Mat. 2 – De Redder weg gaat de weg van degenen die Hij redt!

Preek gehouden in Heemse, december ’13
Tekst: Matteüs 2

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Help, Help! Klinkt er. Het is 12 februari 2012, twee jaar geleden. Er is heel wat geschaatst de weken ervoor, maar nu zet de dooi in. Het ijs wordt gevaarlijk. Raymond ziet die zondag dat er ook in Almere veel geschaatst wordt als hij naar huis fietst. Opeens hoort hij gespetter van water. Er klinkt: ‘Help, help!’ Een jongetje, Zixiang, klimt helemaal nat op de kant. Maar al snel ziet Raymond dat een meisje in het water ligt. Joann is 12 jaar en probeerde hem te redden. Het lukt haar nu zelf niet om op de kant te komen, door haar natte, zware jas en door de kou. Snel gooit Raymond zijn fiets op de grond. Hij schopt met zijn schoenen het ijs kapot, duwt schotsen opzij en zorgt dat het meisje richting de kant kan komen. Als ze dichterbij is, buigt hij voorover en tilt haar onder haar oksels uit het water. Wat nu? Snel onder de douche! Gelukkig wonen de kinderen dichtbij. Ze rennen met z’n drieën richting hun huis. Dat was heftig denkt Raymond! De kinderen hadden wel om kunnen komen. ’s Avonds verschijnt het verhaal van de redding uitgebreid op de TV en in de kranten. [https://www.readersdigest.nl/redding-uit-ijskoud-wak]
Aan dit verhaal moest ik denken toen ik probeerde samen te vatten wat aan het eind van dit hoofdstuk van Matteüs staat. Dit meisje van 12 moest het redden van het jongetje bijna met haar leven bekopen, als Raymond niet in de buurt was geweest. Raymond was bereid om zijn eigen leven in gevaar te brengen voor degenen die hij ging redden. Afgelopen week hebben we gevierd dat Jezus naar deze wereld kwam. Hij gaf zichzelf voor ons. Wanneer Matteüs dan verder gaat schrijven over wat er gebeurt, dan laat hij zien dat Jezus niet alleen een mens wordt zoals wij met haren, ogen, een neus, een lichaam. Maar dat hij ook dezelfde weg moet gaan als de mensen, als het ware in het wak moest gaan. Hij ging dezelfde weg als het volk Israël, Gods Zoon. Maar ook de weg die wij moeten gaan: wij die in een wereld zijn, waarin het kwaad rondgaat, waarin je soms roept ‘Help, Help’, waar je soms aan de zijkant of in het donker wordt gezet. Zo kan Hij als redder ook echt met ons meevoelen.
De Redder gaat de weg van degenen die Hij redt
1) Hij komt uit Egypte
2) Hij wordt bedreigd door het kwaad
3) Hij verdwijnt naar de zijkant

De wijzen zijn gekomen uit het oosten: hebben geknield voor koning Jezus. Maar als ze terug willen gaan worden ze gewaarschuwd in een droom. Ga niet langs Herodes! God beschermt hen! De wijzen gaan niet via Jeruzalem dat vlakbij ligt, maar waarschijnlijk gaan ze om de zoutzee heen en pakken dan de route via Moab naar het oosten op.
Jozef wordt ook gewaarschuwd. Hij moet zorgen dat hij wegkomt. Want als hij niet oppast zal Jezus nog gedood worden. Daarom pakken ze snel hun boeltje bij elkaar, midden in de nacht. Ze pakken wat doeken voor Jezus. Maria neemt haar kind: het zwaard begint door haar ziel te gaan (Luc 2:34v). Opeens moet het huishouden helemaal omgegooid en moeten ze op de vlucht. Ze gaan op weg naar Egypte.
Eerst moet de Heiland daarheen, waar het volk zoveel eeuwen onder de slavernij van de Farao’s had geleefd. Zoveel geleden had onder zijn bewind. Waar de jongetjes in de Nijl waren gegooid! Maar de Heiland moet erheen. Terug naar het slavenhuis, waar vandaan God eens zijn Zoon had geroepen.
Hosea haalt het aan in zijn profetie (11:1-5): God heeft het volk uit Egypte geroepen: zijn eigen Zoon. Maar zij luisterden niet, gingen andere goden achterna. Zelfs toen God hen trok met koorden van liefde en trouw, toonde God zij zich ontrouw. Nu gaat Jezus die weg van het volk over doen. Hij wordt naar het huis van de slavernij gebracht. Het huis van de gevangenschap. Zodat Hij als de volmaakte zoon uit Egypte geroepen kan worden en wel stand kan houden tegen de verzoekingen in de woestijn, waar het volk zo vaak struikelde.
Elke zondagmorgen horen wij de Wet. Ik ben de Heer die je bevrijd hebt uit Egypte uit de slavernij staat erboven. Jezus Christus kwam op aarde op het juk van onze zonde op zich te nemen zodat wij in vrijheid kunnen leven. Hij werd aan ons gelijk, alleen zonder de zonde. Maar Hij heeft de pijn en de vernedering van de zonde wel gedragen. Om uw, jouw en mijn zonden werd Hij naar deze wereld, naar Egypte gestuurd. Om ons ervan te kunnen bevrijden. Doordat Hij als volmaakte Zoon eens voor ons die weg van Egypte naar het beloofde land is gegaan, mogen we voortaan in de wet Gods grote genade horen. Door zijn Zoon zijn we niet meer onderworpen aan het juk van de wet, maar zijn we bevrijd. Mogen wel leven van Gods genade en liefde.
Hij roept vandaag jou en u met zijn koorden van liefde. Wat kan er dan veel in je leven veranderen. Als je ziet dat je het niet meer zelf hoeft te doen, maar dat Christus je wil helpen. Als je niet eerst zelf aan je trekken hoeft te komen, maar geliefd bent door Jezus. Dat je de wet niet hoeft te houden om te presteren en te bewijzen, maar God blij is met alles wat je doet uit dank voor Hem. Uit Egypte heb ik mijn volk, mijn Zoon geroepen: Jij bent geroepen uit Egypte! Jij bent bevrijd!
De Joden mogen gaan geloven die is echt de Messias waarin de profetieën over ons volk vervuld worden. Geloof dat deze Messias ook jouw Messias is. Ook als je misschien door je eigen domheid of zonde in de problemen zit, door het ijs bent gezakt. Hij wil je redden: uit de diepten van zonde, van conflicten, ingewikkeldheden. Als het soms zo donker is in je leven. Als je huilt over een zonde. Christus wijst je niet af om je zonden. Hij zag deze wereld in nood, Hij schopt de schotsen opzij. Hij ging ten onder: om ons te bevrijden. Daarvoor kwam Hij naar deze wereld.

2. Maar niet alleen onze zonden maken het soms zo moeilijk. Het is ook het kwaad en de tegenstand die rond gaat. Dat kwaad zien we in dit gebeuren vooral in Herodes. Herodes de Grote, die aan de tempel was begonnen, de Edomiet, die onder toestemming van de Romeinen op een speciale manier leiding gaf aan Israël, gaat als een razende tekeer. We weten dat uit de geschiedenisboeken van Josefus: Hij laat zijn eigen zonen doden als hij bang is dat ze de macht overnemen. Alexander, Aristobulus, Antipater, zijn vrouw Marianne gedood. Keizer Augustus zei: je kunt beter zijn varken, dan zijn zoon zijn. Hij begaat allerlei gruwelijke moorden. Hij is bang dat iemand de macht van hem over zal nemen. Wat kan iemand een slaaf van de zonde zijn. Wat verschrikkelijk als je niet geleerd hebt jezelf in de hand te houden.
Heeft Herodes nog niet in de gaten dat God de stukken en pionnen op het schaakbord verzet? Dat Hij zorgde dat de magiërs gewaarschuwd werden. Hij probeert Gods plan nog te dwarsbomen. Daarom stuurt hij zijn politieagenten naar Bethlehem. Die stad van ongeveer 1000 inwoners. Alle jongetjes van 2 jaar en jonger moeten gepakt worden. Zo’n 20 kinderen zullen gedood zijn (en dus niet 144.000, zoals wel eens gezegd wordt). Je zult als moeder maar het kind op de arm hebben en dat dan het kind door een politieagent uit je handen wordt gerukt. Sommige moeders zullen hun kinderen met hun eigen lichaam hebben willen beschermen. Maar de mededogenloze soldaten deden hun werk. De jonge babykeeltjes werden doorgesneden. Alleen omdat er zo’n paranoïde koning in zijn paleis zit.
Matteüs moet denken aan wat er eens met het volk gebeurd was. Toen de Assyriërs en Babyloniërs geweest waren, toen waren alle mannen weggevoerd. Het land was ontvolkt en Jeremia zat bij de puinhopen. Jeremia schrijft over Rachel die zich weigert te laten troosten. Want het volk, alle kinderen zijn weg. Waar Israël, Jakob de vader van het volk is; is Rachel de moeder van het volk. Rachel van wie het graf in Bethlehem, in Efrat is (Gen 35:19). Rachel die zo ontzettend blij was toen zij kinderen kreeg voor het volk van God. Rachel die als het ware vanonder haar grafsteen moest toezien hoe al de kinderen van het volk weggevoerd zijn. Daar moet Matteüs aandenken, als hij nu het babyloze Bethlehem beschrijft.
Waarom doet God hier niets aan? Waarom stopt Hij dit niet? Hij had toch ook Herodes om kunnen laten komen. Hij had dit toch ook kunnen stoppen in plaats van alleen Jezus naar Egypte te laten ontsnappen? Wat een moeilijke vragen zijn dat! Vragen waarop we geen antwoord krijgen, maar vragen die ons ook zomaar aan kunnen vliegen. Waarom gebeurde dat ongeluk? Waarom was er dat huiselijk geweld? Waarom er zo’n leider in Syrië en Sudan zodat er steeds weer conflicten zijn? Waarom het gaat het kwaad soms zo rond in de wereld. En wat mensen, of een dominee soms ook kunnen zeggen: waar haal jij je troost vandaan, als de kinderen gewoon er niet meer zijn. Als je man of vrouw overleden is en echt niet meer terugkomt. Als dat pijnlijke in leven niet meer weggenomen kan worden. Soms kan het voelen of je in een wak gezakt bent, alsof je net als Joann van alles probeert, maar het niet lukt om zelf aan de kant te komen. Je ziet echt geen uitweg meer…
Het kan soms zo moeilijk zijn. Zo zwart. Het enige wat ons in dit hoofdstuk wat moed mag geven is dat deze woorden uit Jeremia 31 komen. Dat schitterende hoofdstuk over het nieuwe verbond. Als het volk op zijn diepst is, zegt God: maar Ik zal je niet vergeten. Ik zal een nieuw verbond sluiten. Ik zal een nieuw begin maken! Het nieuwe verbond in het bloed van Christus. En zo is dit dieptepunt, tegelijk een opmaat voor een nieuw begin. Jezus komt als redder in de wereld, waarin angst en dreiging door Herodes is. Hij krijgt er zelf mee te maken. Zijn leven loopt gevaar. Hij wordt nog dieper vernederd, dan dat Hij alleen al van de hemel naar de aarde kwam. Alleen wordt Hij nu nog niet gedood. Zijn taak is nog niet volbracht. Maar straks zal Hij gedood worden: Zal hij helse smarten ervaren, gaan door de diepte van de God verlatenheid. Zodat wij dat éne houvast mogen hebben: hoe donker het ook is, hoeveel ons ook afgenomen wordt: God zal ons nooit verlaten! Omdat Christus voor ons door Hem verlaten is! Zijn duisternis, is onze redding! Dat dat je, hoe donker het ook is, troost mag geven!

3) Hij verdwijnt naar de zijkant. Zo zien we dat Jezus als Redder komt. Hij wordt helemaal aan het volk gelijk. Geroepen uit Egypte, bedreigd in het bestaan. Maar dan komt het bericht dat Herodes de Grote dood is. Hij krijgt een dure begrafenis: een purperen doek om zijn lichaam, een gouden kroon, een baar van goud met diamanten en 500 slaven die erachter liepen. Een straf voor zijn wrede optreden. Archelaüs volgt hem op. Hij regeert vanaf 4 voor Christus. Maar in het jaar 6 zijn de Romeinen zijn wreedheden zat. Nog erger dan onder zijn vader leed het volk onder hem. De Romeinen willen geen Herodes meer op de troon, en zetten een stadhouder neer. Waarvan Pontius Pilatus voor ons de bekendste is. Maar wij begrijpen ondertussen maar al te goed waarom Jozef en Maria liever ervoor kiezen om naar Nazaret te vertrekken. Daar is Herodes Antipas tetrarch. Deze was minder wreed, al is dit wel de Herodes die Johannes om liet brengen en meewerkte aan het proces van Jezus. Nu kan Jezus in alle rust opgroeien. Tot de tijd er zal zijn dat zijn optreden begint.
Maar ook met de plek Nazaret kiest God weer een bijzondere plek. Het is een plaats in Galilea. Ook wel het Galilea van de heidenen genoemd. Een plek waar door het Joodse volk met verachting op werd neergekeken. Kan uit Nazaret iets goeds komen? Wij zouden misschien zeggen: kan uit Zalk of Sibculo iets goeds komen? Kan daar vandaan een redder en verlosser komen? Natanaël stelt die vraag aan Filippus.
Er staat nergens in de profetieën dat Jezus uit Nazaret zou komen. Toch zegt Matteüs dat. Maar waarom? Ook hierin wordt de Redder aan zijn volk gelijk. Het volk Israël is zo vaak verdreven, heeft het zo moeilijk gehad. Nu gaat Jezus zelf naar dat donkere gedeelte. Weg van de tempel van Jeruzalem. Hij woont te midden van mensen die zo vaak menen het wel zonder God te kunnen: het donkere Galilea. Hij laat zien dat Hij de weg omlaag gaat. Daarmee worden inderdaad de worden van profeten vervuld: hij was een man waar men het gelaat voor verborg, een man die veracht werd en van mensen verlaten. Hij kwam uit dat achterlijke Nazaret. En toch … toch is deze man de redder voor de wereld geworden. Mochten zijn volgelingen Nazoreers genoemd worden. Want op het moment dat Matteüs straks gaat schrijven over Jezus optreden dan zegt hij: Galilea der heidenen luister: Het volk dat in duisternis leefde, ziet een schitterend licht. En zij die woonden in de schaduw van de dood werden door het licht beschenen (Mat. 4:16).
Zie je het, hoor je het, begrijp je het: Jezus ging wonen bij de mensen die leefden in de schaduw, in de duisternis. Hij zocht de zijkant van de samenleving op. Daar groeide hij op. Maar dat deed Hij om die mensen in hun moeite juist in zijn licht te stellen. Zo kwam Hij voor zijn volk toen, zo mocht Hij al veel laten zien van zijn macht. Zo mag Hij vandaag voor ons de grote verlosser zijn. Amen!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: