Lukas 24:6 – Nieuw leven door Christus!

april 21, 2020

Preek Heemse, Pasen 2020, 12 april

Tekst: Lucas 24,6

Geliefde gemeente van de opgestane Heer, Jezus Christus,

[#1] In alle vroegte ligt de steen nog voor het graf en is het graf van Jezus net als elk graf.

We vieren Pasen terwijl er deze dagen meer mensen bij een graf moesten staan,

Het aantal overlijdensberichten in kranten neemt toe.

Voor velen is een begraafplaats, gelukkig, een plek waar ze niet vaak komen.

Ik vroeg het de jongeren: sommigen zijn er nog nooit geweest,

anderen komen er een paar keer paar jaar.

Sommigen moesten onlangs nog iemand begraven.

Iemand vertelde dat hij er elke twee weken komt.

Voor sommigen geeft het rust, helpt het in het een plek geven van het verdriet.

Een oudere man zei, ik kom er niet zo vaak, als ik bij het graf van mijn vader kom vraag ik me af: wat zoek ik hier eigenlijk?

[#2] Op de eerste dag van de week gaan ook een paar vrouwen naar het graf van Jezus.

Wat gaan zij daar zoeken? Ze hadden gezien waar Hij begraven werd.

Ze hebben geurige kruiden en oliën bij zich, heerlijke aroma’s om hun Heiland te verzorgen.

Er was op vrijdag niet veel tijd voor geweest, en nu gaan ze dat alsnog doen.

In de tijd van Jezus werden de mensen in een soort rotsholte neergelegd.

Om de stank en ontbinding tegen te gaan, werd het lichaam verzorgd

en werden er ook geuren bij het lichaam gelegd.

Er zijn in graven ook allerlei geur- en zalfpotjes teruggevonden.  

[#3] Bij de vrouwen is niets te vinden van hoop, van verwachting dat het anders zal zijn.

Ze zitten vast in hun verdriet. De steen ligt voor het graf en op hun hart.

De jongeren vertelden dat ze ook wel eens verdrietig zijn: als je in deze tijd niet kan doen we wat je wil met je vriendengroep, als iemand onterecht boos wordt, als je verdriet hebt over een huisdier dat dood is, als je al lang een blessure hebt. Als iemand je teleurstelt. Als je ziet dat sommige mensen niks hebben: geen geld, geen huis geen eten, terwijl anderen juist overvloed hebben.

Maar ook: als iemand die je goed kent sterft; wanneer iemand verongelukt op de N36; Als je ziet dat er zoveel mensen sterven.

zoals de Emmaüsgangers straks zeggen: we hadden de hoop dat Hij Israël zou bevrijden.

Eén voor één hadden de leerlingen Jezus verlaten, Hij was door de leiders gedood.

Uiteindelijk slaat hier de dood ook de laatste hoop de grond in.

Ze gaan naar het graf: ze hebben geen verwachting,

het is de plek waar ze hun gemiste het meest missen.

Is dat ook niet wat je voelt als je een graf bezoekt.

[#4] Zou jij anders hebben gereageerd? Als jij met Jezus had rond gelopen?

Iemand die sterft wil je een waardig afscheid geven.

Wat leven we in een verschrikkelijke tijd: dat je zo graag een arm om de schouder zou willen leggen, dat je ruimte wil geven voor afscheid nemen, maar zelfs dat is bijna niet mogelijk.

En dan is het hier nog niet zo erg als in Bergamo waar mensen in eenzaamheid sterven en begraven worden.

Je wilt waardig afscheid nemen en wat de vrouwen hier doen is dat vorm geven. Hun liefde en zorg laten zien.

Er is in hun hart nog geen ruimte voor troost. Ze zien in hun eigen donkere hart. Ze hebben zelfs niet nagedacht over hoe ze bij Jezus moeten komen. Er ligt een steen voor het graf.

Ze voelen zich als velen vandaag, de dood heerst en maakt ons angstig.

De dood neemt hoop weg, neemt troost weg.

Zie je wel, denk je zomaar, de dood heeft het laatste woord.

De duivel fluistert het in: de dood is sterker dan het leven en hij probeert ons door angst voor het sterven gevangen te houden (Hebr).

En het enige wat de vrouwen doen is naar de plaats gaan waar ze dat gemis het meest gaan voelen. Om daar hun liefde laten zien, hun tranen te huilen.

Zoals je vandaag in alle gemis en verdriet, angst voor de dood, door een beetje liefde probeert de angst wat te vergeten. Is dat niet waarom je, gelovig of niet om elkaar heen probeert te staan, wanneer er zoveel verdriet, dood, pijn, eenzaamheid en tranen zijn?

[#5] Uit jezelf kom je niet makkelijk verder. Blijft de steen voor het graf.

Maar zonder dat de vrouwen er iets aan kunnen bijdragen, komt er opeens verandering.

Ze kijken op en zien als ze bij het graf gekomen zijn dat de steen weg is.

Je moet je voorstellen dat de dode in die tijd begraven werd in een soort spelonk graf.

Er was een kleine eerste ruimte, en vervolgens een ruimte waar de doden neergelegd werd.

Dit geheel werd afgesloten door een ronde steen, die op zijn plaats gerold kon worden, sommigen zeggen: via een gootje dat naar beneden liep. Je kreeg hem er makkelijker voor, dan dat je de steen weer wegrolde. Wat een wonder is het dat de steen verdwenen is.

En als ze dan in het graf kijken horen ze de boodschap: Hij is hier niet.

Het lichaam van Jezus is verdwenen.

Dat is een boodschap waar niet veel mensen aan twijfelen.

De leerlingen en de Joodse leiders zijn het er later beiden over eens.

Het lichaam van Jezus was weg. Hoe het weg is, daar denken ze verschillend over.

De Joodse leiders zeggen dat het gestolen is, de leerlingen ontkennen dat.

Maar het is heel helder: het lichaam van Jezus is verdwenen.

En deze leegte, dit verdwijnen van het lichaam spreekt boekdelen.

Dit is het eerste dat de vrouwen hoop mag geven.

[#6] Het is de dood niet gelukt om Jezus vast te houden.

De duivel, die de dood gebruikt om mensen gevangen te houden en angstig te maken, behaalt niet de overwinning.

Er kwam een aardbeving, God greep in.

De steen is weg, door kracht van God.

De Romeinse wacht is verdwenen, de zegels waarmee het graf afgesloten was, zijn verbroken.

Het is niet uit eigen kracht dat de vrouwen kunnen zien dat het graf leeg is,

God heeft hier ingegrepen. Hij heeft het graf geopend. De duivel moet zijn prooi laten gaan.

De duivel is het die door de dood en de angst van de dood probeert te heersen.

Zoals je bang wordt van een leeuw, omdat het zo’n gevaarlijk roofdier is en je kan doden, zo is de duivel ook. Hij is op zoek naar prooi, probeert die in zijn macht te krijgen en te verslinden. Zo is het coronavirus ook een macht, roofdier waar je bang van wordt omdat het zo gemeen en verraderlijk is. Maar kijk … de steen is weg, Hij is hier niet. De duivel kon Jezus niet in zijn macht houden, het graf is open. Hij heeft laten zien dat Hij sterker is dan de dood. Hij kon niet in de gevangenis van de dood blijven.

Het schijnt dat sommige gevangenissen op de celdeur de naam van de misdadiger zetten en de datum dat hij in de gevangenis is gekomen. Dan worden de dagen geteld.

Op een gegeven moment komt de dag dat iemand vrij mag komen dichterbij. De dag dat de deur weer geopend gaat worden. Soms wordt die dag dan op de celdeur erbij geschreven.

Jezus’ dag van vrijlating uit de gevangenis van de dood was na drie dagen. Dat had Hij gezegd.

 Daarmee liet God zien. De straf is betaald, de zonde gedragen, nu begint het leven en mag je de dood achter je laten. Nu staat de Heiland op!

[#7] Uit jezelf kun je de steen niet weghalen. Blijf je staan bij het graf.

Soms snap je niet alles van de opstanding, is het moeilijk om te geloven.

Maar jullie zeiden: door de opstanding zie ik dat God echt machtig is.

Dit geeft hoop helpt mij in het dagelijks leven te geloven dat Jezus echt heeft bestaan.

Jullie zeiden: ook Pasen betekent voor mij dat de dood is overwonnen.

Ik vind het bijzonder dat Jezus dit voor mij gedaan heeft, dat geeft mij een stukje hoop in deze dagen.  

Dankzij het offer van Jezus zijn we van de straf verlost.

Daardoor weet ik dat ik me maar niet zorgen hoef te maken: Jezus heeft dit uit liefde voor de mens gedaan.

God kan en wil en zal in nood, zelfs bij het naderen van de dood, uitkomst geven. Dat mag je bij al die dingen waar je verdriet over hebt, troost geven. Het mag je helpen als iemand overleden is.

Nu is de macht van de dood gebroken. We kunnen veel goede en mooie dingen doen, maar de dood blijft een vijand.

Behalve als je nadert in geloof. Als je bidt om de Geest.

Dan bid ik dat God je dat geloof en die troost geeft: dat het graf leeg is, de steen weg, de dood verslagen. Ik hoop dat die steen van verdriet ook van jouw hart verwijderd mag worden en het licht van de Geest in je hart mag schijnen.

[#8] Het graf met de steen erop, is veranderd in een leeg gaf, zonder steen. Weet je dat nog steeds veel mensen dat graf van Jezus opzoeken? Als je op Paasmorgen het graf van Jezus gaat bezoeken in Jeruzalem, dan kom je allemaal verschillende mensen tegen. Iemand vertelde hoe hij naar de kerk ging die in de 4e eeuw door Constantijn boven het graf gebouwd is. Er is een katholieke mis, er loopt zo’n orthodoxe priester met een lange baard, een groep franse toeristen maakt foto’s en een ouder echtpaar oriënteert zich met een reisgids in de hand. Wat zoeken zij bij het lege graf van Jezus?

Daarom is het belangrijk om te zien dat hier in het verhaal de steen niet alleen weggehaald is, maar dat er vanaf die steen ook een boodschap klinkt. De engel is op die steen gaan zitten. Hij zegt: hij is hier niet, maar Hij is opgewekt. Jezus is door de kracht van zijn Vader, vanuit zijn heerlijkheid (Rom 6) opgewekt uit de dood. De leegte van het graf, wordt zo door de engelen gevuld met licht en luister en met die geweldige boodschap. Niet alleen heeft de dood niet het laatste woord, nee, het nieuwe leven is zelfs mogelijk. Jezus leeft en is uit de dood opgestaan.

[#9] Wat is het belangrijk op dit te horen, maar ook om dat een plek in je hart te geven. ik hoop dat je in het geloof ook de volgende stap kan zetten: dat Christus werkelijk degene wordt die in je hart leeft. Dat de leegte gevuld wordt met de levende aanwezigheid van Christus door de Geest.

Dat betekent allereerst dat je de duivel geen voet geeft.

Dat je breekt met een leven van leegheid, zonde, verleiding, kwaad.

Ook dat kan niet uit eigen kracht maar bid of de Geest je hart vult,

Jullie noemden daar ook voorbeelden van: dat je het vloeken stopt, niet brutaal bent tegen je ouders of politie die aanwijzingen geeft en niet egoistisch gaat hamsteren, minder oordeelt of vooroordelen hebt, minder jaloers bent, minder liegt. Als iemand lelijk tegen mij doet, dat ik dan niet lelijk terug doe. Bid maar: Heer, geef dat mijn zonden achterblijven in het graf, vergeef mijn zonde en reinig mijn hart.  

[#10]  En wanneer Jezus dan werkelijk in je hart gaat wonen, wanneer hij ook in jou gaat leven.

Dan is er geen leegheid, maar helpt Hij je om liefde te geven en een ander te vergeven.

Dan is er geen gevloek, maar zeg je “U zij de glorie”,

geen brutale mond, maar liefdevol omzien naar ouderen.

Dan kunnen in deze tijd van Corona ook mooie dingen groeien:

dat opa die erg alleen is geholpen wordt in de tuin,

dat papa boodschappen doet voor oma,

dat er toch kranten bezorgd worden en nieuws gemaakt wordt.

dat iedereen om 20:00u ging klappen voor de zorg,

dat een oudere vrouw mondkapjes naait,

dat mensen, soms met de nodige spanning, toch de zorg draaiende houden,

hoe er een ontbijtje voor ouderen wordt gemaakt.

Dat iemand een liedje zingt over deze situatie of dat een kleinkind en zoon samen op een instrument muziek maken.

Lukt het je om zo vanuit de opstanding te leven? Met Jezus te leven?

Om Hem werkelijk in je hart te laten wonen?

Om te doen wat Paulus zegt: als u met Christus uit de dood bent opgewekt, richt je niet meer naar wat op aarde is, maar richt je op Christus!

De steen is niet alleen we van het graf, vanaf de steen klinkt het goede nieuws, straalt het licht.

Lukt het jou om zelf ook dat licht om je heen te laten schijnen in een donkere wereld?

[#11] Ja, nu zijn er nog begraafplaatsen, zijn er nog stenen op de graven.

Zijn veel harten nog gesloten. 

Maar eens komt de levende Heer weer terug.

Iemand zei: na dit leven is er een toekomst samen met God. Dat geeft hoop en vertrouwen.

Geloof maar dat Hij zal komen in al zijn licht en luister.

Dan zullen alle stenen van het graf gaan en zullen we met hem leven. Hem zij de glorie!  Amen


Preek – Matteus 28:11-15

april 23, 2019

Preek Tweede Paasdag Heemse (21 april)
Tekst: Matteüs 28:11-15

Geliefde gemeente van onze opgestane Heer Jezus Christus,
[#1] Op de eerste paasmorgen snellen er twee groepen mensen weg van het graf.
De vrouwen, die Jezus wilden verzorgen, maar die bij een leeg graf de engel tegenkwamen.
Ze zijn op weg naar de leerlingen om het goede nieuws te vertellen: Hij is opgestaan!
Maar terwijl zij weggaan, is er ook die andere groep die wegtrekt.
De ‘verslagen’ romeinse soldaten die nu toch niets meer te doen hebben.
Die hier niet blijven staan om een leeg graf te bewaken.
Zij moeten met terugkeren naar hun opdrachtgevers: de hogepriesters.
Met knikkende knieën want ze hadden het lichaam niet kunnen bewaken.
Twee groepen die eigenlijk een soort tegenovergestelde zijn: licht en donker.
De nieuwe kerk wordt in het licht gesteld door het goede nieuws.
Het oude Israël gaat heel duidelijk de Messias afwijzen en wil niet geloven.

[#2] Zo zie je dat er meerdere reacties mogelijk zijn op paasmorgen.
Je hoort wat er gebeurd is bij het graf: maar hoe reageer jij erop?
Wil je dit geloven? Kun je dit geloven? Vertel jij dit door?
De verschillende verslagen van het paasgebeuren zijn zo verschillend.
Het is zo onwerkelijk en moeilijk te begrijpen: het is echt een wonder.
Is dit wel mogelijk: dit breekt toch door alle natuurwetten heen?
Het is iets waar je ontzettend naar kunt verlangen dat het waar is:
De dood overwonnen, leven na de dood.
Het is tegelijk iets waar mensen niet aan willen en van zich wegduwen:
Jezus van Nazaret, waar christenen in geloven, Hij leeft toch niet meer?
Het zal toch niet zo zijn dat christenen uiteindelijk gelijk hebben?
Laten we daar vanmorgen bij stil staan, door te zien op de opgestane Heer.
Wat het goede nieuws van de opstanding uitwerkt bij de mensen die het horen.

[#3] Wie waren die soldaten?
De hogepriesters hadden al dankbaar gebruik gemaakt van de macht van de Romeinse bezetter. Ze hadden Jezus overgeleverd aan de stadhouder, Pilatus.
Jezus was door de Romeinen terecht gesteld.
De soldaten hadden Jezus bespot en geslagen.
De soldaten hadden Jezus naar het kruis geleid.
Zij hadden zijn kleren verdeeld.
Wanneer Christus dan gestorven is en in het graf gelegd worden de Joden angstig.
Had Hij niet gezegd: na drie dagen zal Ik opstaan?
Stel je voor dat de leerlingen zijn lichaam komen stelen.
Opnieuw maken de hogepriesters gebruik van de Romeinse bezetter.
Nog op de sabbat, de dag dat ze zouden moeten rusten, regelen ze dat het graf bewaakt wordt. Er komen opnieuw romeinse soldaten: bewakers.
Er komt een zegel op het graf. Waarschijnlijk een touw om de grafsteen dat verzegeld wordt. Niemand kan meer ongemerkt in het graf komen. Niemand kan bij het lichaam van Jezus komen. Dit hoofdstuk van oproer, onrust, mensen die niet naar hen luisteren moet afgesloten worden. Het boek moet dicht.

[#4] Maar dan … terwijl die soldaten bij het graf staan, gebeurt er iets.
De vrouwen zijn nog onderweg en horen en voelen de aarde beven.
Maar de soldaten zijn vlakbij. Zij zien wat er gebeurt.
Jezus staat op: dat vieren we vandaag!
Een man in witte kleren, een engel van God rolt de steen weg.
Hij gaat erop zitten. Zijn kleren zijn wit als sneeuw.
Ze lichten als de bliksem. De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer.
Dat is wat er gebeurt.
Als deze bewakers dus naar de hogepriesters gaan hebben ze wel wat te vertellen.
Zij weten nog preciezer dan de vrouwen wat er gebeurd is.
Misschien hebben ze zelfs het gesprek van de vrouwen met de engel wel gehoord.
Ook uit ongedachte hoek, uit de hoek van de Romeinse bezetter komt ook bericht.
Zij brengen heel precies verslag uit en vertellen wat er gebeurd is.

[#5] Dat is dus de manier waarop God wil dat de oudsten bereikt worden.
Er komt een officieel verslag, van Romeinse soldaten. Dit moeten ze toch wel geloven.
Ze hadden geprobeerd de Messias uit de weg te ruimen. Maar als het zo afloopt?
Kunnen ze dan nog volhouden dat dit alleen een oproerkraaier was?
Als zelfs de soldaten vertellen wat er gebeurd is? Als de legerhoofdman al zei: werkelijk dit was een zoon van God?
Wat hier eigenlijk gebeurt is dat Christus zelf opeens weer in hun midden staat.
Door wat de soldaten vertellen is duidelijk: Hij is niet dood, Hij leeft.
Hij is niet in het graf gebleven. Hij heeft de dood overwonnen.
De leiders van de Oudtestamentische kerk krijgen een laatste kans om hun knieën te buigen. Om te zeggen: we hadden het mis. Jezus is overwinnaar.

[#6] Maar wat is hun reactie? Hoe reageert iemand die een dwaalweg is ingeslagen?
Ze hebben al zoveel fouten gemaakt, nu gaan ze door op hun verkeerde weg.
Iemand vertelde eens over een jongen die werkte bij een tankstation. Hij had één keer vijftig euro uit de kas gepakt vanwege gokschulden. Maar toen hij dat ook verloor, pakte hij 100 euro en daarna 200 euro. De eerste keer had hij toch ook gewonnen, het zou toch wel een keer goed komen. Zo draaide hij zich steeds verder vast in de problemen, in plaats van er gelijk mee te stoppen en hulp te vragen.
Zoals iemand die iets verkeerds doet, een leugentje maakt en vervolgens weer meer leugens nodig heeft om zijn leugen de verbloemen, maar zich uiteindelijk verder in de nesten werkt.
Ze overleggen met de ouderlingen. Weer een vergadering. Weer een officieel besluit. Van het goede nieuws maken ze ‘Fake News’. Deze ‘betrouwbare’ mannen, bewakers van de waarheid, gaan de leugen de wereld in helpen.
Ze doen weer een greep uit de tempelkist. Eerst hadden ze dertig zilverstukken nodig om Jezus te kunnen arresteren.
Nu hebben ze een flinke som geld nodig om te voorkomen dat dit verhaal de wereld in gaat. Ze worden bedriegers, stelen zo uit de tempelkas en kiezen voor het duister.
Bovendien zullen zij de stadhouder wel even omkopen, mochten de soldaten met dit verhaal in de problemen komen.

[#7] Terwijl het nieuws over Jezus voor hen klinkt, verharden ze in hun slechtheid.
Een les voor leiders, ouderlingen, politici hoe het dus niet moet.
Ze menen dat ze het geld zomaar op een verkeerde manier mogen uitgeven.
Ze denken dat een leugen om bestwil wel mag. Ze zijn bang voor hun positie en om hun macht te verliezen. Ook de soldaten laten zich door geld omkopen, in plaats van dat ze opkomen voor de waarheid. Geld is een lokaas: daardoor zijn mensen tot vreselijke dingen in staat. Denk aan huurmoordenaars, pooiers en diefstal.
Het werk van Jezus leidt altijd tot reactie: hier dus tot verharding en ongeloof.
Hoe reageer jij? Ik hoop dat je juist als je ziet dat Jezus voor je gestorven is, ook met hem wilt opstaan in een nieuw leven. Dat je wilt breken met de zonde en de zonde niet langer laat heersen. Dat je niet langer vol bent van de leugen, maar van de waarheid! Dat niet langer het kwaad, pesten, roddelen, stelen, ellenbogenwerk, maar de liefde je leven bepaalt: wie ga je helpen? Luister je naar mooie muziek?

[#8] Kijk daar lopen de soldaten weg. En op straat spreekt iemand ze aan.
Was jij er niet bij, bij het graf. Wat is er gebeurd?
Uh, ja nou we waren in slaap gevallen en toen hadden zijn leerlingen het lichaam gestolen.
Wat? In slaap gevallen, allemaal? Daar staat toch een zware straf op! Dat overkomt Romeinse soldaten toch niet. Er blijft toch altijd iemand wakker? Onbegrijpelijk! En dat je niet wakker geworden bent van het geluid van die steen en het tillen van het lichaam.
Iets verderop komt hij een ander tegen: wat is er toch allemaal gebeurd vannacht.
Ja, we waren het graf aan het bewaken, maar toen kwamen zijn leerlingen en hebben zijn lichaam meegenomen? Hu, wat? Dat meen je niet: jullie als soldaten konden niet die twaalf vissers tegenhouden? Ehm, jawel, maar we waren in slaap gevallen. Ja maar … hoe weet je dan dat zijn leerlingen gekomen zijn?

[#9] Het verhaal klinkt niet heel geloofwaardig, maar toch wordt het geloofd.
Het wordt verteld onder de Joden, en velen nemen het aan.
In 150 na Christus wordt het ook zo neg eens opgeschreven.
Zo gaat het met een leugen: als het zich eenmaal verspreidt, is het amper meer terug te krijgen. Dan vindt het zijn wegen.
Nog steeds zijn er moderne theologen die liever spreken over het lege graf, dan over de opgestane Heer. Dat zou maar moeilijk te geloven zijn. Maar een leeg graf, dat is een boodschap die er nog wel in wil.

[#10] Maar ondertussen hebben de vrouwen de boodschap naar de leerlingen gebracht.
Verschijnt Jezus aan zijn leerlingen als de opgestane Heer.
Komen door de Geest later velen tot geloof en ontdekken: we hebben de Messias gekruisigd.
Misschien ook wel soldaten die er zelf bij geweest waren.
Ook belangrijke leiders van het Joodse volk.
De satan probeert via leugen en bedrog het evangelie tegen te houden, maar het woord vindt zijn weg. Door de wereld gaat het nieuws van de opgestane Heer.

[#11] Ook Paulus mag van dat geloof getuigen.
Hij noemt de opstanding heel belangrijk.
Wie alleen maar spreekt over een leeg graf, doet Gods werk te kort.
Ja, en dan is het een wonder. Een eenmalige uitzondering op de wetten van de natuur.
Maar wel een wonder dat door velen is verteld. Waar getuigen van zijn.
Waar de leerlingen hun leven voor wilden geven. Dat maakt de leugen ook zo ongeloofwaardig: wie steelt nu het lichaam van zijn Heiland (dan ligt het ergens verstopt en niet meer in een mooi graf)? Bovendien: wie steelt een lichaam en is vervolgens bereid om zijn leven te geven voor een leugen? Nee, wat we hier lezen over de soldaten versterkt juist het getuigenis dat Jezus echt is opgestaan!

[#12] Waarom schrijft Matteüs dit gebeuren op, als enige evangelist?
Hij schrijft juist voor de Joden. Hij heeft aandacht voor de reactie van het volk.
Maar het is ook heel knap hoe hij dit geschreven heeft.
Ik zei als: je ziet twee sporen ontstaan. Twee groepen mensen haasten zich naar de stad.
Het is zwart van de leugen, wordt nog zwarter tegenover het licht van de opstanding.
Dat licht van de opstanding licht nog helderder op: Jezus leeft.
De reactie van de hopepriesters is dat ze zich in hun zonden vastdraaien.
Maar de leerlingen gaan juist de wereld in en brengen het goede nieuws verder.
Laten wij ook met Christus opstaan in een nieuw leven.
Je geld niet gebruiken voor leugen, maar voor de verkondigingen van de waarheid.
Je macht niet misbruiken om de baas te spelen, maar om de ander juist te dienen.
Dat je Jezus niet afwijst in je leven, maar juist op de eerste plaats laat staan.
En dat als er zonde is, je je niet steeds verder vastdraait, eraan verslaafd raakt, erin verstrikt raakt: maar er door de kracht van Christus radicaal mee breekt.
Dat je leeft door de kracht van de opgestane Heer!

[#13] Wat kun je geloven? Je ziet dat zelfs de meest duidelijke tekenen van de opstanding, het betrouwbare verslag van de soldaten, de hogepriesters niet tot geloof brengt. Wanneer de Heilige Geest je hart niet opent, blijft het gesloten.
Laten we bidden dat de Geest je zicht geeft op Hem die gestorven is, maar leeft.
Dat zet niet alleen aan tot goede daden nu. Een zaadje van liefde dat je geeft aan een ander. Dat zich zo verspreid om je heen.
Het geeft ook werkelijke hoop. Want wat maakt uiteindelijk het leven soms zo zwaar. Wat maakt dat de hogepriesters zo angstig zijn en met geld, leugen en omkoping zichzelf willen redden. Wat maakt het lijden en sterven zo zwaar, wat de teleurstellingen en beperkingen? Als je alles op het leven hier en nu zou moeten bouwen. Als je alles verwacht van het leven hier op aarde.
Maar laten we juichen met Paulus. Er is een opstanding! Jezus is opgestaan. Het is een betrouwbaar getuigenis. En daarom mag je hoop hebben. De dood is overwonnen. Christus is ons voorgegaan door de dood heen. Hij stond op om ook jou uitzicht geven op een volmaakt en eeuwig leven. Amen!


Lucas 24 – Brandde ons hart niet in ons!?

april 18, 2016

Preek gehouden in Vroomshoop/Heemse 2016

Tekst: Luc 24

 

Geliefde gemeente van onze Here Jezus,

Een droom ligt in stukken!

Wat de twee mannen die op weg zijn naar Emmaüs verwacht hadden is niet uitgekomen.

Ze hadden veel verwacht van Jezus,

ze horen bij zijn trouwe leerlingen,

maar het enige wat nu over is zijn vragen en teleurstelling.

Ze waren tijdens het Pesachfeest in Jeruzalem geweest, ze hebben alles van dichtbij meegemaakt. Maar nu gaan ze weg. Ze laten Jeruzalem achter zich. Er zullen wel meer leerlingen geweest zijn, die weer weg gaan.

 

Jezus is opgepakt, aan het kruis genageld en begraven.

Vrijdag is Hij in het graf gelegd, heel de sabbat heeft Hij er gelegen, en nu op zondag, aan het begin van de middag zijn ze er wel van overtuigd. Het is voorbij! Hun Rabbi is er niet meer. Hij die hen samenbond is verdwenen. Hun dromen van verlossing en redding zijn als een ballon uit elkaar gespat.

 

Daar lopen ze dan. Ze moeten zo’n 11 km naar het Noordwesten lopen. Er staat dat ze met elkaar praten en discussiëren. Ze zullen alles weer bij langs gegaan zijn. Ze zullen elkaar proberen verder te helpen hoe je dit nu moet duiden. Maar ze komen er niet uit. Er staat dat ze droevig zijn. Hun blik is wat donker. Ze kijken verdrietig, zoals je verdrietig kijkt wanneer er iemand overleden is. Ze zijn treurig, het is van hun ogen af te lezen, zoals je treurig bent als iemand die je volgde, met wie je nauw optrok opeens ter dood gebracht is.

Als je wel eens een grote teleurstelling of afwijzing hebt meegemaakt, weet je wel hoe dat voelt. “Al je hoop is weg, je voelt je verlaten.” Als je ergens van gedroomd hebt, maar het komt niet uit. Of als je eens meegemaakt hebt dat iemand die je dierbaar was overleden is, kun je het gevoel van de leerlingen misschien vergelijken met wat u voelde op de derde dag. Voor iedereen is dat natuurlijk anders, maar je zult wel aangelopen zijn tegen een stuk verdriet, tranen, moeite of teleurstelling of grote vragen. Zo zitten deze leerlingen van Jezus vol vragen, zijn diep in de rouw gedompeld. Ik kan me goed voorstellen dat ze zich zo voelen. Ook ik zou verdrietig zijn als het op zo’n manier gebeurt dat een droom in stukken ligt.

 

Een Reisgenoot komt hen nabij! Midden in hun verdriet, terwijl ze somber gestemd zijn, komt er iemand van Jeruzalem hen achterop. Hij loopt iets sneller dan deze twee mannen, die samen in gesprek zijn. Hij hoort hoe ze discussiëren, hoe ze met elkaar praten. We lezen dat Hij dicht bij hen komt. Hij gaat samen met hen op weg. Ze krijgen een reisgenoot erbij. In hun vragen en verdriet worden ze niet alleen gelaten.

Het is Jezus Christus, de opgestane Heer. Vanmorgen nog voor het aanbreken van de dag, is Hij opgestaan uit de dood. Hij is aan Maria verschenen en aan Petrus. En nu is Hij in zijn verheerlijkt lichaam de twee Emmaüsgangers nabij. Hij zal er gewoon uitgezien hebben als anders: dezelfde stem, hetzelfde gezicht. Maar, jongens en meisjes, het lijkt wel of God die twee mannen een blinddoek omdoet. Heel letterlijk staat er: Hun ogen worden vast gehouden, hun blik wordt vertroebeld, ze herkennen Hem niet. Ze zien wel iemand meelopen, maar ze zien niet in dat dit Jezus is.

Zo is Jezus dus met hen. Jezus wordt hun reisgenoot. Terwijl er bij hun nog geen sprankje geloof is, terwijl ze vastzitten in hun verdriet. Dat is het eerste wat zichtbaar wordt op deze Paasmiddag in de ontmoeting met de opgestane Heer. Hij is er! Doordat Jezus is opgestaan, doordat hij niet in zijn graf gebleven is kan Hij er zijn. In Hem wordt duidelijk dat God is wie Hij is. JHWH, De Heer is nabij!

Waar jezelf vast kan zitten in je vragen, in je verdriet in je teleurstelling.

Waar je zelf niet weet wat je moet geloven en wat waar is in het geloof.

Waar je zelf je weg gaat, van dit leven, en misschien niet weet hoe die weg verder moet. Je kracht misschien opraakt, of je teleurstelling groot is. Waar je zelf een weg gaat, zonder dat je een doel ziet … Komt Christus nabij.

Hij is er gewoon.

Ook al herken en geloof je Hem misschien nog niet. Zijn aanwezigheid en zijn op weg zijn met jou en met u, mag je bemoedigen. Hij wil ook jouw reisgenoot zijn.

Hij is het die naar hen luistert. Hij stelt de Emmaüsgangers een vraag:

Leg eens uit: Waar praten jullie over?

En dan is het alsof Hij een verdriet weer helemaal oprakelt. Ze kunnen niet verder lopen. Ze blijven verbaasd staan.

Is Hij dan de enige die niet weet wat er gebeurd is?

Is deze vreemdeling niet op de hoogte van de gebeurtenissen?

‘Wat is er gebeurd dan?’ Vraagt Jezus

Dan vertelt Kleopas de vreemdeling alles, van A tot Z. Hoe Jezus een machtig profeet was. Hoe Hij gepreekt had over het koninkrijk. Hoe Hij zieken had genezen, hoe Hij wonderen deed. Hoe Hij kracht van God had dat Hij dat kon doen. Over hoe Hij binnengehaald was als Koning, terwijl de mensen Hosanna riepen. Nu komt de verlossing voor Jeruzalem hadden, ze gedacht. Maar toen werd Hij verraden, gearresteerd en veroordeeld. Ze leefden in de hoop op bevrijding, maar het kwam niet uit.

Dan vertellen ze ook over de gebeurtenissen van vanmorgen. Er zijn vrouwen bij hen gekomen die vertelden dat het lichaam van Jezus weg was en dat ze engelen gezien hadden, die zeiden dat Hij leeft. Verwarde vrouwen. Maar ook de leerlingen hadden Hem niet gezien. Zijn lichaam niet, Jezus niet. Ze zijn daardoor niet alleen maar bedroefd meer, maar ook helemaal in de war. Ze begrijpen er niets meer van.

De vreemdeling luistert. Hij hoort toe. Rustig laat Hij hun hun verhaal doen van ongeloof, van vragen van verwarring.

Hij luistert naar hun vragen… hun ongeloof … hun verdriet …

Zo kun je ook vandaag moeite hebben met geloof. Kun je vragen hebben bij wat waar is. Gisteren zei iemand nog: ook veel christenen van vandaag kunnen de opstanding moeilijk geloven. Zo kun je je twijfels hebben bij een mens die weer tot leven komt. Kun het door allerlei dingen in je leven, of in de kerk, vooral teleurgesteld zijn in het geloof. Kan het in jouw ogen allemaal niet kloppen. Zo snapten Kleopas en zijn metgezel er ook helemaal niets meer van.

Dit waren mannen, die al vanaf dat ze een klein kind waren de boeken van de bijbel hadden gehoord. Zij hadden Jezus zelf gezien en horen preken. Er was hun zelfs al verteld dat engelen zeiden dat Jezus leeft en van andere discipelen hadden ze gehoord dat Jezus’ lichaam er niet meer was. En toch… is hun hoop weg, zijn ze bedroefd en verward, gaan ze weg uit Jeruzalem.

Maar dan is er iemand die naar hen luistert, die hun hun verhaal laat doen. Zo mag je ook in de kerk naar elkaar luisteren. Als ouders naar je kinderen, als vrienden onderling, als ambtsdragers naar gemeenteleden. Als er vragen zijn. In de bijbel is het Paasfeest niet het feest van de grote verhalen en een juichende mensenmenigte bij het graf. Er is twijfel, er zijn vragen, er zijn moeiten. Bij de vrouwen, bij Petrus, bij Thomas, bij Kleopas en zijn vriend. Maar Jezus is met hun, Hij is hen genaderd en hoort hun verwarring aan. En Hij luistert.

 

Maar daarna opent hij ook de bijbel. Nadat hij hun verhaal aangehoord heeft. Hij luistert niet alleen. Gelukkig niet! Luisteren is een gave, het is een kunst, maar alleen luisteren is niet altijd genoeg! Jezus spreekt ook. Hij spreekt teleurgesteld en ook verwijtend: o, onverstandigen! Het ontbreekt hun aan verstand. Heel indringend spreekt Jezus hen aan! Zijn ze nu zo dom dat ze er niets van begrijpen? Wat zijn ze langzaam om het in hun hart op te nemen in geloof.

Ze hadden een droom. Ze leefden in de hoop dat de Christus Israël zou bevrijden en verlossen. Maar klopte die droom wel. Zou het alleen een triomftocht worden? Moest de Heiland dit niet lijden om tot zijn heerlijkheid in te gaan. Ze hadden niet de juiste verwachtingen van de Messias. Ze hadden er geen oog voor dat Hij ook moest lijden. Ze hadden de bijbel gelezen met hun eigen idee en zich niet echt opengesteld voor de woorden van Jezus.

Jezus laat dan zien hoe het hele Oude Testament al over hem spreekt. Hoe God in Gen 3 al gelijk gezegd had dat er niet alleen overwinning, maar ook strijd zou zijn, dat ook van de vrouw de hiel vermorzeld zou worden. Hoe Abraham in Gen 22 een bokje moest offeren in plaats van Isaak. Hoe de slang in de woestijn verhoogd moest worden. Hoe er in de tempel offerdieren geslacht werden voor de zonden van het volk. Hoe Ps 22 dichtte over “Mijn God, Mijn God waarom verlaat gij mij?”. Hoe in Zacharia staat dat het zwaard op de Herder neer moet komen. Hoe vooral ook in Jesaja staat dat de knecht des Heren door mensen veracht en verlaten werd. Hoe Hij een lijdende knecht moest zijn.

Als ze dat allemaal op een rijtje zetten, dan hoeft het toch niet afgelopen te zijn met het lijden en de dood van deze Jezus! Dan kan Hij toch juist de Messias zijn! Zo leert Jezus zelf hoe het OT al helemaal over Hem spreekt. Wat is dat een belangrijke les, juist als soms OT zo snel gelezen wordt zonder dat het gericht is op de Christus! De discipelen hebben ervan geleerd want we lezen later in Handelingen hoe Petrus en Stefanus ook vanuit heel het OT laten zien wat Gods plan is voor zijn volk.

Maar … mag Jezus zijn leerlingen dan zo berispen? In ieder geval mag Hij er wel op wijzen dat het belangrijk is om Gods Woord te lezen. Onbevooroordeeld en open. Telkens weer. Om zo de Geest tot je te laten spreken en in je te laten werken. Als je nu vragen hebt, moeite met het geloof.

Of als je wel heel graag wilt geloven, maar juist veel zorgen hebt in je leven.

Of als je juist alles wel goed vindt en niet teveel met de bijbel en God wil rekenen, dan trekt Jezus er juist weer bij. Kijk naar de bijbel, naar heel mijn woord. Ik wil je de weg wijzen!

Zo helpt Jezus dus bij verdriet en vragen. Hij wordt niet alleen een reisgenoot. Hij is er niet alleen, maar Hij spreekt ook! Geen woorden direct uit de hemel, op briefjes, maar wel woorden in de bijbel.

Daarom … lees elke dag uit de bijbel. Niet alleen je favoriete teksten, maar heel de bijbel, lees het gericht op Christus. Lees het met elkaar en laat je door elkaar corrigeren. Blijf dicht bij wat er staat en kom naar de kerk. Juist door zijn woord wil Christus jouw helpen om te groeien in vertrouwen en leven met Hem!

 

Hij zet dan de harten in vuur en vlam! Jezus doet alsof Hij verder wil gaan. Zo krijgen de mannen de gelegenheid om hun gastvrijheid te tonen, om Jezus uit te nodigen en verder naar Hem te luisteren. Ze gaan eten. Jezus breekt het brood en schenkt de wijn in. Op dat moment maakt God hun ogen los. Hij is het die hun het geloof geeft en ze krijgen een helder zicht op wie Hij is. Jezus Christus. Hij leeft. Hij is bij hen. De Heer is waarlijk opgestaan. Wat een wonder! Terwijl ze Jezus niet meer kunnen zien roepen ze het uit: Brandde ons hart niet in ons, toen Hij tot ons sprak! Ze gaan naar de apostelen. Weer 11,5 km terug en ze vertellen het. En ook zij zijn tot geloof gekomen. De Heer is waarlijk opgestaan. Wat een blijdschap en een vreugde. Zo breekt het geloof aan de avond van de derde dag toch nog door!

Het is Pasen. Je viert dat in je eigen situatie. Bijna 2000 jaar na die derde dag na Jezus dood. Met dankbaarheid en verdriet. Met spanning en vreugde. Met ziekte en gezondheid. Jong en oud. Met een geloof dat een zeker weten is, maar tegelijk soms zwak vertrouwen. Met een geloof dat heel warm is, maar misschien ook wel eens sterk aangevochten. De Messias, de Christus behaalde de overwinning, maar bracht niet in één keer vrede. Het was niet alleen maar vreugde en “in de gloria”. Ook voor de leerlingen niet. Zo is het ook als je tot geloof komt: God geeft ook nu nog een kruis. Ook voor ons is het “door het lijden heen, gaan we tot heerlijkheid.” Maar Jezus geeft wel kracht naar kruis. Hij is ons nabij, als een reisgenoot op de weg. Hij geeft zijn woord. Hij toont zichzelf als het brood gebroken wordt en de wijn geschonken. En ik bid dat u Hem dan ook mag herkennen als de opgestane Heer. Dat het je in vuur en vlam zet, dat je vol raakt van Gods Geest en wil leven voor die HEER! Dat het geloof mag worden een zeker weten en een vast vertrouwen.

Jezus is opgestaan, lang geleden. Hem zij de glorie. Zou ik nu nog vrezen, nu hij leeft voorgoed!? Jezus zal weerkomen: Zie hem verschijnen, Jezus onze Heer! Je mag boven alle dagelijkse vreugde, verplichtingen en beslommeringen uitzien naar dat moment van de volkomen victorie. Hij wil ons hart in vuur en vlam zetten. Zie Hij komt! Amen


Matteus 27 – Hij werd bespot, zodat wij nooit meer te schande zullen.

april 18, 2016

Preek gehouden in Heemse, Goede Vrijdag 2016

Matteus 27:38-44

 

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

[dia 1] U werd gespot en geslagen, de mensen zij scholden u uit! Men dreef de spot met Jezus. Waarom moest Jezus dat ondergaan? Wat heeft dat voor ons te betekenen?

Laten we letten op welke moment dit gebeurt: Jezus is al verhoord, gegeseld, bespot door soldaten, veroordeeld, hangt aan het kruis … dan worden er nog twee kruizen opgericht. Jezus wordt niet alleen gekruisigd, maar opgehangen tussen twee misdadigers. Criminelen, oproerkraaiers die door de Romeinse leiders hard aangepakt werden met een afschuwelijke dood aan het kruis. De martelingen nog erger dan in Guantánamo Bay. Een afschrikwekkende daad bedoeld om de mensen angst aan te jagen, vaak gebruikt voor slaven, dat ze het zelf maar niet in hun hoofd halen om in opstand te komen. Als een soort bandietenleider hangt Jezus in het midden. Een spijker door zijn voeten en door zijn polsen, de ademnood neemt steeds meer toe, de pijn wordt ondragelijk, een langzame, afschuwelijke dood, door benauwdheid en verstikking. “Ik kan er niet bij dat mensen dit doen” zei iemand, maar zo komt profetie van Jesaja 53 komt uit: Hij was een man die moest lijden, Hij werd gerekend tot de misdadigers. Voor veel mensen was het niet anders dan weer zo’n man, zo’n charlatan die onrust veroorzaakte. Spottend hebben ze erboven gezet dit is ‘de koning der Joden’. Dit doen ze met iemand die zo in opstand komt!

 

Besef goed dat Hij, als hij uitgescholden wordt, zelf al helse pijnen ondergaat aan zijn lichaam. Iemand zei: ‘als je pijn hebt dan heb je meestal wel genoeg aan jezelf’, maar het lijden van Jezus gaat door. Jezus daalt steeds een trede dieper af op de lijdensweg naar het graf. Straks wordt Hij door God verlaten, maar nu wordt ook steeds duidelijker dat Hij door de mensen verlaten wordt. Waar Hij zondag nog met gejuich werd binnengehaald op een ezel, is het nu heel anders met Hem gesteld. De stemming is omgekeerd, de mensen zijn teleurgesteld, opgestookt door de leiders: Zij reageren op Jezus dood door Hem uit te schelden.

Laten we bidden dat we vandaag mogen leren om wel op de goede manier bij het leven van Jezus stil te staan. Dat we niet verdrietig zijn om zijn lijden, omdat het zo erg is als iemand lijdt en zelf ook misschien al wel ervaren wat een pijn dood en lijden kunnen doen. Dat we niet geschokt zijn door hoe Hij door de mensen beledigd wordt, omdat het zo erg is als iemand gepest wordt en wij zelf misschien ook wel eens ervaren hoe moeilijk het is om gepest te zijn. Laten we bidden we vandaag onder de indruk komen van Jezus lijden en sterven, omdat we begrijpen wat hier echt aan de hand is, wat er hier eigenlijk gebeurt.

 

Dan letten we er eerst op hoe Hij door de voorbijgangers uitgejouwd wordt. Zoals in Psalm 22 al voorzegd is lopen de mensen hoofdschuddend voorbij: ze schudden spottend hun hoofd (22:8 BGT). Er liepen nogal wat mensen voorbij. Golgotha was bij de stadspoort, een kruispunt van wegen. Het was druk in Jeruzalem vanwege het Pesachfeest. Veel pelgrims kwamen langs. Maar ook mensen uit de stad die de stoet gezien hadden, waren gevolgd. Ze zagen Jezus’ hangen: en de mensen die dichtbij stonden konden zo wat tegen Hem zeggen: Zo’n kruis was vaak niet zo hoog, blijkt uit opgravingen. Iemand hing niet ver in de lucht, maar omdat Jezus wel op een heuvel gekruisigd werd konden toch veel mensen hem zien en wat naar hem roepen. Ze spotten met hem: en de mensen doen zomaar mee. Hier zie je hoe een groepsproces op gang komt. Hoe makkelijk kun je meedoen met schelden en pijn doen. Als iemand in de klas gepest wordt, als een heel stadion iets spottends roept. Wat kan het moeilijk zijn om iets van het vloeken te zeggen. Waar eerst de mensen hem nog eerden als koning, wordt Hij nu beschimpt, dat wil zeggen ze spotten met Hem.

 

Het is eerste waar ze Hem mee bespotten is met zijn uitspraak over de tempel ‘Ik zal de tempel afbreken’, had Jezus gezegd.  Jezus bedoelde zijn eigen lichaam. Maar voor de Joden voor wie de tempel zo belangrijk was een grote overwinning: haha, ook deze man moet niet proberen de tempel af te breken! De tempel is toch sterker dan Jezus. Dit verwijt was Jezus ook bij het verhoor voor de voeten gegooid. Ze hadden niet begrepen wat Hij bedoelde: maar ondertussen brengen ze zo zelf onder woorden wat er hier gebeurt: het lichaam van Jezus wordt afgebroken, de offerdienst in de tempel is niet meer nodig als dit paaslam is geslacht en straks zal het grote wonder gebeuren. Op de derde dag zal Jezus worden opgewekt. Jezus zal de tempel in drie dagen opbouwen.

Ze spotten met zijn woorden dat Hij de zoon van God is. Laat dan je kracht zien en kom van het kruis: maar tegelijk laat Jezus juist op dit moment zien dat Hij de Zoon van God is, door aan het kruis te blijven hangen. Zijn liefde voor zondaars is zo groot dat Hij blijft hangen. Hij wil tot de zondaars, tot de misdadigers gerekend worden, om zo zondaars tot leven te kunnen brengen en te kunnen redden. Hij werd tot schande gemaakt, zodat wij nooit meer te schande zullen worden.

 

Wat een troost mag dat zijn als je vandaag vervolgd wordt om je geloof, als je gepest wordt. Men dreef de spot met Hem, zodat wij nooit meer te schande gemaakt zouden worden. Als mensen zich tegen je keren, omdat je gelovig bent. Omdat jij zegt te geloven in de zoon van God. Als er dan toch pijn en verdriet is, dan kan het zomaar zijn dat iemand zegt: waar is dan jouw God. Hoe kan het dat je zo gelovig bent en toch elke keer te maken krijgt met lijden? Dat er bij jou een ziekte is? Dat het kwaad jullie elke keer lijkt te treffen. Als christen kun je te maken krijgen met getreiter. Soms is het moeilijk om er iets op te zeggen: maar wat een troost mag het zijn als je op Jezus mag wijzen. Ook Hij leed onder bespottingen, smaad en hoon. Maar Hij wist dat Hij daarmee juist Gods plan vervulde. Hij weet wat het is wat jij soms door moeten maken. Maar jij zult uiteindelijk nooit met lege handen staan of beschaamd uitkomen. Omdat Hij door God verlaten werd, zullen wij nooit door God verlaten worden. Onze wachter sluimert niet, Hij is er bij ook al gaan we door een donker dal, Hij richt voor ons een maaltijd aan voor het oog van de vijanden. Uiteindelijk brengt hij ons veilig thuis.

 

[dia 4] Een tweede groep mensen die Jezus uitschelen en bespotten, nadat Hij eerder al door de soldaten en voorbijgangers is bespot, is de groep van Joodse leiders. Maar waar de mensen Jezus rechtstreeks in het gezicht dingen zeggen, zeggen zij niet ‘u’, maar ‘hij’. Ze praten spottend over hem. Ze gaan met zo’n man niet in gesprek. Zij zijn speciaal de stad uitgekomen om te zien dat deze man nu eindelijk uit de weg geruimd wordt. Ook zij spreken over dezelfde dingen: anderen heeft Hij gered, maar zichzelf redden kan Hij niet. Ze weten goed dat Hij mensen genezen heeft, zieken, melaatsen, blinden, zelfs doden genezen. Maar geloven in Hem? Nee, dat doen ze niet. Het is bedrieger, iemand door de duivel zijn kunsten kan doen. Ze lachen nu heel hard: kijk maar wij hebben gelijk. Zichzelf redden kan Hij niet. Wat is het dan een rijkdom om te weten dat je mag zeggen: anderen heeft Hij gered, maar zichzelf redden wil!! Hij niet. Hij wil juist de weg door lijden en dood heengaan om anderen redding te geven. Hij wil zijn Vader gehoorzaam zijn: het is een nieuwe uitdaging, een satanische aanval: Als je de zoon van God bent, kom dan van het kruis. Zo had de duivel ook gesproken: als je de Zoon van God bent, beveel dan dat die stenen in brood veranderen. Steeds weer probeert satan te voorkomen dat Jezus sterft aan het kruis. Petrus zegt na zijn belijdenis dat Hij zal voorkomen dat Jezus gedood zal worden, maar Jezus roept: Ga weg achter mij satan! In de hof van Getsemane voert hij biddend zijn strijd of de beker aan hem voorbij mag gaan, maar Hij besluit de beker helemaal leeg te drinken. Nu wil Hij ook in de laatste verzoeking staande blijven. Hij wil niet van het kruis komen!!

Als God voor Hem is, Hem goed gezind is, dan moet Hij toch van het kruis afkomen. Dan zullen ze wel geloven. Zou dat zo zijn? Ze hadden alles van Jezus gezien, maar geloofden niet. Hij had wonderen gedaan, maar wezen hem af. En wij: geloven wij in Jezus. Geloven wij dat we werkelijk door Hem gered worden. Of zeggen jij ook: eerst zien en toch geloven. Uiteindelijk zal Jezus nog een groter wonder doen dan van het kruis afkomen. Hij zal opstaan uit de dood: zalig ben je als je niet ziet en toch gelooft!

 

Zelfs de misdadigers deden mee, schrijft Matteüs. Maar Jezus blijft stil. Als een lam dat ter slachting wordt geleid. Hij verdraagt de hoon van de mensen en de leiders. Petrus zegt daar later over: Hij werd gehoond, maar hoonde zelf niet. Hij leed en dreigde niet. Zou het dan daarom zijn dat één van die misdadigers uiteindelijk tot inkeer komt als hij de reactie van Jezus ziet. Dat hij daarom uiteindelijk toch ziet dat hij op de verkeerde weg is? Dat Hij daarom toch in het paradijs mag komen? We weten het niet. Matteüs laat alleen zien dat Jezus door alle mensen om Hem heen verlaten is. Hij schold niet terug. Hij is heel die lange lijdensweg gegaan. Door de mensen verlaten roept Hij even later uit: ‘Mijn God, Mijn God, waarom hebt u mij verlaten’. Hoe het donker wordt het dan. Hoe alleen is Hij dan. Zo sterft Hij door God en mens verlaten sterft aan het kruis.

 

Hij heeft in zijn lichaam onze zonden aan het kruishout gedragen, opdat wij dood voor de zonden, rechtvaardig zouden leven, schrijft Petrus. Die diepe zin mag ons vanavond nog het meest aangrijpen. Zijn dood, zijn gepest worden raken ons, maar nog het meest dat Hij juist om onze zonden: om die keren dat wij hem ontrouw waren, dat wij verkeerde woorden zijn, dat we kwaad deden, juist om onze zonden werd Hij daar gehoond en geslagen. Zodat wij vergeving ontvangen: zodat wij zelf niet de eeuwige dood en de helse verlatenheid hoeven te dragen. Hij werd bespot, zodat wij nooit meer te schande zullen worden.

Wat is jouw reactie, wat is uw reactie? Ik hoop dat je knielt voor het kruis. Ziet dat Jezus daar echt in plaats van jou hangt. Dat je zelf Jezus niet aan de kant zet, maar dat je in geloof zegt: Jezus, ik wil U bedanken voor wat U voor mij hebt gedaan

omdat U voor mij bent gestorven maar ook weer bent opgestaan

U werd geschopt en geslagen ze lachten en scholden U uit

en zelfs door uw vrienden verlaten hing U voor mij aan het kruis

Jezus, ik dank U U gaf uzelf voor mij; Jezus, ik dank U en geef mijzelf aan U. Amen


Joh 20:1-18 – Hij is opgestaan!

april 8, 2015

Preek gehouden in Heemse, Pasen 2015
Tekst: Johannes 20

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus, jongens en meisjes,
[Dia verstoppertje] Wie van jullie heeft wel eens verstoppertje gespeeld? Je bent iemand kwijt en dan ga je zoeken. Je zoekt in alle kamers van het huis. Je zoekt in alle plekjes. En als het even kan zoek je een plekje waar men je niet verwacht. Wat is het dan vervelend als je diegene niet kan vinden. Iemand is zo goed verstopt, dat je gewoon echt niet weet waar hij is! Hopelijk stop je dan niet met zoeken. Wat ben je dan blij als je degene gevonden hebt. En misschien zeg je dan wel: Tjonge, wat heb jij een goede verstopplek! Iemand vergeleek de zoektocht van Maria van Magdalena op deze paasmorgen eens met hoe je zo kunt zoeken: ‘ze zoekt wel, maar ze slaat de plek over waar je het niet zou verwachten’.
[Dia Maria] Je leest in de Bijbel dat ze al heel vroeg terwijl het nog donker was op weggaat. Ze had goed opgelet waar ze Jezus gelegd hadden. Ze gaat met andere vrouwen naar het graf, waar Jezus begraven ligt:
haar meester, die haar weer beter had gemaakt toen ze zo in de war was.
Haar meester, waar ze zoveel van houdt.
Haar meester die ze aan het kruis geslagen hadden, ze had van een afstandje staan kijken.
Maar hoe vroeg ze die morgen ook komt, ze is te laat. Want als ze die morgen huilend bij het graf komt, schrikt ze heel erg! De steen is weg! Ze raakt helemaal in de war. Ze moeten Jezus wel gestolen hebben, het gebeurde wel vaker dat dieven het graf van een rijke man plunderden.
Ze vertelt het de leerlingen: Johannes en Petrus komen. En Johannes komt tot geloof. Maar Maria kan het niet geloven. Ze blijft huilen, ze blijft zoeken, ze heeft nog steeds niet gevonden.
Zelfs als de engelen zeggen: ‘Waarom huil je?’, laat ze zien dat ze aan het zoeken is: “Ik weet niet waar zijn mijn Heer hebben neergelegd”.
[Dia ‘vandaag’] Soms kun je zelf in je leven ook zo vast zitten. Op zoek zijn. Dat je zoveel verdriet hebt, dat de tranen soms echt over je wangen lopen. Dat je zelf een toekomst had uitgestippeld in je leven: voor je zag hoe je gezond, met de ander, met je geliefden, met kinderen, met een leuke baan hier zou kunnen leven. Maar dat je opeens van alles uit handen wordt geslagen, dat je zo verdrietig en uitgeput bent dat je niet ziet hoe jouw leven nog weer mooi en goed zou kunnen komen. Dat je door ziekte of overlijden, door moeite of werkloosheid echt het vertrouwen in de toekomst kwijtraakt. Ik denk aan een gesprek dat ik met iemand had die thuis zat omdat ze al de taken op haar werk niet kon overzien. Ze wilde alles goed doen, trok alles naar zich toe. Maar nu zat ze thuis, kon het niet meer aan. Begon soms zomaar te huilen. Wist niet waar ze het zoeken moest. En zeker ook niet waar God nu in haar leven gebleven was. Hoe moet je nu verder?
[Op zoek naar Hem] Wanneer je leest wat Johannes schrijft in het mooiste hoofdstuk van zijn boek, dan zie je dat hij zich vooral richt op Maria van Magdala. Zij is de zoekende en huilende vrouw, die uiteindelijk gaat ontdekken dat Jezus leeft. Maar dat doet ze niet zomaar. Wanneer je moeite in je leven hebt, dan kan het soms moeilijk zijn om weer het licht te vinden. Om te zien dat God wel goed is. Johannes laat zien dat het Maria van Magdala ook tijd kost. Terwijl je als lezer ondertussen weet dat Jezus leeft en is opgestaan, gelooft Maria dat nog niet. Johannes komt tot geloof, Maria nog niet.

De engelen stellen hun verbaasde vraag: Waarom huil je? Zij weten al dat Jezus is opgestaan, zij weten dat Hij leeft. Maar Maria ziet dat nog niet. Ze had dan de moed op kunnen geven en naar huis kunnen gaan. Verdrietig dat het mooie geloof in de Messias dat ze had, kennelijk ook niet echt was. Dat het haar niet echt verder hielp.

Ze had huilend op de bank kunnen blijven zitten. Maar wat deed ze … ze ging op zoek. Ze kwam in beweging. Ze ging naar het graf. En toen de steen weg was schakelde ze de hulp van de leerlingen van Jezus in. Ze blijft bij het graf als de leerlingen weer weg zijn en praat met de engelen.

[Gezien door Hem] En dat niet alleen … zoals Johannes het beschrijft zie je vooral hoe Jezus met haar bezig is. Terwijl zij zich alleen voelt, staat Jezus achter haar. Terwijl ze praat met de engelen hoeft ze zich alleen maar om te draaien. Als ze haar vragen stelt aan de tuinman, stelt ze de vragen eigenlijk aan Jezus zelf. Ze heeft het niet in de gaten, maar Jezus heeft haar allang gezien. In haar verdriet, in haar tranen, in haar zoeken. Zoals Jezus eens Natanaël al zag zitten onder de vijgeboom (Joh. 1), zoals Jezus precies het hele verhaal wist van de Samaritaanse vrouw, die bij de bron zat en aan wie hij vroeg om water. Hij wist al van haar man, en van haar mannen, Hij had alles al gezien.

[Gezien door Hem] Wanneer je huilend en zoekend in het leven staat, mag je weten en geloven dat Jezus ook jou al gezien heeft. Dat Hij de pijn en vragen kent, ook die vragen die er in jou leven zijn. Hij is het die je helemaal begrijpt en doorgrond. Elke stap kent hij. En hij is ook met jou bezig. Op zijn manier helpt Hij jou dat te ontdekken.
Bid dat je ogen open mogen gaan voor Hem als de Levende Heer. De Levende God die ook bij jou wil zijn, die dat soms laat zien in een Bijbelwoord dat opeens tot je doordringt en je een weg wijst, door diegene die jou die helpende woorden aanreikt, door een engel die op een wonderlijke manier jou op weg helpt.
Maria hoorde de stem van de engelen. Ze zag het lege graf en de doeken waar Jezus doorheen gegaan moet zijn. Maria zocht haar Heer, want Hij was haar bevrijder. Hij was ook voor haar gekruisigd. Zij wilde niet leven zonder hem.

[Maria!] En dan klinkt plotseling die bijzondere roep: Maria! De huilende en zoekende Maria hoort haar eigen naam klinken in de tuin. Hoe zal dat geklonken hebben. Boos en verwijtend? Zo van: Maria, nu moet je toch eens ophouden met huilen. Je bent op de verkeerde weg. Zo vind je mij niet. Aansporend en wakker roepend? Zo van: Maria, kom op, open nu je ogen en zie nu dat Ik het ben. Ontdek nu dat Ik niet meer dood ben, maar leef. Dat Ik gedaan heb wat Ik gezegd had?
Wanneer ik bedenk wat Jezus gedaan heeft. Dat Hij afgedaald is van de hemel, zich vernederd heeft, de pijn van deze wereld gedragen heeft, en de zonde op zich genomen heeft. Als ik bedenk hoe groot zijn liefde, Gods liefde geweest moet zijn voor ons zondige en soms moedeloze mensen, dan geloof ik dat Jezus hier vooral gezegd heeft: Maria! Geliefde Maria! Dat Hij vanuit zijn hart, vanuit zijn liefde hier tot haar spreekt en haar in liefde roept. Maria, ik heb je al gezien. Maria, ik heb mezelf ook voor jou gegeven. Maria, je mag mijn kind mijn schaapje zijn. Al je zonden zijn vergeven.

[Raboeni] En zoals staat in Johannes 10 ‘De schapen kennen de stem van de goede Herder’, zo herkent Maria dan zijn stem als ze bij naam geroepen wordt. En ze roept het uit in geloof! Mijn Meester! Raboeni!
Zo mag je vandaag ook weten dat God jou bij je naam noemt. Dat hij je roept, midden in je leven. Soms door een Bijbelwoord, soms door een ander, jouw naam klinkt. Hij wil jou bij je naam roepen, je bent van Hem. Wanneer je dat hoort mag je weten dat hij je kent in al je zoeken en vragen, dat hij je helemaal begrijpt, dat Hij je liefheeft en je bij hem thuis mag komen. Het avondmaal mag vieren! Ik hoop en bid dat die momenten in je leven mogen komen, ook als het nog donker is.

[Toekomst] Jezus moet Maria waarschuwen: je kunt me niet vasthouden. We kunnen niet samen terug naar hoe het hiervoor was, ik moet verder. Ik moet nog opvaren naar mijn Vader om voor alle mensen de redder en bevrijder te zijn. Ik wil leven in een nauwe band met al je broeders en zusters. Hun God is jouw God. Ik zal zorgen dat uiteindelijk iedereen in die verbondenheid met God zal leven! In een eeuwige vrede.
Wij leven twintig eeuwen later. Vandaag kunnen we hier om ons heen niet altijd zien hoe God bezig is zijn volmaakte rijk te brengen. Maar Maria werd van een zoekende vrouw, een blijde, vertelde vrouw. God gaat het goed maken! Jezus leeft. Ik bid dat we ook steeds meer zo van hier mogen gaan. Jezus leeft! Hij is opgestaan. Nee, dan is nog niet alles goed en opgelost. Maar Jezus leeft. Hij is met je alle dagen van je leven, tot aan de dag dat Hij weerkomt. Hij noemt je bij name en ik hoop dat je zijn stem dan zult herkennen en eeuwig bij hem zult leven in vrede. Amen


Mat 28:8-10 – Een goede morgen, Christus leeft!

april 20, 2014

Preek gehouden in Heemse, Pasen 20-04-2014
Tekst: Matteüs 28:8-10
Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus,
[dia 1] Christus leeft! Zij is al aardig op leeftijd. De dagen zijn lang. Bijna niemand komt langs. In haar hoofd zijn vooral herinneringen. Haar man is al overleden. Ze heeft verdriet om de ziekte van haar zoon. Van toen de kinderen klein waren, toen ze een sterke vrouw was, toen ze altijd bezig was. Vandaag is het Pasen, ze denkt terug aan het paasfeest. Wat werden er vroeger soms veel eieren gegeten! Wat betekent het voor haar dat Christus leeft?
Hij staat midden in het leven. Zijn werk is heel belangrijk. Hij maakt heel wat uren voor de baas en weet zich gewaardeerd in zijn werk. Goed gedaan! Hoort hij regelmatig. Hij geniet van het leven, hij geniet van zijn kinderen als ze bij hem zijn. Hij heeft zijn leven weer aardig op aarde, na de scheve schaats die hij 5 jaar geleden had gereden. Sinds kort heeft hij een nieuwe vriendin, die de kinderen ook graag mag. Wat betekent het voor hem dat Christus leeft?
Zij heeft een goed stel hersens. Heeft die ook altijd goed gebruikt. Ze heeft meer van de wereld gezien en veel contact met mensen die niet geloven. Ze noemt zich wel gelovig, maar met haar verstand vind ze het wel eens moeilijk om te begrijpen. Hoe kan iemand die gestorven is weer levend worden? Waarom zou je deze boodschap eigenlijk geloven, als er nog wel 600 anderen levensovertuigingen zijn. Vandaag is het Paasfeest, Jezus die weer levend wordt: wat betekent het voor haar dat Christus leeft?

Vanmorgen vat ik de boodschap van Pasen zo samen: Een goede morgen, Christus leeft!
1. Ontmoet Hem
2. Kniel voor Hem
3. Vertel van Hem

Op die allereerste paasmorgen had iedereen ook zijn eigen verhaal. Maria had haar Zoon verloren. Petrus zijn meester verloochend. Er waren spannende dagen geweest. Ook de vrouwen waren verdrietig en bang geweest. Hun meester was niet meer. Maria van Magdala was door Hem bevrijd van zeven duivelse geesten. Vroeg in de morgen waren ze naar het graf gegaan. De grond had gebeefd. Ze hadden daar de boodschap van de engelen gehoord, dat Jezus leeft en dat ze Hem in Galilea zouden ontmoeten.
Dan lezen we in onze tekst dat ze snel vertrekken uit het graf. De engel had gezegd dat ze niet bang hoefden te zijn, maar toch lezen we dat er nog angst is in hun hart. Het waren ook bijzondere dingen die ze hier hadden meegemaakt. Een engel an de Heer ontmoeten, dat was iets bijzonders, iets goddelijks. Net als op andere plekken in de bijbel verteld wordt kun je je voorstellen dat ook in door deze ontmoeting, in zo’n donker graf een stuk angst achterblijft.
Maar er is meer dan alleen angst. Want er naast de angst is er grote blijdschap in hun hart komt. Ze hadden de boodschap gehoord, maar Jezus nog niet gezien. En toch gaan ze. Ze geloven, zoals je vandaag mag geloven: geloven dat Jezus is opgestaan, zonder het gezien te hebben. Hun geloof groeit: zou het dan toch waar zijn? Opgetogen verlaten ze het graf. Er gloort hoop! Gehoorzaam gaan ze de boodschap doorgeven.
Maar als ze zo van het graf weglopen, komt iemand hen tegemoet. Hij zegt tegen hen: Goedemorgen. Een gewone groet. Hij zegt niet wat in het Arameesch gebruikelijk was: vrede zij u! Nee, Hij zegt: blijdschap voor u. Een Griekse groet, die zoveel betekent als: goedemorgen. Niets bijzonders. Maar voor de vrouwen dit keer wel! Want het is Jezus die het zegt. Ze herkennen Hem gelijk. Hij ziet er nu niet anders uit, nee, dit is hun meester en Heiland. Hij leeft! Dit is werkelijk een goede morgen! Hier worden ze werkelijk blij van! Wat bijzonder dat de Here Jezus nu mag laten zien dat Hij hen niet alleen liet, maar dat Hij de dood achter zich liet. Dat Hij levend is: wat een geweldig cadeau.
Wanneer een vader en moeder weten dat de verjaardag van hun kind eraan komt, dan bereiden ze zich voor op zo’n verjaardag. Ze kopen een cadeau, halen taart in huis, versieren het huis. Straks is het feest. En op de morgen zelf lopen ze naar hun kind toe. Ze zijn blij dat ze hem iets moois kunnen geven, een cadeau dat nu nog in mooi inpak papier verpakt zit. Ze zeggen: goedemorgen! Er is een glimlach op hun gezicht, omdat ze hun kind willen verrassen. Zo zal het voor de Here Jezus ook geweest zijn: terwijl de vrouwen bang zijn, maar ook opgetogen, heeft Jezus het mooiste cadeau dat maar bestaat voor hen. Hij leeft! Hij is sterker dan alle dood en verdriet, dan alle zonde en pijn. Hij heeft de overwinning behaald en met dat cadeau gaat hij naar de vrouwen toe: Goedemorgen! Ja inderdaad dit is een goede morgen, een morgen van vreugde, de beste morgen, met het mooiste cadeau dat je maar kan bedenken.
Jezus leeft! Ontmoet Hem! Dat is de aansporing van dit eerste punt. De Here Jezus zelf doet niets liever dan zichzelf aan jou, aan u bekend maken. Hij wil graag dat je hem ontmoet. Elke zondagmorgen, de dag van de opstanding, klinkt hier in de kerk de boodschap van de ‘goede morgen’. De vrouwen waren op pad gegaan, ze zochten hun redder. De vrouwen luisteren naar de engel en gaan onderweg naar de leerlingen. Dan ontmoeten ze Jezus en komt Hij als de levende Heer in hun leven.
Soms hoor ik iemand zeggen: vroeger moest je naar de kerk. Vroeger hoorde ik dat van katholieken en protestanten, en ze zeiden daarmee: nu ga ik als ik zelf zin heb. Nu hoef ik niet meer van mijn ouders of de mensen om me heen. Met als gevolg dat die kerken leeg waren en het geloof wegging. Het cadeau bleef steeds vaker ingepakt liggen. De laatste tijd hoor ik het hier ook wel ‘vroeger moest je’. Maar als de vrouwen in bed gebleven waren, dan hadden ze hun Heer niet gezien. Ontmoet Jezus! Hoor elke zondagmorgen zijn de vredegroet van de opgestane Heer! Open ook thuis je bijbel en vouw je handen. Om het cadeau van het leven te ontvangen, moet je nog steeds komen om de Heer te ontmoeten, om zijn ‘goedemorgen’ te horen!

2. Kniel voor Hem! Wanneer de vrouwen Jezus Christus herkennen, grijpen zij zijn voeten vast. Ze knielen voor hem neer. Ze aanbidden hem. Zo knielde men in die tijd neer voor een koning, voor iemand die heel belangrijk is. Als de vrouwen dit cadeau van Jezus krijgen, schieten woorden tekort. Ze knielen neer, vereren hun Heiland. Zoals eens de wijzen gekomen waren om te knielen voor de koning (Mat 2), zoals eens Jaïrus geknield had voor Jezus toen zijn dochtertje gestorven was, zoals de leerlingen eens geknield hadden voor Jezus, toen Hij zee en wind bevolen had en iets van zijn goddelijkheid zichtbaar was geworden en ze uitriepen: waarlijk, u bent Gods zoon (14:33). Zo knielen deze vrouwen voor Jezus, die zijn godheid liet zien door de dood te overwinnen.
Dat zij de voeten van Jezus vast kunnen grijpen laat zien, dat dit maar niet een visioen is. Jezus verschijnt in een veranderd lichaam, een verheerlijkt lichaam. Hij leeft echt. De vrouwen hadden het al gehoord van de engelen, maar nu mogen ze het ook nog zien. Wat geweldig dat wat je gehoord hebt dan ook echt klopt, echt waar is. Soms kun je twijfels en vragen hebben, diep in je hart denken, zou het wel echt waar zijn. Zoals dat meisje over wie ik vertelde. Die al zoveel gezien had van de wereld. Die goed kon nadenken. Toch als je dit leest in de bijbel: deze sobere verhalen kunnen alleen maar kloppen, als Jezus ook werkelijk is opgestaan. [Vrij Nederland] Als Jezus ook echt het nieuwe leven heeft ontvangen. Dan valt alles op zijn plaats: de aarzeling bij de vrouwen, de angst van de soldaten, de list van Herodes, het graf dat open is. Dan begrijpen we het geheim van het geloof misschien niet, maar voor de vrouwen mag het die morgen zichtbaar zijn. Wat ze gehoord hadden klopt: Jezus leeft. In plaats van dat zij met hun handen het koude en levenloze lichaam van hun heiland aanraakten en liefdevol verzorgden, mogen ze nu zijn voeten vastgrijpen, voelen zij dat Hij het is. Ze pakken die voeten waar drie dagen eerder de spijkers doorheen geslagen waren. Wat ze gehoord hebben is echt waar!
En wat doe jij? Christus komt naar je toe, met het mooiste cadeau ter wereld. Door zijn nieuwe leven, wil hij ook jou een nieuw leven geven. Ook al heb je een scheve schaats gereden, Hij wil je zonden vergeven. Hij wil je uitzicht geven op die grote dag, dat elke knie zal buigen voor Hem, omdat dan iedereen ziet dat hij werkelijk de opgestane Heer is, straks als Hij weerkomt met de wolken. Deze Jezus geeft je nieuw leven: de dag dat je geboren werd, toen je begon te ademen, te huilen, toen je vastgepakt werd en in de wieg gelegd, was er een glimlach op het gezicht van je ouders. Een geboorte! Een kindje! Nieuw leven!
Als je knielt voor Jezus, als je hem als koning aanvaardt, als je je leven met al z’n mooie dingen en fouten voor hem neerlegt, wil Hij jou een nog mooier cadeau geven. Zijn nieuwe leven, maakt voor jou nieuw leven mogelijk. Wil jou een nieuw begin, een nieuwe geboorte geven. Je mag delen in sterven, maar ook in zijn opstanding. Het is echt waar: Jezus leeft, ook voor jou! Kom en kniel voor Hem!

3. Vertel van Hem.
Tenslotte krijgen de vrouwen de opdracht om dit goede nieuws ook verder te vertellen. Ze kunnen Jezus niet vasthouden. Ze kunnen niet terugbrengen wat er in die jaren daarvoor was geweest. Het wordt nu allemaal anders. Christus heeft de boodschap van de engelen onderstreept door zichzelf te laten zien. Maar de boodschap is er niet anders om. [Tussen en de engelen en de Heer zijn geen verschillen.] Ze moeten doorlopen naar de leerlingen en dan zal Jezus hen in Galilea ontmoeten. Waar Hij eens op de berg zijn bergrede gesproken had, de grondwet van zijn koninkrijk, wil Hij nu zijn leerlingen ontmoeten. Vandaar zal het nieuwe rijk beginnen.
Matteüs had geschreven voor het Joodse volk. In zijn boek was hij begonnen bij het begin, het geslachtsregister, met de bijzondere plek die vrouwen daar ook in hadden. Jezus, de zoon van Abraham, van David. Matteüs laat zien dat de lijn doorgaat. Dat het doel van de opstanding is dat de mensen nu ook op weggaan om de volken tot zijn leerlingen te maken, dat velen gedoopt gaan worden. Dat Hij bij hen zal zijn, nee, niet dat je zijn voeten kan pakken, maar hij is er wel, dichtbij vanuit de hemel, en als je je handen vouwt, mag je je aan hem vastklampen. Hij is bij zijn volk, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.
Daarheen zijn wij nu met elkaar op weg, en schakelt God ook ons in. Of we nu oud zijn, of dat we een scheve schaats gereden hebben of het moeilijk kunnen geloven: wanneer je geknield hebt voor Koning Jezus, Hem aangenomen hebt als je verlosser, laat dan zijn opstanding heel je leven bepalen! De vrouwen moesten het vertellen. Vertellen aan ‘zijn broeders’. ‘Zijn broeders’ wat een geweldig woord. Niet aan dat stelletje lafaards, dat hem verlaten had, verraden had, dat er niet bij was toen Hij het moeilijk had, terwijl ze beloofd hadden bij hem te zijn. Nee! Christus is opgestaan. Hij gaf zijn leven, om de leerlingen aan te kunnen nemen als zijn broeders, als kinderen van God. Het is een goede morgen, want Hij zegt ook tegen jou en u: Mijn broer, Mijn zus, door mijn opstanding ben je een kind van Vader. En die liefdevolle woorden mogen de wereld overgaan. En terwijl je die boodschap doorvertelt van genade en vergeving, van liefde en nieuw leven, door je daden of desnoods in woorden, is Hij erbij. Alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld.
Eens zal op die grote morgen, klinken het bazuingeschal.
Dan zullen alle graven opengaan.
Dan zal het ook een goede morgen zijn, de beste morgen
Dan zal ik de Heer ontmoeten, luisteren naar zijn liefdesstem,
daar geen rouw meer en geen tranen.
Daar wordt alles nieuw!
Laten we Hem de lof brengen: U zij de glorie, opgestane Heer!
Amen!

 

 


Luc 24:5,6 – Waarom zoekt u de levende hier bij de doden?

maart 26, 2013

liturgie Paasmorgen Hooghalen 2013

Morgendienst, 9:15
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Gz 94:1,2 (In het vroege …)
Wet
Zingen Gz 95 (Daar juicht een toon…)
Gebed
Lezen Luc. 24:1-11Openb. 1:12-18
Zingen Ps 16:3,4,5
Tekst Luc 24:5 en 6
Preek
Zingen Lied 215 (Christus onze Heer ..)
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Ps 66,1.2.7
Zegen en amen

Joh 21:12 – De levende Jezus laat je niet alleen!

april 9, 2012

Preek gehouden in Hooghalen/Beilen, 2012

Tekst: Joh 21,12

 

Geliefden van onze Here Jezus Christus,

Jezus leeft! Dat is het goede nieuws van Pasen. Verblijdt je! Zijn boodschap gaat heel de wereld over, mede dankzij het werk van zijn apostelen, van Petrus, Johannes en de anderen.

Maar wat zien ze van Jezus? Ze moesten eerst naar Galilea toegaan, maar als ze er zijn, is niet 1,2,3 duidelijk waar Jezus is. Wat wordt er van hen verwacht? Hoe zal Jezus bij hen zijn? Hoe wordt duidelijk dat Hij leeft?

Jezus leeft! Het goede nieuws voor de kerk, voor u, voor jou en voor mij. Maar wat betekent dat nu precies. Waar is Hij dan? Hoe is Hij dan bij mij? Maandag ga je naar school: je pakt je tas uit en legt je boeken op tafel. Is Jezus er dan. Of misschien zit je wel alleen in je stoel thuis, terwijl jij je eenzaam voelt: waar is Jezus dan? Is Jezus echt de levende, die je als ouderling of diaken wil helpen als het moeilijk is? Helpt Hij als er nieuwe ambtsdragers nodig zijn?

Er zijn mensen die niet geloven in Jezus Christus. In de postvakjes zitten uitnodigingen voor je buren of vrienden met wie je wel eens over het geloof praat. Het gaat er dan niet om dat je ’s avonds als het donker is, stiekem even een briefje in de bus doet. Zo heeft niemand me gezien? Nee, het is een uitnodiging die je geeft aan mensen met wie je omgaat en die regelmatig iets laat zien dat jij Jezus kent. Je nodigt ze uit om daar volgende week iets van mee te maken. Maar is Jezus dan wel echt de levende in jouw leven?

 

Vanuit hoe de Here Jezus in Galilea verschijnt, mogen we horen hoe Hij ook vandaag nabij wil zijn.

 

De levende Jezus laat je niet alleen!

1. Is Hij weg?

2. Hij is er door zijn Woord en macht.

3. Hij is er in zijn Maaltijd!

 

1. Is Hij weg? Zou Hij hier nog wel komen? De discipelen vragen het zich af. Ze hadden Jezus in de omgeving van Jeruzalem een aantal keren mogen ontmoeten. Maar nu zijn ze in Galilea, daar waar ze heen moesten van Jezus. Waar is Hij dan? Op een avond zijn ze met z’n zevenen bij elkaar, de discipelen, die ook zo hun vragen hadden of gehad hadden:

de fanatieke Petrus, die nog bij Jezus in de schuld stond omdat Hij hem verloochend had;

Tomas die pas in Jezus kon geloven toen Hij hem echt gezien had.

Natanaël die niet geloofde dat er uit Nazaret iets goeds kon komen.

Ook Jacobus, en nog twee waren erbij, en natuurlijk Johannes, die dit zelf beschreven heeft.

 

Johannes had zijn boek al afgerond, maar geeft in dit hoofdstuk toch nog een verschijning weer van Jezus na de opstanding.

Juist in Galilea zullen de discipelen eerst vol vragen zijn geweest.

Wat hadden ze veel met Jezus meegemaakt, juist ook aan de oevers van het meer van Tiberias. Maar wat zullen juist daar ook veel herinneringen boven zijn gekomen aan de gesprekken, de preken en de wonderen van Jezus. Wat zullen ze Hem juist daar gemist hebben. Het is net als bij ons, als iemand overleden is: wat kun je op sommige plekken of door sommige dingen die je tegen komt weer extra herinnerd worden aan degene die mist. Wat kan het gemis dan soms weer hevig voelen en de tranen op voelen komen.

 

Bij dat meer ligt ook nog de boot van Petrus. Op die avond dat ze met z’n zevenen bij elkaar zijn,

zegt Petrus: “Ik ga vissen.”,  wat er verder ook gaat gebeuren, ik ga eerst het meer op.

De anderen reageren gelijk instemmend: “Wij gaan met je mee”. Ze maken de netten in orde, ze stappen in het bootje, gooien de netten aan bakboord uit: drie netten van vijf meter, aan elkaar vastgeknoopt, zodat ze een lang net van 15 meter hebben. Zo kon je langs de kant van het meer goed vissen vangen, met name ’s nachts. De netten vormden een soort fuik, de kleine vissen zwommen wel door de mazen heen, de grote werden achterin verzameld. Maar hoe ze ook werken, waar zo ook varen: het net blijft aan bakboord leeg.

 

Maar mochten ze wel gaan vissen? Hadden ze niet biddend bij elkaar moeten gaan zitten wachten? Er zijn mensen die dit maar wat ongelovig van Petrus vinden: Hij wacht niet op zijn Heiland. Maar we lezen nergens dat de Heer dit niet goed vindt. Petrus gaat gewoon doen, wat hij zijn leven al gedaan heeft, dat waar zijn gaven en talenten liggen: Hij gaat vissen.

Daar kunnen u en jij en ik ook wat van leren. Je kunt nu ook soms het idee hebben: waar is God? Wat moet ik doen? Dan leert God ons niet om krampachtig de hele dag in de kerk te gaan zitten bidden, te vluchten in allerlei geestelijke activiteiten. Je mag ook gewoon je werk doen. Petrus is visser, Paulus was tentenmaker. Blijf niet stilstaan, maar pak je taak in Gods koninkrijk maar op: of die taak nu bij de kinderen ligt, of bij de zorg voor het land en dieren; Of je in de transport zit of de bouw; Of je studeert of naar school gaat. Ga maar doen wat je goed kan, God geniet ervan als je zo aan werk bent en je je taken doet.

 

De discipelen gaan vissen. Maar: het zit niet mee. Jezus zien ze nog niet, en nu lijkt de Schepper hen ook niet gunstig te zijn: de vissen willen in ieder geval niet het net in zwemmen, of anders gezegd: de vissers zien niet waar ze zijn moeten. Wat zullen ze zich in de vroege morgenstond dubbel triest hebben gevoeld: Niet alleen missen ze Jezus hier in Galilea, over hun harde werken en zwoegen gedurende hele nacht kwam geen zegen: ze vangen niets. De netten blijven leeg.

Ook nu kun je de Here Jezus niet echt zien. Je ziet de Here Jezus niet voorin de kerk staan; Hij staat niet letterlijk naast je op werk; en bij alle dingen die je meemaakt, geloof je misschien wel dat Hij er bij is, al kan dat ook nog wel eens moeilijk zijn, maar is Hij niet meer zichtbaar, tastbaar en hoorbaar aanwezig. Als het goed gaat is daar misschien nog mee te leven, maar als het tegen zit en Gods zegen uitblijft: wat kun je hem dan extra gaan missen. Als ik u hier zo zie zitten met de moeite die er kunnen zijn. Wat kunnen dan de vragen boven komen! Als je vastloopt op je werk; als school niet goed wil lukken; Als je te maken krijgt met een langdurige of ernstige ziekte; als je verandering wilt in je leven; als je verdriet hebt om een overlijden; Als je vol vragen en twijfels bent over de kerk en wat je nu moet. Wat zou het dan juist fijn zijn om eens een teken te krijgen, om even iets van God te mogen zien: om een duidelijke aanwijzing te krijgen of een bemoediging van de kant van God. Maar wat kun je dan je verslagen, alleen voelen of zwak. Hoe kan dat: Is Hij weg?

 

2. Hij is er door zijn woord. Lees eens wat er staat: Toen het al ochtend werd, stond Jezus aan de oever, maar … zijn leerlingen wisten niet dat hij Jezus was. Juist toen zij zich het meest alleen voelden was Jezus al bij hen! Hij zoekt hen op, Hij ziet hen bezig. Hij is met hen, zoals Hij later in Galilea ook zal zeggen, toen Hij zag dat sommigen twijfelden: Houdt dit voor ogen: Ik ben met jullie, alle dagen tot aan de voltooiing van de wereld. Ook als wij niets van God opmerkingen, wanneer ons gevoel tegen ons zegt: Hij is er niet. Wanneer we een enorme kloof tussen God en ons ervaren, toch is Hij er. Het water scheidt de discipelen van hun Heiland, maar Jezus weet precies waar ze zijn en hoe met hen gaat. Hij is trouw aan wat Hij belooft. Hij laat zijn kinderen nooit alleen! Hou dat altijd voor ogen!

 

Maar het mooie is in deze geschiedenis dat Hij zich niet stil houdt. Luidt klinkt er over het water: HEBBEN JULLIE SOMS IETS TE ETEN? “Nee” klinkt er kortaf. Het zal hun visserstrots gekrenkt hebben, maar ze kunnen niets anders zeggen. GOOI HET NET AAN STUURBOORD UIT, DAN LUKT HET WEL! Ze doen het. En dan gebeurt het wonder: Het net raakt voller, het schip gaat langzamer varen en de gezichten van de discipelen klaren op.

 

Maar wie is die man? Net als Maria ’s morgens in de tuin, net als de Emmaüsgangers hebben ze eerst helemaal niet in de gaten wie Hij is: Wie heeft er de vissen van het meer in zijn macht? Wie kan met zijn woord spreken en het gebeurt? Wie was ook al weer tot zulke machtige wonderen in staat? … Johannes gelooft het als eerste. Het is als toen Johannes en Petrus ’s morgens bij het lege graf stonden is het weer Johannes die als eerste weet wat er aan de hand is: “HET IS DE HEER!” schreeuwt hij van vreugde uit. Maar het is weer Petrus die de snelste is: Hij trekt snel zijn overkleed aan, want ze stonden alleen in hun hemd te vissen, en daar gaat hij, recht door zee als hij is, met een sprong de zee in, en zwemt snel naar Jezus toe, aan wie Hij zoveel verschuldigd was.

 

Wat een wonder: wat worden de discipelen toch mooi geholpen.

Het zat hun tegen in hun werk, en God gaf een oplossing.

Ze vroegen zich af waar Jezus is en opeens horen ze hem weer spreken, aanwijzingen geven en kunnen ze hem weer zien.

Je zou er bijna jaloers op worden: zoveel voorspoed, zoveel bemoediging.

Maar laten we er ook jaloers op worden, laten we ervan leren hoe God bij ons wil zijn. De Here Jezus spreekt zijn woorden:

Jezus staat bij ons niet aan de kant, maar we hebben nog steeds zijn woorden. Johannes noemt Jezus later: het vleesgeworden woord van God. Wij hebben onze bijbel. Als je je bijbel dicht laat, dan is de kans dat je God hoort spreken voor jou leven niet groot. Maar als je elke dag trouw uit de bijbel leest, als je ook studie maakt van Gods woord op bijbelstudie of vereniging: dan raak je vertrouwd met de woorden van God, dan hoor je de stem van Jezus en dan hoef je niet alleen te weten dat Hij ergens is, dan mogen zijn aanwijzingen en bemoedigingen ook steeds in je oren klinken, dan weet je steeds beter wat Jezus gedaan zou hebben.

Dat vraagt ook dat je leeft naar Gods geboden: de discipelen waren gehoorzaam aan de aanwijzingen van Jezus. Maar wat doe jij? Met zijn regels over de naaste vergeven, de naaste liefhebben, God liefhebben met heel je hart, met zijn regels voor huwelijk en opvoeding, zijn aanwijzingen voor zijn dienst en de richtlijnen voor een christelijke houding op werk, school en thuis. Ook door te gehoorzamen aan Jezus woorden, leer je steeds meer met Hem op weg te zijn.

En bidt tot God: Jesaja zegt: Roep Hem aan, terwijl Hij zich laat vinden, zoek Hem terwijl Hij nabij is. En dan is het wel eens moeilijk; dan is het niet gelijk allemaal opgelost; dan komt de hulp niet altijd zo snel als je zelf zal willen: Maar God is trouw. Als je je blijft richten op Jezus, als je klopt: dan zal de deur opgedaan worden. Dan leer je steeds meer dat Hij ook jou, maar ook zijn kerk niet in de steek laat, maar vast houdt: Ook in deze tijd. God is trouw!

 

Maar er komt nog iets bij: 3. Hij is er in zijn maaltijd. Wanneer Petrus bij Jezus is gekomen, maakt Jezus niet zomaar even een praatje met Petrus. Nee: Hij geeft Petrus opdracht om de vangst nu ook binnen te halen: Hij gaat maaltijd met de discipelen houden. En zo hoeven de discipelen na de nacht vissen niet met een lege maag te blijven.

Wanneer het net aan land is getrokken scheurt het net niet. En dan kunnen zij de vissen gaan tellen: het zijn er 153. Geen symbolisch getal, maar een getal dat Johannes zo goed onthouden omdat het zoveel was: 153 grote vissen. Als een visrecord wordt het heel precies opgeschreven. Zo overvloedig geeft Jezus eten. Zo is de Here Jezus en zo is de God van Israël: Hij geeft geweldig veel.

Er zijn veel mensen die honger hebben en die dorstig zijn naar levenszin: Ze zijn op zoek. De een zoekt het in een luxe leven. De ander gaat op in de muziek. Een derde gaat alleen maar op in zijn werk. En misschien betrap je jezelf daar ook wel eens op. En Jesaja zegt spottend: wat betalen jullie nu veel geld, voor wat geen brood is. Maar Jezus geeft wel echt brood: bij Hem mag je weten dat Hij het levende brood is. Als je Hem vind, krijgt je leven zin. O al gij dorstigen, komt, koopt en eet!

 

Maar waarom nu een maaltijd? Ook bij de Emmaüsgangers gaat Jezus ETEN, en zij herkennen Jezus tijdens de maaltijd. Als Hij de eerste keer bij de discipelen is vraagt hij brood en vis. En ook hier lezen we bij de maaltijd: dat de discipelen weten dat het Jezus is. Zij zijn er zo van overtuigd: dat ze het niet meer durven vragen. Deze maaltijden laten iets zien van de kerk na Jezus opstanding. Voortaan zal Jezus meegaan met zijn kerk, Hij zal uitdelen en zich ook juist in de maaltijd, in het avondmaal laten zien.

 

De discipelen durven niet meer te vragen of Hij Jezus is. Als ze bij zo’n wonder en zo’n maaltijd nog hun vragen hebben zouden ze wel heel ongelovig geweest zijn, dan zou Tomas nog niets geleerd hebben. De vraag is: wat doe jij? Herken je Jezus, als de opgestane Heer? Geloof je dat Hij er is? …. Soms is dat wel moeilijk. Ook de discipelen vonden dat moeilijk. Het vraagt om geloof. Een geloof dat langzaam groeit. Maar God wil je daarbij helpen. En een paar keer per jaar wel heel bijzonder. Dan komt God maaltijd houden. Dan deelt Hij uit van het levende brood en van de wijn. Je kunt het zien. Zo wil de Geest je helpen om Jezus te herkennen.

 

Wat een feest van overvloed is dat. Het is brood, waar je geen honger meer van krijgt: want je zonden zijn vergeven. Je krijgt van God het leven. En zo krijg je elke keer bij het avondmaal nieuwe kracht om voor God te leven. En dan zie je het: Jezus zelf nodigt mij nog steeds uit aan zijn tafel. Hij is de Gastheer.

 

Straks komt de grote dag. De dag waarop Hij een geweldig feestmaal zal aanrichten, waar de wijn niet op zal raken en er brood en vis genoeg zal zijn. Jesaja profeteert er al van: Dan zal Gods volk uitgeleid worden en de bergen en de heuvels zullen in hun handen klappen. En dan zal het geen moeite kosten om Jezus te herkennen. Hij zal tussen de mensen wonen. Dan zult u oog in oog met u Heiland staan en zult u Hem helemaal kennen, zoals Hij u kent. Amen.

 

Liturgie 15 april 2012 Morgendienst 9.15 Hooghalen Middagdienst 16.30 Beilen
Welkom en mededelingen
Votum, zegengroet en amen
Zingen Lied 215 Lied 215
Wet Nvt
Zingen Gz 69 (U, heilig Godslam) Nvt
Gebed
Lezen Jes 55 Jes 55
Zingen Ps 89:1 en 6 Ps 89:1 en 6
Tekst Joh 21:1-14 Joh 21:1-14
Preek
Zingen Ps 84:3 en 6 Ps 84:3 en 6
HA: Formulier 4 (beamen gkv.nl > kerkelijke documenten > h’wijk 2011) Gz 179b (Geloofsbelijdenis)
Voor viering Gz 127:1,2,3Na viering Ps 113:1 en 2
Dankgebed en voorbede
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Lied 225:1,4,5 Lied 225:1,4,5
Zegen en amen

Mat 28:6 – Wees blij om de opgestane Heer!

april 3, 2012

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen, april ’12

Tekst: Mat 28:6

 

Jongens en meisjes,

[Dia paasmorgen] Wie van jullie is wel eens bang?

De vrouwen zijn misschien best bang geweest.

Het is op Paasmorgen ook niet de makkelijkste weg die de vrouwen af moeten leggen. Ze moeten naar het graf van hun overleden Heer en meester.

Het is nog halfdonker en schemerig, en opeens trilt en beeft de grond.

En bij het graf … geen steen, maar een donker gat gaapt hen tegemoet.

Zomaar kunnen de rillingen over je rug lopen.

Onzekerheid, duisternis, angst, de dood het zijn allemaal dingen die je bang kunnen maken.

Zou jij in het donker over een begraafplaats durven lopen?

Jongens en meisjes, wat kun je soms bang zijn als het donker is: als je van alles denkt te zien als je moet gaan slapen. Toch maar even de lamp aan, toch maar even onder je bed kijken.

 

[Dia soldaten voor het graf] Gelukkig zijn er mensen die hun beroep ervan gemaakt hebben om te zorgen dat wij veilig kunnen leven, dat wij niet bang hoeven te zijn. Dat zijn de soldaten. Zij durven met wapens de vijand tegemoet te gaan. Zij durven de strijd aan te gaan met het gevaar. Zij durven de dood in de ogen kijken. Als er een soldaat is, met zijn wapen, toen een zwaard en speer, een helm en schild, tegenwoordig met tanks, geweren en geschut, dan voel je je veilig, als hij het voor je opneemt, als hij je wil beschermen.

 

[Dia engel verschijnt] Maar kijk eens wat er gebeurt op die Paasmorgen, als Maria van Magdala en de andere Maria naar het graf lopen. Wanneer de engel verschijnt, een soldaat uit het leger van de Heer der Heerscharen, wanneer hij straalt van licht en de aarde beeft, dan krijgen de vrouwen te horen dat ze niet bang hoeven te zijn! Vrees niet, staat er. Wees niet bang! Maak je geen zorgen. Deze engel, die zijn licht kan laten schijnen, omdat hij een engel is van de opgestane Heer, stelt hun gerust: je hoeft niet bang te zijn!

Maar wat gebeurt er met de soldaten? Die soldaten die de dood in de ogen durven kijken, beven nu als rietjes. In het Grieks staat er Seismo, een woord dat je misschien wel kent van mensen die zich met aardbevingen bezig houden. Deze soldaten trillen net zo hard als de grond net trilde bij de aardbeving: ze staan met knikkende knieën bij het graf. Ja ze schrikken zo, dat ze als dood op de grond vallen. Zij zijn wel bang! Zij moeten zich wel zorgen maken!

 

 

Geliefde gemeente van onze opgestane Heer,

[Dia Thema] Het thema voor vanmorgen heb ik als volgt samengevat: Wees niet bezorgd, maar verblijdt u in de opgestane Heer!

In het thema klinken de woorden van Paulus uit Filippenzen door. Wees blij! Woorden van Paulus, woorden uit de gevangenis: Paulus die in de gevangenis zit en zich genoeg zorgen zou kunnen maken. [Dia Paulus in Gevangenis] Paulus die, omdat Hij van Jezus vertelde, nu van zijn vrijheid beroofd is.

Als je zelf zou moeten zeggen: kan Paulus nu onbevangen en vrij in het leven staan, of is dat juist iemand die bezorgd zou moeten zijn, dan zou je denken: Paulus moet zich juist zorgen maken, zou hij het er wel levend afbrengen? Komt hij wel weer uit de gevangenis? Maar juist deze Paulus zegt: wees niet bezorgd, maar verblijdt u, in de Heer!

Vandaag willen we die blijdschap in de Here ook leren. Ook in ons leven, ook op deze paasdag kan er zomaar een heel stuk bezorgdheid zitten. Dat je niet weet hoe het verder moet met je gezondheid, rouw en verdriet, dat er zorgen zijn rondom huwelijken, dat je alleen bent, dat er zoveel kapot gegaan is in de band tussen jou en de anderen. Dat je misschien wel ’s nachts piekerend wakker wordt, omdat je niet goed weet hoe het nu verder moet. Als ouder, als kind, als man of als vrouw, kan het zomaar zijn dat de duisternis in je leven overheerst, dat je maar weinig van de paasblijdschap ziet.

Het kan zijn dat je het maar lastig vindt, die paasboodschap: verblijdt u!

Verblijden, niet bezorgd zijn?!!

Hoe zou ik dat in mijn situatie kunnen zeggen. Ik maak me juist wel veel zorgen. Ik mis zoveel van de vrede die God belooft!

[Dia Tekst Mat 27:62-64] Laten we dan weer teruggaan naar de Paasmorgen. De soldaten, ja die waren bang, en ze waren terecht bang. Want waarom stonden die soldaten daar? Ze stonden er namens Pilatus. De Farizeeën en hogepriesters waren bij hem gekomen. Ze maakten zich zorgen: die Jezus is een leugenaar, een bedrieger. Hij zei dat Hij op de derde dag op zou staan uit de dood. Daarom moeten we het graf bewaken, Pilatus, anders dan pakken ze straks z’n lichaam en zeggen: kijk maar, het graf is leeg, Jezus is opgestaan! Terwijl ze Hem stiekem ergens anders neergelegd hebben. Als je dus de soldaten ziet, mag je denken aan de anti-christelijke machten: aan Pilatus, en de Joodse leiders, die niets met Jezus te maken willen hebben. Die Hem een bedrieger noemen. Wie zich afkeert van Jezus, wie zegt dat zijn opstanding ‘een verhaal uit de dikke duim’ is, wie zegt dat kan toch niet, Hij is niet de Zoon van God, die zal beven en schrikken, als Jezus terugkomt. Als Hij verschijnt in licht en waarheid. Dan val je net als die soldaten, als dood op de grond. Hier wordt zichtbaar de strijd die er is tussen de kinderen van Eva en de kinderen van de slang, de strijd die gaande tussen God en satan: God heeft in Christus de dood overwonnen, de satan van zijn macht beroofd. Die strijd gaat verder, ook nog onder ons. Tot eens Jezus de volkomen overwinning behaald heeft: en elke knie zich zal buigen, ook de mensen die Hem ‘bedrieger’ noemden, zij zullen buigen trillend van angst, beseffend dat ze het bij het verkeerde eind hadden. Net als de soldaten die daar bij het graf op de grond liggen, al hoop ik dat ze later, misschien juist door deze gebeurtenis, Jezus nog aangenomen hebben!

[Dia Mat 28:6] Maar dan zijn er ook de vrouwen. Zij kenden de plek goed, want toen Jezus begraven werd keken zij van een afstand toe. Zijn zij dan helemaal niet bang? Ze hadden toch de woorden van Jezus gehoord, ze wisten toch dat ze deze dag blij mochten zijn? Maar zelfs deze vrouwen zijn verdrietig en bezorgd.

Ook als je een vriend van Jezus bent, als je met Hem door het leven gaat, kun je te maken krijgen met zorgen en onzekerheden.

De boodschap dat het lichaam van Jezus weg is uit het graf zal de vrouwen ook eerst wel met zorg vervuld hebben. Wat zou er dan mee gebeurd zijn? Wordt nu zelfs dat lichaam hen afgenomen? Maar gelukkig: Ze hoeven niet bang te zijn, want de engel gaat verder. Jullie zoeken Jezus, die gekruisigd is? Je hoeft niet meer te zoeken: God heeft Hem opgewekt! Hij is opgestaan! Wat een blijdschap en vreugde klinkt er al in die woorden door.

De woorden die vandaag wereldwijd in alle talen, en op alle manieren gehoord woorden: Hij leeft, Hij is opgewekt! Hij heeft gedaan zoals Hij voorzegd heeft. Dit is maar niet zomaar gebeurd: Jezus had al gezegd dat Hij op zou staan. Dat is nu gebeurd! In de manier van spreken klinkt al door waarom je blij kan zijn: Hij is degene die gekruisigd is, Hij is voor onze zonden gestorven. Ik hoop dat velen die deze week aan het lijden gedacht hebben of die 1,7 miljoen mensen die de Passion hebben gezien ook dit feest meevieren en zeggen en geloven: de gekruisigde leeft. Ik hoop dat jij het zegt en gelooft: Jezus leeft, ook voor mij!

[Dia ‘De vraag is niet ‘hoe dicht sta ik bij Jezus?’, maar de vraag is ‘sta ik met mijn gezicht naar Hem toe?’] Als je je afvraagt, kan ik die blijdschap wel meemaken. Lukt het mij wel om zo blij te zijn, als die vrouwen van wie staat dat ze opgetogen bij het graf weglopen, dus echt blij! Dan kan ik die vraag goed voorstellen: hoe is het mogelijk dat iemand opstaat uit de dood? Hoe zou Hij voor mij gestorven kunnen zijn, als er nog zoveel zonde is en zoveel kapot in mijn leven? Hoe komt het dat er nog zoveel is waar ik bezorgd over ben? Hoe ga je daar dan mee om? De soldaten en Gods volk hadden zich van Christus afgekeerd, zo’n Koning hoefden ze niet, ze liepen bij hem weg. Maar die vrouwen: ze gingen juist op zoek. Hun gezicht was in de richting van Jezus gekeerd! Zij worden gewezen op dat lege graf: kijk maar Hij is er niet meer! Zij worden gewezen op de woorden door Jezus gesproken: weet je nog Hij heeft het zelf gezegd. Hun richting is allesbepalend: Zij zoeken Jezus!

Je kunt best je moeite met het geloof hebben, je kunt voor je gevoel soms ver van het open graf, ver van Jezus Christus staan, terwijl voor je gevoel anderen er soms veel dichterbij staan. Maar de vraag is niet ‘hoe sterk geloof heb jij’, maar de vraag is: welke kant kijk je op. Van wie verwacht je het? Kijk je van Christus af, of zoek je hem juist op? En dan kan het een beginnend zoeken zijn, of dat je al heel dichtbij bent. Maar de vraag is: Wil je in Hem geloven?

Kijk en wat helpt dan om sterker te staan in dat geloof, ook als er moeite zijn? Dat zijn de woorden van de engel, die Hij namens Jezus spreekt. Steeds weer is het nodig om in gedachten te brengen wat Jezus gezegd heeft, om je bijbeltje open te doen. Om terug te denken aan de geweldige daden van de Heer. Om dat te vertellen aan de volgende generatie, zodat die het weer kan door vertellen.

 

[Dia Thema] Ook Paulus zegt zo: wees verblijdt in de Here. Hij is dichtbij. Dat wil zeggen: Hij zal spoedig terugkomen, maar ook: de hemel is nu dichtbij. Jezus is niet heel ver weg, maar Hij is om ons heen. Hij is heel dichtbij! Hij is de levende Hij is opgestaan! Als je zo hoort van de opstanding van Jezus, wat doet dat dan met jou? Wat komt er dan in je hart?

 

Als ik om mee heen kijk, dan merk ik dat veel mensen wel zomaar bezorgd en angstig kunnen zijn. Wat doe je dan: als je teleurgesteld bent, als je je afgewezen voelt, als je bang bent over hoe het verder moet gaan? Er zijn allerlei andere manieren in de wereld waarop mensen hun leegte opvullen. Ze zoeken hun vervulling in deze paasdagen op andere manieren. Door hun uiterlijk leven goed voor elkaar te maken, door met elkaar lekker te eten en naar de woonboulevard te gaan. Niets mis mee, wel erg als je niet eens weet wat Pasen nu echt betekend. Maar er zijn ook andere manieren: als je verdrietig bent, als je je leeg voelt, kun je je frustraties en bezorgdheid ook wegdrinken, vluchten in porno, vluchten in eten, vluchten in gemopper en geruzie, in constant jezelf tekort gedaan voelen.

 

Kijk eens wat Paulus zegt: verblijdt u in de Here! Wie zich richt op de Here Jezus, Hij die zo dichtbij wil zijn, die mag denken aan zijn woorden, aan zijn overwinningsmacht en die mag al zijn zorgen bij Hem bekend maken. Dus als er moeiten zijn, en die zijn er, duw ze dan niet weg, drink ze niet weg, stop ze niet weg, mopper ze niet weg: maar benoem ze maar naar Jezus Christus. Spreek het maar uit: Here Jezus, u kent mijn pijn … Wil mijn gebed horen. Ontferm u over mij, toon mij genade. Dan mag je van Hem horen: wees niet bang, wees niet bezorgd. Vertel het mij maar … en mijn vrede, die alle verstand te boven gaat zal in je neerdalen. Hij zal dan je gedachtes, maar ook wat er diep in je hart leeft beschermen en bewaken. Hij wil nu in deze wereld al, zijn vrede in je hart geven. Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft, die mij heeft genezen die mij vrede geeft?  En wat is dat tussenzinnetje van vers 5 dan mooi: Uw vriendelijkheid mag dan bij alle mensen bekend zijn’. Want wie blij is, wie vol is van de vrede, juicht in de opgestane Heer, die straalt die vrede ook uit. Die zoekt wat goed en waar, wat vriendelijk en welgevallig is, want die kent de liefde van Jezus Christus. Die is door Hem gekend en wordt genezen.

 

Vandaag klinkt het nieuws: Jezus leeft! En dan kun je op twee manieren reageren. Je kunt aan de ene kant toeschouwer blijven, ook toen waren er toeschouwers, ook deze week waren er veel mensen die via de passion of op een andere manier van Jezus gehoord hebben, dan kun je de vragen laten overheersen, denken ‘een mooi verhaal van lang geleden’, maar dan blijft de angst aanwezig. Maar Paulus roept op: verblijdt u in de Here, kijk niet alleen toe, maar geloof in Hem, als de redder van de zonden en ontvang de vrede van de levende Heer Jezus Christus in je hart. De vrouwen zijn opgetogen. Ze blijven geen toeschouwer, maar komen in beweging: ze gaan vertellen aan de leerlingen wat ze gezien hebben en weten dat Jezus hen voorgaat naar Galilea, dat zijn licht daar zal gaan schijnen. Zo wordt Jezus macht wereldwijd! Wees dan volk des Heren, blij en welgezind en zegt telken kere: Christus overwint. U zij de glorie, opgestane Heer, U zij de victorie, nu en immermeer.

Amen

Liturgie Morgendienst Middagdienst
Wil koster microfoon klaarleggen?Gedicht Sela Gedicht ‘Sela’
Welkom en mededelingen Daar juicht een toon (gz 95) Daar juicht een toon (gz 95)
Votum, zegengroet en amen
Zingen Ps 118:9,10 Ps 118:9,10
Wet Nvt
Zingen Gz 109:1,2 (Halleluja, lof zij) Nvt
Gebed
Lezen Mat 27:62-28:7 (kinderen lezen)Fil 4:4-7 (kinderen lezen) Mat 27:62-28:7Fil 4:4-7
Zingen Ps 30:2 en 7 Ps 30:2 en 7
Tekst Mat 28:6 Mat 28:6
Kindmoment Aansluitend: Maria kwam bij het graf
Preek
Zingen Lied 213 (beurtzang) (halleluja allen) 1a2v3m4v5m6a Lied 213 (beurtzang) (halleluja allen) 1a2v3m4v5m6a
Geloofsbelijdenis Nvt
Zingen Nvt Gz 109:1,2 (Halleluja, lof zij)
Dankgebed en voorbede
Collecte Kinderen helpen
Zingen (aangekondigd na col.) Gz 99 Gz 99
Zegen en amen Gz 71 (De lof en de heerlijkheid in plaats van Geloofd zij God) Gz 71 (De lof en de heerlijkheid in plaats van Geloofd zijn God)
Kinderlied : Heer ik wil u bedanken
 

Marc. 10 – Volg Jezus! De weg omlaag voert omhoog …

februari 10, 2011

Preek gehouden in Beilen en Hooghalen en Zuidlaren, februari ’11

Tekst: Marc 10:42-45

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Als er een sportwedstrijd is, dan wil je graag de beker winnen. Dan wil je graag de hoogste plek op het podium. Of het nu gaat om hardlopen of schaatsen, om voetbal of volleybal. Wat is het mooi als je de eerste prijs wint.

Maar sommige mensen willen altijd de eerste zijn. Ze willen belangrijk zijn. Ze willen veel te zeggen hebben. Misschien heb je ook wel kinderen in je klas die altijd een grote mond hebben en uiteindelijk gebeurt er dan wat zij zeggen (Eustaas uit Narnia pestte altijd kinderen en dieren). Niet alleen bij kinderen, ook bij grote mensen gebeurt dat. Kijk maar op de beamer: sommigen willen graag bepalen wat anderen doen. Sommigen willen graag macht en invloed hebben.

Ook in de kerk kan dat een rol spelen. Dat je ook in de gemeente graag gehoord wilt worden. Dat je invloed wilt hebben. Als je samen bijbelstudie doet weet jij hoe het zit en moeten anderen luisteren. Als er een meningsverschil is, ben jij degene die gelijk heeft. Als er dingen in de kerk veranderen wil je graag dat er naar jou geluisterd wordt, of het nu gaat over de beamer, bijzondere diensten of conflicten in de kerk. Soms zie je dat in gemeentes sommige mensen ongezond veel macht en invloed hebben. Iets waar ouderlingen, diakenen en dominees, en dus ook ik als dominee voor op moeten passen.

Hoe zou Jezus daar nu tegenaan kijken? Hoe reageert Hij als hij leerlingen heeft die straks veel macht willen hebben?  Laten we luisteren wat zijn reactie is en van daaruit eerlijk naar ons zelf kijken. In hoeverre is er bij ons soms een ongezond verlangen naar macht en naar de eerste plek?

Volg Jezus!

1. Ontdek je eigen streven

2. Zie hoe Jezus dient

3. Leer om zelf te dienen

1. Ontdek je eigen streven

Jakobus en Johannes volgen Jezus al een paar jaar. Ze hebben heel wat ingeleverd om hem te kunnen volgen. Ze hebben hun eigen vissersbedrijf achter hen gelaten en zijn achter Jezus aangekomen. Nu komt het moment steeds dichterbij dat Jezus zal gaan sterven. Jezus heeft hen er net nog over verteld. Over hoe hij zal lijden en sterven, maar ook dat Hij weer op zal staan in zijn glorie, op de derde dag.

Voor Johannes en Jakobus is dit het moment om Jezus even apart te nemen. ‘Meester, we willen dat u doet, wat wij u vragen’. Heel indringend geven ze aan hun meester een opdracht! Jezus zal hen aangekeken hebben. Hij wist wat hen bezig hield, maar toch vraagt Hij hun: wat willen jullie dan dat ik voor je doe? Misschien bedenken ze zich nog. Maar dat doen ze niet. Ze stellen hun vraag aan Jezus: Meester wanneer U heerst in uw glorie, laat een van ons dan rechts zitten en de ander links. Ze hopen dat zij straks na Jezus onderkoning mag zijn. Dat zij de eervolle plek krijgen, zoals Jozef bij de Farao onderkoning was en Daniël bij Darius. En was het vreemd dat ze daarop hoopten? Zij waren degenen die met Petrus mee naar binnen mochten bij het dochtertje van Jaïrus en mee naar boven mochten toen Mozes en Elia op de berg bij Jezus kwamen.

Als je erover nadenkt, wat is het dan een brutale vraag van de leerlingen. Wat laten ze duidelijk zien wat hun streven is: ze willen macht en invloed. Het draait uiteindelijk om henzelf. Dat wordt ook duidelijk als de andere leerlingen in de gaten krijgen dat Johannes en Jakobus dit gevraagd hebben. Toen zij dit hoorden werden ze woedend op Johannes en Jakobus. Wat? Willen jullie die erebaantjes. Waarom zouden jullie die plek krijgen? En wij niet? Het lijken wel een stel kinderen die met elkaar aan het bekvechten zijn wie er voorin de auto mag zitten.

Als Jezus dat in de gaten krijgt, roept Hij zijn leerlingen bij zich. Hij geeft hen aan hoe het er in de wereld aan toegaat: Volken worden onderdrukt door hun eigen heersers en hun leiders misbruiken hun macht’. Zulke koningen en machthebbers had je in de tijd van Jezus. Maar in die tweeduizend jaar is er niet veel veranderd. Ook vandaag kun je nog zeggen: ‘macht corrumpeert’. Denk aan hoe Mubarak aan zijn macht gehecht heeft en gezorgd heeft dat zijn familie voor 70 miljard aan bezittingen heeft. Berlusconi doet er alles aan om aan de macht te blijven en niet aangeklaagd te worden. En als Poetin merkt dat er tegenstanders zijn dan verdwijnen die in de cel. Maar niet alleen bij andere machthebbers, ook bij onze eigen regeerders en leiders is dat gevaar aanwezig. Dat gevaar schuilt in de mens om te streven naar macht en om als je macht hebt die macht te misbruiken. Dan krijg je vriendjespolitiek, voortrekkerij of hielenlikkerij. Op allerlei manier kunnen mensen verkeerd met macht en invloed omgaan.

Hoe zit dat bij jou? De afgod van het streven naar macht, zit niet alleen bij belangrijke mensen. Ook in de buurt, bij je collega’s of in de familie kun je op allerlei manier macht zoeken: door de baas te spelen, steeds te mopperen of steeds te willen dat het gebeurt zo als jij wil. Zo kan het ook in de kerk zijn: ook de gemeente is een groep mensen, waar zomaar macht een rol kan spelen. Je kunt dominant en gelijkhebberig zijn. Je kunt je er lekker bij voelen als anderen naar jou luisteren. Je kunt altijd de leiding willen hebben, ook wanneer je dat helemaal niet toekomt. Het kan heel vroom lijken alsof je voor God en zijn zaak bezig bent, maar in hoeverre ben je soms niet op je eigen eer, je eigen gelijk en je eigen macht gericht.

Ontdek je eigen streven! Zo heet dat eerste punt. Jakobus en Johannes hadden niet in de gaten waar ze mee bezig waren. De leerlingen zaten te bakkeleien over de eerste plek, maar Jezus wijst erop waar ze mee bezig zijn. En Hij zegt er heel duidelijk bij: dat streven naar macht, dat misbruik van gezag: laat dat bij jullie niet voorkomen. Zoals het gaat in de wereld, zo mag het bij jullie niet zijn.

Wees eerlijk en kijk naar de manier waarop je zelf je plek inneemt in het rijk van God. In hoeverre ben je aangetast door deze zonde? Wat kan er veel kapot gaan in een gemeente, maar ook daarbuiten, als u, jij en ik onszelf laten leiden door streven naar macht en invloed. Laten we eerlijk kijken in hoeverre de afgod van de macht door ons vereerd wordt. Jezus wil niet dat het in zijn rijk is, zoals het in de wereld is!

2. Zie hoe Jezus dient

Wat is er tegen machtsmisbruik te doen? Heel belangrijk is dat we Jezus als voorbeeld nemen. Dat we Hem willen volgen. In dit tweede punt willen we erop letten wat hij zegt, en wat hij doet. Hij die nu alle macht in hemel en op aarde heeft.

Het eerste wat opvalt is dat Jezus voorop loopt. Hij loopt voor zijn leerlingen uit. Niet om daardoor de eer te krijgen, maar hij gaat zelf voorop op weg naar Jeruzalem. Een weg waar de leerlingen misschien de rillingen van krijgen. Ook de andere mensen die hem volgen zijn bang. Ze weten dat Jezus daar gearresteerd en gestraft kan worden. Jezus gaat voorop in het dienstbaar zijn, in het de minste zijn. Dat legt Hij ook uit aan zijn twaalf leerlingen: hij zal bespot worden, bespuwd worden, gegeseld en gedood, maar ook weer opstaan. Wat een geweldige Heer en meester is Hij, die niet komt voor zijn eigen macht. Hij geeft juist alle macht op. Hij wordt een knecht, een dienaar van de mensen. Hij wil lijden voor ons. En wat extra pijnlijk is dat dan, dat juist op dit moment zijn leerlingen gaan vechten om de eerste plaats. Ze hebben er nog niets van begrepen dat het koninkrijk van God geen aards rijk is, met aardse macht, maar een hemels macht. Een rijk waar de eerste laatsten zullen zijn en de laatsten de eersten.

Jezus geeft dat ook aan ‘Jullie weten niet wat je vraagt! Kunnen jullie soms de beker drinken die ik moet drinken of de doop ondergaan die ik moet ondergaan? Jezus gebruikt deze twee beelden om aan te geven wat Hij zal gaan doen. Hij zal een beker moeten drinken. Met een beker leegdrinken wordt in de Bijbel, en we lazen dat ook net in Jesaja, wel bedoeld dat je een straf helemaal moet volvoeren. Je krijgt een straf, een beker vol, en heel die straf moet je dragen. God had de zonden van zijn volk gezien. God zag de zonden van de mensen: hij wilde de mensen straffen. Maar … hoewel het Jezus moeite kostte .. hoewel hij smeekte of de beker aan hem voorbij mocht gaan … hoewel het hem zweetdruppels van bloed van angst opleverde in Getsemane … toch heeft hij die beker niet aan zich voorbij laten gaan maar helemaal gedronken. Daardoor versloeg hij de macht van de dood en duivel en droeg Hij Gods toorn! Hij werd de minste, vernederd tot de dood, om zo de eerste te worden. Hij nam niet de weg omhoog, maar de weg omlaag … Hij dronk de beker van Gods toorn. Jezus vraagt ‘kunnen jullie die beker drinken?’ Nou als ze in de hof zijn, en het is donker, en het is spannend, zijn Johannes, Jakobus en ook Petrus, die altijd haantje de voorste is, niet eens in staat om wakker te blijven. Die beker kunnen ze niet drinken!

Jezus vraagt ook of zij de doop kunnen ondergaan, die hij moet ondergaan. Het is een lastig beeld wat hier gebruikt wordt. Maar ook hiermee zal Jezus duiden op zijn sterven. De doop wast zonden weg. Jezus zelf was ook gedoopt door Johannes de Doper. Maar zijn doop, en later zijn dood, zijn er niet om zijn eigen zonden af te wassen. Hij neemt juist alle zonden op zich. De zonden van het volk in de Jordaan, kwamen op Hem. Zo zal hij ook door zijn door onze zonden op zich nemen. Dat zullen Jakobus en Johannes nooit voor anderen kunnen doen.

Met deze twee beelden legt Jezus uit waarom hij gekomen is. Ook in vers 45 legt hij uit dat hij niet gekomen is om de baas te spelen. Jezus is niet gekomen om gediend te worden, maar hij kwam om zelf te dienen. Hij kwam om zijn leven te geven: om te sterven. Hij ging de weg omlaag. Op die manier, door de minste te worden heeft hij ons vrijgekocht van de boosheid van God en gekocht uit de macht van de duivel. Zo was Hij heel zijn leven: ook later wast hij de voeten van zijn discipelen, als niemand dat wil doen. Als ieder zich daar te goed voor voelt. Hij laat de kinderen bij zich komen, terwijl de discipelen die kinderen wegsturen. Zie hoe Jezus kwam om te dienen. Zelfs toen hij uitgescholden werd schold hij niet terug, hij bad voor de soldaten die niet wisten wat ze deden. Hij was trouw, hij vernederde zich diep, zo diep dat hij uit liefde voor ons stierf aan het kruis. Hij was bereid zijn leven te geven …

3. Leer om zelf te dienen.

Nu weten Johannes en Jakobus nog niet wat ze zeggen. Ze denken: wij kunnen die beker ook wel drinken, wij kunnen ook wel met die doop gedoopt worden. Ze lijken wel op Petrus die ook zegt dat Hij Jezus nooit zal verlaten. Die zelfs zijn zwaard pakte om Jezus te verdedigen. Uit zichzelf zullen ze niet kunnen wat Jezus zal gaan doen. En toch zegt Jezus dan: jullie zullen die beker drinken en met die doop gedoopt worden. Wat je niet uit jezelf kan, kun je wel als je Jezus volgt. Hij ging voorop in de weg van lijden en als Johannes en Jakobus dat later gehoord en geloofd hebben, willen zij zelf ook dienen. Dan kiezen ze niet voor de macht, maar zijn ze gehoorzaam aan Jezus, dienen ze hem tot in de dood. Jakobus wordt al 11 jaar na de dood van Jezus door Herodes Agrippa gedood. En Johannes? Men zegt dat hij ‘een gifbeker’ gedronken heeft en in een bad met hete olie gegooid. Dat zal wel verzonnen zijn vanwege deze tekst. Maar dat Johannes geleden heeft in zijn ballingschap is zeker.

Jezus hamert erop dat ze anderen moeten dienen. Dan zullen ze de belangrijkste zijn. Wie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn. Dat is ook de boodschap die Jezus voor ons heeft. Een houding die je niet automatisch hebt. Ook Paulus moet er in de Christelijke gemeente van Filippi nog op wijze: Laat de één de ander hoger achten dan zichzelf. En zoek niet je eigen belang en het belang van anderen. Neem de houding aan van Christus. Uit onszelf is zo’n dienend leven onmogelijk. Dan raak je uitgeput, dan verlies je energie, dat kost alleen maar moeite. Wat kan het vermoeiend zijn om steeds maar weer te geven en dienen. Toch wijst Christus die weg: dat doet hij omdat hij de bron van leven wil zijn, omdat hij voor onze zonden betaald heeft, ook voor ons verkeerde streven naar eigen gelijk, invloed en macht. Hij gaf zichzelf in liefde, hij diende om ons met de kracht van zijn Geest te vullen om ook te kunnen dienen.

Dat vraagt wel een omkeer in onszelf: in het derde deel van Narnia is er een jongetje met de naam ‘Eustaas Schreutel’. Hij was geniepig en wilde steeds macht hebben: Hij peste andere kinderen en probeerde zich geliefd te maken bij grote mensen. Op een nacht valt hij op een enorme schat in slaap en droomt hij over hoe hij machtig kan zijn en iedereen naar zijn hand kan zetten. Maar als hij wakker wordt is hij een draak geworden. Zo’n eng dier dat precies het ware gezicht laat zien van mensen die zelf macht willen hebben. Als hij dat is, wil hij dat niet meer zijn: hij probeert die drakenhuid eraf te halen. Maar dat lukt niet. Dat kan alleen als de leeuw Aslan komt: Jezus Christus. Hij haalt met zijn klauw de huid eraf. Dat gaat zo diep dat Eustaas het idee heeft dat hij in zijn hart geraakt wordt. C.S. Lewis legt uit: dat hoogmoed leidt tot de dood, tot instorting, tot verlies van menselijkheid. Maar als je nederig tot God gaat en niet voor je eigen eer leeft, dan kun je opnieuw geboren worden, vernieuwd worden in je hart. (Tim Keller, namaakgoden).

Als je in deze preek ontdekt bent je eigen verkeerde verlangen naar eer, ontdoe je dan van die eer! Bidt of Jezus je hart wil veranderen! Streef niet langer naar de eerste plaats en naar de macht, maar als je de eerste wil zijn wees dan een dienaar van de anderen. Hoe diep wil jij je vernederen. In hoeverre wil jij het lijden dragen. Wil jij zelfs de vieze voeten van anderen wassen. Jezus roept u op: kom achter Mij aan. Durf je eigen leven los te laten, te je eer te verliezen, want dan zul je het nieuwe leven vinden. Hij zegt: ik kan niet de plaatsen verdelen in de hemel, maar ik wijs je wel de weg naar de eerste plaats. Uiteindelijk is het de Vader die dan aan de minste, de eerste plaats geven. Die de nederigen zal verhogen. Die van de laatsten de eersten maakt. Ga de weg omlaag … want die weg voert omhoog!

zondag 13 februari 2011

Liturgie Morgendienst Beilen 9.30 Middagdienst Hooghalen 14.15 / Zuidlaren 16.30
Welkom en mededelingen Ps 27:7 (i.v.m. overlijden)
Votum, zegengroet en amen
Zingen Ps 68:2 en 8 Ps 68:2 en 8
Zuidlaren: H.A. formulier II
Aan tafel: zingen Ps 63:2
Wet
Zingen Gz 106:3 en 4
Gebed
Lezen Jes 51,21-23 

Marc 10,32-45

Jes 51,21-23 

Marc 10,32-45

Zingen Ps 47:1 en 3 (groep 5) Ps 47:1 en 3 (groep 5)
Tekst Marc 10,42-45 Marc 10,42-45
Preek
Zingen Lied 442 (Jezus ga ons voor) Lied 442 (Jezus ga ons voor)
Geloofsbelijdenis
Zingen Gz 139:3 (U, Vader, U zij) Gr6
Dankgebed en voorbede Gz 181d (onze vader)
Collecte
Zingen (aangekondigd na col.) Gz 79:2,3,6 Gz 79:2,3,6
Zegen en amen