Oudjaar 2017 – Johannes 1:14: Het woord is mens geworden!

Preek oudjaar 2017 – morgendiensten 9.00 en 11.00
Johannes 1:14-18

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[#1] Afgelopen week hebben we het kerstfeest gevierd. Samen gevierd dat God mens wilde worden, dat Hij ons midden wilde zijn. Nu mogen we verder gaan: verder gaan vanuit dat geweldige nieuws. Ook Johannes wil verder gaan, vanuit wat er met kerst gebeurd is. Hij gaat het hele levensverhaal van Jezus beschrijven, al zijn ontmoetingen, gesprekken, optreden en wonderen. Aan mensen die Jezus niet kennen, die zo hun twijfels hebben bij geloven, die hun vragen hebben bij wat er in het leven gebeurd. Juist daarom geeft Johannes eerst één keer heel krachtig weer wat er met kerst gebeurd is, wat het wonder is van Jezus geboorte: Het woord is mens geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn heerlijkheid gezien!
[#2] Met die belijdenis en vaststelling willen wij vanmorgen ook het oude jaar afsluiten en het nieuwe jaar inkijken. Johannes kan alleen het leven van Jezus beschrijven vanuit de belijdenis dat Jezus, echt God en echt mens was. Wij kunnen alleen goed kijken naar Gods gang door de tijd, naar ons leven jaar in jaar uit, naar het leven van je ouders of (klein)kinderen, naar Gods weg met zijn kerk, als we dat ook beseffen: de jaren die we tellen zijn jaren van onze Here. Die echt God was, woonde in Gods heerlijkheid, maar tegelijk echt mens geworden is en ons de heerlijkheid van God heeft laten zien. Die de weg wijst naar het eeuwige leven, waar je geen jaren meer telt. Geen mens heeft God gezien, geen mens kan in Gods plannen kijken, (morgen is voor ons verborgen), maar Christus heeft ons wel de genade en waarheid van de Vader laten kennen. Met Hem kunnen wij de toekomst ingaan. Hoeven we ons geen zorgen te maken over morgen, want ook morgen ligt veilig in zijn handen.

[#3] Het woord is mens geworden, God heeft onder ons gewoond!
1) Christus kreeg deel aan ons vergankelijk bestaan
2) Door Christus hebben we genade en waarheid leren kennen
3) Met Christus kunnen we vol vertrouwen op weg gaan

[#4] 1) Het eerst wat Johannes ons hier vertelt, is dat het woord mens geworden is. Hij vat het kerstverhaal in de kern samen. Het woord: God die scheppend spreekt, Gods zoon die woonde in het ondoordringbare licht, in de hemelse heerlijkheid, waar alles goed en volmaakt is tot in eeuwigheid. Dit woord van waarheid en genade is mens geworden. Letterlijk staat er: is vlees geworden. Daarmee wordt onze menselijke natuur in al zijn zwakheid en vergankelijkheid getekend. Doordat Jezus geboren werd uit de maagd Maria, kreeg Hij deel aan ons sterfelijke bestaan. Niet alleen uiterlijk, maar ook in zijn ziel, zegt de NGB. Helemaal, met alle zwakheid, broosheid, vergankelijkheid, vermoeidheid, verdriet, zorgen … kortom echt helemaal mens. Dat wat de mens onderscheidt van God, dat kreeg Hij helemaal. Hij was 100% mens, en tegelijk 100% God. Kan dat echt? Hoe kun je dat nu geloven? Het is moeilijk om te begrijpen, ik word stil als ik dat wonder wil begrijpen. Hoor het, maar begrijp niet dat zo de wil van God gebeurt.
[#5] Hij is mens geworden en heeft dan ook tussen vergankelijke mensen gewoond. Opgevoed in een gezin, waar mooie en minder mooie dingen gebeurd zullen zijn.
In de meeste gezinnen is er soms veel verbondenheid, maar zijn er ook momenten van van spanning, stilte, verwijdering of ruzie …
Opgegroeid in een dorp en een geloofsgemeenschap, waar niet altijd alles in lieve vrede gelopen zal zijn.
Opgetreden te midden van Joden die Hem vaak vijandig gezind waren.
Zolang God hem de opdracht gaf, was Hij aan dat ellendige bestaan onderworpen, net als wij eraan onderworpen zijn zolang God ons hier een taak op aarde geeft. Alleen was Hij zonder zonde. Wij zijn mensen die niet alleen sterfelijk zijn, van wie de leeftijd als God het geeft zeventig jaar is, of tachtig jaar als we sterk zijn, maar die ook nog zondig zijn en ons vaak van het licht en van God afwenden. Maar verder heeft Jezus helemaal als een gelijke onder ons gewoond.
[#6] En letterlijk staat er dan: Hij heeft onder ons gekampeerd. Zijn tent bij ons opgezet en daarin gewoond. Dat betekent dat hij dus niet blijvend bij ons was. Hij is tijdelijk bij ons geweest, zoals je een tent opzet als je ergens tijdelijk verblijft. Dan heb je nog geen vaste woning met muren, een dak en deuren, maar dan heb je een tent. Die wel eens om kan waaien, die beweegt met de wind, die niet lang meegaat, waarin je alles van elkaar kan horen, omdat de wanden zo dun zijn. Zoals het volk eens een tijdelijke woonplaats had gemaakt voor God in de woestijn, de tent van God, in afwachting van een vaste woonplaats, de tempel, zo was de manier waarop Jezus in ons midden verbleef ook een tijdelijke manier: een wonen onder ons, in afwachting van het hemelse Jeruzalem. De stad waarover we net lazen, een nieuwe hemel en nieuwe aarde, waar mensen in eeuwigheid verbonden met God zullen leven.
[#7] Juist op een dag als vandaag sta je er bij stil dat ons leven ook maar vergankelijk is. Het jaar is weer bijna afgelopen. Het werk van onze handen waar we trots op waren, wat we gedaan of gepresteerd hebben, het ligt weer achter ons. Het was vaak moeite en leed. Er waren hoogtepunten: een huwelijk, een geboorte, een baan, liefde en goede gesprekken. Maar er waren ook donkere momenten: dat je het liefst je verstopte, je je tranen niet kon bedwingen. Tegenslag, ziekte en leed: momenten waarop de vergankelijkheid nadrukkelijk naar voren kwam. En dan is een jaar zomaar voorbij. Net als na een vakantie met de tent, waar zomaar weer het moment is dat je een leeg veldje achterlaat. We hebben hier geen blijvende woning: we zuchten nu nog in onze aardse tent, zegt Paulus in 2 Korinthe 5:2. Eenmaal zal van ons allemaal de aardse tent worden afgebroken. Zal de nacht voorgoed ten einde zijn en zullen er geen tranen en rouw meer zijn. Het leven is nu nog vergankelijk, maar juist als we dat beseffen klinkt in het evangelie: het woord is vlees geworden, mens als wij, en heeft onder ons zijn tent opgeslagen: heeft tijdelijk hier op aarde in ons midden verbleven, dit leven met ons gedeeld. Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn eigen Zoon zond, om deel te krijgen aan dit leven. God wilde niet dat dit leven uitzichtloos zou zijn, maar juist door dit leven aan te nemen kon Jezus ons met dit bestaan ook aan God verbinden.

[#8] 2) Door Christus hebben we genade en waarheid leren kennen.
Gelijk daarachteraan schrijft Johannes: Hij is mens geworden, heeft onder ons gewoond. Maar we hebben wel door Hem genade en waarheid leren kennen. Gods heerlijkheid werd zichtbaar in Hem. Hij gebruikt hier woorden die de kern van de belijdenis van wie God is samenvatten. Wanneer God aan Mozes verschijnt worden deze woorden ook uitgeroepen, in Ex 34:6 dit is God vol genade en waarheid. Deze woorden komen steeds weer terug in de bijbel. Deze God, die zijn liefde laat zien, die is zichtbaar geworden in Jezus.
[#9] Zie dan Vs. 15: eerst heeft Johanns de doper dat al aangewezen. Hij mocht een heel bijzondere profeet zijn. De laatste profeet. En tegelijk: hij kon de genade en waarheid al aanwijzen. Hij hoefde niet te vertellen over oordeel en straf, maar mocht juist wijzen op het lam van God (Joh. 1:36). Jezus zou sterven voor onze zonden. Johannes heeft dat al geroepen, ‘krijsend’ riep hij als het ware: let op degene die na mij komt! De mensen die zomaar bij God vandaan leefden, die de bijbelwoorden vergaten, moesten gewezen worden op het licht van de wereld. Moesten dat niet gaan missen en gewoon voortleven. Nee, ze moesten het licht en de waarheid van Jezus Christus zien en ontdekken. Johannes had Hem aangewezen door te zeggen, die na mij komt is meer dan ik. Johannes was maar de bode, de heraut die zijn komst aankondigde. Hij was ook eerder dan Johannes de doper: want Hij was al van eeuwigheid en zal zijn tot in eeuwigheid.
[#10] En dan zegt Johannes: we zijn allemaal overstelp met zijn goedheid en genade. Wie iedereen? Nee, niet iedereen heeft het licht van de wereld gezien. Maar Johannes, die dit schrijft heeft het wel gezien. Hij zegt: wij hebben het gezien. Dat wil zeggen: de leerlingen van Jezus, zei die Hem in geloof aannemen. Wie gelovige op Jezus ziet, die mag in dit leven al met de goedheid van genade overstelpt worden.
Dat gebeurde in het OT ook één keer: Mozes mocht iets zien van God. Hij mocht van God horen hoe alles ingericht moest worden in de tabernakel. Hoe God gediend moest worden. Door Mozes is de wet gegeven: de wet waardoor je ontdekt wat niet goed is. Door Mozes waren er instellingen gegeven waardoor contact met God mogelijk was. Die in beelden vooruit wezen naar hoe het werkelijk zou zijn. Mozes heeft de basis gelegd, het volk door God mogen leren dat God verder wilde met het volk. Dat het volk niet om hoefde te komen door Gods toorn (denk aan Psalm 90), Jezus heeft daarna de genade bekend gemaakt. Hoe God in ons midden wil zijn. Hoe God zijn liefde heeft willen tonen.
[#11] Wij hebben nog helemaal deel aan het menselijke bestaan. We mogen geloven dat Jezus gekomen is om vrede op aarde te brengen. Om genade op genade bekend te maken. Maar de vraag is: zie je Hem ook? Leef je ook in verbondenheid met Jezus. Schijnt zijn genade ook in jouw leven. Wanneer je Hem leert kennen dan valt zijn genade over je, en mag je boven het tellen van de jaren uitkijken. Mag je boven de tijd uitkijken: mag je iets zien van de eeuwige God, met wie je verbonden bent en met wie je in verbondenheid voor eeuwig mag leven. Dan mag je als geslachten gaan en geslachten komen, in Gods bescherming zijn opgenomen. Want: niets is beter dan bij U te zijn!

[#12] 3) En dan kun je in Christus vol vertrouwen op weg gaan.
Mozes mocht iets zien van de heerlijkheid van God. Hij mocht aangeven, toen het volk gezondigd had: zonder U kunnen we niet verder trekken. We hebben het nodig dat U meegaat. Zo mogen we, wanneer we in Christus nog veel meer van Gods genade hebben gezien ook vooruit kijken. Christus liet ons God helemaal zien: Hij was als kind bij de Vader geweest. Op zijn schoot. Altijd bij Hem. Hij kende de Vader helemaal, omdat Hij zelf God was. De Vader kende hem helemaal, omdat dit zijn enige kind was van eeuwigheid. Maar door Christus mogen we in geloof Gods kinderen zijn. Mogen we met Hem verbonden op weg gaan naar de grote dag.
[#13] Eenmaal zal onze aardse tent worden afgebroken. Maar dan mogen we weten dat we een hemels huis hebben niet met handen gemaakt. Een eeuwige woning. Wanneer je sterft mag je daar binnengaan. Wanneer Jezus komt, mogen we voor eeuwig daar wonen. Mozes mocht een glimp van God opvangen, wij mogen rondom Jezus veel van Gods heerlijkheid zien, maar uiteindelijk zal aan het eind der tijden, er een nieuwe hemel en nieuwe aarde komen: waar God zelf op de troon zal zitten, en we hem met eigen ogen zullen zien (22:4). Dan zien we niet meer wazig, met vragen of in raadsels. Dan zullen we Jezus kennen zoals hij is. Dan staat zijn naam op onze hoofden, is er geen licht meer nodig want God is het licht en zullen we in eeuwigheid als koningen met Hem heersen.
Johannes gaat in zijn evangelie veel van Jezus vertellen. Ik hoop dat je afgelopen jaar op veel momenten en veel manieren iets van die Here Jezus, het levendmakende woord van God hebt mogen ervaren. Hij maakt dat je met een gelovig hart je dagen kan tellen. Dat je ook in komende tijd, steeds met Jezus verbonden mag zijn: steeds meer van Hem mag ontdekken in je leven, steeds meer je ogen voor Hem open mogen gaan, je mag geloven in zijn naam. Zodat je bidt met heel Gods kerk: wacht niet langer, Jezus, kom!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: