Matteüs 14 – U leert mij lopen over water!

Preek belijdenisdienst Heemse

Tekst: Matteüs 14:22-33

[#1] “Ik vind het best bijzonder dat ik mag geloven dat Jezus mijn redder is”.

Dat zegt Hieke als ze uitlegt waarom ze vandaag haar geloof belijdt.

Ze zegt ook: Ik zit namelijk best in een ongelovige wereld.

Wat is het bijzonder, als je dat geloof krijgt en kent.

Als je niet gelovig bent opgevoed: wat kun je dan vreemd tegen het geloof aankijken.

Wat maakt het bijzonder dat je gelooft?

Dat je leefregels volgt die al duizenden jaren oud zijn.

Dat Jezus van vijf broden en twee vissen duizenden mensen te eten geeft.

Dat we hier praten tegen God in de hemel, terwijl je die niet kan zien.

Dat we hier samen lezen over iemand die op het water loopt.

Dat kan toch helemaal niet.

Linda vertelde dat er op college in een zaal vol studenten gezegd wordt:

Als je studeert kun je echt niet meer gelovig zijn, dan ben je wel slimmer.

Je moet toch leren om je verstand te gebruiken.

En als je dan vertelt dat je een christen bent, dan voelt dat toch een beetje raar.

Dat je opeens anders bent dan anderen, in wat je doet en wat je zegt.

Hè, ben jij gelovig!? Dat had ik helemaal bij jou niet gedacht.

Afgelopen jaar hebben we vaak over vragen van het geloof door gepraat.

Sommigen doen belijdenis, anderen groeien er nog verder in.

Juist die vragen die je soms bij het geloof kan hebben, kunnen best lastig zijn.

Toch levert het vaak ook boeiende gesprekken op!

Het laat ook zien dat geloven niet altijd zwart-wit is.

In de bijbel roept iemand: ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp.

En juist in het verhaal dat Petrus op het water loopt, zien we twee kanten.

Een sterk geloof en een klein geloof.

Wat kun je daarvan leren? Wat betekent dat voor ons geloof?

Welke boodschap zit daarin voor vandaag?

[#2] Ook Jezus wilde de mensen laten zien, dat Hij Gods zoon was.

Maar niet een stoere politicus met grote woorden, maar de reder van de wereld.

Hoe heeft hij dat in zijn tijd laten zien?

Het eerst wat we zien in dit verhaal is dat de leerlingen van Jezus in de boot zitten.

Ervaren vissers, midden op het meer, die te maken hebben met een sterke wind.

Ze zijn door Jezus bijna in de boot geduwd. Want Jezus wilde dat ze weg gingen.

Hij had een wonder gedaan, heel veel eten gemaakt van vijf broden en twee vissen.

De menigte komt naar voren om Jezus heen:

Ze zien in Jezus wel een man die hen kan helpen in de strijd tegen de Romeinse overheersers.

Jezus wil zich niet laten gebruiken voor hun plannen en laat zich geen koning maken.

Geloven wil niet zeggen: hier met een groep mensen een politieke partij oprichten.

Het koninkrijk van Jezus is niet van deze wereld. Geloven gaat verder!

Maar ja … dan zitten zij met z’n allen in de boot. En het blijft niet bij een beetje wind.

Het gaat stormen en de golven worden steeds hoger. De golven beuken tegen de boot.

De leerlingen worden angstig. Ze hadden net een wonder van Jezus gezien.

Maar toch … even later is Jezus wel heel ver weg. Ze zijn hem vergeten.

En in hun angst raken ze in paniek. Ze zien dingen die er niet zijn.

Menen een spook te zien, een geest. Misschien een beetje in het maanlicht.

Als het ergens rond half vijf ’s morgens is en ze de hele nacht al gevaren hebben.

Als ze midden op het meer ronddrijven,

in plaats van dat ze langs de kust op de plek van bestemming aankomen.

Jullie gaan nu belijdenis doen, een hoogtepunt in je geloof.

Een moment van vertrouwen, van zekerheid, van mensen die je feliciteren.

Maar hoe gaat het straks? Als het gewone leven weer begint en de golven over je heen slaan?

Doordat je moeilijk dingen meemaakt als ziekte, overlijden, stress, relatieproblemen, zorgen?

Of doordat jongeren zeggen: je hoeft echt niets van Jezus te verwachten. Hij is er niet.

Of jullie noemden ook: doordat je het zo goed hebt hier, zoveel welvaart, en je God vergeet?

Ik hoop dat je van dit verhaal twee dingen mag onthouden:

Vers 23 en 24 zijn geen twee losse plaatjes, maar ze horen bij elkaar.

Terwijl de leerlingen worstelen op de boot, is Jezus aan het bidden.

En we weten dat als Hij bidt, dat Hij dan voor zichzelf bidt, voor de wereld.

Maar juist ook voor de leerlingen. Soms lezen we hun namen, bijv. dat Hij bidt voor Petrus.

Jezus bidt voor hen in de weg die zij moeten gaan.

Zo is Jezus steeds biddend om je heen. Straks krijg je Gods zegen:

God belooft, ik zal er zijn: al slaan de golven om je heen. Zie het niet. Ga je andere dingen zien.

Zie spoken en geesten, leeuwen en beren: ik ben er, ik bid voor je!

En het tweede dat je vast mag houden: Als Hij daarna over het water loopt.

Dan is dat niet maar niet om te laten zien wat Hij kan. Om zijn macht te tonen.

Nee. Hij loopt naar de leerlingen toe. Hij is onderweg naar hen. Hij zoekt hen op!

Jezus komt naar je toe, met zijn liefde, zijn kracht, zijn aanwezigheid.

Al is Hij naar de hemel gegaan: Hij wil je niet alleen laten, maar je opzoeken en helpen.

Gerust stellen: ‘Houd moed, ik ben het, wees niet bang’.

Wat sluit dat nauw aan bij wat het geloof voor jullie betekent: Bijv. de tekst van Isa:

Wees niet bang, want ik ben bij je, ik ben je God, ik zal je sterken!

Bij alle moment die gaan komen in je leven, blijdschap, verdriet. ‘in de storm bent u nabij’.

Zorgen en vreugde. Licht en donker. Alleen en samen. Rijk of arm. Ver of dichtbij.

[#3] Maar wat vraagt dit nu van jezelf. Want dit zijn mooie woorden over God, maar wat doe jij?

Petrus is gegrepen door die geweldig macht van God. Hij vindt het geweldig!

Hij laat zien dat hij zich nu helemaal gezien en gedragen voelt: hij ziet zijn redder.

Hij staat op en hij wil nu niets liever dan bij Jezus zijn. Wat een geloofsbelijdenis!

Bij U is de mooiste en beste plaats. Niets is beter dan bij U te zijn. Heer, kom dichterbij!

En hij vertrouwt zo op Gods almacht en kunnen, dat hij er niet over twijfelt of hij naar Jezus kan.

En Jezus roept hem: Kom! Jezus vindt het goed. Er zit hier niets stoers van Petrus in.

Hij is gewoon heel direct in zijn liefde voor Jezus.

Petrus pakt de rand van de boot en stapt op de golven. Hij loopt gewoon over het water!

Kijk dat is geloof: dat is een groot geloof, niet zozeer omdat hij zoveel kracht heeft.

Maar omdat hij volledig op Jezus gericht is, Jezus die alle macht heeft, waarbij hij zich veilig weet.

[voorbeeld: hangslotje in Parijs. Je bent met Jezus verbonden = belijdenis doen]

Maar dan plotseling ziet hij de golven: Hij kijkt niet meer naar Jezus.

Hij begint te twijfelen. Hij denkt bij zichzelf: wat ben ik nu voor idioot.

Hoe kan ik dit nu gedaan hebben. Met moeite konden we in de boot blijven drijven.

En nu moeten mijn voeten mij alleen dragen, midden op een meer, tussen de golven.

Straks verdrink ik, straks ben ik er niet meer.

Nu is hij opeens zijn vertrouwen kwijt, zijn geloof, zijn vastigheid.

Jezus noemt hem een kleingelovige. En jullie zeiden: is dat niet heel menselijk?

Het is toch heel begrijpelijk. Zo zijn we toch allemaal. In de inleiding noemde ik het al.

Je zegt nu ja tegen Jezus, maar als je in je hart gaat kijken. Kunnen er zomaar vragen zijn.

Twijfels of het nu wel klopt, of het niet vreemd is, of God echt wel zo machtig is.

Als je problemen krijgt: of God je wel echt kan helpen. Of er echt iets is na de dood.

De grote zee is vol gevaren: en zo kan ook het leven van alle kanten vragen oproepen.

De zonde kan je van alle kanten bedreigen: de duivel zit niet stil.

Maar wat een wonder, wat heerlijk! Petrus is wel kleingelovig, maar niet ongelovig.

Hij heeft nog geloof, en wie het kleinste geloof heeft, als een mosterdzaadje, is nog niet verloren!

Hij roept het uit naar Jezus: help me, ik zink. Heer red mij!

En zo krijgt hij misschien wel natte voeten, maar gaat hij niet kopje onder.

Juist op het juist moment heeft hij weer tot Jezus geroepen en daar zijn kracht gezocht!

In mijn twijfels mijn verdriet, in mijn falen ontbreekt U niet (Linda)

Wat laat dat duidelijk zien hoe belangrijk het gebed is.

Je mag altijd als de vragen je overvallen, als het geloof nog zo vreemd is.

Roepen tot Jezus, zijn naam noemen, Hem om hulp vragen.

Hij wil je nabij zijn en ondersteunen. Hij wil je helpen.

Hij zal je tillen, verder dan je voeten zelf kunnen dragen.

Zo wordt Petrus weer in de boot gezet. En dan gaat de storm liggen.

Dan komen ze samen tot een belijdenis: werkelijk U bent de zoon van God.

Werkelijk U bent Gods zoon!

[#4] Nu begrijp ik wel dat dit niet al je vragen opeens weg neemt.

Het blijft een wonder, het blijft iets ongrijpbaars.

Het is niet altijd makkelijk om uit te leggen dat je geen spoken ziet.

Maar dat je als je geloof in Jezus: dat je dan gelooft in God die alles gemaakt heeft.

Ook de natuurwetten gegeven heeft en zo de wereld leidt.

Opvallend vond ik dat jullie zeiden: wij geloven dit wel, ook al is het vreemd.

Wij kijken er niet zo vreemd van op dat Jezus op het water loopt.

Er zijn meer dingen die kan aannemen, als je gelooft dat God deze wereld gemaakt heeft.

Maar wij vinden het wel lastig hoe je dat dan uitlegt:

Hoe kun je dit nu serieus geloven in de 21e eeuw of vertellen aan iemand die niet gelooft.

Ik denk dat je het antwoord heel dicht bij jezelf mag houden.

Vroeger deed je misschien belijdenis omdat het van je verwacht werd.

Kwam je misschien niet met heel veel andere opvattingen in aanraken.

Maar jullie zijn vijf jongeren die heel goed weten hoe je verschillend tegen de dingen aan kan kijken.

Ook in de groep hebben we heel verschillende vragen, opvattingen en meningen gehad.

Hoe kwamen jullie dan toch tot deze keus? Rosanna zegt: ik wil bewust een keus maken.

Ik wil ja zeggen op mijn doop. Isa zegt: God is bij mij en Hij zal mij helpen.

Ik geloof dat ik altijd mag rekenen op Gods steun en kracht.

Hieke wijst erop dat we een geweldige toekomst tegemoet gaan en daar aan vast mogen houden!

Ik hoop dat jullie zo door het dicht bij jezelf te houden een licht in de wereld mogen zijn.

Niet omdat je zelf altijd op de toppen van je geloof loopt,

Maar omdat je eerlijk en oprecht bent. Soms heel blij en vol moed en vertrouwen.

Soms ook je alleen voelt, maar dan toch ook roept: Heer help me!

Erop vertrouwt dat God zijn belofte heeft gegeven en met je mee zal gaan.

Je altijd zal leiden, stap voor stap, en dag voor dag, verder dan je eigen voeten kunnen dragen. Omdat Hij de grote schepper en redder is, in Jezus Christus. Voor ons bidt en je steeds weer zoekt. Amen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: