Gen 28/32 – Hemelvaart

Preek Hemelvaart, 10 mei 2018

Tekst: Gen 28 / Gen 32 / Hand 1

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

[#1] Vandaag vieren we het feest van hemelvaart. De opgang van Christus die begonnen is met Pasen, toen Jezus opstond uit het graf, wordt nu voltooid. Jezus stijgt op naar de hemel en troont daar aan de rechterhand van zijn Vader. Een dag van feest, van glorie van blijdschap. De Heer regeert, kroon hem met gouden kroon! Een dag van uitzien: want de engelen beloven, wanneer de leerlingen hun vragen hebben: hij komt straks, later weer terug, zoals hij van jullie is weg gegaan. En de catechismus zegt: omdat Hij naar de hemel is, mogen we geloven dat hij ons uiteindelijk bij zich zal nemen.

[#2] Maar is dat niet een wat ‘makkelijke’ boodschap? Als je met beide voeten in de modder staat. Als je beseft dat de leerlingen afscheid moeten nemen van hun Heiland, met wie ze drie jaar hadden kunnen praten, met wie ze veertig dagen zo intensief en heel bijzonder verbonden waren tussen Pasen en Hemelvaart. Voelen ze zich niet verlaten hier op aarde en alleen gelaten?

Kun je jezelf ook niet zo voelen …. je kent de troost dat de Heer regeert. Jezus zal weerkomen. Maar hier en nu, vandaag, in jouw leven met je verdriet over wat kapot ging, met een toekomst die onzeker is, met de angst voor wat gaat gebeuren, met je bindingen en verslavingen: waar is Jezus dan. Wat betekent het om te geloven in Jezus Christus die opgevaren is naar de hemel?

Om die vraag te beantwoorden, sluiten we vanmorgen aan bij de wonderlijke gebeurtenissen die Jakob meemaakt. Misschien een wat ongebruikelijke tekst voor Hemelvaartsdag, maar wel een tekst die ons helpt te ontdekken wat het betekent dat God onder een open hemel, zegenend om je heen wil zijn. Dat Hij je niet alleen laat, maar juist door hemelvaart zijn plan tot vervulling en voltooiing komt.

 

[#3] Hemelvaart: God is niet ver weg, maar wil zegenend om je heen zijn!
1. Onder een open hemel,

  1. mag je gaan onder zijn zegen

 

  1. Onder een open hemel

[#4] Jakob heeft zich behoorlijk in de nesten gewerkt. Hij heeft van zijn broer het eerstgeboorterecht afgepakt. Hij had zich vermomd als Ezau, en kreeg van zijn vader de zegen mee. Maar dat betekent dat deze Jakob, deze bedrieger, nu wel moet wegvluchten uit Kanaän. Hij is geen man die gewend is om buiten te zijn. Hij was een man die graag dicht bij huis bleef, terwijl Esau graag buiten was en goed kon jagen. Maar toch adviseert Rebekka hem om weg te gaan. Hij gaat naar Paddan-Aram naar de plaats waar Rebekka vandaan komt, naar oom Laban. Als een straatarm man, zonder toekomst, zonder bezit gaat hij van huis.

Als hij dan in de buurt van Luz komt, kiest hij niet voor een herberg, maar gaat hij liggen slapen op de grond. Een steen als hoofdkussen. Dat is niet echt zacht, maar in ieder geval zoekt hij een plek waar hij lekker kan liggen, met behulp van de kleren of kleden die hij bij zich heeft. [#5]  En dan, als hij daar zo verlaten ligt, gebeurt er iets onverwachts. De hemel gaat open: Hij ziet een trap opgericht naar de hemel, die hemel en aarde verbindt. Hij ziet engelen omhooggaan, van hem vandaan en terugkeren, van God naar Hem toe.

Hij ziet God staan.

Dit is niet iets wat hij zelf verzonnen heeft. Dit is niet een manier waarop hij zelf op eigen kracht bij God probeert te komen, zoals de mensen van Babel die door een toren de hemel probeerden te bereiken. Nee, dit komt volledig onverwachts. Hier neemt God het initiatief. Hij opent de hemel. Hij komt naar Jakob toe. En Hij spreekt uit: ik ga met je mee. Ik ben de God van Abraham, maar ook jouw God! De lijn van het verbond wordt voortgezet van Abraham, via Isaak, naar Jakob. Vanuit onze eigen plannen en kracht, houden we misschien geen rekening met God. Maar God zelf wil zich aan ons verbinden: Hij zoekt ons op. Soms onverwachts. Hij sluit zijn verbond. Zoals ook elke keer bij de doop van een kind gezien mag worden. Hij is trouw aan zijn belofte aan Abraham, zijn vrind. Zijn belofte voor zijn kleinzoon, maar ook voor het duizendste geslacht: voor onze kinderen vandaag.

[#6] Dit is de lijn van de verlossing en van de redding. Wanneer Jezus later Natanaël heeft geroepen, dan grijpt Jezus terug op deze gebeurtenis. Natanaël heeft zijn vragen bij wie Jezus is. Vraagt zich af of je uit Galilea iets goeds kan verwachten. Maar Jezus belooft Natanaël, als hij met Hem mee gaat: Je zult de hemel geopend zien en engelen zien opgaan en neerdalen van de Mensenzoon. Jezus wijst vooruit naar zijn wonderen, en ook naar de hemelvaart, terwijl Hij daarbij het beeld van Jakob gebruikt. Als een bemoediging voor Natanaël.

En zo mag het ook ons bemoedigen. Wie op weg is, met een onzekere toekomst, wie hier op aarde met beide voeten in de modder staat, hoeft niet alleen ver vooruit te kijken of te geloven dat Jezus ergens ver weg in de hemel troont. Nee, God is nu al om je heen. Onverwachts kreeg Jakob een droom. De engelen gaan al bij hem vandaan. Die engelen waren al rondom hem bezig, en actief. Al had hij het niet verdiend. Al had hij het niet verwacht. Al was hij een bedrieger, en zou hij later Laban ook nog bedriegen. Maar God is om hem heen. De hemel is niet dicht maar is open.

En zo mogen wij door Christus ook bemoedigd worden. Wanneer Hij opstijgt naar de hemel, zijn de engelen ook om de leerlingen heen. Mogen zij de leerlingen moed in spreken. Mogen ze hen helpen. Door vooruit te wijzen naar de wederkomst, maar dat doen ze wel op dat moment. Ze zijn erbij.

Zo willen de engelen ook om ons heen staan. Ons helpen, juist op hele moeilijke momenten. Door een tekst die je inkrijgt, een arm over je schouder, een droom of beeld, God laat je niet alleen. Soms als wij hem helemaal niet zoeken, zoekt hij ons wel op. Christus hemelvaart is geen afscheid, maar een moment van extra vervulling. Door Hem is contact met de hemel mogelijk. Hij was als het ware de ladder, de trap die hemel en aarde verbond. Die God met Jakob verbond. Hij stijgt op naar de hoge: maar de verbintenis met de aarde blijft, juist ook doordat hij zijn Geest zal schenken die in ons hart wil werken. wil Hij juist in het bijzonder je nabij zijn.

 

[#7] 2. Hij geeft zijn zegen

Wanneer Jakob dit bemoedigende beeld van God gekregen heeft. Wil God hem helpen e krijgt hij de zegen mee, met een geweldige inhoud:

* Hij hoeft niet bang te zijn voor Ezau, hoewel hij hem bedrogen had.

* Als hij een reis moet maken langs een onbekende, gevaarlijke weg mag hij weten dat God zegt: ‘Ik ben bij je’.

* God zal hem beschermen als hij bij oom Laban is.

* Eens zal hij weer terugkeren. God zal hem niet verlaten.

Dat is de rijkdom van de zegen. En inderdaad: Jakob mag het al heel aards direct ervaren. Het gaat hem voor de wind bij Laban. Hij krijgt veel bezittingen. Hij krijgt uiteindelijk ook Rachel als vrouw, wordt gezegend met kinderen.

 

De zegen van de Here gaat met hem mee, maar als hij dan terugkeert, dan is zijn terugreis eigenlijk net zo spannend als de heenreis. Hij moet zijn broer Ezau onder ogen komen. Hij heeft veel bezit en is bang dat hij het kwijt zal raken. Hij maakt zijn eigen plannetjes om te zorgen dat het goed komt. Hij stuurt geschenken vooruit naar Ezau. Wanneer hij zijn familie en bezit in twee groepen heeft verdeeld en over de rivier heeft gezet, dan blijft hij zelf achter. Hij worstelt met God. Weer blijft God niet op een afstand staan, maar komt God naar hem toe. Waar Jakob weer zijn eigen weg gaat, grijpt God in. Jakob kan niet verder trekken als hij het van zijn eigen kracht verwacht. En dit keer ervaart hij dat ook. Er volgt een worsteling met God. Het zit niet automatisch goed. Er moet ook bij hem verandering plaatsvinden. Jakob moet Israël worden. De bedrieger Jakob kan pas naar de worsteling met God een vorst worden, de naamgever van het volk Israël. Maar als dat gebeurd is, als hij zijn eigen zwakte beseft en mank gaat, dan laat hij die man met wie hij worstelde, dan laat hij God niet gaan, zonder de zegen gekregen te hebben. Hij besefte: alleen met Gods zegen kan ik verder.

Wanneer we vandaag hemelvaart vieren, dan is een tweede opvallend punt van de hemelvaart dat we lezen dat Jezus al zegenend van zijn leerlingen weggaat, zegt Lucas. Een zegen die Hij kan geven, omdat hij zelf op grond van zijn streven voor ons pleit en bidt bij de Vader, zegt de catechismus. Bovendien zegt Jezus: ik ben met u, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld. Juist in die zegen, in die rijke woorden: ik zal er zijn…. Komt een enorme bemoediging naar ons toe. Niet pas voor straks, of niet van een God die ver weg is. Maar van een God die zegenend om ons heen is. Die je kracht in je hart wil geven, die je wil leiden al je wegen, die je wil sturen en helpen. Die soms ook onze eigenwijsheid en zelfgerichtheid, onze zwakheid, angst en kleingeloof wil overwinnen. Ik ben met je. Ik wil voor je zorgen. Vertrouw op mij: ik ben de God van Abraham, Isaak en Jakob. Ik ben niet veranderd. Ik wil met je meegaan. Dat ik met Jakob mee kon gaan, kon door Jezus Christus. Dat ik vandaag mee wil gaan kan ook door Hem. Omdat dat hij als koning regeert op zijn troon. Omdat we door Hem mogen leven onder een open hemel. Daarom mag je er vast op vertrouwen dat je veilig bent in zijn handen. Amen

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: