Zondag 40 – Heb je vijanden lief

Preek Heemse, gehouden 6 januari 2019

Tekst: Zondag 40; Matteüs 5:43-48; Hebr. 13:1-3

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus,

[#1] Aan wie moet je liefde geven? Voor wie bid je?

Welke mensen geef je iets van je tijd, aandacht en energie?

Sommigen zeggen: Ik geef mijn liefde aan mijn gezin en familie.

Met wie ik een sterke band hebt en met wie ik mijn leven lang verbonden blijf.

Anderen zeggen: Ik geef mijn liefde aan mijn vrienden. Bij hen kan ik altijd terecht.

Een derde zegt: Ik breng mijn tijd door met mensen die dezelfde opvattingen hebben als ik. Ze denken hetzelfde en doen hetzelfde, die mensen mogen op mijn steun rekenen.

Maar er zijn ook andere mensen. De wereld is vol met mensen, maar er zijn ook andere mensen die op je weg komen. Die vluchteling die hier in AZC Heemserveen komt wonen en die je tegenkomt op weg naar de Lidl. Die collega met wie je zo moeilijk om kan schieten en die zo moeilijk doet over van alles en nog wat. We horen vanmiddag over gevangenen die vanwege wat ze verkeerd gedaan hebben, jaren achter de tralies moeten doorbrengen, die moeten boeten om hun fouten. In het criminele circuit terecht zijn gekomen.

[#2] Wanneer Jezus komt en zijn optreden begint, leert Hij de mensen liefde.

Het meest opvallende is dat Hij zegt: ‘als je alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegend, wat voor uitzonderlijks doe je dan?’. Als je bij Jezus hoort, als je een kind van de Vader bent en hoort bij het nieuwe koninkrijk, dan verwacht Jezus ‘uitzonderlijk’ gedrag. Dat je anders bent dan anderen, dat je een uitzondering vormt. Dat je niet doet wat iedereen wel wil doen. Maar dat je uitzonderlijke liefde toont.

                Jezus komt om de wet te vervullen, niet om hem af te schaffen. Hij sluit aan bij wat er in het Oude Testament al geleerd is. Hij zegt tegen de Israëlieten die les gehad hadden van de Farizeeën en Schriftgeleerden: ‘Je naaste moet je liefhebben en je vijand moet je haten’. Klopt toch? Hij kijkt de mensen aan. Hij zegt het zo, zoals het in hun gedachten leeft. Het staat niet letterlijk zo in de bijbel, maar zo hebben ze het wel geleerd. Liefde voor je naaste, dat staat ook in Leviticus 19:18. Daarom is het voor hen ook zo’n spannende vraag: wie is mijn naaste? Wanneer ze dat vragen vertelt Jezus later over die Samaritaan, die barmhartige Samaritaan die liefde toonde voor die man die zo gewond op de weg lat. Hij zag hem, net als de Leviet en priester hem hadden gezien. Maar hij was gestopt. Hij was de Naaste voor die man geworden.

[#3] Maar de Farizeeën hadden geleerd: je naaste dat zijn je volksgenoten. Dat zijn de mensen die hetzelfde geloof hebben, die tot je eigen club behoren. En dan ook alleen de goede mensen. Want die tollenaars, die in opdracht van de Romeinen, ons kaal plukken, ook al zijn het volksgenoten: dat zijn natuurlijk vijanden van ons volk. En de ‘schare die de wet niet kent’: de mensen die niet willen geloven en handelen volgens Gods geboden, die horen er eigenlijk ook niet bij.

In hoeverre schuilt er niet het gevaar bij ons dat je ook zelf zo met de liefde omgaat? Dat de mensen in de straat zeggen: ja die vrijgemaakten hebben het goed samen, maar mij zien ze niet staan. Wat mooi als via bijvoorbeeld een straatapp voor iedereen gezorgd wordt. Of dat we zo met de kerk omgaan dat we gewild of ongewild uitstralen dat als je hier geen lid bent je toch ‘minder’ bent, of eigenlijk niet goed genoeg?

Dat de Farizeeën leren: je vijand moet je haten, past eigenlijk al niet bij hoe God het bedoeld had. In Exodus staat: als je ziet dat een lastdier, een os of een ezel van je vijand door zijn poten zakt, ga dan helpen, zodat het dier weer overeind komt. In deze tijd: als je ziet dat iemand met een lekke band, een kapotte auto of trekker gestrand is, biedt dan je hulp aan, ook al ken je hem niet of mag je hem niet. Spreuken zegt: als een vijand honger heeft, geef hem te eten. Als hij dorst heeft, geef hem te drinken (25:21).

[#4] Nu richt Jezus zich tot zijn leerlingen. Wie hadden Petrus, Johannes, Jakobus, en al die mensen die hun boten en netten, hun tollenaarshuis achter zich gelaten hadden lief? Ze waren samen rondom Jezus gekomen, ze luisterden met veel mensen naar wat Jezus hun leerde. Zij zullen hun naaste liefgehad hebben. Hun familie, de mensen die ook achter Jezus aantrokken. Maar Jezus verwacht dus iets uitzonderlijks. Hij vraagt ook liefde voor de vijanden. Hun vijanden, dat zullen aan de éne kant de Romeinse onderdrukkers geweest zijn, Herodus en de andere machthebbers, de tollenaars die voor hen werkten. Maar ook de Farizeeën die hen niet vertrouwden en allerlei kwaad over hen spraken. Deze mensen zullen te maken krijgen met vervolging. Ze zullen om hun geloof in de gevangenis worden gegooid, ze zullen van hun bezittingen beroofd worden, ze zullen het moeilijk krijgen. Jezus zegt in vers 11: gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.

In de brief aan de Hebreeën lezen we ook dat het gebeurd is. Geloofsgenoten zitten in de gevangenis, en de schrijver roept op om hen te blijven bezoeken.

Zo kun je als gelovige te maken krijgen met vijanden. Mensen die kwaad spreken over de kerk, overheden die niet willen dat christenen geloven. Mensen die niet accepteren dat je niet wil werken op de zondag, degenen die lacherig doen over dat jij zondag naar de kerk wil. Degenen die andere ideeën hebben over het geloof. Als je radicale keuzes maakt en kiest om Jezus te volgen, kan dat je zomaar vrienden kosten, als jij niet mee wil doen met de anderen.

                [#5] Het uitzonderlijke wat Jezus hier vraagt is, dat je dan niet moet zeggen: zoek het dan maar uit, dan heb ik wel nieuwe vrienden in het geloof. Nee, Jezus vraagt dat je je vijanden blijft liefhebben. ‘Heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen’. Is dat mogelijk? Waarom vraagt Jezus dit van degenen die zichzelf verloochenen, die een licht voor de wereld willen zijn, het zout van de aarde, de stad op de berg? Waarom deze weg van liefde voor degene die niemand liefheeft en die door niemand wordt geliefd. Waarom deze weg van nederigheid en zelfwegcijfering. Dat je ook oog hebt voor de vreemdelingen, de naakten, de daklozen, de verslaafden, het uitschot, en ook voor de gevangenen? Kan deze weg wel gegaan worden?

                [#6] Dan is het belangrijk om te horen wie het is, die dit leert. Dit is Jezus Christus. Hij is zelf die weg gegaan. Hij heeft de hemel verlaten. Hij is lijdend en gehoorzaam de weg gegaan van de stal naar het kruis. Dit is het kruis dat Hij je oplegt. Zo kun je door dit kruis boven het gewone van de wereld uitstijgen en bijzondere liefde tonen, omdat Christus dat gedaan heeft. Hij heeft geleden, is in zijn liefde tot het uiterste gegaan, heeft zijn leven over gehad voor mensen die nog zijn vijanden waren. Wie zo in de liefde tot het uiterste wil gaan, die mag die weg gaan met Jezus. Zodat uiteindelijk de Vader geprezen wordt.

                [#7] Want dit is ook de houding die de vader zelf ons leert. Hij is het die zonneschijn en regen geeft aan bozen en goeden, aan rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Het is niet zo dat hier staat: Het regent of de zon schijnt. Het is, zoals de Fransen zeggen: il pleut, il fait beau / Hij doet het regenen, Hij doet de zon schijnen. Het is iets wat God wil doen. Dan maakt Hij geen onderscheid. Goeden en slechte mensen, mensen die eerlijk zijn en oneerlijk zijn. Hij toont zijn liefde aan een ieder. Hij heeft vanuit de hemel zijn Zoon gegeven om aan heel de wereld redding te verkondigen. God toont zijn liefde. En in die zin gaat dit gebod van Jezus verder dan het Oude Testament. In Christus wordt de scheidingsmuur tussen de Israëlieten en de volken weggebroken. Nu is er een boodschap voor heel de wereld. Nu zullen zijn leerlingen ook zo met de wereld om moeten gaan.

[#8] Wanneer je vanmiddag hoort wat de diepste betekenis is van het gebod ‘U zult niet doden’, dan mag dat je de weg wijzen. Stel je niet boven een ander. Iemand die in de gevangenis is niet minder dan jij. Zijn fouten en misdaden zijn fout, en daarvoor is de overheid ook aangewezen om straf te geven. Christus koos niet jou uit om christen te zijn, omdat je geen fouten had. Eerder in de Bergrede zegt Jezus al: wie de ander uitscheldt voor dwaas, nietsnut, die heeft al een moord gepleegd. Wie boos is op een ander en in woede tekeer gaat, ontneemt een ander al het leven en het licht in de ogen. Juist als je de genade van Christus ziet komen we allemaal naast elkaar te staan. Dan zien we dat God zijn liefde toont aan iedereen.

[#9] Maak daarom zelf ook geen onderscheid, op basis van familie of geen familie, gelovig of niet gelovig. Of iemand nu oud of jong is, homo of hetero, man of vrouw, wit of zwart, PVV of CDA, moslim of christen, import of niet, Nederlander of Afghaan. Of iemand nu in de gevangenis zit of niet. God doet zijn zon opgaan, laat ook zo je liefde niet partijdig zijn. Ik hoop dat je bereid bent om zo aan een ieder je liefde te tonen en aandacht te geven. Tijd te maken.

[#10] Jezus zegt: wees dus volmaakt zoals jullie hemels Vader volmaakt is.

Maar dat kan ik niet hoor. Dat is wel heel mooi, maar toch niet bereikbaar en haalbaar? Nee, dat klopt. Ik struikel zelf ook elke dag, elk uur. Dan wordt boos om iets onbenulligs. Flap er in mijn enthousiasme zomaar wat uit. Maar laat dat je niet ontmoedigen. In de eerste plaats is dit geen onderwijs voor mensen die daardoor kinderen van God moeten worden. Dit is onderwijs aan leerlingen van Jezus. Zij die al zijn kinderen zijn. Uit genade aangenomen, onvoorwaardelijke liefde van Jezus. // 2e: Hij wil graag leren hoe je vanuit die liefde, een leven kan leiden dat past bij zijn koninkrijk. Een hemels koninkrijk dat om Hem heen straalde toen Hij op aarde was, maar dat straks helemaal volmaakt zal zijn.  Waarin de liefde compleet zal zijn, en er voor altijd vrede zal zijn.

[#11] Laat ik tenslotte één tip geven, als het je heel ver weg lijkt. Als deze manier van dankbaar zijn voor wat Jezus je gedaan heeft, je zo onbereikbaar lijkt. Als je het idee hebt, dat het je bij de handen afbreekt en dat je dit nooit in je leven voor elkaar zult krijgen. Vouw je handen, en noem de namen van degenen die je vijand zijn. Die je kwaad hebben gedaan, die je zo moeilijk kunt begrijpen. Noem de namen en leg ze neer bij God. Vraag of Hij je wil helpen, of Hij je een weg wil wijzen hoe jij goed hiermee om kan gaan. Of Hij zelf naar hen om wil zien. We hopen komende tijd juist de gevangenzorg te ondersteunen, dat kan door bezoeken, door giften, maar laten we daarin ook de eerste stap maar zetten: door te bidden voor degenen die in de gevangenis zitten en zaten en hen opdragen aan onze Vader die in hemel zit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: