Psalm 63 – God, u bent mijn God!

Preek Heemse, 24 juli 2016

Tekst: Psalm 63

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[dia 1] Eindelijk is het zomer! Wat is het heerlijk als je kunt genieten van het mooie weer. De zon die schijnt, verkoeling van het water. Lekker een ijsje als het echt heel warm is. En wat is het dan mooi als je het maïs of graan ziet wuiven in de wind, als je het water door de Vecht ziet stromen, als je een vogel in de lucht ziet zweven of in de avond de zon op een schitterende manier ziet ondergaan, met misschien wel een luchtballon in de verte. Als met mensen die je dichtbij staan kan genieten van samen sporten, zwemmen, fietsen, BBQ’en, wandelen, een uitstapje of wat je deze dagen ook maar met elkaar onderneemt.

Lukt het ook om dat leven in zomertijd te verbinden met God? Niet voor niets komen we de eerste dag van de nieuwe week bij elkaar in de kerk. Staat dit moment dat we hier met elkaar zingen en luisteren los van de rest van week, of kun je binnen de kerk en buiten de kerk met elkaar verbinden? Staan de zondag en maandag met elkaar in verbinding en in één lijn, of ben je een zondags christen en vergeet je God als je de kerk uit bent? Of kun je zeggen: Mijn ziel hangt geheel aan U, o Heer!

 

[dia 2] Vanuit Psalm 63 ontdekken we dat het voor David niet vanzelfsprekend is om steeds die eenheid en verbondenheid met God te ervaren. Zelfs voor David niet! Je kunt nog zo dicht bij God leven, ieder zal wel momenten van eenzaamheid en vragen kennen. Wat kan het pijnlijk zijn als je juist in de zomerperiode zelf met veel moeite te maken hebt. Aan de warmte van de zon zit ook een keerzijde. De zon is mooi en fijn, maar je moet je er wel tegen insmeren, anders verbrand je. Als het zo heet is, moet je wel goed water drinken anders verga je van de dorst. Als de zon de hele dag brandt op het land, dan wordt het land helemaal droog. De plantjes verdorren onder de hitte van de zon.

David is op dit moment in de woestijn. Hij wordt vervolgd door zijn vijanden staat er in vers 10 en 11. Ze staan hem zelfs naar het leven, ze leveren hem uit aan het zwaard. Hij is op de vlucht, waarschijnlijk gaat dit over de situatie dat Saul hem achtervolgd. En dan moet hij in het eigen land, dat mooie beloofde land, op de vlucht slaan. Ook het beloofde land bestond niet alleen uit wijnstokken en vijgenbomen, maar kende gebieden waar het droog was en waar de woestijn was.

Dan roept David het uit: God, u bent mijn God! Een belijdenis dat hij echt wel geloofd in de Here God, maar na die gelovige woorden laat hij zien, dat hij zich voelt net als het droge en dorstige land van de woestijn. Hij dorst naar God, hij smacht naar God. Zijn binnenste smacht ernaar, maar ook zijn lichaam. Zijn ziel en lichaam vormen een eenheid, zoals vandaag je lichaam verteert kan worden door verdriet of je juist uit verlangen en leegte je verdriet probeert weg te eten of drinken. God is heel ver weg, voor zijn gevoel. Als hij zo op de vlucht is. Als hij het zo moeilijk heeft. God zie hoe mijn ziel en lichaam smachten!

Zo kun je je ook vandaag alleen en eenzaam voelen, verlaten en aangevochten, de weg kwijt en vol verlangen en vragen, vragend en niet wetend waar je heen moet. Dat het voelt alsof je in de woestijn bent. Waarom, mijn God, deze ziekte? Waarom, mijn God, kwam nu al zijn of haar einde hier op aarde? Waarom, mijn God, die spanning als het gaat over de liefde? Waarom, Heer? Hoort u niet mijn vragen over die jongen? Waarom geeft u die zorgen over dat meisje? Of je nu jong bent of oud, wat kunnen soms vragen je leven beheersen en misschien juist wel in deze tijd door je hoofd spoken. Wat een droogte kun je soms ervaren. Wat kan de zon dan branden … dat je lichaam hunkert, dat je ziel smacht, dat je God zoekt.

 

[dia 3] Maar dan denkt David terug aan dat moment dat hij het heiligdom van God bezocht. De tabernakel waar God de offerdienst had ingesteld. Waar je de priesters kon horen praten. Waar je de geur rook van vlees dat op het vuur lag en het bloed van dieren. Waarvan hij wist dat de ark stond in het in het allerheiligste. Hij zegt: in dat heiligdom heb ik U gezien! Uw macht en majesteit!

Wat heeft David dan gezien? Want de tabernakel was toch niet God zelf? Er zijn godsdiensten die zo in elkaar zitten dat je op bepaalde heilige plaatsen of door bepaalde heilige handelingen heel dicht bij God kan zijn. Er zijn mensen die door de geweldige muziek in de kerk, of door de sfeer van een kerkgebouw of door de mensen die er zijn het gevoel hebben dat God heel dichtbij is. Maar er zit een verschil tussen God kennen en religieus zijn. Ik las ergens dat iemand vertelde over een kind dat Pasen had gevierd en toen gevraagd werd wat gevierd werd zei: pasen is het feest van paaseieren. We hebben bepaalde gewoontes nodig, maar ze moeten niet God in de weg gaan staan. God zegt in Psalm 50: denk je dat Ik echt jullie offers nodig heb? Ik die alles gemaakt heb? Zo zal Hij ook zeggen: Denk je echt dat Ik jullie liederen en muziek nodig heb? Alsof Ik zelf die muziek niet nog veel mooier, met hemelse klanken kan maken!

David verlangt niet zozeer naar het heiligdom, maar naar wat hij daar gezien heeft. Hij heeft God zelf gezien, zijn macht en majesteit aanschouwt. En dan met name Gods liefde ontdekt: het woord voor liefde dat hier gebruikt wordt is het woord voor genade, goedheid, liefdevolle toewending. Een liefde die meer is dan het leven, zegt David. Je kunt een dorst en verlangen hebben naar een volmaakt leven op aarde. Een leven dat echt goed is: met een tuin, een park, een stukje natuur waar je heerlijk kan genieten, een vakantie die top is, goede relaties, genoeg geld om zonder zorgen te kunnen leven. Echt een goed leven. Maar David zegt: ik heb iets gezien dat meer is dan het leven! Dat veel meer waard is dan een goed leven… Ik heb U gezien en leren kennen! En dan wel uw liefde: U laat in de offers die gebracht worden zien dat U mij niet alleen laat, dat U mij niet laat uitdrogen. U wilt in de zwartste nacht het daglicht laten doorbreken. U laat me niet wankelen, maar wil vrede in mijn hart geven. De liefde die God uiteindelijk heeft laten zien door zijn eigen Zoon te geven voor onze zonden. God zag de droogte hier op aarde: hij gaf het liefste wat Hij had. Jezus ging voor ons aan het kruis, en Jezus riep: ik heb dorst. Waarom verlaat U mij God?! Zodat wij nooit meer door God verlaten zullen worden en onze geestelijke honger en dorst gelest kan worden. Dwars door de dood heen zal Hij ons nu leiden en vasthouden!

Ik hoop dat je die goedheid in je leven ook hebt leren kennen, die liefde die meer is dan het leven. Dat is niet gekoppeld aan een kerkgebouw, bepaalde muziek, smaak of de dingen die je gewend bent. Zelfs als wij eens verwijderd zouden zijn van de gemeente van God, als je een tijdje geen doop of avondmaal zou kunnen gebruiken, als je vervolgd wordt of als het moeilijk is: dan hoeven we nog niet te leven zonder God. Deze God wil elke dag bij je zijn: dat had David geleerd. Zelfs in de woestijn van Juda, in de droogte, mag hij geloven dat God hem nabij is! Laten we zelf ook zorgen dat ons geloof maar niet een gewoonte is, maar een dagelijks zoeken van en leven met de levende God!

 

[dia 4] Want dan kan David ook beschrijven hoe dat leven verbonden met God eruit ziet. Wat gebeurt er als zijn geestelijke honger en dorst gelest zijn. Hij heft zijn handen tot de Heer: Hij gaat  bidden. Hij legt zijn dank en moeite bij God neer. Zoals wij als we verbonden met God zijn ook niet moeten ophouden te bidden en te danken maar onze dagelijkse nood, zonde, blijdschap en vreugde bij God neer mogen leggen.

En als je ’s nachts een keer wakker ligt? David zegt: liggend op mijn bed, denk ik aan U. Noem dan maar zijn naam in je gebeden. Of vind rust door te luisteren naar een lied als psalm 63 of Stil mijn ziel wees stil …. Dat je rust en vertrouwen krijgt om je vragen echt bij God neer te leggen en het vertrouwen te hebben dat Hij alles goed zal maken. Dat je bij Hem in goede handen bent.

David noemt dat: juichen in de schaduw van uw vleugels. Als een jong kuikentje gevaar ervaart schiet het instinctief snel onder de vleugels van de moeder. Een plek van bescherming tegen de gevaren. Een plek van schaduw tegen de brandende zon. Als de zon brandt in je leven, mag je zo schuilen onder de vleugels bij God. Zoals Psalm 91 ook zegt: zalig wie schuilt in de schaduw van de allerhoogste. Een volgende keer als de zon te fel is en je zoekt de schaduw op, denk dan maar aan dit beeld: wie zijn leven bergt bij God, mag merken dat er koelte en verademing komt. Dat je hitte en felheid van de zon, van de last in je leven iets af mag nemen.

Ja David kan het zelf noemen: mijn ziel wordt verzadigd van uw overvloed. Kijk hier hebben we precies het tegenovergestelde van dat je smacht, dorst, honger hebt, verlangt …. David is verzadigd. Hij is gevuld. Het zien van God, van de God die de wereld draagt in zijn handen heeft hem rust gegeven. Daarmee zijn de problemen nog niet in één keer over en weg, maar hij weet wel waar hij het neer mag leggen. Dat is het ook verschil tussen je rust zoeken in God of dat je het zoekt bij iets of iemand anders. Wie een rust zoekt in het leven zelf, niet in de goedheid van God die beter is in het leven, zal steeds weer opnieuw verlangen: wie een ton heeft gevonden om zijn leegheid te vullen, zal niet snel tevreden zijn maar een miljoen willen. Wie zijn problemen wil vergeten door een fantastische vakantie, zal snel weer op vakantie gaan. Wie probeert zijn vragen en verdriet weg te eten of weg te lachen, krijgt de leegheid net zo hard weer terug. Maar wie God leert kennen: zijn goedheid, zijn geborgenheid, die mag een rust over zijn geest en ziel voelen neerdalen die alles te boven gaat. Mag gevoed worden door het levende brood en zijn dorst mag gelest door het levende water. Die zal  best wel eens aangevochten zal worden, (ook in Davids beloofde land is soms nog woestijn!), maar die zal uiteindelijk volmaakt zijn op de nieuwe hemel en aarde, waar nooit meer dorst zal zijn!

Daar mogen we aan Gods hand naartoe gaan. David noemt het ook: uw rechterhand houdt mij vast. Gods hand die alles gemaakt heeft, die hand pakt de hand van David. Onder de David zijn de eeuwige armen van God. God die niet los laat het werk van zijn handen. Hij mag gaan aan de vaderhand van God: bij de beproevingen, zorgen en onzekerheid van morgen, is Hij het die zijn hand naar je uitstrekt en je meeneemt en leidt.

[dia 5] Ik hoop dat er veel zomerse en mooie dagen komen, de komende tijd. Dat je echt mag genieten van alles wat God geeft. Maar vooral hoop ik dat je vanmorgen, doordat we deze Psalm van David gelezen hebben, steeds weer opnieuw de dingen die je meemaakt en ervaart, waar je van geniet en waar je mee worstelt, kunt verbinden aan God. Dat de eerste drie Hebreeuwse woorden: God, u bent mijn God! Ook jouw woorden mogen zijn: zodat je kan zeggen ‘mijn ziel hangt geheel u aan, o Heer’. Heel mijn leven, al mijn gedachten, al mijn woorden, al wat ik denk en wat ik voel: laat het met uw verbonden zijn. Want ik heb u goedheid leren kennen en wil niet anders dan dat uw goedheid mijn ziel, mijn lichaam, mijn leven vervuld! Totdat de dag komt dat ik helemaal vol zal zijn van U: als u alles zult zijn in allen. Ik hoop dat je het van harte na kan zeggen: God, u bent mijn God …. Amen

 

Liturgie Heemse 24 juli 2016, morgendiensten ; Welkom en mededelingen

Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)

Zingen Gz 158 – Als een hert … (staande)

Wet

Zingen Psalm 84:1 en 6

Gebed

Lezen en Tekst Psalm 63

Zingen Psalm 27: 3 en 4

Preek

Zingen Psalm 63: 1,2 en 3

Gebed

Collecte

Zingen Opwekking 717 (Stil, mijn ziel, staande) (alternatief: Gz 166:1,2 en 4)

Zegen en gezongen amen (staande)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: