Lukas 10:25-37 – Zie je Mij ?

Preek gehouden Heemse, 6-2-2022 (Ontdekzondag)

Geliefde gemeente,

[#1] Gertjan redde in mei 2020 een man van de verdrinkingsdood.

De man wankelde langs de Middel Broekweg in Naaldwijk en viel daarna in het water.

Gertjan had net zijn schoolexamen erop zitten, twijfelde geen moment en sprong het water in.

Op het moment dat hij de drenkeling aan de kant had geholpen,

kwam toevallig een politieauto aanrijden. Daarna is het slachtoffer naar een ziekenhuis gebracht.

[https://wos.nl/nieuws/artikel/westlander-20-redt-drenkeling-en-krijgt-medaille]

Wat bijzonder hoe Gertjan dit gedaan heeft.

Hij had misschien andere dingen te doen, hij had misschien haast, het water was koud.

Maar hij koos ervoor om de andere te helpen: waarom? Hij zag de ander!

Hij zag die man in het water, hij schrok ervan, wilde die man helpen!

Vandaag geeft Jezus antwoord op de vraag: wie is voor mij de naaste?

Het gebeurt niet zo vaak dat je iemand in het water ziet vallen.

Maar je komt wel vaker tegen dat je iemand ander kan helpen hulp nodig heeft.

Vandaag letten we dan op iedereen in de gemeente.

Er zijn heel veel beperkingen, lichamelijk, financieel, in denken, in mogelijkheden.

Hoe kun je voorkomen dat je alleen aan jezelf denkt, en de ander niet ziet staan?

Maar ook: hoe kun je voorkomen dat je de ander niet echt ziet als wie hij of zij is.

Dat je alleen vertroetelt, hulp geeft, maar niet ziet wie de ander is.

In zijn eigen zijn en mogelijkheden. Iemand met een beperking is niet:

diegene in de rolstoel, of diegene met ADHD, diegene met autisme, die chronische ziekte.

Niet diegene die doof is, die scheel is, die met zijn voet sleept, psychische moeite heeft.

Het is een ander, een kind van God: benader hem of haar als volwaardig mens, zoals dat zelf bent.

[#2] Juist in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan gaat het over de naaste.

Jezus is in gesprek geraakt met een wetsgeleerde.

Hij kende de wet van Mozes heel goed. Wist precies welke regels er waren.

Maar nu wil hij van Jezus weten: wat moet je gedaan hebben, verdiend hebben,

Om het eeuwig leven te krijgen. Wanneer mag je het beloofde land binnen?

Hij gaat er vanuit dat je daar zelf eerst iets voor moet doen of bewijzen.

En dan geeft Jezus als antwoord, dat weet je heel goed.

Dat staat in de wet. En dan hoef je niet alle 612 geboden te kennen.

Het gaat om de kern: Heb je liefde voor God en voor de naaste?

Is dat de houding waarmee je in het leven staat?

Die man weet ook wel dat het daarom gaat.

Maar daarom begrijpt Hij Jezus juist niet.

Jezus heeft net laten zien dat het koninkrijk al zichtbaar is om Hem heen.

Jullie zien wonderen, jullie ontdekken bevrijding en redding, overwinning door Jezus.

Lammen gaan lopen, blinden gaan zien, doven gaan horen!

Hoe kan Jezus nu zeggen dat er nu al het koninkrijk er komt.

Dat Hij dat brengt? Je moet toch eerst de wet houden, dan straks als je het verdient komt het?

Hij is het eens met wat Jezus zegt: het draait om de liefde voor God en de naaste.

Maar wie is die naaste dan? Jezus zou het uit kunnen leggen.

Zo van … dat kan iedereen zijn die je tegenkomt.

Maar Jezus gebruikt het voorbeeld van de gewonde man langs de weg.

Juist door dat voorbeeld ontdekt die wetgeleerde:

Ik ken de wet wel, maar ook ik doe niet altijd wat in de wet staat.

Ook een Leviet of Priester, een ouderling of dominee kan niet zomaar kan binnengaan in Gods rijk.

[#3] Kijk … daar ligt een man zonder kleren op straat. Hij heeft klappen gekregen.

Hij was onderweg in een gebied waar weinig mensen zijn, met veel rotsen.

In de holen konden de rovers zich makkelijk verstoppen.

Rovers en boeven kwamen en hebben hem geplunderd.

We weten niet veel over hem: uit welk land hij kwam of wat zijn beroep was.

Het gaat erom dat het zomaar een man was.

Dat je hem ziet als mens: niet als Jood, Samaritaan of Afrikaan.

Een mens die er slecht aan toe was. Die je niet kon laten liggen.

Dan vertelt Jezus, dat er een priester langs loopt. Hij weet alles over God.

Hij is misschien net in de tempel geweest. Heeft offers gebracht. Een voorbeeld gelovige.

Maar hij loopt aan de andere kant van de weg langs. Hij loopt er met een boog omheen.

Hij ziet de man niet liggen. Hij heeft misschien haast. Hij is misschien bang.

Weet misschien niet goed wat hij moet doen. Maar hij stopt niet. Hij loopt door.

Net zo gaat het met de Leviet, die geholpen heeft in de tempel.

Die ook heel goed weet wat God in de wet vraagt. Nee, hoor ook hij stopt niet.

Hij ziet de ander niet als mens, bedenkt niet hoe hij zelf geholpen had willen worden.

Misschien dacht hij: hij is al dood. Of misschien dacht hij: de boeven zijn nog in de buurt.

Er zijn in de loop van de geschiedenis al veel smoesjes verzonnen.

Een ding mag duidelijk zijn: hij loopt hem voorbij. Hij ziet zijn naaste niet.

Zelfs die vrome mensen schieten tekort. Hoeveel liefde voor God ze misschien ook hebben.

Zo kan het met ons ook gaan. Wanneer er iemand vraagt om geld of hulp.

Een bedelaar. Soms kun je dan net even de ander kant op kijken.

Je wilt hem maar liever even niet zien, dan ontwijk je zijn blik.

Of als een vrouw met een baby’tje bij je auto staat in het buitenland.

Je doet maar net alsof je haar niet ziet en rijdt door zodra het groen is.

Als je een appje ziet of telefoonnummer van iemand die wat van je vraagt.

Want als je haar ziet als mens, als naaste, als je haar in de ogen kijkt, breekt je hart.

Zo heb je altijd een keus als je iemand ziet in nood. Natuurlijk moet je zijn als degene die helpt.

Maar om eerlijk te zijn? Vervolgen wij niet vaak zomaar onze weg.

Leven we niet met oogkleppen op en zijn we heel doel gericht, laten we ons niet ophouden.

Je hebt toch een afspraak? Je bent toch al goed bezig?

Om eerlijk te zijn, is het soms ook niet lastig als iemand niet mee kan komen.

Als iemand niet zo mooi kan zingen in een kinderkoor;

Als de juf nog een keer de sommen uit moet leggen;

Als iemand boos en ongelukkig is; als iemand er anders uit ziet.

Zien we dan die ander? God leert ons om juist om te zien naar wat zwak en verdrukt is.

Om oog te hebben voor wie het moeilijk heeft en verdrietig is.

Is het te zien in je leven dat je juist voor die mensen ook tijd maakt?

Zie je mij? Vraagt iemand die het moeilijk heeft. Zie je Mij? vraagt Jezus

Jezus leert dat zodra wie iets voor een ander doen, het eigenlijk voor hem doen!

Dat het dus zomaar Jezus kan zijn die bij je aanbelt, een gift vraagt, om koffie vraagt.

Er wordt soms zomaar een beroep op je gedaan, de vraag is hoe je ermee om gaat!

[#4] Maar dan komt de Samaritaan langs. Hij ziet de man wel liggen! Hij kijkt niet weg.

Hij was ook op reis, dat misschien allerlei verplichtingen, een drukke agenda.

Hij is onderweg, en kiest er ook niet voor dat nu deze man op zijn weg komt.

Dat is het wanneer we te maken hebben met mensen in nood: dat kan altijd gebeuren.

Je hebt je agenda, je doel, je plannen, je kunt niet kiezen wanneer iemand je om hulp vraagt.

Wanneer iemand belt of je hem kan helpen omdat de trein niet rijdt of zij pech heeft.

Wanneer iemand aangeeft dat hij plotseling naar het ziekenhuis moet.

Wanneer iemand jouw hulp nodig heeft. De Samaritaan koos er ook niet voor.

Maar je kunt wel kiezen of je wegkijkt of dat je de ander ziet als mens.

Zie je mij? Zie je mij in mijn nood? Zie jij Mij? Vraagt Jezus, wat Ik van je vraag?

Dat het maar niet bij mooie woorden blijft, maar dat het gaat om daden.

Zo staat het er echt heel sterk: deze Samaritaan ziet de man en is barm-hartig.

Diep in zijn buik, in zijn gevoel, in zijn hart wordt hij geraakt.

Hij neemt de tijd, hij verzorgt de wonden met olie en wijn,

Hij tilt de man op zijn lastdier, zijn ezel of kameel, en brengt hem naar de herberg.

Hij geeft geld dat de man verzorgd wordt en komt er later nog op terug.

[#5] Het is vast niet de eerste keer dat je dit verhaal hoort van de Samaritaan.

Ik hoop dat je vanmiddag gezien hebt dat het gaat om de ontmoeting.

Vaak willen we de Samaritaan zijn, maar soms ben je zomaar als de Leviet.

Je kunt niet het tijdstip kiezen wanneer je iemand in nood tegenkomt, je kunt wel kiezen wat je doet.

Of je de ander ook echt ziet. Of je je oogkleppen afzet en ruimte maakt voor de ander.

Ruimte maken in je agenda, in je financien, in je huis.

Ruimte voor de vragen, de behoefte, de nood, de ideeën van de ander.

In ontmoeting met de naaste kan er liefde en bewogenheid groeien.

Dat betekent niet dat je alles weg moet geven of jezelf niet meer mag zijn.

Er zijn grenzen die je ook aan mag geven. Dat zie je ook aan de Samaritaan.

Hij neemt die man niet mee op reis, hij draagt de zorg over aan de Herbergier.

Het is fijn dat er in Nederland veel professionele zorg is, die met liefde gedaan wordt.

Ook daarin zie je het dat het goed is om je grenzen aan te geven.

Om een ander niet zijn eigenheid te ontnemen: iemand die hulp nodig heeft,

is niet altijd hulp behoeftig, maar is een mens, door God geschapen met wat hij of zij wel of niet kan.

Jezus is gekomen, om het eeuwige leven te geven.

Daar wilde de wetgeleerde deel aan krijgen.

Hij snapte niet dat Jezus kon zeggen: kijk hier is het leven al om Mij heen.

Hier is het koninkrijk, daar waar ik ben.

Toch kunnen we het eeuwige leven niet krijgen, door zelf eerst goed genoeg te zijn.

Maar wel door te vragen of Jezus onze ogen wil openen: dat we Hem zien.

Dat we ons leven met Hem verbinden, en zo liefde hebben voor God en oog krijgen voor de naaste.

Amen.

* voor meer info over ontdekzondag en gebruikte preekschets zie ditkoningskind.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: