Lucas 15:1-7 – Oordeel niet, maar weet je gevonden door Jezus.

Preek gehouden in Heemse, 16 februari 2020

Tekst: Lukas 15:1-7

Geliefde gemeente van de goede Herder, Jezus Christus,

[#1] Binnen een gemeente worden heel wat gesprekken gevoerd.

Ook door ouderlingen, diakenen en bezoekers.

Misschien staan ze binnenkort ook wel bij jou voor de deur en bied je hen koffie aan.

Maar wie zoek je op en waar praat je over?  

Dat is niet altijd makkelijk, dat is soms zoeken. Wanneer is een gesprek goed?

Wat je vraagt is dan heel belangrijk!

Blijven je vragen aan de oppervlakte over het weer, de vakantie, over de buren of gemeenteleden of de griep die rond gaat?

Of kom je bij dingen die je echt bezig houden. Dat je denkt hij/zij hoort mij? Dit zijn mijn vragen!
Hier lig ik wakker van. Hier zou ik in geholpen willen worden.

 [#2] Wat zijn nu goede vragen, hoe lukt het om echt met de ander in contact te komen?

Ik googlede een tijd terug wat op internet en kwam een leerzaam filmpje tegen van AKZ-plus. https://www.weetwatjegelooft.nl/les/het-pastorale-gesprek/

Daar hadden ze ook een gesprek gefilmd: een jong stel zat op de bank.

Een pastoraal werker kwam op bezoek en ze vroeg: ‘Vertel eens wat jullie bezig houdt.’

Ze vertelden dat ze wilden gaan trouwen, maar het was allemaal wat lastig.

Toen ze elkaar twee jaar geleden leerden kennen had de jongen al een dochter uit een eerdere relatie.

Nu wilden ze heel graag samen trouwen, juist ook met God erbij. Ze hadden hem leren kennen.

Maar ze hadden een enorme bak kritiek gekregen van de kerk.

Brieven van mensen die hen niet eens kenden. Die ze nooit hadden gesproken.

Mensen die zeiden dat ze het echt helemaal mis hadden.

Ik vond het mooi hoe de bezoekster allereerst heel hartelijk hen feliciteerde met hun voorgenomen huwelijk en dat zich daarna een gesprek ontspon. Dat dan ook duidelijk wordt dat je niet altijd zelf voor een scheiding kiest. Een gesprek voor het aangezicht van God.

[#3] Zo’n situatie van die jongen dat meisje dat gaan samenwonen kun je zien als lastig.

Hoe moet je hiermee omgaan? Net als bijvoorbeeld met die jongen die uit de kast komt.

Die heel graag met God wil leven, maar aan het zoeken is wat een goede weg is.

Die al snel door de manier van praten het idee krijgt dat hij niet erg welkom is.

Zoals die moeder van de week in de krant zei: opeens werd onze zoon beleid.  

Hij moest in die gemeente zelfs gelijk stoppen met het jeugdwerk en al zijn activiteiten.

Of hoe ga je om met iemand die ontslagen is. Haar leidinggevende was absoluut niet tevreden over haar. Ze kwam elke keer te laat, stond tijdens het werk de hele tijd te appen.

Ze liep de kantjes ervan af en leverde geen goed werk. En als je haar ernaar vroeg?

Dan gaf ze geen antwoord of loog over wat ze gedaan had. Haar leidinggevende was het vertrouwen kwijt.

Hier kon ze niet langer mee werken. Het meisje zat thuis op de bank. Voelde zich aan de kant gezet.

Besefte ook wel dat ze het zelf niet goed gedaan had, maar … ze kon volgens hem niet anders.

[#4] Drie verschillende situaties. Drie situaties waar je als je op bezoek komt wat te bepraten hebt.

En dat zijn ook situaties die voorkwamen in de tijd van Jezus.

We lezen daar dat alle zondaars en tollenaars naar Jezus toekomen.

Kennelijk kunnen ze niet bij de Farizeeën en Schriftgeleerden terecht.

Die hebben de mensen opgedeeld in twee groepen:

Mensen die netjes volgens de regels leven, volgens het beleid.

Die niet afwijken van de norm, niets raars doen, zich houden aan de wetten.

Een groep van mensen die daar moeite mee heeft. Die anders is of fouten heeft gemaakt.  

Mensen die van het rechte pad afwijken en voor wie het leven niet zo makkelijk loopt.

De mensen die het goed deden konden wel bij de Farizeeën terecht. Maar de anderen?

Die werden betiteld als zondaars: mensen aan wie een vlekje zat, daar liepen ze omheen.

Maar wat doen al die mensen? Ja er staat: alle (!) zondaars en tollenaars.

Ze naderen tot Jezus, ze gaan naar hem toe, ze komen dichtbij hem.

Hij praat met hen, Hij eet met hen. Bij Hem kunnen ze wel terecht.

Hij stelt hen vragen, wijst hen de weg, geeft hen raad. Hij ontvangt ze.

Drinkt koffie met hen, breekt zijn brood met hen, schenkt de wijn voor hen in.

Het gaat de Farizeeën veel te ver! Hoe is dit mogelijk? Wat erg.

En ze mopperen, ze spreken er schande van. Niet maar zachtjes.

Maar ze zijn luid door elkaar aan het morren. Moet je dat toch zien!
Wat een schande! Zo hoort dat niet. Ze hebben hun oordeel klaar.

Net zoals toen Jezus met de kleine Zacheüs ging eten en drinken.

Een belastingbeambte, die heulde met de bezetter en veel te veel geld vroeg.

Jezus hoort het wel. Hij ziet de Farizeeën wel praten en oordelen.

Maar … hij wil ze op andere gedachten brengen. Hij wil ze aan het denken zetten.

[#5] Zijn zij nu de herders, de pastors van Israël? Geven zij nu goede leiding?

Jezus vindt hen slechte leiders, zoals in Ezechiël.

Hij gebruikt een voorbeeld dat je in Israël overal om je heen kon zien gebeuren.

Wat hier vroeger in de omgeving, toen er nog meer wilde gronden waren ook gewoon was.

Een herder trok er ’s morgens met een kudde op uit.

Ze gingen niet alleen, want dan kon er een wolf komen die er zo tien dood beet.

De herder had zijn hond bij zich. Hij wees aan wat de goede weg was, waar het beste voedsel was.

In Israël kon je in de winter dan ook in de woestijn trekken. Dan was het niet zo warm.

Dan was er meer regen en groeide op de plaatsen die zomers verdord waren ook gras.

Maar dan aan het eind van de dag, komt hij erachter dat er één schaapje mist.

Dat kon gebeuren. Als je er honderd hebt, dan raak je er wel eens een kwijt.

Dat is het bedrijfsrisico. Een is ziek geworden. Of heeft iets gebroken. Nu is er één weg.

Het is verdwenen. Het is kwijt. En wat doet de herder dan?

Hij laat die 99 schapen achter. Zonder herder, zonder zorg.

In de woestijn.

En hij gaat zoeken. Op zoek naar dat éne schaapje.

Hij zoekt net zo lang tot hij het gevonden heeft.

Hij kijkt. ‘Daar bij die struiken, waren ze vandaag ook nog.’

Of zou het schaapje richting dat meertje gelopen zijn?

Of nee wacht, we kwamen langs die afgrond, zou het daar gevallen zijn.

Het is zomaar een paar uur verder. Straks wordt het donker.

Dat eigenwijze schaap ook. Waarom had het niet beter opgelet.

Zal hij maar weer terug gaan? Zal hij maar voor die 99 gaan zorgen?

Dit kost hem zo veel te veel tijd. Hij kan zijn tijd wel nuttiger besteden.

[#6] Maar dan, als het al schemert, dan ziet hij het schaapje liggen.

Verstrikt in de struiken. Het blaat van angst.

Hij maakt het schaapje los en tilt het op zijn schouders.

Wat is hij blij dat hij het schaap gevonden heeft.

Een glimlach komt op zijn gezicht. Alle moeite is hij vergeten.

Wat een vreugde, wat een blijdschap. En thuis nodigt hij iedereen uit.

Samen eten en drinken ze, samen vieren ze feest.

Het schaap was verloren, maar is gevonden. Wat is hij blij!

[#7] Als je dit zo hoort komen er een paar vragen op.

Het is eerst wat je kunt vragen is: wat voor schaapje ben ik?

Ik las van de week deze tekst met iemand en die zei: dit gaat echt over mij!
Ze herkende zich in dat schaapje dat kwijt was en nu gevonden was.

De jongen uit de inleiding die al een kind had, die voelde zich gevonden door Jezus.

Degene die zonder werk zat: voelde zij zich ook gezien en opgezocht?

De Farizeeën verdelen de mensen in twee groepen: je hoort erbij als je op het pad blijft.

Als je je niet aan de regels houdt, dan ben je op de verkeerde weg.

Jezus houdt dat vast, maar zegt juist: als je een zondig bent, ben Ik voor jou gekomen.

Straks vertelt Jezus over de oudste zoon die altijd bij vader thuis was.

En over de jongste zoon die het huis uit ging, zijn vader hielt hem niet tegen.

Maar zijn leven ging helemaal mis, en hij belande bij de schillen van de varkens.

Totdat hij zich omkeerde en zich liet vinden.

Wie ben jij? Welke weg ga jij? Ben je je bewust van de keuzes die je maakt.

Ben jij als schaapje misschien op zoek naar een weg zonder de herder?

Of heb je vertrouwen in de goede herder en laat je je leiden?

We zingen straks: ‘Kom tot de Vader!’ Alle zondaars kwamen naar Jezus.

Ik hoop dat jij ook nadert tot Jezus, dichterbij komt, Heer ik kom tot u.

En dat je je laat vinden door de goede Herder. Dat je zijn genade ziet.

De zondaars en tollenaars kwamen. Waarom? Omdat Jezus hen niet afwees maar juist zijn liefde gaf.

Hij kon helpen met raad en gesprek. Hij kon helpen om hun leven op de rit te krijgen.

Om vanuit de liefde die zo ontvingen ook liefde door te geven.

[#8] Een tweede vraag die heel belangrijk is, is de vraag of je je gedragen voelt.

Zie je wat de herder doet als hij het schaap gevonden heeft.

Hij legt het op zijn schouders. Hij houdt het stevig vast.

Zoals God gezegd had dat Hij zijn volk zou zoeken en redden.

In zijn arm de lammetjes zou dragen. Zo draagt Jezus dit schaapje op zijn schouders.

Met vreugde! Een glimlach op zijn gezicht.

Je kunt in dit leven van alles meemaken. Je kunt ziek worden, onzeker zijn over de toekomst.

Behandelingen moeten ondergaan. Je eenzaam voelen. Je kunt aan een graf moeten staan.

Je kunt het gevoel hebben zelf de weg te moeten zoeken en dat je verdwaald bent.

Je kunt pijn hebben en merken hoe kwetsbaar je leven is.

Met problemen op je werk, Kan al je vertrouwen en zekerheid weggeslagen worden.

Je kunt je veroordeeld en afgewezen voelen door anderen.

Maar besef je dan, dat Jezus je niet alleen laat.

De God van het verbond gaf zijn belofte. Hij stuurde zijn zoon naar deze wereld.

Hij laat niet los het werk van zijn handen. Hij laat jou niet los, Hij laat anderen niet los.

Hij gaat zoeken en Hij blijft zoeken. Hij zet door. Het werkt van alle eeuwen volvoert zijn hand.

Hij zegt: ik zal er zijn. Ik geef alles op, Jezus gaf de hemel, zijn leven op, om jou te vinden.

Genade zo oneindig groot, gaf U voor mij.

Zo mag je je veilig voelen in de schaduw van de allerhoogste. Zo mag je je gedragen voelen.

Wat zegt dit beeld ontzettend veel: Rust. Warmte. Vrede. Liefde. Veiligheid. Bescherming. Thuis komen. De Goede Herder heeft oog voor de enkeling, dat ene verdwaalde lam, dat zoekt Hij, draagt Hij, verzorgt Hij en koestert Hij. Met een glimlach op zijn gezicht.

[#10] De laatste vraag die je je kan stellen is: Welke houding neem ik zelf aan?

Jezus laat niet alleen zien dat Hij degene zoekt die achterblijft en alleen is.

Hij laat ook zien dat hij de houding van de Farizeeën afwijst.

De houding van het beter weten en met een boog om anderen heen lopen.

Nee, hij zegt niet dat hij niet om die 99 andere schapen geeft.

Zoals hij liefde heeft voor de oudste zoon die altijd thuis is,

Zo heeft hij ook liefde voor de 99 schapen. Voor heel zijn volk.

Maar hij heeft geen liefde, geen genade voor de mensen die zelf ingenomen zijn.

Als ze denken: zie mij eens goed zijn, zie mij eens goed leven.

Als ze denken het zelf wel te kunnen en zich beter voelen.

Dan hebben ze niet in de gaten wat hun echte probleem is.

Dat ze zelf ook genade nodig hebben. Dat ze zelf Gods liefde nodig hebben.

Op het moment dat ze dat in de gaten hebben, dan is er ook voor hen vreugde in hemel.

Hoe zijn wij gemeente met elkaar?

Er gebeurt er veel moois: voor die gehandicapte, die asielzoeker, die eenzame,

die zoekende, die jonge moeder. Wat worden er een mooie gesprekken gevoerd.

Soms word je er stil van. Wat fijn als je om hulp vraagt of hulp geeft.

Maar soms dan mis ik die houding in de kerk.

Als ik eerlijk ben, zie ik nog niet gelijk drommen zwakke mensen aan de deur kloppen.

Merk ik dat iemand in de kerk kan komen, maar niet aangesproken wordt en zonder één woord weer naar huis gaat. Waar hij of zij misschien al de hele dag alleen is. Soms merk is dat mensen hier jaren komen, maar bijna geen contacten hebben. Zich eenzaam kunnen voelen. Een verloren schaap. Soms merk ik dat mensen bang zijn voor het oordeel of de mening van anderen. Zullen we leren van Jezus? Van zijn genade? Als ouderling, als diaken, als pastoraal bezoeker. Maar allereerst als kind van God, gevonden door Jezus. Dat je liefdevol, omarmend er bent voor de ander. Bijvoorbeeld vraagt: zullen we wat gaan drinken, samen ergens gaan eten? Dat vraagt misschien zoeken, hindernissen overwinnen, weerstand doorbreken, volhouden, jezelf overwinnen: maar wat is het geweldig als je volhoudt en de ander werkelijk kan ontmoeten. In gesprek komt en samen God kan danken voor de genade van Christus waarvan we mogen leven. Dan is het feest in de hemel, Halleluja.  Amen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: