Numeri 24 – Bileams zegen voor de toekomst

Preek Heemse, 6 augustus 2017

Tekst: Numeri 24:17-19

 

Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,

[Dia 1] Zal Israël in het beloofde land kunnen binnengaan? Vorige week zagen we dat het niet kon omdat ze niet durfden. Nu zijn we 38 jaar verder. Ze zijn alweer in Kades geweest en probeerden weer de zuidelijke route te volgen. Maar dit keer wil de koning van Edom hen geen doorgang verlenen. Ze zijn er helemaal omheen getrokken en nu staan ze in de vlakte van Moab. Het gaat goed: koning Sichon van de Amorieten, en koning Og van Basan zijn verslagen. Maar nu is er nog koning Balak van Moab waardoor ze niet verder kunnen trekken. Zal het hen lukken hem te verslaan en bij het beloofde land te komen?

[dia 2] Zal het jou lukken om te vol te houden in het geloof en het beloofde land te bereiken? We hebben afgelopen weken geleerd om te vertrouwen op de Here: Hij gaat mee in wolk en vuur. We hebben geleerd van de twee verkenners, Jozua en Kaleb, om ons niet door angst in ons hart te laten verleiden en daardoor achter op te raken. Maar dat kan mooi klinken. Maar het vraagt wel een keus van ons: geloof je in God. Laat je je niet verleiden door de andere dingen in het leven: door de afgoden van geld, macht en seks. Of kunnen die afgoden zo sterk worden dat ze voor u, jou en mij de weg blokkeren, zodat je niet kunt binnengaan?

[dia 3] Want eigenlijk is dat waar koning Balak van Moab op hoopt. Hij ziet de Israëlieten aankomen en hij wordt bang. Hij denk met mijn leger kan ik dat machtige volk van Israël nooit aan. Ze zijn daar neergestreken en het lijkt wel een menigte sprinkhanen. Het ziet zwart van de mensen. Hij is geschrokken van de overwinningen op Sichon en Og. Hij beseft wel dat hij militair niet tegen die volk is opgewassen. Daar komt bij: ook economisch gaat hij grote schade leiden. Als die mensen door zijn land binnenkomen, dan moeten ze allemaal eten en drinken en de dieren die ze meegenomen hebben gaan het gras wat er groeit allemaal opeten. Bovendien heeft hij dus gehoord van die God, die hen uit Egypte heeft bevrijd. Hij hoopt dat hij kan zorgen dat die God hen niet meer beschermt.

Daarom bedenkt hij een plan. Hij is heel slim. Hij probeert een wig te drijven tussen God en het volk. Dat kan hij natuurlijk niet zelf. Daarvoor schakelt hij iemand in die daar specialist in is. Bileam is een magiër, een tovenaar die woont in het land van de Arameeërs. Ook Abraham kwam uit dat land, bij de Eufraat vandaan, en daarom is de kans best groot dat Bileam daarom die God van Israël wel kent. Hij kent JHWH en weet wat voor grote God dat is: dat God de allerhoogste en de machtigste is. Deze Bileam moet er maar eens voor gaan zorgen dat Israël niet verder kan gaan onder de zegen van de Here. Die steeds zegt: Ik bescherm je, ik laat mijn aangezicht over je lichten, ik ben je genadig. Bileam moet maar eens zorgen dat die God het volk loslaat. Hij moet het volk vervloeken!

Zou dat kunnen? Zou dat mogelijk zijn? Dat je graag met God willen leven. Dat je Hem zoekt. Dat je gelooft in zijn genade en redding, dat Hij dan zegt: nee, ik zegen jou niet langer, ik wil niet met jou verder. Dat iemand, een kracht of macht, iets dat in de hemel is of iets beneden op de aarde ervoor zou kunnen zorgen dat God je loslaat? Gezondheid of ziekte, heden of toekomst. Je kunt soms de ergste dingen meemaken, soms het gevoel hebben dat God ver weg is. Als je je kind niet meer kan bereiken. Als je lichaam niet meer wil. Als een verslaving zoveel kapot maakt. Zou iets of iemand ervoor kunnen zorgen dat God zijn belofte vergeet, zijn zegen onthoudt?

En toch gaat Balak het proberen. Hij is rijk en heeft veel zilver. Hij denkt: ik ga gewoon Bileam, en zo God omkopen zodat hij het plan van die God gaat verijdelen. Zo denken mensen die heel veel geld hebben: ze denken dat je met geld als kan bereiken. Over Trump las ik deze week dat sommige christenen spijt hadden van hun stem op hem omdat hij doet alsof je met botheid en veel geld je doelen wel kan bereiken. En als je vele miljarden hebt, dan ga je zelfs voetballers voor honderden miljoenen verkopen zoals van de week met Neymar. Maar dan heeft Balak niet met de machtige God gerekend. De allerhoogste God die niet met geld om te kopen is.

 

[Dia 4] Dat blijkt ook heel duidelijk in de manier waarop Bileam reageert. Hij geeft aan dat dit niet kan. Je kunt God niet omkopen. Hij kan alleen Gods woorden spreken. Maar even later komen de mannen nog een keer terug. Moeten maar een nachtje blijven slapen. En dan besluit Bileam om toch mee te gaan, maar … hij kan alleen zeggen dat wat God wil dat hij zegt.

Maar het is net alsof Bileam per se toch mee wil, alsof het geld toch erg aan hem trekt en dan hij dan toch gaat. Een beetje als iemand die van zijn ouders iets niet mag, geen alcohol, of niet later thuis en of naar een bepaalde plaats en dat hij dan net zo lang zeurt, en dat zijn ouders dan bezwijken en zeggen: ik heb je gewaarschuwd, het is niet goed voor je, je kent de gevaren … en dat je dan toch gaat.

Dat het tegen Gods wil is dat Bileam gaat, dat laat ook dat bekende verhaal van de ezel van Bileam zien. Er staat een engel op de weg die Bileam tegen wil houden. Die hem zelfs bijna wil doden. Hij heeft zijn vlammende zwaard uit de schede getrokken. De ezel ziet het zelfs, maar Bileam: de helderziende, of anders gezegd: de ziener, heeft niets in de gaten. Zijn ogen zitten dicht. Hij wil de ezel slaan en wat aandoen. Tot hij eindelijk na de derde keer in de gaten heeft dat de engel voor hem staat. Nogmaals wordt duidelijk: hij mag alleen spreken wat hij in opdracht van God kan zeggen. Alleen spreken als Hij trouw is aan Gods woord.

[dia 5] Balak heeft alles in het werkt gesteld om te zorgen dat de goden gaan luisteren. Er zijn op de hoge plaatsen zeven altaren gemaakt, op elk altaar wordt een stier en een ram geofferd. Maar als Bileam zijn mond opent klinkt er elke keer geen enkele vervloeking. In de eerste spreuk zegt hij het: hoe kan ik iemand vervloeken die God niet vervloekt. Ik zou juist willen zijn als zij, die stofwolk. Sterven zoals die rechtvaardigen. En in de tweede spreuk zegt hij: God kan zijn woord niet breken, God is geen mens die zijn woord verandert. Dit volk is sterk als een Leeuw. En God is in hun midden. Letterlijk kun je dat ook zien: de tabernakel met de wolk, staat midden in dit volk. En in de derde spreuk komt naar voren: dat wie God zegent gezegend is.

Dat is de sterke belofte waar het volk op mag vertrouwen. Zo is de God van het verbond. En wanneer Balak dan zegt, ga maar weg, je krijgt je geld niet: dan komt die vierde spreuk en dan zie je dat Bileam laat zien dat God groot is. Hij ziet iets dat ver weg is. Ver weg in tijd en ver weg in afstand. Hij geeft zo een geweldige zegen voor het volk mee. Dit volk wordt niet vervloekt: het mag leven onder Gods zegen. Wat een geweldige belofte.

Dat is ook de belofte waar je zelf steeds aan vast mag houden. Een belofte waar je naar uit mag zien. God gaat mee onderweg. Soms een roerige weg, waarin er allerlei obstakels zijn. Maar Hij belooft een veilige aankomst. Wat bijzonder dat Bileam dit zo kan zien en mee mag geven. Wat belooft dit veel goeds voor het volk. Nu is de weg door Moab gebaand, althans zo lijkt het. Bileam gaat weg…

 

[dia 6] Maar Bileam is goed om te hoogte van hoe God is. We lezen later in het boek andere woorden van hem. Hij kent die God. Die is trouw. Die geeft zijn zegen. Die gaat mee. Maar hij kent ook het volk. Hij weet dat het volk zich gemakkelijk laat verleiden. Dat God groot is en geen mens, dat Hij zal veranderen. Maar dat de mensen van dat volk wel makkelijk te verleiden zijn, dat zij God kunnen loslaten. Hij geeft koning Balak de tip om dan maar die mensen op een andere manier te verleiden. Met zijn geld heeft hij niet een waarzegger kunnen kopen die van de kant van God de band losmaakt, maar Balak kan er wel voor zorgen dat het volk die God loslaat en andere goden gaat dienen.

Want wat gebeurt er als Bileam weg is? De Israëlieten begonnen zich in te laten met de Moabitische vrouwen. Die verleiden hen om op andere goden te vertrouwen en te offeren ter ere van Baal-Peor. Zo verlaten de Israëlitische mannen hun God. Zo verlaten ze hun beschermer. Zo struikelen ze voor het kwaad. Waar je bij Bileam al zag dat hij toch ging ondanks de waarschuwingen, en ondertussen gebonden was aan wat God zei. Daar zie je dat de Israëlieten hier gaan. Ook al waren ze in de wet zo gewaarschuwd: pleeg geen overspel, dien geen andere goden naast mij, maak geen godenbeelden. Ze verlaten God. In hun daden laten ze zien dat ze toch een andere weg gaan die God gewezen heeft.

Wat een waarschuwing komt hierin naar voren! Je kunt voor de buitenkant een oprecht christen zijn. Vasthouden aan je belijdenis en grote woorden spreken over Gods trouw. Maar leef je ook werkelijk zoals God dat van je vraagt? Staat Hij op de eerste plaats? Vertrouw je alleen op Hem. Ben je trouw en rein en eerlijk als het gaat om seksualiteit, of je nu getrouwd bent of verkering hebt? Sta je sterk tegen de verleidingen van drank en drugs, ook als het zomer is. Drink je niet teveel, niet alleen omdat het je lichaam kapot maakt, maar omdat je daardoor ook de duivel binnen kan laten? Breng je je niet verleiding door naar plaatsen te gaan waar je zomaar verleid kan worden tot het kwaad? De brief aan de gemeente van Pergamum stelt ons wat dat betreft indringende vragen: U woont in de stad, waarin u trouw gebleven bent aan mijn naam. Maar enkele dingen heb ik tegen u: Breek toch met het leven dat u nu leidt, anders wordt u op dezelfde manier in de val geleid als de Israëlieten, die ontucht pleegden en heidens offervlees aten.

Israël liet zich verleiden. 24.000 mensen komen om, maar dankzij het ingrijpen van Pinechas ingrijpt als er weer een midjanitische vrouw in het kamp wordt gebracht. In hoofdstuk 31 lezen we dat de Midjanieten verslagen worden en de tocht naar het land verder kan.

[dia 14] Is dat nu alles wat we kunnen leren van Numeri. God is trouw, maar het lukt ons mensen zo vaak niet om trouw te zijn. Om te volharden. Boven mijn bureau heb ik een briefje hangen: Christus is altijd trouw. We bidden dat we zelf ook altijd trouw aan Hem mogen zijn. Maar het lukt ons niet altijd. Het breekt je soms zo bij de handen af. Door angst, of door drukte, of door zorgen. Eindigt Numeri, eindigt deze serie dan bij diezelfde conclusie als 38 jaar geleden in Kades: ze kunnen niet binnengaan. Het volk mort steeds weer? Het beloofde land is een brug te ver?

[dia 8] Dan is het mooie dat Bileam niet alleen niet vervloekt, en zegt dat Israël een groot en goed volk is, maar dat hij ook een visioen mag hebben en een zegen mag geven. Eens zal er een tijd komen … maar die is nog ver weg. Wat ik zie, is nu nog niet. Wat ik waarneem is niet nabij. Maar er komt een ster op uit Jakob. Een ster: het teken van een koning die komt. De morgenster die zal gaan schijnen. Een ster die de weg zal wijzen. Er komt een koning, die veel macht heeft. Uit Israël komt een scepter: een staf van de heerser. Iemand die regeert met macht. Hij zal de volken straffen. Hij zal de slapen van Moab verbrijzelen: Moab dat op een berg ligt, zal van beide kanten worden kapot gemaakt. God zal zelf een vorst geven. Wie is die vorst? Er zijn er veel geweest, koning David heeft al veel van die grote vorst mogen laten zien. Maar uiteindelijk mag hier in Numeri al iets oplichten van Gods genade in Jezus Christus. Waar het ons zo vaak bij de handen afbreekt, zal God zelf een koning geven, uit de hoge. Een ster heeft de weg naar hem gewezen. Hij zal zijn Immanuel, God met ons. Jezus is zijn naam. Dan is ons hart soms nog zo zondig, zijn er verleidingen op onze weg: maar als je schuilt bij Jezus, mag je rust en troost vinden. Mag je gered worden, niet in eigen kracht, maar door Gods kracht. Zoals de God in het midden van het volk woonde, en ze mochten leven van genade. Wanneer je het van Hem verwacht, zul je uiteindelijk zegevierend ingaan: als je vertrouwt op zijn offer aan het kruis gebracht. Amen.

 

Liturgie Heemse, 6 augustus 9.00u en 11.00u

Welkom en mededelingen

Gezongen votum, zegengroet en gezongen amen (staande)

Zingen: Gezang 167:1,3 (Samen in de naam van Jezus)

Schuldbelijdenis en genadeverkondiging

Zingen: Psalm 106:3, 11, 21

Gebed

Lezen Numeri 24:10-19; Numeri 24:25-25:3

Lezen Openbaring 2:12-17

Zingen Psalm 18:1,9

Tekst: Numeri 24:17

Preek

Zingen Psalm 2:3,4

Wet

Zingen Gezang 176a:13 (Geef dat wij trouw uw wet betrachten)

Gebed

Collecte

Zingen: Opwekking 733 (10.000 redenen, aangekondigd na de collecte, staande)

Zegen en gezongen amen (staande)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: