Zondag 46 – Bid Abba, Vader

Preek gehouden in Heemse, 1 september 2019
Tekst: Zondag 46

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
[#1] Hoe moet je bidden? Die vraag is niet één, twee, drie te beantwoorden.
Bidden gaat niet vanzelf. Bidden kan sleur worden, bidden kan een gewoonte worden.
Soms zoek je naar woorden, of bid je zomaar hetzelfde.
Je vraagt je af of het wel zin heeft; of God naar jou wel wil luisteren.
Of je niet tegen de lucht praat.
Komende tijd willen we in de middagdiensten luisteren naar Gods boodschap over het gebed.
Hoe wil Hij dat je je het gebed begint.
Wat zeg je tegen God, hoe spreek je Hem aan?
Juist vanuit de vraag hoe je je gebed begint, leer je veel van wat bidden is.
Of het praten is tegen een afstandelijke verre God, of dat Jezus juist je vriend is.

In Lucas 11 vinden we een korte vraag van de leerlingen: Heer, leer ons bidden.
Ze zien dat de Here Jezus zelf aan het bidden is.
Vooral Lucas noemt regelmatig dat Jezus bidt: Jezus bidt bij zijn doop.
Na zijn optreden, trekt Hij zich regelmatig terug op eenzame plaatsen.
Soms bidt Hij een hele nacht.
Ze zijn benieuwd hoe je dan goed bidt. Leer het ons, Jezus!
Iemand zei: eigenlijk is dit ook al een gebed. Je mag Jezus alles vragen.
Wat de leerlingen hier doen is eigenlijk zeggen: Heer, leer mij wat ik moet zeggen.
Leer mij wat ik, als ik mijn handen vouw, kan vragen.
Heer, geef mij de woorden in mond om de juiste dingen te vragen.

[#2] Wanneer Jezus dan antwoord geeft, dan zegt Hij. Als je bidt, zeg dan: ‘Vader’
In het leesrooster stelde ik al de vraag: wat past het beste als we God aanspreken?
Danielle en Herman zijn net vader en moeder voor Thomas geworden.
God komt in de bijbel voor een als Vader, die liefdevol voor zijn kinderen zorgt.
God is als een moeder die haar kind zal troosten.
God is tegelijk ook machtig, hoog verheven: een strijder!
Wanneer je Joodse gebeden ziet dan klinkt daar vaak lof op de grote God in door.
De heiliging van Gods naam. Loven en prijzen!
Dat is mooi en goed, en je kan daar veel van leren voor je gebed.
Dat komt ook in het Onze Vader naar voren: uw naam worde geheiligd.
Maar de leerlingen, die een Joodse opvoeding hadden bij de Rabbijnen.
De leerlingen die Johannes hadden meegemaakt: leren van Jezus iets nieuws.
Jezus is de zoon van de Vader, en daardoor mag jij een kind van God zijn.
Hij stierf voor onze zonden, hing aan het kruis.
Daardoor ben je kind van God zijn. Mag je altijd tot Hem komen en praten.
Als een kind tot een Vader. En juist daasrom mag je vragen wat je nodig hebt.
Heer geef ons ons dagelijks brood. Geef mij eten, drinken, een dak boven mijn hoofd.
Zorg voor de kleine Thomas en geef dat hij in gezondheid op mag groeien.
Zorg voor degenen die ziek zijn en een operatie moeten ondergaan.
Geef eten, drinken, gezondheid. Geef kracht aan ons lichaam.
Maar zorg ook voor onze ziel en ons hart. Dat we geestelijk brood krijgen.
Brood waar je geen honger meer van krijgt. Dat u ons hart vervuld.
Dat we rust vinden bij U als er pijn is van een overlijden.
Dat onze kleine kinderen leren bidden en de bijbelverhalen horen.
Zo leren hoe God een goede vader is.
Dat onze oudere kinderen geloven en uw waarheid en liefde hun leven lang meenemen.
Dat U ons beschermt tijdens ons komen en gaan, tijdens ons reizen.
Je mag praten als een kind tot Vader! Je mag alles vragen wat je nodig hebt.

[#3] Maar vraag God dan ook! Vergeet niet om het te vragen.
Als er problemen zijn op je werk. Als er spanning is in je relatie.
Als je de nood van vluchtelingen ziet, de financiële moeiten bij vrienden.
Als je je zorgen maakt over de natuur, als je dieren een vreemde ziekte krijgen.
Jezus vertelt er gelijk een voorbeeld bij, over hoe je God alles mag vragen.
Over hoe dat zin heeft. Ook vroeger hiep men elkaar:
Net als wanneer je een cake aan het bakken bent en je hebt een ei nodig …
Stel je voor er komt midden in de nacht iemand bij je.
Hij heeft niet geappt, niet gebeld, hij staat gewoon voor je deur.
Dat gebeurde toen, toen er nog geen telefoons waren, wat vaker dan nu.
Stel je voor, je hebt geen brood, niets te eten in huis.
Wat zou je doen als je buurman of buurvrouw opeens midden in de nacht je wakker belt?
Hier lezen we dat die buurman het helemaal niet leuk vond. Val me niet lastig, midden in de nacht!
Ik slaap al, mijn kinderen slapen al. Je maakt iedereen wakker en morgen moet ik er weer vroeg uit.
Maar zijn vriend blijft aandringen: kom op, help me nou.
Jezus zegt: zeker weten dat die vriend het dan zal geven,
als was het alleen al omdat hij zich schaamt dat hij eerst zo reageerde.
Dan zal God je helpen, niet uit ergernis, of schaamte, maar uit liefde.
Het heeft zin om te vragen. Het heeft zin om aan te dringen.

Daarom zegt Jezus vraag, zoek en klop.
Eerst vragen: vragen staat vrij. Er is een God die hoort. Hij kan helpen.
Bidden is niet: wat meedelen, voor jezelf ordenen, therapeutisch over dingen nadenken.
Nee, je vertelt het tegen Iemand. Tegen God in de hemel. Je mag een antwoord verwachten.
Nog wat sterker zegt Jezus: zoek. Als je zoekt, dan vraag je niet alleen om iets.
Je vraagt niet waar je sleutels liggen. Je gaat ook zoeken en actief bezig.
Je gaat God opzoeken: je opent je bijbel, je ontdekt wie God is en wil zijn.
Je komt naar de kerkdiensten om van Hem te leren. En het belangrijkste:
Je zoekt een manier van leven, zoals past bij God.
Tenslotte ga je ook kloppen: aandringen. Vragen.
God belooft: Ik zal de deur open doen.
Ook al is het soms later dan gedacht. Is het anders dan gedacht.
Ik hoor je gebed en zal naar je luisteren. Ik ben je hemelse Vader.
Keer op keer verzekert Jezus in dit gedeelte dat God je hoort en zijn belofte na zal komen!
Vergeet dan niet te bidden!

[#4] Waar kun je dan overal voor bidden?
Je mag alles vragen, maar let er wel op dat er staat ‘Onze Vader’.
Je bidt tot God niet puur voor jezelf. Je bidt samen met je familie, kerkgezin en anderen.
Je bidt voor dingen die niet alleen goed voor jou zijn, maar ook voor de wereld.
Het is niet eigen wensen, eigen sportclub, eigen volk eerst.
God is niet een God die er puur is voor jou. God is een God voor heel de wereld.
God is verheven in de hemel. En dat is het tweede punt dat je gebed richting mag geven.
Het Onze Vader leert ons om los te komen van te veel ik-gerichte gebeden.
Daarom is het goed om dit regelmatig te bidden. Het verrijkt je gebed.
Probeer dan ook maar eens zo’n gebed te bidden en te herhalen in eigen woorden of toegepast op je eigen situatie. Door concreet een keer je zonden te noemen, te noemen waar je God voor prijst en zijn naam voor heiligt of te zeggen welk brood jij nodig hebt.
Wanneer je zo door het onze Vader gericht bent op de hemel zie je steeds de grootheid van God.
Uiteindelijk is het doel, dat de hemel op aarde komt.
Dat de verheven Heer, die alles kan, en troont in de hoogste hemel, hier onder ons woont.
Laten we steeds de komst van zijn rijk voor ogen hebben.
Toets daar je gebeden maar op: als ik iets vraag,
is dat dan ook goed voor mijn naaste en draagt het bij aan de komst van Gods nieuwe rijk?

[#5] Ik merk dat jongeren het soms wel lastig vinden om te bidden.
Als je thuis christelijk bent opgevoed, hebben je ouders meestal gebeden.
Een kind kan soms heel vrij en open bidden: soms als voorbeeld.
Voor een konijn, maar ook voor een zieke opa.
Wat een kinderlijk vertrouwen soms.
Soms kunnen kinderwoorden zo bemoedigen.
Dat vast vertrouwen: Oma is nu toch in de hemel.
Wat is het mooi als kinderen het Onze Vader geleerd hebben en bidden.
Als je ouder wordt kan het soms lastig zijn om te bidden.
Praten met God als Vader. Maar wat als jouw eigen vader of moeder amper tijd voor je maken?
Wat als je beeld van een vader, door je eigen vader en moeder, heel negatief is.
In het beste geval zijn aardse vaders een zwakke afspiegeling van de vader in de hemel.
Wat mooi dat Jezus daarbij aansluit: Vaders zijn onvolmaakt, zijn niet perfect.
Maar het gaat helemaal tegen het vadergevoel in om je kind een slang, steen of schorpioen te geven.
Dan zal zeker God ons geven wat goed voor ons is.

Nee, dan krijg je niet precies wat je vraagt. Je mag alles vragen: bidt maar wat je nodig hebt.
Bid maar voor wat je graag wil. Maar als jij aan je vader iets vraagt, krijg je het ook niet altijd.
Je krijgt niet altijd die legoauto, spelcomputer, wandelwagen die je vroeg.
Maar je ouders willen je wel iets goeds geven.
Jezus zegt hier: God geeft zijn Heilige Geest.
In Matteüs staat: God zal het goede geven.
Ik heb mij vaak afgevraagd wat je dan precies aan de Heilige Geest hebt, als je allerlei vragen stelt aan God. Maar als je dit naast elkaar ziet staan, wordt het wel duidelijker.
De Vader geeft het goede, de Vader geeft de Heilige Geest.
De Heilige Geest is het goede, is het beste wat je kan overkomen.
Dat is de vrede van God in je hart en in je leven krijgen. Waardoor je rust krijgt en vertrouwen.
Waardoor je Christus in je hart laat wonen. Bij alle verdriet en tegenspoed, maar ook bij alle voorspoed.
Dan houd je eraan vast dan dingen geen toeval, noodlot, geluk of pech zijn, maar dat je leven geborgen ligt in de hand van God, jouw hemelse vader.
Die zoekt wat goed voor je is. Zoals van de week iemand zijn: hoe het ook komt, het komt goed!
Dat je het vertrouwen dat je mag hebben als je de hemelse vader kent. Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: