Gewone Catechismus 91-93 – God belooft een eeuwig leven na de dood. Onvoorstelbaar mooi!

Preek Heemse, 16-4-2021 (Foto’s mogen naar: +31 6 53310564)

Tekst Gewone Catechismus 91-93

Geliefden van de opgestane Heer Jezus Christus,

Waar zijn degenen die al gestorven zijn? Wat geloof je over het leven na de dood?

Afgelopen jaar zijn er meer begrafenissen geweest dan er meestal zijn.

Je weet dan dat het lichaam van de overledene in de kist ligt.

Maar wat gebeurt er dan precies met je ziel? Het is een lastig onderwerp. Wie kan het zeggen?

Een vrouw die ik sprak was helemaal niet gelovig, maar wel religieus:

Ze zei: we worden één met de eeuwigheid en keren terug in dit leven.

Een moslim zal zeggen: als je goed geleefd hebt, krijg je in het graf een voorproefje van het  paradijs.

Daarna ga je naar het paradijs waar het goed is met heerlijke rustbedden, het lekkerste fruit.

En allerlei ander genot. Een beetje als een vakantie op Rhodos.

                Ik sprak een man en die was vooral bezig met de vraag:

Zou mijn kleinkind wel gered zijn, als hij helemaal niets met God of geloof had?

En zal ik mijn vrouw, die al overleden is, ook kunnen herkennen in de hemel?

En ik hoorde van een kind dat een tekening maakte en zei: er is water en zand,

Maar ook een stukje gras. En een ander kind vroeg zich af hoe opa toch naar de hemel kon gaan.

Terwijl de kamer waarin hij was helemaal dicht was en er niets open stond.

                Al die antwoorden laten wel zien: er is moeilijk wat over te zeggen.

Zoveel dat we nog niet weten. Je weet wat je vandaag gedaan hebt.

Je weet in wat voor huis je woont en wat voor situatie je zit. Je weet wat je hebt.

Nu kun je er voor kiezen om het daarbij te houden.

Maar vanmiddag willen we toch iets meer zeggen. We weten iets meer.

Niet via mensen die gestorven zijn,

maar door Jezus Christus die zelf uit de dood is opgestaan.

En door Paulus die dat van Hem gehoord heeft en aan de Filippenzen schrijft.  

God belooft een leven na de dood: het wordt onvoorstelbaar mooi!

1. God belooft dat je altijd bij Hem zult zijn (GC 92)

2. God belooft de opstanding van het lichaam (GC 91)

3. God belooft dat gelovigen eeuwig zullen leven (GC 93)

1. God belooft dat je altijd bij Hem zult zijn (GC 92)

Wat betreft het sterven is er nog één ding dat vaststaat:

Ieder mens krijgt er, vroeg of laat mee te maken.

De dood is een vijand waar alle wereldbewoners mee te doen hebben.

Als je dat op je laat inwerken dan betekent dat

dat over 120 jaar niemand van de mensen die hier op aarde leeft, nog in leven is.

Ik las over Brazilie waar een tekort komt aan narcose middelen

en al eerder een tekort aan zuurstof was.

Artsen zien mensen voor hun ogen sterven.

Ik hoorde van een verpleegafdeling waar tijdens de coronacrisis

meer dan de helft van de patienten in korte tijd overleed.

Wat is het moeilijk om daar mee geconfronteerd te worden.

Wat geeft het een moeite en een verdriet wanneer je weet dat je zult sterven.

Het kost strijd: de dood staat haaks op het leven zoals God dat bedoeld had.

Met je ogen kun je zien wat er met het lichaam gebeurt op het moment van het sterven, met je oren kun je de laatste woorden horen die gezegd worden. Misschien sterft iemand heel rustig, misschien heel onrustig.

Maar je kunt niet zien wat er gebeurt met de ziel van degene die sterft. Met de ziel bedoelen we: niet het lichaam, niet je gedachten, je gevoel: maar het meest wezenlijke van de mens zelf. Dat wat hij of zij is. Jij als persoon.

Een eerste antwoord dat we daarop lezen komt van Paulus. Hij zit in de gevangenis.

Hij is geen verdrietige, sombere gevangene. Ook al is zijn toekomst onzeker.

Misschien gaan ze hem wel doden, en komt hij er niet meer levend uit.

Toch zegt Hij: ik verlang ernaar te sterven en bij Christus te zijn.

Want dat is het allerbeste!

Dat is het eerste dat je mag weten. Na het sterven ga je naar Jezus Christus.

Hij die ons is voorgegaan naar de hemel en straks in heerlijkheid weerkomt.

Je zult voor altijd bij Hem zijn. Je zult God zien zoals Hij is.

Dat wordt dus bedoeld met eeuwig leven!

Wanneer de Gewone Catechismus uitlegt wat dat is, staat er vooral dat je bij God zult zijn.

Het is dus maar niet een luilekkerland, maar een leven zoals God dat bedoeld heeft.

Geen grote leegte. Zo van: wat moet je nu eeuwig gaan doen?

Alsof er geen tijd meer is of dat de tijd eindeloos duurt. Is het eeuwig lijden?

Nee. Het is: God kennen.

Het is dat Hij bij ons woont en wij bij Hem. Volkomen Hem liefhebben.

Een leven zonder pijn, zonder tranen, zonder ziekte, zonder gebrek.

En waarom noemt Paulus dat dan het allerbeste?

Hier leven we in een kwetsbare tent, daar in een eeuwig huis.

Hier is er lijden met soms vreugde, daar is er vreugde zonder lijden.

Hier zijn we ver weg van de Heer, daar zullen we met Hem leven.

Hier leven we omgeven door zonde, daar is alleen maar goedheid en volmaaktheid.

Hier is het leven een strijd, daar is het leven een feest.

Wat een troost mag dat zijn! Dat betekent dat je in het verdriet dat er is, in de tranen die over de wangen stromen toch elkaar daarop ook mag wijzen. ‘Vader heeft het nu al goed’, ‘Oma is bij de Here Jezus, haar verlosser’. Dan hoef je ook voor dit moment niet ongerust te zijn. Want wij geloven dat er meer is, dan we nu kunnen zien. Voordat het aardse lichaam wordt verzorgd, wordt afgelegd, zijn Gods engelen al gekomen. Hebben de overledene meegenomen naar de hemelse heerlijkheid. Nooit meer lijden, nooit meer pijn, maar voor altijd met Hem leven!

2. God belooft de opstanding van het lichaam (GC 91)

Wanneer de gewone catechismus schrijft over het leven na de dood, begint de catechismus met het leven hier en nu. Niet alleen straks, maar nu al ben je met je lichaam en ziel gericht op je schepper. Het eeuwige leven begint nu al: op het moment dat je met Christus verbonden bent. En daarbij is je lichaam ook van belang.

Daarbij denk ik ook aan het tweede gedeelte wat we lazen van Paulus.

Paulus kwam mensen tegen die heel krampachtig leefden. Met allemaal wetjes en regels. Ze konden niet genieten, ze vonden geen rust. Ze waren verkrampt. Bang dat ze misschien niet goed genoeg zouden zijn en niet in de hemel zouden komen.

Maar Paulus kwam ook mensen tegen die het helemaal van het leven hier verwachten. Hun buik is hun God. Het zijn de levensgenieters, die alles verwachten van een gezond lichaam, een mooi huis, een goede vakantie. Haal uit leven wat erin zit. Je leeft immers maar één keer. Zorg dat je lichaam in goede staat verkeerd en geniet van alles wat je hier hebt.

Daar tegenover zet Paulus de aansporing om hem na te volgen.

Om te leven zoals hij leeft, en zoals de andere christenen leven.

We leven niet voor het hier en nu. We zijn burgers van de hemel.

De mensen aan wie Paulus schrijft voelen zich burgers van hun streek, ze weten dat de keizer macht heeft, ze kleden zich zoals past bij hun buurt, ze spreken het dialect van hun streek, ze zijn trots op hun producten, ze volgen hun wetten.

Zoals je kunt zeggen: ik ben een Nederlander, kom uit Heemse, spreek de taal van mijn geboortegrond.

Maar dan zegt Paulus: je bent opnieuw geboren! Geboren uit de hemel, nu al met heel je leven, lichaam en ziel. Je staat in de burgerlijke stand van de hemel ingeschreven. Je naam is in de hemel bekend. Je gebed gaat naar de hemel. Veel bekenden zijn misschien al in de hemel. God stuurt jouw leven vanuit de hemel. En toch hier op aarde: niet als doel, maar op doorreis, onderweg, je mag met je hoofd in de hemel leven, gericht op de hemel. Blijf hier niet stilstaan: maak van je buik geen God, maar wees gericht op Gods nieuwe wereld.

En dan komt het belangrijkste: Hij zal ons armzalig lichaam, gelijk maken aan zijn verheerlijkt lichaam. Hoe je lichaam ook is, God zal het veranderen. Zoals eens Jezus opstond uit de dood, zo zul jij ook een verheerlijkt lichaam krijgen. Als de hemel opengaat en Christus weerkomt. Leef dus gericht op de hemel. Je mag best goed zorgen voor je lichaam hier, zodat je je taken kan doen. Maar weet: ook nu al gebruik ik dat lichaam met een hemels doel. God zal met zin goddelijk kracht uiteindelijk mijn lichaam vernieuwen, zodat ik kan wonen op de nieuwe hemel en nieuwe aarde.

3. God belooft dat gelovigen eeuwig zullen leven (GC 93)

De Gewone Catechismus stelt de vraag: gaat iedereen dan het rijk van God binnen. Een vraag die goed te begrijpen is. Waar men in de tijd van de Reformatie misschien niet zoveel vragen bij had. Maar nu: wie gelooft er nog in een hemel? En dan helemaal: wie gelooft er nog in een hel? En bovendien: God is toch liefde, dat is toch het allerbelangrijkste. Hoe zou je dan in een kerk kunnen horen dat sommige mensen niet gered zullen worden. Een terecht vraag dus van de gewone catechismus.

Paulus zegt hier: mensen die voor het hier en nu leven, voor wie hun buik hun God is, die leven hun ondergang tegemoet. Ze zijn een vijand van het kruis van Christus. Want, bedoelt hij, dan zou Christus voor niets gestorven zijn aan het kruis.

Het antwoord dat klinkt, klinkt ook heel voorzichtig. Wij zijn niet aangewezen om daar over te oordelen. Christus is voor ons gestorven toen wij nog zondaren waren. Wij waren zelf vijanden van God en toch toonde God ons zijn liefde! Hoe zal God dan met zijn huidige vijanden omgaan? Laten wij niet oordelen en hopen en bidden om Gods liefde. Zijn barmhartigheid is groter dan wij ons voor kunnen stellen.

En toch: Paulus zegt wel: ze leven hun ondergang tegemoet. Steeds weer wordt in de bijbel over het oordeel gesproken. God neemt mensen serieus ook in hun afwijzing van het evangelie. Iemand die heel bewust zegt: ik wil niets met Jezus te maken hebben. Ik leef mijn eigen leven. Ik heb een hekel aan het geloof, het is allemaal verzonnen. Die vrome christenen, laat zij maar dromen van een hemel, maar ik hoef daar niet te komen. Zeker een beetje zingen met allemaal vrome mensen. Mij niet gezien! Zou God dat niet serieus nemen en zo iemand ook niet buiten sluiten? Zoals de meisjes die hun lampjes niet orde hadden ook niet meer het feest binnen konden gaan. God dringt aan op een keus: waar leef je voor? Voor je aards plezier, voor je buikt, voor jezelf, of leef je voor God en zijn liefde. Geloof je dat Christus voor je stierf aan het kruis?

Er wordt wel eens gevraagd: zal er dan herkenning zijn in de hemel.

Zul je dan ook mensen missen? Kan het dan wel echt goed zijn?

Je mag wel weten dat je jezelf zult herkennen.

Daarom zul je waarschijnlijk ook de naaste wel kennen.

Maar tegelijk zal dat kennen heel anders zijn dan nu.

Want er zal geen herinnering zijn aan pijn en aan verdriet.

Als wij nu kennen, dan zien wij mensen en weten misschien iets.

Maar straks zullen we in Christus kennen: dat is een volkomen en volmaakt kennen.

Zo zul je dan iedereen kennen. Ook degene van wie je hield, je overleden kindje, je man of je vrouw.

Het is een geestelijk kennen, waar je niet veel over kunt zeggen.

Misschien verlangt u daarnaar, en lijkt u dat het heerlijkste om weer verenigd te zijn.

Maar dan zegt God: wat je precies zult zien is verborgen, maar hoe het zal zijn: het zal mooier zijn dan wij kunnen bedenken: onvoorstelbaar mooi.

Wat geen oog gezien heeft, geen oor gehoord heeft, in geen mensenhart is opgekomen … dat heeft God bereid voor wie in Hem geloven!  Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: