Daniel 6:11,12 – Ga met God: bid onderweg!

Preek Heemse, 7 januari 2017 (Bidden onderweg)
Tekst: Daniël 6:11

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[#1] Hoe staat het met je bidden?
Ik heb die vraag deze week aan verschillende mensen gesteld. Wat bid je eigenlijk? Gebruik je een vast gebed of gebruik je eigen woorden?
Op welke momenten bid je dan?
Het zal je niet verbazen dat er heel verschillende antwoorden kwamen:
de een heeft er een vaste regelmaat in.
De ander geeft aan dat het er maar weinig van komt.
Een derde zegt dat hij er wel meer tijd voor wil maken.
Wat me vooral opviel is dat het vaak wel moeilijk is om te bidden.
Niet alleen wat je dan moet vragen, maar ook hoe maak je er tijd voor in je (soms zo drukke) leven. En hoe houd je dan goed je aandacht erbij?

[#2] Vandaag, op deze eerste zondag van het nieuwe jaar, willen we verder met ‘Ga met God’. Gaan met God, echt verbonden zijn met God, dat kan in het bijzonder als je ook in het gebed met Hem verbonden bent. We gaan weer allemaal wegen belopen: op het werk, thuis, op school, op vakantie, naar het ziekenhuis, naar familie en bekenden. We gaan weer heel veel stappen zetten in 2018: we weten niet wat de toekomst zal brengen, wat 2018 gaat brengen. Maar we mogen wel verder ‘op weg met God’. Op weg met God kan met name als we biddend onderweg gaan. Het gebed mag aan het begin staan, en aan het eind. Mag er op vaste momenten zijn, maar ook gewoon tijdens de dingen die we doen. Gesproken, of door te zingen. Ik hoop dat u, dat jij dat ik zo met God verbonden mogen gaan, op de weg die God je te gaan geeft.

[#3] Ga met God: bid onderweg!
1. Bidden, wanneer?
2. Bidden, hoe?
3. Bidden, en dan … ?

1. Bidden, wanneer?
Vanmorgen letten we op het bidden vooral vanuit Daniel. Daniel was al een oude man geworden. Hij had veel meegemaakt in zijn leven, sinds hij uit Jeruzalem verdreven was en in ballingschap geweest was. Veel verschillende koningen en vorsten, en steeds had hij een belangrijke plek gekregen. Waarom? Hij was trouw aan de wetten van zijn God en vergat in Babel niet om met God te leven. Nu lezen we dat hij samen met twee anderen de belangrijkste posten in het land krijgt, en dat de koning er zelfs over denkt om hem over heel zijn koninkrijk te stellen (6:4). God zegent hem in het bijzonder en wat is een rijk gezegend met een bestuurder die zich van de Here afhankelijk weet.

Maar de andere bestuurders worden jaloers. Waarom krijgt Daniel zo’n belangrijke plaats? Dat willen zij ook wel. Die Daniel krijgt een mooi baantje, en dat baantje lopen zij dan mis. Zij willen graag belangrijk zijn en op de stoel van Daniel zitten. Daarom bedenken ze een plan om Daniel uit te schakelen, om van Hem af te zijn.
Ze kunnen Daniel niet op iets slechts betrappen. Daniel is betrouwbaar en heeft nooit een misstap begaan (6:5). Ze moeten kijken waar ze Daniel wel op kunnen pakken.

Waarin verschilt Daniel van hen? Dat is dat Hij zo nauw verbonden is met zijn God. Dat maakt hem zo sterk, omdat zijn God zo sterk is. Hij houdt zich aan de wet van God, en wilde al niet eten wat hij niet mocht eten. Zijn God openbaarde hem de betekenis van de dromen. Tot deze God bidt hij drie keer per dag. Juist op dat punt willen ze Daniel nu gaan pakken. En er komt een wet van meden en perzen: niemand mag 30 dagen lang iets vragen aan een god of een mens, alleen aan de koning.

Wat doet Daniel als die wet is uitgevaardigd? Gaat hij ergens op een afgelegen plek bidden? Wat doet hij als deze wet, met dreiging van de doodstraf, is opgetekend? Gaat hij dan maar even stoppen met bidden? Nee, hij gaat naar zijn huis. Hij gaat daar bidden zoals zijn gewoonte is. Daniel laat zich niet afschrikken door zo’n wet. Hij wil de Here bidden. Het bidden is maar niet wat uiterlijks voor hem, maar een brandend vuur dat uit zijn hart komt. Bidden is eigenlijk ademen voor de ziel. Hij wil zich zijn adem niet af laten nemen. Als hij stopt met bidden. Als Hij niet met God onderweg gaat, dan komt hij in ademnood. Hij doet ‘zoals hij dat eerder ook al deed’, hij doet naar zijn gewoonte: drie keer per dag bidt hij tot zijn God.

[#4] Wanneer moet je bidden? Er zijn mensen die wat neerkijken op mensen die bidden uit gewoonte. Ze zeggen: ‘Ik bid gewoon bij het eten, zo ben ik dat gewend’. En dan zou het zomaar kunnen lijken of dat ‘minder’ is dan iemand die er speciaal heel veel tijd voor uittrekt. Maar ik las ergens: laten we ons meer zorgen maken om mensen die uit gewoonte niet bidden. Die de gewoonte hebben het bidden over te slaan. Kijk dan gaat er pas echt wat mis: als je helemaal ‘vergeet’ te bidden. Dat je niet bidt bij het opstaan, niet bij het eten, niet bij het naar bed gaan. Dan ga je niet met God, maar dan ga je alleen.
Bidden uit gewoonte is zo gek nog niet. Als we drie keer per dag eten nodig hebben, hebben we ook gewoontes om dat tot ons te nemen. Dan wacht je ook niet tot je weer trek hebt, maar heb je vast momenten. Niet omdat het moet, als een ijzeren wet, maar zodat je het niet vergeet bij alle andere dingen die je hebt! Zo is het mooi als je de vaste gewoonte hebt om bij het opstaan, bij het eten en bij het slapen gaan te bidden. Misschien inderdaad een vast gebed: het gebed bij het eten, het Onze Vader, een kort gebed. Maar een gebed dat je in regelmaat tot de Here bidt. Daniel bidt zijn gebed: zelfs als de leeuwen grommen, en hij gevaar loopt voor zijn leven. Laten we ons ook niet schamen om naar onze gewoonte te bidden, ook als er anderen bij zijn. Ook al vinden ze het vreemd, apart of bijzonder: zouden we daarom maar niet bidden bij het eten, terwijl Daniel zelfs bad toen zijn leven op het spel stond? Hij dacht ook niet: dan bid ik deze 30 dagen wel even zonder dat iemand het ziet. Daniel schaamde zich niet voor zijn geloof!
[#5] In de bijbel komen we ook tegen dat er vaste momenten zijn. De priester ging ’s morgens in de tabernakel en tempel met een geurige gave naar God toe. Dicht bij het allerheiligste. De geur steeg op als teken van de gebeden die opstijgen. Heerlijke wierook. Een offer van God. Zo begon men de dag met God en ’s avonds was er het avondoffer: dan sloot met de dag af met God. God is de eerste en de laatste, begin en einde, Hij mag heel je dag omgeven.
Toen de tempel was verwoest kwam er bij de Joden de gewoonte om drie keer per dag te bidden. Psalm 56 zingt ervan. We lezen het hier bij Daniel. In psalm 119 lezen we zelfs dat men 7x per dag de naam van de Heer aanroept.
[#6] Laten we zo ook zelf vaste momenten kiezen om bidden met God onderweg te zijn. Zodat het een gewoonte wordt om met God te leven. In de tabernakel moest een altaar staan, staat in jouw huis ook een altaar. Niet echt, maar stijgen vanuit jouw/uw huis ook de gebeden op naar God, als een heerlijke geur? Wanneer je de dag opent met God, mag dat als eerste je gedachten vullen. Het mooie is dan, dat je hopelijk niet alleen op die momenten aan God denkt, maar ook gewoon als je onderweg bent, als je stil zit, als je ergens mee te maken krijgt. Dan hoef je echt niet altijd je handen te vouwen of je ogen dicht te doen. Maar dan mag je gewoon aan God vertellen wat je bezighoudt, Hem vragen of danken. Zo in gebeden op vaste momenten, maar ook op andere momenten echt bewust met hem verbonden zijn.
[#7] 2. Bidden, hoe?
Bij het gebed van Daniel zien we eerst dat hij neerknielt. Hij knielt op zijn knieën. Een houding van nederigheid en je klein maken voor God. Wie zelf wel eens knielend bidt die weet dat je dan het gebed ook anders ervaart, dan als je gewoon aan tafel zit. Maar de houding is vooral een uitdrukking van wat hij bidt. Hij komt niet als een Farizeeër met de borst vooruit bij God. Nee. Hij maakt zich klein. Hij komt nederig tot God. Daniel wist dat hij, en het volk zondig waren. God had hen niet voor niets in ballingschap gestuurd. Zo mogen we ook steeds tot God komen om vergeving te vragen voor onze zonden. Om onze schuld te belijden: Heer, ik kom tot U. Vergeef mijn zonden nu.
[#8] Het tweede is dat Daniel bad bij het open venster, in de richting van Jeruzalem. Jeruzalem was de stad die in puin lag. Er waren ruïnes en verkoolde resten van wat er geweest was. Maar het was voor hem, in die tijd wel de stad, waar God gezegd had in het midden van zijn volk te willen wonen. Daniel was in ballingschap zijn God niet vergeten, en de stad van de God niet. Hij leefde in de hoop en het verlangen eens terug te mogen gaan naar die stad. God had dat toch ook beloofd? En er zou toch een keer een Messias, een verlosser komen die werkelijk bevrijding zou geven. Zoals de priester in de tabernakel naderde naar het allerheiligste, zo was Daniel gericht op zijn God. Het is belangrijk dat we zien dat het gebed ook richting God opgezonden mag worden. Het is niet allereerst een vragenlijstje: het is ook een offer voor de machtige God. Wie de tijd neemt om in zijn gebed tot God te naderen. Wie misschien bij een geopend raam onder de indruk komt van de majesteit van de lucht, de wolken, de schepping van God. Wie beseft tot wie hij komt: die zal ook steeds meer bidden ‘Uw naam worden geheiligd’, in het begin van mijn gebed wil ook U prijzen en grootmaken.
[#9] Het is goed om God te prijzen. Het is goed om vergeving te vragen. En dan mag je God ook vragen om de dingen waar je mee bezig bent. Daniel zal gebeden hebben om bescherming ook nu zijn leven gevaar loopt en de leeuwenkuil dreigt. Daniel zal gebeden hebben om wijsheid. Zo mag je bidden wat jij nodig hebt. Wat anderen nodig hebben. Mag je bidden voor anderen. Voor jezelf. Zoals Jezus niet leerde bidden: geef mij mijn dagelijks brood, maar geef ons ons dagelijks brood. Wat we ook nodig hebben voor lichaam en ziel, Here, geef ons dat! Straks mag je ook een briefje inleveren als je het fijn vindt dat er voor je gebeden wordt, of als je ander gebedspunt hebt. Na de dienst mag je ook zo’n briefje ophalen: zodat je zelf mee kunt bidden voor anderen. Zodat we als gemeente biddend en dankend om elkaar heen mogen staan. Iemand zei: daar waar samen gebeden wordt, voor elkaar gebeden wordt: daar is de kerk, daar is Gods gemeente!
[#10] 3. Bidden, en dan … ?
Wat gebeurt er nadat Daniel gebeden heeft? Het gebed lijkt hem niet zoveel te helpen. Die mannen die dringen binnen, ze zien hem bidden. Hij wordt gearresteerd. Hij wordt in de leeuwenkuil gegooid. De leeuwen die normaal wel zin hebben in een lekker hapje. De koning komt er niet onderuit! Het is een wet van meden en perzen. Daniel moet en zal sterven. Want hij heeft tot een ander dan tot de koning gebeden. En zo lijkt het verhaal van Daniel af te lopen als een martelaarsgeschiedenis. Zoals zovelen in de het romeinse rijk en in de tijd van de reformatie vroom de Here wilden blijven dienen, maar het uiteindelijk moesten bekopen met hun leven. Voorbeelden voor de kerk, voorbeelden voor anderen hoe je in een moeilijke situatie met steun van de Heer toch kan blijven volharden en standhouden. Maar wat uiteindelijk wel hen het leven kostte. Zoals onze Here Jezus Christus zelf ook de weg van zijn vader ging. Trouw met hem verbonden was. Hem opzocht in de stilte. Bad of de beker voorbij mocht gaan, maar uiteindelijk niet in een leeuwenkuil, maar wel aan het kruis belandde.
[#11] Wat kan het soms moeilijk zijn om te bidden. Als je niet begrijpt waarom God deze weg met je leven gaat, van ziekte, van sterven, van eenzaamheid. Wat kan het soms moeilijk zijn om te bidden als je vertrouwen in God en de medemens zo beschadigd is door de dingen die jij mee moest maken. Wat kan het soms moeilijk zijn om te bidden als je niet ziet dat het helpt, als je vragen en twijfels hebt bij God en als er toch niets in je leven lijkt te veranderen. Maar toch … laten we in reactie op die moeite niet zeggen: we keren God de rug toe. Ik wandel wel in mijn eentje verder. Ik ga niet meer met God.
God zei eens: Ik geef mijn eigen Zoon over aan de dood, Ik laat Hem alleen, maar juist met de belofte: omdat Hij gestraft is, zal Ik jou vergeven. Zal Ik jou nooit alleen laten. Zal ik je dragen en met je meegaan. Ook al merk je het niet. Ook al verandert er niets in je situatie. Als je omkijkt zul je het zeggen: U was het die mij droeg. Kijk maar hoe ik Daniel beschermt heb tegen de leeuwen: hij mocht eruit komen. Kijk vooral maar hoe Jezus Christus de dood achter zich liet. Hij overwon, en brengt nu onze gebeden bij de Vader.
Een betere voorbidder kunnen we ons niet wensen. Want Hij brengt al onze gebeden, of het nu van een spelende kleuter, een sterke man of vrouw, een trillende bejaarde is, of het nu in de angst of nood, in blijdschap of vreugde uitgesproken, bij de Vader. Al wisten we niet hoe het te zeggen, raakte ons gebed in de knoop of konden we alleen zwijgend bij u zijn. Hij maakt er een volmaakt gebed van. Laten we zo weten dat Christus altijd bij ons is, dat je elk moment van de dag Hem mag vragen met of zonder gevouwen handen of gesloten ogen: dan ben je biddend onderweg, onderweg met God, onderweg … naar het hemels Jeruzalem. Kies je er ook voor om zo te bidden te leven? Om biddend onderweg te zijn? Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: