Zondag 28 – Blijf delen in het lichaam van Christus

Preek gehouden in Heemse, 9 sept 2018

Tekst: Zondag 28 / 1 Kor 10

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Wel eens meegemaakt dat iemand tot geloof komt? Indrukwekkend hoe God zo levens leidt dat iemand gedoopt wil worden.

Daar waar sommigen zeggen: ‘het geloof zegt me niets’; ‘ik kan ook wel zonder kerk’, is het bijzonder als iemand juist kiest om gedoopt te worden, door de doop één wil zijn met Jezus. Misschien pink je wel een traantje weg als je zoiets ziet gebeuren. Dat is nu de kracht van het teken, het sacrament van de doop: God laat zien hoe Hij zich met mensen verbindt, opneemt in zijn verbond.

Een teken van God voor volwassenen, en voor onze kinderen.

 

Vandaag gaat het over het avondmaal. Het andere teken, sacrament dat God geeft. Je zou kunnen zeggen: de doop verbindt je met Jezus, door het avondmaal blijf je verbonden. Maar raakt het avondmaal je net zo als de doop? Of kijk je op je horloge en zeg je, deze dienst duurt wel langer. Kijk je maar wat naar de mensen die langskomen en denk je: dat heb ik nu wel vaker gezien?

Ik hoop dat je ontdekt dat het avondmaal eigenlijk net zo’n indrukwekkend teken is. Minder bijzonder: want het gebeurt niet één keer, maar vaker.

Maar aan de andere kant een groter wonder: Gaan geloven is één, maar met Jezus en zijn gemeente verbonden blijven? Wie kan dat?

Verliefd worden en trouwen is één, maar trouw blijven in het huwelijk is twee!

  • Wie van degenen die in al die jaren dat we hier gemeente zijn gedoopt is, als kind of volwassene, is nog verbonden met Jezus?
  • Hoe sterk ben jij verbonden met Hem?

Blijf delen in het lichaam van Christus

1 – Ook al ben je zondaar, Hij laat je zeker delen in zijn lichaam!

2 – Al ben je in de wereld, wordt alleen één met Jezus Christus.

3 – Al ben je verschillend, samen ben je één in Jezus Christus.

Kort gezegd: Blijf delen in het lichaam van Christus!

1 – als zondaar

2 – als mens in de wereld

3 – als gemeente

 

1 – Ook al ben je zondaar, Hij laat je delen in zijn lichaam!

De eerste moeite die de kop op kan steken als het gaat om verbonden blijven met Jezus, is de zonde in ons eigen leven. We zijn verbonden met Jezus, maar hoe snel krijg je niet weer te maken met de zonden?

Je hebt gelezen in de Bijbel, maar even later val je uit naar een ander.

Je viert hier het avondmaal en ondertussen denk je misschien: kan dat wel voor mij bestemd zijn, is het niet schijnheilig als ik hier het avondmaal vier.

De zonde kan er zomaar zijn en kan zomaar tussen jou en God in komen te staan. Verwijdering geven tussen God en jou.

Dat is ook wat Paulus de Korintiërs voorhoudt. De Israëlieten waren allemaal opgenomen in het volk, ‘ze lieten zich allemaal in de naam van Mozes dopen, in de wolk en in de zee.’ ‘Ze aten allemaal hetzelfde geestelijke voedsel’. ‘Ze dronken allemaal dezelfde geestelijke drank’. ‘uit de geestelijke rots die hen volgde – en die rots was Christus’.

Toch mopperden later veel mensen op God en op Mozes. Ze werden door de slangen doodgebeten. Het is een voorbeeld voor ons: Iedereen die overeind staat, moet oppassen dat hij niet valt. Dat je niet omkomt in de woestijn, op weg naar het beloofde land. Dat je Jezus kwijtraakt!!

De bevrijding was een groot feest geweest, maar toen het volk eenmaal in de woestijn was, was het niet makkelijk om te blijven vertrouwen. Welke weg moesten ze gaan? Zouden ze wel komen in het beloofde land? Moesten ze nu elke dag weer datzelfde voedsel eten, dat hun neus uitkwam: manna en kwakkels?

Onze doop, onze belijdenis, ons eerste avondmaal was een groot feest. (Of als je niet gedoopt bent: het wordt een groot feest, als je gedoopt wordt!) Maar als je al jaren gelooft? Misschien vind je het maar moeilijk om je aandacht bij de dienst te houden en denk je de hele tijd aan hoe het met je paarden gaat of aan een voetbalwedstrijd. Misschien merk je dat je bezig bent met dat project op je werk of met dat wat nog geregeld moet worden voor de verjaardag. En denk je dan: ben ik wel echt met Christus verbonden? Is het wel voor mij, als ik zo weinig ervaar. Als ik hoor van Jezus liefde, en ondertussen denk aan de manier waarop ik me gisteravond tegenover mijn vrienden gedroeg; de manier waarop ik met je computer omging of als ik denk aan hoe weinig ik deze week bewust gelezen en gebeden heb?

Onze zonde en laksheid, onverschilligheid, traditie kan zomaar een levende relatie met God in de weg staan. Maar wat mocht het volk doen toen ze mopperden in de woestijn? Op het moment dat ze zeiden: ‘Wij hebben gezondigd’, mochten ze zien op de verhoogde, koperen slang. Dat was Gods teken voor zondige mensen. Het is zijn bevel, maar ook zijn belofte dat Hij je dan zal sparen.

Wat mag jij doen? Wanneer je zegt: ik heb gezondigd, mag je zien op Jezus Christus en dan word je echt met hem verbonden: daar hoef je niet aan te twijfelen. Je zonden kunnen dat niet in de weg staan!

Wat hoor je dan als je het brood en de wijn ontvangt: het brood dat wij breken maakt ons één met het bloed van Christus. De wijn maakt ons één met het lichaam van Christus. Als je dat hoort mag dat al je twijfels wegnemen: Christus komt naar je toe. Hij zegt: ‘het is mijn opdracht om het avondmaal te vieren. Doe het! Niet om wat jij gedaan hebt, maar omdat Ik je roep en ik het zeg. Ik beveel het, maar ook: ik beloof het. Je mag er zeker van zijn dat ik je zonden wegdoe! Ook jij: net zo zeker als jij nu met je ogen ziet dat het brood gebroken wordt en de beker je gegeven wordt. Zo zeker is het!

Wat is zeker? Dat dat toen en daar gebeurd is? 33 na Christus, op Golgotha? Nee, zo zeker is het: dat dat toen gebeurd is, voor u, voor jou en voor mij!

Lees Zondag 28 maar goed. Zijn lichaam is ‘voor mij’ aan het kruis geofferd. Zijn bloed is ‘voor mij’ vergoten! Het is zeker dat het voor mij is, om mij weer nieuwe kracht te geven, mijn ziel te verkwikken, om mij te doen delen is zijn genade. Dat is net zo zeker als ik dat stukje brood uit de hand van de dominee krijg en in mijn mond fijnkauw. Net zo zeker als dat ik even een nipje neem van de wijn, proef en doorslik.

Besef dat Christus met jou verbonden wil zijn, als je eet van het brood en drinkt van de wijn en zeg maar: “Jezus, dank U voor wat U deed voor mij”. Als je dat beseft, dan kan het zomaar zijn dat je vanwege die rijke inhoud, zomaar een brok in je keel krijgt en je ogen niet droog houdt!

 

  1. Krijg geen deel aan de wereld

Het tweede wat de eenheid en verbondenheid met Jezus kan verstoren, is de wereld die aan je trekt. Daarmee bedoel ik: er zijn zoveel dingen om ons heen, die ons het idee geven dat je daar je geluk kan vinden. Dat je vooral leeft voor je familie, buren, vrienden of kinderen, en dat die helemaal op de eerste plaats komen. Dat je onbewust steeds maar bezig bent om meer geld om je heen te verzamelen, zodat je altijd druk, druk, druk bent en daardoor … een mooiere auto, een beter huis of duurdere vakantie kan betalen. Word je zo meegesleept in de liefde voor je passie dat andere dingen er onder lijden? Als je je mee laat nemen door de wereld kan dat zomaar je verbondenheid met Jezus in de weg staan: blijf je ook na de viering met Jezus verbonden? Zie je dat het leven in en met de wereld (waar we natuurlijk allemaal mee te maken kunt hebben) je liefde en blijdschap voor het geloof in de weg kan staan? Je enthousiasme kan doen bekoelen. En zo dat je eerst helemaal vol was, een vereniging of bijbelstudie bezocht, je actief inzette in de gemeente, er gewoon twee keer per zondag was, maar dat langzamerhand je denkt ‘het kan ook wel wat minder, er zijn ook andere dingen belangrijk’.

Welke ontwikkeling zie je bij jezelf en bij je kinderen?

Groei je in liefde voor de Here en de tijd die je voor Hem maakt?

Of groei je in liefde voor de wereld en de tijd die je daarvoor maakt?

Reken er maar op dat kinderen feilloos aanvoelen wat je echt belangrijk vindt!

Deze keus is geen keus, die nieuw is voor christenen. Paulus neemt er in zijn brief uitgebreid de tijd voor om op deze moeilijk vraag in te gaan. De mensen van Korinthe vonden zichzelf heel ‘verstandig’. Ze wisten wel dat afgoden niet bestonden, dat vlees offeren aan afgoden bijgeloof is. Zij zeggen ook: doe niet zo moeilijk, alles is toch toegestaan. Ik kan echt wel vlees eten dat in de tempel geofferd is, want afgoden bestaan niet. Zo kun je ook best zeggen: ik doe mee aan allerlei dingen waar de wereld aan meedoet. Juichen voor een sportevenement, uitgaan, leven voor geld en goed. Ik weet wel dat we uiteindelijk leven voor Jezus Christus.

Maar dan wijst Paulus op het volk in de woestijn: We moeten niet uit zijn op het kwade! Dien geen afgoden! Het volk in de woestijn ging zitten om te eten en te drinken, en op stond om te dansen. Ze pleegden ontucht toen ze zich inlieten met Moabitische vrouwen en ontucht met hen pleegden. Daardoor stierven op één dag 23.000 mensen.

De mensen in Korinthe zeggen: maar dat doen we ook niet! Wij weten echt wel wat wij kiezen als we in de wereld zijn of als we bij ongelovigen zijn.

Je ziet dat Paulus het moeilijk vind om heel precies een antwoord te geven op de vraag wat nu wel en niet mag, hoe je verhouding met de wereld moet zijn. Hij zegt het heel genuanceerd. Je mag best met ongelovigen eten. Toch stelt hij je het meest indringend voor de keus of het goed is, door te wijzen op het avondmaal. Bij het avondmaal word je echt één met Jezus Christus, door te eten met anderen kun je zomaar één worden met de afgoden. Ook al ga je zelf er anders mee om, je verbindt je wel met een wereld die God niet dient. Meen dan niet dat je sterker bent dan de Israëlieten, zegt Paulus, laten wij niet denken dat wij sterker zijn dan de Korintiërs. Laat dit bepalend zijn: of je eet of drinkt, doe je het tot eer van God?

Dus als je staat voor een keus: Wel of niet ingaan op de wens van je kinderen om het bijbellezen maar over te slaan. Wel of niet meedrinken op dat feest. Wel of niet naar vereniging gaan. Alles is toegestaan, maar niet alles is goed. Paulus zegt: bepalend is dat je het doet tot eer van God. Je bent immers één met zijn lichaam!

3 – Al ben je verschillend, samen ben je één in Jezus Christus. 

Het is in deze situatie dat Paulus erop wijst dat we één lichaam zijn. Wie verbonden is met Jezus Christus, wordt ook verbonden aan elkaar.

Wanneer op zondag het avondmaal gevierd wordt, dan doen wij dat samen als één gemeente. We komen uit onze huizen en gaan naar de kerk, we komen naar voren en eten samen van het ene brood. Waar het lichaam van Christus voor de leerlingen in het echt te zien was, is het voor ons zichtbaar in de gemeente van Christus. Een worden met Christus betekent één worden met elkaar. Paulus zegt dat in 12 ook: we zijn heel verschillend toch met elkaar één lichaam vormen: elk met onze eigen dingen.

Toch kan ook dat éne lichaam zorgen dat je teleurgesteld raakt. Jezus is wel goed, maar die mensen die bij Hem horen. Kan ik daar ook aan verbonden zijn? Niet alleen in jezelf, ook in elkaar kun je teleurgesteld raken. Als je niet begrijpt waarom de ander zo doet. Als er over elkaar gepraat wordt, in plaats van met elkaar. Als je je gaat ergeren aan bepaalde trekjes van anderen. Hij is altijd zo, zij is altijd is. Toch is dat de gemeente die Jezus samenroept, en tot het eeuwige leven voedt (zondag 21). Ben je niet alleen aan Christus verbonden. Maar ook aan elkaar! (zondag 21).

Hoe blijf je daar enthousiast over? Hoe blijf je als je gedoopt bent, die plek in het midden van de gemeente houden? Want ik geloof dat God juist de gemeente gegeven heeft om elkaar bij het geloven vast te houden. ‘We zijn immers allen gedoopt tot één lichaam.’. Allereerst is het belangrijk om te zien dat God je ergens plaatst. Hij leidt je leven, ook je plek naar de gemeente. Geen gemeente is volmaakt: de ene gemeente is te groot en onpersoonlijk, de andere gemeente is teveel familie, en bij de derde gaat alles zo spontaan. Waarom geeft God jou deze gemeente en op wat voor manier mag jij hier meebouwen aan het lichaam van Christus?

Het tweede is: liefde groeit door daden. Dat geldt in het huwelijk: wie iets liefs doet voor zijn man of vrouw, gaat ook meer liefde voelen. Zo geldt dat voor de stichting present: wie liefde geeft aan anderen, krijgt ook lief. Zo geldt dat in de gemeente: wie gaat, wie  viert, wie geeft, wie meedoet, mag groeien in liefde en meeleven met elkaar.

Tenslotte: Groeien in verbondenheid met elkaar kan alleen door te zien dat we allemaal leven van de genade van Christus. Dan voel ik me niet beter, maar als je ziet dat hij of zij eet of drinkt. Besef dan eens: ook voor hem, ook voor haar heeft Christus zijn leven gegeven. Hij wil één zijn met Christus. Zo ben ik één met hem of haar, omdat ook ik deel mag blijven krijgen aan het lichaam van Christus! Ik hoop dat die verbondenheid met Jezus, en die verbondenheid met elkaar vandaag gezien hebt, gevoeld en ervaren en dat je dan stil wordt vanwege de liefde van Christus voor ons allen! Amen

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: