Job 1-3: Job gaat van lovend, via berustend, naar klagend … tot zijn God.

Preek Heemse, 29 september 2019

Tekst: Job 1-3

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] Als ik het boek Job lees, moet ik altijd denken aan die man uit de film.

Jaren geleden zag ik die film, maar die man staat me nog helder voor ogen.

Hij woonde ergens achteraf, in een vervallen huis, van zijn leven was niets over.

Hij zag er onverzorgd uit en had veel klappen van het leven gehad.

Hij vertelde dat hij elke dag opnieuw in het boek Job las. Hij worstelde met God.

Die ellende in zijn leven, hij kwam er niet uit. Wat herkende hij zich in Job.

Wat kun je je vandaag herkennen van Job. Dat hoeft helemaal niet zover weg te zijn.

Wat kunnen er door psychische nood, tegenslag en moeite vragen in je leven komen.

Job stelt ons voor ingewikkelde vragen. Vragen naar wie God is.

Waar is Hij in de ellende en de moeite?

Hoe kan Hij satan zo zijn gang laten gaan met Job.

Waarom gaat hij die ‘weddenschap’ met satan aan? 

Op catechisatie kwam die vraag ook op: is dit wel eerlijk van God?

God die alles weet en kan? Gaat die niet over de rug van Job heen?

Kan ik in een God geloven, als er zulke dingen gebeuren?

Vragen die je kan stellen als je zelf diep in de moeite zit.

Wanneer een kind overlijdt, als je je werk kwijtraakt, als je het financieel niet redt,

als je plotseling ziek wordt en wachtkamer in, wachtkamer uit gaat.

Vragen die je ook voor anderen kan stellen: waarom moet hij/zij dit meemaken?

Waarom moeten groepen mensen op de vlucht, voor geweld, misbruikt, gehavend.

Stervend door honger, hitte of verdrinking? 

[#2] Vandaag een eerste preek over Job.

In drie stappen zien we drie verschillende reacties van Job op het lijden.

Zie je de dalende lijn? Hij zakt steeds dieper weg.

Van lovend, via berustend, naar klagend.

Maar ik hoop dat je vooral blijft zien dat hij dit allemaal doet: met zijn God.

[#3] Job is de rijkste boer van die tijd. Iedereen kijkt naar hem op.  

Tien kinderen, de zeven zonen nodigen hun zussen uit als ze een feest hebben.

Job is niet een vader die alles verbiedt, van wie niets mag, die betuttelend is.

Maar wel een vader die de volgende dag zijn kinderen ook tegenover God zet.

Hij brengt een offer dat hun zonden vergeven worden.

Spreek jij ook zo door met je kinderen: gaan jullie samen bidden, vragen om vergeving?  

Wat geweldig als dit over jouw leven gezegd kan worden:

Je bent eerlijk en trouw aan God.

Dan heb je niet zomaar een geslaagd leven, dan heb je ook een leven met God.

Wie zo in goede tijden dicht bij God leeft, legt een basis voor andere tijden.

‘wie als het goed gaat God leert kennen, kan als het minder is op hem terugvallen’

[#4] Maar dan komt satan in de hemel, bij God!

Heb je Job wel gezien, satan, iemand die zo op Mij vertrouwt?

Maar dan zegt satan: Job, die dienaar van u?

Die vertrouwt alleen op U omdat het hem goed gaat.

Lekker makkelijk. Als alles je voor de wind gaat. Als het je goed gaat.

Als je een gelukkig huwelijk hebt, kinderen kreeg, veel bezit.

Dan kun je wel geloven, dan kun je God wel bedanken.

Maar, zegt satan, wat als het hem minder gaat? Als hij alles kwijt raakt?

[#5] Veel mensen hebben het idee van geloof en religie dat het zo werkt.

Je hebt een grote machtige God. Je moet je aan zijn regels houden.

Wanneer je dat doet, dan gaat het je goed, dan ontvang je zegen.

Gewoon je aan tien geboden houden en leven zoals Hij dat vraagt.

Eigenlijk geloof je dan ook vooral voor jezelf: je wordt er beter van.

Leef maar netjes, niet vloeken, God niet boos maken en het zal je goed gaan.

En inderdaad zo werkt religie vaak.

Dat is toch hoe veel mensen er mee omgaan. Zo kun je er zelf ook mee omgaan.

En alle godsdiensten die mensen zelf bedacht hebben werken zo.

Van China tot Afrika, van Zuid-Amerika tot Mekka.

Mensen doen iets voor hun God, en dan moet God iets voor hun doen.

Daar sluit satan bij aan: God, neem hem alles maar af, geef hem maar niets meer.

Dan zal hij U niet meer dienen en u wel vergeten, dan geeft hij niets meer om U.

[#6] Zo gebeurt het. Vier zware mokerslagen treffen Job.

Op de dag dat de tien kinderen gezellig met elkaar eten in het huis van de oudste broer.

Vijanden die de dieren doden en roven.

De bliksem die inslaat, de orkaan die het huis van zijn kinderen doet instorten.

Als het vandaag gebeurt vragen we ook: waar is God?

Van een welvarende boer, wordt Job een arme man.

Van een gezegend gezin, wordt dit een familie gedompeld in rouw en verdriet.

[#7] En Job? Nu wordt duidelijk hoe Job in het leven stond.

Of hij al die mooie dingen vanzelfsprekend vond, of dat het zag al gaven van God.

Of hij vond dat hij er recht op had, omdat hij gelovig was, of dat het genade was.

Duidelijk wordt dat Job God zelf nu nog kan loven.

Ik had niets toen ik geboren werd. Ik zal ook niets hebben als ik begraven word.

De Heer heeft mij alles gegeven, en de Heer heeft alles weer van mij afgenomen.

Toch blijf ik de Heer danken!’

Wat bijzonder als je zo in het leven kan staan. Als je zo met je bezit om kan gaan.

Satan krijgt geen gelijk. Ik hoop dat geloven zo ook bij jou niet is:

Ik houd me aan de regels en dan komt het goed. Puur op jezelf gericht.

Ik hoop dat je ziet dat wat er ook gebeurt je het uiteindelijk van God mag verwachten.

Dat het draait om de vraag of je met Hem verbonden bent: dan weet je wat genade is.

Dan kun je zelfs in de diepste moeite, je nog op God richten. Psalmen zingen in de nacht.

Is Job dan niet verdrietig? Er staat: Job scheurde hij van verdriet zijn kleren kapot.

Hij knipte zijn hoofd helemaal kaal, en liet zich van ellende op de grond vallen.

Maar God houdt hem vast. Hij weet zich nog steeds van Hem.

Ik hoop dat dat ook de basis mag zijn van je leven.

Wanneer je zelf jezelf een Job voelt: bij alle ellende en verdriet.

Als je soms het gevoel heb dat je niet gezien wordt,

tussen al die mensen die het zo goed lijkt te gaan.

Dat je dan ook met God verbonden wilt zijn.

Het dan, juist dan ook van Hem verwacht.

Niet pas na het dal, maar ook in het donkere dal. Dat Hij er bij is.

Dat geldt ook als het je goed gaat:

vertrouw op God, en wees met Hem verbonden,

dan kun je ook in de moeilijke dagen het van Hem verwachten. 

Via berusting [#8] Maar het gaat nog verder in dit boek. Weer staat satan in de hemel.

Hij is de aarde langs getrokken en heeft weer kunnen zien wat Job gedaan heeft.

God wijst aan dat geloven voor Job niet uit eigen belang was.

Er is geen vloek uit Jobs mond gekomen.

Nee, zegt satan, dat zal niet …

Misschien is Job wel bang dat hem zelf iets zal overkomen als hij slecht van God spreekt.

Maar als ik aan hem zelf mag komen, dan zal het wel anders gaan.

En daar gaat satan weer: hij maakt Job verschrikkelijk ziek. Job krijgt overal zweren.

Het gaat helemaal niet goed met Job. Het is één en al ellende.

Hij moet zich de hele dag krabben. Hij vind geen moment rust.

Hij zit daar op de afvalhoop. Lichamelijk helemaal kapot.

Probeer maar eens als je zo kapot bent, geestelijk sterk te blijven.

Misschien wel met koorts, met jeuk die niet overgaat.

Ik werd van de week al gek als ik de hele nacht alleen maar lig te hoesten.

Vrouwen kunnen dan zeggen: ‘ach mannen hè, wat stellen ze zich aan’.

Maar hier gebeurt het andersom. Job zit daar in zijn ellende.

En dan gaat zijn vrouw juist zeggen: Job nu ben je er wel helemaal erg aan toe.

Hoe kun je nu nog met God verbonden zijn. Zeg God toch vaarwel!

Wat heb je nu aan geloof? Je hebt genoeg reden om God vaarwel te zeggen.

Zie je wat er gebeurt!

Na alle zware slagen die Job gehad heeft raakt hij ook nog de steun van zijn vrouw kwijt.

Een zesde slag! Waar je steun zou verwachten en hulp, valt ze hem af.

Begrijpt ze hem niet meer. Nu staat Job er helemaal alleen voor.

[#9] Ondertussen wordt dit door de hemel gadegeslagen.

Satan kijkt toe en hoopt dat Job naar zijn vrouw zal luisteren. 

God kijkt toe: Zal Job hem de eer blijven geven, of vergeet hij God?

Zo kijkt God toe, ook als je zelf allerlei verzoekingen en beproevingen op je weg krijgt.

Hoe zal het gaan met mijn kind. Zal hij Mij vasthouden?

Of laat hij of zij zich inpakken door de duivel.

Ben je je daarvan bewust: bij alles wat er op je weg komt.

Of het nu zegen is of moeite, vreugde of verdriet.

Besef je dat je levensweg niet zomaar is? Maar dat je een plek hebt in de strijd?

Zoals eens Jezus Christus door de duivel aangevallen werd in Getsemane.

En worstelde met zijn Vader. Heer, laat dit voorbij gaan.

Terwijl Satan hoopte dat Hij de strijd zou opgeven. Dat Jezus zou knielen voor Hem.

Maar Jezus hield vol: Hij legde zijn leven in de handen van God. Zijn wil geschiede.

Ook al moest hij door dat diepe dal gaan. Werd Hij wel door God verlaten!

[#10] En Job? Hij zegt niet: Gods naam zij geprezen, maar zegt:

Als we het goede van God aanvaarden,

waarom aanvaarden we het slechte dan niet?

Het klinkt al compleet anders. Maar Hij gaat niet mee met zijn vrouw.

Job zondigt niet. Van alles gaat er door hem heen. Hij berust in de situatie.

Over zijn lippen komt geen onvertogen woord.
 

[#11] 3. Maar dan zijn we nog niet bij het dieptepunt aangekomen.

Dan zijn we nog niet in de situatie waarin we de komende hoofdstukken van Job zitten.

Want er wordt een nieuwe situatie ten tonele gebracht.

In de eerste twee hoofdstukken die een soort inleiding van het boek zijn, gebeurt er wat.

Er verschijnen drie nieuw mensen ten tonele. Drie vrienden van Job.

Nu geen satan, nu zijn het drie mannen.

Wel mooi dat ze hem niet alleen laten lijden. Dat ze samen naar hem toe gaan.

Maar wat schrikken ze als hij er is. Hij zit daar op die puinhoop, onherkenbaar.

Ze herkennen hem pas als ze heel dichtbij zijn.

Ze zwijgen. Ze zijn vol verdriet. Ze kijken Job aan.

[#12] En dan klinkt er die klacht van Job. Waarom ben ik ooit geboren.

Die dag had er beter niet kunnen zijn. Wat is het zwart om Job heen.

Hij denkt: als ik er niet was, dan had ik ook geen ellende. Dan is was alles afgelopen.

Hier zien we Job werkelijk in de put. Nu ook zijn vijanden hem zo bestormen.

Nu klinkt de diepste klacht.

Niet iedereen heeft dit gelukkig meegemaakt in zijn of haar leven.

Maar toch kan het zijn dat je soms helemaal met Job mee kan voelen.

Wat heeft dit leven voor zin als er zoveel ellende is? Als je dag in dag uit je vragen hebt?

Laten we als gemeente ook oog hebben voor die moeite.

Die vragen die gesteld kunnen worden.

Iemand zei: elke dienst zou je zo’n klaagpsalm moeten zingen.

Is het niet voor iemand in de gemeente, dan wel voor een vluchteling of iemand in de nood. Mag dit klagen en roepen ook gehoord worden?!

In het verleden heeft men wel eens teveel alleen de inleiding van Job benadrukt.

Ook als het moeilijk is, toch blijven vertrouwen. Daar komt het wel op aan.

Maar zie en peil je ook de diepte van de nood? De strijd die Job moet leveren.

Job begrijpt het niet en hij snapt het niet.

Daar zullen we in de vervolgpreken bij terugkomen.  

Voor nu is helder: ondanks zijn klagen, laat Job God niet los.

Hij gaat juist met zijn vragen naar God toe. Laten we dat ook steeds weer doen.

Niet zonder God, maar juist in gesprek met God door het lijden heengaan.

Door Christus mag satan niet meer in de hemel komen, maar op aarde is er strijd.

Moeten we bidden dat God je niet in verzoeking leidt.

Niet God als een God als je wind mee hebt, maar ook als je wind tegen hebt.

Deze God die Jezus ook echt mee kan voelen met ons lijden en weet wat het is.

Jezus die ook voor ons geleden heeft. Zelfs de moeilijkste vragen staan in de bijbel.

En dan mag je weten: we krijgen geen vragen op alle ‘waarom’-vragen, maar je mag wel weten: God zal mij ook bij alle onzekerheid en vragen, niet alleen laten.  Hij zal mij altijd dragen met zijn eeuwige armen. Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: