Zondag 39 – Neem Gods woorden die je via je ouders hoort ter harte!

Preek, Heemse, 13 december 2015
Tekst: Zondag 39, Spreuken 1:7-9 (viering en nabetrachting Heilig Avondmaal)

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[dia 1] Kees-Jan is zeven en zit in de kerk. De eerste keer mee naar de kerk was nog wel spannend, maar nu vindt hij het niet zo leuk. Hij zit te draaien, vraagt telkens hoe lang het nog duurt. De volgende keer zegt hij: ik ga niet mee ik vind het maar saai in de kerk. Misschien vind jij het ook wel eens dat de kerkdienst lang duurt. Wat kan het lastig zijn voor jou als ouder om dan goed te reageren. Je hebt belooft om ze te onderwijzen in geloof. Thuis heb je het vaste moment om voor te lezen uit de kinderbijbel. Maar je vindt het lastig om Kees-Jan toch steeds weer mee te nemen naar de kerk.

Een half jaar geleden was de belijdeniszondag. Veel jongeren zeiden ja tegen God. Ze vieren vandaag avondmaal mee. Je bent als ouders dankbaar, ook omdat je beseft dat je zelf het geloof niet kan doorgeven. Maar Piet wil helemaal niets meer van God weten. Hij ging nog een tijdje naar de kerk om zijn ouders. Maar eigenlijk zei het hem niets meer. Hij geeft aan niets meer van God te willen weten. Als ouders voel je het moment aankomen dat afgekondigd gaat worden dat hij zich onttrokken heeft. Je voelt als ouders de pijn. Is je opvoeding nu mislukt? Had je niet het grote verlangen toen God je een kind gaf en je met je kind bij de doopvont stond, dat hij ook later zelf ja tegen God zou zeggen?

Een ander voorbeeld: ‘Mijn vriendinnen geven een feest, en nou moet ik van mijn ouders om 00.30u thuis zijn. Belachelijk toch! Waarom zou ik naar mijn ouders luisteren. Anderen mogen ook veel langer blijven en ik weet echt wel wat ik doe. Waarom zou ik me iets van hen aantrekken? Ik bepaal toch zelf wat ik doe, ik ben al oud genoeg!’

Vandaag gaat het over het gebod ‘Toon eerbied voor je vader en je moeder’. Wat betekent dat in deze tijd? Waarom geeft de Here dit gebod? Hoe kunnen we als ouders op een goede manier onze kinderen opvoeden?

[dia 2] Neem Gods woorden die je via je ouders hoort ter harte!
1) Hoor die woorden
2) Spreek die woorden
3) Toon eerbied voor die woorden
[dia 3.1] In Israël gaan de jongens en meisjes op een gegeven moment naar een speciale school waar ze wijsheid leren. Wijze levenslessen over hoe je goed en slim in het leven kunt staan. Maar als de schrijver het dan opschrijft in zijn boek, terwijl de kinderen bij die eerste lessen nog op het puntje van hun stoel zitten omdat ze het goed willen horen, legt hij eerst uit waar de wijsheid begint. [dia 3.2] Het begint bij het kennen van de Heer. Hij heeft je gemaakt, je mag Hem herkennen in een mooie zonsondergang, in het eekhoorntje dat Hij gemaakt heeft, in je lichaam dat elke jaar zomaar weer een paar centimeter langer wordt, in de liefde die Hij voor jou heeft. Dat Hij als een hemelse Vader voor jou wil zorgen, ook al ben je een zondig mens. [dia 3.3] Een mens die uit zichzelf niet op God gericht is. De God die zich liet zien in de gebeurtenissen met Israël: dat Hij zelfs als alles dood leek te lopen weer een weg kon openen, en het volk door de Schelfzee kon laten gaan. Die de hemel opende en Jezus Christus gaf als verlosser: als degenen die voor onze zonden gestorven is.

[dia 4.1] Maar dan zegt hij ook: het is hier op deze school niet zo dat we een nieuwe start maken. Hij sluit aan bij thuis. Hij zegt: luister naar de lessen van je vader, verwaarloos niet wat je moeder je leert. [dia 4.2] God heeft allereerst je vader en moeder gegeven om je een weg wijzen in het leven. Om je te vertellen over de Here, maar ook om je te leren wat gezond en wat ongezond is, wat slim is en wat dom is, hoe je goed voor jezelf zorgt en hoe je jezelf in de nesten werkt. En geloof maar dat ze het goed met je voor hebben: ze hebben je het licht doen zien, je rond gedragen toen je huilde, je eten en drinken gegeven. Later zegt spreuken: ‘Als je je vader en moeder vervloekt, wordt je levenslicht gedoofd in de diepste duisternis.’ Hij zegt dus: luister naar ze. Dat wil niet zeggen: ‘je trommelvlies heen en weer laten gaan en dan gewoon doen wat je zelf wilt’. Nee, dat is luisteren en het ter harte nemen. Je mobieltje of boek even wegleggen zodat het echt tot je door kan dringen. En dan er ook naar doen … ook al past het jou niet dat je op tijd moet zijn voor het eten, wil jij liever je computerspel afmaken, wil jij liever wel naar dat feest, of heb jij niet zoveel zin om naar de kerk te gaan. Wie wijs wil zijn: luistert naar het onderwijs van zijn vader en moeder! Natuurlijk mag je voor jezelf leren denken, zelfstandig worden, soms je neus stoten, moeten ouders je ruimte geven: maar dat bekent niet dat je je ouders gewoon kunt laten praten. Soms moet je gewoon naar ze luisteren wat je hormonen of vriendinnen ook zeggen.

[dia 5.1] Daarbij zijn vader én moeder beiden belangrijk. We kennen ook wel zulke wijsheidsscholen ook uit het oude Egypte, maar het bijzondere is dat daar de moeder vaak niet genoemd wordt. De bijbel zet, dwars tegen de gewoonte van die tijd in, de moeder op een voetstuk. Kan zelfs in Leviticus 19:3 zeggen: toon respect voor je moeder en vader. De moeder komt voorop. En daarbij is het de les van je vader: Je vader kan je duidelijke regels geven, zeggen wat de afspraak is, kan soms straf geven als dat nodig is. [dia 5.2] En bij de moeder staat dan een ander woord. Bij moeder staat niet zozeer ‘vermaan’, maar staat eerder het onderwijs: de gesprekken die je met je moeder hebt. Wat is het belangrijk dat die momenten er zijn: dat er rust is rondom de eettafel, dat je even dat moment hebt als je samen naar de ortho fiets, dat je samen een wandeling maakt. Laten we zorgen dat onze agenda’s niet zo vol gepland staan dat er geen moment meer is voor echte aandacht voor elkaar. Dan moet je echt op zoek gaan naar quality time: maar hoe meer ruimte je voor je kinderen inruimt, hoe meer kans er is dat er ook echt quality time is. Wanneer er opeens een vraag komt, neem je dan ook even de tijd en ga je erop in. Ben je er voor ze om ze ook echt een weg te wijzen, wat goed is en wat niet.

[dia 6] 2) Spreek die woorden
Het is niet altijd makkelijk om in deze tijd goed je kinderen op te voeden. Wanneer het gaat over hoe leg je je kind in de wieg kun je al heel wat verschillende adviezen krijgen en ook over hoe je nu precies het beste borstvoeding geeft. Maar als ze dan ouder worden dan komt er ook veel meer op de kinderen af. Rust, reinheid en regelmatig was vroeger een handige basis in de opvoeding … maar wie lukt het vandaag de dag nog om dat vorm te geven: met zoveel verplichtingen, met soms gebroken gezinnen, zo’n complexe samenleving waarin zoveel gevraagd wordt van de kinderen, een stroom aan informatie via de sociale media die nooit ophoudt, computerspelletjes en berichten die de kinderen bezighouden. Het kan zinvol zijn om die drie r’s van rust, reinheid en regelmatig na te streven.

[dia 6.2] Toch wil ik vooral op een vierde r wijzen: de r van richting. Als ouders mag je vooral je kinderen ook voorgaan in een leven met de Here. Waar steeds meer mensen om hen heen niet meer geloven, niet meer naar de kerk gaan, of God naar de achtergrond laten verdwijnen, mag je heel duidelijk een richting wijzen. We krijgen de woorden van God niet op een briefje, maar God heeft ons wel ouders gegeven waarmee Hij kinderen een weg wil wijzen. Wil laten zien waarom je hier op aarde bent, wat de bedoeling is van je leven, wanneer je echt gelukkig wordt. Je mag als ouder de verhalen van God doorvertellen, je mag als ouder duidelijk een richting wijzen, ook in deze eeuw als er zoveel op kinderen en jongeren afkomt. Je mag een richtingwijzer zijn: soms een weg wijzen in het wirwar van vragen, twijfels, verplichtingen, mails, keuzes die op je af komen. Soms ook een richtingwijzer naar boven: wijzen op God, wijzen op Hem die je gemaakt heeft. Ik hoop zo dat er moment zijn van geloofsoverdracht, binnen het gezin. Dat je met spreuken 23:19 zegt: ‘Luister mijn zoon, wijs wees, kies de juiste weg!’ Bij de tafel, als ze thuiskomen uit school, ’s avonds voor het slapen gaan. Dat je ze trouw meeneemt naar de kerk. En dan kun je veel zeggen, maar uiteindelijk nemen ze vooral over wat je laat zien, wat je voorleeft.

[dia 7] En als de kerkdienst saai is? Als ze geen zin hebben in catechisaties? Dan is het belangrijk dat we als gemeente eraan werken dat we aandacht hebben voor alle leeftijden. Daar wordt veel aan gedaan via kinderbladen, door catecheten, verenigingsleiders. Wat is de jeugd belangrijk: ook voor de kerk geldt: wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Laten we daar als gemeente ook steeds open voor staan en oog voor hebben. Zoals we bij de doop ook steeds opgeroepen worden. En soms is het ook een kwestie van gewoon doen: al vindt een kind het saai, toch gewoon meenemen. Ook de zwemles, de school, of de sport is wel eens saai: maar dan zeg je toch ook niet na drie keer: o is het saai, dan hoef je er niet meer heen. Laten we net als bij de andere dingen, uitleggen waarom het belangrijk is: daar kun je je ook in oefenen. Hoe leg ik nu kort uit waarom geloof zo belangrijk is en ik daarin wil groeien Je kunt je kinderen ook voorbereiden op een dienst en doorpraten over de dienst. Op zondag de kerkdienst de eerste plek geven pas daarna kijken of je nog andere dingen wilt gaan. Zo kunnen kerkdiensten hele waardevolle momenten zijn die je samen met je gezin beleeft.

[dia 8] En als je kind uiteindelijk toch een andere weg gaat? Ik las ergens een mooi stukje erover. Over ouders die die pijn voelen. Over de pijn van mensen die hen missen in de kerk. Je hebt met vallen en opstaan je kinderen gewezen op de Here. Hebt goede richtingwijzer willen zijn, maar toch kiezen ze een andere weg. Het kan moeilijk zijn. Een gevoel van gevoel van bezorgdheid over jouw zoon, jouw dochter. Het is een hele kunst om dat dan los te laten. Om daarin ook de accepteren dat kinderen op een gegeven moment op eigen benen staan en zelf keuzes moeten en mogen maken. Of het nu gaat over beroep, partner of … geloof. Dan blijven bidden en voorleven. Opvoeden is vaak ook loslaten. Maar wat nog beter is: leer om je kinderen toe te vertrouwen aan God. Als wij kinderen loslaten, mogen we ze biddend in de handen van God leggen. De God van hun doop. Waar wij onze machteloosheid voelen, onze kinderen in zijn handen leggen.
[dia 9] 3) Toon eerbied voor die woorden
Het vijfde gebod over het eren van onze ouders kan soms een moeilijk gebod zijn. Als ouders door hun manier van opvoeden je een zwaar juk in je leven hebben meegegeven. Als er geen tijd, geen liefde, geen aandacht was. Als er geen veiligheid was. Het kan je leven lang met je mee gaan. De catechismus heeft oog voor het menselijke van ouders. [dia 10] Als ze spreken over ‘goede onderwijzing’, kan er dus ook slechte zijn. Daar hoef je dan niet naar te luisteren. Uiteindelijk zijn we God meer gehoorzaam dan mensen. Je kunt iemand niet eren, als hij geen eer verdient. De spreukendichter zegt terecht: ‘Zoals sneeuw niet bij de zomer past, en regen niet bij de oogst, zo past eer niet bij een dwaas.’ (26:1). Je gaat geen sneeuw in de zomer op het dak leggen: dat smelt zomaar. En als je gaat oogsten, moet er eigenlijk niet teveel regen zijn: een dwaas moet je geen eer geven. Je mag de ouders de eer geven die ze verdienen. Je mag afstand nemen van wat niet goed is. Laten we dan als kerkgezin dicht om zulke mensen heen gaan staan!

[dia 11.1] Daarbij blijft de band tussen ouders en kinderen wel altijd bestaan, ook als je zelf volwassen bent geworden en je ouders oud. Als langzaam de gebreken komen. Als ze verhuizen van hun woning, via een aanleunwoning naar het verpleeghuis. De laatste woning. Eerst vroegen de kinderen: komen opa en oma ook op mijn verjaardag. Maar als ze niet meer kunnen? Blijft de kamer dan leeg, omdat je zelf toch ook je vakantie nodig hebt, de kinderen druk zijn met sport en muziek, met school en feestjes? Omdat je zoveel werk te doen hebt. Zeker in deze tijd waarin er veel verandert in zorg, wijst God ons een weg van het blijven zorgen voor ouderen. Het ter harte nemen van zijn goede onderwijzing ook hierin.
[dia 11.2] Dan is dit een gebod met een geweldige, een grote belofte: wie zijn ouders eert, mag lang leven. Je hebt er niet voor gekozen om deze ouders te krijgen, maar God heeft je deze ouders gegeven. Laten we ondanks alle beperkingen die je bij ze ziet, niet vergeten hoe ze je een richting hebben willen wijzen. Wie waardering heeft voor de wijsheid van de ouderen, die ooit ook eens jong zijn geweest, mag gewaarschuwd zijn voor gevaren. Zet ze niet weg als ‘die ouwe’, maar ziet dat ze je een weg kunnen wijzen naar een stabiel en eerlijk leven. Hoe gebroken het hier ook is. [dia 11.3] Wat mag je dankbaar zijn als je ouders je ook de liefde van God hebben doen kennen. Dan is het maar niet een stabiel leven hier op aarde wat ze je willen geven, dan mag je ook zicht hebben op een eeuwig leven bij God. Een leven in al zijn goedheid en heerlijkheid. Een eeuwig leven. Waar we vandaag bij het avondmaal al iets van hebben mogen proeven. Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: