Lukas 1:5-25 – Advent 1

Preek gehouden in Heemse, 1e zondag van Advent, 29 november 2015
Tekst: Lucas 1:5-25

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[dia 1] Midden in de nacht, gaat een klein lichtje branden. Er is een tijd van verwachten. Een tijd van hopen. De eerste adventskaars laat zien dat er toch een beetje licht is in de duisternis. Deze eerste zondag dat we toeleven naar het feest van kerst, mogen we stil staan bij dat hopen en verwachten. Jullie hebben negen maanden mogen wachten op de geboorte van Annalore / Tim een blijde verwachting, al zal er best wel eens onzekerheid geweest zijn of het allemaal goed ging komen: maar nu is het kindje er. Geweldig, te feliciteren zijn jullie. Maar het kindje komt in een wereld waar juist veel reden is om iets beters te hopen en te verwachten.

[dia 2] Ik denk aan de aanslagen in Parijs, de spanning rondom Syrië, de vluchtelingenstroom die op gang gekomen is. Het kan je zomaar treffen, je kunt je afvragen: in wat voor wereld leven we. Heer, ontferm U toch. Heer, hoe kan het toch dat U machtig bent en er dan toch zulke dingen gebeuren. Dat onschuldige mensen op een terrasje zomaar worden neergeschoten. Als je de vernedering, armoede en het onrecht ziet. Wanneer Lukas gaat schrijven over de geboorte van Jezus dan laat hij ook merken dat we in een donkere wereld leven. Je leest er zomaar overheen, maar het eerste vers dat we lazen was: in de dagen van Herodes. In de dagen van Herodes: er zit geen zoon van David op de troon, maar het volk wordt overheerst door de Romeinen. Herdodes de grote, de wrede vorst. Die koning van Edom. Die zijn gruwelen had en iedereen te vriend probeerde te houden: de Joden en de Romeinen, maar daardoor soms juist op afschuwelijke manier mensen om liet brengen. Het was een donkere tijd voor het volk van God. Zou er dan nooit een einde komen aan die vreemde onderdrukking en dat geweld. Elk jaar verdween er iets van hun verwachting.

[dia 3] We leven in een donkere wereld. En toch kan het soms nog ver van je bed zijn. Zolang het jezelf niet treft. Je het alleen hoort en leest. Maar dan kan er ook in je persoonlijk leven, moeite zijn. Dit leven dat, zoals het doopformulier zegt: niet anders is dan een voortdurend sterven. Verdriet om een scheiding, verdriet om ruzie in de familie, verdriet omdat jij die beperking hebt, verdriet om ernstige ziekte of een overlijden, verdriet om kinderloosheid. Ook dat verdriet, dat in je eigen leven kan spelen komen we hier bij Lukas tegen: Zacharias en Elisabeth, die beiden vrome en gelovige mensen waren en zich strikt hielden aan de wetten van God … hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar. Na het trouwen was de babykamer leeg gebleven. Geen huilend baby’tje, geen kindje in de wieg, maar leegte. De hoop werd elk jaar minder. De teleurstelling elk jaar groter. En langzamerhand verdween de hoop en de verwachting. Elisabet was verdrietig, en vooral verdrietig omdat hun nageslacht niet de komst van de verlosser, de Messias zou meemaken.

[dia 4] En dan zou je denken: op het moment dat er in zo’n donkere tijd, met ook dat persoonlijk verdriet van Zacharias een engel voor hem staat, dat Zacharias wel gelijk vol vreugde en hoop zou zijn. Want wat een geweldig boodschap heeft de engel: Zacharias je gebed is verhoord! Je vrouw zal een zoon baren. In hun eigen leven zal er een enorme blijdschap zijn. Ze zullen een klein babytje krijgen. Toch nog vader en moeder worden! Dat mag Zacharias straks aan zijn vrouw Elisabet vertellen, als hij zijn priesterdienst erop heeft zitten.
Maar niet alleen hun eigen kruis zal weggenomen worden. In de dagen van Herodes, in de dagen dat dit gebeurt: zal heel het volk zich over Johannes gaan verheugen. Zijn naam zegt het al: de Here is genadig. De Heer ziet om naar zijn volk. Hij zal groot zijn. Hij zal het volk klaarmaken voor de komst van de Heer. Hij zal zijn als Elia en ouders en kinderen, zondaars en rechtvaardigen met elkaar verzoenen. Er zal een nieuwe tijd aanbreken. De Messias komt! Verwacht de komst van de Heer!

[dia 5] Maar Zacharias springt geen gat in de lucht. Reageert niet gelijk in geloof en in aanbidding. Is niet blij met het licht dat aangestoken wordt, de hoop die hem gegeven wordt. Hij reageert: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is?’. Hoor je dat goed? God ziet om naar zijn volk, Hij belooft zijn vrede. ‘Hoe kan ik weten of dat waar is?’. Twijfelt Zacharias aan Gods macht? En dan te bedenken dat Zacharias hier op de heilige plaats staat, waar hij maar één keer in zijn leven de priesterdienst mocht verrichten. Bij het reukofferaltaar, vlak voor het allerheiligste. De plek waar het reukofferaltaar duidelijk maakt dat de gebeden als rook opstijgen tot Gods aangezicht. Zo’n heilige plaats, zo’n heilige moment, en zie ik dan Zacharias terugschrikken en vragen: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is?’. En tegen wie zegt Zacharias dat? Tegen een engel van de Heer? En dan maar niet zo’n lieftallig engeltje, maar tegen Gabriel. De leider van de hemelse legers, de grote strijder, zeg maar de maarschalk de man van God die altijd bij God staat. Durft Zacharias tegen hem te zeggen ‘Hoe kan ik weten of dat waar is?’. (Grieks: Kata. ti, gnw,somai tou/toÈ)
[dia 6] Toch zegt Zacharias dat. De engel keurt dit af. Hij krijgt een straf, die tegelijk een teken is erbij. Een teken dat hij niet zal kunnen spreken tot het kind geboren is. Een teken waar Elisabet zich bij aansluit, door zich de eerste vijf maanden van haar zwangerschap ook te verbergen en niet te spreken. Pas als ze Maria ontmoet zal ze het goede nieuws vertellen. Je kunt je dus afvragen hoe het mogelijk is dat zo’n gelovige en godsdienstige man, toch twijfelt aan de beloften die Hij hoort via de engel.

[dia 7] Het laat zien hoe moeilijk het is om te geloven als mensen. Wat kunnen wij maar moeilijk begrijpen waarom God deze weg met de wereld gaat. Wat durven we vaak maar weinig te hopen dat God het uiteindelijk goed zal maken en onze gebeden werkelijk verhoord. Het is in de wereld soms zo donker, we kunnen zo vaak teleurgesteld zijn, we kunnen zoveel vragen hebben. Soms kun je het idee hebben dat er zoveel moeite is dat dit wel de bodem zal zijn, en dat je er dan toch weer doorheen zakt. Dat het toch weer dieper kan. Dat het erge toch weer jou moet treffen.

[dia 8] Toch mag er ook een tijd zijn van hoop. Een tijd van verwachting. Richt je blik op Gods grote daden! God voert de strijd tegen het kwaad. Hij wil het kwaad overwinnen. Hij zal zijn licht doen schijnen. Hij heeft dat heel duidelijk laten zien in Jezus Christus. God gaf zijn eigen zoon. Hij wil aan het kruis sterven voor onze zonden. Hij wil het goed maken tussen God en ons. En wie zo God leert kennen, wie zich zo aan Hem vastgrijpt, mag weten dat God het kwijnende vlammetje niet uitdooft. Dat Hij onder ons is met eeuwige handen en ons uiteindelijk nooit zal laten vallen of zal laten gaan, maar dat Hij juist een nieuw begin wil maken. Heer, uw licht en uw liefde schijnen, waar u bent zal de nacht verdwijnen! Ik hoop dat je zo ook steeds weer met het woord van God bezig gaat, Hem opzoekt, daar je hoop en houvast vindt. Hij laat niet los het werk van zijn handen. Dat je vandaaruit ook in je ambtelijk werk steeds weer het goede nieuws van God mag brengen, hoe moeilijk en verdrietig de situatie soms ook kan zijn. Verwacht, geloof, bereid je voor op de komst des Heren!

[dia 9] Als Zacharias dan het teken gehad heeft, als hij niet meer kan praten dan moet Hij naar buiten. In de voorschriften stond duidelijk dat je het volk niet mocht laten wachten. Dan konden ze zich ongerust maken, dat er wat gebeurd was tijdens het moment van het gebed. Zacharias gaat dus naar buiten. Hoe maak je iets duidelijk als je niet kan spreken, hoe geef je dan het volk nog de zegen mee? Met behulp van gebaren! En het wachtende volk begreep dat hij een visioen heeft gezien. Het volk heeft gebeden: heeft hun eigen nood aan de Here voor gelegd, heeft gebeden om de Messias. Misschien met de gedachte: het duurt al zoveel eeuwen voordat hij komt wij zullen het niet meer mee maken. Maar ze moesten eens weten! Ze moesten eens weten dat God op deze manier bezig is om zijn Zoon naar de aarde te brengen. Om de wegbereider van de verlosser, de Elia geboren te laten worden.

[Dia 10] Lukas die zo beschrijft hoe het ging met de geboorte van Jezus, schrijft het heel duidelijk voor de lezers op. Jezus werd maar niet zomaar op eens geboren. De herinnering aan Gods beloften klinkt door. God laat zien: ik ben de God van Israël. Ik kan onvruchtbaren een kind geven. Net als in de tijd van Abraham en Sara, van Elkana en Hanna. Isaak, Samuel, Gideon en Elia kwamen: Ik kan nieuwe hoop geven, nieuwe verwachting. Hij heeft de gebeden bij het reukofferaltaar verhoord. Zo maakt Hij duidelijk: dit is mijn boodschap. De Here komt, de Messias. Het is misschien bijna niet te geloven, maar geloof het maar. Het is echt waar.
Juist hierdoor wil hij je helpen om ook je eigen vragen en twijfels te overwinnen. De Messias is gekomen. Hij zal weerkomen. Eens wordt alles nieuw. Dat is vast en zeker. Het is een tijd van verwachten. Maar wie op de Here bouwt, zal niet beschaamd uitkomen! Amen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: