Zondag 40 – Christus leert de liefde van zijn rijk (6e gebod)

Preek gehouden in Heemse, 16 maart 2014

Tekst: zondag 40

[dia 1] Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

Wanneer ben je voor het laatst boos geweest op iemand? Dat je het echt niet eens was met wat hij of zij deed? Misschien wel op je baas toen hij kritiek had op je werk. Of was het die keer dat dat bedrijf veel meer geld vroeg dan je had afgesproken. Of was het in de kring van je vrienden, dat je beste vriend je bedrogen had? Maar het kan ook zomaar zijn dat het in je een conflict had in je eigen familie of binnen je relatie: de mensen die het dichtste bij ons staan, horen soms de hardste woorden.

Op allerlei manieren kunnen er conflicten ontstaan. Kunnen mensen uit elkaar groeien, zozeer dat ze elkaar niet meer groeten of aankijken, dat ze liever een blokje omlopen. Dat je hart sneller begint te kloppen en je boosheid op voelt komen. We zitten hier allemaal bij elkaar in de kerk: misschien ben jij wel iemand die een ander verschrikkelijke dingen heb aangedaan, maar het kan ook zijn dat jij juist slachtoffer bent geworden van een ander, van zijn verkeerde woorden en verkeerd gedrag.

[dia 2] Toen de Here Jezus naar deze wereld kwam, had Hij ook die mensen voor zich. Mensen uit de financiële wereld die de mensen een poot uitdraaiden, maar ook hardwerkende mensen die de balen hebben, omdat anderen het hun moeilijk maken. De Here Jezus komt, gaat boven op de berg zitten, leert de leerlingen om Hem heen wat het betekent om christen, kind van God te zijn. Wat het betekent om zelf ook in liefde en geduld achter Hem aan te gaan. Hij is onderweg naar het kruis, waar we juist in deze tijd op gericht zijn. Hij wil u, jou en mij, in beweging krijgen, achter Hem aan krijgen: om de weg van de haat, het conflict, de vijandschap en strijd te verlaten en de weg van liefde, verzoening en zachtmoedigheid te leren gaan. Te leven in de stijl van zijn rijk. Door de kracht van zijn liefde.

Christus leert de liefde van zijn rijk

1.            Die liefde wil niet doden

2.            Die liefde verdrijft de haat

3.            Die liefde vraagt heel je hart

 

[dia 3] Het wordt spannend als de Here Jezus uitlegt, wat nu het typische van christelijk gedrag is, als het gaat om de manier van leven. Jezus heeft net gezegd dat Hij niet gekomen is om de oude wet af te schaffen. Gods geboden blijven overeind staan, we kunnen ze rustig elke zondag nog lezen en er vandaag over preken. Hij schaft die uiterlijke regels niet af. Hij noemt het kwaad, kwaad. Daarom heb ik dit eerste punt ook heel duidelijk genoemd: “Christus’ liefde wil niet doden”.

Maar toch? Waar kun je nu een christen aan herkennen, waarin verschilt iemand die Jezus volgt, van de gemiddelde Nederlander, die ook wel vindt dat je niet iemand moet doodslaan. Die het ook mooi vindt dat je een conflict bij moet leggen of het mooi vindt als families weer in goede harmonie aan het diner kunnen zitten. Een paar jaar geleden deed iemand in Utrecht onderzoek naar hoe mensen in conflicten met elkaar omgaan, en het boeiende was dat hij ging kijken of de manier waarop christenen met elkaar omgingen anders was dan niet christenen. Maakt het verschil of je gelovig bent of niet?

Als we horen wat Jezus zegt, zou dat verschil moeten maken. Want Jezus wijst aan dat dit gebod in de eerste plaats gaat over niet doden. Maar Hij zegt er gelijk bij: het is meer dan dat dit iets is voor iemand die op het punt staat een moord te plegen of die al een moord gepleegd heeft. Als je alleen zo naar dit gebod luistert, dan zal je vanmiddag niet veel aan de preek hebben. Er zijn gelukkig maar weinig mensen die een moord op hun geweten hebben. Dus zouden maar weinig mensen echt door dit gebod worden aangesproken. Dan wijst er een vinger naar de ander, zonder dat je in de gaten heb dat er ook vier vingers naar jezelf wijzen.

Toch hadden de Farizeeën zo deze wet onschadelijk gemaakt. Hillel en Shamai hadden gezegd dat alleen wie een moord op zijn geweten had met het oordeel kreeg te maken.

Het probleem met de Farizeeën was dat ze van geloven een soort regeltjes gemaakt hadden, waar je je maar aan moest houden.

Een probleem wat bij ons allemaal zomaar boven kan komen.

Dat je denkt: nou, dit zit met mij wel goed. Voor dit gebod, ‘niet doodslaan’ haal ik wel een voldoende. Dat je voor de buitenkant dit gebod wel gehouden hebt.

Maar door Jezus weten we dat we er niet zijn als we vanmiddag een preek gehoord hebben over het gevaar van wapens, over dat je op moet passen met drugs, omdat het dodelijk kan zijn; dat je in het verkeer niet door rood moet rijden of veel te hard omdat het levensgevaarlijk kan zijn; dat het zondig is als je door roken je lichaam kapot maakt of als je teveel drinkt. Over die regels en wetten zal ieder weldenkend mens het eens zijn. Het is belangrijk om dat te horen: om nee te zeggen tegen een kapotmakende verslaving, om je verantwoord je te gedragen in het verkeer of het leven van anderen niet te bedreigen of in gevaar te brengen. Zulke regeltjes leerden de Farizeeën, niets mis mee, maar wel, als het alleen over uiterlijke regels gaat. Het raakt je pas, je kwam pas voor de rechter, als je echt iemand had vermoordt.

We leven in de veertigdagen tijd. Het kan zomaar zijn dat je juist probeert in deze dagen extra erop te letten hoe je leeft. Dat je je best doet om je aan goede regels te houden. En dat is heel mooi. Maar het wordt nog mooier, en komt nog dichter bij de bedoeling als het niet iets uiterlijks blijft, maar als het ook naar je hart toegaat. Dat je ziet hoe Jezus zelf alles weggeeft wat Hij heeft, zijn waarde, zijn leven, zijn eer. Dat zo zijn liefde je gaat vervullen. Dat is wat Jezus wil bereiken bij zijn leerlingen.

[dia 4] 2. De liefde verdrijft de haat

Jezus daalt af naar de diepte van het hart. Want bij Kaïn kon je al lezen, als je het leesrooster hebt gevolgd, dat zijn moord al begon met moordplannen, en de moordplannen er kwamen omdat hij jaloers was. Abel was veel geliefder dan hij. Hij vond het niet eerlijk. Hij bedacht een plan om Abel te vermoorden.

Op drie verschillende manieren beschrijft Jezus dan dat iemand bezig is om zijn naaste te vermoorden, of beter gezegd: bezig is zijn naaste te haten en niet het goede te gunnen. Dat kan zijn dat je in woede tekeer gaat. Je bent moe, en er gebeurt iets wat je niet wil thuis, en je schreeuwt van boosheid op je kinderen. Dat je iemand leeghoofd noemt, domoor, als hij iets tegen een ander gezegd heeft, waarvan jij wel wist dat het niet zou moeten. Of dat je tegen een ander ‘sukkel’ zegt: gewoon omdat jij ervan baalt dat hij dat beeldje van jou kapot liet vallen. Kleine dingen, in onze ogen. Dingen die mij overkomen, die jou gebeuren en die u gebeuren. Maar Jezus zegt … juist die kleine dingen, laten zien dat de haat in je zit, dat de woede in je zit en daarom zal je voor de rechter komen. De aardse rechter, maar uiteindelijk de hemelse rechter. Je zult in de hel komen, als je je niet bekeert. Het Gehenna, de plek waar het vuur eeuwig brandt, waar al het afval naar toegaat.

[dia 5] Zie je hoe ver Jezus gaat? Hij wil niet dat we een ander pijn doen met een opmerking. Dat je iemand pest op school, door hem nerd of sukkel te noemen. En toch … wat wordt er veel gepest op school. Per klas hebben één of twee kinderen wel te maken met een erge vorm van pesten: dat je met buikpijn naar school gaat of huilend uit school komt. Omdat er om je gelachen wordt, of er iets afgepakt wordt. Dat je niet mee mag doen en je je heel alleen voelt. We hadden het van de week op school erover: gelukkig krijgen de kinderen op de Doekes-school ook Kanjertraining. Je moet niet de baas spelen of uitlachen, met de zwarte of rode pet, als je gepest wordt, dan hoef je niet de gele pet op de zetten en zielig te doen: dan zeg je ho, stop en zeg je het tegen de meester of juf zeggen. Dan is het goed om te leren daar goed op te reageren. Wat is het belangrijk dat als je iemand pest, en misschien noem het zelf geen pesten, maar plagen of een grapje, dat je ziet hoeveel pijn je iemand daarmee doet. Jezus wil dat niet. Hij vindt het heel erg: iemand kan zijn leven lang er last van hebben. Jezus wil dat we gewoon gedrag vertonen, en meer nog dat we juist de ander helpen.

[dia 6] Bij ouderen gaat het pesten vaak wel wat anders. Maar ook daar zouden die petten soms wel kunnen helpen: niet de baas spelen, niet uitlachen, niet zielig doen: maar gewoon gedrag en vooral elkaar vertrouwen. Maar ook als volwassenen kun je je min voelen, genegeerd. Dat het is alsof ze niet naar jou willen luisteren en je je niet begrepen voelt. Of dat mensen zichzelf vooral belangrijk vinden en jou niet zien staan. Dat ze als ze met jou aan het praten zijn, ondertussen al weer kijken met wie ze eigenlijk zouden willen praten.

Jezus leert om zonder afgunst, haat te leven. Maar wie kan dat? Wie is goed genoeg voor dat vrederijk van Jezus? Je krijgt snel de neiging om het iets minder te maken. De eisen iets lager te stellen. Als ik maar mijn best doe, zal het toch ook wel goed zijn? Elke keer doet het pijn, als je ziet dat er toch weer strijd is, of dat je toch weer boos werd, of dat er toch weer dat conflict is. We kunnen dan zomaar als de Farizeeën denken: nou ja, laat ook maar zitten. Het kan ook niet helemaal. Maar Jezus zegt het scherp: wie leeft in woede of wie schelt, die past niet bij mijn rijk. Ik wil een volmaakt rijk, en daarin past geen haat. Ook niet zo’n heel klein beetje. Mijn liefde verdrijft de haat.

 

[dia 7] 3. Die liefde vraagt heel je hart

Wanneer kunnen we echt een andere weg inslaan? Wanneer kan je leven echt veranderen? Dat is als je ziet wie Jezus is en wat Hij voor ons gedaan heeft. Christus is voor ons de weg naar het kruis gegaan. Niet omdat we zulke brave mensen waren, omdat wij zoveel goeds voor Hem deden. Hij ging die weg terwijl wij nog vijanden van Hem waren. Hij kocht ons mensen, met onze eigen gevoelens, ook onze haatgevoelens, Hij kocht ons los uit de macht van het kwaad, uit de macht van boze. Hij heeft zichzelf juist daarvoor aan het kruis gegeven. Hij kreeg de doodstraf, werd gedood, terwijl Hij niets verkeerds had gedaan. Wat een liefde! Wat een ongekende zelfovergave! Die liefde van Christus mag je in het hart raken. Jij mag door Hem een kind van de hemelse Vader zijn. Gods eigen zoon, Gods eigen dochter. Dat ben jij door het bloed van Jezus Christus. Hij geeft je het echte leven, Hij geeft je zijn liefde. Een liefde die je begrijpt, die jouw leven kent, op wat voor manier jij ook gepest, gekwetst of weggezet bent.

Ik hoop dat je in de veertigdagen tijd ook de tijd neemt om over die liefde na te denken. Over wat het betekent om zelf geliefd te zijn en dan ook anderen lief te hebben. Jezus leert zelfs om je vijanden lief te hebben. Wat vraagt dat veel, wat is dat anders dan binnen de lijntjes blijven, zoals de Farizeeën leerden.  Dat kan alleen als je zijn liefde leert kennen.

Daarom vertelt Jezus ook over die man, die onderweg is naar het altaar. Terwijl hij zijn offerlam droeg of met zich meenam, zal hij nagedacht hebben over de liefde van God. Dat God zomaar een weg opende voor hem: dat zijn zonden vergeven werden en hij door God geliefd was. Maar terwijl hij zo over Gods liefde nadacht, zal ook in zijn hoofd gekomen zijn hoe hij met anderen omging. En plotseling bedenkt hij dan: O, het is nog niet goed tussen mij en Elihab (of hoe hij ook geheten mag hebben). We hebben nog een conflict. En hij laat het lammetje bij het altaar staan en gaat het eerst goed maken. Hij probeert het op te lossen. Je kunt niet in haat met je naaste leven en toch genieten van de liefde van God. God vraagt eerst dat we alles in het werk stellen om, voor zover het aan ons ligt, het weer goed te maken. Niet op het laatste moment,  maar zoals Jezus ook zegt, het liefst terwijl je nog onderweg bent. Dat je samen iets probeert te regelen, voordat je door de rechter veroordeeld zult worden, voordat het te laat is.

Daarmee krijgen we vandaag geen makkelijke opdracht mee. Zeker niet, als je blijft steken in de regels, in de wetten. Als we nog een keer ons best gaan doen en onszelf op pompen om nog wat meer liefde uit onszelf te persen, voor mensen die ons niet liggen, die het moeilijk met ons hebben of die tegenover ons staan, dan raak je teleurgesteld. Als je al zo teleurgesteld bent in anderen, kun je nog meer teleurgesteld raken dat opnieuw jouw poging om liefde te laten zien niet wordt aangenomen. Maar dat voorbeeld van die man bij het altaar spreekt me zo aan, omdat daarmee ook een weg gewezen wordt hoe dingen anders kunnen worden. Hij kwam naar het altaar: de plek van verzoening, de plek die vooruitwees naar het kruis. Hij dacht na over de liefde van God. Het wordt alleen anders als we niet uit kracht van onze eigen liefde, maar uit de kracht van Gods liefde hiermee verder gaan. Als we bidden of Gods Geest in ons wil komen, de Geest waardoor we verbonden worden met Christus die zichzelf voor ons gaf aan het kruis. De Geest die ons wijsheid kan geven om soms even afstand te nemen, en vooral voor een ander te bidden, of soms juist weer een ander te laten merken dat je het graag anders wilt. De Geest kan ons helpen, om zoals uit het onderzoek in Utrecht bleek dat christenen deden, eerder het compromis te zoeken in plaats van steeds op je eigen standpunt te blijven staan. Jezus gaf zijn leven om ons het leven te geven. Laten we bidden dat we zo steeds meer het echte leven ontdekken, en door zijn kracht ook steeds meer de kracht krijgen om voor anderen in alle liefde het leven goed te maken.

Amen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: