Job 4-14: Hoe troost je elkaar?

Preek gehouden in Heemse, 13 oktober 2019

Tekst: Job

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[#1] De eerste keer dat ik een kaartje schreef omdat de moeder van iemand uit mijn klas overleden was, ben ik wel een half uur bezig geweest met een paar zinnen.

Soms weet je niet wat voor kaartje je moet sturen …

Welke reactie je moet posten op insta of facebook.

Wat je in een appje aan iemand moet schrijven.

[#2] Job is achter elkaar getroffen door zware slagen in zijn leven.

Opeens stond zijn leven op de kop en raakte hij alles kwijt.

Dat was een moment … zoals je plotseling een ongeluk kan krijgen,

een beroerte of het bericht dat je ernstig ziek bent.

Maar daarna komt de periode dat je te maken krijgt met de gevolgen.

Na dat ene moment komt een periode van ziek zijn, van gewond zijn, van lijden.

Bij Job is dat niet na een paar dagen over. We lezen:

‘Maandenlang van leegte heb ik ervaren,

Nachtenlang werd ik door ellende overmand’. (7:3)

Mijn lichaam is met wormen en korsten bedekt. (7:4)

Hoe sta je iemand bij die het langere tijd heel moeilijk heeft.

Hoe ga je om met chronische ziekte, blijvende beperkingen?

[#3] De drie vrienden die bij Job komen zijn alle drie heel verschillend.

Ze kiezen alle drie een andere manier om Job te troosten in zijn lijden.

Allereerst treedt Elifaz naar voren. Hij is de oudste van de drie.

Hij is het rustigste, heeft in zijn leven al veel meegemaakt.

Hij zegt: ‘Wie zou nu kunnen zwijgen?’ (4:2)

Jij hebt zelf veel mensen geholpen: je stond hen bij met raad en daad (4:3).

Knikkende knieën gaf je nieuwe kracht, wie de moed verloor heb je gesterkt.

Maar nu geef je het zelf op. Je verliest de moed.

Logisch toch? Op een gegeven moment zie je het niet meer zitten.

Je weet niet meer hoe je verder moet. Je ziet geen uitweg meer.

Als het zo tegen zit, als het zo moeilijk is. Dan heb je zelf ook  geen woorden.

Misschien ken je dat gevoel wel: steeds weer probeerde je verder te gaan.

Maar op een gegeven moment laat je je hoofd hangen. Hoe moet het verder?

Wat Elifaz dan zegt, vanuit zijn milde levenswijsheid,

dat is dat we als mensen nu eenmaal zwak en sterfelijk zijn.

Hij heeft het zelf van God gehoord in een droom.

We hebben allemaal onze gebreken: engelen zijn al niet zo heilig als God.

En dan de mens, nog een stapje lager  

De mens is als een mot: zijn leven is zo voorbij.

Hij is gemaakt uit aarde en woont in huizen van leem, laten we zeggen: van steen en hout.

Na een tijdje worden de touwen van de tijd losgemaakt. Dan is het over hier op aarde.

Psalm 103 wijst ons ook op het kwetsbare van het leven. Zeventig, tachtig jaar.

Het is nu eenmaal zo dat het niet te doorgronden is wat God doet.

De mens is voor het ongeluk geboren.

[#4] Is Job hiermee geholpen? Is dit een troost?

Hij zegt dat hij heel erg teleurgesteld is in de woorden van die oudere Elifaz.

Het is alsof je hijgt naar een beek met water, maar je komt er en het is er niet.

Zo had hij steun verwacht, maar hij krijgt het niet.

Beseffen ze wel goed hoe moeilijk hij het heeft? Hoe zwaar zijn lijden is?

Dit is toch mee dan gewoon het gevolg van sterfelijk zijn?

Was hij er maar niet meer, dan was dit lijden voorbij.

En inderdaad de mens is sterfelijk: maar waarom wordt hij hier dan mee lastig gevallen.

Wat is de mens dat God hem zo lastig valt. Dat Hij zoveel op zijn bordje krijgt.

Hij kan niet eens rustig slapen. Hij wordt steeds weer belaagd.

Wat leren we hiervan? Op zich haalt Elifaz juiste uitspraken uit de bijbel.

Zegt het van God gehoord te hebben. Maar toch kun je de plank mis slaan.

Je kunt op zich gelijk hebben, maar het dan toch verkeerd toepassen.

Het vraagt om juiste woorden op het juiste moment, met aandacht voor de persoon.

Niet met een te makkelijke theologie komen. De pijn als pijn te zien.

Vooral oog te hebben voor de nood van de persoon.

Er te zijn voor een ander. Ook al zijn we kwetsbaar: God doorgrondt je helemaal.

Al die kwetsbare dagen staan in Gods boek.

[#5] 2. Wat bij Elifaz, al een beetje doorschemerde komt bij Bildad nog sterker naar voren.

Er zat bij Elifaz al wat in van: Job je hebt het fout gedaan, daarom heb je ellende.

Waar Elifaz dan nog wat inlevend en liefdevol reageert, is Bildad echt de man van de leer.

Hij beroept zich op de theorie: God zegent wie goed doen en straft wie fout doen.

Zo is het toch altijd gezegd? Dat is de theologie die ze hebben?  

Dus Job, biecht maar op, geef maar toe: je hebt iets fout gedaan.

En dat je kinderen omkwamen door de orkaan, komt omdat ze iets misdeden. (8:4)

Het is nog niet te laat Job: misschien is dit een tijdelijke straf.

Bekeer je, en je toekomst zal nog groter zijn (8:7).

Echt waar: God zal onschuldigen niet verachten.

Eens zal je mond zich weer vullen met gelach (8:20 en 21).

Het is beste een lastige vraag die Elifaz hier stelt.

Op zich sluit hij aan bij veel opmerkingen in het Oude Testament.

Het lijkt zomaar in de bijbel of het zo werkt: de goede zal gezegend worden.

Wie de wet houdt wordt gered.

Goddelozen komen om. Gaan te gronde.

In veel psalmen kom je ook wel zulk soort woorden tegen.

[#6] Je kunt er een paar dingen over zeggen:

1) Het zijn uitspraken over het Oude Testament, toen de wet nog niet vervuld was in Christus.

Nu is Jezus gekomen en heeft met zijn offer aan het kruis al Gods toorn gedragen.

2) De basis van Gods omgang met zijn volk blijft zijn verbond, blijft zijn genade. God gaf wel de wet aan Mozes. Maar Abraham was eerder dan Mozes: eerst was er genade, God die het volk opzocht. De wet kwam erbij.

3) Omdat Christus de wet volmaakt gehouden heeft, kunnen we nu leven van genade. Verklaart God je helemaal nieuw en onschuldig.

Wat zegt Job in antwoord op Bildad?

Job wijst erop dat hij nooit voor God kan bestaan.

Elk mens heeft wel zonde gedaan.

Maar hij gaat niet meer in de redenering dat God hem nu ergens voor straft.

Dit heeft hij niet verdiend.

Zo spreekt ook de psalm die we straks zingen daarover.

Je pleit op Gods beloften en je vraagt Hem om hulp.

Het meest boeiende hier, is dat Job gaat vragen om een rechter.

Iemand die tussen hem en God rechtsprak.

Die naar beiden zou luisteren. Eigenlijk zegt hij: Bildad met zijn simpele redeneringen.

Hij heeft het niet bij het juiste eind.

Bildad vindt dat Job God tekort doet. God is eerlijk. Je hebt gefaald.

Maar Job vindt dat Bildad hem tekort doet. Hij neemt hem niet serieus als mens.

Niet serieus in zijn lijden en niet serieus in zijn onrecht.

Aan het eind van het boek Job, wijst God ook zelf aan dat de vrienden te ver zijn gegaan.  

Nadat de Heer tegen Job gesproken had, zei hij tegen Elifaz: ‘Ik ben boos op jou en je twee vrienden. Want jullie hebben niet de waarheid gesproken over mij. Mijn dienaar Job heeft dat wel gedaan. (42:7,8).

[#7] Daarom wil Job een rechter. Iemand die van buitenaf recht kan spreken over de situatie.

Als er in de catechismus gevraagd wordt: welke troost schenkt u de wederkomt van Christus?  

Dan staat er: Dat ik in alle droefheid en vervolging met opgeheven hoofd juist Hem als Rechter uit de hemel verwacht, die Zich eerst om mij voor Gods rechterstoel gesteld en heel de vloek van mij weggenomen heeft

Jezus Christus, mijn Redder komt uit de hemel. Hij zal mij volledig onschuldig noemen.

Omdat hij voor als mijn zonden betaald heeft.

Wat een geweldige belofte: God doet ons niet naar onze zonden, maar gaf zijn Zoon ervoor.

We mogen leven van genade. Je hoeft dus niet bang te zijn, dat je lijden een straf ergens voor is.

Je hoeft het niet op jezelf te betrekken: heb ik iets fout gedaan.

En als iemand lijdt? Als iemand vraagt: waarom moet ik deze ziekte, dit ongeluk, deze chronische pijn krijgen? Wat heb ik misdaan? Hoe kun je dan helpen?

Dan is dit is een belangrijke les: lijden en voorspoed worden in de wereld niet verdeeld op basis van wat je gedaan hebt. Iemand zei: oordeel dus nooit! Iemand die veel lijden heeft, kan juist de beste dingen gedaan hebben en een schurk kan het voor de wind gaan.  

Christus is gekomen. In Hem zijn we onschuldig.

Dan krijg je geen antwoord op al je vragen. Je mag wel weten: Er is een rechter gekomen.

Iemand die het werkelijk voor mij heeft opgenomen.

[#8] 3) Tenslotte komt daar Sofar aan.

Elfiaz was de oudere, Bildad de geleerde: maar nu komt er een jonge vriend aan het woord.

Hij is heel ongenuanceerd. Zijn woorden klinken fel en soms grof.

Je bent een zwetser met je woorden Job!
Je spreekt dwaasheid, zwijg toch!

Een leegheid komt niet tot inzicht!

Je eigen mond veroordeelt je. Hij spreekt nog duidelijker Job aan als schuldige.

Sofar beroept zich er vooral op dat God wijs is.

Hij wil ook troosten en raad geven, terechtwijzen en velt een oordeel.

[#9] Allereerst zie je dat Job in zijn antwoord ook wat feller van repliek dient.

Hij laat dit niet zeggen tot Hem. Dit vindt hij niet terecht.

Met jullie sterft de wijsheid uit, roept hij cynisch.

Als je iemand moet helpen, doe het dan niet op de manier van Sofar.

Natuurlijk kun je soms iemand wel bij de haren omhoog willen trekken.
Maar de woorden van Sofar komen niet over bij Job. Job keert zich juist af.

Voor Job is Gods handelen niet te begrijpen, willekeur.

Maar Hij doet niet wat velen in onze tijd doen. Een houding die je veel tegenkomt.

Hij ontkent niet dat er een God is.

Het is een roep alsof God zelf eens zou willen antwoorden.

Dat is ook waar het boek op uitloopt.

[#10] Tegelijk wijst Job op verschillende manieren aan dat God niet altijd na te volgen is.

Hij werkt niet altijd volgens die makkelijke principe van Sofar.

Zijn wegen zijn ondoorgrondelijk: soms draait hij juist de zaken om.

Zodat de zwakken bevrijd worden, maar machtigen vernederd.

Job zoekt een schuilplaats en ziet dan iets van de genade van God.

Nu nog niet. Nu ziet hij alleen zijn lijden, zijn sterven

Wanneer u mij redt, als er nieuw leven is:

‘Dan zou u me roepen en ik zou antwoorden.

U zou verlangen naar mij, uw eigen kind.

U zou voor me zorgen, U zou al mijn fouten vergeven.

Voor Job is het te donker om dat te zien. Maar hij kan het wel noemen.

Zo kun je soms wel iets benoemen naar iemand die het moeilijk heeft.

Je hoeft als broer of zus in de ker niet alleen te zeggen: ‘O wat erg’.       

Een vrouw kreeg een steeds de dominee op bezoek in het ziekenhuis, maar later wilde hij maar liever dat hij weg bleef. Ze werd er niet door opgebeurd, maar hoorde alleen steeds maar: ‘O wat moeilijk’.

Ik bid dat God je helpt om de juist woorden te vinden.

Dat is niet altijd makkelijk, maar zeg dat dan maar gewoon.

Het belangrijkste is dat je laat zien dat iemand niet vergeten wordt.

En dan mag je soms iets meegeven, iemand opbeuren.

Wijzen op Christus die geleden heeft, om uiteindelijk een volmaakte wereld mogelijk te maken.

Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: