Psalm 148 – Waarom zingen we?

Preek Heemse, 12 juli 2020

Tekst: Psalm 148

Geliefde gemeente,

[#1] Als ik niet kan zingen ga ik niet naar de kerk, hoorde ik iemand zeggen.

Helaas, hebben we een tijd niet mogen zingen.

In de discussie of het gevaarlijk is staan de mensen die geloven in het gevaar van aerosolen,

kleine druppeltjes in de lucht tegenover de mensen die het gevaar daar niet van zien.

Daarbij besef ik ook dat niet iedereen het zingen mist:

Sommigen vinden het helemaal niet erg dat het nu niet meer hoeft.

Als je last van je stem hebt, als je niet zoveel hebt met zingen. 

Maar veel mensen missen het. Waarom mist iemand het zingen zo?

Waarom gaan er honderdduizenden mensen wekelijks naar een koor?

Waarom zingen we eigenlijk?

[#2] Als eerste zou je kunnen zeggen:

God roept je op in zijn woord om voor hem te zingen en Hem te prijzen.

Daarom lazen we vanmorgen Psalm 148: Kijk maar hoe vaak daar staat: Halleluja, Loof de Heer!  

Keer op keer staat daar Halleluja. Soms is het vertaald, soms niet.

Als het vertaald wordt staat er: Loof de Heer! [kinderen: onderstreep maar en kijk hoe vaak het er staat]

Dat wil zeggen: zing, prijs, open je mond, maak de HEER groot!

[#3] Bij oosterse godsdiensten, bij de moslims kom je het zingen niet tegen.

Juist in de kerk gaan mensen met elkaar God prijzen.

We kennen geen stille mis: een viering waar je alleen waar je niets hoort.

De dienst is ook niet een optreden van musici.

Als we kerkdienst hebben, eredienst, dan brengen we samen als gemeente God de eer.

Augustinus uit de derde eeuw, die alle godsdiensten gezien had, vertelde het al.

Hoe hij kracht vond, troost vond door God te prijzen met de liederen van bisschop Ambrosius.

En met name in de gereformeerde/protestantse kerk gebeurt het zingen door de gemeente.

Calvijn zegt: ‘Zingen heeft een grote kracht en macht om het hart van mensen te ontroeren

en in gloed te zetten, om God aan te roepen en te loven met een zeer hevig en vurig verlangen.’

Niet in het moeilijke latijn, niet iets voor mensen die ervoor geleerd hebben:

Zangers, jong en oud, doeners en denkers, iedereen zingt mee.

Van jongs af is het belangrijk om de kinderen te leren zingen. Samen breng je God de lof.

[#4] Psalm 148 roept op om de HEER te loven en te prijzen.

En in het eerste gedeelte is het een oproep aan de hemel.

Vanuit de hemel klinkt Gods lof. Engelenstem: loof de Heer.

Eer zij God in de hoogste hemel. Daarboven wordt God geprezen:

door de engelen, door de mensen van de bijbel, de profeten en de martelaars.

De engelen en degenen die Gods troon zijn roepen: heilig, heilig, heilig.

Zij zijn al daar, in de volmaaktheid, waar wij alleen maar naar kunnen verlangen.

Daar is geen klagen, smachten, huilen, verdriet. Daar is alles goed.

Daar is alleen blijdschap en vreugde. Juist dan ga je zingen: Van blijdschap!

Als je verliefd bent, maak je een mooi lied, breng je je gevoel onder woorden.

Als je gewonnen hebt ben je in juichstemming: dan schreeuw en blèr je het uit.

Straks als alles goed is, mogen alle mensen uit alle volken voor Gods troon komen.

Het leven loopt uit op één groot praiseconcert.

Zoals de laatste zes psalmen allemaal lof en halleluja psalmen zijn.

Dat is het doel van ons leven: God heeft ons gemaakt om hem te eren.

Om met hem uiteindelijk samen te zijn, de afstand voorbij, eeuwig met Hem leven.

Waarom is zingen zo fijn? Juist om dat je dan al iets van die verbondenheid van God mag voelen.

Over die volmaaktheid mag zingen.

Wat is het heerlijk als je met een kerk vol mag zingen over dat verlangen.

[#5] Loof God: vanuit de hemel!

Ook de zon, de maan en sterren worden opgeroepen om God te prijzen.

Dat doen ze niet met woorden: het is een verhaal zonder taal, zoals Psalm 19 ook zegt.

Maar ze zijn door God gemaakt, je ziet er iets van zijn grootheid in.

Als je naar de sterren kijkt, en er steeds maar meer ziet verschijnen, eindeloos mooi en ver.

Een komeet langs de hemel ziet staan, zoals gisteren goed waarneembaar was.

Als je naar de maan kijkt: heel groot, rood of geel, of juist zo’n kleine sikkel aan de lucht.

Als je warmte van de zon voelt: wat een kracht. Zeker na een periode van regen geniet je ervan.

Dan komen de zon aanbidders weer tevoorschijn en zoeken een mooi plekje op.

Gelukkig niet zulke aanbidders zoals in de tijd van Israël.

Dan bracht met offers voor de zon, maan en sterren. Die werden vereerd.

Maar het is hier net als in Genesis 1: God zelf heeft de sterren, zon en maan hun plek gegeven.

Zij moeten niet vereerd worden! Nee degene die ze gemaakt heeft.

Zij spiegelen juist de grootheid van God en laten iets van zijn glorie zien.

Als je gaat knielen voor de natuur, dan is het alsof je je vriendin in de spiegel ziet,

en dan de spiegel een kus geeft. We moeten God zelf vereren, juist ook om zijn werken.

En de zon, maan en sterren omdat God ze gemaakt heeft.

Hij stelt een wet voor eeuwig. Hij zorgt dat de zon opkomt, en dat de maan en sterren verschijnen.

Loof God om zijn machtige werken, machtige werken van God: Loof hem. [Psalm 148:2]

[#6] Vanuit de hemel klinkt de lof. Maar dan horen we een echo, vanaf de aarde.

Laat niet alleen vanuit de hemel, maar laat ook door de bewoners van de aarde Gods lof klinken.

En waar het vanuit de hemel steeds iets omlaag ging:

van de hemel van Gods troon, naar de hemel die we kunnen zien,

gaat het hier van de diepte van de aarde juist omhoog.

Eerst wordt gekeken (in het wereldbeeld van die tijd) naar de wateren onder de aarde.

De dieren van de zee, de walvissen, draken, Leviatan ontembare dieren door God gemaakt.

Maar ook de kleine vissen, en de vissen die je aan de haak slaat: prijs de Heer.

Vervolgens ook alle soorten weer, dat je deze zomer ook tegen komt.

De mist boven de velden en boven het water, boven de sloot.

Waar de zonnestralen soms in het bos zo mooi doorheen schijnen.

De bliksem die langs de hemel flitst, de regen en de hagel die naar beneden valt.

De wind die met zijn kracht alles wegblaast. Die doen wat God zegt.

Ook de bergen, de productiebossen en fruitbomen prijzen God. Alle bloemen en struiken.

Daarin prijzen ze God. Hoe dat kan? Ze hebben toch geen verstand.

Maar in hoe ze zijn: prijzen ze God. Het laat zien: prijzen en loven, doe je niet alleen door zingen.

Bomen, vissen, vogels, ze laten Gods grootheid zien. Vertellen een verhaal zonder woorden.

En doordat wij nadenken, verstand hebben, weten we dat daarin Gods werk zichtbaar wordt.

Zo straalt Gods schepping van God heerlijkheid.

[#7] Toch is het soms ook wel lastig. Is het soms wel moeilijk om mee te zingen.

Gods schepping is gebroken.

Hoe kun je God prijzen als je net zoveel verdriet hebt.

Hoezo doet de wind wat God zegt?

En als dan een vrouw in Zwolle omkomt onder een boom die door de bliksem geraakt wordt.

Misschien denk je wel eens: dit kan ik niet zingen. Dit kan ik niet over mijn lippen krijgen.  

Vanuit dit aardse, ondermaanse leven is het soms wel moeilijk om God te loven.

Daarin verschilt de lof op aarde van de lof in de hemel. 

Het slot van het psalmboek, vol lof op God, is ook waar het op uitloopt.

Dat maken we nu in ons verdriet en onze vragen niet altijd helemaal mee.

Dat je vragen kunt hebben aan God, dat weten de psalmen maar al te goed.

Psalm 73 zegt: ik was bijna uitgegleden, omdat ik niet snap waarom het anderen goed gaat.

Waarom dingen gebeuren. Wat kun je een vragen hebben. Een verdriet en pijn.

Wij snappen hier soms niets van Gods plan, als je alleen de onderkant van het borduurwerk ziet.

[#8] En tegelijk: er is er één die regeert. Die alles geschapen heeft.

De elementen kunnen niet zomaar hun gang gaan, God regeert.

Psalm 103 zegt: de mens is als gras, maar Gods trouw blijft in eeuwigheid.

Hij is trouw en zal ook trouw blijven. Hij heeft zijn belofte gegeven.

Juist door Jezus Christus zelf vanuit de hemel naar de aarde sturen.

Hij kwam naast ons in de vragen, pijn en moeite.

Maar juist omdat hij is opgestaan en opgevaren naar de hemel, mag je weten het zal goedkomen.

Hosanna voor de koning, klonk bij de intocht, en zelfs de stenen hadden dat kunnen zingen.

En klinken dan juist niet met Kerst en Pasen liederen over dat wonder van Gods liefde.

Ere zij God in de hoge! Vrede op aarde! U zij de glorie, opgestane Heer.

Vanuit Gods liefde in Christus mag bidden dat God je de kracht geeft om je aan Hem vast te houden.

Ook als je zelf niet kan zingen, of bidden, of iets kan zeggen. God omgeeft je steeds.

En Hij laat je niet alleen: zoals we in de gemeente ook om elkaar heen staan.

En de zang doorgaat, als zelf soms even niet mee kan zingen.

Als pelgrims samen onderweg zijn. Zingend onderweg naar het hemelse vaderland. [Psalm 148:3]

[#9] Gezamenlijk klinkt dan de lof op God. Daar boven en hier beneden.

Een echo, stem en tegenstem. Een geweldig koor.

Met name door de mens. De kroon op Gods schepping.

Net als bij de beschrijving van de schepping van de wereld in Genesis,

wordt de mens niets te vroeg genoemd. Hemel en aarde zijn vol van God.

En als mens mag je dan je plek daarin innemen.

Iedereen: Jong en oud. Man en vrouw. Ook de hoog geplaatste leiders.

Elk op je eigen manier: smaken verschillen, klassiek en modern.

Je hebt je voorkeuren: maar in de kerk zingen jong en oud samen.

Opwekking, gezangen, psalmen: waarbij je niet afgeeft op de ander,

Als het is tot lof van God probeer je ontdekken waarom dat lied die jongere of oudere aanspreekt.

[#10] Laten we dat steeds doen en niet vergeten! Niet alleen in de kerk, maar ook thuis.

Een spreekwoord uit Afrika zegt: een kip vergeet nooit om God te danken als ze water drinkt.

Een kip kan niet slikken, dus heft het hoofd omhoog. Let er maar eens op!

Laten wij God zo ook steeds danken en loven, als we eten krijgen.

Voor alles wat Hij geeft: licht en water, een dak boven je hoofd.

Voor je werk en vrije tijd.

Voor de glimlach die de ander je geeft.

Als je ziet wat God werkt. Bij het spelen, tekenen, dansen, sporten, zorgen.

Bij vreugde; zoekend naar troost bij verdriet.

Bij alles wat je doet. Mag je danken. Neuriën. zingen.

Juist door muziek en door kunstenaars wordt God geprezen.

Dan richt je gezamenlijk op God. Met heel je leven: met heel je bestaan.

[#11] Gods eerste gebod is: heb de Heer lief

Met heel je hart, je ziel, al je krachten. Juist in het zingen wordt je helemaal aangesproken.

Door te zingen mag je hart rust vinden,  je adem onder controle komen.

Niet voor voelen mensen zich na een koorrepetitie weer anders.

Geweldig als je zo voor de Heer zingt, je liefde uit, zijn woorden inzingt.

[#12] En God? God belooft: Ik zal een hoorn verheffen voor mijn volk.

Een hoorn is het teken van kracht. Denk aan de hoorn van een dier.

Heel de schepping, hemel en aarde, en met name de mens mag God loven.

En God zal je dan verheffen, optillen, van kracht voorzien.

Niet uit eigen kracht, maar door zijn kracht mag je zo voortgaan.

Want God is nabij zijn volk. Met zijn zegen komt hij dichtbij en zegt: Ik zal er zijn!

Ben jij zo ook met hart, mond en handen steeds nabij God? Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: