Joh 20:1-18 – Hij is opgestaan!

Preek gehouden in Heemse, Pasen 2015
Tekst: Johannes 20

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus, jongens en meisjes,
[Dia verstoppertje] Wie van jullie heeft wel eens verstoppertje gespeeld? Je bent iemand kwijt en dan ga je zoeken. Je zoekt in alle kamers van het huis. Je zoekt in alle plekjes. En als het even kan zoek je een plekje waar men je niet verwacht. Wat is het dan vervelend als je diegene niet kan vinden. Iemand is zo goed verstopt, dat je gewoon echt niet weet waar hij is! Hopelijk stop je dan niet met zoeken. Wat ben je dan blij als je degene gevonden hebt. En misschien zeg je dan wel: Tjonge, wat heb jij een goede verstopplek! Iemand vergeleek de zoektocht van Maria van Magdalena op deze paasmorgen eens met hoe je zo kunt zoeken: ‘ze zoekt wel, maar ze slaat de plek over waar je het niet zou verwachten’.
[Dia Maria] Je leest in de Bijbel dat ze al heel vroeg terwijl het nog donker was op weggaat. Ze had goed opgelet waar ze Jezus gelegd hadden. Ze gaat met andere vrouwen naar het graf, waar Jezus begraven ligt:
haar meester, die haar weer beter had gemaakt toen ze zo in de war was.
Haar meester, waar ze zoveel van houdt.
Haar meester die ze aan het kruis geslagen hadden, ze had van een afstandje staan kijken.
Maar hoe vroeg ze die morgen ook komt, ze is te laat. Want als ze die morgen huilend bij het graf komt, schrikt ze heel erg! De steen is weg! Ze raakt helemaal in de war. Ze moeten Jezus wel gestolen hebben, het gebeurde wel vaker dat dieven het graf van een rijke man plunderden.
Ze vertelt het de leerlingen: Johannes en Petrus komen. En Johannes komt tot geloof. Maar Maria kan het niet geloven. Ze blijft huilen, ze blijft zoeken, ze heeft nog steeds niet gevonden.
Zelfs als de engelen zeggen: ‘Waarom huil je?’, laat ze zien dat ze aan het zoeken is: “Ik weet niet waar zijn mijn Heer hebben neergelegd”.
[Dia ‘vandaag’] Soms kun je zelf in je leven ook zo vast zitten. Op zoek zijn. Dat je zoveel verdriet hebt, dat de tranen soms echt over je wangen lopen. Dat je zelf een toekomst had uitgestippeld in je leven: voor je zag hoe je gezond, met de ander, met je geliefden, met kinderen, met een leuke baan hier zou kunnen leven. Maar dat je opeens van alles uit handen wordt geslagen, dat je zo verdrietig en uitgeput bent dat je niet ziet hoe jouw leven nog weer mooi en goed zou kunnen komen. Dat je door ziekte of overlijden, door moeite of werkloosheid echt het vertrouwen in de toekomst kwijtraakt. Ik denk aan een gesprek dat ik met iemand had die thuis zat omdat ze al de taken op haar werk niet kon overzien. Ze wilde alles goed doen, trok alles naar zich toe. Maar nu zat ze thuis, kon het niet meer aan. Begon soms zomaar te huilen. Wist niet waar ze het zoeken moest. En zeker ook niet waar God nu in haar leven gebleven was. Hoe moet je nu verder?
[Op zoek naar Hem] Wanneer je leest wat Johannes schrijft in het mooiste hoofdstuk van zijn boek, dan zie je dat hij zich vooral richt op Maria van Magdala. Zij is de zoekende en huilende vrouw, die uiteindelijk gaat ontdekken dat Jezus leeft. Maar dat doet ze niet zomaar. Wanneer je moeite in je leven hebt, dan kan het soms moeilijk zijn om weer het licht te vinden. Om te zien dat God wel goed is. Johannes laat zien dat het Maria van Magdala ook tijd kost. Terwijl je als lezer ondertussen weet dat Jezus leeft en is opgestaan, gelooft Maria dat nog niet. Johannes komt tot geloof, Maria nog niet.

De engelen stellen hun verbaasde vraag: Waarom huil je? Zij weten al dat Jezus is opgestaan, zij weten dat Hij leeft. Maar Maria ziet dat nog niet. Ze had dan de moed op kunnen geven en naar huis kunnen gaan. Verdrietig dat het mooie geloof in de Messias dat ze had, kennelijk ook niet echt was. Dat het haar niet echt verder hielp.

Ze had huilend op de bank kunnen blijven zitten. Maar wat deed ze … ze ging op zoek. Ze kwam in beweging. Ze ging naar het graf. En toen de steen weg was schakelde ze de hulp van de leerlingen van Jezus in. Ze blijft bij het graf als de leerlingen weer weg zijn en praat met de engelen.

[Gezien door Hem] En dat niet alleen … zoals Johannes het beschrijft zie je vooral hoe Jezus met haar bezig is. Terwijl zij zich alleen voelt, staat Jezus achter haar. Terwijl ze praat met de engelen hoeft ze zich alleen maar om te draaien. Als ze haar vragen stelt aan de tuinman, stelt ze de vragen eigenlijk aan Jezus zelf. Ze heeft het niet in de gaten, maar Jezus heeft haar allang gezien. In haar verdriet, in haar tranen, in haar zoeken. Zoals Jezus eens Natanaël al zag zitten onder de vijgeboom (Joh. 1), zoals Jezus precies het hele verhaal wist van de Samaritaanse vrouw, die bij de bron zat en aan wie hij vroeg om water. Hij wist al van haar man, en van haar mannen, Hij had alles al gezien.

[Gezien door Hem] Wanneer je huilend en zoekend in het leven staat, mag je weten en geloven dat Jezus ook jou al gezien heeft. Dat Hij de pijn en vragen kent, ook die vragen die er in jou leven zijn. Hij is het die je helemaal begrijpt en doorgrond. Elke stap kent hij. En hij is ook met jou bezig. Op zijn manier helpt Hij jou dat te ontdekken.
Bid dat je ogen open mogen gaan voor Hem als de Levende Heer. De Levende God die ook bij jou wil zijn, die dat soms laat zien in een Bijbelwoord dat opeens tot je doordringt en je een weg wijst, door diegene die jou die helpende woorden aanreikt, door een engel die op een wonderlijke manier jou op weg helpt.
Maria hoorde de stem van de engelen. Ze zag het lege graf en de doeken waar Jezus doorheen gegaan moet zijn. Maria zocht haar Heer, want Hij was haar bevrijder. Hij was ook voor haar gekruisigd. Zij wilde niet leven zonder hem.

[Maria!] En dan klinkt plotseling die bijzondere roep: Maria! De huilende en zoekende Maria hoort haar eigen naam klinken in de tuin. Hoe zal dat geklonken hebben. Boos en verwijtend? Zo van: Maria, nu moet je toch eens ophouden met huilen. Je bent op de verkeerde weg. Zo vind je mij niet. Aansporend en wakker roepend? Zo van: Maria, kom op, open nu je ogen en zie nu dat Ik het ben. Ontdek nu dat Ik niet meer dood ben, maar leef. Dat Ik gedaan heb wat Ik gezegd had?
Wanneer ik bedenk wat Jezus gedaan heeft. Dat Hij afgedaald is van de hemel, zich vernederd heeft, de pijn van deze wereld gedragen heeft, en de zonde op zich genomen heeft. Als ik bedenk hoe groot zijn liefde, Gods liefde geweest moet zijn voor ons zondige en soms moedeloze mensen, dan geloof ik dat Jezus hier vooral gezegd heeft: Maria! Geliefde Maria! Dat Hij vanuit zijn hart, vanuit zijn liefde hier tot haar spreekt en haar in liefde roept. Maria, ik heb je al gezien. Maria, ik heb mezelf ook voor jou gegeven. Maria, je mag mijn kind mijn schaapje zijn. Al je zonden zijn vergeven.

[Raboeni] En zoals staat in Johannes 10 ‘De schapen kennen de stem van de goede Herder’, zo herkent Maria dan zijn stem als ze bij naam geroepen wordt. En ze roept het uit in geloof! Mijn Meester! Raboeni!
Zo mag je vandaag ook weten dat God jou bij je naam noemt. Dat hij je roept, midden in je leven. Soms door een Bijbelwoord, soms door een ander, jouw naam klinkt. Hij wil jou bij je naam roepen, je bent van Hem. Wanneer je dat hoort mag je weten dat hij je kent in al je zoeken en vragen, dat hij je helemaal begrijpt, dat Hij je liefheeft en je bij hem thuis mag komen. Het avondmaal mag vieren! Ik hoop en bid dat die momenten in je leven mogen komen, ook als het nog donker is.

[Toekomst] Jezus moet Maria waarschuwen: je kunt me niet vasthouden. We kunnen niet samen terug naar hoe het hiervoor was, ik moet verder. Ik moet nog opvaren naar mijn Vader om voor alle mensen de redder en bevrijder te zijn. Ik wil leven in een nauwe band met al je broeders en zusters. Hun God is jouw God. Ik zal zorgen dat uiteindelijk iedereen in die verbondenheid met God zal leven! In een eeuwige vrede.
Wij leven twintig eeuwen later. Vandaag kunnen we hier om ons heen niet altijd zien hoe God bezig is zijn volmaakte rijk te brengen. Maar Maria werd van een zoekende vrouw, een blijde, vertelde vrouw. God gaat het goed maken! Jezus leeft. Ik bid dat we ook steeds meer zo van hier mogen gaan. Jezus leeft! Hij is opgestaan. Nee, dan is nog niet alles goed en opgelost. Maar Jezus leeft. Hij is met je alle dagen van je leven, tot aan de dag dat Hij weerkomt. Hij noemt je bij name en ik hoop dat je zijn stem dan zult herkennen en eeuwig bij hem zult leven in vrede. Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: