Zondag 48 – Uw koninkrijk kome!

Preek Heemse / Heemse-Marslanden 21 februari 2016

Tekst: Matteüs 13:24-30, 36-43;

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[dia 1] Je komt ze overal tegen, je komt ze steeds meer tegen… mensen die niet geloven in God en niet bij zijn koninkrijk willen horen. Dat vriendje of vriendinnetje in de buurt dat vraagt: ‘waarom ga je eigenlijk naar de kerk? Ik geloof niet dat er een God is.’ Die collega op je werk die respect voor je heeft, maar zelf absoluut niet gelooft dat God er is. Ik bepaal zelf wat ik doe en geloof. Achmed, die niet in God gelooft maar in Allah. Laatst had ik een heel gesprek met de jongeren die vorig jaar VMBO examen hebben gedaan en nu een half jaar op een nieuwe school zitten. De meesten zaten vorig jaar op het Greijdanus waar eigenlijk iedereen op gelovig is opgevoed, maar nu zijn er vaak maar twee of drie in de klas die ook geloven. Je merkt dat Nederland steeds minder christelijk wordt. Waar is dan het koninkrijk van God?
Hoe ga je dan om met mensen die geen belang hebben het geloof of het koninkrijk van Jezus? In de voorbespreking zei iemand: dan moeten we maar heel druk gaan evangeliseren en iedereen vertellen over Jezus, want nu kunnen ze nog gered worden. Iemand anders zei: ik vind het wel lastig hoor. Als ik lees over tarwe en onkruid. Moet ik mijn collega dan onkruid noemen? Zo zie ik dat echt niet. Soms kan ik zelfs een voorbeeld aan haar nemen! Weer iemand anders dacht meer aan zichzelf: als ik hoor over dat onkruid, begin ik meer aan mijzelf te twijfelen. Is het altijd wel zo duidelijk wie er onkruid is en wie een tarwe is? Er is op mijn leven ook genoeg aan te merken. Ik overtreed de wet van God ook wel, als het gaat over geld, mijn gedrag in het verkeer of hoe ik met mijn naaste omga. Ik wordt eigenlijk heel bang en onzeker van deze tekst, dat God al het onkruid gaat verbranden.
[dia 2] De Here Jezus leert ons bidden: laat uw koninkrijk komen. Dat gaat niet alleen over straks als alles volmaakt zal zijn, maar dat heeft ook te maken met het leven hier en nu. Wat Jezus verder in dit hoofdstuk verteld, kun je misschien wel begrijpen: het rijk van de hemel, het eeuwige leven is een kostbare parel die je moet vinden, is als zaad dat langzaam groeit en rijpt, is als een kostbare schat. Maar deze gelijkenis: waarom vergelijkt Hij nu het koninkrijk met onkruid en tarwe, goede en slechte dingen samen?

Laat uw rijk komen!
1) Al gaat de duivel tekeer
2) Geef dat velen voor U kiezen
3) Breng zo uw stralende, volmaakte rijk

[dia 3] 1. Al gaat de duivel te keer
Wat een gemene schurk moet die man geweest! Jezus zit op de boot en vertelt de mensen die aan de kant staan verschillende verhalen. Een jongetje dat vooraan zit, zit heel goed te luisteren, maar nu is hij heel boos! Zijn vader is zelf boer en zal binnenkort weer allemaal graankorrels in de grond stoppen. Als het dan gaat groeien, dan zullen ze straks het graan kunnen oogsten. Dan kan de bakker er weer brood van bakker, dan hebben alle kinderen uit de klas weer te eten, dan kunnen zij hun geld verdienen. Maar wat vertelt Jezus nu? Toen iedereen lag te slapen, kwam er een schurk, een vijand die zomaar onkruid in de akker ging zaaien, tussen de graankorrels. Weet je wel wat er dan gebeurt: dan kan het graan voor het brood niet goed groeien. Dan maakt hij de oogst kapot. Weet hij niet hoe duur dat zaaigoed was? Wat een vijand is die man. Wie haalt er nu in zijn hoofd om een ander zo kapot te maken. Deze jongen weet ook wel: als er eenmaal onkruid tussen het graan groeit, kun je er niets tegen doen. Want als je nu het onkruid eruit willen halen, dan trek je de kleine plantjes mee. De wortels zitten door elkaar. Daar komt bij: je kunt toch helemaal niet zien wat nu onkruid is of graan. Die vijand heeft waarschijnlijk dolik gezaaid. Dat lijkt heel erg op graan. Het jongetje dat naar Jezus luistert is er goed boos van!!
[dia 4] Toch vertelt de Here Jezus deze gelijkenis niet voor niets. Johannes had al gezegd: het koninkrijk van de hemel is nabij. Gods nieuw wereld komt eraan. Jezus zei zelf toen Hij langs het meer van Galilea liep en zijn leerlingen riep: Gods licht is gaan schijnen over een donker land. Het koninkrijk van de hemel is nabij. Hij vertelde aan het begin van dit hoofdstuk over het zaad dat groeit in de goede aarde. Het wisselt wel of het zaad echt groeien, maar er is zaad dat veel vrucht gaat dragen. De mensen kregen hoop: Jezus is onze nieuwe koning. Hij gaat alle vijanden verslaan. Alle ziekte, pijn, moeite en verdrukking gaat weg. Nog even en Hij neemt alle macht over. Dan zal het koninkrijk van God gekomen zijn.
Toch wil de Here Jezus er hier vooral op wijzen dat we geduld moeten hebben tot de dag van de oogst. Voordat de oogst komt zullen tarwe en dolik samen opgroeien. Zal de duivel nog zijn uiterste best doen om het groeiende graan te verstikken en kapot te maken. Er zal weerstand zijn en tegenstand. Zo zal dat zijn in het leven van Jezus: Hij zal niet zomaar koning worden (al hopen de mensen dat wel als hij met een ezel Jeruzalem inrijdt), nee, Jezus zal zelf de weg van lijden moeten gaan, eerst wordt het Goede Vrijdag. [dia 5] Hij zal vernederd worden, zijn vijanden zullen Hem doden, zijn lichaam moet gezaaid worden in de akker. Maar op die manier zal hij vruchtdragen. En aan het eind van de tijd zal hij terugkomen en alles nieuw maken, afrekenen met alle kwaad.
Zo zal dat ook voor ons gelden. De duivel gaat nog tekeer. Iemand zei: als God dan bezig is om dat rijk te brengen. Waarom is er dan nog oorlog in Syrië, waarom kan Hij niet wat sneller het werk van het kwaad verbreken. Waarom gebeurt er zo’n verschrikkelijk ongeluk waarbij een jonge vrouw om het leven komt? Heer, verbreek toch al de werken van de duivel. Stop toch zijn werk waarmee hij probeert om christenen van het geloof af te brengen. Soms met geweld: in Syrië zijn van de meer dan een miljoen christenen nog maar een paar honderdduizend over. Soms met zijn ideeën dat hij je probeert te doen geloven dat God helemaal niet bestaat, of dat het onzin is om te geloven, of dat de schepping toch nooit zo gebeurd kan zijn. Stop toch het werk van mensen die mij van het geloof weghalen of mij aan het twijfelen brengen. Daar bidden we om met dit gebed.
Toch wil Jezus het ons heel duidelijk maken. Hij zal niet voor zijn tijd komen. Hij zal niet het onkruid er door zijn engelen eruit laten trekken als het nog geen tijd is voor de oogst. Waarom niet? Omdat Hij eerst wil dat we groeien, dat we vruchtdragen, dat er nog een zo groot mogelijke oogst rijpt en groeit. Hij wil eerst dat iedereen het hoort. Hij geef de duivel nog bepaalde ruimte, geeft het kwaad nog bepaalde ruimte: maar Hij zal zijn plan uitvoeren. Hij gaat zijn weg. Als de tijd daar is: dan zal duidelijk dat de duivel met al zijn macht en aanvallen toch niet heeft kunnen voorkomen dat de oogst in de schuren wordt binnengebracht. Dan zal er met gejuich gemaaid worden. Op die dag waar al wat leeft al lang op wacht! En als je lijdt, weet dat het maar voor even is.
Als Jezus terugkomt, deel je in zijn heerlijkheid!

[dia 6] 2. Geef dat velen voor U kiezen
Jezus maakt dus duidelijk dat er nog strijd zal zijn en dat er op dit moment twee soorten zaad zijn, twee soorten mensen. Het onkruid dat door de satan gestrooid wordt, is niet zomaar slecht. Deze mensen worden echt vijanden van het geloof genoemd. Ze proberen anderen te verstikken, ten val te brengen. Het zijn wetsverkrachters: mensen die steeds weer gedaan hebben wat God niet wil. Straks als de dag van de oogst komt dan zullen de engelen komen om ze te verzamelen. Zoals de maaiers eerst al het onkruid bij elkaar verzamelen en op een grote berg verbranden: dan blijft het graan over en kan in de schuren gebracht worden. Er moet een oordeel komen: als God straks zijn volmaakte wereld brengt dan wil Hij niet dat het kwaad daarin wordt binnengedragen. Hij zorgt dat er scheiding komt tussen goed en kwaad.
Iemand zei in de voorspreking: het is nog al wat wat hier staat. Als je het goed tot je laat doordringen: dan staat er nog al wat. Dat er een oordeel komt, dat er een scheiding komt tussen de mensen die Gods wil hebben gedaan en de mensen die dat niet hebben gedaan. Die zullen straks in de brandende oven worden geworpen en huilen van ellende en spijt. Ze zullen knarsetanden en wenen.
Dat betekent twee dingen: allereerst dat we heel goed naar onszelf kijken. Ben ik onkruid of ben ik graan? Wie niet met God wil leven, wie tegen zijn wil ingaat, wie probeert anderen te laten struikelen, kan duizend keer gedoopt zijn, maar zul je dan wel gered worden? Er komt echt een oordeel! God vraagt echt een keuze! Wie ben jij dat jij van jezelf kan zeggen: ‘Ik ben geen onkruid, ik ben graan, met mij komt het wel goed!’. Ik hoop dat je niet in slaap gesust wordt, dat je niet een valse gerustheid hebt. Besef je dat God ook jou zal oordelen? Zie je hoe God zegt: op die volmaakte wereld is geen plek voor mensen die mijn wet overtreden. Als je niet trouw is aan God, in het leven en dienen van Hem, als Hij niet op de eerste plaats komt, waarom zou God dan wel trouw zijn aan jou, aan u. Jezus bindt de mensen op het hart om zijn boodschap serieus te nemen: wie oren heeft, moet horen wat hier staat!
Tegelijk mogen we ook weten waarom God ons zal oordelen. Uiteindelijk zegt Hij niet: laat maar zien wat je gedaan hebt, lever je lijstje met goede werken maar in, wanneer je niet te vaak de wet hebt overtreden komt het wel goed. Hij vraagt: Heb jij mij lief? Heb jij mij werkelijk lief? Geloof je dat ik voor jouw zonden gestorven ben? Heb jij gegeten van het brood en gedronken van de wijn en daarmee laten zien dat je gelooft dat ik ook voor jou gekomen ben? God zal ons redden op grond van ons geloof! Als we door de Geest Christus’ woorden en redding in ons hart hebben laten wonen.
Dat is ook hoe je met anderen om mag gaan. Laten we steeds zoeken naar mogelijkheden om anderen te vertellen over Gods nieuwe wereld. Over het volmaakte rijk dat straks zal komen. We kunnen niet bidden om het koninkrijk en ondertussen niet alles eraan doen om anderen te vertellen van dat rijk. We bidden voor de zending op Papua, voor de evangelisatie hier, voor het project in Beerze. Ook om een zegen over de contacten met de collega’s: laten we werkelijk uitstralen in de manier waarop we ons werk doen, de manier waarop we praten, de manier waarop we de boel achterlaten, de manier waarop we omgaan met wetten en belasting, dat we echt op Jezus willen lijken. Dat daar iets vanuit mag gaan. En ook anderen zullen goede dingen doen. Mensen die niet geloven kunnen je soms ten voorbeeld zijn. Maar laten we uitleggen waar het uiteindelijk op aankomt: dat de Here Jezus terug zal komen en dat Hij zal vragen of we Hem lief hebben gehad, of we in Hem geloofden. Gelovigen moeten oppassen om niet op te gaan in het hier en nu, om helemaal op de wereld lijken, alweer bezig zijn met de volgende vakantie. We doen allemaal goed en kwaad, maar de vraag is: vraag je nu al aan Christus of Hij je in zijn rijk wil brengen, waar je op eigen kracht niet kan komen? Laten we bidden dat veel mensen zien welk geweldige werk Christus heeft gedaan door voor onze zonden te sterven en op te staan en dat er zo alleen door Hem lief te hebben en na te volgen een weg door de dood heen is naar het eeuwige leven.

[dia 7] 3. Breng zo uw stralende volmaakte rijk
Ik hoop dat je ontdekt hebt, wat sommigen ontdekten in de voorspreking dat het bij het gebed om het rijk om meer gaat dan om de wederkomst, de dag dat Jezus terug gaan komen. We bidden ook dat zijn rijk er nu al steeds meer mag zijn in ons leven, in de kerk, om ons heen en dat velen bij dat rijk mogen gaan horen. Dat Jezus zijn rijk nog niet in volmaaktheid brengt, dat er nu nog tranen zijn en pijn, is omdat Hij ons de kans geeft om te groeien. Het graan mag opgroeien en vrucht dragen.
Daarom bidden we ook: bewaar en vermeerder uw kerk, geef dat we ons steeds meer aan u onderwerpen. Groeit Gods kerk ook? Iemand zei: ik heb het idee dat het steeds minder wordt. Het is moeilijk om mensen voor commissies te vinden en ook lastig om ambtsdragers te vinden. Lukt het ons om trouw te zijn? En hoe zal het zijn voor onze kinderen over 25 of 50 jaar. Zal God dan geloof vinden hier in Heemse. Het kan je soms aanvliegen, maar laten we daarin ook steeds het goede voorleven en doorvertellen. Zelf trouw zijn op onze eigen plek. Dan mogen we ook bemoedigd worden door deze gelijkenis: ook al zijn er bedreigingen, al woekert het onkruid. Het graan rijpt wel, wordt groter, draagt vruchten. Het onkruid kan dat niet voorkomen, en op zijn tijd zal God toch de oogst binnendragen. De duivel zal het woord van God niet verslaan, al is er strijd of vervolging: er zal een oogst zijn om binnen te halen!
Wat lezen we dan? Op die dag als Christus komt. Als de bazuinen klinken, dan zullen we stralen als de zon. Mozes straalde al toen hij God gezien had. Maar wij zullen zeker stralen! Als we in de hemel mogen komen, als we God, het volmaakte licht, mogen zien. Daar zal geen lamp of zon meer zijn, want God is zelf het licht. We zullen stralen, want er zal ook geen vuil of zonde meer zijn. Christus zal al de zonden afwassen. Iemand vertelde over iemand die al iets van dat heerlijke rijk mocht zien, net voor zijn sterven. Wat een geweldige troost mag dat geven als je kunt zeggen: Ik zie een poort wijd open staan, waardoor het licht komt stromen van ’t kruis, waar ‘k vrijlijk heen mag gaan
om vrede te bekomen. Genade Gods, zo rijk en vrij! Die poort staat open … ook voor mij? Ook voor mij!
Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: