Zondag 27 – Niet te veel, maar ook niet te weinig van de (kinder)doop verwachten!

Preek gehouden in Heemse, 30 augustus 2015
Tekst: Zondag 27 – 1 Joh. 2 – Gal. 3:27

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[Dia 1] Waarom twee zondagen over de doop?
De catechismus heeft de bijbel nagesproken over wat de doop betekent.
Ik vertrouw op vergeving van de zonden.
Ik bid om de Geest in mijn leven en gaat steeds meer voor God leven.
Toch vonden Zacharias Ursinus en Caspar Olevianus het niet genoeg om maar één zondag met de jeugd door te spreken over de doop. Ze plakten er nog een zondag aan vast.
Waarom?
Omdat ze willen dat je de waarde van de doop op de juiste manier inschat.
[Dia 3] Het kan zijn dat je te klein denkt van de doop. Dat je zegt: eigenlijk is die doop maar niets. Die kinderdoop was niet mijn eigen keuze. Het is alleen wat water. Er is daar eigenlijk niets gebeurd. Het goede nieuws van Jezus geldt pas voor je als je zelf een keus gemaakt hebt en je zelf hebt laten dopen.
Maar er is ook een ander gevaar waar ze tegen waarschuwen. Namelijk dat je teveel van de doop verwacht. Dat je het idee hebt dat door dat water dat op je hoofd kwam en door de woorden die uitgesproken zijn, wel gerust mag zijn dat het met jou goed zit. God heeft immers zijn vergeving en genade gegeven in de doop. Wat kan er dan nog mis gaan?
[Dia 4] Vraag 72 gaat in op het teveel verwachten van de doop.
Dan noem je het water zelf de afwassing van de zonden.
Zo is de Rooms Katholieke leer over de doop. Het water zelf is heilig en reinigt.
Daarom moeten kinderen soms heel snel gedoopt worden, anders gaan ze verloren.
Daarom mochten kinderen die niet gedoopt waren vroeger niet op de begraafplaats begraven worden. Daarom waren er bij sommige dopen rituelen van exorcisme: de duivel moest eerst weggejaagd, want het kindje was nog in zijn macht, zolang het nog niet gedoopt was.
Vraag 74 is duidelijk: daar legt de catechismus uit, tegenover de wederdopers, zeg maar de baptisten en evangelischen van die tijd, waarom de doop echt nodig is, ook voor kleine kinderen. Dat je dus ook niet te weinig van de doop moet verwachten. Vandaag willen we gaan luisteren welke de betekenis de doop echt voor ons mag hebben.

[Stap 2 / Dia 5] In Gal 3 komt de grote waarde van de doop duidelijk naar voren.
[Dia 6] Paulus legt uit dat in het Oude Testament de mensen onder de wet leefden.
Ze stonden onder toezicht van de opvoeder. Er was er wel een belofte dat het eens goed zou komen, hij legt uit dat ze zouden delen in de erfenis. Maar dat moment was nog niet gekomen.
Totdat Christus kwam! Hij stierf voor onze zonden, Hij volbracht de wet. Wie gelooft in God, staat niet meer onder voogdij, maar is een kind van God geworden.
[Dia 7] En dan noemt hij ook de doop: Door de doop zijn we één met Christus geworden, je bent met Christus omkleed. Dat gaat ver! Dat water laat zien je je vuile kleren af kan leggen en je schone kleren aan kan trekken. Je wordt met Christus bekleed.
Nu maakt het niet meer uit of je man of vrouw bent, slaaf of vrije, Jood of Griek: wie gelooft en zich laat dopen, die is echt een kind van Abraham. De doop is dus een teken van die grote verandering, die stap die je maakt om helemaal bij Jezus te gaan horen.
Wat kunnen we nu leren van dit gedeelte, om de doop goed in te schatten?
Het draait dus wel om geloof! Dat je het zelf aanneemt, zelf bij Christus wil horen!
Als de doop zo ingrijpend is, dan is duidelijk dat de doop ook onherhaalbaar is. Net als een geboorte: je kunt maar één keer met Hem kopje ondergaan in het water, zeg maar “sterven” en maar één keer met hem opstaan, met je hoofd weer boven water komen.
Tegelijk wordt ook duidelijk dat Christus komt om de belofte van het Oude Testament te vervullen. In Gods verbond van genade, waarmee Hij naar zijn volk had omgezien, had Hij nooit een automatisme gekend. Ook toen ging het om het geloof in de belofte, al was het toen wel beperkt tot de kinderen van Abraham. Paulus maakt hier duidelijk dat de belofte nu voor iedereen is. Dat allen die geloven en zich laten dopen kinderen van Abraham mogen zijn.
[Dia 8] Daarbij is het goed om te bedenken dat Paulus hier tegen volwassenen praat die de volwassendoop ontvangen hebben. Het Nieuwe Testament kent geen opdracht tot kinderdoop, al wordt in het voorbijgaan soms wel gezegd dat iemand met heel zijn huis gedoopt wordt. Er is een zendingssituatie, waarbij mensen het goede nieuws horen en aannemen. Net als wanneer er nu voor het eerst in gebieden die nog niet bereikt waren door het evangelie het goede nieuws wordt gebracht

[Stap 3 / Dia 9] Toen later de vraag op kwam of ook de kleine kinderen gedoopt moesten worden, heeft de kerk een paar dingen willen zeggen. Duidelijk was voor iedereen dat ook de hele kleine kinderen, die nog geen keuze hebben kunnen maken erbij hoorden. Zij mogen delen in dat verbond van genade, ook zij mogen kinderen van Abraham zijn.
De catechismus legt dan in vr. en ant. 73 heel duidelijk uit welke waarde we aan de doop mogen hechten. Het is een teken en zegel, niet minder en niet meer.

Door het teken van de doop wordt heel duidelijk afgebeeld dat God ons schoon wil wassen voor onze zonden. Het is een teken: een stukje onderwijs wat de Heilige Geest wil geven aan heel de gemeente.
Tegelijk is de doop ook een zegel. God verzekert dat dit kindje ook deelt in Gods genadeverbond. Want dit kind groeit op in een kerkelijke gemeente waar de Geest werkt, dit kind groeit op in een gezin van gelovige ouders die dit kindje ook op willen doen groeien in het geloof.

Toch is het in de loop van de geschiedenis vaak mis gegaan.
Men vond het teken van de doop mooi, het hoorde erbij als een soort gewoonte, maar ondertussen hoorden kinderen soms nooit over de Bijbel, gingen ze nooit naar de kerk, leefde het geloof niet echt. Vanuit dat oogpunt is kritiek op de kinderdoop heel terecht. Als een kind niet omgeven wordt door het geloof, dan mag een kind niet gedoopt worden!

Maar anders mag het wel gedoopt worden! Het is een enorme troost voor ouders die jong hun kindje moeten begraven.

Het is voor de kinderen zelf een duidelijk roeping die op hen af komt bij het opgroeien. Ik ben gedoopt … God verwacht een antwoord van mij!

Het is ook een teken dat God je bij het opgroeien niet aan je lot overlaat, maar dat Hij zijn Geest belooft. Hij wil krachtig in je hart werken. Hij wil je helpen om het geloof je ook echt eigen te maken.

[Stap 4 / Dia 10] Juist om te voorkomen dat de doop een gewoonte werd, worden aan de ouders heel bewust vragen gesteld bij de doop. Pak ze er maar eens bij:
1. In de eerste vraag zie je heel duidelijk dat van de ouders gevraagd wordt om in te stemmen met het feit dat kinderen ontvangen worden in zonden, maar tegelijk in Christus geheiligd zijn. Besef je dat de doop maar niet een mooi ritueel is, … maar een hele diepe betekenis heeft??
2. In de tweede vraag komt heel duidelijk naar voren, waar de ouders hun verlossing van verwachten. De Bijbel is heel duidelijk. God wil dat we alleen Hem dienen en niemand anders. God wil dat we het niet verwachten van de wereld met al zijn zelfzuchtige begeertes, afgunstige inhaligheid, pronkzucht, die wereld die voorbij gaat.
Als ouder moet je niet denken: laat ik ook nog maar even dopen, dat kan nooit geen kwaad, en ondertussen zelf je verlossing verwachten van allerlei verschillende dingen. Je heil zoeken bij allerlei mensen. Nee … Belijd je als ouder dat dit de ware en de enige leer van de verlossing is! Buiten Jezus om, is er geen redding!
3. In de derde plaats komt er met de doop een grote verantwoordelijkheid op je schouders.
Jij laat dit kindje dopen. Jij bidt om de heilige Geest.
Merken ze ook bij het opgroeien aan je dat je gelooft?
Jongens en meisjes, zeggen je ouders wel eens wat ze mooi vinden aan het geloof? Oefenen ze de schoolpsalm, vertellen ze uit de bijbel?
En jullie ouders wat doe je als je straks thuiskomt. Vraag je kinderen: wat gebeurde er in de kerk, wat heb je geleerd, wat begreep je niet?
Bid samen voor de kerk, bid je ook dat de dominee wijsheid krijgt voor de preek? ‘Ik hoorde van de week een emeritus dominee zeggen: soms gaat het vlot met mijn preek, dan heb ik altijd het gevoel dat er ook veel voor gebeden wordt in de gemeente’.
Leg aan je kinderen uit wat de doop betekent, zoals je beloofd hebt.
En je hebt beloofd je kinderen ook te laten onderwijzen …
Niet dat je het zelf niet meer hoeft te doen, het door anderen zou kunnen laten doen.
Maar laat merken in je keus voor de school en je gebed voor de school dat dit je aan het hart gaat.
Wat is het fijn dat elke week de jongeren weer naar catechisatie gestuurd worden. Vraag je erover door en praat je erover door.
Laat je je kinderen onderwijzen, juist ook op zondag? Door op zondag niet één keer te komen, maar twee keer. Die tweede keer die juist bedoeld is om te groeien in kennis van de christelijke leer. Die je als ouders zo wil helpen en ondersteunen.
[Stap 5 / Dia 11] De doop is van wezenlijk belang. Ook kinderen mogen bij dat verbond van God horen. Maar … het is geen automatisme.
Daarom apart nu ook de jongeren aangesproken, jullie die onderweg zijn om volwassen te worden. Johannes spreekt in zijn brief ook speciaal de jongeren aan. Hij zegt tegen de kinderen dat hun zonden vergeven zijn (een tekst die niet zo vaak gebruikt wordt bij de kinderdoop, maar die het wel weer extra onderstreept). Hij zegt tegen de jongeren: U bent sterk. Het woord van God blijft in u. U hebt het kwaad overwonnen. Maar het vraagt wel een keus want je kunt niet en van de wereld en van God zijn!
Juist als jongeren kun je een roerige tijd meemaken.
[Dia 12] Je was eerst een kind.
Je was afhankelijk van anderen. Een kind wordt verzorgd en gevoed.
Maar dan maak je als elke jongere een ontwikkeling door naar volwassenheid.
Je krijgt meer vrijheid. Je gaat zelf keuzes maken. Je draagt verantwoordelijkheid.
Je groeit er naar toe dat je een relatie aangaat, dat je gaat werken, dat je zelfstandig gaat wonen.
[Dia 13] Maar wat is dat een enorme verandering die jullie door moeten maken.
Eerst door anderen verzorgd worden … dan op eigen benen gaan staan.
Gelukkig heb je daar een paar jaar de tijd voor.
Bij sommigen van jullie verloopt dat heel gelijkmatig en rustig.
Bij anderen is dat echt een hele heftige periode, loop je tegen grenzen aan, kunnen je ouders niets goeds meer doen, krijg je lak aan alles en iedereen. Tot je later weer jezelf terugvindt en het allemaal weer wat rustiger wordt.
Zo’n proces moet je ook met God doormaken. God wil je Vader zijn. Maar de vraag is: geloof je dat zelf ook? Wil je ook zelf voor het geloof gaan? Is het waar wat in de Bijbel staat en is het waar wat mijn ouders mij vertellen?
Vorige week sprak ik nog iemand die zei: ‘op mijn dertiende heb ik al heel bewust afstand genomen. Volgens mij is het een groot verzonnen verhaal. Ik ben bewust atheïst geworden’. Toch hoop en bid ik dat je juist in deze periode mensen mag ontmoeten, en het is helemaal mooi als dat je ouders zijn, maar het kunnen ook vrienden, een dominee of ouderling zijn, die je helpen om de waarde van het geloof zelf te gaan ontdekken.

[Dia 14] Want het kan ook anders gaan. Dan denk ik aan die jongen van 18. Het liep bij hem allemaal veel gelijkmatiger. Tot hij veel evangelisatiegesprekken ging voeren tijdens een E&R project. Hij werd wel heel erg aan het nadenken ben gezet. Mensen hadden opmerkingen over gereformeerden die soms zo anders doen. Anderen snapten niet hoe je in de schepping kon geloven. Evolutie was toch veel wetenschappelijker. Die jongen praatte erover met anderen, las erover en kwam uit eindelijk tot de conclusie dat hij heel dankbaar mocht zijn voor alles wat hij had. Zijn Bijbel viel open bij Psalm 16 en hij bad en beleed:
Bewaar mij, HEER,
Ik zeg tot U; U bent mijn God mijn Here.
ik weet bij U mijn toekomst eeuwig zeker (Psalm 16).
Ik hoop dat je zelf ook steeds weer dankbaar mag worden.
Blij met het geweldige nieuws wat God heeft voor ons.
Of nu je nu als kind, of pas later of nog niet gedoopt bent.
Dat je ziet dat God de enige is die je echt redding kan geven.

[Dia 15] Voor ouders is het niet altijd makkelijk om zo’n ontwikkeling mee te maken.
De doop geeft een extra grond om God te bidden of je kinderen ook mogen geloven. Blijf bidden, zoals Monica voor Augustinus bleef bidden. Augustinus die zo totaal onverwacht toch nog tot geloof kwam, terwijl hij alle godsdiensten al had gezien en totaal werelds had geleefd.
Geloof is niet door te geven … wat kan het ontzettend moeilijk zijn als je kinderen of punten die zo belangrijk voor je zijn andere keuzes maken.
Houd de relatie goed, ook dan is de liefde belangrijk. Maar schaam je ook niet voor je geloof. Blijf bidden om mogelijkheden om iets van je geloof te laten zien of misschien voor een opening voor een gesprek erover.

[Dia 16] Gemeente: laten we om elkaar heen staan. We worden tegenwoordig bij de doop opgeroepen om om elkaar heen te staan. Laten we er invulling aangeven. Meeleven met jongeren. Met elkaar. Laten we oppassen dat we het niet van de doop zelf verwachten, maar van God. Hij die door zijn Geest in ons wil werken. Laten we bidden dat er nog veel gedoopt mag worden en vooral veel vanuit die doop gewerkt en om elkaar heen gestaan mag worden.
Amen.

Liturgie 30 augustus 2015, Heemse 13.30u en 15.30u

Welkom en mededelingen
Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)
Psalm 66:1,2,7 (staande)
Gebed
Lz Gal 3:19-29
Lz 1 Joh 2:12-17
Zingen Psalm 59:4 en 7 (Doekesschool)
[Dopen Heleen Kosters: Lezen Formulier 2
Kinderlied voor de doop ‘Jezus is de goede herder’
Na de doop: Gz 145:1,3 (Heer, onze Heer, hoe heerlijk is uw naam)
Oproep aan de gemeente (staande)]
Tekst Zondag 27
Preek
Gezang 45 (Laat de kinderen tot mij komen)
Geloofsbelijdenis
Psalm 71:9 en 13
Gebed
Collecte
Psalm 148:1 en 4 (staande, aangekondigd na de collecte)
Zegen en gezongen amen (staande)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: