Lucas 24 – Brandde ons hart niet in ons!?

april 18, 2016

Preek gehouden in Vroomshoop/Heemse 2016

Tekst: Luc 24

 

Geliefde gemeente van onze Here Jezus,

Een droom ligt in stukken!

Wat de twee mannen die op weg zijn naar Emmaüs verwacht hadden is niet uitgekomen.

Ze hadden veel verwacht van Jezus,

ze horen bij zijn trouwe leerlingen,

maar het enige wat nu over is zijn vragen en teleurstelling.

Ze waren tijdens het Pesachfeest in Jeruzalem geweest, ze hebben alles van dichtbij meegemaakt. Maar nu gaan ze weg. Ze laten Jeruzalem achter zich. Er zullen wel meer leerlingen geweest zijn, die weer weg gaan.

 

Jezus is opgepakt, aan het kruis genageld en begraven.

Vrijdag is Hij in het graf gelegd, heel de sabbat heeft Hij er gelegen, en nu op zondag, aan het begin van de middag zijn ze er wel van overtuigd. Het is voorbij! Hun Rabbi is er niet meer. Hij die hen samenbond is verdwenen. Hun dromen van verlossing en redding zijn als een ballon uit elkaar gespat.

 

Daar lopen ze dan. Ze moeten zo’n 11 km naar het Noordwesten lopen. Er staat dat ze met elkaar praten en discussiëren. Ze zullen alles weer bij langs gegaan zijn. Ze zullen elkaar proberen verder te helpen hoe je dit nu moet duiden. Maar ze komen er niet uit. Er staat dat ze droevig zijn. Hun blik is wat donker. Ze kijken verdrietig, zoals je verdrietig kijkt wanneer er iemand overleden is. Ze zijn treurig, het is van hun ogen af te lezen, zoals je treurig bent als iemand die je volgde, met wie je nauw optrok opeens ter dood gebracht is.

Als je wel eens een grote teleurstelling of afwijzing hebt meegemaakt, weet je wel hoe dat voelt. “Al je hoop is weg, je voelt je verlaten.” Als je ergens van gedroomd hebt, maar het komt niet uit. Of als je eens meegemaakt hebt dat iemand die je dierbaar was overleden is, kun je het gevoel van de leerlingen misschien vergelijken met wat u voelde op de derde dag. Voor iedereen is dat natuurlijk anders, maar je zult wel aangelopen zijn tegen een stuk verdriet, tranen, moeite of teleurstelling of grote vragen. Zo zitten deze leerlingen van Jezus vol vragen, zijn diep in de rouw gedompeld. Ik kan me goed voorstellen dat ze zich zo voelen. Ook ik zou verdrietig zijn als het op zo’n manier gebeurt dat een droom in stukken ligt.

 

Een Reisgenoot komt hen nabij! Midden in hun verdriet, terwijl ze somber gestemd zijn, komt er iemand van Jeruzalem hen achterop. Hij loopt iets sneller dan deze twee mannen, die samen in gesprek zijn. Hij hoort hoe ze discussiëren, hoe ze met elkaar praten. We lezen dat Hij dicht bij hen komt. Hij gaat samen met hen op weg. Ze krijgen een reisgenoot erbij. In hun vragen en verdriet worden ze niet alleen gelaten.

Het is Jezus Christus, de opgestane Heer. Vanmorgen nog voor het aanbreken van de dag, is Hij opgestaan uit de dood. Hij is aan Maria verschenen en aan Petrus. En nu is Hij in zijn verheerlijkt lichaam de twee Emmaüsgangers nabij. Hij zal er gewoon uitgezien hebben als anders: dezelfde stem, hetzelfde gezicht. Maar, jongens en meisjes, het lijkt wel of God die twee mannen een blinddoek omdoet. Heel letterlijk staat er: Hun ogen worden vast gehouden, hun blik wordt vertroebeld, ze herkennen Hem niet. Ze zien wel iemand meelopen, maar ze zien niet in dat dit Jezus is.

Zo is Jezus dus met hen. Jezus wordt hun reisgenoot. Terwijl er bij hun nog geen sprankje geloof is, terwijl ze vastzitten in hun verdriet. Dat is het eerste wat zichtbaar wordt op deze Paasmiddag in de ontmoeting met de opgestane Heer. Hij is er! Doordat Jezus is opgestaan, doordat hij niet in zijn graf gebleven is kan Hij er zijn. In Hem wordt duidelijk dat God is wie Hij is. JHWH, De Heer is nabij!

Waar jezelf vast kan zitten in je vragen, in je verdriet in je teleurstelling.

Waar je zelf niet weet wat je moet geloven en wat waar is in het geloof.

Waar je zelf je weg gaat, van dit leven, en misschien niet weet hoe die weg verder moet. Je kracht misschien opraakt, of je teleurstelling groot is. Waar je zelf een weg gaat, zonder dat je een doel ziet … Komt Christus nabij.

Hij is er gewoon.

Ook al herken en geloof je Hem misschien nog niet. Zijn aanwezigheid en zijn op weg zijn met jou en met u, mag je bemoedigen. Hij wil ook jouw reisgenoot zijn.

Hij is het die naar hen luistert. Hij stelt de Emmaüsgangers een vraag:

Leg eens uit: Waar praten jullie over?

En dan is het alsof Hij een verdriet weer helemaal oprakelt. Ze kunnen niet verder lopen. Ze blijven verbaasd staan.

Is Hij dan de enige die niet weet wat er gebeurd is?

Is deze vreemdeling niet op de hoogte van de gebeurtenissen?

‘Wat is er gebeurd dan?’ Vraagt Jezus

Dan vertelt Kleopas de vreemdeling alles, van A tot Z. Hoe Jezus een machtig profeet was. Hoe Hij gepreekt had over het koninkrijk. Hoe Hij zieken had genezen, hoe Hij wonderen deed. Hoe Hij kracht van God had dat Hij dat kon doen. Over hoe Hij binnengehaald was als Koning, terwijl de mensen Hosanna riepen. Nu komt de verlossing voor Jeruzalem hadden, ze gedacht. Maar toen werd Hij verraden, gearresteerd en veroordeeld. Ze leefden in de hoop op bevrijding, maar het kwam niet uit.

Dan vertellen ze ook over de gebeurtenissen van vanmorgen. Er zijn vrouwen bij hen gekomen die vertelden dat het lichaam van Jezus weg was en dat ze engelen gezien hadden, die zeiden dat Hij leeft. Verwarde vrouwen. Maar ook de leerlingen hadden Hem niet gezien. Zijn lichaam niet, Jezus niet. Ze zijn daardoor niet alleen maar bedroefd meer, maar ook helemaal in de war. Ze begrijpen er niets meer van.

De vreemdeling luistert. Hij hoort toe. Rustig laat Hij hun hun verhaal doen van ongeloof, van vragen van verwarring.

Hij luistert naar hun vragen… hun ongeloof … hun verdriet …

Zo kun je ook vandaag moeite hebben met geloof. Kun je vragen hebben bij wat waar is. Gisteren zei iemand nog: ook veel christenen van vandaag kunnen de opstanding moeilijk geloven. Zo kun je je twijfels hebben bij een mens die weer tot leven komt. Kun het door allerlei dingen in je leven, of in de kerk, vooral teleurgesteld zijn in het geloof. Kan het in jouw ogen allemaal niet kloppen. Zo snapten Kleopas en zijn metgezel er ook helemaal niets meer van.

Dit waren mannen, die al vanaf dat ze een klein kind waren de boeken van de bijbel hadden gehoord. Zij hadden Jezus zelf gezien en horen preken. Er was hun zelfs al verteld dat engelen zeiden dat Jezus leeft en van andere discipelen hadden ze gehoord dat Jezus’ lichaam er niet meer was. En toch… is hun hoop weg, zijn ze bedroefd en verward, gaan ze weg uit Jeruzalem.

Maar dan is er iemand die naar hen luistert, die hun hun verhaal laat doen. Zo mag je ook in de kerk naar elkaar luisteren. Als ouders naar je kinderen, als vrienden onderling, als ambtsdragers naar gemeenteleden. Als er vragen zijn. In de bijbel is het Paasfeest niet het feest van de grote verhalen en een juichende mensenmenigte bij het graf. Er is twijfel, er zijn vragen, er zijn moeiten. Bij de vrouwen, bij Petrus, bij Thomas, bij Kleopas en zijn vriend. Maar Jezus is met hun, Hij is hen genaderd en hoort hun verwarring aan. En Hij luistert.

 

Maar daarna opent hij ook de bijbel. Nadat hij hun verhaal aangehoord heeft. Hij luistert niet alleen. Gelukkig niet! Luisteren is een gave, het is een kunst, maar alleen luisteren is niet altijd genoeg! Jezus spreekt ook. Hij spreekt teleurgesteld en ook verwijtend: o, onverstandigen! Het ontbreekt hun aan verstand. Heel indringend spreekt Jezus hen aan! Zijn ze nu zo dom dat ze er niets van begrijpen? Wat zijn ze langzaam om het in hun hart op te nemen in geloof.

Ze hadden een droom. Ze leefden in de hoop dat de Christus Israël zou bevrijden en verlossen. Maar klopte die droom wel. Zou het alleen een triomftocht worden? Moest de Heiland dit niet lijden om tot zijn heerlijkheid in te gaan. Ze hadden niet de juiste verwachtingen van de Messias. Ze hadden er geen oog voor dat Hij ook moest lijden. Ze hadden de bijbel gelezen met hun eigen idee en zich niet echt opengesteld voor de woorden van Jezus.

Jezus laat dan zien hoe het hele Oude Testament al over hem spreekt. Hoe God in Gen 3 al gelijk gezegd had dat er niet alleen overwinning, maar ook strijd zou zijn, dat ook van de vrouw de hiel vermorzeld zou worden. Hoe Abraham in Gen 22 een bokje moest offeren in plaats van Isaak. Hoe de slang in de woestijn verhoogd moest worden. Hoe er in de tempel offerdieren geslacht werden voor de zonden van het volk. Hoe Ps 22 dichtte over “Mijn God, Mijn God waarom verlaat gij mij?”. Hoe in Zacharia staat dat het zwaard op de Herder neer moet komen. Hoe vooral ook in Jesaja staat dat de knecht des Heren door mensen veracht en verlaten werd. Hoe Hij een lijdende knecht moest zijn.

Als ze dat allemaal op een rijtje zetten, dan hoeft het toch niet afgelopen te zijn met het lijden en de dood van deze Jezus! Dan kan Hij toch juist de Messias zijn! Zo leert Jezus zelf hoe het OT al helemaal over Hem spreekt. Wat is dat een belangrijke les, juist als soms OT zo snel gelezen wordt zonder dat het gericht is op de Christus! De discipelen hebben ervan geleerd want we lezen later in Handelingen hoe Petrus en Stefanus ook vanuit heel het OT laten zien wat Gods plan is voor zijn volk.

Maar … mag Jezus zijn leerlingen dan zo berispen? In ieder geval mag Hij er wel op wijzen dat het belangrijk is om Gods Woord te lezen. Onbevooroordeeld en open. Telkens weer. Om zo de Geest tot je te laten spreken en in je te laten werken. Als je nu vragen hebt, moeite met het geloof.

Of als je wel heel graag wilt geloven, maar juist veel zorgen hebt in je leven.

Of als je juist alles wel goed vindt en niet teveel met de bijbel en God wil rekenen, dan trekt Jezus er juist weer bij. Kijk naar de bijbel, naar heel mijn woord. Ik wil je de weg wijzen!

Zo helpt Jezus dus bij verdriet en vragen. Hij wordt niet alleen een reisgenoot. Hij is er niet alleen, maar Hij spreekt ook! Geen woorden direct uit de hemel, op briefjes, maar wel woorden in de bijbel.

Daarom … lees elke dag uit de bijbel. Niet alleen je favoriete teksten, maar heel de bijbel, lees het gericht op Christus. Lees het met elkaar en laat je door elkaar corrigeren. Blijf dicht bij wat er staat en kom naar de kerk. Juist door zijn woord wil Christus jouw helpen om te groeien in vertrouwen en leven met Hem!

 

Hij zet dan de harten in vuur en vlam! Jezus doet alsof Hij verder wil gaan. Zo krijgen de mannen de gelegenheid om hun gastvrijheid te tonen, om Jezus uit te nodigen en verder naar Hem te luisteren. Ze gaan eten. Jezus breekt het brood en schenkt de wijn in. Op dat moment maakt God hun ogen los. Hij is het die hun het geloof geeft en ze krijgen een helder zicht op wie Hij is. Jezus Christus. Hij leeft. Hij is bij hen. De Heer is waarlijk opgestaan. Wat een wonder! Terwijl ze Jezus niet meer kunnen zien roepen ze het uit: Brandde ons hart niet in ons, toen Hij tot ons sprak! Ze gaan naar de apostelen. Weer 11,5 km terug en ze vertellen het. En ook zij zijn tot geloof gekomen. De Heer is waarlijk opgestaan. Wat een blijdschap en een vreugde. Zo breekt het geloof aan de avond van de derde dag toch nog door!

Het is Pasen. Je viert dat in je eigen situatie. Bijna 2000 jaar na die derde dag na Jezus dood. Met dankbaarheid en verdriet. Met spanning en vreugde. Met ziekte en gezondheid. Jong en oud. Met een geloof dat een zeker weten is, maar tegelijk soms zwak vertrouwen. Met een geloof dat heel warm is, maar misschien ook wel eens sterk aangevochten. De Messias, de Christus behaalde de overwinning, maar bracht niet in één keer vrede. Het was niet alleen maar vreugde en “in de gloria”. Ook voor de leerlingen niet. Zo is het ook als je tot geloof komt: God geeft ook nu nog een kruis. Ook voor ons is het “door het lijden heen, gaan we tot heerlijkheid.” Maar Jezus geeft wel kracht naar kruis. Hij is ons nabij, als een reisgenoot op de weg. Hij geeft zijn woord. Hij toont zichzelf als het brood gebroken wordt en de wijn geschonken. En ik bid dat u Hem dan ook mag herkennen als de opgestane Heer. Dat het je in vuur en vlam zet, dat je vol raakt van Gods Geest en wil leven voor die HEER! Dat het geloof mag worden een zeker weten en een vast vertrouwen.

Jezus is opgestaan, lang geleden. Hem zij de glorie. Zou ik nu nog vrezen, nu hij leeft voorgoed!? Jezus zal weerkomen: Zie hem verschijnen, Jezus onze Heer! Je mag boven alle dagelijkse vreugde, verplichtingen en beslommeringen uitzien naar dat moment van de volkomen victorie. Hij wil ons hart in vuur en vlam zetten. Zie Hij komt! Amen

Advertenties

Matteus 27 – Hij werd bespot, zodat wij nooit meer te schande zullen.

april 18, 2016

Preek gehouden in Heemse, Goede Vrijdag 2016

Matteus 27:38-44

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[dia 1] U werd gespot en geslagen, de mensen zij scholden u uit! Men dreef de spot met Jezus. Waarom moest Jezus dat ondergaan? Wat heeft dat voor ons te betekenen?

Laten we letten op welke moment dit gebeurt: Jezus is al verhoord, gegeseld, bespot door soldaten, veroordeeld, hangt aan het kruis … dan worden er nog twee kruizen opgericht. Jezus wordt niet alleen gekruisigd, maar opgehangen tussen twee misdadigers. Criminelen, oproerkraaiers die door de Romeinse leiders hard aangepakt werden met een afschuwelijke dood aan het kruis. De martelingen nog erger dan in Guantánamo Bay. Een afschrikwekkende daad bedoeld om de mensen angst aan te jagen, vaak gebruikt voor slaven, dat ze het zelf maar niet in hun hoofd halen om in opstand te komen. Als een soort bandietenleider hangt Jezus in het midden. Een spijker door zijn voeten en door zijn polsen, de ademnood neemt steeds meer toe, de pijn wordt ondragelijk, een langzame, afschuwelijke dood, door benauwdheid en verstikking. “Ik kan er niet bij dat mensen dit doen” zei iemand, maar zo komt profetie van Jesaja 53 komt uit: Hij was een man die moest lijden, Hij werd gerekend tot de misdadigers. Voor veel mensen was het niet anders dan weer zo’n man, zo’n charlatan die onrust veroorzaakte. Spottend hebben ze erboven gezet dit is ‘de koning der Joden’. Dit doen ze met iemand die zo in opstand komt!

 

Besef goed dat Hij, als hij uitgescholden wordt, zelf al helse pijnen ondergaat aan zijn lichaam. Iemand zei: ‘als je pijn hebt dan heb je meestal wel genoeg aan jezelf’, maar het lijden van Jezus gaat door. Jezus daalt steeds een trede dieper af op de lijdensweg naar het graf. Straks wordt Hij door God verlaten, maar nu wordt ook steeds duidelijker dat Hij door de mensen verlaten wordt. Waar Hij zondag nog met gejuich werd binnengehaald op een ezel, is het nu heel anders met Hem gesteld. De stemming is omgekeerd, de mensen zijn teleurgesteld, opgestookt door de leiders: Zij reageren op Jezus dood door Hem uit te schelden.

Laten we bidden dat we vandaag mogen leren om wel op de goede manier bij het leven van Jezus stil te staan. Dat we niet verdrietig zijn om zijn lijden, omdat het zo erg is als iemand lijdt en zelf ook misschien al wel ervaren wat een pijn dood en lijden kunnen doen. Dat we niet geschokt zijn door hoe Hij door de mensen beledigd wordt, omdat het zo erg is als iemand gepest wordt en wij zelf misschien ook wel eens ervaren hoe moeilijk het is om gepest te zijn. Laten we bidden we vandaag onder de indruk komen van Jezus lijden en sterven, omdat we begrijpen wat hier echt aan de hand is, wat er hier eigenlijk gebeurt.

 

Dan letten we er eerst op hoe Hij door de voorbijgangers uitgejouwd wordt. Zoals in Psalm 22 al voorzegd is lopen de mensen hoofdschuddend voorbij: ze schudden spottend hun hoofd (22:8 BGT). Er liepen nogal wat mensen voorbij. Golgotha was bij de stadspoort, een kruispunt van wegen. Het was druk in Jeruzalem vanwege het Pesachfeest. Veel pelgrims kwamen langs. Maar ook mensen uit de stad die de stoet gezien hadden, waren gevolgd. Ze zagen Jezus’ hangen: en de mensen die dichtbij stonden konden zo wat tegen Hem zeggen: Zo’n kruis was vaak niet zo hoog, blijkt uit opgravingen. Iemand hing niet ver in de lucht, maar omdat Jezus wel op een heuvel gekruisigd werd konden toch veel mensen hem zien en wat naar hem roepen. Ze spotten met hem: en de mensen doen zomaar mee. Hier zie je hoe een groepsproces op gang komt. Hoe makkelijk kun je meedoen met schelden en pijn doen. Als iemand in de klas gepest wordt, als een heel stadion iets spottends roept. Wat kan het moeilijk zijn om iets van het vloeken te zeggen. Waar eerst de mensen hem nog eerden als koning, wordt Hij nu beschimpt, dat wil zeggen ze spotten met Hem.

 

Het is eerste waar ze Hem mee bespotten is met zijn uitspraak over de tempel ‘Ik zal de tempel afbreken’, had Jezus gezegd.  Jezus bedoelde zijn eigen lichaam. Maar voor de Joden voor wie de tempel zo belangrijk was een grote overwinning: haha, ook deze man moet niet proberen de tempel af te breken! De tempel is toch sterker dan Jezus. Dit verwijt was Jezus ook bij het verhoor voor de voeten gegooid. Ze hadden niet begrepen wat Hij bedoelde: maar ondertussen brengen ze zo zelf onder woorden wat er hier gebeurt: het lichaam van Jezus wordt afgebroken, de offerdienst in de tempel is niet meer nodig als dit paaslam is geslacht en straks zal het grote wonder gebeuren. Op de derde dag zal Jezus worden opgewekt. Jezus zal de tempel in drie dagen opbouwen.

Ze spotten met zijn woorden dat Hij de zoon van God is. Laat dan je kracht zien en kom van het kruis: maar tegelijk laat Jezus juist op dit moment zien dat Hij de Zoon van God is, door aan het kruis te blijven hangen. Zijn liefde voor zondaars is zo groot dat Hij blijft hangen. Hij wil tot de zondaars, tot de misdadigers gerekend worden, om zo zondaars tot leven te kunnen brengen en te kunnen redden. Hij werd tot schande gemaakt, zodat wij nooit meer te schande zullen worden.

 

Wat een troost mag dat zijn als je vandaag vervolgd wordt om je geloof, als je gepest wordt. Men dreef de spot met Hem, zodat wij nooit meer te schande gemaakt zouden worden. Als mensen zich tegen je keren, omdat je gelovig bent. Omdat jij zegt te geloven in de zoon van God. Als er dan toch pijn en verdriet is, dan kan het zomaar zijn dat iemand zegt: waar is dan jouw God. Hoe kan het dat je zo gelovig bent en toch elke keer te maken krijgt met lijden? Dat er bij jou een ziekte is? Dat het kwaad jullie elke keer lijkt te treffen. Als christen kun je te maken krijgen met getreiter. Soms is het moeilijk om er iets op te zeggen: maar wat een troost mag het zijn als je op Jezus mag wijzen. Ook Hij leed onder bespottingen, smaad en hoon. Maar Hij wist dat Hij daarmee juist Gods plan vervulde. Hij weet wat het is wat jij soms door moeten maken. Maar jij zult uiteindelijk nooit met lege handen staan of beschaamd uitkomen. Omdat Hij door God verlaten werd, zullen wij nooit door God verlaten worden. Onze wachter sluimert niet, Hij is er bij ook al gaan we door een donker dal, Hij richt voor ons een maaltijd aan voor het oog van de vijanden. Uiteindelijk brengt hij ons veilig thuis.

 

[dia 4] Een tweede groep mensen die Jezus uitschelen en bespotten, nadat Hij eerder al door de soldaten en voorbijgangers is bespot, is de groep van Joodse leiders. Maar waar de mensen Jezus rechtstreeks in het gezicht dingen zeggen, zeggen zij niet ‘u’, maar ‘hij’. Ze praten spottend over hem. Ze gaan met zo’n man niet in gesprek. Zij zijn speciaal de stad uitgekomen om te zien dat deze man nu eindelijk uit de weg geruimd wordt. Ook zij spreken over dezelfde dingen: anderen heeft Hij gered, maar zichzelf redden kan Hij niet. Ze weten goed dat Hij mensen genezen heeft, zieken, melaatsen, blinden, zelfs doden genezen. Maar geloven in Hem? Nee, dat doen ze niet. Het is bedrieger, iemand door de duivel zijn kunsten kan doen. Ze lachen nu heel hard: kijk maar wij hebben gelijk. Zichzelf redden kan Hij niet. Wat is het dan een rijkdom om te weten dat je mag zeggen: anderen heeft Hij gered, maar zichzelf redden wil!! Hij niet. Hij wil juist de weg door lijden en dood heengaan om anderen redding te geven. Hij wil zijn Vader gehoorzaam zijn: het is een nieuwe uitdaging, een satanische aanval: Als je de zoon van God bent, kom dan van het kruis. Zo had de duivel ook gesproken: als je de Zoon van God bent, beveel dan dat die stenen in brood veranderen. Steeds weer probeert satan te voorkomen dat Jezus sterft aan het kruis. Petrus zegt na zijn belijdenis dat Hij zal voorkomen dat Jezus gedood zal worden, maar Jezus roept: Ga weg achter mij satan! In de hof van Getsemane voert hij biddend zijn strijd of de beker aan hem voorbij mag gaan, maar Hij besluit de beker helemaal leeg te drinken. Nu wil Hij ook in de laatste verzoeking staande blijven. Hij wil niet van het kruis komen!!

Als God voor Hem is, Hem goed gezind is, dan moet Hij toch van het kruis afkomen. Dan zullen ze wel geloven. Zou dat zo zijn? Ze hadden alles van Jezus gezien, maar geloofden niet. Hij had wonderen gedaan, maar wezen hem af. En wij: geloven wij in Jezus. Geloven wij dat we werkelijk door Hem gered worden. Of zeggen jij ook: eerst zien en toch geloven. Uiteindelijk zal Jezus nog een groter wonder doen dan van het kruis afkomen. Hij zal opstaan uit de dood: zalig ben je als je niet ziet en toch gelooft!

 

Zelfs de misdadigers deden mee, schrijft Matteüs. Maar Jezus blijft stil. Als een lam dat ter slachting wordt geleid. Hij verdraagt de hoon van de mensen en de leiders. Petrus zegt daar later over: Hij werd gehoond, maar hoonde zelf niet. Hij leed en dreigde niet. Zou het dan daarom zijn dat één van die misdadigers uiteindelijk tot inkeer komt als hij de reactie van Jezus ziet. Dat hij daarom uiteindelijk toch ziet dat hij op de verkeerde weg is? Dat Hij daarom toch in het paradijs mag komen? We weten het niet. Matteüs laat alleen zien dat Jezus door alle mensen om Hem heen verlaten is. Hij schold niet terug. Hij is heel die lange lijdensweg gegaan. Door de mensen verlaten roept Hij even later uit: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt u mij verlaten’. Hoe het donker wordt het dan. Hoe alleen is Hij dan. Zo sterft Hij door God en mens verlaten sterft aan het kruis.

 

Hij heeft in zijn lichaam onze zonden aan het kruishout gedragen, opdat wij dood voor de zonden, rechtvaardig zouden leven, schrijft Petrus. Die diepe zin mag ons vanavond nog het meest aangrijpen. Zijn dood, zijn gepest worden raken ons, maar nog het meest dat Hij juist om onze zonden: om die keren dat wij hem ontrouw waren, dat wij verkeerde woorden zijn, dat we kwaad deden, juist om onze zonden werd Hij daar gehoond en geslagen. Zodat wij vergeving ontvangen: zodat wij zelf niet de eeuwige dood en de helse verlatenheid hoeven te dragen. Hij werd bespot, zodat wij nooit meer te schande zullen worden.

Wat is jouw reactie, wat is uw reactie? Ik hoop dat je knielt voor het kruis. Ziet dat Jezus daar echt in plaats van jou hangt. Dat je zelf Jezus niet aan de kant zet, maar dat je in geloof zegt: Jezus, ik wil U bedanken voor wat U voor mij hebt gedaan

omdat U voor mij bent gestorven maar ook weer bent opgestaan

U werd geschopt en geslagen ze lachten en scholden U uit

en zelfs door uw vrienden verlaten hing U voor mij aan het kruis

Jezus, ik dank U U gaf uzelf voor mij; Jezus, ik dank U en geef mijzelf aan U. Amen


Joh 20:1-18 – Hij is opgestaan!

april 8, 2015

Preek gehouden in Heemse, Pasen 2015
Tekst: Johannes 20

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus, jongens en meisjes,
[Dia verstoppertje] Wie van jullie heeft wel eens verstoppertje gespeeld? Je bent iemand kwijt en dan ga je zoeken. Je zoekt in alle kamers van het huis. Je zoekt in alle plekjes. En als het even kan zoek je een plekje waar men je niet verwacht. Wat is het dan vervelend als je diegene niet kan vinden. Iemand is zo goed verstopt, dat je gewoon echt niet weet waar hij is! Hopelijk stop je dan niet met zoeken. Wat ben je dan blij als je degene gevonden hebt. En misschien zeg je dan wel: Tjonge, wat heb jij een goede verstopplek! Iemand vergeleek de zoektocht van Maria van Magdalena op deze paasmorgen eens met hoe je zo kunt zoeken: ‘ze zoekt wel, maar ze slaat de plek over waar je het niet zou verwachten’.
[Dia Maria] Je leest in de Bijbel dat ze al heel vroeg terwijl het nog donker was op weggaat. Ze had goed opgelet waar ze Jezus gelegd hadden. Ze gaat met andere vrouwen naar het graf, waar Jezus begraven ligt:
haar meester, die haar weer beter had gemaakt toen ze zo in de war was.
Haar meester, waar ze zoveel van houdt.
Haar meester die ze aan het kruis geslagen hadden, ze had van een afstandje staan kijken.
Maar hoe vroeg ze die morgen ook komt, ze is te laat. Want als ze die morgen huilend bij het graf komt, schrikt ze heel erg! De steen is weg! Ze raakt helemaal in de war. Ze moeten Jezus wel gestolen hebben, het gebeurde wel vaker dat dieven het graf van een rijke man plunderden.
Ze vertelt het de leerlingen: Johannes en Petrus komen. En Johannes komt tot geloof. Maar Maria kan het niet geloven. Ze blijft huilen, ze blijft zoeken, ze heeft nog steeds niet gevonden.
Zelfs als de engelen zeggen: ‘Waarom huil je?’, laat ze zien dat ze aan het zoeken is: “Ik weet niet waar zijn mijn Heer hebben neergelegd”.
[Dia ‘vandaag’] Soms kun je zelf in je leven ook zo vast zitten. Op zoek zijn. Dat je zoveel verdriet hebt, dat de tranen soms echt over je wangen lopen. Dat je zelf een toekomst had uitgestippeld in je leven: voor je zag hoe je gezond, met de ander, met je geliefden, met kinderen, met een leuke baan hier zou kunnen leven. Maar dat je opeens van alles uit handen wordt geslagen, dat je zo verdrietig en uitgeput bent dat je niet ziet hoe jouw leven nog weer mooi en goed zou kunnen komen. Dat je door ziekte of overlijden, door moeite of werkloosheid echt het vertrouwen in de toekomst kwijtraakt. Ik denk aan een gesprek dat ik met iemand had die thuis zat omdat ze al de taken op haar werk niet kon overzien. Ze wilde alles goed doen, trok alles naar zich toe. Maar nu zat ze thuis, kon het niet meer aan. Begon soms zomaar te huilen. Wist niet waar ze het zoeken moest. En zeker ook niet waar God nu in haar leven gebleven was. Hoe moet je nu verder?
[Op zoek naar Hem] Wanneer je leest wat Johannes schrijft in het mooiste hoofdstuk van zijn boek, dan zie je dat hij zich vooral richt op Maria van Magdala. Zij is de zoekende en huilende vrouw, die uiteindelijk gaat ontdekken dat Jezus leeft. Maar dat doet ze niet zomaar. Wanneer je moeite in je leven hebt, dan kan het soms moeilijk zijn om weer het licht te vinden. Om te zien dat God wel goed is. Johannes laat zien dat het Maria van Magdala ook tijd kost. Terwijl je als lezer ondertussen weet dat Jezus leeft en is opgestaan, gelooft Maria dat nog niet. Johannes komt tot geloof, Maria nog niet.

De engelen stellen hun verbaasde vraag: Waarom huil je? Zij weten al dat Jezus is opgestaan, zij weten dat Hij leeft. Maar Maria ziet dat nog niet. Ze had dan de moed op kunnen geven en naar huis kunnen gaan. Verdrietig dat het mooie geloof in de Messias dat ze had, kennelijk ook niet echt was. Dat het haar niet echt verder hielp.

Ze had huilend op de bank kunnen blijven zitten. Maar wat deed ze … ze ging op zoek. Ze kwam in beweging. Ze ging naar het graf. En toen de steen weg was schakelde ze de hulp van de leerlingen van Jezus in. Ze blijft bij het graf als de leerlingen weer weg zijn en praat met de engelen.

[Gezien door Hem] En dat niet alleen … zoals Johannes het beschrijft zie je vooral hoe Jezus met haar bezig is. Terwijl zij zich alleen voelt, staat Jezus achter haar. Terwijl ze praat met de engelen hoeft ze zich alleen maar om te draaien. Als ze haar vragen stelt aan de tuinman, stelt ze de vragen eigenlijk aan Jezus zelf. Ze heeft het niet in de gaten, maar Jezus heeft haar allang gezien. In haar verdriet, in haar tranen, in haar zoeken. Zoals Jezus eens Natanaël al zag zitten onder de vijgeboom (Joh. 1), zoals Jezus precies het hele verhaal wist van de Samaritaanse vrouw, die bij de bron zat en aan wie hij vroeg om water. Hij wist al van haar man, en van haar mannen, Hij had alles al gezien.

[Gezien door Hem] Wanneer je huilend en zoekend in het leven staat, mag je weten en geloven dat Jezus ook jou al gezien heeft. Dat Hij de pijn en vragen kent, ook die vragen die er in jou leven zijn. Hij is het die je helemaal begrijpt en doorgrond. Elke stap kent hij. En hij is ook met jou bezig. Op zijn manier helpt Hij jou dat te ontdekken.
Bid dat je ogen open mogen gaan voor Hem als de Levende Heer. De Levende God die ook bij jou wil zijn, die dat soms laat zien in een Bijbelwoord dat opeens tot je doordringt en je een weg wijst, door diegene die jou die helpende woorden aanreikt, door een engel die op een wonderlijke manier jou op weg helpt.
Maria hoorde de stem van de engelen. Ze zag het lege graf en de doeken waar Jezus doorheen gegaan moet zijn. Maria zocht haar Heer, want Hij was haar bevrijder. Hij was ook voor haar gekruisigd. Zij wilde niet leven zonder hem.

[Maria!] En dan klinkt plotseling die bijzondere roep: Maria! De huilende en zoekende Maria hoort haar eigen naam klinken in de tuin. Hoe zal dat geklonken hebben. Boos en verwijtend? Zo van: Maria, nu moet je toch eens ophouden met huilen. Je bent op de verkeerde weg. Zo vind je mij niet. Aansporend en wakker roepend? Zo van: Maria, kom op, open nu je ogen en zie nu dat Ik het ben. Ontdek nu dat Ik niet meer dood ben, maar leef. Dat Ik gedaan heb wat Ik gezegd had?
Wanneer ik bedenk wat Jezus gedaan heeft. Dat Hij afgedaald is van de hemel, zich vernederd heeft, de pijn van deze wereld gedragen heeft, en de zonde op zich genomen heeft. Als ik bedenk hoe groot zijn liefde, Gods liefde geweest moet zijn voor ons zondige en soms moedeloze mensen, dan geloof ik dat Jezus hier vooral gezegd heeft: Maria! Geliefde Maria! Dat Hij vanuit zijn hart, vanuit zijn liefde hier tot haar spreekt en haar in liefde roept. Maria, ik heb je al gezien. Maria, ik heb mezelf ook voor jou gegeven. Maria, je mag mijn kind mijn schaapje zijn. Al je zonden zijn vergeven.

[Raboeni] En zoals staat in Johannes 10 ‘De schapen kennen de stem van de goede Herder’, zo herkent Maria dan zijn stem als ze bij naam geroepen wordt. En ze roept het uit in geloof! Mijn Meester! Raboeni!
Zo mag je vandaag ook weten dat God jou bij je naam noemt. Dat hij je roept, midden in je leven. Soms door een Bijbelwoord, soms door een ander, jouw naam klinkt. Hij wil jou bij je naam roepen, je bent van Hem. Wanneer je dat hoort mag je weten dat hij je kent in al je zoeken en vragen, dat hij je helemaal begrijpt, dat Hij je liefheeft en je bij hem thuis mag komen. Het avondmaal mag vieren! Ik hoop en bid dat die momenten in je leven mogen komen, ook als het nog donker is.

[Toekomst] Jezus moet Maria waarschuwen: je kunt me niet vasthouden. We kunnen niet samen terug naar hoe het hiervoor was, ik moet verder. Ik moet nog opvaren naar mijn Vader om voor alle mensen de redder en bevrijder te zijn. Ik wil leven in een nauwe band met al je broeders en zusters. Hun God is jouw God. Ik zal zorgen dat uiteindelijk iedereen in die verbondenheid met God zal leven! In een eeuwige vrede.
Wij leven twintig eeuwen later. Vandaag kunnen we hier om ons heen niet altijd zien hoe God bezig is zijn volmaakte rijk te brengen. Maar Maria werd van een zoekende vrouw, een blijde, vertelde vrouw. God gaat het goed maken! Jezus leeft. Ik bid dat we ook steeds meer zo van hier mogen gaan. Jezus leeft! Hij is opgestaan. Nee, dan is nog niet alles goed en opgelost. Maar Jezus leeft. Hij is met je alle dagen van je leven, tot aan de dag dat Hij weerkomt. Hij noemt je bij name en ik hoop dat je zijn stem dan zult herkennen en eeuwig bij hem zult leven in vrede. Amen


Mat 28:8-10 – Een goede morgen, Christus leeft!

april 20, 2014

Preek gehouden in Heemse, Pasen 20-04-2014
Tekst: Matteüs 28:8-10
Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,
[dia 1] Christus leeft! Zij is al aardig op leeftijd. De dagen zijn lang. Bijna niemand komt langs. In haar hoofd zijn vooral herinneringen. Haar man is al overleden. Ze heeft verdriet om de ziekte van haar zoon. Van toen de kinderen klein waren, toen ze een sterke vrouw was, toen ze altijd bezig was. Vandaag is het Pasen, ze denkt terug aan het paasfeest. Wat werden er vroeger soms veel eieren gegeten! Wat betekent het voor haar dat Christus leeft?
Hij staat midden in het leven. Zijn werk is heel belangrijk. Hij maakt heel wat uren voor de baas en weet zich gewaardeerd in zijn werk. Goed gedaan! Hoort hij regelmatig. Hij geniet van het leven, hij geniet van zijn kinderen als ze bij hem zijn. Hij heeft zijn leven weer aardig op aarde, na de scheve schaats die hij 5 jaar geleden had gereden. Sinds kort heeft hij een nieuwe vriendin, die de kinderen ook graag mag. Wat betekent het voor hem dat Christus leeft?
Zij heeft een goed stel hersens. Heeft die ook altijd goed gebruikt. Ze heeft meer van de wereld gezien en veel contact met mensen die niet geloven. Ze noemt zich wel gelovig, maar met haar verstand vind ze het wel eens moeilijk om te begrijpen. Hoe kan iemand die gestorven is weer levend worden? Waarom zou je deze boodschap eigenlijk geloven, als er nog wel 600 anderen levensovertuigingen zijn. Vandaag is het Paasfeest, Jezus die weer levend wordt: wat betekent het voor haar dat Christus leeft?

Vanmorgen vat ik de boodschap van Pasen zo samen: Een goede morgen, Christus leeft!
1. Ontmoet Hem
2. Kniel voor Hem
3. Vertel van Hem

Op die allereerste paasmorgen had iedereen ook zijn eigen verhaal. Maria had haar Zoon verloren. Petrus zijn meester verloochend. Er waren spannende dagen geweest. Ook de vrouwen waren verdrietig en bang geweest. Hun meester was niet meer. Maria van Magdala was door Hem bevrijd van zeven duivelse geesten. Vroeg in de morgen waren ze naar het graf gegaan. De grond had gebeefd. Ze hadden daar de boodschap van de engelen gehoord, dat Jezus leeft en dat ze Hem in Galilea zouden ontmoeten.
Dan lezen we in onze tekst dat ze snel vertrekken uit het graf. De engel had gezegd dat ze niet bang hoefden te zijn, maar toch lezen we dat er nog angst is in hun hart. Het waren ook bijzondere dingen die ze hier hadden meegemaakt. Een engel an de Heer ontmoeten, dat was iets bijzonders, iets goddelijks. Net als op andere plekken in de bijbel verteld wordt kun je je voorstellen dat ook in door deze ontmoeting, in zo’n donker graf een stuk angst achterblijft.
Maar er is meer dan alleen angst. Want er naast de angst is er grote blijdschap in hun hart komt. Ze hadden de boodschap gehoord, maar Jezus nog niet gezien. En toch gaan ze. Ze geloven, zoals je vandaag mag geloven: geloven dat Jezus is opgestaan, zonder het gezien te hebben. Hun geloof groeit: zou het dan toch waar zijn? Opgetogen verlaten ze het graf. Er gloort hoop! Gehoorzaam gaan ze de boodschap doorgeven.
Maar als ze zo van het graf weglopen, komt iemand hen tegemoet. Hij zegt tegen hen: Goedemorgen. Een gewone groet. Hij zegt niet wat in het Arameesch gebruikelijk was: vrede zij u! Nee, Hij zegt: blijdschap voor u. Een Griekse groet, die zoveel betekent als: goedemorgen. Niets bijzonders. Maar voor de vrouwen dit keer wel! Want het is Jezus die het zegt. Ze herkennen Hem gelijk. Hij ziet er nu niet anders uit, nee, dit is hun meester en Heiland. Hij leeft! Dit is werkelijk een goede morgen! Hier worden ze werkelijk blij van! Wat bijzonder dat de Here Jezus nu mag laten zien dat Hij hen niet alleen liet, maar dat Hij de dood achter zich liet. Dat Hij levend is: wat een geweldig cadeau.
Wanneer een vader en moeder weten dat de verjaardag van hun kind eraan komt, dan bereiden ze zich voor op zo’n verjaardag. Ze kopen een cadeau, halen taart in huis, versieren het huis. Straks is het feest. En op de morgen zelf lopen ze naar hun kind toe. Ze zijn blij dat ze hem iets moois kunnen geven, een cadeau dat nu nog in mooi inpak papier verpakt zit. Ze zeggen: goedemorgen! Er is een glimlach op hun gezicht, omdat ze hun kind willen verrassen. Zo zal het voor de Here Jezus ook geweest zijn: terwijl de vrouwen bang zijn, maar ook opgetogen, heeft Jezus het mooiste cadeau dat maar bestaat voor hen. Hij leeft! Hij is sterker dan alle dood en verdriet, dan alle zonde en pijn. Hij heeft de overwinning behaald en met dat cadeau gaat hij naar de vrouwen toe: Goedemorgen! Ja inderdaad dit is een goede morgen, een morgen van vreugde, de beste morgen, met het mooiste cadeau dat je maar kan bedenken.
Jezus leeft! Ontmoet Hem! Dat is de aansporing van dit eerste punt. De Here Jezus zelf doet niets liever dan zichzelf aan jou, aan u bekend maken. Hij wil graag dat je hem ontmoet. Elke zondagmorgen, de dag van de opstanding, klinkt hier in de kerk de boodschap van de ‘goede morgen’. De vrouwen waren op pad gegaan, ze zochten hun redder. De vrouwen luisteren naar de engel en gaan onderweg naar de leerlingen. Dan ontmoeten ze Jezus en komt Hij als de levende Heer in hun leven.
Soms hoor ik iemand zeggen: vroeger moest je naar de kerk. Vroeger hoorde ik dat van katholieken en protestanten, en ze zeiden daarmee: nu ga ik als ik zelf zin heb. Nu hoef ik niet meer van mijn ouders of de mensen om me heen. Met als gevolg dat die kerken leeg waren en het geloof wegging. Het cadeau bleef steeds vaker ingepakt liggen. De laatste tijd hoor ik het hier ook wel ‘vroeger moest je’. Maar als de vrouwen in bed gebleven waren, dan hadden ze hun Heer niet gezien. Ontmoet Jezus! Hoor elke zondagmorgen zijn de vredegroet van de opgestane Heer! Open ook thuis je bijbel en vouw je handen. Om het cadeau van het leven te ontvangen, moet je nog steeds komen om de Heer te ontmoeten, om zijn ‘goedemorgen’ te horen!

2. Kniel voor Hem! Wanneer de vrouwen Jezus Christus herkennen, grijpen zij zijn voeten vast. Ze knielen voor hem neer. Ze aanbidden hem. Zo knielde men in die tijd neer voor een koning, voor iemand die heel belangrijk is. Als de vrouwen dit cadeau van Jezus krijgen, schieten woorden tekort. Ze knielen neer, vereren hun Heiland. Zoals eens de wijzen gekomen waren om te knielen voor de koning (Mat 2), zoals eens Jaïrus geknield had voor Jezus toen zijn dochtertje gestorven was, zoals de leerlingen eens geknield hadden voor Jezus, toen Hij zee en wind bevolen had en iets van zijn goddelijkheid zichtbaar was geworden en ze uitriepen: waarlijk, u bent Gods zoon (14:33). Zo knielen deze vrouwen voor Jezus, die zijn godheid liet zien door de dood te overwinnen.
Dat zij de voeten van Jezus vast kunnen grijpen laat zien, dat dit maar niet een visioen is. Jezus verschijnt in een veranderd lichaam, een verheerlijkt lichaam. Hij leeft echt. De vrouwen hadden het al gehoord van de engelen, maar nu mogen ze het ook nog zien. Wat geweldig dat wat je gehoord hebt dan ook echt klopt, echt waar is. Soms kun je twijfels en vragen hebben, diep in je hart denken, zou het wel echt waar zijn. Zoals dat meisje over wie ik vertelde. Die al zoveel gezien had van de wereld. Die goed kon nadenken. Toch als je dit leest in de bijbel: deze sobere verhalen kunnen alleen maar kloppen, als Jezus ook werkelijk is opgestaan. [Vrij Nederland] Als Jezus ook echt het nieuwe leven heeft ontvangen. Dan valt alles op zijn plaats: de aarzeling bij de vrouwen, de angst van de soldaten, de list van Herodes, het graf dat open is. Dan begrijpen we het geheim van het geloof misschien niet, maar voor de vrouwen mag het die morgen zichtbaar zijn. Wat ze gehoord hadden klopt: Jezus leeft. In plaats van dat zij met hun handen het koude en levenloze lichaam van hun heiland aanraakten en liefdevol verzorgden, mogen ze nu zijn voeten vastgrijpen, voelen zij dat Hij het is. Ze pakken die voeten waar drie dagen eerder de spijkers doorheen geslagen waren. Wat ze gehoord hebben is echt waar!
En wat doe jij? Christus komt naar je toe, met het mooiste cadeau ter wereld. Door zijn nieuwe leven, wil hij ook jou een nieuw leven geven. Ook al heb je een scheve schaats gereden, Hij wil je zonden vergeven. Hij wil je uitzicht geven op die grote dag, dat elke knie zal buigen voor Hem, omdat dan iedereen ziet dat hij werkelijk de opgestane Heer is, straks als Hij weerkomt met de wolken. Deze Jezus geeft je nieuw leven: de dag dat je geboren werd, toen je begon te ademen, te huilen, toen je vastgepakt werd en in de wieg gelegd, was er een glimlach op het gezicht van je ouders. Een geboorte! Een kindje! Nieuw leven!
Als je knielt voor Jezus, als je hem als koning aanvaardt, als je je leven met al z’n mooie dingen en fouten voor hem neerlegt, wil Hij jou een nog mooier cadeau geven. Zijn nieuwe leven, maakt voor jou nieuw leven mogelijk. Wil jou een nieuw begin, een nieuwe geboorte geven. Je mag delen in sterven, maar ook in zijn opstanding. Het is echt waar: Jezus leeft, ook voor jou! Kom en kniel voor Hem!

3. Vertel van Hem.
Tenslotte krijgen de vrouwen de opdracht om dit goede nieuws ook verder te vertellen. Ze kunnen Jezus niet vasthouden. Ze kunnen niet terugbrengen wat er in die jaren daarvoor was geweest. Het wordt nu allemaal anders. Christus heeft de boodschap van de engelen onderstreept door zichzelf te laten zien. Maar de boodschap is er niet anders om. [Tussen en de engelen en de Heer zijn geen verschillen.] Ze moeten doorlopen naar de leerlingen en dan zal Jezus hen in Galilea ontmoeten. Waar Hij eens op de berg zijn bergrede gesproken had, de grondwet van zijn koninkrijk, wil Hij nu zijn leerlingen ontmoeten. Vandaar zal het nieuwe rijk beginnen.
Matteüs had geschreven voor het Joodse volk. In zijn boek was hij begonnen bij het begin, het geslachtsregister, met de bijzondere plek die vrouwen daar ook in hadden. Jezus, de zoon van Abraham, van David. Matteüs laat zien dat de lijn doorgaat. Dat het doel van de opstanding is dat de mensen nu ook op weggaan om de volken tot zijn leerlingen te maken, dat velen gedoopt gaan worden. Dat Hij bij hen zal zijn, nee, niet dat je zijn voeten kan pakken, maar hij is er wel, dichtbij vanuit de hemel, en als je je handen vouwt, mag je je aan hem vastklampen. Hij is bij zijn volk, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.
Daarheen zijn wij nu met elkaar op weg, en schakelt God ook ons in. Of we nu oud zijn, of dat we een scheve schaats gereden hebben of het moeilijk kunnen geloven: wanneer je geknield hebt voor Koning Jezus, Hem aangenomen hebt als je verlosser, laat dan zijn opstanding heel je leven bepalen! De vrouwen moesten het vertellen. Vertellen aan ‘zijn broeders’. ‘Zijn broeders’ wat een geweldig woord. Niet aan dat stelletje lafaards, dat hem verlaten had, verraden had, dat er niet bij was toen Hij het moeilijk had, terwijl ze beloofd hadden bij hem te zijn. Nee! Christus is opgestaan. Hij gaf zijn leven, om de leerlingen aan te kunnen nemen als zijn broeders, als kinderen van God. Het is een goede morgen, want Hij zegt ook tegen jou en u: Mijn broer, Mijn zus, door mijn opstanding ben je een kind van Vader. En die liefdevolle woorden mogen de wereld overgaan. En terwijl je die boodschap doorvertelt van genade en vergeving, van liefde en nieuw leven, door je daden of desnoods in woorden, is Hij erbij. Alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.
Eens zal op die grote morgen, klinken het bazuingeschal.
Dan zullen alle graven opengaan.
Dan zal het ook een goede morgen zijn, de beste morgen
Dan zal ik de Heer ontmoeten, luisteren naar zijn liefdesstem,
daar geen rouw meer en geen tranen.
Daar wordt alles nieuw!
Laten we Hem de lof brengen: U zij de glorie, opgestane Heer!
Amen!

 

 


Luc 24:5,6 – Waarom zoekt u de levende hier bij de doden?

maart 26, 2013

liturgie Paasmorgen Hooghalen 2013

Morgendienst, 9:15
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Gz 94:1,2 (In het vroege …)
Wet
Zingen Gz 95 (Daar juicht een toon…)
Gebed
Lezen Luc. 24:1-11Openb. 1:12-18
Zingen Ps 16:3,4,5
Tekst Luc 24:5 en 6
Preek
Zingen Lied 215 (Christus onze Heer ..)
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Ps 66,1.2.7
Zegen en amen

Joh 21:12 – De levende Jezus laat je niet alleen!

april 9, 2012

Preek gehouden in Hooghalen/Beilen, 2012

Tekst: Joh 21,12

 

Geliefden van onze Here Jezus Christus,

Jezus leeft! Dat is het goede nieuws van Pasen. Verblijdt je! Zijn boodschap gaat heel de wereld over, mede dankzij het werk van zijn apostelen, van Petrus, Johannes en de anderen.

Maar wat zien ze van Jezus? Ze moesten eerst naar Galilea toegaan, maar als ze er zijn, is niet 1,2,3 duidelijk waar Jezus is. Wat wordt er van hen verwacht? Hoe zal Jezus bij hen zijn? Hoe wordt duidelijk dat Hij leeft?

Jezus leeft! Het goede nieuws voor de kerk, voor u, voor jou en voor mij. Maar wat betekent dat nu precies. Waar is Hij dan? Hoe is Hij dan bij mij? Maandag ga je naar school: je pakt je tas uit en legt je boeken op tafel. Is Jezus er dan. Of misschien zit je wel alleen in je stoel thuis, terwijl jij je eenzaam voelt: waar is Jezus dan? Is Jezus echt de levende, die je als ouderling of diaken wil helpen als het moeilijk is? Helpt Hij als er nieuwe ambtsdragers nodig zijn?

Er zijn mensen die niet geloven in Jezus Christus. In de postvakjes zitten uitnodigingen voor je buren of vrienden met wie je wel eens over het geloof praat. Het gaat er dan niet om dat je ’s avonds als het donker is, stiekem even een briefje in de bus doet. Zo heeft niemand me gezien? Nee, het is een uitnodiging die je geeft aan mensen met wie je omgaat en die regelmatig iets laat zien dat jij Jezus kent. Je nodigt ze uit om daar volgende week iets van mee te maken. Maar is Jezus dan wel echt de levende in jouw leven?

 

Vanuit hoe de Here Jezus in Galilea verschijnt, mogen we horen hoe Hij ook vandaag nabij wil zijn.

 

De levende Jezus laat je niet alleen!

1. Is Hij weg?

2. Hij is er door zijn Woord en macht.

3. Hij is er in zijn Maaltijd!

 

1. Is Hij weg? Zou Hij hier nog wel komen? De discipelen vragen het zich af. Ze hadden Jezus in de omgeving van Jeruzalem een aantal keren mogen ontmoeten. Maar nu zijn ze in Galilea, daar waar ze heen moesten van Jezus. Waar is Hij dan? Op een avond zijn ze met z’n zevenen bij elkaar, de discipelen, die ook zo hun vragen hadden of gehad hadden:

de fanatieke Petrus, die nog bij Jezus in de schuld stond omdat Hij hem verloochend had;

Tomas die pas in Jezus kon geloven toen Hij hem echt gezien had.

Natanaël die niet geloofde dat er uit Nazaret iets goeds kon komen.

Ook Jacobus, en nog twee waren erbij, en natuurlijk Johannes, die dit zelf beschreven heeft.

 

Johannes had zijn boek al afgerond, maar geeft in dit hoofdstuk toch nog een verschijning weer van Jezus na de opstanding.

Juist in Galilea zullen de discipelen eerst vol vragen zijn geweest.

Wat hadden ze veel met Jezus meegemaakt, juist ook aan de oevers van het meer van Tiberias. Maar wat zullen juist daar ook veel herinneringen boven zijn gekomen aan de gesprekken, de preken en de wonderen van Jezus. Wat zullen ze Hem juist daar gemist hebben. Het is net als bij ons, als iemand overleden is: wat kun je op sommige plekken of door sommige dingen die je tegen komt weer extra herinnerd worden aan degene die mist. Wat kan het gemis dan soms weer hevig voelen en de tranen op voelen komen.

 

Bij dat meer ligt ook nog de boot van Petrus. Op die avond dat ze met z’n zevenen bij elkaar zijn,

zegt Petrus: “Ik ga vissen.”,  wat er verder ook gaat gebeuren, ik ga eerst het meer op.

De anderen reageren gelijk instemmend: “Wij gaan met je mee”. Ze maken de netten in orde, ze stappen in het bootje, gooien de netten aan bakboord uit: drie netten van vijf meter, aan elkaar vastgeknoopt, zodat ze een lang net van 15 meter hebben. Zo kon je langs de kant van het meer goed vissen vangen, met name ’s nachts. De netten vormden een soort fuik, de kleine vissen zwommen wel door de mazen heen, de grote werden achterin verzameld. Maar hoe ze ook werken, waar zo ook varen: het net blijft aan bakboord leeg.

 

Maar mochten ze wel gaan vissen? Hadden ze niet biddend bij elkaar moeten gaan zitten wachten? Er zijn mensen die dit maar wat ongelovig van Petrus vinden: Hij wacht niet op zijn Heiland. Maar we lezen nergens dat de Heer dit niet goed vindt. Petrus gaat gewoon doen, wat hij zijn leven al gedaan heeft, dat waar zijn gaven en talenten liggen: Hij gaat vissen.

Daar kunnen u en jij en ik ook wat van leren. Je kunt nu ook soms het idee hebben: waar is God? Wat moet ik doen? Dan leert God ons niet om krampachtig de hele dag in de kerk te gaan zitten bidden, te vluchten in allerlei geestelijke activiteiten. Je mag ook gewoon je werk doen. Petrus is visser, Paulus was tentenmaker. Blijf niet stilstaan, maar pak je taak in Gods koninkrijk maar op: of die taak nu bij de kinderen ligt, of bij de zorg voor het land en dieren; Of je in de transport zit of de bouw; Of je studeert of naar school gaat. Ga maar doen wat je goed kan, God geniet ervan als je zo aan werk bent en je je taken doet.

 

De discipelen gaan vissen. Maar: het zit niet mee. Jezus zien ze nog niet, en nu lijkt de Schepper hen ook niet gunstig te zijn: de vissen willen in ieder geval niet het net in zwemmen, of anders gezegd: de vissers zien niet waar ze zijn moeten. Wat zullen ze zich in de vroege morgenstond dubbel triest hebben gevoeld: Niet alleen missen ze Jezus hier in Galilea, over hun harde werken en zwoegen gedurende hele nacht kwam geen zegen: ze vangen niets. De netten blijven leeg.

Ook nu kun je de Here Jezus niet echt zien. Je ziet de Here Jezus niet voorin de kerk staan; Hij staat niet letterlijk naast je op werk; en bij alle dingen die je meemaakt, geloof je misschien wel dat Hij er bij is, al kan dat ook nog wel eens moeilijk zijn, maar is Hij niet meer zichtbaar, tastbaar en hoorbaar aanwezig. Als het goed gaat is daar misschien nog mee te leven, maar als het tegen zit en Gods zegen uitblijft: wat kun je hem dan extra gaan missen. Als ik u hier zo zie zitten met de moeite die er kunnen zijn. Wat kunnen dan de vragen boven komen! Als je vastloopt op je werk; als school niet goed wil lukken; Als je te maken krijgt met een langdurige of ernstige ziekte; als je verandering wilt in je leven; als je verdriet hebt om een overlijden; Als je vol vragen en twijfels bent over de kerk en wat je nu moet. Wat zou het dan juist fijn zijn om eens een teken te krijgen, om even iets van God te mogen zien: om een duidelijke aanwijzing te krijgen of een bemoediging van de kant van God. Maar wat kun je dan je verslagen, alleen voelen of zwak. Hoe kan dat: Is Hij weg?

 

2. Hij is er door zijn woord. Lees eens wat er staat: Toen het al ochtend werd, stond Jezus aan de oever, maar … zijn leerlingen wisten niet dat hij Jezus was. Juist toen zij zich het meest alleen voelden was Jezus al bij hen! Hij zoekt hen op, Hij ziet hen bezig. Hij is met hen, zoals Hij later in Galilea ook zal zeggen, toen Hij zag dat sommigen twijfelden: Houdt dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen tot aan de voltooiing van de wereld. Ook als wij niets van God opmerkingen, wanneer ons gevoel tegen ons zegt: Hij is er niet. Wanneer we een enorme kloof tussen God en ons ervaren, toch is Hij er. Het water scheidt de discipelen van hun Heiland, maar Jezus weet precies waar ze zijn en hoe met hen gaat. Hij is trouw aan wat Hij belooft. Hij laat zijn kinderen nooit alleen! Hou dat altijd voor ogen!

 

Maar het mooie is in deze geschiedenis dat Hij zich niet stil houdt. Luidt klinkt er over het water: HEBBEN JULLIE SOMS IETS TE ETEN? “Nee” klinkt er kortaf. Het zal hun visserstrots gekrenkt hebben, maar ze kunnen niets anders zeggen. GOOI HET NET AAN STUURBOORD UIT, DAN LUKT HET WEL! Ze doen het. En dan gebeurt het wonder: Het net raakt voller, het schip gaat langzamer varen en de gezichten van de discipelen klaren op.

 

Maar wie is die man? Net als Maria ’s morgens in de tuin, net als de Emmaüsgangers hebben ze eerst helemaal niet in de gaten wie Hij is: Wie heeft er de vissen van het meer in zijn macht? Wie kan met zijn woord spreken en het gebeurt? Wie was ook al weer tot zulke machtige wonderen in staat? … Johannes gelooft het als eerste. Het is als toen Johannes en Petrus ’s morgens bij het lege graf stonden is het weer Johannes die als eerste weet wat er aan de hand is: “HET IS DE HEER!” schreeuwt hij van vreugde uit. Maar het is weer Petrus die de snelste is: Hij trekt snel zijn overkleed aan, want ze stonden alleen in hun hemd te vissen, en daar gaat hij, recht door zee als hij is, met een sprong de zee in, en zwemt snel naar Jezus toe, aan wie Hij zoveel verschuldigd was.

 

Wat een wonder: wat worden de discipelen toch mooi geholpen.

Het zat hun tegen in hun werk, en God gaf een oplossing.

Ze vroegen zich af waar Jezus is en opeens horen ze hem weer spreken, aanwijzingen geven en kunnen ze hem weer zien.

Je zou er bijna jaloers op worden: zoveel voorspoed, zoveel bemoediging.

Maar laten we er ook jaloers op worden, laten we ervan leren hoe God bij ons wil zijn. De Here Jezus spreekt zijn woorden:

Jezus staat bij ons niet aan de kant, maar we hebben nog steeds zijn woorden. Johannes noemt Jezus later: het vleesgeworden woord van God. Wij hebben onze bijbel. Als je je bijbel dicht laat, dan is de kans dat je God hoort spreken voor jou leven niet groot. Maar als je elke dag trouw uit de bijbel leest, als je ook studie maakt van Gods woord op bijbelstudie of vereniging: dan raak je vertrouwd met de woorden van God, dan hoor je de stem van Jezus en dan hoef je niet alleen te weten dat Hij ergens is, dan mogen zijn aanwijzingen en bemoedigingen ook steeds in je oren klinken, dan weet je steeds beter wat Jezus gedaan zou hebben.

Dat vraagt ook dat je leeft naar Gods geboden: de discipelen waren gehoorzaam aan de aanwijzingen van Jezus. Maar wat doe jij? Met zijn regels over de naaste vergeven, de naaste liefhebben, God liefhebben met heel je hart, met zijn regels voor huwelijk en opvoeding, zijn aanwijzingen voor zijn dienst en de richtlijnen voor een christelijke houding op werk, school en thuis. Ook door te gehoorzamen aan Jezus woorden, leer je steeds meer met Hem op weg te zijn.

En bidt tot God: Jesaja zegt: Roep Hem aan, terwijl Hij zich laat vinden, zoek Hem terwijl Hij nabij is. En dan is het wel eens moeilijk; dan is het niet gelijk allemaal opgelost; dan komt de hulp niet altijd zo snel als je zelf zal willen: Maar God is trouw. Als je je blijft richten op Jezus, als je klopt: dan zal de deur opgedaan worden. Dan leer je steeds meer dat Hij ook jou, maar ook zijn kerk niet in de steek laat, maar vast houdt: Ook in deze tijd. God is trouw!

 

Maar er komt nog iets bij: 3. Hij is er in zijn maaltijd. Wanneer Petrus bij Jezus is gekomen, maakt Jezus niet zomaar even een praatje met Petrus. Nee: Hij geeft Petrus opdracht om de vangst nu ook binnen te halen: Hij gaat maaltijd met de discipelen houden. En zo hoeven de discipelen na de nacht vissen niet met een lege maag te blijven.

Wanneer het net aan land is getrokken scheurt het net niet. En dan kunnen zij de vissen gaan tellen: het zijn er 153. Geen symbolisch getal, maar een getal dat Johannes zo goed onthouden omdat het zoveel was: 153 grote vissen. Als een visrecord wordt het heel precies opgeschreven. Zo overvloedig geeft Jezus eten. Zo is de Here Jezus en zo is de God van Israël: Hij geeft geweldig veel.

Er zijn veel mensen die honger hebben en die dorstig zijn naar levenszin: Ze zijn op zoek. De een zoekt het in een luxe leven. De ander gaat op in de muziek. Een derde gaat alleen maar op in zijn werk. En misschien betrap je jezelf daar ook wel eens op. En Jesaja zegt spottend: wat betalen jullie nu veel geld, voor wat geen brood is. Maar Jezus geeft wel echt brood: bij Hem mag je weten dat Hij het levende brood is. Als je Hem vind, krijgt je leven zin. O al gij dorstigen, komt, koopt en eet!

 

Maar waarom nu een maaltijd? Ook bij de Emmaüsgangers gaat Jezus ETEN, en zij herkennen Jezus tijdens de maaltijd. Als Hij de eerste keer bij de discipelen is vraagt hij brood en vis. En ook hier lezen we bij de maaltijd: dat de discipelen weten dat het Jezus is. Zij zijn er zo van overtuigd: dat ze het niet meer durven vragen. Deze maaltijden laten iets zien van de kerk na Jezus opstanding. Voortaan zal Jezus meegaan met zijn kerk, Hij zal uitdelen en zich ook juist in de maaltijd, in het avondmaal laten zien.

 

De discipelen durven niet meer te vragen of Hij Jezus is. Als ze bij zo’n wonder en zo’n maaltijd nog hun vragen hebben zouden ze wel heel ongelovig geweest zijn, dan zou Tomas nog niets geleerd hebben. De vraag is: wat doe jij? Herken je Jezus, als de opgestane Heer? Geloof je dat Hij er is? …. Soms is dat wel moeilijk. Ook de discipelen vonden dat moeilijk. Het vraagt om geloof. Een geloof dat langzaam groeit. Maar God wil je daarbij helpen. En een paar keer per jaar wel heel bijzonder. Dan komt God maaltijd houden. Dan deelt Hij uit van het levende brood en van de wijn. Je kunt het zien. Zo wil de Geest je helpen om Jezus te herkennen.

 

Wat een feest van overvloed is dat. Het is brood, waar je geen honger meer van krijgt: want je zonden zijn vergeven. Je krijgt van God het leven. En zo krijg je elke keer bij het avondmaal nieuwe kracht om voor God te leven. En dan zie je het: Jezus zelf nodigt mij nog steeds uit aan zijn tafel. Hij is de Gastheer.

 

Straks komt de grote dag. De dag waarop Hij een geweldig feestmaal zal aanrichten, waar de wijn niet op zal raken en er brood en vis genoeg zal zijn. Jesaja profeteert er al van: Dan zal Gods volk uitgeleid worden en de bergen en de heuvels zullen in hun handen klappen. En dan zal het geen moeite kosten om Jezus te herkennen. Hij zal tussen de mensen wonen. Dan zult u oog in oog met u Heiland staan en zult u Hem helemaal kennen, zoals Hij u kent. Amen.

 

Liturgie 15 april 2012 Morgendienst 9.15 Hooghalen Middagdienst 16.30 Beilen
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Lied 215 Lied 215
Wet Nvt
Zingen Gz 69 (U, heilig Godslam) Nvt
Gebed
Lezen Jes 55 Jes 55
Zingen Ps 89:1 en 6 Ps 89:1 en 6
Tekst Joh 21:1-14 Joh 21:1-14
Preek
Zingen Ps 84:3 en 6 Ps 84:3 en 6
HA: Formulier 4 (beamen gkv.nl > kerkelijke documenten > h’wijk 2011) Gz 179b (Geloofsbelijdenis)
Voor viering Gz 127:1,2,3Na viering Ps 113:1 en 2
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Lied 225:1,4,5 Lied 225:1,4,5
Zegen en amen

Luc 23:23-38 – Jezus’ lijdensweg

april 5, 2012

Liturgie Goede Vrijdag

Liturgie Goede Vrijdag 2012 Hooghalen 6 april 19.30
Welkom en mededelingen  
Votum, zegengroet en amen  
Zingen Ps 22:1 en 7
Gebed  
Lezen Luc 23:23-38
Zingen Ps 102:1 en 4
  Luc 23:44-49
Zingen Lied 189 (Mijn Verlosser)
Tekst Luc 23:26-31
Preek  
Zingen Gz 41 (Buiten de poort)
Geloofsbelijdenis  
Zingen Gz 155:4,5 (Ja amen Ja)
Dankgebed en voorbede  
Collecte  
Zingen (aangekondigd na col.) Gz 90 (Ontsluit)
Zegen en amen