2 Tessalonicenzen 1:4-12 – Houd vol, want Christus komt terug!

Preek Heemse, 17 april 2016

Tekst: 2 Tess 1:4-12

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Voor wie was het deze week moeilijk om te blijven geloven in God? Wie was bang dat de kerk vanmorgen beklad zou zijn? Of dreigde iemand de kerk in brand te steken? Wie werd er nageroepen: ‘he, rare christen!’ Ik denk dat niemand dat hier heeft meegemaakt. Ik las wel in de krant: in Syrië werden wel 23 christenen onthoofd. In andere landen kerken in brand gestoken. In Noord-Korea is het heel gevaarlijk om een bijbel te hebben en naar een kerkdienst te gaan.

Paulus had zelf meegemaakt in Tessalonica dat hij moest vluchten, omdat ze hem anders zouden pakken. Paulus ging verder, maar de mensen in Tessalonica werden nog steeds lastig gevallen door de Joden omdat ze in Jezus geloofden. Ze werden vervolgd en verdrukt. ‘christenen zijn oproerkraaiers!’ werd er geroepen. Jason was al uit zijn huis gesleept, voor de rechter gebracht. Stel dat je in de gevangenis kwam of uitgescholden werd omdat je zegt: Jezus is Heer, Hem alleen wil ik dienen. Zou het dan lukken om te blijven geloven?

En toch die vraag … was het deze week moeilijk om te blijven geloven in God? Toen je het deze week zo moeilijk had, en je levensweg echt een weg van lijden werd. Was het moeilijk om te kiezen voor God: als het ook wel lekker is om even niets te hoeven op het moment dat God vraagt dat je naar de kerk komt? Was het moeilijk om God op de eerste plaats te blijven stellen, ook als je zoveel geld, zoveel vrede, zoveel rust hebt dat je denkt: zonder God gaat het toch ook wel goed. Ja juist als je ziet hoeveel duizenden de duivel in zijn macht krijgt door ons te overstelpen met welvaart, komt die vraag indringend op je af, zal ik, zal de volgende generatie blijven geloven in God? Hoe blijven we staande? Zal Christus geloof vinden in de Heemse als Hij terugkomt?

 

Houd vol want Christus komt terug!

– Doordat je volhoudt, weet je dat je deelt in Gods rijk

– Wie een ander doet lijden, God zal hem laten lijden

– Christus komt terug met vuur, zijn engelen en in zijn glorie

– Dan zul je  van de moeite bevrijd worden en God prijzen

– Hou vol en doe het goede, Christus zal je prijzen!

 

– Doordat je volhoudt, weet je dat je deelt in Gods rijk

Allereerst prijst Paulus de mensen in Tessalonica. Hij is blij met het geloof, met de liefde voor elkaar, maar hij is ook blij dat ze volhouden. Ook nu ze het zo moeilijk hebben, geven de mensen niet op, zeggen ze het geloof niet vaarwel, laten ze de kerk niet links liggen. Nee, zelfs nu ze vervolgd worden en moeilijkheden kennen, houden ze stand. Blijven ze bidden, gaan ze naar de kerk, leven ze met God. Voor Paulus is dat een bewijs: Hij zegt: ‘hierdoor weet ik het zeker. God heeft een juist een besluit genomen! Doordat jullie volhouden, weet ik dat jullie geloof maar niet even en bevlieging was, even een moment. Nu merk ik dat jullie echt zullen delen in het nieuwe rijk, in de volmaakte nieuwe hemel en nieuwe aarde. Straks zullen jullie erbij zijn!

Ja volhouden kan soms moeilijk zijn. Kees had besloten een nieuwe opleiding te gaan doen. Een technische opleiding. Hij had al wel een diploma op zak, maar hij wilde graag nog doorstuderen. Dan moest hij nog wel drie jaar aan de bak. Aan het begin was alles leuk, nieuw en interessant. Maar op een gegeven moment waren er ook saaie vakken. Moest hij studeren, terwijl zijn vrienden met elkaar gingen gamen. Kon hij niet mee wat drinken, omdat hij nog een tentamen had. Hadden zijn vrienden al geld om een auto te kopen. Wat was het moeilijk om te studeren, om vol te houden. Maar hij was een doorzetter: uiteindelijk kon hij stralend zijn diploma in ontvangst nemen en solliciteren naar een goede baan!

Christus heeft voor ons het mooiste klaargemaakt wat er is. Een plekje in zijn nieuwe koninkrijk. Maar Hij vraagt wel: houdt vol, geef niet op, zet door. Ook als het moeilijk is, als het soms zwaar is, als je op zondag misschien soms liever andere dingen gaat doen, als je zoveel aan je hoofd hebt dat je vergeet te bidden. Laten we steeds bidden dat we de kracht krijgen om op God gericht te blijven. Door open te zijn naar anderen dat voor jou Jezus de belangrijkste is, door trouw te zijn in bijbellezen, door voor je kinderen God op de eerste plaats te zetten. Want wie volhoudt, die mag delen in het nieuwe rijk van God.

 

– Wie een ander doet lijden, God zal hem laten lijden. Wat was soms zwaar in Tessalonica om vol te houden! Dat kwam door die vervelende onderdrukkers. Die mensen die de christenen naar het leven staan, die zorgen dat ze in de gevangenis komen, die zorgen dat ze niet meer veilig zijn in de stad zodat ze moeten vluchten. Wat is het vreselijk hoe de beulen van I.S. tekeer kunnen gaan. Wat is het erg hoe iemand een ander kan laten lijden en pijn kan doen. Als je gepest wordt, als ze je uitschelden, als ze je integriteit schenden en persoonlijk kwetsen. God zegt: wie een ander doet lijden, hem zal Ik laten lijden. Wie Mij niet geloven, Joden en Grieken die Mij niet erkennen, zullen zelf verstoten worden, zullen te gronde gaan, zullen te maken met eeuwige pijn. Wie niet gelooft, wie Mij niet aanneemt, zal niet delen in het rijk, maar krijgt te maken met de eeuwige straf. Die komt buiten het licht van God staan, en heeft dan geen leven meer.

Wie een kuil graaft voor een ander valt er zelf in. Uiteindelijk zal God alles omkeren. Zoals in de psalmen ook vaak staat: laat het toch op zijn eigen hoofd neerkomen. Laat hij zelf ervaren wat het is om gepest te worden, om het moeilijk te hebben, om te moeten lijden. Jesaja schrijft erover: God zal zijn oordeel vellen, met vuur en zwaard. Tallozen worden doorboort. Al die volken die het Israël het moeilijk gemaakt hebben: ze zullen ten onder gaan. Wie in de gevangenis komt om het geloof, mag weten dat zijn verrader straks in de gevangenis zit. Wie verbannen wordt om zijn geloof, mag weten dat degene die dat gedaan heeft straks verbannen wordt. Wie uitscholden wordt, die mag weten dat God straks alles omkeert. Hij zal het kwaad straffen.

Ik hoop dat je dat goed in de gaten hebt, als je kwaad doet. Als je een ander beschadigt, als je een ander pijn doet, als je een ander pest: God verdraagt het kwaad niet. Hij zal je straffen om het kwaad. Als jij een dader bent, dan zul je moeten boeten! Dan zul je de straf moeten dragen. En wie nu lijdt: die mag weten: God ziet het, God zal recht doen, het is de moeite waard om vol te houden, want uiteindelijk zal God die kwaaddoeners aanpakken. Of dat niet heel hard is? Zonder genade? Laten we opletten wie dit schrijft: Paulus. Paulus die zelf eerst christenvervolger was. Die andere mensen deed lijden en moest arresteren. Hij die op tijd tot geloof in Christus kwam en zijn genade aannam. Wie zich afkeert van het kwaad, mag weten dat God het kwaad straft in zijn eigen Zoon Christus en dat er redding en vergeving mogelijk is!

 

– Christus komt terug met vuur, zijn engelen en in zijn glorie

Hoe zal het dan zijn als Jezus terugkomt? Misschien denk je liever na over hoe je vandaag het goede kan doen, dan over wat er straks zal gebeuren. Misschien heb je juist veel vragen over hoe het zal zijn. In deze twee brieven van Paulus aan de Tessalonicenzen wordt daar veel over verteld. Dat komt omdat er mensen waren die dachten dat Jezus al heel snel terug zou komen, zie het begin van het volgende hoofdstuk. Juist dan is het ook extra moeilijk om vol te houden: als je dacht dat je nog maar een maand hoefde te wachten en het wordt een jaar voordat je vriend of vriendin terugkomt van een reis, duurt het heel lang! Paulus heeft al gezegd dat niemand kan zeggen wanneer Jezus terugkomt: in het vorige hoofdstuk zei hij het. Hij komt als een dief in de nacht. Je weet niet wanneer … dat maakt volhouden soms lastig.

Maar wat zal er dan gebeuren? Paulus geeft aan: Hij komt in vlammend vuur, een groot vuur. Dat is een dreigend beeld, zoals we net ook bij Jesaja lazen: Hij komt zijn toorn uitvieren in vlammen, zijn dreiging in vuurgloed. De HEER zal komen in een vuur, met zijn wagens. Wie brandwonden heeft opgelopen, wie wel eens door vuur is ingesloten, die weet hoe bang je kan worden van vuur. Vuur dat grijpt wat het grijpen kan, alles verslindt en zwart achterlaat. In dat verterende  vuur heeft Hij zijn engelen bij zich: de engelen van zijn macht, een leger van engelen. Ja, echt een leger! Engelensoldaten. Petrus zegt: er is een wereld die overspoeld is door water, maar straks zal deze wereld vergaan door vuur. Dan zullen de goddelozen ten onder gaan (2 Petr 3). Ook in Openbaring staat dat bij de eerste bazuin die zal klinken er vuur op de aarde komt en 1/3 van de aarde, van de bomen en het groen zal afbranden. Zo zal God de mensen die niet in het boek van het leven staan straffen: zij zullen in de vuurpoel gegooid worden, net als de satan, zoals staat in Openbaring 20:15.

Laten we daarom niet alleen praten over de dag van de Heer, als een mooie, lieflijke dag. Christus komt weer om te oordelen de levenden en de doden. Ja, Hij komt met de wolken, elk oog zal Hem zien. Wat kun je er naar verlangen. Maar wat verschrikkelijk zal die dag zijn als je niet op de Here vertrouwd hebt, als je niet in Hem gelooft. De tekst zegt nadrukkelijk: als je het wel had kunnen weten, maar niet gehoorzaamt. God niet erkent: dan word je voor eeuwig verstoten, ver weg van de Heer. Weg van zijn zegen, van zijn licht en majesteit. Laten we bidden dat nog velen tot inkeer mogen komen!

 

– Dan zul je  van de moeite bevrijd worden en God prijzen

Maar wie wel in Christus geloofd heeft, wie wel volgehouden heeft? Die mag inderdaad met verlangen naar die dag uitkijken. Want dan word je bevrijd van alle moeilijkheden, dan word je van een last bevrijd. Misschien heb je dat ook wel eens gedaan jongens en meisjes, dat je een zware tas op je rug hebt, dat je misschien iemand op je nek neemt of dat iemand met zijn hand op je hoofd drukt: als je dan een tijdje gelopen hebt met die last, met dat gewicht en het valt op eens weg: wat loop je dan licht. Het lijkt wel of je even zweeft. Zo zullen wij bevrijd worden: alle last, alle zorgen, alle ziekte, alle spanning, alle moeite, alle pijn valt van ons af. Geen verdriet meer over die moeilijke situatie. Maar voor altijd bij Jezus Christus!

Wat doen we dan op die dag? Paulus zegt: dan zullen we God prijzen, groot maken, eren. Dan zullen we juichen en danken. Paulus weet het zeker: dat zal ook door jullie gebeuren, want jullie volharden. Waar je nu soms nog vragen hebt, dan zul je dan alles begrijpen, dan zal alles op zijn plaats vallen. Dan zul je God ook kunnen prijzen en grootmaken. Hoe heerlijk zal dat zijn!

Houd dat steeds maar voor ogen, en zie daar maar vertrouwend naar uit. Want net als die jongen die lang moest studeren, maar wist dat hij een mooie diploma zou krijgen. Net als iemand die een lange afstand moet rennen (misschien doe je ook wel mee met een hardloopwedstrijd!), weet dat je medaille klaar ligt. Net als iemand diegene die in de gevangenis zit, weet dat de datum van de bevrijding dichter bij komt: je houdt het vol, als je leeft met het einde voor ogen. Als je heel goed weet wat je doel is,  wat je wilt bereiken, dan leef maar niet zomaar. Leef niet dan voor het een, dan voor het ander: maar leef toekomstgericht. Leef naar Jezus Christus je Verlosser toe!

 

– Hou vol en doe het goede, Christus zal je prijzen!

Juist als je zo de dag van de wederkomst voor ogen houdt, ga je ook het goede doen. Waar sommige mensen in Tessalonica dachten: dan doe ik maar niets meer. Dan ga ik maar wat luieren, als het toch een keer is afgelopen, zegt Paulus juist: als je weet dat je Jezus straks weer zult zien, leef dan met Hem. Door dat geloof, door de kracht van dat geloof zul je in staat zijn om juist alleen maar goede dingen te doen. Liefde te tonen voor mensen in nood, dichtbij of ver weg. Dan sta je te trappelen op je gaven in te zetten voor diaconale taken, taken in de wijk, evangelisatie, hulp in de buurt of in het verzorgingshuis. Mensen die nadenken over de wederkomst en over hoe het dan zal zijn, leven niet met hun hoofd in de hemel, zijn niet wereldvreemd, nee: die gaan zich juist inzetten voor het goede. Nog een keer zegt Paulus: houd vol, zet door. En hij weet dat we dat niet uit onszelf kunnen, dus Hij bidt voor de gemeente. Zo bid ik voor u, zo mogen we bidden voor elkaar: dat we het volhouden, dat we de liefde van Christus om ons heen laten stralen, dat we de kracht krijgen om er voor de ander te zijn. Dat hij of zij Jezus weer leert kennen.

En dan volgt de laatste zin, de mooiste zin: Want als Christus weerkomt, als de hemel en aarde nieuw worden en het volmaakte leven begint, dan zullen wij niet alleen Jezus prijzen en omarmen, maar er staat ook: ‘u zult door Hem geprezen worden’: Jezus zegt dan: ik zag je in de moeite, in de verdrukking. Ik zag je in je tranen en bij het ziekzijn, ik zag je in je onzekerheid en bij wat de mensen je aandeden. Maar wat heb je het geweldig gedaan. Je hebt Mij niet vergeten, je hebt het van Mij verwacht, je hebt het goede gedaan en bent trouw geweest tot het eind. Wat geweldig dat je het werkelijk, helemaal tot het einde hebt vol gehouden. Kom! In het huis van mijn Vader, is een plaatje voor jou! Ga in tot het feest! Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: