Genesis 38 – Tamar: God laat de rode draad doorlopen!

Preek gehouden in Heemse, november ’13

Tekst: Gen 38

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus, jongens en meisjes,

[Dia 1] Weet je dat je er misschien helemaal niet geweest was?

Wanneer je vader je moeder niet had leren kennen was jij nooit geboren.

Als je oma je opa niet had ontmoet, of als ze geen kinderen hadden kunnen krijgen, was je er ook niet geweest.

En toch ben je er! Heel bijzonder: er is als het ware een rode draad die van Adam, via je overgrootouders, je opa en oma, je vader en moeder naar jou toeloopt!

Wat kun je genieten als opa en oma als je ziet dat de draad doorloopt,

maar wat kan het tegelijk moeilijk zijn als je geen kinderen kan krijgen.

[Dia 2] Weet je dat de Here Jezus er misschien helemaal niet gekomen was? Tenminste als het aan de mensen had gelegen.

Vandaag letten we erop dat de rode draad die door de Bijbel loopt, bijna lijkt dood te lopen. De rode draad naar Jezus toe. De rode draad die Matteüs gelijk aan het begin van zijn boek uit de doeken doet. Gelijk als hij begint te schrijven over Jezus Christus, de verlosser van de wereld, dan kijkt hij eerst achterom: “Kijk eens naar de weg die God gegaan is.

Weet je nog hoe wonderlijk die weg ging:Toen met Rachab van Jericho. Hoe bijzonder: toen met Ruth, die uit Moab kwam en dat die draad zo raar liep en toen David een zoon kreeg van Batseba. En vandaag letten we dan op Juda en Tamar: zo’n merkwaardige geschiedenis die je eerder zou verwachten bij GTST dan in de Bijbel. Maar ondertussen liep de draad wel door!

Soms kun je wel je zorgen hebben. Als je niet goed weet hoe het verder moet in je leven. Of zorgen over de kerk: als er kerkbanken leeg blijven, als je kleinkinderen niets meer met geloof hebben. Als er spanningen zijn over hoe het verder moet in de kerk. Als je hier hoort van zonde van overspel of andere seksuele zonden. Zal er wel geloof zijn als Christus terugkomt? Houdt Hij zijn kerk wel in leven?

In de komende weken van advent zullen we letten op Gods werk. Letten op de rode draad. Ons verbazen over hoe die draad liep en blij zijn dat de rode draad niet doodliep, maar dat God zelf in zijn verkiezende liefde zorgde dat de Messias geboren zou worden!

[Dia 3] God laat de rode draad niet doodlopen!
1. De draad lijkt doorgeknipt (vers 1-12)

2. De draad wordt in zonde opgepakt

3. De draad wordt door God een draad tot redding

1. De draad lijkt doorgeknipt. Genesis is het boek van de geboorten. Steeds weer komt de lijn van Gods geschiedenis een stapje verder. Je kunt het nabladeren. Vanaf de geschiedenis van Adam, gaat het naar Abraham. En dan komt Isaak, en Jakob. En dan staat er aan het begin van hoofdstuk 37:2 “Nu volgt de geschiedenis, de toledoth van Jakob en zijn nakomelingen”. Maar wat een zooitje maken die ervan. Jozef, de meesterdromer, wordt door zijn broers niet gepruimd. Hij wordt gewoon in de put geworpen! Wat zal Hij geroepen hebben: laat me eruit! Red mij! Hij overleeft het maar net omdat zijn broers hem verkopen naar Egypte.

[dia 4] Dan duurt het zo’n twintig jaar voordat zijn broers naar Egypte komen. Ondertussen worden de jongens groot. En Juda is zijn broers zat. Hij verlaat zijn broers, neemt waarschijnlijk een deel van de kudde mee en gaat wat zuidelijker dan Hebron wonen. Hij sluit een vriendschap met Chira. Hij trouwt met de dochter van Sua. Hij verlaat de sfeer van Gods verbond, van zijn familie, hij vermengt zich met de heidenvolken. Net was er strijd binnen het gezin van Gods verbond, ze accepteerden de dromen van Jozef niet. Maar nu verlaat Juda als het ware Gods lijn, en begeeft zich buiten het verbond. Hij kiest zijn eigen weg.

[Dia 5] En dan denk je: misschien kan God dan wel een kind geven via de Kanaänitische vrouw. En die kinderen komen er ook wel. Drie zonen. Wat een rijkdom!

Dan trouwt de oudste met Tamar. Wat een feest, wat een blijdschap! Dan moet toch zeker de rode draad kunnen worden voortgezet.

Maar het loopt even anders. Als er een vrouw gevonden is voor de oudste, voor Er, dan neemt God zelf die zoon weg voordat er kinderen komen. Gelukkig heeft God zelf ingesteld dat dan de broer moet zorgen voor nageslacht. Het leviraatshuwelijk, dat betekent het huwelijk met je zwager, moest zorgen dat de rode draad toch doorliep. Maar daar het Onan geen zin in: Hij zorgde ervoor dat Tamar niet zwanger werd van zijn zaad. God is daar boos over en neemt hem ook weg. En ja, dan is Juda zo bang geworden. Hij heeft geen zin om zijn derde zoon, om Sela ook aan Tamar te geven. Straks is hij hem ook nog kwijt. Hij zegt het nog mooi: Ga maar even bij je vader wonen Tamar, tot Sela groot is. Maar ondertussen houdt hij Sela gewoon bij zich, en gelooft niet dat God echt wel voor nageslacht zal zorgen.

Kijk en daar zit Tamar dan bij haar vader. Wat een feest was het geweest op die eerste bruiloft, toen met Er. Wat hadden ze samen veel verwacht. Maar wat zit ze in haar leven nu diep in de put. Wat geeft het een verdriet in je leven als je je man moet begraven. Wat een onvoorstelbaar leed als je tot tweemaal toe je man moet begraven. Als vrouw blijft ze alleen achter. Er zijn geen kinderen, geen nageslacht. Sommige van u weten maar al te goed hoe die pijn je leven kan stempelen. Hoe het je bezig kan houden en in beslag kan nemen. Wat kun je dan een vragen hebben aan God: bij een overlijden, als kinderen uitblijven. Heer, waarom? En zo lijkt de veelbelovende geschiedenis van de rode draad te eindigen in een situatie vol verdriet en vragen. Juda, over wie Lea bij de geboorte nog gezegd had, nu loof ik de Here!, Juda’s tak lijkt doorgeknipt. De draad gebroken. De belofte van redding lijkt verder weg dan ooit.

[Dia 6] 2.  De draad wordt in zonde opgepakt

Maar Tamar legt zich niet neer bij haar lot. Zij weet zich in de steek gelaten door haar schoonvader. Hij moest haar zijn zoon geven, maar dat doet hij niet. Zij is als vrouw in die cultuur machteloos, kan weinig beginnen. Dan kiest zij een andere tactiek. Wanneer de vrouw van Juda is overleden, weet ze dat hij een keer naar de schaapscheerders gaat. Ze gaat langs de kant van de weg zitten, doet een sluier over haar gezicht. Ze ziet eruit als een hoer. Een prostitué die actief was bij een tempel. Bij zo’n feest, hadden ze gemeenschap met mannen. De vereerders van de afgoden geloofden dat ze zo gezegend zouden worden door de afgoden. Een zonde die God verbiedt!

Maar Tamar kiest juist deze zonde, deze verkeerde weg om haar schoonvader te verleiden. Juda spreekt haar aan. Hij wil wel. Oke, maar wat wil je betalen. Ik zorg dat je een geitenbokje krijgt. Nee, niet zo’n oude geit, maar een jong bokje uit mijn kudde. Prima, afgesproken. Maar helaas heeft Juda geen bokje bij zich, en daarom moet hij iets geven. En dan geeft hij het meest persoonlijke wat hij heeft: zijn staf, met persoonlijke inkervingen. Zijn zegel, en het snoer waarmee hij die zegel om zijn hals droeg. Wij zouden zeggen: hij gaf zijn creditcard en zijn autosleutels. En hij denkt, straks stuur ik iemand met een bokje en dan krijg ik het wel terug.

[Dia 7] Maar het loopt allemaal anders! Tamar is niet meer te vinden. En Juda wil ook niet zichzelf belachelijk maken bij iedereen. Om nu overal te gaan vragen: was jij die vrouw met wie ik dat avontuurtje heb gehad, dat is ook wat. Het verhaal lijkt voor Juda ten einde. Hij leeft met een geheim van zijn zonde. Maar doet er niets mee.

Maar dan … drie maanden later! Dan is daar opeens dat bericht over Tamar zijn schoondochter. Ze is zwanger. Ze heeft gehoereerd! En nu vindt Juda dat opeens heel erg. Het is zijn schoondochter, hoort bij zijn familie. Hij heeft het over haar te zeggen. Op de brandstapel! Je moet haar verbranden! Hoezo een dubbele moraal: zelf is hij net zo schuldig, maar Tamar moet dood.

Gelukkig heeft Tamar de bewijzen nog. Ze wacht tot de dag van de veroordeling. Ze wordt buiten de stad gebracht. Zij lijkt te moeten sterven, maar dan komt ze op de proppen met de zegelring, het snoer en de staf. Wat zal Juda rood geworden zijn. Wat zal hij zich geschaamd hebben. Snel trekt hij het vonnis in, en nu is hij ook eerlijk. Zij is beter dan hij, zij staat meer in haar recht. Hij is het eigenlijk een nog grotere zondaar is.

Wat een verhaal! Misschien een verhaal dat je thuis maar liever overslaat. Ik las ook dat iemand zei: er zit weinig leerzaams in dit verhaal wat je aan de gemeente mee kan geven. En dat is ook zo. Het gaat van zonde op zonde. Maar is het daarmee ook niet verhaal dat dicht bij de werkelijkheid komt? Lopen mensenlevens soms niet heel bijzonder en krijgt de zonde daarin soms een plek. Hoe gaat het met mannen: mannen die misschien wel recht moet spreken over anderen, die de schijn ophouden. Maar wat doe je als je op zakenreis bent en alleen in een vreemde hotelkamer? Neem je als man je verantwoordelijkheid in je gezin en je familie? En wat kun je je als vrouw soms in het nauw gedreven voelen. Dat je denkt, nu kies ik wel mijn eigen weg zonder God. Want als ik me altijd precies aan Gods geboden moet houden, is er dan wel toekomst voor mij? Dit verhaal gaat over gewone mensen, met hun eigen zonden.

Toch is dit het voorgeslacht van de grote redder van de wereld. Hij die echt God was, werd echt mens. Geboren in Bethlehem, Hij kwam tussen ons mensen. Kon met ons meevoelen in onze zwakheden: Hij gaat in tot een zondige wereld, al is Hij zonder zonde. Hij komt uit een geslacht van zondige mensen. Die zich laten leiden door de eer, door seksuele lusten, door oneerlijke spelletjes. Mensen die er op geen enkele manier recht op hebben. Als het aan mensen gelegen had, als het aan u, jou en mij gelegen had, had God zijn Zoon niet laten komen. Maar toch: God gaat in tot deze wereld. Uit genade, in zijn verkiezende liefde, wil Hij juist deze wereld redden en bevrijden. Uitleiden uit de zonde. Jezus komt in deze zondige wereld. Juist door via de menselijke lijn van de zonde wordt de draad weer opgepakt. Het is geen draad, geen plan, geen redding van mensen: God zelf werkt op zijn wonderlijke manier zijn plan uit. Het is een redding die van Hem komt!

[Dia 8] 3. De draad wordt door God een draad tot redding. En zo lezen we dan dat er een kind geboren wordt. Ook hier is er weer strijd. Komt er een kind eerder, krijgt hij de rode draad al om zijn arm. Maar de ander dringt hem toch opzij. Perez is degene die echt in de rode draad van koning David en zo van Jezus zal worden opgenomen. Zijn naam is doorbreker: hij dringt zich met kracht naar voren. Zo is God aan het werk: Hij baant zich een weg door deze wereld. Zodat de Messias, de redder geboren kan worden. Zo leidt God de geschiedenis van Juda en Tamar en kan Jakob uiteindelijk ook aan Juda die grote belofte geven (Gen 49). De scepter zal van Juda niet wijken, nog de heersersstaf. Totdat hij komt, die er recht op heeft, die alle volken zullen dienen. Zo zal in vervulling gaan wat Lea al zei bij de geboorte: Nu mag er geloofd en geprezen worden. Hij heeft geleerd van zijn zonde: want hij is het die straks opkomt voor Benjamin en zegt: neem liever mijn leven, dan zijn leven. Zo gaat God verder. Daarbij wordt de Kanaänitische Tamar ingeschakeld. Alle volken zullen hem dienen: Het heil zal er zijn voor heel de wereld. Zo komt Jezus niet alleen voor de zondige mensheid, hij komt ook voor iedereen voor heel de wereld. Het zal kerstfeest worden!

Laten we zo vol vertrouwen op weg gaan. God heeft zijn belofte niet gebroken, ondanks ontrouw van de mensen. Hij bracht zijn Zoon voor de eerste keer. Hij houdt zijn kerk ook in leven, hoe ook bespot en verdrukt. Laten we het doel van ons leven nooit vergeten en steeds gericht zijn op zijn komst! Laten we zo stand houden!

En laten we dat doen, terwijl we weten dat Christus voor onze zonden zijn leven gegeven heeft. Hij kwam om ons te redden. Hij is al één keer gekomen. Nu mogen we leven uit dank, mogen we leven door de Geest. Laten we bidden om die geest, om sterk en krachtig te zijn. Ook als we als mensen soms zomaar de moed op kunnen geven, en de duivel op de loer licht om ons door zonde te laten verleiden: door seksuele zonden, door zonden van machtsmisbruik. Laten we bidden om sterk te zijn, en krachtig weerstand te bieden tegen de zonden. Omdat we weten dat we in zijn handen zijn en nergens beter zijn dan bij Hem: Hij laat nooit varen het werk van zijn handen! Want Hij heeft zijn eigen Zoon gegeven, tot u, jou en mijn redding. Amen

Liturgie 1e advent 2013 – Heemse 9.00u en 11.00u – Ds. Dick Dreschler

Opwekking 612 – En ik kom tot U

Gedicht (zie onder) Tamar Lianne Bril (9.00u) en Cathalijne van Dijk (11.00u)

Votum en zegengroet

Lied 125:1,3 en 4 (O kom, o kom Immanuël)

Schuldbelijdenis en genadeverkondiging

Ps 85:1,3

Gebed

Lezen Gen 38:1-30

Lied 122 (Kom tot ons, de wereld wacht)

Tekst Mat 1:1-3

Preek

Ps 132:1,9,10

Wet

Ps 86:4

Gebed

Collecte

Zingen: Gz 139:4 en 6 (U Christus onze Heer; aangekondigd na collecte)

Zegen

-TAMAR-

Een palm die vrucht wil dragen
al wordt het tot je eigen schand
in onrecht bleef je klagen
nam recht in eigen hand.

 

Maar God heeft het genomen
gewogen en gebogen
om tot een recht lijn te komen
Hij had jouw heil voor ogen

 

Zo werd jij schakel in de lijn
van Christus’ voorgeslacht
die naar de mens gesproken
Zoon van koning David was.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: