Zondag 31 – blaas op de ramshoorn!

Preek gehouden Heemse

Tekst: Zondag 31

 

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Gelukkig zijn er mensen die ons land bewaken! Er mochten moslims opgepakt worden die een aanslag wilden plegen. Misschien waren er wel tientallen mensen om het leven gekomen op een station of bij een voetbalwedstrijd als er niet iemand heel wakker en oplettend was geweest en gezegd had: deze mannen moeten gearresteerd! En gelukkig zat de AIVD ook niet te slapen toen een paar Russische spionnen achter de geheimen van het atoomagentschap probeerden te komen. De mannen werden opgepakt en het land uitgezet. Als inwoner van Nederland ben je blij dat zo rampen voorkomen worden!

 

Maar wat als ze daar wel hadden zitten slapen? Dan was er misschien wel een aanslag gepleegd. Dan waren er misschien wel doden gevallen. En dan: je mag hopen dat ze het zelf overleven, maar daarna zullen ze wel moeten uitleggen waarom ze het niet in de gaten hadden. Moet de verantwoordelijk minister misschien wel aftreden. Wordt het “hoofd” geëist van de minister, omdat hij niet goed opgelet heeft.

 

Niet alleen ons land kan in gevaar zijn. Ook je leven kan in gevaar zijn. We lazen in de catechismus dat God een boodschap van redding heeft, voor wie het gelovig aanneemt. Maar eens komt de grote dag, Ezechiël spreekt over Gog en Magog, een dag van oordeel waarop degene die zich niet bekeert, niet in God gelooft verloren zal gaan. Wanneer jij niet in Jezus gelooft, wanneer je niet je afkeert van de zonden en je keert tot Hem, dan komt er een enorme ramp: dan zul je Gods toorn voelen over je leven. God zal het kwaad niet laten bestaan, maar Hij zal het straffen.

 

Het is dus maar goed dat God ook voor dat oordeel waarschuwt. Dat Hij wachters en wakers aangesteld heeft die moeten waarschuwen als dat oordeel komt. Over die mensen hebben we het vandaag als we het hebben over de twee sleutels van het koninkrijk: de verkondiging van het woord en de kerkelijke tucht, zeg maar: de preken en de momenten dat je persoonlijk aangesproken wordt. We zijn geroepen om elkaar te waarschuwen tegen de zonden, maar met name de ouderlingen en predikanten zullen ook in de bezoeken thuis moeten troosten, onderwijzen, maar ook waarschuwen.

 

Is het dan zo erg? In de tijd van Ezechiël hoorde men hem ook wel praten. Hij was een profeet, door God aangewezen om te waarschuwen tegen het gevaar. Toch gingen de mensen naar hem toe en zeiden: wat kan hij mooi praten, wat kan hij mooi spelen. Bijzonder zo’n man met van die mooie verhalen. Hij kan het goed brengen. Maar ondertussen gaan ze gewoon door met hun zonden, hun afgoden, hebben ze hun mond vol van liefde, maar denken ondertussen vooral aan hun eigen voordeel. De mensen nemen Ezechiël niet serieus.

 

Maar ondertussen bereikt wel verschrikkelijk bericht Ezechiël. Hij was zelf al 11 jaar geleden uit Jeruzalem weggevoerd. Hij woonde al in Babel. Samen met veel belangrijke mensen, met de notabelen, was hij al weg uit het land. Maar nu hoort hij dat Jeruzalem helemaal in puin ligt. Dat God zijn volk gestraft heeft. Dat de muren van Jeruzalem omver gehaald zijn en de tempel verwoest is. God is gekomen met zijn straf. God heeft niet eindeloos geduld gehad. In Jeruzalem is duidelijk geworden: God kan komen om zijn oordeel te geven.

 

Juist daarom wordt hier in dit hoofdstuk nog één keer de opdracht van Ezechiël herhaald. Ezechiël: je bent aangesteld om bovenop de stadmuur te staan. Als de stad in rust is en de mensen slapen, als de mensen bezig zijn met hun eigen dingen, moet jij op de uitkijk staan. Als het zwaard dan komt, als er gevaar dreigt: dan moet jij op de hoorn blazen. Dan moeten de sirenes afgaan. Dan moet er gewaarschuwd worden. Zodat de wapens gepakt kunnen worden, de poorten gesloten worden, zodat de stad voor een ramp wordt bewaard en niet wordt ingenomen.

 

Maar wat als Ezechiël wel slaapt? Als hij net een spelletje zit te doen of gezellig met zijn vrienden zit te kletsten. Dan komt de vijand wel de stad binnen. Dan worden er mensen gedood. En mocht Ezechiël het er levend afbrengen: dan zal hij voor de krijgsraad verschijnen en zal hij gestraft worden voor zijn fouten.

 

Wat een verantwoordelijkheid draagt Ezechiël. Wat een verantwoordelijkheid dragen dus ook de ouderlingen en met name de predikanten om te waarschuwen. Om het kwaad ook kwaad te noemen, zonde zonde te noemen, om op te roepen tot bekering als mensen op een verkeerde weg zijn. Zoals het ook staat in het formulier van ouderling; ze gaan op bezoek om de mensen te waarschuwen. Ook de Hebreeenschrijver zegt: uw voorgangers zijn het die waken over uw zielen. Zij houden de wacht!

Doe je dat ook als ouderling? Doe ik dat als dominee? Wanneer heb je dat voor het laatst gedaan? Wanneer heb je verteld dat het uitmaakt hoe je leeft en wat je gelooft en wat je kiest, en dat het een keus is tussen eeuwig leven en eeuwig straf. Vroeger werd wel gezegd: neem de tekst van Ezechiël maar niet al te zwaar. Dan kun je als ouderling of dominee toch bijna niet meer slapen. Als jij verantwoordelijkheid hebt. Dat het jou aangerekend wordt als je iemand niet gewaarschuwd hebt. Maar zijn we de laatste jaren niet erg makkelijk gaan denken over de taak van de ouderling?

Misschien voel jij, als ouderling, dat wel als een verantwoordelijkheid. Maar laten we eerlijk zijn, kun je in deze tijd nog wel iets met de tucht. Dat iemand jou gaat zeggen dat je niet teveel moet drinken, dat je beter voor je huwelijk moet zorgen, dat je meer oog moet hebben voor je naasten, dat je beter met de schepping om moet gaan. Je leeft toch je eigen leven? Je bepaalt toch zelf wat je doet? Die tijd zijn we toch wel voorbij dat iemand jou ga zeggen wat wel niet kan. Tucht: elkaar aanspreken is toch van vroeger. Dan krijg je toch zo’n benauwde wereld waarin iedereen elkaar in de gaten houdt?

 

Waarom laten we niet gewoon iedereen toe tot het avondmaal? Waarom kan niet gewoon iedereen zijn kinderen laten dopen? Past het niet meer bij deze tijd om gewoon een soort ‘volkskerk’ te zijn, zonder dat je elkaar gaat zeggen wat wel of niet past bij het evangelie? Waarom moet een kerkenraad toezien op leer en leven?

 

Als antwoord zou ik willen geven: omdat je zo laat zien dat je om elkaar geeft. Dat het je niet koud laat wat de ander doet. En dan is het niet alleen iets van de kerkenraad. Ieder in de gemeente wordt opgeroepen om elkaar aan te spreken. Dat kan alleen als je er bent voor elkaar, op de goede momenten, maar ook op de moeilijke momenten. Om elkaar aan te sporen.

Je waarschuwt je kinderen voor het verkeer, en hoopt dat veilig thuis komen.

Alcohol: nix onder 18; Niet roken-dodelijk;

ouderen: niet mopperen; oog voor je kinderen of druk met werk en schermpjes

Voor het geloof ook waarschuwen?

Want zegt God: ik ben vind het niet fijn als een zondaar omkomt. Ik heb er geen plezier in als de spotter verloren gaat. Ik vind het niet fijn als iemand zonder mij leeft en zich niet bekeert. Waarom stel Ik een wachter aan? Om te zorgen dat iemand tot inkeer kan komen, dat je gered kan worden. Waarom heb ik mijn zoon gezonden als de grootste profeet: omdat Hij zo door zijn sterven kon laten zien dat Hij wil dat een ieder die in Hem geloofd niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. De wereld ligt als onder het oordeel, dat komt hij niet vertellen. Uit onszelf zouden we al verloren gaan: maar de goede boodschap van de wachter is juist dat je gered kan worden. Dat je eeuwig leven kan krijgen. Dat God deze wereld liefheeft.

 

Je kunt je voorstellen dat de mensen het niet altijd fijn vinden als je wijst op iets wat niet goed is. Als je iemand ontdekt aan zonden. Op dat moment is Jeruzalem al een keer geplunderd en de stad van God wordt helemaal verwoest. Juist op dit moment zien sommigen dat de waarschuwing niet voor niets was. Ze zeggen: Onze misdaden en onze zonden, ze worden ons aangerekend. Al die momenten dat we niet luisterden en deden wat God van ons vroeg. Al die jaren dat we God zijn vergeten. Hoe kan er nu redding zijn. Kennelijk kun je zo in de put raken van je zonden: je hebt een verkeerde keus gemaakt. Jij bent degene die is gaan rijden met zoveel drank op, jij hebt een zonde gedaan waar een ander bijna aan onderdoor gaat. Kun je dan gered worden?

 

Juist dan mag Ezechiël zeggen: God wil dat je gered wordt. Hij wordt blij als je tot inkeer komt. En Hij noemt ook voorbeelden van wat er dan gebeurt. Diegene die iets in onderpand had genomen, en het niet teruggegeven had, geeft het weer terug. Diegene die gestolen heeft die geeft het weer terug. Denk aan hoe Zacheüs weer orde op zaken bracht. Bekering wil zeggen dat je met je hart voelt, met je mond zegt, maar ook in je daden laat zien dat je anders wil. Wat geweldig als de mensen zo weer tot inkeer komen.

 

De catechismus wijst aan dat er twee sleutels zijn. Aan de éne kant de preken. God laat op de preekstoel horen dat het rijk open kan gaan en dicht kan. Dat wordt gezegd tegen ieder gezamenlijk, maar ook tegen jou persoonlijk. En dan is het niet: ik ben binnen, dus er dreigt geen gevaar. Nee: steeds weer moet je wakker geschud worden. Elke keer als je het met een geloof hart aanneemt dat Christus voor je gestorven is, dan wordt je gered. Mag je zeker zijn van je redding. Maar als je je niet bekeert, als je een huichelaar bent en doet alsof, dan blijft Gods toorn op je, zolang je je niet bekeert. Wat is het belangrijk dat de preken ook zo klinken: dat het aankomt op een keus. En dat je zelf de preken ook zo hoort!

 

De tweede sleutel is de meer persoonlijke sleutel. Dan komt er iemand op je af, en spreekt je ergens op aan. En als het niet landt, neemt hij een ander mee. Hij probeert je te overtuigen om te stoppen met dat wat niet goed is. Wat geweldig als je dan tot inkeer komt. Voor niemand gaat de deur dicht, als je tot inkeer komt en je redding bij Jezus zoekt. Maar als je volhardt. Als je de boodschap niet aan wil nemen, dan kan de ouderling komen met de boodschap: ‘als het klopt dat je zo in het leven staat, dan is het koninkrijk van God voor jou gesloten.’ Hij blaast op de hoorn en waarschuwt je voor gevaar. De catechismus zegt: dan word je dus uit het rijk van Christus gesloten. Het is niet een ouderling of kerkenraad die iets beslist: het is een kerkenraad die na wil zeggen wat we in de bijbel lezen, wat de wachter vertelt: laat je redden door de enige naar die er is, laat je redden door Jezus Christus.

 

Ezechiël is weer op zijn post gaan staan. Ook toen het land verwoest was. De mensen dachten nog: als God aan Abraham gedacht heeft, zal hij ook wel aan zijn kinderen denken. Maar, Ezechiël, moet helaas zeggen het onheil komt! En pas daarna zal God, als de straf betaald is, zich ontfermen over zijn kinderen.

 

Wij weten het: eens mogen we binnengaan in de lichtstad met de paarlen poorten. De stad van God. Het is een tehuis voor moede pelgrims. We bidden voor iedereen, we sporen elkaar aan om mee te gaan, we bidden voor onszelf, om niet achter te blijven, maar met elkaar straks juichend te staan in het nieuw Jeruzalem. Dat God u, jou en mij dat in zijn genade mag schenken. Amen

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: