Numeri 9 – De wolk: Zie en ontdek hoe God erbij wil zijn!

Preek gehouden in Heemse en Bruchterveld, 23 juli 2017

Tekst: Numeri 9:15-23

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[dia 1] Hoe vaak kijk je naar de wolken?

Als je veel binnen bent, zie je niet zoveel wolken.

Maar als je van buiten bent zal er vaker op letten.

Zeker nu het zomer is, als je vaker in de tuin bent,

op de camping, op het strand, dan zul je wat meer op de wolken letten:

komt er al bijna weer een wolk, zodat je even schaduw hebt en wat minder last hebt van de warmte? of: en dat zal vaker gebeuren: wanneer gaan de wolken weg zodat ik echt van de zon kan genieten.

Als we het vandaag over de wolk gaan hebben, hebben Helga van Leur of Reinier van den Berg niet nodig. Natuurlijk zouden deze weerman en weervrouw ons veel kunnen vertellen over allerlei soorten wolken. Dreigende onweerswolken, lieflijke schapenwolkjes, dikke regenwolken en noem ze maar op. Wolken, zoals die ook in de bijbel wel te zien zijn: de wolken die leeg regenen als de vloed in de tijd van Noach over de aarde komt en als Jesaja die spreekt over een wolk kan de hitte temperen (25:5).

 

[dia 2] Maar vandaag gaat het over een ander soort wolk. Een wolk die God op een heel speciale manier gegeven heeft. Maar wel een wolk waar de Israëlieten goed op moesten letten. Want die wolk liet zien dat God er was en die wolk wees hun de weg. Een wolk waar je vandaag misschien wel wat jaloers op kan worden: want als het gaat over Gods leiding in ons leven, hoe Hij je de weg wijst, dan is dat niet altijd even gemakkelijk te begrijpen. Zeker als je ingrijpende dingen meemaakt, waardoor ook de mooie dagen van het jaar als het ware een donker randje hebben. Vandaag willen we erop letten hoe God er wil zijn en leiding geeft, ook in 2017. Hoe Hij ons niet alleen laat, maar bij de hand wil nemen, juist ook in Jezus Christus.

 

[dia 3] Zie en ontdek hoe God er wil zijn

  1. In de wolk
  2. Hij is er
  3. Hij wijst de weg

 

 

 

  1. In de wolk

We hebben dan Helga van Leur niet nodig, maar het is wel goed om iets meer van de wolk te begrijpen. De eerste keer dat we deze wolk tegenkomen is bij de uittocht uit Egypte. [dia 4] Dan staat er dat de wolkkolom eerst voor de Israëlieten uit ging, toen ze vluchten voor de legers, de wagens en paarden van Egypte. Maar dan stelt de wolkkolom zich achter hen op. Aan de éne kant brengt hij duisternis, aan de andere kant verlichtte de vuurzuil de nacht. De legers van de Egyptenaren kunnen niet bij Israël komen! (Ex. 14:19vv). Deze wolk beschermt hen tegen de hitte van de zon. En ’s avonds zagen ze de wolk als een licht, zodat ze ook dag en nacht kunnen verder trekken (Ex. 13:21,22). [dia 5] Het is duidelijk dat deze wolk maar niet iets is dat de Here stuurt, nee, het gaat het hier duidelijk om hemzelf: De Heer ging hen vooruit, in een wolkkolom, staat er, en: in de morgen keek de Heer vanuit de wolk en de vuurzuil neer op de Israëlieten. De Heer wordt omgeven door de wolk en is daarin heel duidelijk tegenwoordig.

Nu zijn we in Numeri een maand en een jaar verder. God was verschenen aan Mozes, had de opdracht gegeven om de tabernakel te bouwen. En wanneer alles heel precies gemaakt is, dan komt de dag waarop de tabernakel ook ‘bewoond’ gaat worden. Het schitterende slot van Exodus. Als je zoveel hoofdstukken hebt gelezen over de hoe de ark helemaal ingericht moeten worden met een wasvat, een tafel, een ark, en noem alles maar, dan wordt duidelijk dat die tent maar niet onbewoond er zal staan: nee, dan komt die wolk die boven het legerkamp is, opeens naar de tabernakel toe. Dan laat God zien dat Hij zelf in de tabernakel wonen.

Daarbij beseffen we dat God veel groter is dan de tabernakel. Later in als Salomo de tempel gebouwd heeft gebeurt hetzelfde. Dan komt ook de wolk in de tempel, zodat de priesters niet eens meer kunnen werken. Salomo zegt: U hebt gezegd dat u in een wolk wilde wonen, maar ik heb een huis voor U gebouwd. Maar tegelijk zegt Salomo dan in zijn lied dat zelfs de hoogste hemel God niet bevatten (1 Kon. 8:27). God is veel te groot om te wonen in een huis dat door mensen is gebouwd.

Ik kan me wel voorstellen dat je, als je deze verzen uit Numeri voor het eerst hoort, je wenkbrauwen wat fronst. Iemand die niet gelooft zegt: geloof je dit nou echt? Zou het echt zo geweest zijn, of is dit maar een mooi verhaal. Sommigen denken dat dit niet echt zo is. Bijvoorbeeld dat men vertelt over een wolk omdat de priesters offers brachten en er daarom rook rond de tabernakel hing, of bij weer een ander las ik: het zal wel wijzen op de fakkels die ze meenemen: waar je overdag vooral de rook van ziet, en ’s nachts het vuur. En weer anderen koppelen het meer aan de Sinaï: daar zouden ze vulkaanuitbarstingen hebben meegemaakt met wolken en vuur en dat zouden ze dan God hebben genoemd.

Toch hoeven we niet zo ver te zoeken. Deze wonderlijke wolk, die de tabernakel omringt vanaf het eerste begin, is niet te verklaren door het weer of door allerlei vuurtjes: deze wolk is een wonder. Een heel directe manier waarop God laat zien dat hij erbij is en meegaat. Zoals God in die tijd veel directer en merkbaarder aanwezig was bij de Israëlieten in die moeilijke tijd in de woestijn. Een wonder waar we met het verstand niet bij kunnen, maar dat we in geloof mogen aannemen dat het zo geweest is.

[Dia 6] Zoals er later staat dat God onder ons gewoond, getabernakeld heeft in Jezus Christus. Ook dat is iets wat mensen op een gewone manier proberen te verklaren: een bijzonder mens, een goed voorbeeld, later vertelde verhalen. Maar God zelf is niet de God die op een afstand bleef staan: in Jezus Christus kwam Hij heel dichtbij. In Marcus 8:7,8 lezen we: dat de schaduw van de wolk over Jezus, Elia en Mozes valt en dat God zegt dit is mijn geliefde zoon. Zoals God eerder al bij de Jordaan zijn Zoon aanwees en de heilige Geest gaf. De vraag is: bid je om de Geest, bid je om geloof om dit ook aan te kunnen nemen. Vraag maar om geloof, om ook dat wat wij nu niet zo direct kunnen zien, aan te nemen en te vertrouwen: God wil werkelijk bij zijn volk aanwezig zijn, toen in de wolk en later in Jezus Christus, maar ook vandaag nog: [Eventueel Zingen Lied 147,1 en 2]

 

[dia 7] 2. Hij is er!

Dat is wat de Heer de Israëlieten ook op het hart wil drukken als ze aan de woestijnreis gaan beginnen. We zijn hier bijna aan het eind van het eerste deel van Numeri. De laatste opdrachten en bevelen voor onderweg zijn gegeven. Straks wordt er nog iets verteld over de trompetten die signalen geven, en dan kan de reis beginnen, vanaf hoofdstuk 10:11. Maar eerst wijst Hij voor die reis dus aan dat Hij erbij is.

En dan wordt er niet heel veel nieuws verteld over de wolk in deze verzen, maar het wordt wel heel precies beschreven. God zal niet bij het volk weggaan. Hij is bij hen. Soms zullen ze ergens maar een dag staan, soms een maand, soms een jaar, of misschien nog langer. Heel verschillende tijden, maar God zal meegaan. Hij is niet aan een bepaalde plaats gebonden, bijvoorbeeld dat Hij alleen bij de Sinaï blijft. Nee: Hij woont in het midden van zijn volk, in de wolk die hangt in en bij de tabernakel. Elk uur, elk moment, is Hij aanwezig bij zijn volk.

Daarbij is zijn heerlijkheid zo groot, dat je die als gewoon mens niet kunt zien. Als we dat zouden zien dan zouden we dat felle licht niet kunnen verdragen. De tabernakel was al bekleed met allerlei verschillende kleden, en was een wit gordijn omheen. Je kon niet zomaar naderen: en als God aanwezig is, dan is Hij ook omringt door een wolk. Anders zou zijn heerlijkheid te groot zijn. Denk aan hoe Mozes straalde toen Hij alleen de achterkant van de Heer had gezien. Daarom kun je ook goed begrijpen dat het hier gaat om een wolk: Gods heerlijkheid wordt beschermd. En tegelijk: dat is wel een aanwezigheid die doet verlangen naar meer: Jezus zelf zegt, ik ben met je alle dagen tot aan de einde van de wereld. We zien nog in een wazige spiegel, maar straks zullen we God helemaal kennen zoals Hij is. Straks als God zelf ons licht is, als er geen tempel meer nodig, maar Hij zelf in ons midden zal wonen. Wanneer je gelooft dat Christus voor je zonden gestorven is

Maar tot die tijd is God nog gehuld in een wolk. Toen letterlijk, nu soms figuurlijk. Want soms kan je de angst of gedachte bekruipen: is God er wel bij? Waar bent U nu Heer? Als een jong kind moet sterven; als mensen in de puinhopen van Mosul omkomen, als vluchtelingen omkomen in de Middellandse Zee. Als je leven zwaar gemaakt wordt door psychische moeite, als er de onzekerheid is over die verschrikkelijke ziekte die je leven kapot maakt. Als je niet weet waar je het geld, de energie of de tijd vandaan moet halen en je met je handen in het haar zit. Heer, waar bent U?

De Israëlieten staan klaar om op reis te staan. De dag van morgen kan je onzeker maken. Wat komen we tegen? Krijgen we geen pech? Is er eten en drinken? Maar aan het begin van de reis legt God nog een keer uit: Ik ben erbij, bij alles wat er gebeurt, elke uur, dag en nacht. En als het moeilijk is, als je er aan twijfelt: kijk maar naar de plek van mijn tabernakel: de wolk hangt erboven, en als het nacht is, zorg ik zelfs dat Hij licht geeft. Kijk maar … en laten we zo ook leren kijken, in geloof. Onze ogen richten op God: door onze handen te vouwen, door te zien op het kruis van Jezus Christus, zien op de tekenen van water, brood en wijn en door te onthouden hoe hij met zegenende armen naar de hemel ging en zei: Ik ben met je, alle dagen: tot aan de voleinding van de wereld. Ik bid dat je de kracht en Geest krijgt om zo te kijken! Hij zal er zijn, ook voor u en jou.

 

[dia 8] 3. Hij wijst de weg

Het bijzonder van de wolk is, dat de wolk hen maar niet volgt: dat wanneer ze 30km verder getrokken zijn en ze achterom kijken ze opeens ontdekken: hé, de wolk is ook met ons mee gegaan. Nee, de wolk wijst hen de weg. Gaat hen voor. Telkens wanneer de wolk op bevel van de Heer omhoog gaat, moeten ze vertrekken. Dan pakken ze hun tenten en de Levieten de tabernakel en dan volgen ze de wolk. En waar de wolk dan stilstaat daar mogen ze de tabernakel weer opbouwen. Ze staan hier aan het begin van de reis, en waarschijnlijk was het heel makkelijk geweest. Als ze gehoorzaam gedaan hadden wat God van hen vroeg, als ze opgestaan waren en vertrokken als hij dat vroeg en weer stopten als Hij dat liet zien, dan waren ze met een paar etappes zo in het beloofde land gekomen.

Maar waren ze er snel? Nee! Wat loopt het anders. Even later beginnen ze te hard te mopperen, luisteren niet naar de Heer. Doen ze wat ze zelf willen. De eerste generatie zal nooit in het beloofde land mogen binnengaan. Zelfs Mozes niet.

En hoe is dat voor ons? Hoe ging dat met onze grootouders en ouders, hoe gaat dat met jouw generatie, hoe gaat het met de volgende generatie? Heer wijst u mij de weg … en wij hebben niet een vage wolk, maar we hebben de woorden van God zelf. Hij geeft de bijbel, met daarin een duidelijke boodschap. Hij vraagt van ons een leven achter Hem aan. Een leven door zijn Geest: van zelfbeheersing, van zachtmoedigheid, van liefde. Het klinkt zo mooi hier aan het begin van de woestijnreis, en klinkt zo mooi bijv. op een moment als je belijdenis doet: maar als de reis dan echt gaat beginnen. Als de woestijn heet is en droog, als er vijanden zijn, als het elke dag hetzelfde is, de zon op je hoofd is en het zand brandt aan je voeten.

Of voor onze tijd: als je geconfronteerd wordt met mensen waarin je teleurgesteld raakt, als je niet weet of je er wel of niet met die taak door moet gaan, als de baas zoveel van je vraagt dat je het haast niet aankan, als je wakker ligt om je kinderen of je relatie. En noem maar op waar je mee bezig bent. Je kunt zomaar door allerlei zorgen en gedachtes in beslag genomen worden. Maar zegt God … sta eens even stil. Vouw eens je handen en kijk eens naar mij. Ik ben niet alleen bij je, Ik wil met je meegaan. Juist op de moeilijke momenten wil ik je dragen. En als je dan op mij vertrouwt, en op mij ziet: dan mag je daarin rust vinden. Ik laat niet varen het werk van mijn handen. Ik verlaat niet wat mijn hand begon. Dan krijg je niet overal een briefje voor, maar ik bid dat je met open oren en ogen steeds weer mag vragen: Heer, wijs mij uw weg, die zuiver is en goed!

Enfin, vanmorgen hadden we geen weerman of weervrouw nodig om iets te leren over deze bijzondere wolk boven de tabernakel. Maar als je naar huis gaat of als je deze zomer op je rug ligt te zonnen. Kijk dan eens naar de wolken. En ik hoop dat je dan ook weer terug denkt aan die éne wolk en beseft: ook nu is God bij mij. Hij is het die mij veilig wil leiden: hij die wolken, lucht en winden wijst spoor en baan: zal ook wel wegen vinden waarlangs mijn voet kan gaan.

Amen.

Liturgie Heemse, zondag 23 juli, 9.00u en 11.00u Ds. D.S. Dreschler

Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)

Zingen Psalm 27:3,4 (staande)

Wet

Zingen Psalm 78:2,4

Gebed

Lezen Numeri 9:15-23

Lezen Joh 1:14-18

Zingen Lied 225:1,2,5 (Zing voor de Heer een nieuw gezang)

Tekst Numeri 9:16,17

Preek 1e deel

Zingen Gz 147:1,2 (maak muziek)

Preek 2e deel

Zingen Lied 427:1,8 (Beveel gerust uw wegen)

Gebed

Collecte (Opwekking 687: Heer wijs mij de weg)

Zingen Psalm 68:4 en 8 (staande, aangekondigd na collecte);

Zegen en gezongen amen (staande)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: