Lukas 13:1-9 – Ben je bekeerd?

Preek Heemse, 15 mei 2022 – Zondag 32/33: Bekering

Geliefde gemeente,

[#1] Ben je bekeerd? Kun je dat over jezelf zeggen?

We hadden het er voor de meivakantie over op catechisatie.

Wie kan nu van zichzelf zeggen: ‘ik ben bekeerd!’

We hadden er best wel discussie over: kan je dat nu van jezelf zeggen?

Sommigen zeggen: ik ben altijd al gelovig, dus hoezo moet ik bekeerd zijn?

En: ik kan niet echt een moment aanwijzen waarop ik bekeerd ben.

Zo’n bijzonder verhaal dat er opeens licht, een engel kwam of dat ik opeens heel erg moest huilen.

Maar anderen zeiden: ja, ik weet het zeker. Ik ben bekeerd, ik hoor bij Jezus.

Ik denk dat het best een actueel onderwerp is.

In deze tijd dat de eigen ontwikkeling en groei, ook de geloofsgroei centraal staat.

Is het wel genoeg als je gedoopt bent en christelijk opgevoed, belijdenis gedaan hebt?

Moet er niet een bijzondere gebeurtenis volgen die dan met bijzondere tekenen gepaard gaat.

Dat je dan nog verder groeit in je geloof en bijzondere uitingen van de Geest mee maakt?

Er zijn de laatste twee jaar minder bezoeken gebracht: maar bevraag je je zelf op je geestelijke groei?

Heb ik de Heer echt lief? Wil ik echt voor Hem leven?

Maak ik tijd voor God, of komt Hij er bekaaid af?

Hoe staat het met je bekering, met je geestelijk leven? Stel je zelf en elkaar maar die vraag!

[#2] Jezus vindt het erg nodig dat je je bekeert!

Dat lazen we net in het gedeelte uit Lucas.

In het slot van hoofdstuk 12 leert Hij ons om de nieuwsberichten te lezen met de bijbel in de hand.

Net zo als wanneer je weet wanneer er wolken uit het westen komt, er regen komt.

En als het in Israël een verzengde wind is uit het zuiden, dat het dan heet wordt.

Zo wijzen de gebeurtenissen in het nieuws erop dat God bezig is te komen.

Zoals er nu berichten zijn over oorlog in Oekraïne, over de houdbaarheid van de aarde,

Berichten over verkeersongelukken, en ernstige ziektes.

Zo weet je: eens zal de aarde door vuur vergaan. Je zult voor de rechter komen!

Zo waren er toen ook nieuwsberichten. In Jeruzalem was een ongeluk gebeurd.

Er werd een toren gebouwd: net als de tempel kon met hoge muren en bouwwerken maken.

Maar er was wat mis gegaan. Deze toren was ingestort. Iedereen sprak erover.

Onschuldige bouwers, en misschien wel onschuldige mensen kwamen om het leven.

18 doden waren er te betreuren. Iedereen sprak erover.

Waarom noemt Jezus dit bericht? Omdat er net ook een ander bericht kwam.

Een aantal Galileeërs is gedood door de wrede Pilatus. Pilatus die Jezus zal veroordelen.

Hij heeft deze mensen, rebellen en opstandelingen, om het leven gebracht.

Hij moest zorgen dat de Pax Romana, de Romeinse Vrede niet in gevaar kwam.

Hij kon geen opstand dulden. Dan werd de Keizer boos.

En wellicht waren de goden boos! Daarom had hij hun bloed vermengd met het bloed van dieren.

Hij had het geofferd aan de Romeinse goden. Wat een wreedaard!

Wat een angst voor de afgoden had hij!

Twee situaties waarin mensen om het leven komen,

Bij die toren waren ze onschuldig, de andere keer omdat ze in opstand kwamen.

Wat zegt de Here Jezus over die twee gebeurtenissen?

Hij houdt ze de mensen voor als waarschuwing.

Denk je dat die Galileeërs grotere zondaars waren dan de andere Galileeërs?

Denk je dat die achttien mensen bij de toren viel schuldiger waren dan de andere mensen?

En de Here Jezus geeft zelf het antwoord: Zeker niet!

Ze waren niet slechter of schuldiger of zondiger. Dus pas op!

Als je niet tot inkeer komt, als je je niet bekeert zul je sterven zoals zij!

Waar wijst de Here Jezus op?

Hij doelt daarmee op het oordeel dat iedereen eens zal moeten ondergaan voor Gods troon.

Dat is waar het in dit gedeelte uiteindelijk om gaat, daar draait het hier om:

Straks zult u voor God verschijnen: als je je niet bekeert, dan zul je de eeuwige dood sterven.

Maar als je wel tot inkeer komt … dan krijg je het eeuwige leven.

Ze waren nu de dans ontsprongen, ze mochten doorleven: maar laat het een waarschuwing zijn!

Daarom, als je in Gods rijk wil komen is bekering noodzakelijk.

In zondag 32 kwam dat nog duidelijk naar voren.

Kunnen mensen die ondankbaar en onbekeerd doorleven gered worden?

Het antwoord was duidelijk: nee, dan kun je niet in het koninkrijk van God komen.

Wanneer leef je dan onbekeerd?

In het catechisatielokaal vergeleek ik het met naar de zon toelopen.

Uit onszelf lopen we het licht weg, sta je met je rug naar de zon toe en ga naar je schaduw toe.

Maar als je je omkeert, straalt je gezicht in de zon. Als je dan gaat lopen, loop je naar het licht toe.

Wie is dus bekeerd? Degenen die naar het licht toeloopt, die met Jezus het licht van de wereld leeft.

Misschien is die omkeer heel plotseling gegaan, misschien ben je langzaam erin gegroeid.

Maar je hoeft dan niet zo zeer op zoek te gaan naar een moment, maar de vraag is wel:

Waar leef je voor? Leef je voor God, leef je voor het licht, straal je en maak je je leven mooi?

Wie niet van God wil weten, of hem alleen met de naam noemt, maar geen echt christen is.

Wie niet bekeerd is, die zal niet gered worden. Daarom moet iedereen die roddelt en kwaadspreekt.

Iedereen die verkeerd met drank omgaat, die verkeerd met seksualiteit omgaat.

Iedereen die leeft voor zijn eigen lusten en begeerten, elke oplichter en dief.

Tot inkeer komen! Zich bekeren! Met God in het reine komen.

Jezus is duidelijk en fel: als je je niet bekeerd, het niet goed maakt met God:

Dan zul je sterven, net als die mensen in Siloam: maar dan een eeuwige dood.

Daarom stel jezelf de vraag: leef ik voor God, maak ik tijd voor Hem, wil ik Hem dienen.

Zoals Noach dat riep bij de ark, Jona bij Nineve, en Jezus in Jeruzalem: bekeer je!  

Geloof ik in Hem, en laat ik de Geest in mijn hart wonen? Of leef ik vooral voor mijzelf?

Bekering is dus echt nodig. Als je zou zeggen: ik ben niet bekeerd, bekeer je dan, vandaag nog!

[#3] Hoe begint bekering dan? Bekering begint bij het werk van Jezus:

Hij is gestorven aan het kruis voor onze zonden!

Wanneer je gelooft in Hem dan komt er een omkeer in je leven.

Maar als Hij toch al onze  zonden vergeeft, waarom moeten we ons dan nog bekeren?

En: Als Jezus toch al onze zonden vergeeft, dan wil dat toch niet zeggen dat we nooit zondigen?

Als ik sommige dingen waar ik erg aan gehecht ben vandaag nog niet stop, maar morgen pas?

Als mijn lievelingszonde nog niet direct stopt? Jezus vergeeft het toch wel?

Je bent toch ook niet perfect, dan is het toch niet zo erg dat ik soms nog door ga met zondigen?

Als je gelooft in Jezus Christus, dat Hij voor je zonden gestorven is, dan word je gered.

Dan worden al je zonden weggedaan.

Maar dat geeft tegelijk veel blijdschap in je hart. Daar begint het mee!

Zoveel blijdschap dat je nu ook met Jezus wil gaan leven,

dat je niet alleen stopt met van God weg te lopen, maar dat je nu ook naar Hem toe gaat lopen.

Want wat is bekering?

Bekering dat begint in je hart, bij je gevoel.

Je voelt in je hart, door de Geest van God, blijdschap en vreugde,

zin en liefde om naar Gods wil te gaan leven.

Maar je voelt ook droefheid en verdriet over je zonden.

Omdat je anderen of God daarmee tekort doet, pijn doet of kwetst.

Soms is plotseling veel groei, soms gaat het geleidelijk.

De bekering is de uiting van wat er in het geloof hart speelt, de verandering van je wil.

De bekering staat niet voor niets in dit hoofdstuk van de dankbaarheid:

vanuit een gelovig hart, wordt de dankbaarheid die je voor God hebt zichtbaar.

Als je dan wel slechte werken doet. Als je toch vooral dingen doet je zelf graag wilt.

Als je dan toch roddelt, toegeeft aan een verslaving,

als je niet eerlijk bent, als je verkeerde dingen doet,

dan komt dat voort uit een ondankbaar hart tegenover God.

Maar als je echt gelooft en blij bent en goede werken doet,

dan komen die voort uit een dankbaar hart.

Komen ze voort vanuit de blijdschap die je door de Geest hebt over wat Christus gedaan heeft.

Paulus gebruikt verschillende beelden voor bekering.

Het is een verandering in je leven die heel je mens-zijn raakt!

Hij gebruikt het beeld van sterven.

De oude mens moet sterven, de nieuwe mens moet opstaan.

Dat is een proces wat nooit klaar is.

Hij noemt het ook wel: je oude, vieze kleren uittrekken en je nieuwe kleren aantrekken.

De komende tijd zullen we via de geboden gestimuleerd worden om die geboden te houden.

Dat zal wel eens confronterend zijn: hoe meer je Gods licht laat schijnen,

hoe sneller je ook dingen ontdekt die je moet laten of die nog beter kunnen.

Maar houd het begin in de gaten: je kunt er mee bezig en wilt er mee bezig

als je het begin in het oog houdt: dat Jezus ook uw Redder wil zijn!

[#4] We lazen net het voorbeeld van de vijgenboom die maar geen vrucht wil dragen.

De Here Jezus vertelt dit gelijk na zijn waarschuwing bij het instorten van de toren.

Hij wijst erop dat er een vijgenboom is die maar geen vruchten draagt.

Eigenlijk wil de eigenaar hem weghalen, maar goed, hij krijgt nog één jaar de kans.

De eigenaar doet er al extra mest bij en verzorgd hem goed.

Maar als er dan nog geen vruchten zijn, zal de boom toch weggehaald moeten worden.

Zo was het ook met de Joden.

Ze hadden lang de kans gehad om zich te bekeren, om vruchten te laten zien, maar ze waren er niet.

Nu kwam Jezus: spoorde Hij hen extra aan.

Maar als ze dan nog geen goede werken laten zien, dan komt het oordeel.

Zo gaat de Here Jezus ook met u en jou om.

Misschien hebt u al vaak gehoord wat God aan u geeft en wat goed is, misschien hoor je het voor het eerst.

God heeft veel geduld. Heel veel! Hij gaf aan die vijgenboom ook een extra jaar.

Maar … er zullen wel vruchten moeten komen.

Er zal bekering moeten zijn. DAT KAN NIET WACHTEN!

Het begint met geloof in Jezus Christus, maar je moet het daarna ook laten zien in je werken!

Kunt u nu zeggen: “ik ben bekeerd?”

De grootste moeite bij het beantwoorden van de vraag: ben ik bekeerd,

is dat er bij ons allemaal nog zonden voorkomen.

Je hebt niet altijd zin om het goede te doen, er niet altijd trek in.

Calvijn kon heel negatief over de zonde spreken,

over die oude mens die steeds weer de kop op steekt.

Hij zei: we moeten steeds weer door de wet opgezweept worden om het goede te doen.

Zelfs de jonge, gelovige dichter van Ps 119 geeft aan hoe hard we de wet nodig hebben,

anders dwalen we af. De wet stelt grenzen en spoort ons aan om Gods geboden te houden.

Wanneer mag je nu zeggen: “ik ben bekeerd”.

Dat mag als je gelooft dat Jezus voor je zonden gestorven is en dat je ook voortaan met Hem wil leven.

Maar tegelijk kun je nooit zeggen: eens bekeerd, altijd bekeerd.

Dagelijkse bekering is nodig:

dat je elke keer weer de strijd aan bindt met de zonde die de kop opsteekt.

Toch hoef je moed niet op te geven.

De bekering begint met de blijdschap over wat Christus gedaan heeft voor jou!

Alleen wanneer die blijdschap bovenaan blijft staan,

kun je steeds meer naar al de geboden van God leven. Door zijn Geest. Door zijn genade.

Wees niet bang om te zeggen: “Ik ben bekeerd”, als je gelooft dat Jezus voor jou gestorven is.

Als je wil gaan leven naar Gods geboden.

Zeg dan maar: “ik ben bekeerd, en juist daarom wil ik mij ook elke dag opnieuw tot God bekeren!”

Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: