Ezra 9 – God stelt je in de ruimte, juist als je je schuld belijdt

Preek gehouden in Heemse, zondag 31 augustus 2014
Tekst: Ezra 9:10

Jongens en meisjes,
Het helpt om te vertellen wat je verkeerd hebt gedaan … Er was eens een jongen die een vuurtje had gestookt, zomaar van wat takken en papier. Samen met zijn vriendje, bij een oude boerderij. Maar toen ze er een stuk plastic opgooiden begon het enorm te stinken en te roken. Heel het fietspad kwam onder de rook. Ze schrokken en renden weg. Ze gingen op hun kamer zitten, bang voor straf, bang wat er zou gebeuren. Ze durfden niets aan de moeder te vertellen. Maar later kwam de moeder boven. Ze rook de brandlucht en vroeg wat er gebeurd was. Toen vertelden de jongens het. Ze zei: dat was niet goed, maar ik ga straks wel even kijken. Zullen jullie het niet meer doen? De jongens voelden zich opgelucht! Ze hoefden er niet meer zelf meer rond te lopen en het liep allemaal gelukkig toch nog goed af.

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,
[dia 1] ‘Heb jij dàt gedaan? Met jou wil ik niets meer te maken hebben! Wat ben jij gemeen geweest! Wat een rotstreek! Ik had dat van jou niet verwacht, wat val jij mij tegen. Je had toch beloofd om dat niet meer te doen?’
Iemand kan zomaar zo reageren als je erachter komt dat je iets heel verkeerds hebt gedaan. Dat jij je op een achterbakse manier verrijkt hebt, terwijl de ander je vertrouwde; dat je weer veel te veel gedronken had, terwijl je beloofde het niet meer te doen; dat je thuis op walgelijke manier reageerde op je man of vrouw, dat je een ander een hak gezet hebt.
Je kunt je schamen voor je verkeerde dingen. Je loopt er niet mee te koop. Op facebook zet je eerder leuke filmpjes en plaatjes over vakanties, goede doelen acties en verjaardagen, dan dat je over verkeerde dingen vertelt.
[dia 2] Vandaag willen we juist wel letten op wat niet goed ging. Willen we daar open over spreken, het tegen elkaar zeggen en vooral ook tegen God zeggen. We willen ontdekken hoe het bevrijdend kan werken en het je in de ruimte zet als je wel je verkeerde dingen benoemd. Want vanmorgen horen we hoe Ezra aan het bidden is, hoe hij de zonden en verkeerde dingen van het volk bij God brengt. Hij gaat het volk voor in het zeggen dat ze niet geluisterd hebben naar de geboden van de HEER en dat ze hun eigen gang zijn gegaan. Hij noemt de fouten, de schulden, de overtredingen van het volk en vertelt ze aan God. Net zoals wij elke zondagmorgen dat ook met elkaar doen hier in de kerk. We luisteren naar de wet, om daarna in een gezamenlijk gebed ook ‘schuldbelijdenis’ te doen. God te vertellen wat er niet deugde aan ons leven. De verkeerde dingen voor God onder woorden te brengen.
[dia 3] Dat is de weg die onze liefdevolle Vader ons leert in de Bijbel. In de tijd van Ezra, maar ook in de tijd van Jezus. Hij wijst erop hoe wij als zondige mensen, toch geliefde kinderen van Hem zijn. Hoe groot zijn genade is, en hoe je dan ook aan zijn hand met leven en steeds weer het goede mag kiezen. In je gezin, met je vriendinnen, in je relatie en in de kerk.
God stelt je in de ruimte, juist als je je schuld belijdt
1. Ontdek de genadige God
2. Benoem concreet je zonden
3. Kies de weg van zijn geboden

[dia 4]1. Ontdek de genadige God.
Het kan zijn dat je helemaal niets over zonde of schuld horen. Wie afstand neemt van God, wie zijn eigen gang wil gaan, wie niet gelooft in de Schepper die zijn Zoon gaf, die zal ook niet aan zijn hand willen leven. Terwijl God je wel uitnodigt om met Hem te leven. Met Hem door het leven te gaan. Hij wil voor je zorgen, je kracht geven onderweg en je uiteindelijk thuis brengen in een volmaakte wereld. Als je zegt: ik wil niets met die God te maken hebben, ik richt zelf mijn leven wel in, dan kies je een weg die doodloopt. Dan verlies je je maker uit het oog. Dan krijg je te maken met zijn oordeel en zal je waarschijnlijk je niet erg druk maken over wat misgaat … je gaat je eigen gang.
Maar als je gelooft in God, dan kan het niet anders of je bent aangeslagen als er toch weer zonden in je leven zijn. Dan kun je zomaar het gevoel hebben dat die zonden tussen jou en God gaan instaan. Dan wordt het tijd dat die zonden opgeruimd worden en uit de weg gehaald. En als er iemand is die het heel erg vindt dat er zonden zijn dan is het de priester Ezra wel. Hij is net veilig teruggekeerd in Jeruzalem. De offers in de tempel zijn gebracht. Hij heeft zich een voorstelling gemaakt over hoe het zou zijn in het beloofde land, misschien wel een iets te mooie voorstellingen over die Godsstad door op de berg Sion, maar ja … kun je hem dat kwalijk nemen als er in de ballingschap zo vaak vol mooie herinneringen over die stad is gesproken, als je er zo’n lange reis naartoe hebt gemaakt, als je al zoveel in de bijbel of die stad hebt gelezen en horen zingen. Ezra is er aangekomen. Hij mocht in de tempel naar binnengaan.
Maar dan lezen we dat er een paar leiders van volk met hem gaan praten. Hier zien we hoe ze de zonden belijden. Ze zeggen, je bent hier nu wel gekomen: maar weet je wel dat het volk van de Judeërs en Benjaminieten, dat het volk van God, helemaal niet zo netjes geleefd heeft de afgelopen tijd? Dat ze eigenlijk hun eigen God vergeten zijn en meegedaan hebben met de feesten, met de gruwelen, met de praktijken van de volken om hen heen. Dat ze zich vermengd hebben met hen, en dat ze getrouwd zijn met hun dochters. Het heilige volk is helemaal niet zo heilig gebleven als God gevraagd had. [dia 5] Als Ezra dat hoort dan knapt er wat. Wat wordt hij daar verdrietig van! Hij gaat zitten, stil en verbijsterd. Dit slechte nieuws kan hij niet verwerken. Hij is helemaal terneergeslagen. Hoe is dit toch mogelijk en hij scheurt zijn kleren, hij trekt zijn haren uit zijn hoofd en baart. Hij is er helemaal kapot van.
[dia 6] Waarom? Omdat hij juist weet hoe liefdevol en genadig God is. Als hij even later gaat bidden is dat ook wat hij steeds zegt. Hij zegt: steeds heeft het volk gezondigd. Ze zijn in ballingschap gestuurd om hun zonden. En toch wil God nu met ons verder! U hebt net uw liefde en uw zorg getoond. We mochten veilig hier aankomen. U hebt het hart van Artaxerxes veranderd. U hebt ons weer teruggebracht naar Jeruzalem en we mogen hier weer wonen, terwijl we er helemaal geen recht op hadden. We zijn slaven, maar u hebt onze ogen doen oplichten, ons nieuwe moed gegeven. We mogen hier weer terug zijn, we mogen de tempel gaan opbouwen. Genade zo oneindig groot! Het volk heeft niet gezondigd tegen een God die zonder genade was. Ze zondigen tegen een God die net zoveel liefde had laten zien!
Wat is het belangrijk om dat goed te zien. God is de God van genade. Hij zocht Adam op in het paradijs, Hij redde Noach, Hij sloot zijn verbond met Mozes, Hij deed zijn volk terugkeren uit ballingschap. Deze God gaf zijn eigen Zoon Jezus Christus. Hij wil je redden en eeuwig leven geven. Wat een liefde van God … en juist dan wordt het extra pijnlijk, doet het extra zeer, als je toch je eigen gang gaat. Als degene die net een miljoen kwijtgescholden kreeg, maar de ander het mes op de keel zet voor een tientje.
Wat is jouw antwoord op Gods genade? Staat Hij in jou leven op de eerste plaats, of zijn er heel veel dingen waar je druk mee bent? Besteed je heel veel tijd aan je werk, je huis, je tuin, je welvaart? Ben je al je energie kwijt om een leeg bestaan op te bouwen. Dat je langzaam opgaat in de wereld en God naar de achtergrond verdwijnt? Het volk vergat de Heer, terwijl God zo genadig was. Hoe staat het met u en jou liefde voor God? Maak je je elven mooi voor Hem, of kies je tegen hem. Ben je oneerlijk in je huwelijk, spreek je kwaad over een ander, ga je je eigen gang? Zie je hoe groot zijn genade is en laat je die genade dan ook heel je leven bepalen?

[dia 7] 2. Benoem concreet je zonden.
Wat is dan het antwoord van het volk op Gods liefde? We hebben zijn geboden veronachtzaamd, staat er. Het volk gaat onder ogen zien dat ze op de verkeerde weg waren. Wat hebben ze dan verkeerd gedaan? Ze hebben zich vermengd met de volken om zich heen. De volken die andere goden dienden. Die ook allerlei gruwelen kenden in die godsdiensten. Offers voor die goden, soms zelfs kindoffers. Denk aan de baalpriesters die zichzelf ging snijden voor hun goden. Of denk aan de losbandige feesten met veel seks die gepaard gingen met die offerdiensten. Juist het kleine volk dat terugkwam, dat ging werken aan herstel, dat telkens laat zien dat het afstamt van het volk van God en dat de priesters afstammen van Aaron, juist dat volk had zijn eigen identiteit moeten bewaren en had trouw moeten zijn aan de geboden van God. Maar wat was hun antwoord op de genade van God? We hebben uw geboden veronachtzaamd, uw wet niet nageleefd.
Dat zeggen ze dan ook tegenover God: onze zonden reiken tot aan de hemel, die hebben zich opgestapeld. Ze hebben het hele land gevuld van het oosten tot het westen. Ze hebben heel goed in de gaten dat het niet goed was.
Dat is niet alleen iets wat ze zeggen. Het is nogal makkelijk om sorry te zeggen. Maar het komt pas echt over als iemand het meent, als het recht uit zijn hart komt. We zagen al dat Ezra zich verbonden voelt met het volk en zijn kleren scheurt en huilt. Helemaal verbijsterd is. Huilt. En terwijl hij zo huilt komt er een groep mensen om hem heen staan, steeds meer mensen van het volk die ook bitter wenen. Ze zijn verdrietig om de zonden die zij begaan hebben, het raakt hen in hun hart. En ze vragen zich af: als het zo met ons gesteld is, dat we Gods genade dat Hij een rest wilde sparen beantwoorden met te zondigen, zal God ons dan wel willen sparen. Zouden we dan in zijn ogen mogen bestaan. Of zal Hij er dan voorgoed een einde aan maken.
[dia 8] Ezra gaat ons voor in een schuldbelijdenis, zoals David, Nehemia en anderen het ook doen. Zoals die man uit Lukas 18 doet. Hij komt naar God toe en benoemd zijn zonden richting de Here, Hij vraagt: wees mij zondaar genadig. En God is hem genadig. Hij gaat gerechtvaardigd naar huis terug. Juist wie zo komt, mag geloven dat Christus voor zijn zonden gestorven is. Daarom is het goed om je zonden naar God te brengen, concreet te benoemen. Om dat elke keer hier te doen in de kerk. Om als er erge zonden zijn en het ook aan elkaar te belijden, zoals Jakobus daartoe oproept. We kennen geen biecht, wij kennen de gezamenlijke belijdenis van schuld aan het begin van de dienst, elke zondag weer. En we kennen het huisbezoek, ingesteld in de gereformeerde kerk, vaak ook net voor het avondmaal om ook je zonden te belijden.
[dia 9] Ik hoorde eens van een vrouw die zich enorm minderwaardig voelde om de zonde die ze had gedaan. Ze wist van genade. Ze wist van vergeving. Toch zat die zonde haar dwars en ze praatte erover met de dominee. De dominee sprak ook over vergeving en over de liefde van God. Maar zei ze: Ik denk niet dat God van mij houdt, en als u wist wat ik gedaan heb, zou u mij vast niet meer willen zien. Dan zou u mij vast wegsturen. De dominee zei: laten we dan een keer afspreken en erover praten. Ze kwam op de afspraak, in de kerk, ze durfde de dominee amper aan te kijken. Had donkere kleren aangetrokken en praatte zachtjes. Ze biechtte op wat er op die donkere momenten van haar leven gebeurd was. De dominee hoorde het aan. Ze keek of hij boos werd, of hij haar weg zou sturen, maar hij bleef met begrijpende blik naar haar kijken. Hij begon niet te schelden, keerde haar niet de rug toe, maar zei: besef je nu hoe oneindig groot de genade van God is? Dat Hij ook voor jou zijn Zoon gegeven heeft?

3. Kies de weg van zijn geboden
Wat was het antwoord van het volk op die liefde van God? Ze gingen hun eigen weg. Ze vergaten zijn geboden. Maar toen ze tot inkeer gekomen waren, zeiden ze: we zullen nu luisteren. De vreemde vrouwen zullen we wegsturen. Een heel radicale oplossing. Iets wat God niet van ons vraagt vandaag. Hij wil niet dat je gaat scheiden en vrouw en kinderen wegstuurt, denk bijv. aan 1 Kor 7:12 wanneer een broeder een ongelovige vrouw heeft die bij hem wil blijven, mag hij niet van haar scheiden. Je moet het lezen in die tijd. Die tijd dat ze net terug waren. Bedreigd werden door de volken om hen heen. Verdrukt werden door Samaritanen en Kanaänieten en dan moesten ze zich daarmee niet vermengen. Zeker niet de priesters die moesten dienen in het heiligdom van de Heer. We lezen dan ook dat die vrouwen worden weggestuurd. Heel ingrijpend heel vergaand. God wilde niet dat zijn volk zou verdwijnen en ze uiteindelijk de messias zouden missen! Juist met die Messias zou er veel veranderen. Jezus legde wel contact met de Samaritaanse en Kanaänitische vrouwen.
Het volk belijdt de zonde en kiest ook de weg van zijn geboden. Duidelijk is dat ze zeggen: nu moeten we de Heer blijven dienen. Moeten we niet weer de fout ingaan. Je zou je af kunnen vragen als Gods genade zo groot is, of we dan niet de wet net zo goed af kunnen schaffen. God vergeeft toch wel? Maar juist wie zo tot God gekomen is, mag zijn leven ook mooi maken voor de Here. Belijden we naar God, en naar elkaar onze zonden, dat we vervolgens ook anders willen leven. Of gaan we op in deze wereld? Vermeng je je? Besteden we veel tijd aan dingen opbouwen die uiteindelijk heel leeg zijn? God vraagt duidelijke keuzes. Hij wil niet een alleen de God zijn als een soort levensverzekering voor als het moeilijk is. Hij wil heel je leven vullen en wil dat je niet alleen Here, Here zegt, maar er ook echt naar doet. Ook als het gaat over je partnerkeuze, je beroepskeuze, de invulling van je vrije tijd en de besteding van de zondag. God vraagt dat je zijn liefde voor jou, door vertaalt naar liefde voor Hem en voor elkaar.
Wie serieus naar zijn leven kijkt. Wie oprecht zijn zonden benoemt, juist die wordt weer opnieuw met God verbonden. Juist die mag ook weer heel duidelijk en beslist zijn leven nieuw maken, mag weten wat het betekent om van de genade te leven. Die zal niet worden weggestuurd door God, maar wordt juist bevrijd en in de ruimte van Jezus Christus gezet. Dat je die bevrijding en vergeving steeds weer in je leven mag ontdekken!
Amen

 

Liturgie zondag 31 augustus 9.00u en 11.00u

Welkom en mededelingen

Gezongen votum, zegengroet, gezongen amen (staande)

Zingen Psalm 9:1,5,7 (vers 1: onderbouw Doekesschool, staande) Ik zal met heel mijn hart, o heer, blij al uw wonderen verhalen, U allerhoogste dank betalen.

Wet

Zingen Opwekking 428:1-4 (Genade, zo oneindig groot)

Gebed

Lezen Ezra 9

Lezen Lukas 18:9-14

Zingen Psalm 71:9,10 en 14

Tekst Ezra 9:10

Preek

Zingen Gezang 170 (Vaste rots van mijn behoud)

Dankzegging en voorbede

Collecte

Zingen Ps 32:5 (aangekondigd na collecte, staande)

Zegen en gezongen amen (staande)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: