Ezra 8 – Schuil bij de levende God!

Preek gehouden in Heemse, zondag 24 augustus 2014
Tekst: Ezra 8:21-23

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,
[dia 1] ‘Mocht hij verdwijnen, zo ziet hij d’r uit’. Zoiets schreef een man bij de foto die hij op internet plaatste van het vliegtuig van Malaysian Airlines. Een bericht dat achteraf, pijnlijk de waarheid werd. Dagelijks stappen duizenden mensen in vliegtuigen. Hopen dat ze goed aankomen, maar soms gaat het zo pijnlijk mis. We kennen allemaal dat moment van afscheid nemen: Wie op reis gaat kan zomaar gevaar lopen. Of je nu even een bezoekje gaat doen, of een lange reis met auto en caravan gaat maken: er kan van alles onderweg gebeuren. Wat dankbaar mag je zijn als je veilig aangekomen bent. Wat moeilijk als een ongeluk je leven op z’n kop zet, wat moeilijk als zoveel mensen hier in Nederland een lege plek voelen doordat familie of bekenden omgekomen zijn bij de vliegtuigramp.
[dia 2] Vandaag zien we dat Ezra een reis gaat maken. Hij gaat van Babel naar Jeruzalem, een gevaarlijke reis. Maar we zien ook hoe hij op reis gaat. Hoe hij zich voorbereidt op de reis. Hij weet niet wat de toekomst zal brengen, maar één ding weet hij wel: ik mag gaan aan de hand van de Heer. Zo mag je hier leren hoe je met de Here op reis mag. Als we een nieuw seizoen ingaan. Als we te maken hebben met allerlei gevaren die ons kunnen overkomen: zorgen over werk, ziekte, verdriet om overlijden. Als we door schulden amper weten hoe we verder kunnen. Laten we op weg gaan in vertrouwen op de Here.
[dia 3] Maar wat betekent dat? Wat als dingen dan toch heel erg missen lopen en zo anders gaan dan we zelf ingepland hadden? Als er een ongeluk gebeurt of als iemand komt te overlijden? Waarom zijn er, ook als we in geloof op weg gaan, toch soms zulke moeilijke situaties. Dat zijn grote vragen, vragen waar we vanmorgen ook geen sluitend antwoord op krijgen. Maar we mogen wel leren hoe we onze levensreis mogen maken, door erop te letten met welke houding Ezra de reis begint, Ezra die zelf zo dicht bij God en zijn wet leefde (Ezra 7).
Schuil bij de levende God!
1) Vraag zijn hulp
2) Verwacht het niet van mensenkracht
3) Geloof dat Hij verhoort

[dia 4] 1. Schuilen bij de levende God, zijn hulp vragen. Dat is wat we lezen dat Ezra doet. Ezra die van koning Artaxerxes de toestemming krijgt om naar Jeruzalem te gaan: God werkt zelfs in de harten van koningen! 140 jaar geleden was de tempel verwoest, 90 jaar geleden waren de eerste mensen terug gegaan onder leiding van Zerubbabel en Jozua, en 70 jaar geleden was de tempel klaar geweest, zeker toen de profeten Haggai en Zacharia indringend tot het volk gepreekt hadden. Het werk was met horten en stoten gegaan, maar de kleinere, nieuwe tempel van Zerubbabel stond in Jeruzalem.
Toch was alles weer wat ingezakt. Was er niet die mooie toekomst gekomen waar ze van gedroomd hadden. Bleven de vijanden hen het werk moeilijk maken en was de tempeldienst maar heel beperkt. Maar wat bijzonder! Artaxerxes geeft aan Ezra, die helemaal thuis is in Gods wet, iemand uit het priestergeslacht, alle ruimte om naar Jeruzalem te gaan. Hij krijgt zelf geld en schatten mee en ook allerlei spullen die nodig zijn voor de tempel mag hij erheen brengen (Ezra 7). Bovendien zijn er offerdieren en kunnen ze zo hun God gaan dienen. Ezra had verteld aan de koning over de macht van zijn God, over hoe God beschermt wie Hem dienen en straft wie Hem verlaten en deze vreemde Perzische Koning geeft hem ruimte te vertrekken. Waarom? Omdat er zo vrede in zijn rijk komt? Omdat hij hoopt dat Juda een buffer vormt tegen de gevaren uit Egypte en verder weg uit Griekenland? Omdat hij een klein beetje beseft dat de God van Israël maar niet zomaar een God is?
[Dia 5] Ezra roept iedereen bij elkaar bij de Ahawakanaal. Een onbekend kanaal ergens aan de westkant van het land, nog iets westelijker dan Tigris. Er komen dan genoeg priesters, maar er zijn te weinig levieten. Ezra stuurt er mensen op uit, naar een stad met veel Levieten en ook die willen mee terug! 5000 man staat klaar om de reis te maken. De perzen staan bekend om het goede wegennetwerk dat ze aangelegd hebben. Ik heb even op mijn reisplanner gekeken: de weg recht door de woestijn zullen we maar niet nemen, dus een beetje noordelijker begaanbaarder: dat betekent 1277 km, ruim 16 uur non-stop rijden. Maar ja, met 5000 man, zoveel bezittingen, kinderen en mensen slecht ter been gaat dat niet zo snel. Nee het is een hele onderneming en ze zullen weken onderweg zijn.
En wat brengt de toekomst dan? Mijn reisplanner zegt: Waarschuwing, de route loopt door Syrië. Vandaag is het maar de vraag of je deze reis, door ISIS gebiedt, door Syrie, door Israël veilig zal kunnen maken.
Ook in die tijd is het vraag: Hoe verder naar het westen hoe meer gevaar. De hoofdwegen waren wel goed bewaakt, maar er waren struikrovers (sommige stammen leefden van wat ze van anderen konden stelen), gevaren, het weer speelde een rol, hitte en gebrek aan water.
[Dia 6] Wat kun je doen? Ezra vertrekt niet zomaar. Hij roept de mensen op te vasten, zich te verootmoedigen, en te bidden voor een goede reis voor hen, voor de kinderen en voor alles wat ze mee nemen. In het woord voor kinderen klinkt ook iets door van: wie nog niet goed kan lopen. Dus ook ouderen die moeilijk ter been zijn, mensen met een handicap. Iedereen die mee ging op die lange reis.
Zo bidden ze daar met elkaar. Ze leggen hun toekomst in Gods handen. Ze verwachten van Hem hun hulp en vragen zijn zegen. Zo mogen wij ook bij de Here schuilen, het van Hem verwachten. Op zulke bijzondere momenten dat je in een vliegtuig stapt, of dat je op reis gaat naar je vakantiebestemming. Waarom zou je niet samen even de tijd nemen om God een zegen te vragen. Maar ook aan het begin van de dag. Ik las van de week ’s morgens psalm 62: Heer u bent mijn vesting, mijn burcht en ik vroeg: wilt u dat ook vandaag zijn, als ik onderweg ga, als ik mijn preek ga maken, als ik op bezoek ga. Ik was er heel bewust van dat ik het van God moest verwachten, terwijl ik andere keren ook zo van het één naar het ander loop. Laten we steeds weer bidden tot de Here, bij Hem schuilen: bidden voor onszelf, voor die sollicitatie, voor de zwakken, voor degenen die ons lief zijn. Als er achteraf dingen gebeuren, zijn er soms moeilijke vragen aan God. Maar laten we niet vergeten om vooraf de Heer te vragen of Hij wil beschermen en alle kracht wil geven.
[dia 7] 2. Verwacht het niet van mensenkracht
Ezra had tegen de koning gezegd dat zijn God zo’n goede en grote God was. Een God die bescherming biedt aan allen die zijn hulp vragen, maar zijn hevige toorn treft allen die zich van Hem afkeren. Hij had hoog opgegeven van zijn God, en dat kun je nooit genoeg doen. Maar toen kwam het moment van vertrek en kwamen de gevaren van de reis op hem af. Hij dacht aan de vijanden, dacht aan de rovers, dacht aan de gevaren. De grote schatten die ze bij zich hadden. Maar nu durfde hij de koning niet om een legermacht en om sterke paarden met ruiters te vragen. Hij schaamde zich ervoor om dat te doen. Als Hij dan geloofde in God, dan zou God hem toch ook beschermen. Daarom vraagt hij niet de koning om hulp, maar zijn Vader in de hemel, de machtige God. Juist daarom roept hij dat moment van bidden en vasten uit.
Maar zou het dan verkeerd zijn om een escorte te vragen? Is het verkeerd om toch maar voor je reis een verzekering af te sluiten? Om schepen die langs een gevaarlijk punt varen extra uit te rusten met wapens? Om allerlei maatregelen te nemen voor je veiligheid? Ik denk dat je vanuit de bijbel wel aan kan wijzen dat God ons ook zelf verantwoordelijk maakt. Dat je ook medicijnen mag nemen, een gordel omdoet en verzekeringen afsluit. Maar wat Ezra hier laat zien is wel een groot vertrouwen in God. Het gaat hier om spullen voor zijn tempel, voor zijn huis, geld om die tempelbouw te ondersteunen, priesters en levieten. Zou God deze dan niet juist ook beschermen? Hij stelt zijn vertrouwen op de Here en legt het lot in zijn handen.
Dat wil niet zeggen dat als wij goede dingen doen het wel goed zal gaan. Dat ds. Dunnewind niet bang hoefde te zijn toen hij naar Indonesië vloog, want hij ging toch voor het goede doel. Of dat je onderweg naar de kerk niets kan gebeuren. We kunnen op allerlei manieren te maken krijgen met onheil. Maar, laat Ezra zien, laten we niet vergeten dat Here te bidden om zijn bescherming. Uiteindelijk moet alles van Hem komen. Hij is het die ons echt kan helpen.
Ezra riep op tot een vasten. Een bepaalde tijd niet eten. Ze voelden zich lichamelijk zwak en kregen trek. Ze lieten iets staan, juist om te laten zien hoe ze van God afhankelijk waren. Ook vandaag kun je daar nog voor kiezen. Het is een manier om je te verootmoedigen. Juist door af te zien van andere dingen, je te richten op God. Ervaren hoe afhankelijk je als mens bent van zijn zegen.
[Dia 8] Hij roept op tot verootmoediging [neerbuigen, kleinmaken]. Ik vind wel mooi dat dat woord hier bij het vasten staat. Want dat is eigenlijk de basishouding die ons in de hele bijbel geleerd wordt. Als kleine mensen komen we bij God. Als mensen die zo kwetsbaar zijn. Die een korte tijd hier op aarde leven. We komen als zondige mensen. En uit onszelf zouden we niets hoeven te verwachten: maar juist als je dat tegen God zegt. Als je niet zelf zegt: ik doe dit en dat en ik ga dat wel even maken en doen en dan ga ik daarna nog wel even dat fiksen en maken. Als je dat niet zegt: maar als je zegt: Here, machtige God, wilt U mij helpen, wilt U mij leiden, wilt u mijn kinderen beschermen en zijn met degenen die zwak en oud zijn. Wilt u de zieken omringen met U zorg, dan heb je de juiste basishouding voor het gebed te pakken. Op zo’n manier mag je alles in Gods handen leggen. God toornt op degenen die trots hun eigen wegen gaan (denk bijvoorbeeld aan de ballingschap!), maar Hij is dankbaar als we ons vol vertrouwen aan Hem overgeven: als we niet eigen wegen gaan, maar de weg die Hij wijst. Als je de bijbel opendoet. Als je elke nieuwe week weer naar zijn huis komt om zijn zegen te ontvangen. Als je het zo niet verwacht van eigen kracht, maar van de zegen van de Heer!
[dia 9] 3. Geloof dat Hij je verhoort. Ezra schrijft op dat de Here hem verhoort. Hij zegt het al in vers 23, en inderdaad in vers 31 komen ze veilig in Jeruzalem aan. Vier maanden zijn ze onderweg geweest, van april tot augustus 458 BC. Een lange reis. Dan rusten ze eerst drie dagen uit. En dan worden de schatten gegeven aan de tempel. Dan kan de tempeldienst nog beter verricht worden. Dan kunnen de offers gebracht worden. Wat een blijdschap zal er geweest zijn. God had een behouden reis gegeven. God had hun plannen doen slagen. God had hun gebed verhoord. Ze bleven gespaard voor vijanden en struikrovers.
Toch gaat het zo vaak anders. Je bidt de Here oprecht. Je vraagt of God je wil helpen, je bidt om bescherming. En dan gebeurt er opeens dat verschrikkelijke ongeluk. Dan horen we over een vliegtuig dat neerstort. Dan komen er mensen om in oorlogsgebieden. We dragen onze kinderen op aan de Here, maar dan is er soms plotseling die pijn van een overlijden, soms al in de moederschoot. Soms worden zelfs opzettelijk jonge kinderen gedood door een abortus. Wat een ellende is er in deze wereld. Soms bid je om goede uitslagen en krijg je een moeilijk bericht te verwerken.
Ezra was op weg naar Jeruzalem. Waarom? Om de tempeldienst weer in ere te herstellen. Maar wat trof hij aan? Een vrederijk? Een land waar alles goed was? God die dicht bij de mensen woonden? Hij trof een afvallig volk aan, die God vergaten waren, de stad Jeruzalem lag open voor de vijanden en hij en Nehemia en Maleachi hadden nog heel wat woorden nodig om het volk op God te wijzen. De reis was veilig geweest: maar het doel was nog niet bereikt. Een nieuwe wereld was er niet gekomen.
Het doel lag nog verder: doordat Jeruzalem en de tempeldienst er waren, kon de grote Zoon van David komen. Hij die kwam met de boodschap van zijn koninkrijk. Van het vrederijk. Hij die zelf ‘de tempel’ was en het kwaad zou overwinnen. God verhoort! Dat geloof ik zeker. Hij gaf zijn Zoon om een nieuwe hemel en nieuwe aarde mogelijk te maken. Je mag veilig schuilen bij Hem. En wie zo op weg is naar dat grote doel, die kan hier op deze gebroken aarde nog veel mee maken. Komt soms voor moeilijke vragen te staan, ziet dat het leven hier soms zo gebroken is. Toch mag je weten dat door Christus het echte doel van de reis vastligt. Mag je je daar aan vasthouden, hoe je ook aangevochten kan worden. Want God zal zeker zorgen dat wij veilig aan zullen komen bij het nieuw Jeruzalem. Hij heeft geen rustige reis belooft (en dat maakt soms onrustig en boos), maar Hij zegt wel: Ik hoor en ik verhoor. Ook in de diepste duisternis ben ik nabij. Mijn hand zal je veilig leiden. Vouw je ook je handen, verootmoedig je en laat je ze dan omsluiten door mijn Vaderhanden? Ik zal je op jou reis veilig leiden! Amen

Liturgie zondag 24 augustus 2014 – 13.30u en 15.30u

Welkom en mededelingen; Votum en zegengroet (staande)

Zingen Lied 477 (Geest van hierboven, staande)

Gebed

Lezen Ezra 7:1-10, 8:21-23 en 31-36

Zingen Ps 126:1 en 3

Tekst Ezra 8:21-23

Preek

Zingen Ps 146:1,2,3,8

Geloofsbelijdenis van Nicea (staande)

Zingen Gz 141:1 en 3 (Dankt, dankt, staande)

Dankzegging en voorbede

Collecte / Zingen Ps 34:8 (Aangekondigd na collecte, staande)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: