Matteus 26:21-25 – Ik ben het toch niet, Heer? (Lijdenstijd)

Preek gehouden Heemse, 24 maart 2019

Tekst: Matteüs 26:21-25

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Ik ben het toch niet?

Dat is de vraag die de leerlingen één voor één aan Jezus stellen.

Jezus zei: één van jullie gaat mij uitleveren.

Eén van degenen die alles achter zich hadden gelaten.

Die Jezus gevolgd waren. Die zijn wonderen gezien hadden.

Die de gesprekken met hem gevoerd hadden.

Petrus zegt: ‘Ik ben het toch, niet?’

Johannes en Andreas en al die anderen: ‘Ik toch niet, Heer?’

Met elkaar zitten ze aan de maaltijd.

Het is de donderdag voor Pasen.

Het wordt steeds duidelijker dat het op het einde loopt.

Jezus heeft het over dat Hij weg zal gaan.

Dat Hij op zal gaan naar zijn Vader.

De stad is vol van pelgrims die het Pesachfeest vieren.

De haat en de tegenstand van de Farizeeën tegen Jezus wordt steeds groter.

Ze voelen dat de strik op Jezus steeds strakker wordt gespannen.

Maar hoe kan het, dat op dat laatste moment de leerlingen aan zichzelf twijfelen?

In de Bijbel klinkt de waarschuwing: als je staat, let dan op dat je niet valt.

Vraag jij dan ook aan Jezus: ‘Ik ben het toch niet, Heer?’ ‘Ik ben toch geen Judas?’

Ik ben toch niet diegene die over een paar jaar niets meer van u wil weten?

Ik ben toch niet diegene die straks niet meer in U gelooft?

Ik ben toch niet diegene die kiest voor het kwaad, en geen vergeving wil hebben?

[#2] Het blijft bij me haken dat de leerlingen wel deze vraag stellen.

Even later lezen we dat Jezus zegt: ‘Jullie zullen me deze nacht één voor één verlaten’

Dan reageert Petrus furieus: ‘al laat iedereen U in de steek, ik zal U nooit verlaten’.

Dan is Petrus heel stellig en overtuigd.

Terwijl we uit het vervolg weten: Hij gaat Jezus verlaten.

Hij zal zeggen dat Hij Jezus niet kent. Hij zal Hem verloochenen.

Voordat de nieuwe dag er is en de haan kraait;

In deze bizarre nacht waarin Jezus gearresteerd wordt;

In die nacht zul jij ook, net als de anderen mij verlaten en doen alsof je mij niet kent.

‘Ik ben het toch niet, Heer?’

In de harten van de leerlingen leeft een bange twijfel.

Ze weten wel dat ze het niet kunnen zijn – maar toch?

Ze zijn toch allemaal Jezus gevolgd. Er is een angst en spanning.

Een onzekerheid. Zou ik dan toch?

Jezus, zegt immers: Mijn tijd is bijna gekomen.

Wee hem, die Hem uitlevert! Het zou beter zijn als hij niet geboren was.

[#3] Waarom die angst en onzekerheid?

Al ga ik door een dal van diepe duisternis, al ga ik door de diepste nood.

Ik vrees geen kwaad, want U bent bij mij.

Maar wie herkent niet, dat dat vertrouwen in zijn goede Herder soms helemaal weg kan zijn. Dat je even helemaal niet weet waar je het zoeken moet.

Dat je twijfelt aan God, omdat je niet ervaart dat hij er werkelijk is.

Dat je twijfelt omdat je sommige dingen niet begrijpt of teleurgesteld bent.

Door lijden, pijn en verdriet dat op je weg komt. Door gedrag van mensen.

Of misschien vanwege het wonderlijke van het geloof. Een geloof in Jezus die voor je zonden is gestorven: terwijl anderen dat helemaal niet mee kunnen maken.

Niet begrijpen waarom jij naar de kerk gaat en zegt: Jezus is voor mij gestorven.

Kennelijk kan iemand die heel dicht bij Jezus staat toch Hem verraden.

Jezus voorzegt al dat de schapen van de herder uiteengejaagd zullen worden (vs. 31).

Wanneer de herder gedood is, zal dat gebeuren.

[#4] In de harten van de leerlingen is onzekerheid. Leeft deze vraag.

Maar in het hart van één leerling leeft die vraag niet.

Eén leerling, genaamd Judas Iskariot, die weet dat dit over hem gaat.

Hij reageert anders: Bedoelt U mij soms, Rabbi?

Jezus zegt het op zo’n manier dat de anderen het niet gelijk herkennen: Jij, hebt het zelf gezegd. Judas zal degene zijn die Jezus uit gaat leveren.

In Johannes lezen we dat Jezus dan ook zegt: ga dan maar, ga je werk maar doen, Judas.

Het is voor ons onvoorstelbaar dat dit gebeurt.

Al ken je het verhaal, en denk je bij de naam Judas, gelijk aan verrader.

Maar waarom gebeurt dit? Waarom is dit mogelijk?

Hoe kan iemand zo ver komen dat Hij zijn meester gaat verraden.

Hij heeft alles voor Hem opgegeven. Hij is zolang bij Jezus geweest.

[#5] Maar laten we vooral ook kijken vanuit Jezus. Hij is degene die hier centraal staat.

Hij noemt degene die hem verraadt, degene die tegelijk met hem zijn brood in de kom doopt. Woorden die doen denken aan Psalm 41.

Zelfs mijn beste vriend

Die mijn vertrouwen had

En met mij het brood deelde

Heeft zich tegen mij gekeerd.

Jezus gaat op weg naar het kruis.

Hij gaat erheen om onze zonden te dragen.

Onze pijn, duisternis, moeite, smarten brengt Hij aan het kruis.

Hij heeft het aan zijn lichaam gevoeld, Hij werd door God verlaten.

Maar ook door zijn leerlingen is Hij verlaten, en door één leerling is hij zelfs verraden.

Wat moet dat hem ook door de ziel hebben gesneden.

Jij hebt mij pootje gelicht, gevloerd, verraden. Een Judasstreek.

Mijn leven verkocht voor dertig zilverstukken. Een steek in de rug.

En toch … zo is het hoe God dit alles bestuurd heeft.

Toen de tijd nog niet gekomen was, konden ze Jezus niet te pakken krijgen.

Dan liep Hij tussen de mensen door weg. Konden ze hem niets aandoen.

Maar nu is zijn tijd gekomen, nu wordt Hij uitgeleverd.

De Farizeeën hebben een verrader nodig. Ze willen hem snel voor het feest uit de weg ruimen. Maar ze weten niet waar Hij is. De locatie was niet bekend, want Jezus had gezegd: volg die man die je tegenkomt. Judas kon nog niet eerder de boel verraden.

Pas als zijn tijd gekomen is; Judas weet waar ze zijn; Jezus verteld heeft dat ze naar Getsemane gaan, dan kan Judas gaan. Zal hij vertellen waar Jezus heen ging.

Straks om één uur ’s nachts zal hij Hem met een kus verraden.

[#6] Wanneer jij je door God verlaten voelt, mag je geloven dat Jezus dat voor jou die verlatenheid gedragen heeft: zodat Hij ons nooit meer zal verlaten.

Wanneer jij pijn en smarten voelt, mag je geloven dat Jezus voor jou gedragen heeft aan het kruis, met spijkers door zijn voeten en polsen, met doornen prikkend in zijn hoofd. Wanneer je door mensen verraden en verlaten wordt … denk dan ook maar aan wat er met Jezus gebeurde.

Zelfs mijn beste vriend Die mijn vertrouwen had

En met mij het brood deelde Heeft zich tegen mij gekeerd.

Wat kun je teleurgesteld raken in mensen.

Als iemand in de vriendenkring je opeens van alles verwijt en niet meer met je wil praten. Als je binnen de familie geen contact meer kan krijgen en er een enorme afstand groeit. Als er lelijk over elkaar gesproken wordt en je met een boog om elkaar heenloopt. Wat kun je je dan eenzaam en verlaten voelen. Wat kun je je dan onrecht aangedaan voelen. Verlaten door mensen, verraden door mensen.

Maar juist met die nood mag je ook naar Jezus gaan. Hem vragen om hulp. Hij die alles weet die mee kan voelen met onze zwakheden.

Daarom kreeg ook Judas een plek in Gods raadsplan. Zo heeft Jezus aan lichaam en ziel heel zijn leven geleden, maar vooral aan het eind ervan. Wat gaat er een zwaard door je menselijke ziel als je zo verraden wordt.

[#7] Maar wat dreef Judas?

1) Sommigen nemen het nog een beetje op voor Judas. Hij was immers één van Jezus vrienden. Hij had al lang gewacht tot duidelijk zou worden dat Jezus de redder van Israël zou zijn. Dat hij in zou grijpen en zijn werkelijk macht zou laten zien. Dat zijn rijk van vrede zou komen. Hij zou gedacht hebben: ik breng Jezus echt in het nauw, dan kan Hij zich niet meer terugtrekken. Dan moet Hij wel opstaan en dan zal hij alle mensen wel laten zien dat Hij werkelijk alle macht heeft. Dan komt hij van het kruis af en verslaat hij de Romeinen. Lijkt me allemaal ver gezocht en niet aannemelijk dat Judas daarom dit doet.

2) Anderen zeggen: Judas was puur op geld uit. Net hiervoor lezen we dat Hij boos is omdat die vrouw uit de stad zomaar haar geld verspild. Die olie waarmee ze de Here Jezus zalfde zou ook duur verkocht kunnen worden. Dat zou die eenvoudige man uit Galilea nooit gedaan hebben. Hij had eens alles achter zich gelaten. Jezus had beloofd dat Hij er veel voor terug zou krijgen. Mat 19:29/luc 18:30 iedereen die huis of vrouw, broers of zusters, ouders of kinderen heeft achtergelaten omwille van het koninkrijk van God,  zal reeds in deze tijd het veelvoudige ontvangen en in de tijd die komt het eeuwige leven. Judas heeft er nog maar weinig van gezien. Hij ziet dat het geld verspild wordt, hij steelt soms wat geld uit de kas van de leerlingen (Joh 13). Hij beslist dan maar: dan moet ik er maar zelf uithalen wat er uit te halen is. En voor een som van 30 zilverlingen verraadt hij zijn meester. Geld als de wortel van ook dit kwaad. Geen heel groot bedrag, maar het bedrag dat je betaalt als je een slaaf van een ander gedood hebt.

3) Tenslotte kan het ook zijn dat hij een heel verkeerd beeld had van Jezus. Het volgen van Jezus bracht hem niet wat hij verwacht had. Hij had misschien gedacht aan een aards rijk, met wereldse macht, een hoge positie en aanzien. Maar het wordt steeds duidelijker dat dit een aflopende zaak is. Dat het net om Jezus strakker getrokken wordt. Hij is zo teleurgesteld dat hij zich tenslotte maar tegen Jezus keert. Hij voelt zich zelf verraden en misleid en daarom verraadt hij zijn meester.

Met de poging om nog een beetje geloof bij Judas te zien, kan ik niet zoveel. Dat Judas zich liet leiden door het geld en door zijn verlangen naar macht geloof ik eerder. Het kwaad het een plek in zijn hart gekregen. De duivel en het kwaad hadden hem in beslag genomen. Zo kwam hij tot deze daad. Zo wist hij goed waar hij mee bezig was. Maar zo krijgt hij ook een plek in de strijd van alle eeuwen. Komt in zijn pogen ook de strijd van Satan tegen de Christus naar voren. Is dit ook een punt waarin de Christus verzocht wordt en staande moet blijven, als zelfs zijn een eigen leerling hem ontrouw wordt.

[#8] Laten we nog één keer terug gaan naar de vraag van het begin:

Ik ben het toch niet Heer?

Ook de andere leerlingen zullen geen volmaakte mensen geweest zijn.

Ook zij zullen soms verlangen naar geld gehad hebben.

Zij zullen een hart gehad hebben van geloof, maar soms ook van twijfel en ongeloof.

Is Jezus nu degene die komen zal, of hebben ze drie jaar van hun leven verspeeld.

In ieder geval duurt het lang voordat de woorden die we hier lezen tot hen doordringen.

Dat het niet afgelopen zal zijn als Jezus straks sterft, maar dat hij hen voorgaat naar Galilea. Dat Hij door God zal worden opgewekt.

Zo kan er ook allerlei twijfel en klein geloof zijn. Onzekerheid van morgen.

Teleurstelling in de kerk, in de mensen, in het geloof.

Twijfel ook aan je zelf. Misschien zul je niet zijn als Judas, en als je gelooft hoef je daar niet bang voor te zijn. Christus zal je beschermen tegen de duivel.

Maar … zul je voor hem uitkomen? Wil je zijn naam belijden? Zal je hem niet verloochenen? Zul je staande blijven: ook als je niet merkt dat God met aan het werk is, als je door zo’n donker dal gaat, ziek bent of moeite hebt?
Heer, wilt u geven dat ik staande zal blijven en met U verbonden.

[#9] Wanneer die vragen en twijfels in de ruimte hangen.

Wanneer Judas is vertrokken, en de Farizeeën proberen om Jezus toch nog voor het feest op te ruimen. Staat Jezus op.

Hij neemt het brood en zegt: dit is mijn lichaam voor jullie.

Hij neemt de wijn en zegt: dit is mijn bloed.

Het wordt vergoten tot vergeving van de zonden van velen.

Ik ga nu weg. Maar blijf steeds kijken naar de tekens van brood en wijn.

Houd het kruis voor ogen!

Dan ga ik heen, en straks in het rijk van mijn vader zullen we maaltijd houden en nieuwe wijn drinken. Die belofte is zeker: Blijf dit doen, totdat Ik terugkom!

Ik bid dat je zelf daar ook je zekerheid in mag vinden.  Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: