Zondag 47 – Loof de Heer, o mijn ziel, prijst nu zijn heilige naam!

Preek gehouden in Heemse, 25 mei 2014
Tekst: Zondag 47 / Psalm 71

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,
[dia 1] Misschien herken je het wel in dat je een gesprek met iemand kan hebben en zegt: we hebben van alles gezegd, gepraat over koetjes en kalfjes, over oude auto’s, maar tot een echte ontmoeting kwam het niet. En zo kan het ook gaan met het bidden: je vouwt je handen, je sluit je ogen, maar contact met God, diepgang, ontmoeting, je hart openen … het lukt niet.
Het kan zomaar zijn dat je in het gewone, het horizontale blijft hangen. Je leeft je leven, je gaat naar school, naar je werk. Doet je boodschappen, hangt de was op. Ook als er moeilijke dingen zijn: iemand loopt boos weg, je hebt de hele dag pijn door de klachten die je hebt, mensen doen naar tegen je, je krijgt te maken met schulden of financiele problemen. Ook dan kan het gebeuren dat je in het platte blijft hangen. Moeilijk, vervelend, balen. Je laat je hoofd zakken of je grijpt met je handen naar je hoofd. Voor veel mensen in onze cultuur blijft het leven zo.
[dia 2] Vanmiddag willen we zien hoe Jezus ons in het Onze Vader leert om ons gebed op niveau te brengen. Hoe Hij ons meeneemt op weg naar zijn Vader. Hoe Hij ons praten, ons bidden, ons leven, wil verbinden aan de grote heerlijkheid, heiligheid en majesteit die God omgeeft. We willen leren bidden, terwijl we echt zien wie God is. En juist als we zo op Hem gericht raken, als we hem de lof en de eer geven, kun je jouw leven met al zijn problemen, zorgen, moeiten, blijdschap en vreugde. Met alle mijlpalen en dieptepunten verbinden met zijn grootheid. Hoef je niet in het platte blijven steken, maar mag je je steeds meer opgenomen voelen in zijn grote plan van redding en verlossing, opgenomen voelen in de liefde die Hij heeft laten zien in Jezus Christus !
[dia 3] U wil ik altijd loven, U bent mijn enige hoop!
1) Begin zo je gebed
2) Bid dat in de moeite
3) Bid dat voor eeuwig
1) De Here Jezus heeft ons de weg gewezen naar God. We mogen onze Vader, door Jezus Christus aanspreken. Aankloppen bij de hemelpoort. Naderen tot Gods troon. Door Hem Vader te noemen mogen we goed weten wie we voor ons hebben. In Psalm 71 zien we hoe de oude man daar ook God bij zijn namen noemt: de HEER, de God die er altijd is en op wie kunt vertrouwen; God, noemt hij Hem: God die in de hemel is en machtig is. Heer, degene die het over zijn leven te zeggen heeft.
Zo mag je ook zelf je gebed beginnen door heel bewust Gods naam te noemen. En dan komt die eerste bede. Jezus leert ons dat het bidden niet allereerst voor onszelf bedoeld is. Bidden is je richten op God. De zon komt op … en we prijzen God voor zijn Schepping. Een nieuwe dag begint … met ons hart mogen we God groot maken. De avond valt … en nog steeds mag ons loflied op hem klinken. Jezus wil ons leren om allereerst in ons gebed ons te richten, te focussen, te concentreren op degenen tot wie we spreken. Hij is onze God, onze Vader, onze redder. Hem mogen we groot maken.
Zoals de catechismus begint met te zeggen: wat is nu je enige troost, je enige houvast in leven en sterven, als je jong bent of als je grijs geworden bent, en dan de lof op God klinkt doordat we zeggen: we zijn van Hem. Hij heeft ons gekocht. Bij Hem ben ik veilig, wat er ook zal gebeuren. Zo vinden dat ook terug in Psalm 71: midden in zijn nood zegt de psalmist allereerst: Heer, u bent mijn burcht, mijn vesting, mijn hoop, mijn troost, bij U kan ik veilig wonen, bij U mag ik veilig schuilen.
[Dia 4] Dus noem God maar bij zijn namen en loof Hem maar om wie Hij is. Heilig zijn naam. Zo wordt je opgetild, naar God toegetrokken, gericht op Hem en op zijn grootheid. Dat kan alleen als je God ook hebt leren kennen. Deze grijze man bidt of God hem niet wil verstoten en verlaten nu hij oud is. Misschien is hij wel ziek, misschien drijven ze de spot met hem om wat er in zijn familie gebeurd is, hij heeft het echt moeilijk. Maar hij heeft een basis in zijn leven: God heeft hem gemaakt, al in de moederschoot, God heeft hem gedragen vanaf het begin. Hij vertrouwt al van jongs af aan op hem! (Vs 5.6). En hij vertelt van zijn reddende daden dag aan dag (vs. 15). Hij wil dat ook vertellen aan zijn kinderen en kleinkinderen: hoe je een stevige basis hebt als je God kent. Dat je dan ook zeker mag zijn dat je in nood altijd bij hem terecht kunt.
Dat is geen kennis uit een boekje: dat is ervaringskennis. Door de moeite heen, al de dagen van zijn leven was God een hulp. Zoals iemand mij vertelde: ik kon geen kant meer op, was helemaal alleen, maar (en haar ogen glinsterden) ik wist dat de Here bij mij was.
[dia 5] En ik wil een oproep doen. Aan degenen die al een aantal jaren geleden belijdenis hebben gedaan. U hebt die kennis. U weet wat het is om met God te leven. Onze jongeren hebben het zo nodig dat ze ook leren wie God is. Juist ook doordat anderen het vertellen: Geef dat we u naar waarheid leren kennen, zegt de catechismus. Ook al ben je het niet gewoon: maar neem de tijd om aan tafel de bijbel te lezen; om in je gebed ook te benoemen (ook waar je kinderen bij zijn) waarom je God prijst; laat je kinderen naar vereniging gaan, en kom naar de kerk als de deuren open staan. Als je het kunt, en de gaven daarvoor hebt: geef je op als jeugdleider, zoodat steeds weer mensen God leren kennen en Hem kunnen prijzen.
[dia 6] U wil ik altijd loven, U bent mijn enige hoop!
2) Bid dat in de moeite. Als je de psalm van deze grijze man leest, snap je niet zo goed dat Hij God zo kan loven en verheerlijken. Gods goedheid en redding stralen in al zijn werken … ja, maar hij heeft het nu wel heel moeilijk. Hij dreigt ten onder te gaan, te bezwijken. Hij is tot een wonder geworden, een teken (vers 7). De mensen drijven de spot met Hem. Zijn leven loopt gevaar.
Dan kunnen we hele mooie woorden over God spreken, maar ook in ons leven kan van alles gebeuren. Je had verwachtingen van je leven toen je jong was, zo jong als al die jongeren die hier voor in de kerk stonden. Maar als je de lijn van je leven overziet, is er veel om dankbaar voor te zijn. Maar soms kan alles je uit handen geslagen worden: die ziekte die de laatste krachten wegneemt, waardoor je niet eens meer kunt lopen. Die verschrikkelijke manier waarop jij misbruikt bent, waardoor heel je eigenbeeld kapot is gemaakt; die zinloosheid die je ervaart omdat andere elke dag naar hun werk kunnen en ze jou nergens willen hebben. Moeten we dan nog ons gebed beginnen met te zeggen: Heer, ik zal u altijd loven. Elk nieuw kind vertellen van de macht van uw arm. Zou God, als Hij echt zo te prijzen is dan niet wat minder natuurrampen en oorlogen op aarde kunnen laten gebeuren? zoals keeper Hans van Breukelen van de week in het Nederlands Dagblad zei. Een God op een wolk die van alles bestuurt.
[dia 7] Soms kan God dan ver weg lijken. Een afstandelijke God. Zo voelt de grijze man in Psalm 71 dat ook wel. Hij roept: Heer, blijf niet ver weg van mij (vs. 12). Het is voor Hem dat God ver weg is, op een afstand. Heer, kom mij haastig te hulp (vs. 12): Ik moet nu al zo lang wachten Here, kom toch, wacht niet langer! Hoor mij Heer, het lijkt wel of U mij niet hoort (de hemel lijkt wel van koper!). Bevrijd mij toch van de wrede onderdrukkers. Here zie toch om naar de mensen in Aleppo, Heer, ontferm u toch over dat gezin waarvan een kind is omgekomen. Heer, hoor toch de roep van die vrouw die niet weet waar ze het zoeken moet. Wat kan het moeilijk zijn. Wat blijven we soms met vragen zitten.
[dia 8] Toch geloof ik dat juist door ons gebed, ook in onze nood, allereerst op God te richten, zijn naam te heiligen, we de beste weg kiezen. Waar alles je uit handen geslagen is, mag je zeggen: Heer, wees de rots waarop ik kan staan; wees de burcht waar ik kan schuilen. Want Heer, bij al deze ellende bent u mijn enige hoop! (vs. 5). Al toen ik in de moederschoot was was het een enorm wonder dat ik geboren werd en in leven bleef: U hebt dat gedaan door uw macht. Het was een wonder Noach, omringt door al dat water toch bleef leven. En als ik zo kijk, naar alles wat er is, als ik u beter leer kennen zijn er tienduizend redenen om mijn vertrouwen op u te stellen. Juist omdat Hij van jongs af aan Gods reddende daden heeft leren kennen (vs 19), omdat hij weet dat Gods gerechtigheid is tot aan de wolken (vs. 19). Juist daarom wil hij ook in de nood God groot maken, bij Hem schuilen en weet hij dat hij, hoe moeilijk het kan zijn, toch zijn kracht van de Here mag verwachten.
Christus leert ons zo ook allereerst omhoog getrokken te worden de hemel in, te spreken over de macht van God. Hij kan en wil ons gebed horen. Deze Jezus Christus die zelf verlaten en verstoten werd door God, die zelf het lijden tot het diepst gedragen heeft, die wist wat het was om alleen en verstoten te zijn, om te sterven, leert ons bidden. God zij geprezen dat Hij zijn eigen Zoon gaf, overgaf aan de dood, maar ook opwekte tot het leven, om ons te doen delen in het eeuwige leven. Om onze zonden te vergeven. Om ons uitzicht te geven uit de nood waarin we kunnen zitten. Om ons kinderen te laten zijn van deze liefdevolle, machtige Vader.
[dia 9] 3) Bid dat voor eeuwig.
De psalmdichter gaat in de psalm over van een smeekgebed, naar een dankgebed. Hij is zo dankbaar dat God hem geholpen heeft. Dat de mensen die zeiden: God verlaat hem, geen gelijk krijgen, maar dat zij juist te schande staan. Geen gelijk blijken te hebben gehad. Nu wil hij God blijven loven. Dit doorvertellen aan zijn kinderen. Ook als wij in ons gebed tot God komen beginnen we niet alleen met het loven van God, maar mogen we God ook loven in de lofzegging aan het eind: van u is de macht en de majesteit en de heerlijkheid tot in eeuwigheid.
Al de dagen van je leven mag je dat dan doen. God loven. Zodat anderen het zien en horen. Hem loven door je woorden, door je daden. Doordat je omziet naar iemand in nood, doordat je deelt van wat je zelf aan moeite hebt meegemaakt en hoe je Gods kracht ervaren hebt, zoals laatst hier in de kerk ook gebeurde. Waar een ander zegt: Ik begrijp niet dat je nu nog in God kunt geloven, het belijden: ik weet niet hoe ik er door wat gekomen als God mij niet de kracht had gegeven.
Eens komt de dag dat je adem stokt, dat je zult sterven. Dat het leven hier op aarde voorbij is. Maar toch mag je dan God blijven loven. Tot in eeuwigheid. Wij zijn gemaakt om in volmaakte harmonie met God te leven. Ik vind het heerlijk om soms al iets van die grootheid te ervaren. Van Breukelen zegt: dat had ik toen we het EK wonnen. Ik ervaar die grootheid als we samen met elkaar God groot maken: in de kerkdienst, met Focus, als jongeren hun geloof belijden. Waarom: niet om het aantal mensen, maar om wat we geloven: dat God zo machtig en zo groot is. De dichter zegt het ook: gebruik daar je lippen maar voor, gebruik daar je tong maar voor; om te zingen om te spreken over Gods goedheid. Laat het maar gepaard gaan met de mooiste muziek. Waar zingt hij dan van: Van God en zijn trouw.
Wie zo met God verbonden raakt, wie zo bidt: Gods naam noemt, hem groot maakt, zijn nood aan zijn voeten legt en op Hem gericht is, die ervaart opeens uitzicht in een plat bestaan. Die ziet dat het leven meer is dan geboren worden, leven en sterven, meer dan ochtend, middag en avond. Dan zie je dat we opgenomen zijn in het grote plan van God: Hij die met zijn liefde en majesteit deze wereld gemaakt heeft, heel de schepping spreekt van zijn glorie. Hij die in zijn liefde en barmhartigheid zijn Zoon gegeven heeft om ons ook mee te nemen en op te nemen in schare die niemand ken tellen en die nooit stopt om de lof op hem te brengen! Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: