wordt

 

1. Niet vanwege je eigen naam

Wanneer je je handen vouwt en tot God begint te spreken, is het meest geweldige dat je hem gelijk aan mag spreken als je Vader.  Wat een vertrouwen wil God daarmee gelijk aan het begin van je bidden al geven. Wat je ook bezig houdt, wat er ook in je leven gebeurt, wat je me ook wil vragen: ik ben je Vader. Ik hoor je stem. Maar als je dat gezegd hebt, klinkt gelijk die tweede zin: ‘Uw naam worde geheiligd’. Een opvallende zin, want het is een zin waar als je even over doordenkt, je best even van kan schrikken. God is wel die goede Vader, maar of zijn naam door mijn leven, door mijn woorden, gedachten en daden nu zo groot gemaakt wordt? Of ik nu overal ook zijn naam onder kan zetten? Of ik Hem zo heilig?

 

Luther zegt als hij het Onze Vader uitlegt, ‘ik ben in de Bijbel geen leer tegen gekomen die ons leven zo in zijn kleinheid en nietigheid voorstelt, als dit gebed’. Hij zegt het wel heel sterk! Hij legt ook uit waarom: ‘Wij leven allemaal een leven waardoor Gods heilige naam en eer juist voordurend gelasterd worden. Wij vinden andere goden belangrijk in ons leven en willen juist zelf heer en baas over ons leven zijn.’

Het is typisch Luther, de boer Luther die de dingen zo zwart-wit kan zeggen. Schokkerend. Maar tegelijk is het ook Luther die zijn leven lang probeerde om wel Gods naam zelf te heiligen. Om zelf het goed te doen. Om zelf Gods liefde te verdienen. En wat brak het hem steeds bij de handen af. Hoe goed hij ook zijn best deed.

 

In Psalm 52 kwamen we ook iemand tegen die zo los van God leeft. Hij spreekt woorden, zingt liederen waarmee hij zijn naaste niet iets moois zegt, waarmee hij tegen God niet iets moois zegt. Hij is uit op de leugen, in plaats van de waarheid. Hij heeft het kwaad meer lief dan de waarheid. Hij smaalt op God, zet zich af tegen God, wil van God niet weten. Kijk daar zie het leven van iemand die niet verbonden met God wil leven. Die zijn eigen gang wil gaan. Ik sprak vorige week een bioloog en hij zei: liefde voor andere mensen, daar geloof ik niet in. De mens is alleen gericht op zijn eigen belang en op overleven. Zelfs in het Nieuwe Testament, in Filipenzen moet Paulus de mensen nog voorhouden: als je nu gelooft in Jezus Christus: zoek dan niet je eigen belang, ga dan niet prat op jezelf, stel dan niet jezelf centraal en wees niet hoogmoedig.

 

Vanuit Psalm 52 wordt duidelijk wat er gebeurt als je zo los van God leeft, uit op eigen belang. God kan dat niet verdragen. Wie niet op God vertrouwt, maar op zijn geld, op zichzelf, op zijn eigen naam, die redt het niet. Aan zo iemand wil God zijn naam niet verbinden, die ontvangt niet het eeuwige leven.

 

En op allerlei manieren kunnen we dan proberen dat anders te doen. Je leven te verbeteren. Hoge idealen hebben. Als je je hart vergelijkt met een koude steen: hard je best doen dat je hart warm wordt. Dat er meer liefde doorstroomt voor de anderen. Of als je het vergelijkt met een boom of bloem: heel hart gaan werken dat er meer vruchten aan komen, dat er meer blad aan groeit. In de loop van de geschiedenis zijn er al heel wat verbeterings-, scholings- en opvoedprogramma’s geweest. Maar of de mensheid nu al zoveel beter is. Ook binnen de kerk wordt er veel nadruk op heiliging gelegd: nu moet het toch echt anders. Nu moet het meer. Maar tegelijk wat kun je ook teleurgesteld zijn in jezelf, in anderen, in de gemeente. Wat kun je soms verdrietig worden als je kijkt naar hoe je het in je leven eraf brengt.

Dat je toch weer die verkeerde woorden zei … waar God niet blij mee was.

Dat je toch in gedachten voor God weer goed wist te praten dat je iets zwart deed.

Dat je toch dat mailtje verstuurde waarin je je eigen belang zocht.

Als je je ogen sluit. Als je zegt onze Vader, en dan bidt: uw naam worde geheiligd.

Dan is dat eigenlijk gelijk een belijdenis van je eigen schuld. Dat wij Gods naam vaak zo weinig heiligen. Zoals we dat ook elke zondag aan het begin van de dienst belijden, nadat God ons als Vader begroet heeft: Heer, wij belijden u onze schuld, de koudheid van ons hart, het verkeerde waar we onze naam aan verbonden hebben en die keren dat we niet uw eer zocht. En in die zin moet je Luther wel gelijk geven: juist dit gebed stelt de onheiligheid van onze naam in vergelijking met Gods naam in het licht!

 

Prijs God! Hij wil zijn naam aan je verbinden!

1. Niet vanwege je eigen naam

2. Maar om de naam van zijn Zoon

Uit het eerste punt mag wel duidelijk zijn, dat als we zelf een rijtje maken van alle dingen die we doen, als we een A4tje vol zouden schrijven, en we zouden vragen: Heer, verbindt u hier uw naam aan, dat God dat niet zou willen. Er is niemand, zelfs de allervroomste en heiligste niet die zo uit zichzelf dicht bij God zou kunnen komen. En toch wil God zijn naam aan ons verbinden… wanneer Paulus aan de Filippenzen schrijft dat Hij wil dat ze groeien in geloof, dan zegt hij: ik wil dat jullie vol raken van Jezus Christus, dat Hij steeds meer in je komt wonen. Want Jezus is uit de hemel gekomen, is neergedaald naar de aarde en is een knecht geworden. Deze Jezus heeft zich dus met U, jou en mij verbonden! Je mag één worden met Hem: Hij leidde wel een leven zonder zonde! Onder zijn leven wil God wel zijn handtekening zetten! En nu heeft God hem ook nog uitermate verhoogd: Hij heeft de allerhoogste naam, naam boven elke naam gekregen. En als je gelooft in Hem, mag je zijn naam dragen: Christen zijn. God noemt jou geliefd en geheiligd en hij wil je ontvangen aan zijn tafel.

Ja, maar… dat A4tje van mijn leven dan? Die zonden, die haat, die verkeerde tong, die opmerking, dat vuil, die donkere plekjes in mijn leven? Christus heeft gezegd: geef dat lijstje maar hier. Kom maar met die aanklacht. Geef het maar aan mij. Ik neem het mee de diepte in. Ik spijker het aan het kruis. Ik wil er niet meer aan denken: ik geef mijn leven, mijn lichaam en bloed, zodat God het zal vergeven en wegdoen. Mijn broeder, mijn zuster: zo lief heeft Jezus Christus jou, dat Hij zo met jou om wil gaan. Om de naam van Jezus Christus, wil Hij zich met jou verbinden. Wat een liefde en genade! Wat laat Hij daarmee zijn liefdevolle, heilige en genadige naam over ons leven stralen! Hij ziet mij niet langer als zondaar, Hij ziet mij als heilig door zijn Zoon Jezus Christus.

Wanneer je dus het onze Vader bidt en zegt uw naam worde geheiligd, dan denk je dus niet langer in de eerste plaats aan de onheiligheid van je eigen naam, maar dan denk je aan de liefde van God, die zijn handtekening onder jouw leven plaats. Gods naam heiligen is Hem allereerst danken voor zijn verlossing in Jezus Christus. Dan zeg je dus eigenlijk als je dit bidt.  Vader, ik geloof dat u ook de beschuldiging tegen mij verscheurd hebt, alleen om het kruis van Jezus Christus.

Vader, Dank u dat Jezus Christus het voor mij weer goedgemaakt heeft.

Vader, Ik geloof dat ik nu om zijn Naam uw kind mag zijn.

Vader, ik geloof dat het lichaam en bloed van Christus, nu mijn sieraad en mijn feestkleed zijn!

 

Prijs God! Hij wil zijn naam aan je verbinden!

1. Niet vanwege je eigen naam

2. Maar om de naam van zijn Zoon

3. Zodat zijn naam steeds meer geprezen wordt

Hoe kunnen we dan toch groeien in het heiligen van Gods naam. Hoe kunnen we steeds meer God de eer geven, niet alleen in ons gebed, maar ook door wat we doen. Hoe kunnen we niet alleen op zondag, maar ook op maandag en zaterdag zorgen dat Gods naam om ons geprezen wordt? In psalm 52 zagen we dat iemand zijn ondergang tegemoet leefde zolang hij niet met God verbonden wilde zijn en zijn vertrouwen stelde op het leven hier en nu, op zijn geld. Aan het slot van de psalm zien we dat de dichter juist wel verbonden wil zijn met God: Heer ik wil u danken voor uw liefde, U eeuwig loven om wat u gedaan hebt en Ik blijf hopen op uw naam die goed is.

Hij vergelijkt zich dan met een olijfboom die bloeit, een olijfboom die niet bloeit uit zichzelf, maar omdat hij verbonden is aan de juiste sapstroom. Daarom is de vraag als je wilt groeien in de heiliging: ben je aangesloten op de goede stroom, ben je steeds weer verbonden met Jezus Christus. Prijs je zijn liefde.

Iemand vergeleek het eens met een steen. Een steen kan koud en kil zijn en kan erg zijn best doen om zichzelf te verwarmen, maar zal er niet veel van terecht brengen. Wat nodig is, is dat de steen in de zon gelegd wordt en de warmte van de zon ontvangt. Dan zal de steen vanzelf warmer worden en ook warmte uitstralen. Zo is het van belang dat we de kracht niet in onszelf zoeken, maar juist in God: in zijn licht en liefde. En hoe meer we zijn naam in ons leven centraal stellen, hoe meer wij zijn naam ook zullen prijzen en loven. Hoemeer warmte wij van hem ontvangen, hoe meer warmte wij om ons heen ook zullen laten stralen.

Kijk maar hoe God geprezen wordt, juist op de momenten dat hij in zijn liefde dichterbij komt: als de herders het goede nieuws ontvangen en het kind Jezus gezien hebben. Als Jezus Christus opstaat uit de dood. Als Gods Geest gegeven wordt, zoals we net met Pinksteren gevierd heeft. God geeft Jezus de hoogste naam: en uiteindelijk zal elke knie zich voor Hem buigen. Uiteindelijk zal hij lof ontvangen van heel de wereld.

Wanneer je ziet wat God gedaan heeft, kun je niet anders dan God prijzen. Toch is dat niet iets wat dan automatisch gaat. Want wanneer er nog donkere bladzijden in je leven zijn, heeft God ze misschien vergeven, maar kunnen ze je leven nog wel moeilijk maken. Kun je ondanks de mooie woorden over Gods liefde, door een dal van diepe duisternis gaan. Maar ook dan wil God u met zijn liefde omringen. Wil Hij met je meegaan en met zijn eeuwige Naam je dragen. En bovendien wijst Hij in de Bijbel aan waar onze aardse donkere dal naartoe leidt: naar het licht van de morgen. In openbaring 22 lezen we: Hij liet me een rivier zien met water dat leven geeft. De rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en van het lam. Aan weerskanten van de rivier stond een levensboom, die twaalf vruchten gaf, elke maand zijn eigen vrucht. De bladeren van de boom brachten de volken genezing. 3 Er zal geen naam meer zijn waarop nog een vloek rust. Zijn dienaren zullen hem vereren 4 en hem met eigen ogen zien, en zijn naam staat op hun voorhoofd. 5 Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn. Daar mag ook het H.A. een voorsmaak van zijn!

Bidt daarom elke dag weer: uw naam worde geheiligd. Heer, dank u dat u uw naam aan mijn leven wil verbinden. Dat u uw handtekening zet. Geef mij uw kracht en liefde, zodat ik steeds meer mijn woorden en handtekening op de juiste plek zet. En dat onder alles wat ik doe of zeg steeds mag staan: Uw naam worde geheiligd. Soli Deo Gloria! Amen

Liturgie zondagmorgen 2 juni Beilen, 9.30

Gz 171:1 en 2

Wet; Ps 52,1.4

Gebed

Lz Ps 52

Lz Fil 2,1-11

Lied 21,1.3.7

T Zondag 47

Preek

Ps 52,5.6

Gebed

Collecte

Ps 135:2,8,12

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: